Overpeinzingen

Het blijft altijd weer een feest

Het is vakantie rondom ons, dat was goed te merken. Het parkeerterrein van Voorlinden was overspoeld door auto’s met Duitse, Belgische en Nederlandse nummerplaten. Geen greintje kans op een parkeerplek, of wel. Mannen in gele hessen liepen speurend rond om daarna de nieuwkomers met een armzwaai te wijzen waar er nog wel plek was. We moesten een stuk lopen om bij het museum zelf te komen waar de tentoonstelling van Ron Mueck onder andere was met ‘de grootste soloshow ooit’ volgens de website. Toch meen ik meer beelden van hem bij elkaar gezien te hebben in De Hallen in Haarlem, jaren geleden. Daar zaten ook de meest ontroerende bij zoals het slapende oudje in het veel te grote bed of de grote hurkende ‘Boy’ en de pruilende man. Prachtige beelden, stuk voor stuk. De fascinatie van Ron Mueck behelst hyperrealisme, schaalvergroting en verkleining en het spelen met buitenproportionele verhoudingen.

Het feit dat we me z’n drieën waren maakte er een heel bijzonder bezoek van ondanks de drukte. De dochters genoten. We lieten de lange rijen voor sommige van Muecks beelden voor wat het was en diepten ‘het hoofd’ dat daar te zien bleek, later op uit de catalogus. Toch meegekregen haha. In feite waren er drie ‘tentoonstellingen’, Cloudwalker en Mueck en de vaste collectie Highlights. Cloudwalker is een wereld waarin diverse kunstenaars hun dromen hebben omarmd en gestalte gegeven. Bij de film ervan, waar gelukkig bankjes stonden, werd ik vanuit het begin van de zaal vriendelijk toegelachen. Ik kon nog niet helemaal zien wie het was, tot we naar een volgend onderdeel wilden en we haar met een vriendin konden begroeten. Het bleek een van de lieve medewerkers te zijn van Kunst Centraal, waar ik jaren kind aan huis was geweest. Waarom doet het het hart toch altijd weer zo goed een vertrouwd gezicht uit het verleden te zien. De zoveelste deze dagen. Het is het weekend van de Nostalgie met een hoofdletter.

De dochters bekeken de beide winkels uitvoerig en ik kreeg een handige opvouwbare rugtas van hen, alvast voor mijn verjaardag. Een lichtgewicht en minder zwaar dan het zwarte rugtasje dat ik nu had. Natuurlijk moest alles bezinken, dus liepen we langs de wuivende bloemenvelden van Piet Oudolf die door stemmig kleurgebruik een lust voor het oog waren, naar de grote bruine tent, waar je een kop koffie kon krijgen. Ze hadden enkel muffins en appeltaart als lekkers erbij. Natuurlijk, het ging erin als koek, mooi en behapbaar, letterlijk.

Even zon voelen op de bleke huidjes en frisse lucht snuiven, omdat het binnen toch wel erg vol en benauwd was geweest. In eerste instantie hadden we wat harde stoeltjes, maar even later kwamen drie diepe stoelen vrij. Het lijf strekte zich behaaglijk, niet minder door de warmte van de zon. Het voordeel van een hele dag met elkaar zit ‘m ook het delen van de verhalen en gedachten. Het voelt al snel als een paar dagen weg. Het was vijf uur toen we er weer wegliepen. De dames wilden even toiletteren, maar het museum was al dicht. ‘Dan gaan we in het restaurant, daar waren we de vorige keer ook geweest‘, zei de oudste. ‘Dan eten we er gelijk een klein hapje’ opperde de jongste. Dus zaten we in de sfeervolle ruimte op de valreep nog achter een pinsa, een Italiaans platbrood met knoflook, feta, rode uien, tuinkers en yoghurt en zes bospaddestoelen-bitterballen met truffelmayonaise. Heerlijk, precies wat we nog nodig hadden.

Terug wandelend wees ik de dametjes op de kabouterboom, dochterlief ontdekte daar een zwembad bij in de vorm van een hartje, langs de wuivende grassen en het water, langs de Lakenvelders met hun karakteristieke witte band in het midden en wandelden op ons dooie akkertje naar Truus, die nu helemaal alleen in de laatste rij stond.

Kunst en cultuur snuiven met twee lieve mooie dochters. Het blijft altijd weer een feest.

Overpeinzingen

Al het kruid was nog niet verschoten

Broer werd tachtig en gaf een ouderwets feest met een coverband die veel Stones-nummers speelden. We waren er op één na allemaal, de hele familie bijna compleet, krasse knarren, mijn zeven broers en mijn drie zussen. Wat een ongedwongen sfeer, we genoten. Als er vanaf een wolkje werd toegekeken, dan weet ik zeker, dat mijn moeder ongekend trots mee zat te wiegen met haar telgen.

Niet alleen de muziek dook met ons het verleden in, maar het waren ook de gezichten die ik tegenkwam, waarvan ik bij sommige hard moest nadenken eer het kwartje viel en de jeugdige contouren weer zichtbaar werden. Een buurmeisje van de overkant die, geen spat veranderd, onmiddellijk tot een hartelijke omhelzing overging en een uit het oog verloren vriendin. Daarnaast lieve neven en nichten, waar al heel wat jaren lagen tussen de laatste keer en deze ontmoeting. Iedereen heeft een gezin, beslommeringen, een eigen leven. Levens raken elkaar aan bij een dergelijk samenzijn.

Een van de redenen, waarom ik niet veel meer bij optredens ben van de oude band is omdat de muziek altijd onder mijn vel kruipt, in mijn benen en tenen gaat zitten en ik dan niet anders kan dan alle lichamelijke beslommeringen opzij te walsen, letterlijk en figuurlijk. Dat onze familiegenen allemaal met dat gegeven waren gevoed bleek wel uit het feit dat we bijna allemaal op de dansvloer stonden en zelfs mijn oudste broer op de valreep nog een nummertje meedeed. Het feestvarken mocht het podium op en kreeg de microfoon in zijn handen, zong zijn stem boven de instrumenten uit, zijn longen uit zijn lijf. Groot applaus en een stralend hoofd. Zo wil je wel tachtig worden.

Tussen elk nummer door was het happen naar zuurstof. ‘Je gaat te snel’, vond mijn jongste broertje. ‘Nee joh, dubbele passen, malle, maar altijd in de maat’. Zingen en dansen, de lang vervlogen jaren van de Toucan met zuslief en de avonden met de band in vol ornaat in een ogenblik terug. Bam.

Toch was er tussendoor nog een goed gesprek mogelijk. De uit het oog verloren vriendin en haar man bleken in IJsselstein te wonen en een aantal van mijn vrienden te kennen. Ze woonden naast een oud-leerling van me en hadden het regelmatig over mij gehad. We vertelden elkaar onze levensverhalen van dan af tot nu toe in een notendop, lief en leed, en in een oogwenk waren we terug in dezelfde sfeer van vroeger. Volksdansen, studie Nederlands, de uren blokken tussen de luiers op het middeleeuws tot vier uur ‘s nachts aan toe, het was er allemaal.

Met neef ontstond spontaan een gesprek over loslaten en opvoeden en hoe moeilijk het was om je eigen ervaringen los te weken en een nieuwe vorm van omgang te vinden met je eigen kroost en om ouderlijke gevoelens, onzekerheden en angsten niet bepalend te laten zijn in hun leven, juist als de onderlinge band tussen ouders en kinderen zo hecht is. Mooie waardevolle momenten in een kakofonie van al dat geroezemoes door de hoeveelheid gasten.

Buurmeisje wist mooie verhalen op te lepelen over mijn vader en de bus met het bagagerek er bovenop, de imperiaal, die zwaar beladen en hoog opgetast diende om het hele gezin naar Duitsland, Oostenrijk of zelfs Spanje te brengen. Wie deed dat nou in die tijd. We schrijven midden jaren zestig. Het was een unicum in de straat.

Ouderwets, zoals het vroeger een schoolfeest betaamde, floepten tegen half tien felle lichten aan. Haha. Bleke snoeten of juist opgewonden konen en een snelle actie om de zaal voor de volgende ochtend kerkbestendig te krijgen. Het leven gaat door.

Arme kleinkinderen die er ook waren en die een hele avond naar een stukje jaren zeventig hadden moeten kijken en luisteren. De dochter van nichtlief fluisterde me in het voorbij gaan toe, dat ze liever had willen ‘hakkuh’. Zelfs dan was de familie los gegaan.

Het feest was een straatlengte ver, heen was ik komen lopen en terug werd ik keurig net door oudste broer en schone zus afgezet. Met een mooi beeld van allen op het netvlies ook al waren we net niet helemaal compleet. Rijkdom aan ervaringen. Even een teug verse lucht en dan vier kleine trappen op, dat ging net. Al het kruid was nog niet verschoten.

Overpeinzingen

Vooral met dank aan de gember

En ineens zit er een eekhoorn in mijn hoofd. Dat kwam door kleindochter, die graag wilde dat ik haar leerde hoe je een eekhoorn moest tekenen. We zochten op afbeeldingen en kwamen er op twee uit, volgens de karakterbeschrijvingen van het verhaal, dat schone dochter haar elke avond voorschotelt. Sprekend deze twee, volgens kleindochter. Dan slaan we aan het kleuren. Hoe lopen de haartjes, hoe zit het met licht en donker, turen, kleuren, turen, kleuren en dat met zes verschillende tinten. Drie kleuren bruin, wit, oker en zwart.

Ik vroeg haar wat ze later wilde worden. Kunstenaar. Even later: Of je daar veel geld mee kon verdienen. Natuurlijk kwam er een relaas over ‘volg je hart’. Na een tijdje alles overdacht te hebben, ‘En juf’, ter compensatie van het geld verdienen. Ik haalde kunstvriendinnen aan die van hun werk kunnen bestaan, omdat ze niet anders kunnen en willen. De Hoge school voor Kunsten kwam ook om de hoek kijken. Ze is nog jong en er kan nog van alles veranderen.

