Overpeinzingen

We hebben geen haast

Een gouden greep om de dag niet te beginnen met een uitgebreid ontbijt in het hotel, maar rustig af te wachten tot we de omgeving verder gingen verkennen. Spijtig dat de weg zo opengebroken lag en daarmee het zicht op het park met de wonderlijke aanduiding ‘Kleine Zavelsquare’ het plein van de Kleine Zavel, één van de juweeltjes van het Brussels Centrum. Het is eigenlijk een park in neorenaissance stijl met geometrische vormen en een aantal beeldhouwwerken van staatslieden en wetenschappers en graven uit de tijd van de Spaanse overheersing rond een grote fontein.

We liepen er doorheen en klommen de trappen op naar het Egmontpaleis. Dat was niet open, maar we besloten op zoek te gaan naar een lunchgelegenheid en liepen langs het conservatorium naar een plek waar een enorm reuzenrad stond opgesteld en er een uitkijkpost was over een gedeelte van Brussel, maar minder spectaculair dan gedacht. Ineens dacht ik: ‘Dan maar het reuzenrad in, de enige mogelijkheid om Brussel te zien, zo ver als je kijken kunt.’ Lief vond het net zo leuk als ik en daar gingen wij. Nog nooit in zo’n ding gezeten en nu voor het eerst samen in een gondeltje zonder andere mensen erbij. Hij draaide drie keer rond wat ons ruimschoots de tijd gaf om alles uitgebreid te bewonderen. Een zonnetje zette de helft van Brussel ‘aan’. De wind floot om het gevaarte heen en het was ontzettend leuk om zo deze stad te kunnen overzien. We moesten er zelf om giebelen. Langs een mooie oude basisschool en langs een brocante met uitnodigende beelden op de stoep. Daar konden we niet omheen. Binnen een waterval aan snuisterijen en grote objecten in de meest uiteenlopende categorien dwars door elkaar heengezet. Hier en daar vitrinekasten met wat sieraden en snuisterijendoosjes, de hond van de eigenaar stormde enthousiast met zijn opgevulde sokspeeltje van voor naar achter en sleurde daar nog net niet de bezoekers mee omver. Chinese kunst of wat er naast gelegen had, leuke jugendstill meubelen, enorme lampen van kristal of nep, beelden zo groot als je ze maar hebben wilde en een goedlachse eigenaar, niet uit op verdienste en zeker niet de persoon om zijn waar met argusogen in de gaten te houden. Een gemoedelijke sfeer. Jammer dat we niet kunnen kopen, want hoe moeten we een groot object meetorsen. Onze slag slaan we nog wel eens.

We liepen door naar het straatje waar ook de Iraniër van gisteren zat en waar veel kleine grappige eettentjes waren, heel wat anders dan de grote, wat snobistisch ogende restaurants aan het Zavelplein. We kwamen bij een ontbijt en lunchcafé, die ze de hele dag serveerden. Een kolfje naar ons hand. Boffen, want we kregen een tafeltje bij het raam en een jongen die vertelde dat we met de QR-code konden bestellen en betalen. Zo handig altijd. Met een half uur zaten we aan een heerlijke salade en voor lief een rijkelijk belegd zalmbroodje. Warme cappuccino erbij en onze dag kon niet meer stuk.

Het Zavelplein en de wijk erom heen kent vele chocolaterieën en galeries. Er zijn behoorlijk wat toeristen en er valt veel te kijken. Niets aangenamer dan al die mensen te zien langskomen in de smalle straat met zijn bescheiden winkeltjes. Ze blijven staan, kijken vertwijfeld naar de gevel, wikken en wegen, komen dan binnen of lopen door.

Op weg naar het hotel komen we de winkel van ‘Taschen’ tegen met zijn prachtige kunstboeken, een paradijs om door te snuffelen. Alleen de allerkleinste boeken zijn nog betaalbaar. Een heerlijke omgeving om doorheen te dwalen. Bij de Spar haal ik Collect-Arts-Antiques-en Auctions. Een doekje voor het bloeden. Morgen gaan we naar Des Beaux Arts en het centraal station om informatie te verkrijgen voor de nachttrein van Lief naar Budapest aanstaande woensdag.

We hebben geen haast.

Overpeinzingen

We missen ze nu al

Om elf uur werden we geacht de kuierlatten te nemen, dus rond acht uur kwam er leven in de tent. De avond ervoor had schone zoon voor iedereen patat gehaald bij een friterie, bij wijze van ‘feest’ na deze intense beleving samen, die zo warm en sfeervol, enerverend en energiek was geweest, dat iedereen langzamerhand ook wel weer aan een wat rustiger vaarwater toe was. Daarna was er nog een spelletje, waarbij elk decennium luid werd meegezongen door deze en gene, wat weer voor nog meer verbroedering en verzustering zorgde.

Vanmorgen bracht ieder gezin de eigen kamer in orde, ragde dochterlief met de stofzuiger over de benedenverdieping, pakte ieder zoveel mogelijk het overtollig aan voedsel weg, werd de koelkast uitgesopt en de vaatwasser nog een keer tot het laatste vaatje gesommeerd. Zoonlief had verse croissants gehaald bij de bakker.

Om half elf kon iedereen uitrijden. Wij naar een sportcomplex om de laatste glazen potten en flessen in de glasbak te gooien. Belgie heeft een mal bochtenwerk binnen het verkeerssysteem, waarbij je via een scherp lopende punt van de weg de draai moet maken.

Daarna pakten we de route naar Brussel, eerst via de snelweg, maar op een gegeven moment besloten we binnendoor te gaan, gezelliger én langzamer, want we konden pas om drie uur in het hotel terecht. Om ongeveer half twee reden we Brussel Zuid binnen en konden zo langzaam wennen aan het steeds drukker wordende verkeer. Wat was het jammer dat de halve binnenstad open lag, nou ja, de weg naar het centrum toe in ieder geval. Lang leven de carplay die feilloos de weg wees en tante Agaath die vol goede moed steeds weer bij een wijziging geduldig herkansingen gaf. Zo kwamen we op het grote Zavelplein, dat helaas als parkeerplaats is ingericht.

Het was er meer dan druk, maar een aardige man stond aanwijzingen te geven hoe we onze Agaath in een ‘precies pas plekje’ konden manoeuvreren. Dat vergde enig stuurwerk maar lukte wonderwel. Ze kijkt alleen achteruit, voor moet je zelf je argusogen opzetten. We gaven hem vijf euro voor de moeite. Daarna probeerden we de parkeermeter aan de praat te krijgen, maar die werkte niet, dus besloten we eerst langs te gaan bij het hotel. De vriendelijke receptioniste vertelde dat de kamer al gereed was, dus geen probleem om er eerder in te kunnen en dat de parkeergarage onder helaas vol was, maar dat we wel alvast de bagage konden stallen en naar een garage op 500 meter afstand konden gaan.

Maar toen ik de auto voor het hotel had gereden om de bagage uit te laden, kwam Said, een collega van de vrouw achter de balie, met gezwinde snelheid vertellen, dat er toch een plekje in de garage beneden was. Hij zette hem dan zelf in een lift en reed Agaath naar binnen. Said was blij met de Ford, want hij had ook zo’n model. Goed geregeld al met al.

De bagage ging naar de kamer, uitzicht op de Zavelkerk, en wij stonden in de steigers om een hapje te eten en te drinken en wat versnapering voor de avond te halen. Eerst chillen en dan verder zien. We vonden een klein Iraans restaurant, waar het goed toeven was. Klein maar fijn en een mooie tegenhang voor die lange tafel met twintig personen de afgelopen dagen. De super voorzag ons van een oude Trouw van vorige week zaterdag en wat heerlijkheden tegen exorbitante prijzen en daarna konden we neerzijgen en ‘home, sweet home’ van de kamer maken. We missen ze nu al.

Overpeinzingen

Tel alle zegeningen

De laatste volle dag. Morgen moeten we er om 11 uur uitzijn. En zal er koortsachtig gepakt en geruimd worden. Het weer is opnieuw niet helemaal wat je noemt, maar er zijn droge momenten. Die worden benut om onder andere een wandeling naar de kabelbaan in het bos te maken, waarvoor we naar beneden, de heuvel af, moeten lopen. Daar is ook het huis van de eigenaren van het huis. Omdat het een dag binnen belooft te zijn, wagen lief en ik ons ook naar beneden omdat het zo’n fantastisch herfstig bospad was, compleet met bladeren en vochtig mos, veel eikels en kastanjes op de grond. Maar pas na de kinderen om ons eigen tempo aan te kunnen houden.

