Overpeinzingen

De juiste waarde te kleuren

Truus gaf aan dat haar bandenspanning te laag was. Door de knieën bij het pompstation zijn activiteiten die zo langzamerhand niet meer tot de ‘Dat-doe-ik-eventjes’ behoren, dus reden we naar de garage. Gemak dient de mens. ‘Als we even zouden wachten was het varkentje zo gewassen’, vertelde de vriendelijke man achter de balie.

Even later reden we met de zoevende Truus naar het centrum. Lief wilde nieuwe T-shirts en nieuwe brillen. Beiden zouden we daar vinden. Zeven stuks nam hij mee uit de winkel waar ‘voordelige mode in topkwaliteit’ te kust en te keur hing. Mooi en duurzaam katoen en voor een lage prijs in gevarieerde tinten. Daarna zochten we de brillenwinkel. Het was vreemd er naar binnen te stappen voor wat ik niet meer nodig had. Lief werd meegenomen voor een meting en daarna zochten we twee passende monturen. Een mooie Mark Jacobs en een Hugo, twee voor de prijs van één. De blauwe voor de computer en de donkere voor alledag. Wat een luxe dat ik er niet meer van afhankelijk ben.

In de ochtend was de longarts telefonisch met goed nieuws gekomen. De staat van de COPD is niet verergerd sinds 2018 en op mijn vragen over inspanning zoals trappen lopen, wandelen, benauwd worden na een maaltijd schreef hij atrovent voor, waarvan hij dacht dat ik dat allang als extra puf erbij had. Het is een snel werkende luchtverwijder, die je tot vier x daags kan nemen als je inspanningen gaat verrichten. Meer lucht en daardoor meer beweging. Allemaal goed voor de conditie. Ziezo, dat waren productieve uitjes op deze miezerige dag.

De documentaire ‘De toekomst is grijs’ die uit vijf delen bestaat, vraagt zich af of ouderen een last of een verrijking zijn. Dat lees ik als ik door NPO-Plus dwaal. Ze claimen dat er buiten de familie nauwelijks contact is tussen jong en oud, dat men elkaar niet kent, niet begrijpt en elkaar ook niet helpt. Dat zet me aan het denken. Ik ben zo’n oudere.

Veel jongeren hebben in de familie wel degelijk met ouderen te maken. Ze respecteren ze, vragen om raad en vice versa. Met het blijven vernieuwen van jezelf heb je eveneens de hulp nodig van de jongeren in deze wereld. Als dat gaat in een wederzijds vertrouwen en respect dan komen dergelijke vragen toch niet bij hen op? Ik denk niet dat wij vroeger zo naar onze ouders en grootouders hebben gekeken. Of ben ik teveel afgedwaald van de werkende wereld. Komt het doordat ik de vrijheid heb, lichamelijk en geestelijk, om te gaan en staan waar ik wil. Mijn vriendinnen en vrienden uit alle leeftijdscategorieën zijn me dierbaar en dat is wederzijds, weet ik.

We worden ouder. Als je gezegend bent met een goed werkend stel hersenen, dan kan de jongere generatie er een voordeel meedoen. Ik besluit de hele aflevering terug te kijken. Dat was maar goed ook. Daardoor ontmoet ik Conny en haar jonge vriend Twan Vet, de stadsdichter van Amersfoort, die in het gedicht ‘Raaklijn’ zo prachtig de vinger op de pols legt. Precies zo, stel ik me voor, zouden mensen elkaar moeten inspireren. Daar gaat het om. Voor elkaar een bron van inspiratie zijn, zoals er ook nooit een kloof is geweest tussen mijn kinderen van de groep en mij. Souplesse is de sleutel die nodig is om de ontmoeting in de juiste waarde te kleuren.

Raaklijn 

Geschreven voor en voorgelezen in het Omroep MAX-programma ‘De Toekomst is Grijs’

Rond mijn slapen trekt het grijs zich elke dag nog in de wortels terug,
er ligt een langer, voller, rijker leven opgerold in de wervels van mijn rug,
diep in mijn botten zit het versleten kraken al, maar houdt zich stil.

Ergens in mijn lijf zingen de verhalen rond die nog lang niet kunnen naverteld,
omdat ze nog moeten gebeuren – plekken waar ik later pas mag zijn,
mensen die ik nog niet tegen ben gekomen, herinneringen die ik nog niet heb.

In haar benen staat nog af en toe een meisje op dat geen weet heeft
van de jaren die elke dag iets dieper in de groeven van haar huid staan afgedrukt,
de gespaarde momenten van geluk, iemand met de tijd nog in haar binnenzak.

Ergens in haar lijf zit nog de onrust die ze ooit bezat, die jeugdige geldingsdrang,
de haast die met het ouder worden ergens rustig liggen gaat –
er woont een meisje in haar ogen dat af en toe nog kijkt.

En op die raaklijn van de tijd, daar overlappen wij elkaar:
een oude dame die het meisje nooit is kwijtgeraakt,
het jochie waarin haast geruisloos nog de ouderdom al slaapt.

Overpeinzingen

Waar een frisse voorjaarsbui al niet goed voor is

De dichter die de wereld wilde veranderen. Met woorden kom je ver, maar zeker niet ver genoeg. Het eerste is de ondertitel bij de biografie van Van Ostaijen. Hij heeft zeker richting gegeven aan mijn leven, toen ik in de jaren zestig een uitvoering zag in Amersfoort, waarin een performance over de Singer-Naaimachine, naar een gedicht van hem. Het heeft voor de voorliefde voor theater en de schone kunsten gezorgd. Een ingrijpende gebeurtenis. Een en ander viel samen met de voorstellingen van het alom geprezen Scapino-ballet, waar we met de lagere school naar toe gingen en die me met bewondering dat enorme podium, de weelderige kostuums en het zachte rode pluche van de stoelen liet ondergaan. Beide maakten diepe indruk. Om nooit te vergeten.

We zijn op een punt aanbeland in de geschiedenis dat je het magische toverstokje van Herman van Veen in handen zou willen hebben, waarmee je de wereld daadwerkelijk zou kunnen veranderen en dan, in een moeite door, ook de karakters van de mensen.

Gisterenmiddag liepen dochterlief, Lief en ik naar de Kom. Dat ging niet vanzelf en met de nodige rustpauzes. Er moest eerst nog een bloemetje gehaald worden bij de plaatselijke super in het centrum. Het was in het theater enorm druk. Zoonlief arriveerde op het nippertje. Bij het scannen van de kaartjes kwamen we er tot onze schrik achter dat die op de dag ervoor stonden. Help. Een vrouw hoorde het en schoot ons aan. Ze had net wat kaartjes teruggebracht. Snel naar de kassa. Daar waren nog vier stuks te verkrijgen en wel op rij drie. Verder was alles uitverkocht. De Franse delegatie, oma en opa, waren er ook en de drie kleinzonen kwamen ons dikke knuffies brengen, Dribbel voorop, die zoals altijd in mijn armen vloog.

Net op tijd zaten we op onze plekken. Rij drie bleek de eerste rij achter de orkestbak en we hadden dochterlief dan ook goed in het vizier. Ze zag er prachtig uit. De Franse Mamie, die van oorsprong kapster was, had haar haar gedaan, opgestoken met prachtige bloemen en krulletjes langs het gelaat. Daarbij had ze een mooie galajurk aan. Het betere werk. Op rij drie zat een trotse moeder, die af en toe een traan moest wegpinken. Sentimentele oude dwaas. Dochterlief naast me dorst me niet aan te kijken anders overkwam haar hetzelfde.

Het was een gevarieerd programma met een vorm van drama tussendoor. Het koor dat uit een veelheid aan stemmen bestaat, is goed. Er waren wat dingetjes met het geluid, iets wat we goed konden volgen omdat we er met ons neus bovenop zaten, maar verder liep het gesmeerd.

Ik begin op mijn vader te lijken, die zijn tranen steeds hoger had zitten, naarmate hij ouder werd. Het maakte in het donker niet uit. Er was genoeg afwisseling in het aanbod. Ze kwamen nog wel met wat foto’s via de beamer op de wand toen zuslief en ik toegezongen werden en later de bruidsfoto met haar knappe Fransman. (Het kraantje ging weer open).

Het regent voor de afwisseling. Dan vandaag de kledingkast maar uitmesten en bedenken wat ik dit weekend meeneem naar Maastricht. Het overtollige kan naar de kringloop. Alles wat langer dan een jaar niet gedragen is en waarvan ik zeker weet, dat ik het nooit meer aan zal trekken.

Waar een frisse voorjaarsbui al niet goed voor is.

Overpeinzingen

Samen genieten is leuker dan alleen

De schrijfopdracht van WordPress is: ‘Schrijf een brief aan jezelf als je honderd jaar bent’. Wat een grappige opdracht. Ik zou alleen maar nieuwsgierig zijn hoe de tijd zich afgewikkeld heeft, al is dat ook tweeledig. Ik wil niet in de toekomst kijken en benijd de Zieners en Voorspellers niet om hun gaven.

Bovendien kan ik nog niet helder denken omdat het boek ‘De moeders van Mahipar’ mijn denken volledig beheerst. Het boek is uit. Het Farsi uit het boek liet me hinkepinken op het verleden. Deze taal is doordrenkt met poetisch zangerige woorden. Zo’n andere taal dan die van ons. Zoveel meer symboliek, zoveel meer zoetgevooisde klanken en de schoonheid ervan. Zoveel liefde voor het leven en zo’n groot contrast met de werkelijkheid.

Een jaar lang heb ik geprobeerd de taal te leren, maar het is me nooit gelukt om de essentie onder de knie te krijgen, waardoor talen eigen worden. Het kan niet anders of elke lezer raakt betoverd door dit verhaal, een inkijk in de Afghaanse gemeenschap hier in Nederland en de lange arm van de tradities en rituelen van Afghanistan. Ik ga er verder niets over zeggen, maar weet dat ik in de ban van het boek was en de laatste hoofdstukken heb verslonden. ‘Fanatiek aan het lezen’, vond lief en dat wil wat zeggen. Geen tijd om te praten, geen tijd om te luisteren, lettertrek tot in het diepst van mijn hele ziel en zaligheid.