Ik dacht aan mijn groep, die jarenlang ‘De Apen’ heette en na een vernieuwing, frisse kleuren, andere leiding, ineens ‘De Eekhoorns’. Die naam hadden we samen verzonnen, mijn lieve vriendin en collega en ik. Maar oh wat moeilijk om er na zo’n 25 jaar Apen aan te wennen. Het viel niet mee.

Van de week keken we foto’s of iets dergelijks met de filosoof en tante Pollewop. Ineens kwam daar Piet ter sprake, je weet wel, de vriend van Sinterklaas. En helaas zit de naam verkeerd geprogrammeerd in die oude genen van ons. Minstens vijftig jaar lang. Dus betrapte dochter mij op die oneffenheid. Zo’n gewoontedier.

Gek genoeg was het lied; ‘Het is feest in de eekhoorns’ leuker dan ‘Het is feest in de apen’, terwijl we wel dezelfde grapjes erbij uithaalden. Eerst gewoon zingen, dan heel zacht en daarna heel hard voor oma of opa op een wolk, of papa of mama op hun werk in weet-ik-veel-waar. Dan kwam een van de teamleden met de handen tegen de oren aanlopen om te kijken waar al die herrie nou voor nodig was. Grote hilariteit. Het zijn de kleine dingen die het doen.

Een kampdag bij het Henschotermeer in Woudenberg. Weinig kruip-door-sluip-door qua paden en toch een speurtocht. De spanning zat in het verhaal erom heen alsof er, bij elke boom die we tegen kwamen, iets te voorschijn kon springen. De opwinding was voelbaar. Het zit hem niet in bombarie maar het opwekken van die vervoering met simpelweg het verhaal. Inderdaad. Het zijn de kleine dingen.

Met een van de jarige zonen at ik Sushi mee, de andere was uit eten met zijn vrouw. Ze hadden in de buurt een oppas voor de kinderen gevonden. Een tweeling betekende altijd delen en je in tweeën splitsen. Het is wel eens gebeurd dat ik van Volendam naar Nieuwegein moest sjezen om bij beider belangrijke eindwedstrijden van het voetbal van het jaar te kunnen zijn, een prent ten spijt op de A2. Ach ja. Mijmeringen over vroeger. Het kan me zo maar overvallen. Door gebeurtenissen als deze of zomaar, ineens, onaangekondigd en over de meest uiteenlopende onderwerpen.

Bij de Sushi zat ingelegde gember, iets wat ik heerlijk vond en zij altijd terzijde schoven. Ook nu had schone dochter het laten verdwijnen, niet in de prullenbak gelukkig, maar in de tas van het afhalen. Die gember en de saus proefde ik net wel. Samen met de structuur van de rijst en de avocado en komkommer. In het geval van Truus zonder smaak ‘Alsof er een engeltje over de tong fietste’ vooral met dank aan de gember.

Overpeinzingen

Tanden op elkaar en gaan

De tweeling is jarig. 39 Jaar geleden reed ik naar het Antonius in Nieuwegein met de dagboeken van Vasalis onder mijn arm, een fles wijn en ik kocht in het winkeltje twee beertjes, een witte en een lichtbruine, voor de arts die me zo vriendelijk zou begeleiden. Ze waren maar liefst een maand te vroeg terwijl we het pas met 26 weken wisten. Was alles al in gereedheid gebracht voor de komst van de twee. Haha, nee hoor, dat was het bij geen van de telgen en nu dachten we nog een maand te hebben. We hadden twee mooie meisjesnamen uitgezocht in de vaste veronderstelling dat wij een echt meisjesgezin zouden blijven met die twee grote dochters van ons en deze twee. Het was nog niet zo algemeen om het geslacht voor de geboorte te laten vast stellen. Bovendien lieten we ons graag op de natuurlijke wijze verrassen.

Nou dat laatste was een feit toen bleek dat er twee jongetjes in mijn armen lagen. Een ervan moest direct door naar de couveuse, want hij had wat in de verdrukking gezeten door zijn iets zwaardere, zes minuten oudere, broer. Ze kregen ieder een naam uit het grote ongewisse en die paste wonderwel bij die van de dametjes. Omdat ze net geen 2400 gram wogen was het een mooie bevalling en duurde alles precies een paar uurtjes. Geen centje pijn op die manier.

De mussen vielen van het dak van de hitte, maar ik was verlost van mijn buik. Heerlijk hoor en met de jongens was verder alles goed. Zeven verwendagen in het ziekenhuis en ‘s nachts op de zusterpost voeden, omdat het zo vertrouwd was er te zijn. De vader van de twee timmerde in allerijl een babykamertje in elkaar, de meisjes kregen tot hun grote vreugde de zolder. Een bewogen en drukke periode brak aan.

Ze vieren het niet of in hele kleine kring. Volgend jaar wordt een jubileum. Maar we zijn ook aan het kijken of we dan naar een familiehuis kunnen met elkaar zoals we gewend zijn te doen als er genoeg geld in onze gezinspot zit. En dat is het geval. Mooi werk. Dan vieren we het samen-zijn, een mooi en bijzonder gegeven.

Gisteren dacht ik dat de buikgriep alweer de kuierlatten had genomen, maar toen ik wat kleding uit ging zoeken om weg te brengen naar de kringloop bleek al gauw dat mijn hoofd er klaar voor was maar mijn lijf iets anders in gedachten had. Na een boodschapje was ik compleet gevloerd. Alweer pas op de plaats.

Tijdens het winkelen wist ik ineens waar ik trek in had. Springrolls. Van die luchtige groenterolletjes in rijstevel met wortel, paksoi, komkommer en paprika en een sausje van ketjap met vissaus en citroen. Als je luistert naar dergelijke ingevingen, dan ben ik er van overtuigd dat het op dat moment kennelijk goed voor je is. Het is namelijk geen dagelijkse kost.

Zonder voetbal is de rust weergekeerd en kan je weer stappen maken. Geen tuin dus nog, dat moet wachten tot volgende week. De lichte maaltijd bereiden en bankhangen met voldoende leesvoer om me heen. Vandaag maar eens kijken hoe en wanneer ik de jongens liefdevol kan omhelzen. Het is ook de laatste schooldag voor alle kleinkinderen en dochterlief. Ach die enorme hectiek van de laatste dagen als je eigenlijk al op je tandvlees loopt. Sterkte lieverd. Tanden op elkaar en gaan.

Overpeinzingen

Met de koerende duif erboven

Kort maar krachtig. Zo kan ik het buikgriepje omschrijven. Alsof je iets verkeerds gegeten hebt. Toen eenmaal alles binnenstebuiten was gekeerd, sudderde het hier en daar nog maar was het ergste leed geleden. Tja wat doe je op zo’n dag. Dan zijn de telefoon en ipad wel fijn voor dat broodnodige contact met de buitenwereld en met lief, die een tikkeltje bezorgd, maar niet té, naar het welzijn hengelde. Ons devies is een gevleugelde uitspraak van thuis’ We zijn niet van suiker’. Zo is dat.

Mijn taalcursus Hongaars neemt op deze manier een voorsprong. Met grote stappen sjees ik door de stof heen en herhaal en herhaal, om die oude grijze hersencellen maar te stimuleren. Een en ander beklijft niet meer zo makkelijk en helemaal niet als de begrippen welhaast ongrijpbaar zijn door de wonderlijke samenstellingen van letters. Vanmorgen belandde ik bij het hoofdstuk ‘meervoudsvormen‘. Dat is helemaal niet te doen. Stug volhouden.

Spannend, de eerste oploskoffie gaat erin. Ik blijf nog een tijdje hier boven, want je weet het maar nooit hoe de aangedane darmpjes daarop reageren.

Natuurlijk toch gisteren voor de wedstrijd naar beneden gegaan en genoten van de zee aan oranje. Enig chauvinisme is op dergelijke momenten op z’n plek. Ach, wat zal ik er van zeggen. De jongens deden hun best. Xavi schoot zijn team met een prachtig doelpunt de vermeende hemel in. Een scheidsrechter en een Var die niet goed genoeg observeren, is nou eenmaal iets waar niet tegen te vechten valt. Of wil ik het te graag. Gedane zaken nemen geen keer en het leven gaat weer door. Zoals ik naar Lief appte, ‘Het is voetbal en in de aard maar een spelletje’ Al is het die status al lang voorbij gestreefd. Ik was een tikkeltje bezorgd om de teleurstelling en het verwerken ervan bij het enorme oranje-legioen, maar op een paar hooligans na scheen de schade mee te vallen.

Lezen probeerde ik gisteren ook. Een stukje Tom Lanoye en een stukje Murat Isik, maar het koste moeite om de aandacht erbij te houden. Steeds betrapte ik me op een staren in het oneindige of op het feit dat, dwars door de te lezen zinnen heen, de tuin doorsijpelde of Lief en het vele werk in de tropenhitte. Er is daar namelijk een hittegolf gaande met temperaturen tegen de veertig graden aan. Lief doet het werk in de ochtenduren van vijf tot elf en daarna is het vooral verkoeling zoeken op schaduwrijke plekken of in het huis, dat met haar dikke muren de warmte prima buitensluit.

Zoonlief haalde voor mij bij de winkel ijskoude watermeloen, beschuit en een schaaltje vruchten. Ik had er onbedaarlijke trek in. Waarschijnlijk bevatte het iets wat het lichaam nodig had. Dus daar peuzelde ik in de avond van al waren mijn ogen groter dan mijn maag.

Als alles goed blijft gaan kan ik vanmiddag nog wat verhapstukken op de tuin. Er staat verder niets op het programma. ,

Stef Bos mijmert over het dwars-door-de-tijd-reizen dat je als oudere vaker kan doen, eenvoudigweg omdat er minder te doen valt en we echt aan onszelf toe mogen komen. Hij vertelt dat je er echt maar weinig voor nodig hebt om te vertrekken dan je verbeelding en een trigger en noemt dan ‘koerende duiven‘.