Het was fijn om even van alles in rust te kunnen geniete. De bramen tierden welig, maar ertussen was allerlei nieuwe aanplant van boompjes, goed beschermd door duidelijke stokken en rasterwerk. Hoog boven ons hoorden we de buizerd en verderop op het pad bloeide de kardinaalsmuts in volle glorie naast de sleedoorn.

Het hondje van de benedenburen , een ondermaatse terriër, sprong met zijn modderpootjes tegen mij op en kwispelde driftig met zijn staartje heen en weer. Dag lieverd. We wandelden naar de stier(volgens de jongens) die na nadere observatie toch een koe met horens bleek te zijn en in het gezelschap van de drie paarden stond. Gezellig samen aan het grazen is fijner dan alleen.

We zochten een alternatieve route voor terug, maar er was overal schrikdraad behalve bij mevrouw koe, die aan een touw aan de boom stond en daar sneden we de route omhoog weer een beetje af, door geleidelijk langs de zoom van het weiland richting het huis te gaan.

Thuis was alles in vol bedrijf. De ene helft met de groten zaten het muziekspel Hitser te spelen, dat vanaf de jaren vijftig tot aan nu muziekfragmenten liet horen, kaasje voor ons oudjes, die goed aan de weg timmerden, niet zozeer met namen maar wel ongeveer een juiste plek op de tijdbalk. Swingen ook tussen door natuurlijk met al dat goud van oud. Nog een aanzet tot een walsje met de oudste zoon, al moest ik hem een en ander influisteren maar daarna ging het nagenoeg vlekkeloos.

Daarna hadden ze zin om te zwemmen met temperaturen die onder de 10 graden lagen, maar het water was enigszins warm, dus was het nog net uit te houden. Ik had heldere visioenen van onze tocht als kleintje met de broertjes en zussen naar het Noorderbad bij elf graden, waarbij we altijd lichtelijk paars weer terugkeerden naar huis, omdat de temperatuur rond de 11 graden lag. Ik liet de helden de helden.

Ze moesten bibberend van de kou wel eerst een warme douche nemen, voordat het tijd werd om met alle kleintjes en een paar groten zandkoekjes te bakken. Deeg kneden, rolletjes maken en koekjes snijden, daarna deden we het deeg pas in de koelkast, anders bemoeilijkte het vooral de organisatie. Oven op 170 graden en bakken maar. Het behoeft geen twijfel of er was een gretige afname van de gebakken exemplaren. Tussendoor, spelletjes, knutselen en spelen in de speelkamer, waar ravotten op hoog niveau mogelijk was. Een heerlijk huis, was het algemene oordeel en genoeg ruimte om bij elkaar te zijn of om ergens een heel rustig plekje te zoeken. Mij maakt het nu niet zoveel uit, nog een nachtje die heerlijke chaos en straks in het hotel weer volmaakte rust met lief. Tel alle zegeningen.

Overpeinzingen

Hoe leuker het is, hoe sneller het gaat

Ziezo, de storm raast om het huis heen, de goegemeente is of onderweg naar Luik of zit binnen spelletjes te spelen na een enerverende ochtend. Als ze maar niet van de, soms minder goede wegen waaien, denkt het moederhart nu. Er komen foto’s langs van een overdekt winkelcentrum. Gelukkig, niets gemist. Door Luik zelf heen struinen is op alle fronten niet te doen, veel te veel storm.

Vanmorgen waaide het ook, maar niet zo hard. Nu we allemaal compleet zijn was het natuurlijk een uitgelezen gelegenheid om een fotoshoot te houden. Dat hadden we al langer van te voren afgesproken en de dresscode was bruin in alle toonaarden. We schrijven de symfonieën waar je bij staat. De bomen die hun bladeren verloren onder elke windvlaag brachten daarmee nog een extra kleur en een speelse noot aan.

Het had even wat voeten in de aarde, voordat de hele familie in de foto-kleren gehesen was en het begon almaar harder te waaien. Van te voren schoten we nog een paar mooie plaatjes op het balkon met een prachtige blauwe licht bewolkte lucht. Maar toen de echte fotoshoot begon was het grijzig en bewolkt, winderig en koud. Daar stond moeders in haar blote armen. Maar het ging snel. Oma met het hele stel, oma met de kinderen, oma met de kleinkinderen, elk gezin apart, Oma en Lief apart en ga zo maar door. We hadden ervaring want hadden dat ook al vier jaar geleden gedaan. En volgend jaar moeten we waarschijnlijk weer, maar dat is nog een verrassing.

Daarna volgde een moeilijke quiz met maatschappelijk gerichte vragen uit heden en verleden. De grijze hersencellen, om met Poirot te spreken, werden danig gepijnigd en het duurde behoorlijk lang. De kleintjes waren in de voorkamer met een van ons en deden alndere spelletjes. Daarna waaierde iedereen uit.

We kregen het over huizen en appartementen, toen de achterblijvers gezellig aan de tafel zaten te lezen of te verven of het spel ‘Landen van Europa’ aan het spelen waren. Wat is wijsheid daarin. Wanneer zijn lief en ik zover dat we verder in de toekomst durven denken. Nu steken we toch nog wat teveel de realiteit in de fijne tijd samen in Hongarije, maar willen we in Nederland een plek, waar ik ook op mezelf kan wonen en waar Lief dan komt latten als de wintermaanden aanbreken. In de stad of het vrije veld, dat is de moeilijke keuze. Maar vooral betaalbaar. Ik dacht dat ik allang boven modaal zat, maar dat is nog lang niet het geval. Haha. Al voelt het als rijk. Maar de vraag blijf ook of het alleen op te hoesten is, als situaties veranderen. Daar wil je niet aan, maar dat is wel realistisch. We schuiven het voor ons uit. Eenmaal moeten we er aan geloven. We komen steeds een stapje dichterbij, al gaat het niet op z’n snelst.

De meiden schilderen kippen. Hier in huis wonen schilderijen met grote kip of haan, aanstekelijk, in enkele streken neergezet. Ooit was ik in een huis in de Ardennen waar we in die periode zaten van de twee aangeklede gansjes à la Beatrix Potter, zo erg is het hier in ieder geval niet.

Vanavond is het restjesdag. Alles wordt opgemaakt. De tijd vliegt hier voorbij. Morgen nog een volle dag en dan is het al bijna weer voorbij. Hoe leuker het is, hoe sneller het gaat.

Overpeinzingen

De koek was op

Met zo’n groot gezin en tien kleinkinderen is het toch nog mogelijk een tikkeltje kalm op bed kantoor te houden. Rond half elf naar beneden en in de benen. Gisteren hadden zoonlief en ik het kleurenspel voorbereid en nu er een waterig zonnetje scheen, de kinderen een overtollige energie hadden opgedaan door enkele plagende muggen die ook en vooral hadden toegestoken, konden we ze met een gerust hart laten ontladen. Met hun gebutste gezichtjes werden ze aangekleed naar buiten gelokt, onder het voorwendsel dat oma klaar zou staan met de beloning als ze hun kleurenkaarten hadden afgevinkt. De volwassenen hadden iets van hun kleur aan of op of bij zich.

Op een teken van de oudste zoon waaierde het stel uit. Rennend en uitgelaten juichend van boom naar boom, over het weiland heen, langs de boomhut, die ze gisteren hadden gemaakt. Uitgelaten dartelend heen en terug en ondertussen lekker moe worden, ideaal voor de ochtend en straks een uitgebreide lunch. Degenen die al hun kleuren hadden laten aftekenen kwamen bij mij staan en kregen allemaal een verrassingsei met een play-mobile-poppetje erin. Het ontbijt vanmorgen bestond uit een vracht wentelteefjes, door de oudste zoon gebakken, en ze hadden gretig aftrek, terwijl de anderen yoga aan het doen waren.

Zo verspreiden zich steeds groepjes mensen door het huis. Word ik onderbroken door mensen die aanschuiven of verder gaan, worden er plannen gesmeed voor de middag, een kasteel met bierproeverij of een tochtje langs twee kringlopen. Een bezoek aan een fort. De beide dochters en kleindochter en ik kiezen voor het kringlopen en laten de bierproeverij en het fort voor wat het waard is.

Het was meer dan god gekozen. De eerste was zo’n drie kwartier rijden. Wat een enorme kringloop en zo goed gesorteerd. Het leuke is dat er ook allerlei porseleinen en keramieken kopjes, potten en vazen waren, chinees porselein in een grote verscheidenheid, antiek en semi-antiek. De eerste winkel kende de waarde en was aardig hoog aan de prijs, maar de kwaliteit was er dan ook wel naar.