Gisteren reden we op een zonnige dag naar Turnhout. Een afsluiting bij Zaltbommel zorgde ervoor dat we een half uur langer onderweg waren. Truus kreunde onder een te lage bandenspanning. Even vol houden Truus.

Bij pleegzoonlief en zijn gezin stal de parmantige kleine de show, trok ons mee naar zijn hotwheels-racebaan en liet ons de in knop staande magnolia bewonderen, zo klein als hij was. We lunchten en het werd een gemoedelijk samenzijn. Daarna was er tijd voor een wandeling door het stadspark met de grote vijver vol gakkende ganzen en eenden en langs de kinderboerderij waar veel volk, volwassenen en kinderen, te overdadig de geiten en geitjes en de reeën aan het voeren waren. Er lagen hele stokbroden, genoeg voor een maand eten, in de platgetrapte modder. Wat jammer. Bij ons is het vaak verboden om de dieren te voederen, eenden worden ziek van brood en ook voor dit kleinvee is het niet zonder gevolgen. De kleine vermaakte zich prima door met een takje muziek te maken op het grote hek om het park heen, de mannen liepen de heuvel over en wij zaten in de zon op een bankje de maanden bij te praten. Over studie, over de nieuwe baan, over Verweggistan, over vakanties.

Dochterlief stuurde twee foto’s uit de tuin. Bloeiende narcissen bij de paarsblauwe heksenbol en de prachtige Helleborus in bloei in volle glorie. Van de week gaan we vast tijd vrij maken om daar ook de lente te omarmen.

Om niet in een woordeloos gat te vallen ligt ‘De dag dat ik mijn naam veranderde’ al klaar van Bibi Dumon Tak. De ondertitel is: ‘Een boek dat sist en bijt en iets doorbreekt, en even woedend als hoopvol is’. Daar tegenover staat de enorm dikke biografie van Paul van Ostaijen door Matthijs de Ridder. Een boek dat je alleen maar op een lessenaar kan lezen, wil je er geen kramp in je handen aan over houden.

Vanmiddag naar de uitvoering van dochterlief en haar koor. Zoonlief is gisteren al geweest en de rest van de familie komt hierheen. Dan lopen we met elkaar naar ‘De Kom’ toe. Samen genieten is leuker dan alleen.

Overpeinzingen

Als je op de golven blijft zeilen

De zon is er weer. Opmerkelijk hoe snel je alle dagen met regen vergeet als twee dagen achter elkaar de zon schijnt. Vandaag had een uitstekende dag voor de tuin geweest, maar we reizen af naar België, waar de pleegzoon van Lief woont met zijn vrouw en zoon. Daar lunchen we en dan gaan we toch niet te laat weer terug. Gisterenavond zagen we op Netflix een boeiende documentaire, met een apart probleem.

Er was een eeneiige tweeling, waarvan de ene jongen een ernstig ongeluk had gehad en in coma was geraakt. Toen hij bijkwam bleek hij aan geheugenverlies te lijden. De enige die hij herkende van alle mensen die hij zag, was die ene broer. Soms vragen we ons af of het leven maakbaar is. De broer zorgde ervoor dat het leven van zijn geheugenloze broer gevuld werd met de herinneringen, die hij hem wilde geven. Diens leven werd op die manier maakbaar, want alle ervaringen van daarvoor waren uitgewist.Een onbeschreven blad.

Na het overlijden van de barse vader en de grappige maar wat bijzondere moeder besloot broer om de waarheid te vertellen, omdat ze in het ouderlijk huis een geheime kast hadden gevonden met een laatje, waarin een foto lag van hen, naakt. De hoofden waren eraf geknipt. Het bleek dat hun moeder hen 15 jaar lang had misbruikt en doorlopend aan diverse vrienden meegegeven. Het zorgeloze leven van de geheugenloze broer stopte met die bekentenis abrupt. In eerste instantie was hij boos op zijn broer omdat hij hem de waarheid had onthouden. De enige reden daarvoor was om hem te sparen voor de naakte werkelijkheid. Alle mooie herinneringen spatten als een zeepbel uit elkaar.

Het hele verhaal zette wel aan tot denken. De broer had op eigen initiatief zo gehandeld en de vraag is of het achteraf gezien inderdaad beter was om zijn broer in onwetendheid te laten. De broer kon alles wat er werkelijk gebeurd was zelf niet vertellen maar wel via een docu-opname. De docu is een verfilming van een boek: ‘Tell me who I am’ door Joanna Hodgkin.

De gedachten over deze gebeurtenis blijven malen. Als alles blanco is daarboven wordt wat de ander vertelt onderdeel van het leven dat je op dat moment leidt. Zelfs foto’s van vroeger krijgen een eigen invulling. Hij verzon er fantasiebeelden bij. Er waren foto’s waarbij ze beiden op het strand speelden. Broer had daar een jaarlijkse vakantie in Frankrijk bij verzonnen en de geheugenloze broer had er levende beelden op geplakt. Broer wilde hem boven alles, met deze vernieuwde kans, een onbezorgd ‘normaal’ leven in een normaal gezin bezorgen. Het pakte anders uit. Was het verraad? Dat geloof ik niet. Het was Liefde.

Het boek ‘De Moeders van Mahipar’ is bijna uit. Sneller dan ik had verwacht. Eenmaal erin gedoken kom je er maar met moeite uit. Tussen alle bedrijven door telkens een flink stuk. Na de dagen van Texel is een rustige periode van stilte en bezinning op haar plek. Ook als tegenhang voor wat nu nog komen gaat. Morgen treedt dochter op met haar koor, een middagvullend moment. Maandag belt de longarts en dinsdagavond ga ik met de dochters naar Claudia de Brey. Vrouwenavond in deze week van de vrouw. Er is altijd wat te doen als je op de golven blijft zeilen

Overpeinzingen

Zo’n heldere kijk op het geheel

Wat een intrigerend verhaal ben ik nu toch aan het lezen. De Moeders van Mahipar voert onder andere terug naar Afghanistan, dat land waar alle betekenis onder een sluier verborgen wordt gehouden, tenminste in mijn beleving. We horen over de meest vreselijke dingen die daar plaats vinden. Er zijn ingrijpende documentaires gemaakt. De onderdrukking van vrouwen en meisjes is ons uit de doeken gedaan. De cultuur en de schoonheid van het land zijn ondergesneeuwd in al diee ellende. Ik speur in mijn verleden naar het vriendje van zoonlief met dezelfde naam, de gastvrije familie waar ik altijd moest aanschuiven aan tafel om gezamelijk de maaltijd te gebruiken als ik zoonlief op kwam halen na een speelmiddag. Later verhuisden ze naar Engeland. Ik denk aan de kleding die ik kreeg voor de verkleedkist van school. Prachtige traditionele kostuums, broek en tuniek. Ze waren niet langer bruikbaar. Nog golven de zoetgevooisde klanken van het Farsi door me heen, dat ik ook al kende van de vader van zoonlief en waardoor alles klonk als een gedicht van Hafez.

Ik lees de tocht van de hoofdpersoon en de vlucht voor haar man, aan wie ze was uitgehuwelijkt tegen haar zin en begrijp maar al te goed wat verleden kan betekenen in een mensenleven en hoe moeilijk het is om er een voorstelling van te maken als je de situatie zelf niet hebt gekend.

Vanmiddag storten we ons ook op een stukje verleden. Mijn verleden. Eigenlijk is elk leven een lange reis naar het heden, goed beschouwd. En alleen die mensen waar je mee bent opgegroeid, vrienden en familie, hebben er weet van. De anderen in je omgeving kunnen alleen maar het ene plaatje op het andere plakken en zo een beeld vormen. Nooit zo bewust bij stil gestaan, dan na het lezen van dit boek. ‘Ieder huisje heeft zijn kruisje’ zei men vroeger en dat was nou eenmaal zo. Geen leven beweegt zich vlekkeloos door de tijd. Het zijn bergen en dalen en ieder krijgt zijn deel.

In het boek zijn het geforceerde dalen. De ellende waar mensen in gestort worden als de hang naar macht de overhand krijgt en het een heel volk treft. In die zin heeft Nederland in ons tijdsbestek nauwelijks te klagen gehad.

Na de vragen van zoonlief vorig jaar waardoor ik ben begonnen met het graven in het verleden om alles zo waarheidsgetrouw als mogelijk is, op te schrijven, ontdekte ik dat het toch mijn eigen ingekleurde verhaal werd. Gevoel en mening liepen er doorheen als een rode draad. Iets objectief ervaren is onmogelijk.

Het boek maakt dit allemaal los, juist omdat er zoveel geheim wordt gehouden en verhuld, uit angst voor wat het los zal maken bij de jongere generatie die hier zo’n ander leven hebben gekend, maar ook uit angst voor de lange arm van het ontvluchte land. Wat zwaar om in angst te moeten leven. Er valt nog veel over te peinzen.

Gisterenochtend was ik keurig op tijd voor het longfunctie-onderzoek. De vrolijke vrouw die me kwam halen bleek een gezellige babbelaar. Ze was min of meer een ervaringsdeskundige met haar eigen astma. Het puffen ging niet heel fantastisch en we raakten aan de praat over het inhaleren van de pufjes en de tijdverdeling ervan. Het bleek dat een en ander was verzand in de routine van de steeds weer terugkerende gebeurtenis, gedachteloos, het hoorde bij de rituelen, waarbij er zomaar wat aannames waren ontstaan, die ze ontzenuwde. Ze heeft nauwelijks geweten, denk ik, hoezeer ik daarmee geholpen was. Ik weet nu wat me te doen staat en kan dan bekijken of een en ander zal verbeteren. Altijd fijn, zo’n heldere kijk op het geheel.