Onmiddellijk ben ik terug in de beginjaren tachtig, waar ik in de wijk een vrouw verpleegde die ernstig ziek was. Ik draaide er nachtdiensten.. Het was zo’n klein dorpshuisje in een smalle straat met een enorme ouderwetse boerentuin erachter. Om aan de bedompte lucht te ontsnappen die er in het piepkleine kamertje hing, ontgrendelde ik de achterdeur en liep even het paasje op de tuin in. Boven mijn hoofd koerde een duif. Indringend. Ik stond stil en luisterde. Keek naar de bloeiende dahlia’s en vond het maar oneerlijk, dat lijden der mensheid daarbinnen dat in groot contrast stond met het vredige tafereel daar buiten, slechts door een muur gescheiden. Stef heeft gelijk, want elke stap die ik daar deed, staat in mijn geheugen gegrift met de koerende duif erboven.

Overpeinzingen

Gelatenheid en berusting

Vandaag blijf ik in bed. Het is geen protestactie, al zou dat met al het geweld om ons heen op z’n plaats zijn. Weer een ouderwets jaren-zeventig-geluid voor de vrede. ‘Make love not war’.

Op dit ogenblik zou ik het vooral tegen mijn vege lijf willen zeggen. De darmen zijn een coupe aan het plegen en ondermijnen het dagelijks gezag. Waar het maar mogelijk is, storten ze leeg. Het zal geen lang schrijven worden.

Buikgriep ofwel een noro-virus, zoals griepalert.nl me leert, heerst al een tijd binnen het gezin. Ze waart sluipend rond en besmet alles wat binnen haar bereik komt. Onze stad stond nog niet bij de plaatsen waar ze graag vertoeft, dus heb ik me opgegeven als buikgrieper. Een beetje afleiding, want alle andere zaken, kleinzoon, de familie van zoonlief en de tandarts zijn afgemeld. Voor de tandarts staat er alweer een nieuwe afspraak volgende week.

Alle dingen die nog moeten gebeuren maken pas op de plaats. Boven in het koppie is het zo duf, dat druk maken om dat soort dingen niet mogelijk is. Er heerst een sfeer van gelatenheid en berusting.

Overpeinzingen

Luchtbellen in de sloot

De zwaluwen zijn druk, ze vliegen niet al te hoog. Het kan duiden op het verwachte onweer en de regenvlagen die zijn voorspeld. De witte gordijnen bollen op bij een zachte bries, voorlopig wijst er niets op dat wat ons te wachten staat.

Gisteren heb ik minuten lang in de sloot op het tuinencomplex staan kijken. Telkens schoten er luchtbellen naar boven. Een bellenblazer op de bodem van de sloot. Wat zou het zijn, snoek, kikker, ringslang, alle drie verwoede zwemmers en bewoners van het rijk onder de plompbladeren. Verscholen onder een lieflijke aanblik van de gele bloemen en haar grote zonneschermen. Hoe lang ik ook tuurde en keek, niets liet zich zien.

De aanblik van de tuin was nogal chaotisch, dus moest eerst de voorkant worden aangepakt en opgeruimd. ‘Weet waar je aan begint, dame’. De kruiwagen opzichtig op het pad geplaatst, zodat de enorme manshoge brandnetels driedubbel geknakt en geveld er in konden worden gegooid. Sommige hielden zich angstvallig vast met hun wortels. Bij het trekken voelde ik vooral mijn schoudersbladen als plots de gang gestaakt werd door het verzet. Verdraaid nog aan toe, wie is hier het sterkst. Toegegeven in sommige gevallen toch echt de brandnetel. Ik zal straks de schepel nodig hebben. Na de netels kwamen de wilgen. Snoeimes en zaag in de aanslag. Hé er groeien pruimen aan de boom bij dochterlief in de tuin en peren. Dicht bij de boom snoeien, anders moet je twee keer knippen. Tijd is kostbaar op de tuin, want vaak is er een chronisch tekort aan.

Ik maakte hoopjes brandnetel en hoopjes wilgentenen. Hier en daar zelfs een overhangende tak van een vlier. De boef had zich innig verenigd met de kers in de hoek. Dat was eigenlijk niet de bedoeling. Bij dit werk kan je je mateloos te klein voelen. Zoals Jesus Christ in de gelijknamige film riep: ‘There is too little of me, don’t crowd me’. Dat gevoel dus, maar dan met al die oprukkende planten en bomen. Het is niet moeilijk om er een scène van een tekenfilm van te maken of een hoofdstuk van een boek,. Het lijkt ook op de oprukkende kerken die Stach vervaarlijk dichtbij zag komen in Koning van Katoren van Jan Terlouw. Ken uw klassiekers. Dat soort beelden schieten door me heen terwijl de handen en de armen gestaag doorwerken. Verder denken gaat niet.

De tjiftjaf laat zich horen en de merel hipt door de omwoelde aarde. Van thuis had ik de koelkastmagneten uit de diverse musea meegenomen, die prijken nu op de buitenkant van het atelier, daar waar de verf afgebladderd is. Helaas te weinig om de hele plek te beslaan, maar het schiet al op. Sparen dus en in de kringlopen zoeken naar andere magnetische voorstellingen die te gebruiken zijn.

De netels komen op de overvolle berg compost en de wilgentakken verwerk ik voor een deel tot schoof en staak, als de achterbuurman me enthousiast begroet en een praatje komt maken. Hij vertelde over zijn vakantie en ook over het feit dat hij slecht sliep. Net als ik lag hij vaak te malen over dit kabinet, de schertsvertoning bij de debatten en niemand die een mond opentrekt om het land te behoeden. Gebakken lucht van machtsmisbruikers. Conclusie: Blijf schoonheid scheppen en halen uit het kleine geluk om je heen. De kinderen en kleinkinderen, de natuur, het maken van een mooi eiken bankje of een nieuw schilderij. Natuurlijk geeft ook dit klaaglied daarmee een positieve wending zodat we weer ons weegs kunnen gaan.

Inmiddels is de middag omgevlogen en laat ik de boel de boel. Wat nu niet gebeurt, komt de volgende keer aan bod. Hoogste tijd om te speuren naar de luchtbellen in de sloot.

Overpeinzingen

Tijd om thuis bij te tanken

Gisteren had ik, om wat inspiratie op te doen, de televisie om 12 uur aangezet en viel met mijn neus in de boter. Het filosofisch kwintet onder leiding van Arnold Grunberg had als item ‘De rechtsstaat, autocratische verleidingen’. Aan tafel zaten de auteur Tom de Lanoye, auteur en historicus Annelien de Dijnen, publicist en redacteur Casper Thomas en essayist Arnold Heumakers.

Was het toeval dat ik in de vroege ochtenduren de podcast van Maarten van Rossem over dit onderwerp had gehoord. Heerlijke televisie voor wie even iets anders aan het hoofd wil hebben en graag het hoofd mag buigen over dit soort verdiepende items. Iets wat doorgaans met Lief een gewoonte is en hier schromelijk gemist wordt. Voeding voor de geest en de ziel. Arnold Grunberg is een fijne gespreksleider. Van de mensen die aan het gesprek deelnamen kende ik alleen Tom de Lanoye.

Ik las hun doopcelen allemaal nog eens na op wiki en kwam erachter dat een boek van de Lanoye, ‘Sprakeloos’,dat over de beroerte van zijn moeder ging, waardoor deze amateur-actrice en schrijversmoeder haar spraakvermogen kwijt raakte, hier in de kast stond. Onopvallend en muisstil. Had ik het gelezen? Bij de eerste bladzijde kwam het me volkomen onbekend voor en ook het verder bladeren hielp me niet als geheugensteun. Ik nam me voor om tussen alle andere boeken door ook deze mee te nemen. Het onderwerp sprak me aan, het ergste wat je kon overkomen als schrijversmoeder en niet onbelangrijk, heel erg herkenbaar.

Het was vlak voordat ik naar zoonlief reed om het cadeau op te halen voor Dribbel, die die middag zijn verjaardag voor de familie zou vieren. Het paste tussen voor en achterbank. Dochterlief zou het eruit halen. Zoonlief liet me eerst even al zijn kluswerk aan huis zien. Hij had een prachtig bed gemaakt voor zoonlief, een soort king-size kinderledikant met uitgang. Het zag er fantastisch uit. Hij heeft het zichzelf allemaal aangeleerd onder het motto: Al doende leert men of misschien wel volgens het lofwaardige principe van Pippi Langkous: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het kan’.

Bijna iedereen was op het feest, vroeger of later, alleen was de helft van de familie van zoonlief met buikgriep thuisgebleven. Daarna konden de cadeautjes worden uitgepakt en hadden we geen kind meer aan de kleintjes, die met veel decibellen de nieuwe fiets hadden ingewijd net als de Hot Wheel autobaan met diens autootjes. Super cadeau en super lawaai.

Toch konden we in een knusse formatie, de dochters op de grond en schone zus en ik er naast, oma in de schommelstoel, een heerlijk gesprek voeren over huishoudens, over leiding geven, over organiseren. Alle begrippen kwamen langs. Organisatievermogen, chaotisch handelen, geleide chaos, gestroomlijnd uitvoeren en elk van ons paste wel de een of andere handschoen. Bij mij was het vooral vroeger en in de groep een geleide chaos. Met duidelijke begrenzingen, dat wel, maar mogelijkheden te over om nieuwe uitdagingen aan te gaan door de veelheid van materiaal. Dat laatste zorgde er ook voor dat vooral de structuur voor anderen niet altijd even makkelijk te doorgronden was.

Een voorbeeld: Ooit keek ik op een school waar ze de lego in de kast tot op de bouwsteen hadden uitgezocht en gesorteerd. Geen grote rommelbak waar je zomaar ineens op nieuwe ideeën kon komen, maar de steentjes droog en keurig netjes in bakken en bakjes. Alle sjeu van het fantaseren in de kiem gesmoord. Weg oplossingsgericht denken en creatieve kijk op de dingen. Alles volgens het vermeende boekje.

