Overpeinzingen

Om meer dan dankbaar voor te zijn

Het moederhart hoorde aan dat zoonlief op weg was naar Den Bosch met de auto. Visioenen van glijdende auto’s trokken voorbij, maar hij is een ervaren rijder en altijd kalm in een stevige auto. Zijn lieve wederhelft rijdt in haar fiatje en van dat soort autootjes weet ik alles, vooral in extreem winterweer. Volgende week krijgt ze een andere. Ze moest vandaag op de beurs zijn , die vanaf hier een straatje verder wordt gehouden. Het zal er niet druk zijn, schat ik in. Vlak voor ze kwamen heb ik eerst de voedertafel leeg gemaakt en wat lekkers erop gestrooid, maar ook de grote voederbuis gevuld voor de kleintjes. Alleen, toen dat net was gedaan, begon het opnieuw te sneeuwen. Dan is alle hoop op de mezenbuis gevestigd

Daar kwamen ze, ik hoorde het al knerpen op de galerij. Schoondochter kwam ook nog even een kop thee meedrinken. Kalm vertrekken en beloven dat je terugkomt, dat zijn essentiële boodschappen voor de kleine Njong. Zonder problemen. En in de wetenschap dat het allemaal goed komt, laat hij haar met een gerust hart gaan. Kusjes, knuffies en zwaaien tot de galerij weer winterstil achterblijft. Gauw naar binnen en ontdooien op de Ipad. 45 minuutjes en niet langer. Wekker gezet met van hem de belofte niet boos te worden als het voorbij is. Maar deze kleine schat gooit het vanzelf aan de kant als het niet meer naar het zin is.

Een hartensteen verven voor mama en het babyzusje in de buik had de prioriteit. ‘Dit gaat mama heel mooi vinden’, dacht hij zelf en sprak dat diverse malen uit. ‘Héél mooi, denk ik’, was het antwoord. Dus was hij er een aardig tijdje mee bezig. Daarna ook nog een verfje op papier, maar dat had de aandacht niet heel erg lang. Eeen appeltje dan maar. Met gejuich ontvangen. En zo was het de hele dag over en weer verzinnen, aangeven, vragen, zelf spelen, bedelen om meespelen, stoeien met Lief, autootjes omkiepen, tenten bouwen, pannenkoeken bakken met grote vreugde. Heerlijk bezig zijn en bijna niet moe te krijgen, maar bij een boekje over de verjaardag van Opa Jan aan het eind van de dag toch moe geworden met oogjes op half elf. Hé, voetstappen op de galerij, papa’s stem in de gang en daar waren ze alle twee, papa en mama. Ondertussen nam de sneeuw zienderogen toe, hadden koolmees en pimpelmees de voederbuis ontdekt en zag de wereld er sprookjesachtig uit.

Zoonlief ruimde snel de autootjes, de trein, de tent allemaal op, ipad mee, jas en de sneeuwlaarsjes aan, das en sjaal om en hup, kleine passen naast die vertrouwde grote en weg waren ze. Toch even uitpuffen. Een hele dag was omgevlogen maar het mocht wat aan energie kosten.

Nu op de bank en langzaam weer in de modus van kindvrij en de eigen dingetjes. Zoonlief dus goed uit Den Bosch aangekomen maar met de boodschap dat hij morgen naar Drente moet. O, dat moederhart, het heeft wat te verduren. Foto’s van pure winterpret en een reuze sneeuwpop van kleinzoon en zijn sportvrienden, dochterlief die met haar Lief aan de wandel was en haar zus die mooie sfeervolle kiekjes met besneeuwde takken had gestuurd. Iedereen is veilig thuis gekomen en dat is om meer dan dankbaar voor te zijn.

Overpeinzingen

Warmte achter het Mica ruitje

De zon scheen gisterenmiddag zo verleidelijk, omdat ze de sneeuw in een prachtig licht zette en lange schaduwen trok. Een reden om lopend de boodschappen te gaan doen. Wat mis ik dan toch altijd bankjes om even tussendoor op uit te rusten. Nood breekt wetten. Gelukkig stonden er wat Amsterdammertjes hier en daar waar ik met mijn dikke jas wel even op kon rusten.