Overpeinzingen

Dat is vast niet de bedoeling

Hoe vertel je het personeel van een goed georganiseerd hotel-restaurant hoezeer je het waardeert dat ze met respect en aandacht hun klanten benaderen en je je thuis laten voelen ook onder onverwachte omstandigheden. Ik zat op de laatste ochtend op de hotelkamer, keek voor de laatste keer uit het raam, onze ‘room with a view’, en dacht na. In mijn rugzak wist ik een schetsboekje. Dat haalde ik te voorschijn, scheurde er twee hartjes uit, schreef met mijn fineliner er een bedankje op namens ons beide. Een legde ik in het midden op de kussens, waar de vorige ochtenden steevast een lekker chocolaatje voor ons had gelegen als we terugkwamen van een dagje Den Burg. De ander nam ik mee naar beneden, na een laatste blik op ‘ons’ honk voor drie dagen te hebben geworpen. Er stond ook een uitvoerig bedankje in het logboek.

Het hartje overhandigde ik aan de vrouw die ons steeds had geholpen en in de watten gelegd. Ze nam het verheugd aan en beloofde het op de balk te hangen. Dankbaarheid verpakt in de kleinste dingen. We rekenden de laatste maaltijd af en gaven een rijkelijke fooi. ‘Dag Smulpot met je waanzinnige ontbijten, tot later weer eens’.

De wachttijd met de boot was zo voorbij en ook het afmeren werd soepel geregeld in rotten van twee. De wat grauwige dag werd allengs lichter naarmate we meer landinwaarts trokken en uiteindelijk kwamen we met zon aan. Heerlijke lentedag. Tijd om even goed uit te rusten. De nacht was onrustig verlopen omdat we nu beiden verkouden waren en ik vooral verschrikkelijk had moeten hoesten. Nu weet ik eigenlijk pas zeker dat de geurstokken in het toilet daar vermoedelijk debet aan waren, want vannacht heb ik die hoestprikkel niet gehad.

Vandaag staat het jaarlijkse longfunctie-onderzoek op de rol. Dan hoor ik maandag na een telefonisch praatje met de longarts hoe het er voor staat. Ben benieuwd.

Waar we alle twee niet aan toegekomen waren, was het lezen. Beide dikke pillen lagen nog onaangeroerd. Vandaag met het aanbreken van de dag rond zeven uur, konden we beter uit de voeten. De oude routine was zo weer opgepakt. Puzzeltje, stukje lezen en schrijven, ongeveer in die volgorde.

‘De Moeders van Mahipar’ door Forugh Karimi begint meteen pakkend. Onmiddellijk zit ik in het verhaal van Mardjan en haar zwijgende zoontje onder de vleugels van de liefdadige weldoenster Tine, die een enigszins verstikkende voortvarendheid aan de dag legt.

Er is sprake van een dubbel vertelperspectief, het verblijf in Nederland in de derde persoon en de herinneringen worden verteld vanuit Mardjan zelf. Het werkt vooral verfraaiend en helder.

Tine vroeg haar of ze ‘een vrouw zonder geschiedenis’ was en Mardjan bedenkt dat dat is wat ze wil zijn hier in het land. ‘Een vrouw zonder geschiedenis‘ zou haar precies die broodnodige veiligheid bieden waar ze naar op zoek was.

Tot nu toe is het verhaal vooral van belang omdat aan bod komt hoezeer we langs elkaar heen kunnen praten vanuit onze eigen achtergrond. De goeddoenerij van Tine wordt heel anders ontvangen en beleefd dan ze denkt, maar dankbaarheid wordt wel vereist als voeding voor de hulp. Daar schuurt toch het een en ander. Ik ben pas helemaal aan het begin van de roman, maar zodra je in het verhaal zit leg je het niet makkelijk meer weg.

Maar nu moet het. In de benen en aan de slag. Anders halen we het ziekenhuis vermoedelijk helemaal buiten adem. Haha en dat is vast niet de bedoeling.

Overpeinzingen

Dat het voor herhaling vatbaar was

De laatste ochtend en een verslag over de welgevulde dag van gisteren. Lief is nu net zo verkouden als ik. Dat wordt een tijdje heen-en-weer-gekwakkel, maar we gaan er het beste van maken.

De dag was minder mooi dan de zon-overgoten maandag ervoor. We hadden om elf uur in het hotel afgesproken voor een bakje koffie met vriendinlief. Ze wilde ons het vernieuwde Museum Kaap Skil laten zien. Eigenlijk the place to be en waar het allemaal mee begonnen was. Het eilandleven rond 1900 met het vissersdorpje Skil., de (bijna)authentiek ingerichte vissershuisjes en de molen de Traanroeier.

De Reede van Texel was in de zeventiende eeuw bij elke zeeman bekend. Het is vastgelegd in een grote maritieme maquette ‘Schip in Zicht’ met exact nagemaakte miniatuurschepen, schepen die vergaan in een storm met onweer en bliksem, verwaaide angstkreten incluis. Het was er een drukte van belang.

Een van de schepen die voor de Reede vergaan was bevatte kostbare handel. In dit zogenaamde Palmhoutwrak vonden duikers honderden luxe en kostbare objecten. De topstukken staan er uitgestald om bewonderd te worden. Daaronder bevond zich ook de beroemde, fantastisch bewaard gebleven zijden jurk en de restanten van een bruidsjurk. De jurk was prachtig. De eigenaar van het schip is er absoluut een uit de betere kringen geweest. Het was er behoorlijk warm en we besloten met de lift naar de bovenverdieping te gaan om daarna langzaam af te zakken, maar waar was de lift? Ineens zagen we onder de animatie iets waar de lift zou kunnen zitten. We konden maar net bij de knop. Hij zat vernuftig verstopt achter een deel van de wand, en die ging met deur en al open.

Boven kon je mee op een zeventiende eeuwse wereldreis. Naar het oosten voor de specerijen en de koffie, naar het noorden voor het graan en het hout en westwaarts naar de suilerplantages met een indrukwekkende suikerketel, waarin de beelden te zien waren van hard werkende tot-slaaf-gemaakte medemensen. Er klonk voortdurende een intrigerende en weemoedige Afrikaanse zang. Prachtig tentoongesteld vonden we alle drie.

Het was fijn dat er overal bankjes waren. Voortdurend moest ik even zitten en bijkomen.

Buiten snoven we de frisse buitenlucht en genoten van het ‘oude’ vissersdorp, met haar smederij, de bakkerij en de winkel, de vissershuisjes, de scheepswerkplaats en toen hadden we wel weer voldoende kennis vergaard. Tijd voor een bezoekje aan de museumwinkel, waar een parmantige muis van Texelse schapenwol met een plakkertje aan haar staart van 4,95 van mij de aandacht trok. Ze keek een beetje smekend. Die zat er voor mij. Ze was slim want bij de kassa bleek dat ze het drievoudige kostte. Ze was natuurlijk in de winkel aan de zwier gegaan die nacht, omdat ze zeker wist dat ze de volgende dag zou verhuizen met een goedkoper prijsje aan haar staart.

Het was haar glansrijk gelukt. Deze sentimentele dwaas smelt voor lieve smekend kijkende muisjes. Succes verzekerd dus. Nu zit ze parmantig voorin bij Truus.

We namen afscheid bij het hotel, dikke zoenen, ze zou een pittige tijd tegemoet gaan. In het restaurant dronken we nog een kopje thee en gingen heel even rusten. Om half zes zouden we dochterlief ophalen, haar nieuwe huisjes bewonderen en uit eten gaan. Mijn voorstellingsvermogen gaat altijd op de loop. Bij een huisje denk ik natuurlijk aan een klein en lieflijk exemplaar midden tussen de duinen, gorgels om je heen en zandhazen, maar niets was minder waar. Ze woonde in een unit die aan het eind van het dorp waren neergezet. Mooie ruimtes met een zit, slaap en woongedeelte, open keuken en badkamer. Knus ingericht met veel kunst en plant.

Haar moeder, de ex van lief, kwam nog even groeten, maar wij zorgden er toch voor dat we op tijd op pad waren. Morgenochtend zou het voor dochterlief vijf uur al tijd worden om aan te treden, omdat ze naar ‘De Overkant’ moest voor haar andere baantje van twee dagen.

We togen naar de Koog, waar het restaurant dat ze op het oog had, dicht was, maar een ander ruim plek bood. Geweldig. Met deze kortademigheid heb ik geleerd om vooral te focussen op kleine porties, dus voor mij een voorgerecht, een vegan voor dochterlief en een vega voor Lief. Heerlijk bijkletsen met tips en tricks voor haar werk in groep 1 en 2 tijdens het smullen.

De tijd vloog om en om acht uur tikte het klokje van gehoorzaamheid. Een stevige omarming met een belofte om gauw weer eens om te komen en naar het hotel. Heerlijk uitrusten op de bedden met een wijntje en een biertje, al mijmerend dat we er goed aan gedaan hadden en dat het voor herhaling vatbaar was.

Overpeinzingen

Dat weet ik zeker

Hè hè ik kan eindelijk vertellen wat dat kleine dingetje van gisteren nu eigenlijk was. Dat was allesbehalve klein maar een hele grote verrassing voor onze lieve zus, die altijd getrouw overal en iedereen van onze grote familie bezoekt en aandacht schenkt.

Onze jongste zus verzon een snelle bijeenkomst met de hele familie, ook die van haar mans kant, bij het van der Valk Hotel in Houten zonder dat ze het wist. Een aantal weken daarvoor had ze al geprobeerd om een groot feest te plannen maar telkens kon het geen doorgang vinden, omdat er mensen verhinderd waren. Met het doorhakken van deze knoop kon bijna iedereen, behalve een immobiele broer en zijn lieve vrouw en een nicht en haar man met hun gezin.

Ze wist werkelijk van niets en schreef onder mijn blog van gister: ‘Een klein dingetje zus? Het was een tsunami’! Heerlijk om zo overrompeld en in het zonnetje gezet te worden en volledig verdiend.