Daarna kwamen de begrippen ADHD en het ADD aan bod. De dochters hadden altijd gezocht naar de bron van dat alles en gisteren kwamen ze bij mij uit, omdat ze me creatief vonden en altijd bezig van alles en nog wat te verzinnen. De hyperactiviteit in de zin van gedachtenstorm herken ik wel, maar de concentratiestoornissen niet. Juist als ik ergens iets aan het voorbereiden ben, projecten, verhalen of anderszins, lukt het me uitstekend om de aandacht vast te houden en kan ik er helemaal in op gaan.

Het was een heerlijk gesprek, even de diepte in met elkaar. Daarna aten we allemaal samen. Pompoensoep met kaasbroodjes. Dribbel was op en top jarig. Om half zeven viel ik bijna om van vermoeidheid. Tijd om thuis bij te tanken.

Overpeinzingen

Tel je zegeningen

In de vroege ochtend luisteren naar de lijzige maar rake woorden van Maarten van Rossem. Alleen in bed is toch een wereld van verschil zo in de vroegte. Hij bespreekt in zijn podcast samen met Tom Jessen deze ‘kamer’-week. Mooie nieuwe termen worden uitgevonden. Theatrale autocratie bijvoorbeeld en daarmee slaat hij de spijker op z’n kop wat betreft de autoritaire houding van Wilders tijdens het debat van deze week. Vroeger zou men zeggen dat het één grote poppenkast was, een schertsvertoning. Zouden er al diverse mensen ontdekt hebben dat ze zich hopeloos vergist hebben tijdens de verkiezingen. Ik ontdekte dat ik kon puzzelen en luisteren tegelijk. Dat is een win-win in tijd, want beide doe ik graag.

Inmiddels heb ik er al weer een aantal lessen Hongaars opzitten. Door de herhaling beklijft het langzaam maar zeker. Het is een moeilijke taal met woorden die absoluut buiten mijn comfort-zone liggen. Het geheugen kraakt en piept dan ook, maar het is goed voor me, deze verfrissende nieuwe stap. Het hoort ook bij het andere thuis en geeft daar nog meer inhoud aan. Ik zal de tijd prijzen dat ik een eenvoudig gesprek met de buurvrouw of de caissière aan kan gaan.

Vandaag is het Dribbel zijn feest. We hebben als familie op marktplaats een fiets voor hem gevonden die zoonlief helemaal heeft opgeknapt en die nu met een nieuw zadeldek, een vers gespoten kettingkast en een nieuwe bel, met zijn naam op het frame staat te shinen. Hel geel dus goed zichtbaar.

Oranje gewonnen. Het koste me wat moeite maar ik ben wakker gebleven. Ik wilde ze almaar vooruit praten. Hup jongens, naar voren, niet achteruit voetballen. Met dergelijke landsbelangen worden het altijd ‘onze jongens’. Misschien ook wel omdat mijn leven op de zaterdagen zich grotendeels langs de lijnen afspeelde. Als moeder van de twee die in het eerste speelden. Eerste klasse, hoofdklasse, topklasse. Jaja, dan mag je eindelijk een woordje meespreken.

Die twee fanatieke voorste zwart-witjes

Ooit verguisde ik het voetbal, omdat in ons gezin thuis de weekenden altijd rond de bal draaiden. Zelfs mijn moeders befaamde soepen, vooral gemaakt voor de jongens van het eerste, die dan bij ons kwamen eten op zondag. Dat was gezellig, maar de wedstrijden draaiden vooral om mijn vaders stemverheffingen tijdens de wedstrijd. Hij bulderde zijn aanwijzingen als een orkaan het veld over. Oef, als puber val je dan ten prooi aan een ongekende schaamte.

Het liefst liepen we met moeder rond de velden en genoten van de kleine natuur die er ook was. Een mooie bloesem, een oude boom, een madelief en mooie luchten. Uit moeders tas kwamen steevast krentenbollen en als we flesjes gingen rapen konden we wat lekkers kopen in de kantine en duimen dat er niet verloren werd, want dan waren de rapen gaar. Er voetbalden altijd twee of drie broers mee in het eerste, die het daarna voor hun kiezen kregen. Bij voorkeur tijdens de maaltijd.

Met de jongens zou ik het anders doen. De kantine ging ik nooit in. Bij regen en ontij stond ik alleen langs de kant en ving hun blikken en de duimpjes omhoog.

Straks videobellen Lief en ik elkaar. Even bijkleppen en gedachten uitwisselen. Lang leve de moderne mogelijkheden. Zo dichtbij en toch kilometers ver weg. Alsof we naast elkaar op de bank zitten of aan de keukentafel. Gisteren keken we tegelijk de wedstrijd. Dat was ook al leuk. Met vriendinlief had ik het over dat gemis, maar realiseerde me net op tijd dat haar man vorig jaar overleden was en dat mijn gemis een bleek aftreksel was van dat grote definitieve afgesneden zijn. Mijn gemis is te overbruggen, letterlijk en figuurlijk. In kilometers, in decibellen en in beeld online. Oplosbaar leed.

Tel je zegeningen.

Overpeinzingen

Nog een horde brandnetels te gaan

Alsof alle neuzen in Nederland richting Breitner wezen, zo druk was het op de parkeerplaats en evenredig druk in het museum. Niet gereserveerd, realiseerde ik me bij het zien van al die auto’s. Prachtig plekje weten te veroveren op de parkeerplaats en daarna was er nog een gaatje in het museum over om half twee.

Een half uur om te overbruggen was te doen. Kon ik gelijk even peinzen over de pakjes die die ochtend waren bezorgd. Een prachtige rok met grafische opdruk en een heerlijke zomerse top met daarbij ook het pak met de Olieverf en de drie losse kleuren, twee gebrande Omber en een gebrande Siena. Een assorti voor het atelier op de tuin en een Siena en een Omber voor hier thuis.

Ziezo nu kan ik elke aanvechting om te schilderen gaan honoreren, waar ik ook ben. De losse tubes zaten vermomd in een doos voor pigmentpennen, gerecycled materiaal dus, dat was een pre. Ook de opvulling van het pakje bestond uit papieren zakjes gevuld met oud karton en papier van de firma. Eveneens te prijzen. Weg met al die plastic luchtzakjes die er anders voor gebruikt worden. Het half uur wachten vloog voorbij.

Breitner schilderde in de beginperiode voornamelijk paarden op de hem zo ingenieuze wijze met een steeds losser wordende toets, maar de Dam-taferelen en zijn meisjes in kimono staan me het meest na aan het hart. Wat een heerlijke belevenis om er oog in oog voor te staan en elke streek verf in me op te nemen. Ook zijn etsen en krijttekeningen zijn niet te versmaden. Het was gelukkig drukker in het restaurant dan in de zalen met zijn doeken, dus kon ik iedere keer van doek naar doek hoppen waar weinig tot geen mensen voor stonden. Alle aandacht was mogelijk.

In de museumwinkel vond ik een mooi boek over het fluoriserende licht in de natuur, vuurvliegjes, kwallen, inktvissen, paddestoelen en andere schimmels en algen worden er in beschreven, achteraf gezien toch nog iets te ingewikkeld voor de filosoof en tante Pollewop, maar zo prachtig en het samen met een boek van David Mitchell, ‘Wolkenatlas’ en zes kunst-onderzetters liet inpakken. ‘Wolkenatlas’ intrigeerde omdat de schrijver volgens het parool ‘Je van het begin tot het einde aan een draadje houdt’ en omdat de titel me intrigeert. Vooruit, doe eens gek en kietel jezelf als gemis van Lief voelbaar is, wat had ik graag met hem door het museum willen wandelen.

Met een hoofd vol inspiratie op weg naar dochterlief en haar gezin. Ik zou mee-eten hadden we afgesproken, maar eerst hadden we zomaar Quality-time omdat de kinderen ergens aan het spelen waren. Lekker theeën met z’n tweeën en bijkletsen, naar de verbouwing van de inloopkast kijken, honderd-en-een onderwerpen de revue laten passeren tot de kinderen en paps thuis kwamen en alle aandacht naar rapporten, school, werk, voetbal, politiek en andere belevenissen ging. Ze maakte in de wandelgangen een heerlijke vegetarische noedelsoep die met stokjes en lepel gegeten werd, waarbij tante Pollewop de show stal door twee handen te gebruiken bij de stokjes.

Dochterlief had als tip een Emmaus-kringloop in haar buurt waar goede boeken te krijgen waren, ze had zelf er drie boeken van Roald Dahl op de kop getikt voor weinig. School had twee summiere verslagen meegegeven van de twee met lovende woorden. Een elastieken kleindochter en een hele sociale kleinzoon. Ja dan moet er uit oma’s knip natuurlijk wel wat pecunia voor de spaarpot komen, wat met glunderende blikken werd aanvaard. De filosoof had een verzoekje aan mijn adres. Hij en zijn zus wilde graag met me tekenen en schilderen. Gaan we doen straks op de tuin. Maar eerst moet daar de boel aan kant. Nog een horde brandnetels te gaan.

Overpeinzingen

Met open ogen zelfs

En het water sopt alweer van de daken af en blaast bellen en belletjes in de plassen op de vloer van het balkon. Ik hoor het aan de manier waarop ze neer plonzen, maar ik heb goede hoop. Gisteren begon het ook zo en toch bleef het daarna de hele dag droog en scheen zowaar de zon in de middag.

Dat betekende dat de tuin onder bereik lag. Ondanks dat het de hele nacht geregend had was het nog steeds droog op het enigszins verharde pad langs de sloot. Geen diepe moddervoren van de fietsers die naar hun tuinen reden, niets van dat alles. Er viel gewoon goed door te stappen. Gelukkig maar.