Vanmorgen las ik in de nieuwsbrief van ‘See All This’ ‘Tilda Swintons Notes on Radical Living’ in een vertaling van een van hen. Het is zo mooi, dat ik het jullie niet wil onthouden. Iets om je toe te dichten in het Nieuwe Jaar. Ze hadden deze tekst ontdekt in haar tentoonstelling ‘Ongoing’in het Eye Filmmuseum in Amsterdam:

Aantekeningen voor een radicaal leven, door Tilda Swinton

Sluit vriendschap met de chaos

Houd het hoofd koel

Laat de dingen wankelen

Vergeef menselijke zwakheden

Kom op voor tweede kansen

Trotseer onvriendelijkheid

Eer kameraadschap-

Luister naar stilte

Respecteer de jeugd

Zoek naar groei

Vertrouw op verandering

Waardeer het leren

Laat geloof in evolutie toe

Blijf geloven in wonderen

Kijk voorbij het binaire

Wees op je hoede voor wie zeker is

Eer de helderdenkenden

Kweek planten

Let op het weer

Wees prikkelend

Verzorg je taal

Vier de stilte

Dans dagelijks

Zegen het handgemaakte

Tover frisse schoonheid

tevoorschijn

Zing tegen pijn

Vind vreugde in de schaduw

Vecht onderstellingen aan

Volg de wind

Kijk omhoog

Droom weg onder de wolken

Voel je moed

Kijk vooruit

Lees de geschiedenis

Open je oren

Laat je schouders zakken

Buig je knieën

Verhoog het dak

Blijf ademen

Wees betrouwbaar

Zorg voor jezelf

Geloof in goedheid

Ga naar het licht

‘Vind vreugde in de schaduw’ was gisteren van toepassing op mijn balkon, waar de zon in de helderwitte deken over de grond die schaduwen trok. Alles sprak me aan, woelde momenten en flarden van ons leven los, vandaar dat ik het voor jullie heb overgenomen. Misschien raakt het iemand en dan is het mooi meegenomen. Ik vond het een goede tegenhang bij al de negativiteit die ik in deze tijd hoor, lees en zie. Je optrekken aan positieve gedachten is een hulpmiddel om het licht te blijven zien.

Als je toch aan het mijmeren slaat, zijn er zo een aantal meer bij te verzinnen, maar dan merk je dat het indirect al is gezegd. ‘Kijk omhoog’ is op velerlei manieren uit te leggen. Zo kan je stilstaan en filosoferen bij elk gezegde.

Op de heenweg naar de boodschappen kwamen we een verweesd babylaarsje tegen, klein, hulpeloos en roze met een witte bonten rand. Het was inventief om een lantaarnpaal geknoopt met een reep plastic zak. Wie niet sterk is, moet slim zijn. Het is de doorgaande weg naar scholen en de supermarkt. Ze wordt vast wel weer gevonden.

De ongerepte sneeuw hier en daar zorgde voor lang geleden gehoord ‘knerpen’ onder de zolen van mijn zwarte kloffen. Het geluid hoort bij ijsbloemen op de ruiten en het roeren van de cacao met suiker om samen met warme melk een heerlijke chocolademelk te worden om daarna rond de kachel te zitten, die roodgloeiend brandt, warmte achter het Mica ruitje

Overpeinzingen

Daar doet niets aan af

Een serieus pak sneeuw komt er uit de lucht. Foto’s van genietende kleinkinderen met sneeuwpoppen, al dan niet met muts, en sleetje trekkende zoon met de kleine Njong, dik aangekleed, op de rode slee. Alles geniet van dit buitenkansje. Hoe lang is het geleden dat we zo’n dik pak kregen. Broer is met zijn auto en tent aan het winterkamperen in een prachtig ongerept landschap. Met sneeuw is het minder koud, schrijft hij, de sneeuw isoleert. Buiten heb ik hier ook al de eerste sleetjestrekker gespot en die arme krantenman op zijn fietsie, die er toch doorheen moet, of ie wil of niet. Wij blijven binnen, dat is zeker. Misschien dat Lief het er nog op waagt om een wandelingetje te maken.