De kledingafdeling was uitgebreid gesorteerd en eigenlijk was het één grote verkleedpartij, tenminste, waar het mij betrof, alleen de bovenkleding, want in broeken passen had ik geen zin. De kloffen uitdoen was al mijl op zeven. De maat was goed, mijn vertrouwen groot en zo op het oog was het precies pas. Voor 5 euro kan je je even zo vrolijk ook geen bult vallen. Even verderop vond ik een mooie Keulse Pot voor 5 Euro. Die is voor de Hof, dacht ik. Een klein beetje nostalgie uit het geboorteland in den vreemde

De tweede was veel groter, drie verdiepingen en ook weer, net als de vorige, in een oude fabriekshal. Ook hier duidelijk andere snuisterijen dan in de Hollandse Kringloopwinkels. De buit was hier wat minder voor mij, maar dochterlief was goed geslaagd. En qua glaswerk was het luilekkerland, dat was voor de oudste een walhalla, met al die brekebenen van zoons., waar het het de glazen betrof.

Tegen vijven moesten we weer op huis aan want er zou rond zessen een pannenkoeken-festijn zijn. De stapel gebakken exemplaren was al betamelijk groot en we konden zo aanschuiven. Helaas was het voor de helft van de kleintjes een te enerverende dag geweest. Halverwege toch maar beter naar bed, was de gedachte. Ze hadden dan ook allemaal aardig wat indrukken achter de rug in het fort en het kasteel. De koek was op.

Overpeinzingen

Kortom, iedereen vermaakt zich prima

Marja Prins schrijft in de Nieuwe Groene Amsterdammer over haar dode boekenkast en ineens denk ik, ‘Tja, zo zou je het ook kunnen zien’. Haar echtgenoot had het ‘haar mausoleum’ van boeken genoemd. Dat klinkt nog veel dramatischer. Gelukkig stelt ze aan het eind van dit artikel vast dat ze het eigenlijk met Tomas Tranströmer eens is, gelukkig voor mij, want dat legt een zachte deken over die hele gedachte. Hij is in 2011 de winnaar van de nobelprijs voor literatuur zijn geweest, schrijft ze en vier jaar later was hij dood. Hij was al gewoon te oud, maar dat zegt niks. ‘In zeer goede staat’, bejubelt de verkoper van zijn boeken online. ‘Waarschijnlijk ongelezen!’

Maar dan leest ze in een dagboek van Helen Garner uit 1982, die schrijft dat ze Transrömer aan het lezen is. ‘We weten het niet echt’, citeert ze hem’ maar voelen het wel: gedurende ons leven vaart er een zusterschip met ons mee dat een heel andere route neemt.” Dat zusterschip, de boeken waarvan ik hou, herinneren me aan het bestaan daarvan

Vandaag ging er een groep ‘de Ninglinspo’ wandelen, een hike langs avontuurlijke paadjes, watervalletjes en met een ‘wild karakter’, goed te doen voor kinderen vanaf een jaar of 6-7. Niet voor mij, maar Lief wilde mee, dus ging het klokje van het avontuur om rond achten en reden ze naar de parkeerplaats in Sedoz om te eindigen bij het Point de Vue, Drouet. Ze zouden de blauwe route van 6 km lopen.

Ik hield oma-dag, dus kunstige bezigheden verzinnen met kleindochter en de vers gezochte bladeren van de prachtige grote oude tulpenboom bij het kasteel. Je kan ze perfect afdrukken met aquarel, veel beter nog dan met acryl. Ook op de bladeren zelf werd getekend.

De rakkertjes wilden ook en gingen vol ijver aan het werk met de acrylstiften van Franse Makelij, die in het huis lagen, maar die eigenlijk vrij moeilijk te verwijderen zijn van de tafel, een punt van akte. Natuurlijk moest er in het tekendagboek het geheimzinnige hek bij het kasteel vereeuwigd worden, zo’n hek waarachter de sprookjes tot leven komen. Voor een van de kleinzonen genoeg voer om zijn jonckvrouwen en ridders op te voeren.

Ik plukte wat van de prachtige donkerrode Hortensia’s die hier voor het huis staan om ze tussen de wat zielige staketsels van gipskruid te steken, die er vermoedelijk al een hele tijd stonden.

Intussen kwamen de hikers weer terug van hun track. Moe maar voldaan met modder op hun broeken en rode wangen van de inspanning, maar helemaal gelukkig. De foto’s zijn fantastisch met mooi panorama’s van de enorme bossen rond het pad en de enige bergrivier die de Ardennen rijk is: De Ninglinspo.

Een aantal houden de kleintjes nu in bedwang in het speellokaal, waar de pingpongtafel is ingeklapt en met twee kleine voetbaldoeltjes gevoetbald kon worden. Dochterlief is met man en zoon een dalschotel aan het bereiden in de keuken en daar sluit ik straks bij aan, al moet ik niet vergeten om de hut in het bos te bewonderen die de boys vanmiddag onder leiding van de oudste zoon en de zwager hadden gebouwd. Ik ben benieuwd. Kortom iedereen vermaakt zich prima.

Overpeinzingen

Morgen is er weer een dag

Hoe vliegen de dagen. Met het hele stel duurt alles ietsje langer en loopt alles van de ene gebeurtenis in de andere over. Heerlijke ochtend bij huis. Eerst het ontbijt, gezellig met 22 mensen en met heerlijk vers brood door de Franse schone zoon gehaald. Hij kon alleen maar contant betalen, maar we hebben geen contant geld meer, dus geld overmaken naar de bakkersvrouw en zo betalen. Er valt overal een mouw aan te passen. De kinderen kunnen zich heel in de vroegte vermaken in de speelkamers, twee stuks, incluis een pingpongtafel, kapla, en een uitgebreide knutseltafel met papier, prittstiften en dingen om uit te knippen en op te plakken. Prima voor de vroege morgenuren met de twee ouders van dienst, als de rest nog op een of een half oor ligt.

Na het ontbijt kwamen de tekendagboeken en schetsboeken op tafel, samen met de aquareldoosjes, tijd voor een paar ware kunstwerken, terwijl de Ipad ook goed werd benut met het programma procreate. Kunst van de bovenste plank.

In de middag scheen het zonnetje uitnodigend door de grote ramen, maar er kwam ook een donkere lucht achteraan. Wilden we nog naar buiten om te wandelen, dan moest er toch wat sneller in de benen geklommen worden. Een van de oudste kleinzonen was met paps naar de eerste hulp. Hij had helaas met keepen afgelopen zaterdag van frustratie om een cruciaal doelpunt tegen de paal geslagen en moest dat al drie dagen bekopen met pijn en een dikke hand.

Terwijl ze weg waren, werd de rest gemobiliseerd om met de auto’s naar het kasteel te gaan. Dat was even een kleine babylonische spraakverwarring, want de ene helft dacht te gaan wandelen en de anderen wilden naar het kasteel. Maar al gauw was het duidelijk.

Kastelen an sich, daar moet je van houden. Er is altijd verschil tussen, het kasteel was gesloten, maar het aangrenzende park met haar eeuwenoude bomen was open en het was er adembenemend prachtig en goed geregeld voor ieders wensen. De natuur had het bladeren in de meest mooie herfstkleuren laten regenen en er waren mooie makkelijke lanen(lees zonder hellingen), zodat het aangenaam wandelen was. Yeah, door grote hopen bladeren lopen, het doolhof verkennen en geheimzinnige hekken ontsluiten. Ook het kasteel en haar gracht viel van de buitenkant te bewonderen. Een van de kleintjes had het kasteel pas op school gehad en bij hem kwamen al gauw de jonkvrouwen en ridders in beeld. Het maakte niet uit of we het konden bezoeken, zijn fantasie was groot genoeg.

Na een heerlijke wandeling, een stronk van 300 jaar oud, twee prachtige bankjes ervan gemaakt, een grote tulpenboom, die terecht achter hekjes stond maar nu in volle glorie het mooie blad aan het verliezen was, rapen maar voor het knutselen, evenals verdwaalde kastanjes en wat dies meer zij.

Via het geheimzinnige hekje konden we weer terug komen op de route en daarna met de vier auto’s via een klein kronkelig veldweggetje terug rijden naar het huis.

Daar wachtte ons de ongelukkige kleinzoon. Helaas, middenhandsbeentje gebroken en gezet, met een stevig gips rond de arm weer terug. Inmiddels tijd voor de overheerlijke linzensoep met brood. Simpele en voedzame maaltijd. Hij overleeft het of zoals nuchtere schone zoon zegt; ‘er is niemand dood’.Morgen is er weer een dag.