Vandaag zou ik het afmaken. De grote strijd tegen het zevenblad. Ik weet het. ‘If you can’t beat them, eat them’. Mooier valt het niet te zeggen. Dankzij de vorige buurvrouw hebben dochterlief en ik nu te kampen met de naweeën en die liegen er niet om. Bloeiend zevenblad valt maar op een manier te elimineren, met de hand plukken en hopen dat geranium en bosaardbei de strijd onder de grond verder zullen beslechten en dat zevenblad niet meer opgewassen is tegen die overmacht van vernietiging en het afremmen.

In de oude tuin bij de Maarseveense plassen was het een ware plaag geworden. De gewoonte toen was om de wortels uit te graven, maar dat was een ondoenlijk werk omdat ze lange sporen trokken onder de grond. Zodra de wortel half was uitgegraven en de andere helft bleef zitten, staken ze elders de kop op. Uitputten is misschien wel de meest vriendelijke manier. In ieder geval houden we deze zustertjes in de gaten. Wat wijsheid is, weten we pas weer zodra de groei opnieuw begint.

De stoel stond in de buurt, al was ik niet zeker van een stevige zit, want het riet was verweerd en bij het minste of geringste gewicht kreunde het vervaarlijk. Nog even en ze was onbruikbaar. Door twee anderen op het overwoekerde terras was ik al gezakt. Tussen het zevenblad stonden oneindig hoge brandnetels. Die gingen mee de vuilniszak in, stel je voor dat daar piezeltjes zevenbladwortel tussen zaten. Dan wil je ze echt niet op de composthoop.

De volgende actie zal zagen worden van een wilg en de kleine stammetjes in de grond. Dan hebben we een mooie verbinding tussen de twee tuinen. Zo ploeter ik voort. De kleine jonge tjiftjaf kwam nieuwsgierig kijken. Scharrelde tussen de pas ontgonnen aarde en leek zich totaal van geen gevaar bewust. Hipte onverstoorbaar op de wilgentronk en daarna vlak bij mijn voeten. De lieve onschuld van de jeugd. Met die Vlaamse Gaaien van de vorige keer in de buurt moet hij toch wat omzichtiger zijn. Wel gezellig, dat scharrelende leven om me heen.

In de ochtend had ik een heerlijk uur met Lief gebabbeld. We missen elkaar, maar dit is troostrijk en ook de wetenschap van het gemis zelf. Stel je voor dat het niet zo was. Vanmorgen stuurde hij een foto van de zonnebloem, die uit het muurtje bij de varkensstallen groeit. Dappere doorzetters.

Op de terugweg, de twee vuilniszakken met het zevenblad had ik laten staan om de volgende keer mee te nemen, kwam ik achtereenvolgens de felgekleurde kattenstaart en een prachtig exemplaar van de de gewone engelwortel tegen, de laatste niet te verwarren met haar giftige evenknie, de berenklauw. In de sloot dobberden meerdere gele plomp en hun plompenblad aan hun onderwaterstengels

Zo fijn als het was in die stille en vredige natuur, zo’n deceptie was het stukje debat wat ik bij thuiskomst zag op televisie en waarvan ik me afvroeg of dit echt zo was gegaan die dag. Wat een mispoge, wat een onnoemelijk slecht voorbeeld van een werksfeer. Wat een verdrietige vertoning. Het kostte de nachtrust, want het leverde me een ware nachtmerrie op, met open ogen zelfs.

Overpeinzingen

Zwemmen konden we als de beste

Oef, wat kletterde het lekker vannacht. Op een gegeven moment hoorde ik het water stromen en was in mijn waak/slaap toestand even bang voor een lek. Bed uit en de oren spitsen bij het raam tot ik me ineens realiseerde dat het het water was dat door de regenpijp aan de zijkant van de hoekwoning stroomde. Ach, natuurlijk, sufkipje. Klaarwakker was ik gelijk.

Water had ik gisteren genoeg gezien. Kleindochter zit op turbo-zwemmen en die ging ik ophalen, met haar Omi en met onze lachebek om ze met de auto naar het zwembad, een stadje verderop, te brengen. Gelukkig werd het zicht op de overkant van het bad door dikke rijen bosschage aan het oog onttrokken, want daar stond ooit onze zo geliefde school ‘De Overkant’. De aanblik van dat kale braakliggende terrein geeft nog altijd steken van weemoed en pijn in het hart. Niet over piekeren, maar door. Lachebekje in de kinderwagen, tassen eraan gehangen en voort naar de kassa, de kleedkamers en de kantine.

Het laatste half uurtje mochten we kijken. Nadat Omi kleindochter in haar wetsuit had gehesen en de kleine aan het spelen was bij het ingenieuze apparaat van spiralen, balletjes en bellen babbelden wij de tussenliggende tijd van ons af met opvoedkwesties, het vergelijken van vroeger en nu (natuurlijk), het begrenzen, het bieden van veiligheid en het waarborgen ervan. De kleine telg stapte intussen dapper rond tussen de tafels met scherpe punten op ooghoogte. Een pad vol gevaar. Er waren koekjes en krentenbollen ter afleiding.

Kleinzoon van haar had de gele slip gehaald met judo, op hetzelfde moment kwamen er twee filmpjes binnen van dribbel, waar hij zijn gele slip kreeg uitgereikt. Bijzonder. Daardoor kon ik, nog altijd vol trots, vertellen over lief, die zijn zwarte band bij Anton Geesink had gehaald, een Icoon pur sang, Anton dan hè, de legende van het Judo.

Het laatste half uur bleek dat Omi wel oversloffen had gekregen, maar er was voor mij geen paar beschikbaar. Een vrouw vertelde me dat ik door de gang buitenom mocht lopen met kleinzoon in de kinderwagen. Aan het eind van die gang stond mijnheer Bullebak zich te ontdoen van de bovenkant van zijn wetsuit en poste zich met een indrukwekkende bleke torso imponerend voor de ingang, vroeg bars wat ik kwam doen. Het kleine meisje kwam even boven drijven, daarna de verontwaardiging. Nou zeg. De badmeester van kleindochter wuifde zijn bezwaar weg. De boze badagent gaf op diezelfde barse manier privé-les aan een jongetje en ik vermoedde dat deze lieve kleine jongen niet echt meer van zwemmen zou kunnen houden na een aantal lessen van zo’n meester.

Kleindochter zwom de spetters uit het water en was helemaal klaar voor het afzwemmen, al ging het duiken op z’n hondjes, met vier pootjes naar voren. Bibberend hoopje om aan te kleden en Nijntje om kleinzoon zoet te houden na de lange zit. Omi was net zo nat als kleindochter.

Het een en ander bracht me bij het zwemmen in het oude Noorderbad. Vanaf het moment dat het zwembad openging konden we er met een familie-abonnement terecht en zwommen het liefst drie keer per dag als het kon, omkleden in de schapenhokken als je jong was en als je ouder werd in de badhokjes met te weinig ruimte. Een pierenbadje voor de allerkleinste bij de kraantjes, het ondiepe, de brug en het diepe. Broertjes die je erin gooiden ook al was je de heilige zwemkunst nog niet machtig. Op z’n hondjes dan maar. Dezelfde barse badmeesters met de haak bij de zwemlessen van mijn jongste broer en zusje.

Om zes uur was het feest. Dan ging de deur tussen het meisjes en het jongensbad open en mochten we door elkaar zwemmen. De uitdaging, heldhaftige capriolen op de lage en de hoge duikplank, heimelijke verliefdheden, verlegen gestolen zoenen, puberale verkenning op de zonneweides. Het was er allemaal. Het halve gezinsleven speelde zich daar van de lente tot de herfst af en zwemmen konden we als de beste.

Overpeinzingen

Zonnige momenten

Diepe buiging voor McEwan, het boek is uit maar dendert voorlopig nog door in de geest. Wel alvast het stof van ‘In de Mist van Golden Gate Park’ van Murat Isik afgeslagen, dat zich verzamelde in de maand dat hij moest wachten op het andere uit te lezen boek.

De Apenkooi was exact zo ik het me had voorgesteld. Een grote ruimte met allerlei apparaten waar de jeugd zich aan kon verslingeren, veel licht en toeters en bellen en daartussen door de kakofonie van overslaande kinderstemmen in opperste begeestering. De tafels voor de diverse verjaarsfeesten zaten eigenlijk in de open ruimte naast de grote hal, maar wel met zicht op de feestvreugde. Daar ‘hingen’ de volwassenen, vaders, moeders, opa’s en oma’s in afwachting en keken wat onbestemd naar het gekrioel in dat donkere gat met zijn neonverlichting en huilende, gillende en lachende kinderen.

Aan de tafel van Dribbel zaten dochterlief en schone zoon met zes lege stoelen om een tafel en bekertjes met twee kannen limonade. Ik trok er een stoel bij, zette de oren op Oost-Indisch, en probeerde het gesprek te voeren, wat uitmondde in flarden. Het wachten was op de taart om half vier en daarna de patatjes die voor half vijf gebakken moesten zijn, want dan sloot de keuken. Dribbel vloog me in opperste verbazing om de hals, ‘Oma, jij op mijn kinderfeestje’ en voelde zich zichtbaar vereerd.

Na een tijdje kwamen ze één voor één wat drinken en twee broertjes van de judo, een heel ander slag kinderen dan de rest, kwamen alvast bedeesd aan de tafel zitten. De taart liet op zich wachten en Dribbel wilde eerst de cadeautjes uitpakken. Tot mijn verbazing waren het grote en niet al te goedkope cadeaus, die in diepe blijdschap en met het oog op het volgende pakje werden ontvangen. De kleinste van de twee broertjes was minder verlegen en rende na de taart weer uitgelaten met de anderen mee.