De organisatie in het restaurant was uitstekend. Iedereen had in een mum van tijd een lunch voor zich staan. Zuslief en haar man trakteerden op de drank. Zo fijn voor iedereen, deze bijeenkomst. Ik had het broer en schoonzus graag gegund. Het is toch heel bijzonder dat we er nog alle elf zijn met aanhang.

Het was een aangenaam samenzijn met veel causerietjes en fijne gesprekken, iets om lang op terug te kijken. De cadeautafel vulde zich met lieve attenties. Daar kan ze nog lang op teren, lijkt me en wij allemaal.

Om drie uur ‘s middags verlieten lief en ik als Assepoes het bal, want we wilden de boot naar Texel niet missen. Het was druk op de weg. Twee files om het geduld te oefenen en op het laatste stuk een wonderlijke kruip-door-sluip-door weg in de kop van Noord Holland, richting de aanlegplaats van de boot.

Binnen een half uur waren we op het eiland en toen begon het grote parkeervraagstuk, want daar hadden we ons duidelijk niet in verdiept en het hotel lag midden in het oude Den Burg maar had geen eigen parkeerplekken. Het bleek dat je een E-parkeervignet moest kopen en dan kon je in de rode zone om den Burg heen de auto kwijt. Ze stuurden ons eerst naar de Emmalaan, maar dat was zo ver weg, dat had ik nooit kunnen belopen. Het E-ticket voor een week hadden we inmiddels aangeschaft, maar hoe die rode zone liep was nog niet duidelijk. In de Julianalaan vonden we een plekje, maar moesten toch nog een aardig stukje tippelen met de rolkoffertjes achter ons aan. Van dat geluid worden de omwonenden in de zomer vast en zeker helemaal gek.

De gerant van het hotel, of een van zijn helpers, bleek een allerhartelijkste jongen die onmiddellijk de situatie goed had ingeschat toen ik hem vroeg hoeveel trappen ik op zou moeten. Hij beijverde zich om een kamer op de eerste etage te bemachtigen terwijl die officieel op de tweede lag. Warempel, het lukte hem. Hij droeg galant mijn koffertje. Die ene trap ging net. Joviaal nam hij afscheid.

De kamer is heerlijk. Klein maar fijn. Een mooi en druk restaurant er onder en gezien de klandizie zal het goed toeven zijn. Vannacht heb ik geen oog dicht gedaan maar onze moeder plachtte immer te zeggen: ‘Als je je ogen dicht hebt, rust je ook’. Dat deed ik braaf.

Vandaag gaan we vriendinlief opzoeken, brengen de vier boeken die ze ons in Hongarije had uitgeleend en waar we met geen mogelijkheid aan toegekomen zijn, en kunnen haar appartement bewonderen. Daarna volgt vast een wandeling langs de kust en een gezellige maaltijd.

Wat een mooie dag al met al. Jeugdsentiment met al die nostalgie aan de tafels bij zus en een prachtige historische plek midden in een, voor mij, volkomen nieuw dorp.

Straks waait de zeewind mijn verkoudheid uit mijn lijf. Dat weet ik zeker.

Overpeinzingen

Niets staat ons nog in de weg

Griepachtige verschijnselen probeer ik weg te denken. Er staat immers een gezellig avondje op de rol met onze boekenbabbel. De club van zes, stuk voor stuk lieve vriendinnen en vrienden. Drie om drie en daarom zo goed in evenwicht. De twee die de organisatie op zich hadden genomen kozen de film en het restaurant. Dat laatste was niet zo moeilijk, want het filmhuis bezat een eigen restaurant. Wel had ik gevraagd aan vriendlief die helemaal van een dorp bij Tiel moest komen of hij me op wilde halen, want ik zou het van z’n lang zal ze leven niet redden om een half uur te lopen zoals de anderen deden, omdat de plek van gratis parkeren zover van de bioscoop vandaan was. Met een verkoudheid onder de leden ben ik een hijgend stoompaard en heb daardoor nul energie.

Het was de kleinste zaal van het pand en we hadden de hele achterste rij, maar een van ons moest op de volgende rij zitten. Geen probleem, ruimte te over. De uitgekozen film had als titel: Inshallah a boy. Een op feiten gebaseerd drama over de structurele onderdrukking van vrouwen en meisjes in de Jordaanse samenleving. ‘Een vrouwenfilm’ zei een van ons. Maar achteraf denk ik dat juist de mannen dit soort wantoestanden moeten zien om te begrijpen hoe de levens van vrouwen nog altijd anders ingeschaald worden dan zou moeten.

Hier speelde vooral een erfeniskwestie mee volgens strenge Sharia-wetten die in het land gelden. Vrouwen die hun man verliezen, een dochter hebben, maar geen zoon, raken de helft van hun bezit kwijt aan de schoonfamilie, die natuurlijk semi-behulpzaam en vriendelijk onmiddellijk op de stoep staan en hun deel eisen. Er spelen nog meer nadelige gevolgen voor de vrouwen, die ik niet uit de doeken zal doen, maar die vooral de hypocrisie laten zien die heersend is, uitgelokt door deze strenge omstandigheden. De film start traag maar door het ingrijpende verhaal blijf je tot het eind toe geboeid.

Na afloop was er in de foyer een borrel en moesten we even wachten tot de gereserveerde tafel vrij was gekomen. Iedereen nam een knolselderij-steak maar ik koos de Pad Thai, waarvan ik hoopte dat het niet teveel zou zijn. Toch nog een hele kom vol waar ik maar eenderde van op kon. Gelukkig zijn er altijd hongerige magen in de buurt die een extra aanvulling niet versmaadden.

Het gonsde in het restaurant als een druk bezette bijenkorf op een lome zonnige zomerdag en het was lastig om een algemeen gesprek te voeren. De meningen waren eenduidig over de film en over dit bijzondere samenzijn. Parijs nog eens dunnetjes in de herhaling.

Omdat we lekker vroeg naar de film waren gegaan, waren we niet al te laat weer op weg naar huis. Mijn lieve vriend dropte me vlak voor de deur. Wat een luxe. Dat de parkeergarage sans pitié het volle pond rekende, was met een delen in de kosten nog een beetje te doen.

Thuis wachtte Lief, maar de benauwdheid had een tol geeist. Nu zitten we weer fris en fruitig aan de tafel. De ochtendrituelen achter de rug, de koffers gepakt, nog een klein dingetje en dan wacht Texel. Heerlijk, hoofd en geest goed uit laten waaien. Het is het enige waddeneiland waar ik nooit ben geweest. Ben heel benieuwd. De tank van de auto is vol, het hotel is gereserveerd, de boot betaald, de koffers gepakt en niets staat ons nog in de weg

Overpeinzingen

Wie weet hebben we mazzel

Paaseieren zoeken was altijd de traditie in de familie. Vroeger al met mijn vader en moeder en later in ons eigen gezin. Het moest gek lopen wilden we het een keertje overslaan. Dit jaar is het helaas zo ver. Omdat ik in een weekend de lange afstand wil rijden vanwege de afwezigheid van de vrachtwagens en we de Hof zo missen rijden we met Pasen, dat eind maart/begin april valt, al weg. Onze lieve Cucu wordt dan één jaar, maar dat zouden ze aanvankelijk pas vieren als zijn. moeder jarig was, later in april.

Op zulke momenten begint het hevig te knagen aan mijn oma-en- moederhart. Zo werkt het nou eenmaal. Maar de overnachtingen zijn geboekt. We reizen dit jaar in drie dagen naar Nagypeterd. Iedere dag zo’n vijf uurtjes rijden en dan uitrusten en genieten van de omgeving, dat doorgaans kleine dorpjes zijn. Ik hoop dat er dan veel filmpjes door komen van het eieren zoeken om het gemis te verzachten.

Vroeger moest manlief altijd voetballen, want dan was er een of ander toernooi gepland. Maar ik trok er toch op uit met een tas vol surprise eieren en later kleine eitjes. Vol verbazing meende ik dan hazen te zien, niet zomaar wat exemplaren, maar zelfs één met een mandje op zijn rug, doorgaans in het Julianapark. Alle eieren lagen dan al op de hoge heuvel. De zoektocht op zich was hilarisch. Je had natuurlijk altijd een haantje-de-voorste, die veel te snel was en tot bedaren gemaand moest worden. Dan siste ik tussen mijn tanden, dat ze het tweede of derde ei moesten laten liggen voor de anderen, dat was ook de reden dat we overgingen op kleine gewone eitjes. Dat verhoogde de feestvreugde want het was moeilijker en je kon ze ook hoger verstoppen in de bomen zelf in plaats van alleen aan de voet. Er bleven er altijd wel een paar achter, voor kinderen na ons of voor de kaboutertjes. Wie het eerst komt, het eerst maalt, was dan het devies.

Gisteren heeft zoonlief de biografie van Ostaijen opgehaald. Ik vrees dat we ons nooit gerealiseerd hebben dat het maar liefst 900 bladzijden telt. Het is een uiterst dikke pil en wat me bij de eerste bladzijde opviel is dat de biograaf Matthijs de Ridder hier en daar ook met Vlaamse woorden strooit, zoals ‘Volgens de geplogenheden van het genre’, staat er in een van de eerste regels bijvoorbeeld. Dat zal niet altijd meevallen. Woordenboek erbij. De gedichten behoren tot mijn lievelingen. In die zin lees ik graag over deze bijzondere man met zijn eigenzinnige kijk op het leven.

Vandaag ga ik met de leesclub naar de film ‘Inshallah a boy’ en daarna uit eten. Het wordt een beetje ‘Parijs proeven’. Want daar kijken we met veel warmte en plezier op terug. Sommige gebruiken zijn er om te koesteren.

Voor ons tripje naar Texel van morgen heb ik gisteren alles keurig gereserveerd en besteld. Retourtickets voor de boot, maar ook tegelijk de vignetten voor de reis aan het eind van de maand. Voor Hongarije hebben we een jaarvignet genomen en voor Oostenrijk is een tien-dagen-vignet voldoende. De vakantiewoningen waren al gereserveerd, een in Duitsland en een in Oostenrijk. Eens kijken hoe zo’n opgesplitste reis bevalt.