Overpeinzingen

Daarna zien wel weer

Zo, na een heerlijke nachtrust is het goed toeven tussen de kinderschaar. Iedereen heeft ons huis goed kunnen bereiken, al was het bij Luik even mijl op zeven en hadden wat mensen de brug gemist. Maar als je dan het toverachtige laantje op kan rijden naar het huis toe, is al het leed van lange files (voor iedereen, dus ook vlak bij Utrecht) geleden. Het is fijn hoe snel dat soort dingen uit het geheugen verdwijnen.

Het huis en de omgeving, aan het begin van de Ardennen, bovenop een heuvel aan de rand van het dorp, geen huizen meer in de verre omtrek te bekennen. Een stier in het ene weiland en vier paarden grazend in het andere. Het zwembad voor het huis en een groep van vier statige grote beuken in herfsttooi erachter. Alle kinderen in het zwembad momenteel, inclusief de twee zoons, die de kleintjes vermaken en in de gaten houden en bibberende kinderen die een voor een binnen druppelen met hun handdoek omgeslagen.

Vanmorgen om negen uur zat iedereen op de oudste kleinzoon na, 16 en een eigen plan, rond het ontbijt. Gezellig koutend en iedereen genoot. Wat een verschil met drie jaar geleden toen de kleintjes nog te klein waren om rustig mee te kunnen draaien in het circuit. Ze worden vanzelf groot, maar wel met hier en daar een aanwijzing. Tussen alle bedrijven door tijd om te schrijven.

Regen voorspeld en stralende zon als cadeautje na een grijze ochtend. Ieder heeft een eigen kamer met douche, de kinderen kunnen op grappige stapelbedtribune, zes bedden naast en boven elkaar, superleuk bedacht. Niet alle kinderen willen er slapen, maar met een volwassene erbij, die overal in slaap kan vallen.

Wandelen kan al direct in de omgeving, heuvelachtig voor mij dus moeilijkheidsgraad, 5 maar zeker de moeite van het proberen waard zo in die herfstige kleurrijke natuur. Het panorama valt ook volop te genieten vanuit alle grote enorme ramen. Dat is minstens zo fijn.

De reis hier naartoe, was in Hongarije op het laatste stuk van de snelweg bij Gyor na goed te doen, ook een zonnige dag met welhaast eenzondagse rust op de weg, tot aan gyor waar wegwerkzaamheden waren, het betekent waarschijnlijk dat men een verbinding maakt vanaf Sopron tot aan nagypeterd. Een voordeeltje, omdat je dan niet meer helemaal langs Budapest moet, dat scheelt minimaal een uur, als het object geklaard is. Nu mochten we er een uurtje bijtellen.

Het hotel bleek uitgebaat te worden door een Johannieter-orde, en er kwamen een aantal mensen die afhankelijk waren van een rolstoel, de bediening van het restaurant was in handen van jongeren met een achterstand in de ontwikkeling. De meest allerhartelijkste bediening die je je kan voorstellen en die ons met een brede glimlach voorzag van een lekkere pinsa.

Duitsland blijft het land van de wegwerkzaamheden. Alle verbeteringen die zijn aangebracht, worden op een andere route weer teniet gedaan door diezelfde werkzaamheden. Zo is het water naar de zee dragen en met de drukte van de vrijdag leidde dat tot de nodige opstoppingen.

Maar al met al was het de moeite meer dan waard. Vanmorgen alles in het verwarmde zwembad, uitgelaten en lekker aan het dollen, maar klappertandend op de kant, want dan is het twee keer zo koud. Er zijn foto’s genoeg gemaakt, maar ik moet eerst de fotogalerij uitspitten en alle te grote bestanden van het begin uitzoeken, voor ik er nieuwe op kan gooien. Daar heb ik nu nog geen tijd voor, wie weet vanavond. Dus even alleen dit beeldende verslag. Daarna zien we wel weer.

Overpeinzingen

In een hemels groot bed

Ik zou graag nog een kleinigheid willen schrijven, maar ik ben ronduit te moe, na twee dagen rijden, de laatste dag vol files, en de opwinding om weer herenigd te zijn met al mijn lieve schatten. Het hotel gisteren was perfect, maar hier. Is alles zo mogelijk nog meer af. Het huis is weergaloos mooi, de ruimte perfect, de bossen van die prachtige Ardennen liggen binnen handbereik, we lopen het huis uit en het bos in. Werkelijk genieten wordt het hier. Straks weer wat foto’s nu alleen maar dromen in een hemels groot bed.

Overpeinzingen

Tot in de puntjes

We zijn er bijna klaar voor. De koffers zo goed als gepakt op de allerleaatste dingetjes na. Het ‘hotel’koffertje voor onderweg komt bovenop te liggen. De grote met de kleding van ons samen, een mens heeft niet meer al te veel nodig en de ‘leren is leuk’ koffer die gevuld is met boeken en pennen, nieuwe schets-en tekendagboeken daaronder en ik ontdekte nog een zak heksenhyl voor onderweg in mijn rugtasje. Een meevaller. De kleren voor morgen hangen klaar. Om half acht gaan we op pad. Dan ontlopen we de spits rond Budapest. Tanken doen we onderweg.

Lief heeft alle gereedschappen en de nodige meubels opgeborgen in de schuur, al de zaadjes zijn afgedekt met lekker veel mulch. Gisteren ontdekte hij nog een walnoot in het randbos, die helemaal onder de heggenrank zat. Die moest nog wel even gevrijwaard worden, wat zichtbaar goed deed. Ze veerde op. Nu staan er dus vijf walnoten bij elkaar, een walnotenbos op de valreep, hoe leuk is dat.

Na gedane arbeid is het zoet rusten, dus besloten we gisteren op Netflix een Arthouse film te zoeken, wat al lange tijd niet is voorgekomen. We vonden een film van formaat. ‘La Enfermedad del Domingo’ een drama van Rámon Salazar. Dit Spaanse drama is indrukwekkend en indringend, met prachtige filmische beelden van het bos rond het huis in de Franse Pyreneeën, de bomen machtig en majestueus in beeld gebracht. Voor elk shot neemt de regisseur ruim de tijd. In dit decor speelde zich het verhaal af van een ooit door haar moeder verlaten dochter én die moeder, die in tien dagen de dertig jaar ervoor wisten te overbruggen op een tragische, prachtige en ontroerende wijze. De traagheid in de film onderschrijft de ontmoeting. Er zijn geen woorden nodig om elkaar uiteindelijk goed te begrijpen. Als dochterlief met een verzoek komt, weet de moeder wat ze moet doen. Het einde is zo ontroerend en begrijpelijk.

Het duurde lang voor ik de slaap kon vatten. Dat is de laatste tijd vaker. Er spookt natuurlijk van alles door mijn hoofd. Deze ochtend bracht zoonlief afleiding met zijn filmpjes en foto’s van de kinderen. Kleindochter die met haar twee popjes om haar heen en het poppenserviesje een theeparty houdt, waarbij zoonlief ook gul een kopje thee krijgt toegeschoven. Zoonlief maakt alle geluiden, ook die van de drinkende poppen incluis. Wat heerlijk om te zien en horen. De beredenering van de kleine ook en de gedecideerdheid in wat gebeuren moet en wat niet.

Het doet me denken aan lang vervlogen tijden. Een rond tafelkleed op het gras, het kleine serviesje met echte thee, de dametjes (3 en 5) houden een high tea met mijn Chinese theepotje en keuvelen de zomer bij elkaar in een paars/blauwe wolk. Ze zijn nu 45 en 43 jaar en straks gaan we high tea en meer houden ergens in de buurt van Staphorst. Gewapend met viltpakketten, kunst in het klein, want we zijn vast van plan om er een diertje te vilten. Piep moet op haar lange reizen een metgezel krijgen, vind ik. Ook leuker voor mij.

Zo, de laatste puntjes op de i, en dan zijn we er helemaal klaar voor, tot in de puntjes

Overpeinzingen

We zullen zien

Het atelier mag in de ruststand. Ik heb de doeken stuk voor stuk toegesproken en gezegd dat ze het even met elkaar moeten doen, maar dat ik in april terugkom met nieuwe inspiratie en elan. Het palet is schoon, voor zover mogelijk, de kwasten houden de wacht, de waterfles is leeg, de olieverf keurig opgeborgen in hun kist.

Lief heeft tijdens het opvegen van de vijgenbladeren ineens het zicht op een sabelsprinkhaan die onder een blad verscholen zat. Wat zijn het toch prachtige statige dieren, zelfs in nood, waardig vindt hij in aangepaste snelheid zijn weg tot hij weer veilig onder de vijg kan schuilen.

