Overpeinzingen

Wat zich aandient

We werden opgewacht door een bloeiende akker met wilde peen, kaardenbollen, klaver, zuring/ Aan de overkant van de sloot stond een statige oude heer, een enorme blauwe reiger, die roerloos tuurde in het water op zoek naar een teken van leven.

Het was bijna uitgestorven op een enkele fiets of auto na, die de aanwezigheid van meer mensen verraadde. Vakantie op het complex. Op onze rij waren we tot dan toe de enige. Een grote verrassing was dat de phlox vooraan in volle bloei stond. Voor de rest was er een overvloed aan groen. Uitgedijde bomen, uitbundig grasveld, warrige perken met veel kleefkruid, brandnetel en springbalsemienen. Weinig terug te vinden van het spul, dat we vlak voor ons vertrek er nog haastig in hadden gezet. Te haastig waarschijnlijk. De dahlia’s hadden de kou vermoedelijk niet overleefd. Braam en framboos, zwaar van de vruchten, en de ruim bloeiende paarse bloedooievaarsbek hadden hun terreinen aanzienlijk vergroot. De geel bloeiende kerrie met haar mooie grijze blad had haar plek bevochten en bloeide uitbundig. Tot mijn schrik zag ik dat de houttuynia cordata uit de stenen bak ontsnapt waren en waarschijnlijk met hun sterke wortels dwars door de bodem zijn gegaan. Je wilt ze niet wild in de tuin, want dan is het einde zoek.

Werk aan de winkel. We zouden dat varkentje wel wassen, niet ‘even’ want daarvoor was de chaos te groot geworden. Verstand op nul en gaan. Ik achter de maaier en lief gewapend met snoeischaar en kruiwagen. De grootste boosdoeners waren het eerst aan de beurt.. De grasmaaier ging op standje 5 en ploegde zich net zo zwoegend als ik een weg door het rommelige tapijt. Het was tijd voor wat orde en structuur.

Een van de buurvrouwen had geappt dat ze een grote vos had gezien aan de overkant van de tuin in het weiland. En een ander dat het nest van de fuut enkele weken geleden was gezonken in een hevige regenbui. Natuur bewandelt zo haar eigen wegen.

We werkten gestaag door. Af en toe hoorden we ergens in de andere tuinen een merel, maar veel vogels waren er niet. Aan het eind van de middag waren in ieder geval de contouren weer zichtbaar van de oorspronkelijke indeling. Klaar was het nog lang niet. Wat niet is kan nog komen, maar dan wel de volgende keer. In de tuin van onze globetrotters was het niet veel beter. Er waren pogingen gedaan om hier en daar nog wat aan te pakken. In de kruidenspiraal staken sommige kruiden hun kopjes fier op. Maar ook hier veel brandnetel en braam. Ik hoop dat we daar ook nog aan toe komen en een beetje orde kunnen scheppen.

De file op de terugweg was goed te omzeilen. Vandaag beginnen de vakanties hier in Midden Nederland en zal het allengs minder druk worden.

In de nieuwe zin haalt Stef Bos mensen van het midden aan, de mensen die tijdloos zijn noemt hij ze. Waar mensen ergens vóór zijn in plaats van tegen en zelf de handen uit de mouwen steken en niet alleen maar op social media negatief spuien. Die bedachtzame mensen halen het nieuws nooit en je zou bijna vergeten dat ze er wel zijn. Het zet me aan het mijmeren. Over ons leven nu. Als je ouder wordt, glijd je als vanzelf de tijdloosheid binnen. In onze beleving wordt tijd eeuwigheid. Er is geen wet van Meden en Perzen die uitmaakt hoe je het leven moet indelen. Dat bewust te zijn, levert ons tweeën een boeiend gesprek op. Dat bedoel ik. We kunnen wiegen op de golven van wat zich aandient.