Verder kent deze maand een overvolle agenda. Dat voelt een beetje als druk, maar natuurlijk toch in de wetenschap dat er daarna een oceaan aan rust zal zijn. Ondanks dat eerste gegeven zoveel mogelijk met volle teugen genieten van de kinderen, van elkaar, van de gebeurtenissen die ons te wachten staan. Met de leuze ‘First things First’ in het achterhoofd en een bijgehouden agenda kan het haast niet verkeerd lopen.

Nu is er eerst de zon, die naar ik hoop veelvuldig te zien zal zijn deze maand. Wie weet, hebben we mazzel.

Overpeinzingen

Hoe meer zielen hoe meer vreugd

Ooit reden er drie van ons met de trein naar Amersfoort. Bakvissen die luid zongen in de vroege ochtend of druk aan het rebbelen waren in de ochtend-duffe coupé. Op die manier slingerden we de gedragen klanken van het ‘Piu Non Si Trovano’ vierstemmig de ruimte in tot groot verdriet van onze ontwakende mede-passagiers.

Nu zaten we gemoedelijk in de huiskamer van een van ons. In die kamer viel ongelooflijk veel te zien aan allerlei Engels aandoende snuisterijen. Dikbuikige theepotten, mooie schaaltjes, vilten poppen, een buste van de Franse Marianne, symbool voor de Triomf van de Republiek, de Vrede en de Rede, broderie, kralen kleedjes en een luxe Tafelboek over de klederdrachten in Nederland.

Bij de koffie heerlijk gebak en daarna gevulde chocolade eitjes. Gastvrouw ten voeten uit. Die kamer was een echo van haar slaapkamer vroeger. Ook toen was het meer een kabinet en keek je je ogen uit. Hoe dicht blijven eenmaal verworven eigenschappen bij de mens. Vriendinlief die nooit mee kon rijden in de trein omdat ze een bus moest pakken vanuit Driebergen behoorde absoluut wel tot de vaste kern.

Vanaf het moment dat we elkaar opnieuw gevonden hadden, kwamen we een keer per jaar minimaal bij elkaar. Vorig jaar werd er zelfs een reünie met de hele groep georganiseerd. Die jaarlijkse ontmoetingen zijn dierbaar. Ondanks de uiteen lopende levens zijn we nog steeds ergens diep van binnen bakvissen, zij het dan toch wijzer en geen spat veranderd qua uiterlijk, maar wel wat verkreukter. Er is een overmaat aan anekdotes en levensverhalen en het schiet heen en weer qua onderwerpen. Lichamelijke kwalen komen ook aan bod, soms luchtig met veel gelach en soms serieuzer met een ondertoon van weemoed door het schrijnend besef nooit meer het tij te kunnen keren.

Er worden tips uitgewisseld. Twee van ons zijn in het onderwijs gebleven en er zijn vragen van de anderen, over bijvoorbeeld kleinkinderen die moeite hebben met het lezen. Het verschijnsel ‘Graphic Novels’ , veel plaatjes en weinig tekst, kende men niet. Ook het Tetris-etsen werd met enthousiasme ontvangen. Door die creatieve wending kwam onze ‘zuster Adolpha’ even om de hoek kijken. De Non die ons tekenles gaf, een goedlachse zuster met een rond vriendelijk gezicht en vol interesse voor onze capriolen. Als je blijk gaf van enige aanleg dan ging ze er helemaal voor. Op de kleuterkweek leerde ik van haar hoe bordtekeningen te maken en daardoor ook het tekenen zelf. In het kiezen van de vorm voor haar lessen haalde ze alles uit de kast. Liefde stopte ze er in en vertrouwen.

Er was ook een moment van mijmering over de moeders, die we allemaal hadden gekend. Hun ‘tel je zegeningen’-stokpaard, hun onverwoestbare optimisme ondanks de ellende die ze hadden meegemaakt. Dat ging gepaard met dankbaarheid voor de tijd waarin we waren opgegroeid, weliswaar met dreigingen, maar nooit met een oorlog, waarbij we dachten dat de mens in het geheel wel wijzer zou zijn geworden en dat men had geleerd van het verleden. Niets was minder waar, helaas.

De dag vloog voorbij en een van ons werd veel te vroeg gehaald. Om half vier stond de vriendelijke chauffeur al voor de deur. Ze was het verst weg op de route die hij moest rijden om diverse mensen thuis te brengen. De rollator paste met groot gemak in de auto.

Met dikke knuffels en een uitgelaten roepen zwaaiden we haar uit, terwijl ze met enige spijt terug zwaaide. Ze had nog veel langer willen blijven.

We beloofden om halverwege het jaar nog eens bij elkaar te komen en de twee meiden erbij te vragen die bij ons groepje ‘Utrecht’ hoorden. Om met onze moeders te spreken: ‘Hoe meer zielen hoe meer vreugd.’

Overpeinzingen

Tijd te over

Ziezo, het huis was gepoetst tot in de kleinste details. Visite is altijd handig om eens even goed door te pakken. De benodigde energie was er. De dag daarvoor had ik al heerlijke chocola gehaald en kruidcake gebakken. Alles was klaar voor ontvangst van mijn lieve vriendinnen. Lief was naar Utrecht en schoondochter had haar lunch opgehaald en mee naar boven genomen. Van te voren werden de lekkernijen in mijn mooiste schaaltje geschikt en afgedekt. Muntblaadjes met de wortels in het water gestopt om zo op tafel te zetten. Sommige houden van sterk en anderen weer van slap, dus er viel op die manier zelf te kiezen.

Een van hen had lopen dwalen door de wijk, ze kon de oneven nummers niet vinden. De twee zussen kwamen stevig stappend van de bushalte gelopen. Handig dat die zo dichtbij stopte, al moest je daarvoor wel heel Nieuwegein door, vonden ze. Dat is waar, maar op de terugweg zouden ze helemaal tot aan de Neude kunnen blijven zitten. Het had z’n voordeel.

De boeken kwamen te voorschijn, mijn achterbuuf van de tuin had haar hele verzameling Theo Thijssen meegenomen met nog een paar extra boeken die over waren en die men mee mocht nemen. Ik wilde dolgraag Kees de Jongen lezen en Het grijze kind en nu ben ik dus in het bezit ervan. Boffen.

Eerst moesten we de lange winterstop bij kletsen. Er waren verdrietige dingen en gezondheidsperikelen, maar ook de krenten uit de pap werden gedeeld. De muntthee vond gretig aftrek. Daarna was er tijd voor de boekbespreking. Allereerst vond ik het bijzonder dat we in mijn ouderlijk huis niets van zijn oeuvre hadden. Vermoedelijk omdat hij een SDAP-er was, maar die reden kwam uit geheel eigen koker. Mijn vader was niet bepaald een socialist.

De moeder van de achterbuuf was in dezelfde tijd als Thijssen in de Jordaan opgegroeid en het hele boek was een Aha-Erlebnis geweest. Thuis was het boek van de Jeugd een soort halve bijbel, stukgelezen en wel. Haar moeder was enkele weken voor deze bijeenkomst overleden. Dat maakte het heel dubbel om dat leven van haar moeder zo uitvergroot terug te lezen in de uitvoerige beschrijvingen van de Jordaan, omdat de antwoorden op haar vragen nu onbeantwoord zouden blijven. Ze lepelde een van de liedjes van vroeger op die haar moeder ook voor haar had gezongen, woord voor woord en zin voor zin. Zij en de zussen kwamen uit een gereformeerd-, ik uit een katholiek-en-Utrechts nest, misschien speelde dat ook nog een rol.

Wel waren we het er over eens dat het boek een goed beeld gaf van het volkse Amsterdamse leven en dat werd als zeer plezierig ervaren, temeer omdat we tot nu toe biografieën hadden gelezen van personen uit de hogere kringen. Het leven van Thijssen gaf herkenning bij de achterbuuf en mij. De zussen hadden een tamelijk welgestelde oma en kwamen uit een ander milieu.

De vergelijkenis tussen de misstanden binnen het onderwijs van vroeger en nu bleken in bijna alle facetten nog steeds even schrijnend te zijn. Grote klassen, leraren tekort, financiën, methodieken, achterstanden van arm en rijk en daarbij zagen we ook in de politieke carrière van Thijssen dezelfde vermeende, in stand gehouden, problemen.

De vele herhalingen en het ontbreken van de juiste bronnen waren minpuntjes van de biograaf, maar verder hadden we ervan genoten. Het bleek dat we toch allemaal met een of twee benen in het onderwijs hadden gestaan. Dat maakte het zo herkenbaar.

Voor de volgende keer hebben we een biografie van Paul van Ostaijen, door Matthijs de Ridder geschreven. Een lijvig boekwerk van 700 bladzijden, maar we gokken erop dat er nog al wat van zijn gedichten in staan. Dat is dan toch weer andere bladvulling door al die witregels. Daarbij waren er tips voor nog wat niet te versmaden literatuur. Straks als Lief en ik terug in de Hof zijn hebben we tijd te over.

Overpeinzingen

Goed toeven in fijn gezelschap

De autobiografie over Theo Thijssen is uit. Zodra je je door de eerste hoofdstukken hebt geworsteld en daarbij door de hoeveelheid namen, scholen, bonden en partijen begint voor mij het verhaal pas echt. Vooral de hoofdstukken over onderwijs, het persoonlijk leven en zijn schrijfcapriolen boeiden zeer. Vlot geschreven en levendig. Af en toe valt de auteur Peter-Paul de Baar in de herhaling en heeft hij wat aannames, maar kalm maar gestaag wil je door tot aan het eind.