Vandaag is het laatste wasje aan de beurt. De tas met tekenspullen voor een week kinderpret is ingepakt, ik vond zelfs nog vier kleine doekjes en acrylverf, maar ook de tetrakarton om afdrukken te maken. Het gaat geloof ik de hele week regenen, vertelde de buienradar mij, maar die heeft het hier ook zo dikwijls fout, dat ik maar weer gewoon naar de lucht ga kijken om voorspellingen te doen. Even een inkoppertje, binnen schijnt de zon, dat kan niet anders met mijn tien kleinkinderen en alle kinderen met schone zonen en dochters, die we al meer dan drie maanden niet meer gezien hebben.

We tellen de dagen af, niet omdat we zo graag weg willen, ik wil hier eigenlijk niet weg en daar eigenlijk ook niet, maar omdat we op een vrijdag vertrekken en dagen lopen hier nou eenmaal kalmpjes in elkaar over, moet ik alert zijn. Normaal reis ik op zaterdag en zondag. Dit is nieuw en spannender in verband met de drukte. Op een zaterdagmorgen vroeg is er geen kip op de weg. Op vrijdagmorgen snakt iedereen naar het eind van de dag, waar de vrije dagen beginnen.

Het was gisteren een heerlijke warme dag. We konden buiten ontbijten en na het ruimen nog thee drinken op de veranda met de weldadige warmte van een herfstzon, die een mooie verstilling in het geheel teweeg bracht. De vogels waren het met me eens, want de fazanten waren in de weer, even als de koolmees, de Syrische bonte specht en de glanskop. De hele maand lieten ze zich niet zien of horen.

De schrijfingang van deze dag was typ-ex. Dat heb ik in mijn leven maar zo zelden gebruikt, dat ik denk dat het een verhaal in overdrachtelijke zin wordt. Grenzen zou ik willen typ-exen, op alle mogelijke fronten en in welke vorm dan ook. Na een stuk debat te hebben gekeken, afgelopen zondag, zou ik rigoureus met de typ-ex te werk gaan om hier en daar wat verderfelijke elementen te verwijderen. We hebben vooral rust en beheersing nodig, kennis en empathie en dat vond ik bij de drie heren zeker. Het land is moe, de uitwas zat en heeft behoefte aan solide bestuur. Er is meer dan genoeg vakkennis aanwezig en als iemand te licht wordt gewogen, moet er naar gehandeld worden.

De 25e, op onze aankomst in Brussel, staat er een grote staking op stapel. Daar moest ik vannacht over peinzen. Is er wel doorheen te komen. Ons hotel ligt midden in de stad. De staking aan het begin van de week ging niet zonder slag of stoot. Ik moet maar bogen op het goede gesternte. We zullen zien.

Overpeinzingen

De tijd tikt door

Terwijl moeder aarde haar onverstoorbare gang gaat en de natuur zich opmaakt voor de naderende winter, zijn wij bezig met de laatste loodjes om alles en iedereen aan plant en dier tegemoet te komen, qua schuilplaatsen, qua zaden en bollen, qua tuingereedschap en tuinmeubilair her en der. Ook de schuur en de Datsja wordt in stelling gebracht om een periode van rust zonder al te veel schade te kunnen doorstaan.

Daarnaast moet ook het huis haar aanpassingen krijgen. Al het voedsel in de koelkast of in potten, zodat muis er niets te zoeken heeft, nog een keer de hele tent stoffen en stofzuigen, straks gaan de luiken dicht en moeten ze het even alleen zien te stellen, al die meubels, schilderijen, de kreupele vleugel en de boeken. Maar niet voor lang, want Lief gaat na de week in de Ardennen en de vier dagen in Brussel met de nachttrein terug, terwijl ik de reis naar huis met Agaath en Piep de muis voortzet, de kinderen achterna.

Er zijn veel leuke activiteiten in het vooruitzicht gepland. Er zijn al afspraken gemaakt over een lang weekend met de twee dochters in Overijssel en een brunch bij dochterlief en haar gezin op tweede kerstdag voor de hele famille staat ook al vast. Er is een bijeenkomst met de biografie-club en het boek over Eise Eisinga, dat wordt doorlezen dus. Er wordt vanavond vast een nieuwe boekenbabbel gepland. Deze moet ik helaas missen, maar wat hebben Lief en ik genoten van de schrijfstijl van Judith Fanto en wat konden we meegaan in dit doordringende verhaal. Welk nieuw boek het wordt, hoor ik nog.

De kapper staat op het lijstje. Veel verjaardagen, de sterfdag van de vader van de kinderen, feestjes en ontmoetingen met mijn lieve vriendinnen en vrienden, zussendagen, de gebruikelijke sinterklazen-acties en de voorbereidingen voor de komst van Lief in December en Kerst. Cadeautjes zijn de extra’s. Museum-, theater- en bioscoopbezoek, maar ook een weekendje Hoek van Holland naar broer van lief en Texel, naar vriendinlief om haar de doos vol verrassingen te brengen, die ze hier heeft achtergelaten , toen ze haar wijnhuisje verkocht had.

We dachten eerst dat we die kwijt waren geraakt, maar het stond verstopt achter zoveel andere spulletjes in het hok van de ketel op zolder. Ze is als een kind zo blij, want is natuurlijk allang vergeten welke kleine prulletjes ze er allemaal als herinnering aan die goeie ouwe tijd had ingestopt, omdat ze dacht dat de doos verdwenen was. Waar je verdriet van hebt qua spulletjes, kun je beter maar dieper wegstoppen, maar niet te diep. Mijn gedichtenboekje en beer en looppop liggen ergens in de schuur en ik kan ze maar niet vinden. Steeds doet het pijn als ze met regelmaat in mijn gedachten zijn.

Het tekendagboek is bijna vol. Een nieuwe heb ik alweer gevonden in het tuincentrum hier. Het blijft een heerlijke manier van herbeleven als ik er doorheen blader.

Gisteren heb ik Agaath gestofzuigd. Dat wilde ik eerst met de kruimeldief doen, maar die kon onmogelijk in de vele hoekjes en gaatjes komen. Dus kwam haar grote blauwe broer eraan te pas. Dat was beter. Daardoor ontdekte ik ook weer dat je de kofferbak-klep kan verlagen of verhogen, we hadden hem altijd op laag staan, maar ik moet eens kijken of de koffers er onder ook passen, dat zou nog beter zijn.

Nu eerst maar langzaamaan gaan prakkizeren wat mee moet en wat hier kan blijven. Nog drie nachten. De tijd tikt door.

Overpeinzingen

Een tikkeltje kleurlozer

Een van de ingangen is ‘Wie ruikt lekker‘. De vingers vlogen over de toetsen, want daar had ik een duidelijk beeld bij met mijn reukloze neus:

‘De wereld ruikt alleen nog maar scherp. Scherp zoet, zout of bitter, scherpe rook of chemisch en verder gaat het leven reukloos voorbij, al een paar jaar. Verliezen van geuren gaat geleidelijk, tot voor twee jaar terug waren lekkere geuren als knoflook, vanille of anijs nog bij me. Maar nu vult mijn geheugen alles voor dat werkloze trilhaarepitheel in. Vooral zonder kookgeuren als kruiden te moeten, is een verlies. Maar daarom niet getreurd. Het staat me nog vers voor de geest hoe alles geurt. Combinaties kan ik feilloos op mijn herinnering maken. Koken is een van mijn liefste bezigheden.

Nu ik terug wil naar mijn jeugd en naar hoe mensen roken en wie, wordt het diep graven. De eerste geurherinneringen die opkomen zijn de mottenballen in mijn moeders klerenkast. Maar dat rook minder aangenaam toen, dan dat ik me nu voor de geest kan halen. Elke zondag naar de kerk. Daar waren mensen die naar kamfer roken met hun zwarte kamgaren winterjassen, waarbij die geur zich bij de mannen nog mengde met sigarenrook of pijp. Zo’n zware lucht. Niet echt lekker maar wel heel vertrouwd, want zo rook opa ook. Naar sigaar en kamfer. Opa was lief. 

Iets later lagen er maja-zeepjes uit Spanje tussen mijn moeders kleren in hun zwart met rode papiertjes en kwamen er zakdoekjes met eau de cologne erop, een paar druppels uit de grote fles met het blauwe etiket en de krullerige letters. Als ze de was deed rook zijzelf en de hele keuken naar sunlight zeep, die wij dan mochten kloppen. Zachte geuren. Later werd dat vervangen door Dreft en Biotex, mijn moeder zwoer bij Biotex. Dat waren de lekkere geuren van het verleden, samen met de wierook, de brylcreem en de scheerzeep.

Ze werden extra lekker, die geuren van vroeger, omdat er een groot contrast was met de hele nare geuren van die tijd. Die van de fabriek van de Benenkluif op de Lange Lauwerecht, een penetrante geur van verbrande botten en verschroeid vlees die over alle straten hing en de zware koolraap- en bloemkoollucht in huis, als ze tot pap gekookt werden. 