Broer bleef stilletjes zitten in een hoekje. De jarige had van deze Oma het boek ‘Napoleon’ van Jacques Vriens gekregen, uit eigen voorraad, om zelf te lezen nu hij het al bijna kon. Ik vroeg het broertje of hij het wilde lezen. Dankbaar voor deze afleiding knikte hij en had het in een mum van tijd uit, vertelde dochterlief later. Ik was op dat punt weer weggegaan met tuitende oren en een verlangen naar stilte. Het bleek dat broer al kon lezen als de beste en van groep 3 naar groep 5 mocht. Aha, had ik het toch goed ingeschat.

Vandaag zou ik naar andere dochterlief, maar ze heeft buikgriepachtige klachten. De afspraak verschoven naar vrijdag. Dan is er nu tijd om de kamer eens ouderwets zelf te stofzuigen, nu Stoffie onder de hoede is van lief in Verweggistan en daarna kunnen de nieuwe gordijnen voor de slaapkamer worden opgehangen. Daar was ik gisteren per ongeluk tegen aangelopen toen ik naar de woonwinkel achter het speelparadijs ging.

Er is de hele ochtend regen voorspeld dus dat komt goed uit. Tijd voor wat huiselijke klussen. Vriendinlief heeft het druk in deze laatste schoolweek en gaat daarna onmiddellijk op vakantie, maar wat in het vat zit verzuurd niet. Een andere afspraak met mijn lieve kunstminnende vriendinnen staat al op de rol voor over twee weken. Dat kan nog net voordat het de jaarlijkse zussen-vakantieweek is. Naar Zeeland ditmaal. Zand, zee en wind met hopelijk veel zon en zonnige momenten.

Overpeinzingen

Een voorwaarde voor het begrijpen

Ik zit in tweestrijd. Breitner en zijn doeken trekken aan mijn wensen, maar ook het schrijven, en het uitlezen van de laatste 48 bladzijden van Helden, het boek van Ian McEwan, dat niet snel af te raffelen valt maar wat respect en bezinning oproept. Het laatste ijzersterke deel, dat mij zoveel meer raakt dan alles wat daarvoor gelezen is. Met name ook de radartjes boven aan het werk zetten over schoonzus, de sterfelijkheid, het lijden, hoe een en ander verlichting kan zijn, hoe levens een wonderlijke loop kunnen nemen door hun geschiedenis heen, eigenlijk is het een blauwdruk van een doorsnee lang leven, zo herkenbaar, zo feilloos de vinger op de onmaakbaarheid van het leven dat zich voltrekt op de stroom van keuzes die men maakt of wat men opgedrongen krijgt. Ervaringen, herinneringen, omgeving, vrienden, gezinnen, omstandigheden, met betrekking tot politiek, religie, gemeenschappen waartoe een mens behoort, denken, aard, karakter, ontmoetingen, harten die open gaan of juist zich sluiten door al die dingen en die daarmee een wezenlijke weg inslaan. Kortom alles wat leven behelst.

Het boek vervult me ook met weemoed. Ik denk aan een indringende vraag van Peggy Lee aan haar vrienden: ‘Is that all there is, my Friends’ waarin berusting doorklinkt en dat we er dan maar het beste van moeten maken, want alles is van voorbije aard. Tijd snelt voort.

Vooralsnog moest ik vanmorgen vroeg eerst op een pakje wachten, waar ik naar had uitgekeken. En straks komt er nog een pakje met de bestelde verf.

Dribbel is jarig, maar viert tegelijk vanmiddag zijn kinderfeest met zijn vriendinnen en vrienden in het paradijs dat we vroeger ‘De Apenkooi’ zouden hebben genoemd. Afgesproken met dochter dat ik daar misschien even langs wip, want tegen zessen zijn ze pas thuis, begint de voetbalwedstrijd Nederland-Roemenië en zal hij totaal afgeknoedeld zijn. Zondag is het feest met de familie.

Lief houdt me op de hoogte van de perikelen in Nagypeterd. De slakken zijn los nu regen en afkoeling ook daar haar best doet, om de dorstige natuur een handje te helpen. Er komen foto’s langs van wilde Cichorei en lange slijmerige bleke-betten-slakken met wiebelende huisjes op hun rug. De juf in mij wil dat kinderen hun tocht volgen langs het slijmerige spoor. ‘Slakken zijn knappe beesten,’ vonden wij en daar waren we als groep eensgezind in, ‘Want ze kunnen tekenen. Pak maar een zwart papier en zet de slak ergens aan de rand.’ Die experimenten hebben we veelvuldig uitgevoerd.

De nachten zijn het nog niet helemaal. Ik mis het vertrouwde baken aan de andere kant, waarvan ik weet dat het maar voor even is. Even schurken, even ideeën uitwisselen, gedachten delen, plannen maken en bespreken. Dat laatste doen we wel per app en met videobellen maar dat is niet helemaal hetzelfde en de gezelligheid van de maaltijden staat op eenzame hoogte. De smaak, voor zover dat bij mij al niet het geval was, gaat eraf als het niet gedeeld kan worden. Nog even volhouden.

In de avonduren kijk ik tussen flarden voetbal door, naar een aandoenlijke Koreaanse serie over de Extraordinary Attorney Woo, een autistische advocaat die op haar geheel eigenzinnige wijze het hele wetboek kan oplepelen en soms tegen de reikwijdte van haar gevoelens oploopt. Al met al zijn het ontroerende afleveringen. Goed voor een lach en een traan. Een aanrader, omdat het de wonderlijke wereld van haar denkwijze inzichtelijk maakt. Een voorwaarde voor het begrijpen.

Overpeinzingen

Een en ander is rechtgetrokken

Een hele blog geschreven, het willen posten en dan tot ontzetting bemerken dat je kennelijk op een verkeerde knop hebt gedrukt. Vena, vidi, foetsie. Stoom uit mijn oren en verwoede pogingen om het terug te halen ten spijt, eenmaal opgelost in de aether, blijft iets weg. Zure les. Wat geschreven is is uit mijn hoofd verdwenen, dus een nieuw item dan maar. Het ging over dromen, toneelspel op school, hoogwerkers en weer gaan schilderen in de Bernagie als het werk in de tuin gedaan is. Dat kan nog wel eens even duren. In ieder geval is de watervermengbare olieverf besteld om daar te kunnen gebruiken.

Vandaag neem ik een dag rust. De afgelopen dagen waren weer druk genoeg. Morgen is Dribbel zijn echte verjaardag, dan wip ik even aan, want het echte feest is pas zondag. Misschien dat ik dan langs Breitners tentoonstelling in Laren wip. Heb wel zin in wat inspiratie. Gisteren sprak een van de tuinders me aan en wees op de dames schaap aan de overkant van de sloot, die luid stonden te blaten of te grazen. Hij vond het een prachtig object om te schilderen. Maar ik overtuigde hem dat eerst het tuinwerk gedaan moest zijn, dan kunnen we voort.

‘Lessen’ van Ian McEwan is bijna uit. Het is een beetje confronterend, omdat je door de hoofdpersoon zijn leven wandelt, wat betekent dat je zijn jeugd, de gloriedagen, het berustende ouder worden en dan het verlies van interesse in een aantal zaken tijdens de ouderdom voorgeschoteld krijgt. Een tikkeltje neus op de feiten, al is er van het laatste nog geen sprake maar zijn de bijbehorende stappen terug een feit. Ik ben aan de laatste hoofdstukken bezig en ben benieuwd of er nog een wending komt.

Het tekendagboek gaat onverdroten voort al heb ik hier wat minder tijd. Schilderen wil nog niet echt lukken, daar zouden dit soort pas-op-de-plaats-dagen uitstekend voor zijn. Van de week wil ik ook een bezoek brengen aan de oude Hortus in Utrecht. Niets fijners om even doorheen te wandelen en vooral ook er doorheen te mijmeren. Altijd roept het diverse dierbare beelden op. Die van mijn moeder, die van de kinderen toen ze nog jong waren, die van Lief en mij vroeger als we door de binnenstad slenterden, koffie dronken in het dorstige Hart, dat op de hoek van de Dorstige Hartsteeg lag en we de oude hofjes bezochten waar de hortus steevast bij hoorde. .

Het wordt eveneens tijd voor een bezoek aan de vlindertuin, want daar zal het verpoppen in volle gang zijn en niets is zo ontroerend als een vlinder uit zijn pop zien komen. Geboorte van schoonheid. Vanaf 6 juli is de vlindertuin weer open.

In het kader van het verdwenen blog zoek ik bij het tijdschrift filosofie in de short reads iets over kwijtraken en stuit op een overpeinzing van Femke van Hout. Ze beschrijft uit de film ‘Wristcutters: A Love Story’ het zwarte gat onder de passagiersstoel van een autootje en alles wat je onder die stoel laat rollen verdwijnt in het niets, rolletjes pepermunt, papiertjes, flesjes noem het maar. Ik ken het verschijnsel wel van de wasmachine met sokkenparen waarvan er ook altijd een op de loop gaat, maar verder heb ik een vrij betrouwbare heilige die me helpt. Het is ‘Heilige Antonius, Beste vriend’, die ik trouwens vanmorgen vergeten ben aan te roepen. Dat zal het geweest zijn. Gerustgesteld sluit ik af. Een en ander is rechtgetrokken.

P.S: De foto’s horen bij de verdwenen blog. Pruim, appel en doorgangetje naar de tuin van dochterlief.

Overpeinzingen

Vrede en vriendschap op kleine schaal

‘Wanneer weet je dat je een geweldige leerkracht hebt’, vraagt wordpress vandaag. Dat is wel heel toevallig. Gisteren op de verjaardag van onze jongste telg van de familie, kreeg ik het rapport van de kleine krullebol onder ogen. Er stonden woorden in als ‘stiekem’, ondeugend, wil niet luisteren, en verder een stroom van aannames, geïnterpreteerd vanuit de leerkracht zelf. Het rapport zegt dus heel veel over deze juf, die vermoedelijk moeite heeft met het springerige karakter van onze krullebol en hem niet weet mee te krijgen in het proces. Het rapport telde slechts anderhalf A4 en dan nog drie of vierregelig per onderwerp.