Natuurlijk snor ik het Theo Thijssen-museum op dat vlak bij de Westertoren ligt en loop al zijn literaire werk na. Zijn kritieken op andere schrijvers zijn niet mals en hij kan er behoorlijk op los briesen. Een vergelijk met Kloos komt om de hoek kijken. Die kon er ook wat van. Aan de andere kant sabelde de gevestigde literaire orde zijn werk ook te neer. We weten wel beter. Als iets goed geschreven is dan beklijft het en Kees de Jongen is er nog steeds. Zoals een van de mensen van het museum opmerkt: ‘Het is geen Bestseller maar een Longseller’, en dat is voor een schrijver het hoogste goed.

Zoonlief heeft de zolderkamer opgeruimd en al de overbodige voorwerpen op het halletje gestald. Lief komt in actie en brengt samen met hem het een en ander naar de containers maar we doen met z’n tweeen ook een rondje stort. Opgeruimd staat netjes is het devies en zo is het maar net. De oudste wil de afgedankte opruimbakken hebben, dus die stoppen we vast in de auto. Wie schrijft, die blijft.

Bij de supermarkt kies ik lekkere trakteersels. Chocola met cranberry en de witte versie ervan en schrik van de prijzen van gebak, enzovoort. Bovendien niet specifiek erg gezond ook nog. Dan maar zelf aan de slag en ik ga voor een kruidcake. Gemakkelijk en snel klaar. Vanmiddag komen de dames van de bioclub op bezoek. Dan kan ik ze wat voorschotelen. Ben benieuwd hoe zij het boek ervaren hebben.

Gisteren video-belde kleinzoon me, die zijn portfolio had gebracht bij de nieuwe school, waar hij ook een motivatiegesprek moest voeren. Hij had het goed gedaan vond de mevrouw waar hij mee sprak en zeker het etsen ging ze ook uitproberen. Over twee weken kreeg hij de uitslag en dan volgde eventueel nog een loting. Dat wordt dubbel hard duimen. Ik gun hem die leuke opleiding met heel mijn hart.

Nu kan ik eindelijk aan het andere boek beginnen: De Moeders van Mahipar van Foruch Karimi en dat komt goed uit want we hebben een klein tripje naar Texel op de rol staan. Aanstaande zondag nemen we de boot en zullen vier dagen kunnen genieten van vriendinlief en Lief zijn aangewaaide dochter. De laatste heeft daar een baan op school gevonden en woont er nu. De oorspronkelijke wortels liggen ook daar want haar moeder komt van Texel.

Ik ga natuurlijk op zoek naar de Gorgels, dat kan niet anders en dan ‘s avonds naar de zonsondergang kijken op een duin of naar de vlucht van een zeemeeuw, zoals Jochem Myjer ons liet zien in zijn laatste prachtige theatervoorstelling: ‘Adem in, Adem uit’ en hoop dan stiekem wat van die kleine wezentjes te zien langs schichten. ‘Joebelabambam’.

Maar voor dat alles gaan we met de leesclub zaterdag aan de rol, borrel, film, etentje, in die volgorde. Parijse sferen dunnetjes over doen. Het is altijd goed toeven in fijn gezelschap.

Overpeinzingen

Om bij te schrijven in de annalen

De workshop zondag was ongelooflijk leuk. Niet alleen omdat het met kleinzoon was, maar vooral omdat hij er zo serieus en gedreven mee aan de slag ging. Van te voren had ik hem alles uitgelegd. Na even nadenken kreeg hij een lumineus idee. Dat kon je aan hem zien, want een brede glimlach brak door en daarna liet hij me bij elke vordering raden wat het was.

Pas toen hij twee rondjes boven in de vorm kraste, ontdekte ik dat het waarschijnlijk een spook was. Omdat hij het werk nodig had voor zijn portfolio liet ik hem ook echt de onderwerpen en de uitvoering ervan helemaal zelf bedenken en doen. Bij de een na laatste sessie voerde hij elke handeling nauwgezet uit. Hij had het zich echt niet gemakkelijk gemaakt. Een helikopter in de lucht en een man die in de open deur hing, klaar voor een sprong.

Vooral het pasta-apparaat was populair. Dochterlief en schone zoon kwamen hem ophalen met dribbel en bij de demonstratie die daarna volgde met als onderwerp het planetenstelsel, verloor hij tijdens het strippen een paar planeten. Een mooie les, want hij was hals-over-kop aan de gang gegaan en minder secuur geweest.

Dribbel had op het einde ook een inventief idee. Hij wilde een blaadje door het ‘spaghetti-gedeelte’ draaien. Daarvoor moest hij op een standje minder, maar toen had hij een heel mooi geshredderd gordijntje. Dat is precies hoe het proces werkt. Kunst inspireert tot nieuwe kunst.

Werken, kletsen, spelen, plannen maken. Wat een heerlijke productieve middag.

De volgende ochtend, gisteren dus, al vroeg uit de veren om om tien uur dochterlief, de Filosoof en tante Pollewop op te halen. We hadden afgesproken naar Naturalis te gaan. Lief ging ook mee. Laat het gebouw nou op het oude terrein van het toenmalige AZL zijn gebouwd. Tussen alle hoge torens van nieuwbouw waren nog nostalgische blikken te werpen op de oudbouw van ons oude opleidingsinstituut hier en daar. We dachten dat het niet druk zou zijn op maandagmorgen, maar dat was een kleine vergissing. Heel Holland had nog een studiedag. Maar het immens grote gebouw bood plek aan iedereen zonder dat je overlopen werd. Wat een veelheid van informatie krijg je daar. Alles wat je maar wilt weten over de ontstaansgeschiedenis van de aarde en alle ontwikkelingen ervan, zijn er te vinden.

We begonnen bovenin, omdat we daar met de lift naar toe konden om vervolgens lopend af te zakken. De koffie boven werd ons door de neus geboord want het buffet was gesloten, maar de kinderen konden hun boterhammen eten en genieten van het uitzicht over Leiden in de nissen van de ramen.

De eerste twee onderwerpen waren niet de minste. De Verleiding en de Dood in volle glorie ten toon gesteld. Pittige onderwerpen maar leerzaam. Dood is niet eng. Dood helpt andere dieren en organismen om weer voort te kunnen. Alles heeft functie en staat in verbinding met elkaar. Zo zwierven we er tussen rond en genoten. Het was teveel om nauwkeurig te bekijken. Hier en daar een focus op dat wat de aandacht trok.

Verder dwaalde we door de tentoonstellingen over de ijstijd met de geweldige mammoetgeraamtes, de vroege mens, de dinotijd met de grootste en imposante Plateosaurus, een Triceratops en een Tyrannosaurus, Trix gedoopt, in volle glorie met animatie erachter, de evolutieleer, het leven en de aarde. De twee laatste zalen hebben Lief en ik niet meer gezien. Het werd steeds drukker en warmer, benauwder dus ook. Wij gingen samen bijkomen in het restaurant met een glas water en dochter en de kinderen bezochten de laatste twee zalen. Daar komen we nog eens voor terug, want ze zijn zeer de moeite waard. Dat was te zien in de etalages aan de straatkant. Indrukwekkend opgezet groot wild. De science experience bewaarden we ook voor een volgende keer.

Tussendoor een kopje soep voor ons en taart voor de kinderen en aan het eind chocomel, twee knuffels voor hen en een dappere dodo voor ons samen, die ik op mijn trui spelde.

Op de terugweg werden er verzoeknummers aan mijn Spotify toegevoegd met de grootste pret als Sire steeds wat anders van de titel maakte. Maar zo vloog de duur van de rit voorbij en hadden we veel lol. Thuis had schoonzoon zich in de keuken uitgeleefd. Een heerlijke rijsttafel als afsluiting en twee dagen van goud om bij te schrijven in de annalen.

Overpeinzingen

Eens kijken wat er uit de koker komt

Sinds de wolven op de Veluwe rondlopen, zijn er nu tevens meer raven te vinden. Zo werkt dus de biodiversiteit. Raven azen op de restjes die de wolven laten liggen. Die natuurlijke cyclus heeft me vanaf het begin geboeid. De natuur is zelfredzaam, zolang wij de ruimte geven om haar haar gang te laten gaan. Boeiende ontwikkeling.

Gisterenochtend had ik ineens de geest en ging toch maar eens focussen op het tetra-etsen. Met de pennetjes die in het kleipakket zaten viel er een haarscherpe lijnets in de verpakking te krassen. Om de delen die zwart moesten blijven te verkrijgen, moest de bovenlaag ervan weg gepeuterd worden. Veel tijd was er niet. Dat vroeg om een snelle schets, gekras en gepeuter. De kleine Khadi-velletjes had ik vlak ervoor nat gemaakt. Het pastamachientje stond in de aanslag, klaar voor gebruik. Op 9 was de kleinste stand, waardoor er veel druk uitgeoefend zou worden, bleek uit een proefpakketje.

Inkt op de glasplaat, uitrollen, de schets in-inkten en het verwijderen van de overtollige inkt met een prop keukenpapier. De ets tussen twee papiertjes door de machine heen en ziedaar. Er was resultaat. Fijn om het even uit te proberen voordat kleinzoon en ik er vanmiddag mee aan de slag gaan. Toen we na de verjaardag boodschappen gingen doen in de supermarkt kwamen we zoonlief tegen en zijn gezin. Extra knuffels voor de kleine Cucu en de uitnodiging om de gespaarde waterpakken te komen halen, extra grote schetsvellen dus. Alles ligt klaar, het atelier kan beginnen.

Wat moest je toch kopen voor iemand die niet meer rookt, niet meer drinkt en vooral graag met de handen werkt. Twee bossen tulpen samengevoegd met siertakken ertussen maken samen lente in de kamer. Zo’n cadeau voelt altijd goed. Teruglopend naar de auto kwamen we schoonzus tegen die broerlief in zijn rolstoel voort duwde, omdat ze ook een cadeau gingen kopen. Het huis van de jarige was voor hen gelukkig op rolafstand. Een vluchtige kus en een ‘tot zo’. Ze waren er eerder dan wij met de auto.