In Frankrijk leerde ik de frisse Marseille-zeep kennen. Wat een heerlijk goedje was dat. Je waande je in een veld vol bloemen als je een bloes aanhad, die gewassen was met Marseille-zeep. 

Met mijn puberteit kwam er een heerlijke geur bij, die van Musk, Patchouli en Afghaanjassen. De allerlekkerste grond-geuren die je maar kan bedenken, zelfs als de jassen nat waren. Musk rook heel sterk en stoer, maar de patchouli maakte alles in me los wat er aan beleving te halen was. Ik droeg een druppel achter mijn oor of op een van de polsen met verve. Dat je zo in een geur past.

Toen ik ‘m in de verpleging niet meer opdeed, omdat sommige mensen het vies vonden ruiken, vergat ik het een beetje en werd die eigen-wijze geur gesmoord in de heftige Chanel 5 om me heen, die in de verpleging in de mode was in die dagen, maar eenmaal opnieuw mijn aardse geurtje geroken wist ik, dat dat voorgoed de mijne was. Daar wil ik alleen nog maar in wonen. Vanaf die tijd in de jaren negentig nooit meer zonder mijn Patchouli de deur uit. Ook dat ruik ik niet meer, zelfs niet uit het flesje, maar wat zou ik dat nog graag een keer willen opsnuiven.

Pas gewassen baby-haartjes met Zwitsal, iets mooiers en onschuldigers bestaat niet. Zijdezacht en heerlijk om tegen je aan te koesteren en diep op te snuiven opdat je nooit vergeten zal hoe dat intense gevoel was. Je weet pas wat je mist als het er niet meer is. 

Er gloort hoop aan de horizon, want er is iets uitgevonden tegen deze kwaal. In de wintermaanden ga ik daar achteraan. Wie weet wat het oplevert. Vroeger zei men bij het moeten maken van een keuze: ‘Ja kan je krijgen, nee heb je’. Zo is het maar net. Het is de moeite van het proberen waard, want zonder geur en smaak is het leven een tikkeltje kleurlozer.

Overpeinzingen

In volle glorie

Als wij ‘s nachts liggen te slapen of althans proberen de slaap te vatten, spelen zich op de Hof gruwelijke filmtaferelen af. Nietsvermoedend gaat rat uit wandelen op zoek naar kippenvoer, dat alom aanwezig is bij de twee wederzijdse buren van de Hof. Maar er is nog iemand op rooftocht. De kleine sluwe steenmarter, en die wil het maximale uit de duisternis zien te halen. Ze heeft de rat allang zijn oversteek zien wagen en besluit een poging te doen. Als ze het dier bespringt, bijt ze rücksichtlos en in een beweging de kop eraf. Vermoedelijk is ze toen midden in haar gruwelijke daad betrapt of dreigde er een ander gevaar, maar de rest van de rat lag nog warm op het pad toen Lief de ongelukkige vond. We konden een conclusie trekken. De poepjes die steeds ontdekt worden, zijn die van de steenmarter, een klein vraatzuchtig diertje dat maar een kleine ruimte nodig heeft onder de grond, tussen de takken of onder een beschutting om te wonen.

Vannacht hoorde ik het hondje van de buurvrouw weer schel en woedend blaffen, ik kon niet nalaten door het slaapkamerraam dat aan de buurvrouws tuin grenst, te kijken of er ergens een rat of martertje rondscharrelde, beide hebben me weer danig uit mijn slaap gehouden. Waar blijft de zandman als je hem nodig hebt.

Gisteren hebben we de voorstelling van Van der Laan en Woe bekeken met de titel NG en we hebben genoten. Het is een ijzersterk staaltje satire wat daar bedreven wordt, waarbij er niets ontziend alles wordt aangepakt om de belachelijkheid van de daad of het oordeel daarover aan te tonen, want beiden zijn even verwerpelijk. Petje af voor de beide mannen en ik kan niet wachten tot 1 november. Dan zijn ze er weer iedere week. Zo naar gesnakt, als tegenhang voor al dat politieke gesnoef. Een mens zoekt vooral naar vrede, rede en humor.

De krullebol is jarig, ik kan hem niet meer klein noemen, want hij is zes jaar geworden. Vanuit hier stuur ik zo veel mogelijk een kaart met een klein cadeautje bij verjaardagen, lang leve de instellingen die dat mogelijk maken, want normaliter over de post duurt het lang eer zoiets aan gekomen is en nu kan ik het in twee of drie dagen regelen. Een vrolijke kaart en een mooi kras-je-dino-boek, dat hij vrijdag al kreeg en waar hij gisteren, stralende snoet via het videobellen, dolblij mee was. Een kleine demonstratie hoorde erbij. Wat heerlijk als het zo goed ontvangen wordt.

Vandaag ga ik de Datsja gereedklaar maken voor een lange rustperiode, dat betekent nog een laatste hand aan de drie doeken, palet schoonmaken, een paar doeken meenemen naar het huis, die van de serie Hongaarse oudjes, die mogen bij hun vriendinnen. De zussen worden weer verbannen naar achteren. Nog een seizoen en dan schilder ik ze over en komt er wat anders op het vermaledijde doek. ‘Kill your Darlings’ als het niet lukt, dat lijkt me uiteindelijk evident.

Een tochtje over de binnendoor-weggetjes achter Szigetvar brengt ons naar een rondje om de wijnberg. Een stukje Hongarije waar de tijd al jaren is stilgezet met hier en daar wat voorzichtige of uitbundige noviteit. De vervallen wijnhuisjes, die door de natuur zijn overgenomen, staan er aandoenlijk bij. Het duurt even voor we via eindwegen de weg naar Becefa vinden. Daar was het wijnhuisje van vriendinlief, dat er nog net zo bij ligt, maar waar pal naast met een grote houten schutting een vesting is verrezen. Het maakt het huisje iet of wat verloren. De tocht was er een van herkenning.

Lief is de potplanten aan het ingraven, de lobelia’s en de herfstasters, en zaait her en der alvast wat veldbloemen uit. Daarvoor moet hij soms nieuwe grondjes bedenken en ontginnen, want overal staan veel bollen. Ik ben heel nieuwsgierig hoe het allemaal zal uitpakken. Een paar maanden in rust en veel geduld, want straks barst de lente los in volle glorie.

Overpeinzingen

Om die verbeelding te voeden

‘Onze Lieve Heertje/Geef mooi weertje/ geef een mooie dag/ dat het zonnetje weer schijnen mag.’

Een versje van lang geleden. Iets wat we, als het nodig was om dat Lieve Heertje aan te roepen, te berde werd gebracht ingefluisterd door oma en mijn moeder. Net zo lang geleden overigens, als de overpeinzingen naar aanleiding van wat ik las als schrijfingang van gisteren. Jezus Christus. Het is me wat.

Onze lieve Heertje, geef mooi weertje

In mijn dagboekje staat een verhaal over een film van Jezus, die kennelijk destijds diepe sporen achterliet, weliswaar niet diep genoeg om het verhaal niet hier en daar door de jaren heen bij te stellen, maar toch. Destijds was ik als veertienjarige behoorlijk onder de indruk van het lijden van Jesus dat Pierre Paolo Pasolini me voorschotelde in Matteo (in 1965) naar het evangelie van Matteüs, ik schreef erover, knipte de beeltenis uit de televisiegids, plakte dat bij mijn gedachtenspinsels en heb vast en zeker die zondagmorgen met meer aandacht in de Nicolaaskerk gezeten. Enrique Irazoqui speelde Jezus. 

Dat was kenmerkend voor het geloof en ook waarom ik later enigszins kon bedenken waarom protestanten en gereformeerden zo’n hekel aan de beeltenissen hadden. Je fantasie kon er aardig door op hol slaan. Aan de andere kant was het grote voordeel dat nergens de verbeelding zo geprikkeld werd als in de katholieke kerk. Neem alleen maar de kruisweg die in elke kerk ruimschoots gevisualiseerd werd. Ademloos kon je de plaatjes bestuderen terwijl de priester op de preekstoel zijn woorden over de beminde gelovigen heen liet donderen. Zo ontsnapte je samen met de Latijnse liederen aan de saaiheid van een geloof. Er was weinig voor nodig om mijn fantasie aan te zwengelen. Dat bleek ook wel uit wat ik bij de plaatjes in het dagboek had geschreven, zwijmel, zwijmel. Er sprak grote eerbied uit, maar meer voor het dromerige lijdende voorkomen van die lieve man dan ontzag van binnen uit. 