De vraag aan deze mevrouw is of ze is uitgegaan van het kind en zijn beleving of van haar eigen handelen en haar beleving. Ik vermoed het laatste. Dit is de vraag die de teleurgestelde schone dochter en zoonlief zouden kunnen stellen bij het oudergesprek. Vooral de moeder is verontwaardigd en bedroefd met dit beeld van haar lieve oudste. Dan zit je al in de emotionele sfeer en is dat een goed uitgangspunt voor een gesprek.

Als stagiaires bij mij kwamen met verhalen over iemand ‘een rotkind’ vinden of ‘een hekel hebben aan die en die‘ vroeg ik ze altijd naar het waarom en of ze meenden een band te hebben opgebouwd met zo’n kind. Vaak was het antwoord dan dat ze niet wilden luisteren, kattenkwaad uithaalden met hun vriendjes of altijd de baas wilden spelen. Kortom dat zij hun overwicht op het kind kwijt waren. Dat is het boeiende van lesgeven. Dat je er vooral van uit moet gaan dat het veel zegt over de eigen tekortkomingen. Lastig, maar als ze eenmaal door hebben hoe het werkt, dan heb je het overgrote deel van de problemen al getackeld en daar lopen ze stage voor. Deze juf heeft nog een weg te gaan en dat is weer afhankelijk van de sfeer in school, de collega’s, hun kijk op kinderen en het ontwikkelingsproces. Allemaal factoren die meespelen in het geheel.

Kinderen die opvallen worden buitenbeentjes genoemd omdat ze niet in het systeem passen. Zaak is om het om te draaien. Ons systeem is niet passend genoeg om deze kinderen mee te nemen. Daar moet aan gesleuteld worden.

Het was een hectisch begin van de verjaardag van zijn zus. Één jaar was ze geworden en lag nog als doornroosje te slapen. Ik was er al vroeg voor mijn doen, maar ik wilde graag iedereen zien. En dochter en zoon zijn altijd vroeg op pad. Er was zorgvuldig gekozen voor een breed zonwerend scherm boven de tafel. Er waren al hapjes, taart kwam pas langs toen kleindochter als een prinsesje beneden kwam, met een prachtige roze jurk aan en slofjes met roesjes en kanten, een haarbandje in het haar. Helemaal jarig. Toen de taart voor haar neus gehouden werd, graaide ze met haar handje in de verleidelijke berg slagroom vlak voor haar kleine neusje en likte naar alle tevredenheid het lekkers weg.

Op het gras waren twee opblaasbadjes met glijbaantje en enkel-diep water, een voor de allerkleinsten en een voor de belhamels met hun waterspuiten en andere grappen en grollen.

Toen de andere opa en oma binnenkwamen met hun enorme berg aan hapjes en eten, baklava, durum, zachte broodjes met feta-vulling en nog veel meer was het feest compleet. Een overvloed naar ‘s lands wijs en ‘s lands eer.

Het was een komen en gaan van kinderen, gekrioel van de kleintjes in het bad, ouders die tussendoor nog een gesprek probeerden aan te knopen, geanimeerde gesprekken over voetbalcarrières van de mannen, het EK, vooral tegen het licht van de verschillende nationaliteiten, Turks, Frans, Moluks, Duits, maakte het een en ander des te interessanter. Helpende handen hier en daar en een stralende jarige van het begin tot het eind. Niet al te grote cadeaus gelukkig, maar echt de vervulling van de kleine wensen. Vrede en vriendschap op een kleine schaal.

Overpeinzingen

Onbevangen en onbezwaard

De tuin was gewoon nog helemaal zichzelf, daar waar ik haar maandag gelaten had. Rommelig en chaotisch. Het zorgde ervoor dat de zinnen verzet moesten worden. Een zucht, schouders eronder en met handschoenen aan, de snoeischaar en de zaag onder handbereik, de kruiwagen naast het perk, aan de slag. Als lang gras ben je sowieso de pineut, om over de uit hun kluiten gegroeide brandnetels maar te zwijgen. Doel: Het gevlochten wilgentenen hekje tussen de tuin van dochter en mij onkruidvrij maken, de framboos er idyllisch overheen leiden. Daarvoor moest ik zowel in haar tuin als in mijn tuin aan de gang. Het snoeien ging snel en gaf onmiddellijk resultaat. De brandnetels hadden wel functie gehad. Ze hadden de geranium en de wilde Bertram in toom gehouden. Deze lieverds, beiden in bloei, vielen zonder die stut als slappe ledepoppen om. Alles heeft nut en functie.

Vogeltje fleurde de boel op met hele schelle en lange trillers. Ik kon niet gewaarworden waar ze zich ophield en het geluid kon ik ook niet thuisbrengen. ‘Gebruik je app dan ma’, hoor ik zoonlief nu pas zeggen. O ja, ik had een betere app gekregen via hem. Volgende keer maar weer.

In de tuin van dochterlief stonden twee scheve perenboompjes wel met peer maar klein. Ook daar tierden de lange sladoods welig. Wijs geworden door de vorige keer had ik nu mijn trui met lange mouwen aangehouden. Voor de wilg moest de zaag er aan te pas komen. De perenbomen even lucht en ruimte geven aan alle kanten en op een ingenieuze wijze weer recht trekken. Ziezo nu was het al veel meer dat romantische zicht als het beeld in mijn hoofd. Een gevlochten hekje met de vrolijke rozerode frambozen er als een topping op. De wilgentakken die van de boom afkwamen verwerkte ik direct in de gevlochten afscheiding van de composthoop. Weg is weg.

Het was goed te doen, maar als de zon door de wolken heen piepte was het onmiddellijk tien graden warmer. Alle tuinen lagen er verder maar verlaten bij en dat zal misschien de reden zijn geweest.

Rond een uur of half vier vond ik het welletjes en sloot de boel af. Reiger op mijn pad langs de sloot bekeek me argwanend maar bleef gewaagd dichtbij staan en vloog niet op. Kraai hield het voor gezien en ging krassend op een paal aan de overkant van de sloot zitten. Er stond al een grote vrijdagfile, dat betekende binnendoor naar huis. Het was een goede dag geweest.

Hoog boven de gierzwaluwen trekt een zonverlicht zilveren vliegtuig een kaarsrechte streep door het blauwe zwerk. Waar brengt hij zijn mensen heen. Later rafelde de strakke witte lijn uit tot een wollige brede strook. Het is nog stil buiten. Vandaag is kleindochter jarig en straks is er ter verhoging van de feestvreugde een zwembadje in de tuin voor de kleintjes. Goed plan omdat de temperatuur vandaag weer oploopt.

In de nieuwe Zin-magazine schrijft Lifestylejournalist Karin Kuijpers over haar oma-zijn. Ze dacht dat je dan heel oud moest zijn en vond zichzelf nog maar piep toen haar eerste kleinzoon geboren werd. Maar nu prijst ze zich meer dan gelukkig omdat ‘het kind in haar er weer uit mocht’. Het is waar. Dat maakt oma-of-opa-zijn zo heerlijk. En eenmaal kind geworden met die kleine porken dan gaat dat kind niet meer weg. Die blijft door alles heen spelen. Laten we vooral niet vergeten kind te blijven en verwondert te zijn, ook al ben je geen oma. Onbevangen en onbezwaard.

Overpeinzingen

Niet anders

Een van die heerlijke dagen. Locatie: Het kleine blauw/rood/paarse paradijs van vriendinlief. Overal waar je kijkt valt er iets te ontdekken. De wit houten tafel is gedekt met een viooltjeskleed, twee ledlampjes staan erop, voor ieder van ons een mini petitfour met spijs en chocola, een potje thee voor mij, koffie voor de anderen. Overal waar je kijkt pelargonium, geraniums, hortensia’s en rozen te kust en te keur. Je kan het zo gek niet verzinnen of de soort zit erbij. Er tussendoor brocante spulletjes, van zink, van porselein, van gietijzer, een paar rozenbogen, grote blauwe aardewerken potten en grote witte beelden.

Vier vriendinnen voor het leven, niet zo kwiek meer, niet zo rank, een van ons met een chronische aandoening, er zijn kwaaltjes bij ons allemaal. De Annie M.G. Blues over de ouderdom is op ieder van ons van toepassing. We zijn ‘nog fantastisch goed zo op het oog’ ondanks alle kwaaltjes en mankementen. Pilletje hier, smeerseltje daar, druppeltje zus, rollatortje zo.

Als we aan de praat raken verdwijnen die oude dames als sneeuw voor de zon en komen de meiden weer naar boven met herinneringen aan de opleiding, over tuinieren en vooral Engelse tuinen, met tips voor het piepkleine tegeltuintje van een van ons, over het heen en weer reizen en de vakanties, ooit gemaakt, over school. Een enkel keertje over de tegenwoordige tijd in vergelijk met vroeger, maar daar houden we ook weer snel mee op. Wel de conclusie, dat onze generatie als zodanig geboft heeft met hun betrekkelijk vredig verloop en de onbereikbaarheid van de wereld.

Het werd een aangenaam en spontaan tuinfeest, onder die schitterende Chinese parasol, de zonnige reflectie en een verkoelend windje erbij. Onze gastvrouw wilde van hulp niets weten en vertroetelde ons met een heerlijke maaltijd tussendoor. Om vijf uur was voor mij de koek op. Een van ons werd met de taxi gehaald. Er bleek een hele narrige chauffeur aan vast te zitten, die niets moest hebben van de bemoeienissen van drie dames met zijn client, die bovenal ook nog zijn glanzende auto aan het betengelen waren. Nors snauwde hij zijn vermoeiende dag van hem af.