Zoals te verwachten zat de huiskamer vol met visite om broer/vader/eega eens uitgebreid in het zonnetje te zetten. Doorgaans heeft hij daar zelf ook een groot aandeel in. Mocht de buurt niet weten wat er aan de hand was met al die auto’s die alle parkeerplaatsen op het kleine pleintje bezet hielden, dan werd het hen duidelijk met het grote bord 75 voor het raam. Aan de grote tafel was er plaats omdat net een deel van de visite al weer vertrok. Het wisselen van de wacht. Daar zaten we dan als familie van het feestvarken zoals de Tantes Nel, Coba en Annie en de ooms Cas, Ap en Co als de oudere garde zaten toen wijzelf jonger waren. Er viel veel bij te kletsen en natuurlijk kwamen er de nodige sterke verhalen om de hoek kijken. Achter elkaar bleven er hapjes komen, al dan niet gefrituurd. Voor zuslief, broer en voor mij was het gesprek op afstand moeilijk te volgen met alle geluiden die over elkaar heen buitelden. Met de komst van de derde broer op rij en zijn vrouw werden de anekdotes nog eens stevig aangedikt. Zoals altijd bij gezelligheid vloog de tijd.

Theo Thijssen smeekt me om de laatste 50 bladzijden te lezen. Nou vooruit. Om 13.00 uur gaat het grote feest met kleinzoon beginnen. Eens kijken wat er uit de koker komt.

Overpeinzingen

En dát kunnen we alleen maar beamen

Gisteren konden we het pastamachientje op de kop tikken. ‘Tje’, want het was veel kleiner dan het in mijn beleving moest zijn. Maar ach, dit was de goedkope versie. Kijken of het werkt, dit systeem en of het zich een beetje goed houdt. Daarna kan er altijd nog een duurder exemplaar of een kleine drukpers aangeschaft worden. Vandaag maak ik een proefdruk. Ben benieuwd.

In de Olifantsoor, de Alocasia, zit een bloemknop. Sommige experts raden aan om die eruit te knippen omdat het de plant veel energie kost, maar dat vind ik zo tegennatuurlijk. Ik laat haar lekker haar bloem en vrucht dragen. Het is een pronte dame en een beetje opsmuk zal haar sieren.

Het hoofd zit in de henna. Ik vroeg me af of ik dat niet eens bij een kapper zou moeten laten doen, maar aangezien het goedje binnen een kwartier ingepakt en wel op mijn hoofd zit, wegen de kosten van de kapper niet op tegen de minieme arbeid, die ik er aan moet besteden. Twee uur intrekken moet het toch, daar of hier. Ik mis dan natuurlijk wel die heerlijke massagestoel, waar ik een keer eerder al kennis mee heb gemaakt. Zal ik Lief eens extra lief aankijken?

Broer wordt vandaag 75. Het is de broer direct boven mij, de zesde in de rij. Hij viert het als vanouds met voldoende hapjes voor een heel weeshuis, waar hij zelf de zorg voor neemt. Altijd gezellig druk en vol. Zo leuk om iedereen weer te zien. Er valt doorgaans heel veel bij te babbelen.

Gisteren kwam ik het heen-en-weerschrift van onze groep tegen. Vriendinlief en ik beschreven elkaar de beslommeringen van de dag en de aandachtspunten, soms staccato, soms in vogelvlucht, soms uitgebreid. Met een tikkeltje weemoed lees ik de berichten:

Lieve…Heerlijke drie dagen gehad, zitten goed in het project, hebben veel mooie dingen gemaakt, een reuze worm/een wormenhotel/een zee met tante Kwal en haar vrienden de vissen, de krab en de kreeft.

Berichtje terug: Ha die lieve…Heerlijke dag met leuke ateliers. (Bijna)Alle vogels vliegen. Boven op de keukenkastjes staat een bak met materialen voor mijn atelier van volgende week en mijn planning zit voor in de map, mag het daar blijven 😉

Ach ja, wat waren we een reuze-team. Het blijft een mooie periode om naar om te zien. Ik weet niet meer waar het was, dat ik ergens las dat je minder achterom moest kijken. Maar daar heb ik wat kanttekeningen bij. Ik koester met liefde de gouden herinneringen. Daar groei ik nog altijd op. Het bord dat ik van haar kreeg bij mijn jubileum staat bij het fonteintje van het toilet beneden, met de gevleugelde uitspraak: ‘Een huisje van goedheid en vreugde’ en altijd voeren die woorden me terug naar ons samen. Ik gebruikte die zinsnede in alle toonaarden.

Dochterlief schreef ook een overdracht in het schrift, na een dag dat ze had ingevallen in de groep. Dat is toch heel bijzonder, dochterlief in mijn voetsporen. Ze is nu alweer heel lang leerkracht en voelt zich, net als ik, helemaal thuis en op haar plek in de onderbouw. Het is de vrijheid die je daar hebt, los van de methodes. ‘Geen lesjes’, zegt Theo Thijssen, ‘Volg het kind. Die schrijft de eigen ontwikkeling’. En dát kunnen we alleen maar beamen.

Overpeinzingen

Over nuchterheid gesproken

Wanneer zijn die wolken nou eens uitgelekt. Opnieuw een regenbui nadat gisterenavond Louis van zich liet horen met krakende takken en kreunende bomen, een stevige woei rond het hoekhuis. Achteraf viel het mee, alles staat er nog op het balkon. Hoe het in het land is weet ik niet. Hier is nu nog een klein staartje van de storm te horen.

De kauwen gaan er anders mee om. Ze vliegen omhoog en laten zich dan op de wind weer naar beneden buitelen. Het is een koddig gezicht. Ze hebben afgesproken met elkaar, dat is wel duidelijk. In ieder geval vliegen er steeds grote plukken zwart door de lucht. Dartelend en wel. We kunnen veel van ze leren. Zit het weer tegen? Buig het om tot voordeel. Stampen in de plassen, druppels vangen op je tong, je laten voortstuwen door de wind, modderkastelen bouwen. Alles wat ik met de kinderen van de groep ook zou doen.

Ergens lees ik in een column dat iemand vroeger op kamers ging en het Margriet-kookboek van haar moeder kreeg. Toen ik met Lief naar Leiden vertrok op mijn achttiende jaar gaf mijn moeder mij ook een kookboek mee, van Libelle. Ik kon al koken want dat hadden we wel geleerd in de periode dat alle zeilen bijgezet moesten worden om de monden te kunnen voeden. Helpende handen waren nodig. Dus schilden we de aardappels, dopten de doperwten, lazen de tuinbonen, stopten de andijvie tot vijfmaal toe in het ijskoude water van de badkuip en maakten de spruiten schoon. De aanvoer ging per kist doorgaans. De tafel lag vol en wij zaten er omheen. Koken kregen we met de paplepel ingegoten.

In het huis aan de Hoge Rijndijk waar we destijds terecht kwamen, woonde een meisje beneden ons die in paniek met een blik doperwten naar boven stormde en vroeg wat ze er in godsnaam mee moest doen. Daar heeft onze wijze moeder ons voor behoed. Wij hielden er van om ‘de eigen bonen te doppen.’ Helaas heb ik door vroeger wel een broertje dood overgehouden aan de was. Overal hing was als het niet buiten kon hangen. De strijkbout hadden we in de jaren zeventig allang uit ons studentikoze leven verbannen. Kreukels zakten er wel uit, was ons motto. Was in de kamer was pure armoe. Maar ja, het kon niet anders. Er was geen droger en er was geen tuin of balkon drie hoog. Dan maar een wasrek aan de deur.

Al gauw kwam er een klein Indisch Kookboek naast het lijvige Libelle-werk te staan en begon mijn geëxperimenteer met al die nieuwe kruiden en exoten die steeds vaker in de schappen lagen en zeker te verkrijgen waren bij de toko in een steeg van de Breestraat. Het was te danken aan het kwart aan Indonesisch bloed dat Lief had meegekregen van zijn vader. We kochten een gietijzeren Wadjan en een natuurstenen Tjobek, een rib uit ons arme studentenlijf. We hadden op een gegeven moment in betere dagen zelfs een abonnement op TongTong en bezochten ieder jaar de grote Pasar Malam in den Haag.

Maar er was geen google, er waren geen online recepten, video’s of instructiefilmpjes. Experimenteren en met vallen en opstaan wijzer worden. Gerechten, Indonesisch gekruid met Hollandse nuchterheid.

De wadjan is er nog, de Tjobek staat in de kast en mijn moeder zou zeggen: ‘Eigenlijk geen geld als je bedenkt dat het al 54 jaar meegaat.’

Over nuchterheid gesproken.

Overpeinzingen

Om het gemis te verlichten

Dankzij de biografie over Theo Thijssen wordt het me eens te meer duidelijk dat de wereld een perpetuum mobile is en blijft. Ze draait door en niet alleen dat, maar valt voortdurend in herhalingen. Mij is altijd geleerd dat het leerpunt van een mens ligt bij de imperfectie. Fouten maken mag. Daarnaast stoot een ezel zich niet twee keer aan dezelfde steen, vertelde men mij vroeger vaker dan ik het horen wilde. Knoop het in je oren. Nou, het zit erin gebakken hoor, in het systeem. Maar wat schetst mijn verbazing bij het lezen van dit stukje geschiedenis over het onderwijs en een stuk politiek. In al die jaren, in dit geval een eeuw lang en nog langer, is er helemaal niets veranderd. Men bakkeleid nog steeds over dezelfde issues. De grootte van de groep, de gelijktrekking van de salariëring, de methodes die men moet gebruiken, wat het meest belangrijk is bij de geboden stof, de bezuinigingen, het inzetten van onbevoegde leerkrachten, de spelling.

De huidige onderwijsperikelen zijn een blauwdruk van de wederwaardigheden waar Thijssen cum suis mee te maken hadden

In zijn periode van volksvertegenwoordiger, hij zat in de tweede kamer als SDAP-lid, was het al niet veel beter. Het geharrewar en het getouwtrek over de diverse belangen namen al net zo’n vlucht los van de reuring in de wereld. Hadden we er zo langzamerhand niet veel wijzer door moeten zijn?