En gelukkig was er in 1970 Jesus Christ Superstar, de Rockopera over het leven van Jezus. Heerlijk eigentijds waarin we onszelf moeiteloos tussen het volk mengden en zelfs misschien wel tussen die hippe apostelen, maar Judas was toch wel mijn grote adorabele vriend. Omdat hij iets stoms gedaan had, terwijl hij alleen maar wilde waarschuwen, en daar wroeging over kreeg. Ik deed ook vaak iets stoms. Maar ook omdat hij er in mijn ontluikende ogen uiterst onweerstaanbaar uitzag. Wat een prachtige man, van binnen en van buiten. 

We leerden alle songs uit het hoofd en nog komt de tekst nagenoeg foutloos uit mijn mond. Eens geleerd, altijd geleerd. Voor het leven deze ‘Jesus Christ’. Ik denk dat ik de film wel drie keer gezien heb. 

Tja, wat is te geloven. Het lijden, het leven van hun kleine gezinnetje, Maria op een ezel, Jozef ernaast en Jezus in de kribbe in de stal. In ieder geval zijn er mooie en warme kinderlijke herinneringen aan Kerstnacht, de honger, drie missen en je moest nuchter blijven, dan het lekkere en bijzondere eten midden in de nacht met warm brood en onvoorstelbaar lekkere vleeswaren, katenspek en rosbief. Luxe ten top. Eén keer per jaar luxe. Geen kerstman, maar wel een stalletje met de engel erboven en de schapen, de herders en de drie koningen en het liedje ervoor. Kindertjes op een rij, schoongeschrobd met natte haartjes en zingen maar: ‘Het is kinderbedtijd zegt vader vooruit, de kaarsjes die moeten nog uit, wie heeft er de beurt om te blazen vandaag, dat is kleine conie dat doet hij zo graag, fuut fuut fuut fuut fuut fuit, dan blaast hij de kaarsjes uit’, en zo verder, tot we allemaal aan de beurt waren geweest.

Later met het eigen gezin, hetzelfde ritueel en ook de kaarsjes in de kerk. Voor wie we allemaal liefhebben en die niet meer bij ons zijn. Waar we ook op vakantie gingen, een bezoek aan een kerk was er steevast een onderdeel van. Doorgaans het kaarsje voor Maria, een eerbetoon aan moeders over de hele wereld en haar dochters en zonen, Jezus nog steeds een aardig verhaal in de orde van grootte van de sprookjes. Gruwelijk eigenlijk en toch goed om die verbeelding te voeden.  

_

Overpeinzingen

Er leiden vele andere wegen naar Pécs of Szigetvár

Op een van de blogs die ik bij hou en lees stond een bericht over paddenstoelen. Dat is iets wat ik hier een beetje mis. We hadden wel twee grote zwammen, maar niet die alleraardigste vliegenzwammen, parasolzwammen, boleten, porseleinzwammen en pruikzwammen. Heerlijke namen. Het kietelt de verbeelding. Paddenstoelen horen bij sprookjes, verhalen, kabouters, en kinderen én ik mogen er graag in verdwijnen. Het was altijd heerlijk om met school op pad te gaan in dat kleine stukje bos aan de rand van IJsselstein en er daar een paar te ontdekken samen met de verkleurde bladeren en de vruchten van de bomen. Kampen werden met regelmaat in een beginnende herfst of midden in de herfst georganiseerd. Rijker en mooier natuur om op ontdekkingstocht te gaan kan je je niet bedenken.

Een van de kampen met To en Bep in het bos in de jaren ‘90

Hongarije heeft veel paddenstoelen, maar er wordt wild geplukt, soms door het hele gezin. Eekhoorntjesbrood, cantharellen en champignons en als je weet waar je ze zoeken moet, de truffel. Er zijn veel mensen die onder de armoedegrens leven en de gevonden paddestoelen worden doorverkocht aan tussenhandelaren of gebruikt voor eigen levensonderhoud. Toen de regering belasting wilde heffen op wildplukken werd er veel misbaar gemaakt en werd ze ervan beschuldigd mensen hun schamele eten en inkomen af te pakken.

Met paddenstoelen is het mogelijk om een heerlijke vegetarische Pörkölt te maken. Een stoofpot met zonnebloemolie, paddenstoel, uien, paprikapoeder, knoflook en paprika en zure room. Als dit gerecht met vlees wordt gemaakt noemen wij het goulash, maar de Hongaarse Gulyas-leves is een soep met schaap of rund en vegetarisch met paddenstoelen.

Volgende week zitten we én met paddenstoelen én met heel veel (10) kleinkinderen in de Ardennen en dan kunnen we los. Ik zal het arsenaal aan herfst opentrekken. Voor mij is dat een tikkeltje nostalgie.

Toevallig hadden we gisteren na het eten een verhaal over Béla Bartok om voor te lezen. Het speelde zich net als ‘Narcis’ van Judith Fanto net voor de aanvang van de tweede wereldoorlog af, niet in Oostenrijk maar in een Hongarije dat zich had aangesloten bij de AS-mogendheden, een alliantie met Duitsland en Italië en zo kwam het dat Béla met zijn (Joodse) vrouw Ditte besloot naar Amerika te gaan. Van hem is de uitspraak: ‘Alle mensen zijn Joden’. Hij weigerde dan ook een Ariërverklaring te ondertekenen. In 1944 sloot Hongarije zich alsnog aan bij de geallieerden.

Omdat we eigenlijk zelf wat grond bezitten, komen we nog te weinig in de enorme bossen die ons omringen. Wandelen is altijd een goed gerichte actie, want ze moet niet teveel hoogteverschil kennen. Dan leg ik het te gauw af. Een van de nadelen. De Baranya in deze contreien is nogal vlak, ook al hebben we de Wijnberg hier achter het dorp liggen en is er het Mecsek gebergte, maar zodra je in Szomogy komt, dan heuvelt het maar aan. Dat is de reden dat een van de wensen nog een elektrische vouwfiets is, ook geen overbodige luxe. Maar dat blijft voorlopig nog in de pen. Eerst is het goed de omgeving hier in de buurt per fiets te ontdekken. We zijn nog lang niet overal geweest.

Lief wel hoor, die heeft vroeger vooral veel afgefietst en gelopen. Maar toen reden er voornamelijk paard en wagen en een handvol auto’s over de wegen. Nu is het een drukte van jewelste. Er kleven nadelen aan, want over de weg 6 kan je alleen met gevaar voor eigen leven fietsen. We laten die beker zoetjes voorbij gaan. Er leiden vele andere wegen naar Pécs of Szigetvar.

Overpeinzingen

Het beschouwelijke groeien

We moesten op zoek naar een nieuw boek om voor te lezen en gaan nu voor het boek van Jan Brokken en zijn ‘De weemoed van een reiziger’ waarin 14 verhalen over dichters, musici en schilders. Daar had ik er zelf al een paar van gelezen, maar voorlezen heeft zoveel voordelen, dat we daar eigenlijk een nieuwe traditie van willen maken. Voorlezen na het eten zorgt voor zorgvuldiger aandacht voor hetgeen je leest of beluistert, het geeft stof tot praten en het verhaal trekt als een film voorbij.

Brokken schrijft boeiend en informatief, het eerste verhaal is dat van de brievenbus bij het graf van de dichter Antonio Machado, waar ik al eerder over geschreven heb. Er is een lied over deze dichter van Jean Ferrat ‘Les Poétes’ genaamd. Natuurlijk hebben we daar naar geluisterd. De zanger was ons onbekend, maar hoort thuis in dezelfde orde van grootte als George Moustaki. Dat muzikale intermezzo verhoogde de feestvreugde.

Lief is nu de grond achter aan de voedselhof zaairijp aan het maken. We zaaien een deel van de veldbloemen nu nog uit en de rest in het voorjaar. Het blijft al met al een groot experiment. Als verjaarscadeau krijgt hij twee kiwi’s van mij, die zijn winterhard en zullen goed aanslaan.

Gisteren was er ineens weer een aangenaam zonnetje bij windkracht 3, dat dan weer wel, maar het was uitstekend weer voor een wandelingetje achter de hof. Als ik de landweg afloop, waan je je al gauw in de oneindigheid met het zicht op akkers en velden en dat prachtige blauwige Mecsek gebergte er achter. Dochterlief belde me onderweg en al wandelend hebben we de week weer even bijgebabbeld. Altijd fijn. Nog maar tien nachten slapen en dan kunnen we ze allemaal weer in de armen sluiten. In die vakantieweek zullen we ook een fotoshoot houden, omdat er weer kleintjes bij zijn. De dresscode is bruintinten in alle gradaties. Dat hebben we gelukkig in de kast hangen. De foto’s van de vorige shoot staan allemaal hier op mijn kabinetje te pronken. Zo zijn ze toch allemaal altijd in de buurt.