Ik bracht vriendinlief naar het station in Amersfoort. Ze moest nog een behoorlijk stuk treinen. Daarna reed ik op gevoel naar huis, want de tomtom was niet aan de praat te krijgen. Zoonlief belde of ik hem vandaag naar de garage kon rijden om zijn auto op te halen. Al vroeg en dat is fijn, dan kan ik direct door naar de tuin. Als het zo heerlijk koel blijft kan ik daar bergen brandnetels en snoeiwerk verzetten.

Lief videobelt vandaag weer. Zo fijn om even bij te kletsen, want het gemis is er. Toch is het goed zo. Morgen viert de allerjongste kleindochter haar eerste jaar en zal de hele familie er zijn en ook de grote schoonfamilie. Daarna volgen weken met nog meer verjaardagen, eindmusicals, afzwemmers, vakantiegangers, huizen om op te letten en de vakantie met de zussen. De tijd vliegt voorbij.

De dagen beginnen vroeg net als in Hongarije en brengen vooral veel mijmer-uren met zich mee. Ruimte om het Hongaars te oefenen is er ook, maar het wat verstofte brein neemt minder makkelijk op. Dat is een beetje jammer. Ik merk wel dat ik woorden eruit kan filteren, die steeds beter beklijven, maar volzinnen maken is nog geen optie. Het is niet zo dat ik mijn gevoelens wil kunnen uiten in die wonderlijke taal, maar een buurvrouw verstaan of de mensen achter de kassa, zou fijn zijn. Kalmpjes doorgaan met oefenen. Ooit zet het zich vast op mijn transmitters.

Van mijn medepassagier die ik bij het station had opgehaald kreeg ik een mooi ingepakt kleinigheidje, zei ze zelf, dat ik thuis pas uit mocht pakken. Het bleek een klein potje met vijgen/dadeljam te zijn. Een dip voor de kaas. Heerlijk natuurlijk. Voor de gastvrouw had ik bloemen meegenomen. Er was precies nog één samengestelde bos in het blauw. Dat heeft zo moeten zijn en niet anders.

Overpeinzingen

Loslaten doet altijd meer dan je denken kan

Mug had er zin in vannacht. En slim was ze ook nog, want iedere keer als ik het licht aanknipte hield ze zich koest om weer te voorschijn te komen zodra het weer donker werd. Ramen dicht, licht aan werkte effectief maar tegen vieren werd het echt te warm. Ramen open en vijf uur klaarwakker, een paar bulten rijker. ‘Neem de klamboe’ raadde zoonlief me aan, maar dan heb ik het gevoel niet vrij te kunnen bewegen. ‘Wie zich brandt, moet op de blaren zitten’ fluisteren ze in mijn oor. En zo is het. Een gelaten lijden, maar als dat alles is.

Gisteren werd het plan om naar de tuin te gaan gedwarsboomd door een appje van zus aan ons, zussen,gericht. Er was een vrije middag opgedoken en ze vroeg of we voor een hapje en drankje samen konden komen op een van onze favoriete plekken aan de rand van de weilanden, vlakbij. De snelheid waarmee het plan van de tuin overboord ging, gaf al aan hoe zeer ik er niet echt van overtuigd was dat dat een goed idee leek.

We zaten als vanouds samen en bestelden als vanouds. Voorproefje op de vakantie. Een van ons vroeg zich af of er nog wensen waren om te gaan doen. Zonsop-en-ondergang, museum, winkelen, varen. Bij dat laatste bleek een zus als in roeien te denken en de ander als in vaartochtje. Ik kon eigenlijk niets verzinnen in het voren. Eerst ontdekken hoe het er uitziet, wat er allemaal voorhanden is. Er zal wel ergens een theetuin zijn, een fietstocht langs de Oosterscheldekering, Domburg ligt in de buurt en Zoutelande met het hoogste duin. Middelburg en Vlissingen zijn grote steden in de buurt. Het vult zich vast en zeker vanzelf.

Onze werkende jongste zus had nog niet geluncht en we besloten diverse hapjes te nemen aangevuld met wat patat. Voor twee van ons ijs toe. In de schaduw met een frisse wind was het goed te doen. Stern kwam nog even langs om te laten zien hoe sierlijk en razendsnel er naar vis gedoken werd. Grote libelles met prachtige blauwe vleugels dansten vlak boven het water. De paarden stonden in het kale weiland. ‘Waar is hun beschutting’ vroegen we ons af.

Vandaag staat er een afspraak met de drie vriendinnen van de kleuterkweek. We probeerden twee anderen ook nog over te halen, maar dat is niet gelukt, geloof ik. Het blijft altijd een hartelijk weerzien. Te weten dat we elkaar als bakvissen van 16 hebben leren kennen en dat we nu allemaal boven de zeventig piepen is toch heel bijzonder. Er is een tijdje radiostilte geweest tot een van ons er jaren geleden nieuw leven inblies. Dwars door de tijd zien we bij het samenkomen ook de bakvissen terug in de gezichten. Wijzer, dat wel, maar nog altijd met dezelfde eigenschappen, de humor en de levenslust.

Uitzicht, hapjes en de kaasjeskruidfamilie, malva, stokroos en hibiscus.

De tuin komt morgen. Lief appte dat het de afgelopen nacht pittig geregend heeft in Nagypeterd. Goed voor de planten daar. Ben benieuwd hoe alles groeit en vrucht draagt. Hij stuurde eergisteren een foto van de hibiscus mee, waarbij ik dacht dat het de witte stokroos was. Met een beetje speurwerk kwamen we erachter dat beiden behoren tot de kaasjeskruidfamilie. Geen wonder dat ik die vergissing maakte. Zoveel verschillen de bloemen niet. De groeiwijze wel natuurlijk. De bloeiende malva(lavatera) op het terras behoort ook tot dezelfde familie.

Zo zie je maar weer, nooit te oud om te leren. Dochterlief belde nog en deelde haar einde jaars schoolperikelen. Ze was de hele week al ziek, maar toch naar school gegaan en daarna direct naar huis. Altijd een moeilijk dilemma, je wilt de kinderen niet in de steek laten in die laatste weken, zeker niet nu ze volgend jaar én een nieuwe duo én een nieuwe groep krijgt. Loslaten doet altijd meer dan je denken kan.

Overpeinzingen

Wat niet weet, wat niet deert

Dochterlief vroeg me tegen beter weten in of ik mee wilde barbecueën op de tuin, vegetarisch dat dan weer wel, maar helaas is de rook die er afkomt voor mij niet te doen, zeker niet als het zo puffend benauwd is als gisteren bij die hoge temperaturen. Jammer toch, want het zijn van die gezellige momenten. Toch was het ook goed dat het even geen tuindag werd. De twee dagen doorploeteren hadden aardig doorgewerkt in het energie vreten en een dag pas op de plaats kon geen kwaad. Met zoonlief nam ik de fototoestellen door. Hij had vrij genomen om thuis te werken. Schone dochter was naar de fysio, dus zaten we gezellig samen op de bank en legde hij mij wat zaken uit. Dat was lang geleden. Ik ga opnieuw fotograferen, want ik kan nu alles helder zien. In Nagypeterd heb ik het toestel echt gemist, anders had ik misschien wel goede foto’s kunnen nemen van de specht, de buizerd, de wielewaal. Met de Iphone bleven ze in pixels uiteen vallen.

Het boek ‘Lessen’ van Ian McEwan schiet al aardig op. Het begint steeds boeiender te worden. Hij is breedsprakig van aard en het is de kunst goed bij de les te blijven. Mijn oude gewoonte, lezen op bed, komt daarbij goed van pas, zeker als het in de nachtelijke uurtjes is. Wat een heerlijke stilte is er dan.

Kinderstemmen beneden, een klein meisje die op haar loopfiets het geluid van een motor imiteert, de moeder met gehaaste passen er achteraan. Ze zijn laat, het is al half negen. Met een half uur inloop van kwart over acht tot kwart voor negen calculeerde ik de laatkomers in en om kwart voor negen moesten alle dikke billen de groep verlaten, hilariteit verzekerd.

Het zijn de laatste dagen voor de vakantie. 12 Juli begint de zomervakantie hier in het midden. Als ik terugdenk aan de hectiek die dat met zich meebracht. De laatste portfolio’s moesten worden bijgewerkt, gedichten geschreven op ieder kind persoonlijk die zou uitglijden naar groep drie. Kasten en laatjes leeg, alles aan de kant. We schoven alle meubels op het natte gedeelte, omdat de vloeren werden behandeld in de vakanties. Dat was een behoorlijk gepuzzel van op en in elkaar. Het laatste jaar heb ik onze stoeltjes weggegeven aan de ouders met mijn handtekening erop. Ajeto en veel plezier er mee, denk nog eens aan ons, lieve mensen. Ze werden gretig en in dank afgenomen. De school kreeg in het nieuwe gebouw nieuwe meubels. De oude gingen. naar de ramsj. Dan was dit een veel betere bestemming. De kinderen trots en blij en wij evenzeer.

Er zijn altijd nog de filmpjes en de foto’s van die laatste hectische weken. Ik heb een bloes aan, waarvan ik niet meer weet wat ik daar nou mee gedaan heb, en wat ben ik mager als ik als laatste onder luid gejuich van de glijbaan glij in 2017. Natuurlijk ben ik veel te veel overmand door emoties en komt er alleen wat gepiep uit en de bevestiging dat ik van ieder mens daar op het plein, groot en klein, jong en oud, hou. Dat weten ze gelukkig allemaal. Omdat ik de foto’s van de stoeltjes zoek kom ik dat afscheid weer tegen. Nooit heb ik het meer opgezocht, misschien toch onbewust om de pijn en het schrijnen niet te voelen. Want ik miste onze oude school zeer. Niet de grote nieuwe die er voor in de plaats kwam en waar ik geen deel van uit wilde maken. Het was mooi geweest zo. Nog een jaar invallen en dan was het werkend leven achter de rug. Dat het maar een half jaar werd wist ik natuurlijk niet. Maar goed dat die glazen bol nog niet werkte, want ‘wat niet weet, wat niet deert’.