In de jaren ‘30 van de vorige eeuw paste men de weelde-belasting toe. Men steggelde vooral over wat je daar dan onder moest verstaan. Een wasmachine, een diamanten ring, een villa in Wassenaar. Wat voor de één bittere noodzaak was, was voor de ander niet meer dan normaal. Zo heeft men de tijd tot nu toe stuk geslagen. Weelde belasting. Iets om over na te denken. Tegenover al die daklozen en op drift zijnde vluchtelingen mogen we ons nog wel eens achter de oren krabben met dat dak boven ons hoofd.

In de krant van vanmorgen staat een Essay van Marli Huyer, een filosoof. Het gaat over rouw. Een zinsnede valt me op: ‘Een gat in de ervaring’. Gaten zijn er om gedicht te worden, maar soms vallen ze eenvoudigweg niet te dichten en blijven ze al dan niet schrijnend open. Gaten worden door mij vaak geassocieerd met leegte. Rouw ook. In die zin is het een mooie metafoor. De persoon is weg, er is een lancune ontstaan. Ze verhaalt van een vriendin waarmee ze altijd ging schaatsen en toen die weggevallen was, schaatste ze nog steeds met die vriendin. Haar verbeelding zette de vriendin voorop en daar zwierden ze als vanouds in een treintje achter elkaar.

Elke Acer die ik zie geeft een speciaal gesprek weer dat ik voerde met mijn lieve vriendin die jaren geleden overleden is. Altijd zitten we, zoals toen, onder een oude beuk in het Wilhelminapark wat uit te rusten op een bankje. Zij vermoeid door het gebrek aan energie. We tanken even bij en ik vraag haar naar een symbool voor haar leven op school. Ze wil niets, maar een boom dan en welke. Beslist noemt ze de Acer. Zonder gedenkplaat, zonder opsmuk. De Acer in al haar schoonheid. Bij elke Acer, groot of klein, die ik nu zie, zit ik weer met haar op het bankje onder de beuk. Zo werkt dat. Het gat heeft zich wel degelijk gevuld met de verbeelding. Ze is bij me. Zo voelt de filosofe het ook. Iedere schaatstocht die ze onderneemt is in het gezelschap van haar overleden vriendin.

Een gat in de herinnering waar verbeelding is om het gemis te verlichten.

Overpeinzingen

Als hopelijk de stilte overheersend is

Op naar Kootwijkerzand en vergeten dat het natuurlijk heuveltje op en heuveltje af gaat en soms hoger dan dat, bovendien door het rulle zand, dankzij de regen van de afgelopen maanden. Het was er wel prachtig en weids. Zandvlaktes zover als je kon kijken met in de verte nog hogere heuvels. We hielden de route angstvallig in de gaten, want als je hier zou verdwalen had je gemiddeld een dag nodig om je auto terug te vinden. We besloten wel het rechte pad te verlaten en een kronkelpaadje te kiezen. Was het vragen om moeilijkheden? We waagden het erop.

In alle rust zouden we ons midden in de woestijn wanen van Arita Baaijens, die we gisteren over haar filosofische buien in de Sahara hadden horen praten. Eerst moesten we voorbij de enorme vrachtwagens lopen, die de gevelde boomstammen met het nodige geraas op hun laadbak aan het takelen waren. Toen we bij de zandvlakte zelf aankwamen hoorden we ineens een dreigend geratel gevolgd door nog meer van dat onheilspellende geluid. Schoten en een mitrailleur wisten we intuïtief. Daar ging het vreedzame plan om het ego onder de loep te nemen. Natuurlijk werden er ergens vlakbij militaire oefeningen gehouden. Ik vroeg me af wat dat voor de dieren moest betekenen. Er scheen een kudde rond te lopen gezien de vlaaien en ook waren er vogels, die zich nauwelijks lieten zien.

Na een best nog snijdend windje en wat heuvels besloten we toch terug te lopen. Dan maar richting het Veluwemeer hadden Lief en ik bedacht, richting Stroe en Garderen en daarna koers naar Harderwijk. Toen we voorbij de Harskamp kwamen wisten we waar de oefeningen van het leger hadden plaatsgevonden. Natuurlijk, niet aan gedacht. Er was een grote legerbasis in de buurt.

Harderwijk was niet langer het lieflijke plaatsje tussen de stadsmuren, zoals we ons dat herinnerden, maar de haven is nu een grote kuil met zand en heipalen en er omheen waren allerlei nieuwbouwwijken, waarbij ze sommige de schijn van oud hadden willen meegeven, maar nogal pompeus. De oude molen met het museum vielen daardoor een beetje weg, het Veluwemeer was welhaast onbereikbaar. De tomtom dwong ons telkens een wijk in te gaan, waar geen parkeerplaatsen waren of naar een hele grote parkeerplaats waarbij het lang lopen zou zijn om het IJsselmeer te kunnen zien. Door alle bouwactiviteiten was ook de haven minder aantrekkelijk.

Dan maar naar een hotel langs de weg die aan het Veluwemeer stond. Eindelijk. We zagen water, vrijelijk en veel onder het genot van een heel erg late lunch, maar het kon allemaal de pret niet kreuken. Regen bracht ons daarna gezwind weer thuis, waar een film over Einstein de beloning was.

Vanmorgen héél vroeg liet een merel wel een uur lang zijn trillers horen. Hij zat vlakbij en floot uitgebreid het lied van de wisseling van de seizoenen. Bijna lente. Ik kan niet wachten.

Er loopt inderdaad een kudde Wisenten rond in de duinen bij Kootwijkerzand. Dat moest haast wel want er was flink tegen de bomen aangeschuierd en overal lagen kleine wit afgeschuurde stukken hout en bast. De Wisenten hadden we graag gezien. Een volgende keer, misschien op een zondag, als hopelijk de stilte overheersend is.

Overpeinzingen

Daar kan er niet genoeg van bestaan

Gisteren na de vierdelige serie met de opname in Kootwijkerzand wilde ik spontaan richting die zandduinen op de Veluwe. De app gaf aan dat het een goede drie kwartier rijden was. Het viel dus alles mee. Maar de lentelucht waar we mee wakker geworden waren had haar grauwe jas opnieuw aangetrokken. Jammer. Zo’n prachtige plek verdient mooi weer.

Lief vraagt aan mij of ik me kan voorstellen dat een theelepeltje ‘ster’ een miljard ton zou wegen. Een onvoorstelbare dimensie. Ik ben een ei, want heb geen idee. Zwaarder dan die flat?, De Eiffeltoren? Oneindig veel meer dus, nauwelijks voor te stellen. In mijn hoofd gaat het verhaal haar eigen werkelijkheid spelen. Ik zie een vrouwtje theelepel door het heelal zweven en goedmoedig naar links en rechts knikken om iedereen te begroeten en aan te moedigen om hun dag te vullen met liefde. Ze haalt het zilveren theelepeltje dat aan haar riempje bungelt naar boven en doopt het voorzichtig in het sterrenstof. ‘Goud op zilver brengt liefde en geluk’ mompelt ze. Ze spoed zich richting aarde en voorzichtig tikkend tegen haar lepeltje strooit ze het over de mensheid. Een beetje meer in Rusland, een beetje meer in Amerika, een beetje meer in Israel als ze er stiekem een snufje menslievendheid door heeft gekruid.

Zo werkt dat in mijn hoofd. Zeker met onvoorstelbare dingen maar ook met kunst. Ooit, lang geleden, zat ik in het gemeentemuseum, het huidige kunstmuseum, in Den Haag voor het schilderij van Breitner. Het heette De Waspit. Ik zag een jonge vrouw met opgeschorte rokken. We moesten er een verhaaltje bij verzinnen en vanuit dat verhaal, door details weg te laten of juist te noemen, te komen tot een gedicht. Het is iets wat op mijn lijf geschreven is. Zo verdwijn ik in een doek. Niet moeilijk als je helemaal alleen bent met het schilderij en in die gewijde zaal vlak voor het doek je voorstelt dat je in de tijd van die waspit leeft. Ongetwijfeld haast ze zich, ze moet snel zijn, dat vertellen haar opgeschorte rokken.

Nemo Kennislink vertelt dat de kunstenaar het meisje waarschijnlijk in een snelle schets heeft gevangen vanuit zijn huis aan de Lauriergracht 8 in Amsterdam. De schets is door twee onderzoekers van het Rijksmuseum gevonden in een van zijn vele schetsboeken. Dat wist ik nou weer niet. Dat geeft een extra dimensie aan het verhaal. De schets is snel opgezet, in zwart krijt. Op de andere bladzijde staat ze daarom dun gespiegeld.

Ik kan de foto nergens terug vinden. Ik weet dat ik het op de computer heb opgeslagen. Op dit moment kan ik er niet in. Ik weet ook dat mijn eigen opschrijfboekje nog ergens rondzwerft. In ieder geval is het een fijne manier om naar kunst te kijken omdat het tafereel op het doek op die manier bezieling krijgt, ook al is het een eigen interpretatie die daar aan ten grondslag ligt. Toch eens vaker op die manier er weer naar kijken.

Het hoofd zit vol fantastische verhalen. Steeds denk ik dat ik er wat mee moet, maar ach. Ik heb ze bewaard en dat is voldoende. Is dat zo? Ineens is er het besef dat mensen in landen die nu zo verschrikkelijk verwoest worden, ook van alles bewaard hebben. Wat op internet zweeft heeft daardoor misschien nog wel waarde, maar schriftjes, schets-en-dagboekjes, zoals er hier in huis zoveel rondzwerven, niet langer dan dat ze er zijn.

Ik geloof dat ik vrouwtje Theelepel maar weer op laat draven om wat geloof, hoop en liefde te scheppen uit die onmetelijke kosmos. Daar kan er niet genoeg van bestaan.