De schrijfingang van vandaag was ‘In de berm’ en zo kon het zijn dat ik een wijle vertoefde in de zestiger jaren, toen we al op vakantie gingen naar verre oorden. Een volkswagenbus met een motor van een Taunus 15M vol kinderen, volgestouwd met blikvoer en tent. Hoe anders waren de wegen toen, realiseerde ik me daardoor. Geen raststätte of autohöf, maar gewoon een bossig plekje of een weiland om de benen te strekken, bomen waarachter je kon plassen, picknicken. Auto’s reden nog niet zo hard, dus het kon allemaal, geen vier of vijfbaanswegen en ruimschoots tijd om kaart en route te bestuderen op het gras, geen veiligheidsriemen, anders hadden we er nooit allemaal in gekund. Er zaten er altijd wel twee boven op de bagage achterin. Acht of negen van de elf waren er doorgaans bij. Het kon allemaal.

Een andere berm is die, waar ik tegenwoordig graag sta in een gezelschap. Een beetje aan de zijlijn, dan zie je zoveel meer en het levert mooie gedachten op. Het is goed voor het beschouwelijke groeien.

Overpeinzingen

Nu de avonden lengen

Narcis van Judith Fanto is uit, het parfum besteld, de evaluatie gedaan. Wat een boek én wat een schrijfster. Ik neem een kijkje op haar website en kom erachter hoe ze haar kennis opdoet over Wenen dat uitvoerig beschreven wordt en bijvoorbeeld klassieke auto’s uit de jaren dertig en verbaas me ook over haar openheid in haar verhalen op deze website.

Bij Lief en mij blijft vooral het thema ‘vriendschap’ hangen. Wat doe je als je een groot geheim met je meedraagt dat een onuitwisbare invloed heeft op die vriendschap van de zes vrienden in het boek.

Ik denk aan Covid en het verschil van opvattingen, de complottheorieën en cruciale beslissingen over wel of niet vaccineren, die naast vriendschappen ook families uit elkaar hebben getrokken. Omstandigheden trekken een grote wissel op het verloop van zo’n vriendschap.

Zo ook in dit boek waar de opkomst van het nationaal socialisme een grote rol speelde en wat uiteindelijk de rekening presenteerde. Daardoor voelde het verloop van het plot als onoverkomelijk. Kwam het omdat geheimen niet gedeeld werden? Als dat wel was gebeurd had het dan wat uitgemaakt? Mag je eigenlijk wel geheimen hebben binnen een relatie of moet alles op ieders bordje terecht komen?

Bij het beschrijven van de vragen, die het boek ‘Mama. Ik wil graag alles over je weten’ van Paper Life voor zoonlief stelt en die ik tracht te beantwoorden, op zich al een hele klus, zijn er bij, waar ik absoluut niet te diep op wil ingaan. Bijvoorbeeld omdat het niet relevant is voor de beeldvorming of omdat ik vind dat dat specifiek alleen mij persoonlijk aangaat. Schiet ik dan tekort. Onthoud ik mijn schatjes belangrijke informatie over mijn leven. Dat denk ik niet.

Judith krijgt daarover in een interview met Frénk van der Linden (geen familie van mij) van Kunststof Radio deze keuze voorgeschoteld: ‘Vriendschap is dat je alles deelt’ of ‘Vriendschap is juist elkaar geheimen gunnen’. Haar antwoord is ‘dat ze toch zou gaan voor de geheimen en het respect voor de geheimen van een ander, ondanks dat ze nieuwsgierig is en een open boek’. Aanvullend geeft ze aan ‘Het gaat er niet eens om óf er geheimen zijn, maar om het respect of er geheimen mogen zijn’.

Het werpt een nieuw licht op het boek. Vanuit die optiek bekeken weet je nu beter wat ze voor ogen had om de hoofdpersoon in dit verhaal jaren met een groot geheim te laten rondlopen. Eigenlijk mee te torsen, zo zwaar is het.

De ontknoping is vele malen heftiger. Ik kan niet wachten om het te bespreken met ‘de Boekenbabbel’, maar helaas ben ik dan nog niet in Nederland. Ze komen de veertiende weer bij elkaar. Ik heb beloofd te schrijven wat mijn bevindingen zijn. Het nadeel van een algemene blog is dat je geen tips van de sluier wil oplichten. Zo wordt het nu al met al misschien een onsamenhangend geheel. Maar als jullie het boek gelezen hebben, vallen de stukken vanzelf op de juiste plek. Het is in ieder geval een aanrader en niet in de laatste plaats om de beeldende schrijfstijl.

Al met al heb ik door het vorsen naar informatie over Judith Fanto Kunststof Radio herontdekt en haar website vol boeiende verhalen. Een welkome aanvulling nu de avonden lengen.

Overpeinzingen

Dromen maken er dankbaar gebruik van

Hieperdepiep in de gloria. Lief is jarig en we vieren het in alle eenvoud door samen te zijn. Misschien zit er nog een etentje in, maar straks in de week met de kinderen zijn er zoveel leuke vooruitzichten, dat we ook de dag de dag kunnen laten. Samen in deze kalme sfeer is al voldoende, dat zijn voortdurend de cadeautjes, het hele jaar door zijn er van die mooie momenten. We hebben alles wat het leven aangenaam maakt, zoals een lieve blogvriendin zegt: ‘Het goede van twee werelden’ en dat is zo veel waard.

Trouwens als cadeau kreeg hij in ieder geval ochtendzon. Die brengt wat meer warmte en licht het groen op, geeft de bloemen nog meer kleur. Gisteren heb ik de zaadjes van de basilicum verzameld en met de laatste goede blaadjes, wat peterselie, olie, pardano en knoflook een lekkere pesto gemaakt voor in de pasta.

Er komen allemaal foto’s binnen van vrienden en vriendinnen, die mee gelopen hebben op zondag om de rode lijn te vormen. Benijdenswaardig. We hadden er graag bij geweest. Het moet toch een belangrijk vredelievend teken zijn geweest. We hopen dat het iets in gang zet.

Ik droomde vannacht van twee van mijn vrienden en uitgerekend vandaag schreef een ervan aan Lief met de vraag, wanneer we weer in Nederland zouden zijn. Bijzonder toch. Vlak daarvoor wist ik waar het over ging, maar toen lief me vertelde van het mailtje wist ik alleen nog maar dat ik van hen samen gedroomd had. Vroeger schreef ik ze op. Zodra je wakker wordt papier en pen pakken en schrijven maar. Van lieverlee ga je je alles veel meer herinneren. Altijd weer opmerkelijk hoezeer voorwerpen in detail kunnen terugkomen, zelfs van die, die je nooit in werkelijkheid heb gezien, maar waarschijnlijk dan wel onbewust. In een museum of zo, als decor bij een toneel, in een etalage, want hoe kom je anders aan die details.

Juist die onbewuste waarnemingen doen er toe, ze kleuren het geheel zo onopvallend in, maar als ze er niet zijn zou je een bepaalde sfeer missen. Aan de andere kant, als je er teveel van hebt, raak je erin verstrikt.

Dankzij de vele voorstellingen die ik gezien heb, als lid van de klankbordgroep van Kunst Centraal, is het arsenaal aan bewuste en onbewuste rekwisieten uitgebreid aanwezig. Een van de mooiste was die in een voorstelling, die gebruik maakte van een ouderwets kabinet met heel veel laatjes. Die laatjes schoven uit zichzelf open en dicht. Ik weet niet meer hoe het stuk heette, maar het kabinet kan ik uittekenen.

Hier staat een zusje ervan, waar wat spulletjes en prulletjes in zijn opgeborgen. Wat linnengoed, t-shirtjes, de föhn en het strijkijzer, een extra deken. Ze is mooi oud en hoort bij de grote linnenkast. De foto’s van de kinderen staan erop.

Bij een kabinet denk ik ook steevast aan het lied van Herman van Veen. Omaatje.

Wat ben je toch lief/Wat ben je toch aardig
Wat is het gezellig bij jou/Want jij hebt altijd koekjes
En kleine kadootjes/Je hebt zoveel kastjes
Met laatjes en doosjes/Vol zilverpapier
Vol plaatjes en foto’s/Van opa’s en oma’s
De vader van tante dur neef

Zo’n kabinet dus. Het exemplaar op het toneel was ook een fraai en oud geval. In het lied van Herman overweegt het kleinkind om een knikker in de soep te stoppen. Dan zouden zijn ouders misschien wel…En dan kon ie voor altijd bij zijn oma blijven. Een mooie vertolking van een stil en kinderlijk verlangen. Daar hóórt een kabinet bij en dromen maken er dankbaar gebruik van.