Gisteren hebben we in alle rust toegeleefd naar het moment waarop we de verjaardag van schone zoon konden vieren samen met zijn ouders en het gezin. Eerst taartjestijd en daarna een wandeling naar een alternatieve tent met veel rode lampjes, houten banken en houtgestookte pizzaovens. Pizza, kaasfondue en spelletjes op tafel. Dat laatste was welkom in verband met de wat langere wachttijd voor de maaltijd kwam. Het was een hele smalle tafel waar we aan zaten, in een hoekje van de ruimte, en daardoor erg knus. Op die manier kon je echt met elkaar in gesprek. Zo vaak zagen wij, de beide ouderparen, elkaar ook niet. Het was echt gemoedelijk en ongedwongen. We konden van en naar huis lopen.

Vanmorgen bij het opstaan dus een witte wereld en het ziet er deze hele week veelbelovend uit. Ik heb gemerkt dat ik kennelijk bij het koken met de zware pannen stampot iets verdraaid heb in mijn rug. Voorzichtigheid geboden en maar eens kijken of het weer afneemt of juist erger wordt. Goede raad valt te halen bij mijn twee privé-fysio’s. Toch handig hoor met zo’n zoon en schoondochter en bij mijn Lief die in de grijze oudheid nog eens een artsenbull heeft gehaald.

Graaivingertjes grijpen sneeuw van de auto’s, klaar voor de eerste sneeuwballenpret. Alhoewel. Pret? Ik vond het van jongsaf aan verschrikkelijk en zeker als er ijsballen gedraaid werden. Sowieso is de kou niet aan mij besteed. In de strenge winters van vroeger met een broek onder je rok had ik nog steeds dooie vingers en tenen, wit uitgeslagen en een neus blauw van de kou. Vanachter het raam of een korte wandeling is prima. Ooit zijn Lief en ik in de jaren ‘70 met vrienden in een huisje in Drente de kerst gaan vieren. We kwamen aan en het begon te sneeuwen. Met zicht op een prachtige prentbriefkaart van vroeger het raam van het huisje. We trokken er toch op uit en al wandelend verdwaalden we prompt omdat we geen bewegwijzering meer konden lezen. Gelukkig was er onderweg een cafe waar we een kop soep konden eten en ons op konden warmen. Het bleek dat we niet zo ver weg meer waren van onze tijdelijke woonstee. Een hachelijk avontuur.

Een andere barre tocht in de jaren zestig was naar de Bernhardhal in Utrecht, waar een handbaltoernooi zou plaats vinden. De hal was niet verwarmd, de douches deden het niet en we moesten ons na de wedstrijd wassen aan ronde fonteintjes met zes kranen met een piezeltje ijskoud water. Daarna op de brommer met twee voeten op de grond aan weerskanten weer naar huis glibberen en bij de zwarte kolenkachel weergaloos tintelende handen en voeten opdoen. Brrr.

Maar het blijft prachtig. Haha. Daar doet niets aan af.

Overpeinzingen

Luwte in het feestgedruis

De muizenissen in de nieuwjaarsnacht behelsden geen grote wereldproblemen of hooguit vaag, ergens op de achtergrond. Het was veel basaler dan dat. Twee stampotten, twee soorten saus voor op de spaghetti en vier worsten om op te warmen, een paar vegetarische en een paar vlezige types. Kon ik dat voor elkaar krijgen met vier gaspitten en een paar pannetjes. In mijn dromen benaderden de hoeveelheden die van een uitvoerig Bachanaal en slechts een houtvuurtje om de boel op te stoken. Maar de voorbereidingen waren voortreffelijk gegaan, in alle rust, dus het vervolg zou ook wel loslopen, nam ik me voor. Inderdaad. ‘Kalmte zal U redden’. Bovendien had ik het organisatievermogen van beide dochters achter de hand, praktisch ingesteld als ze waren.

De eerste gezinnen druppelden voor drieën al binnen, Dribbel en de drie rakkertjes incluis, goed voor schelle stemmetjes en kleine plaagstootjes van de oudste, waar twee van de drie rakkers altijd op reageerden. Toen het wachten alleen nog op de oudste zoon en zijn gezin was, ging het hele stel naar buiten, terwijl dochterlief en ik in de keuken de strategie bepaalden. De jongste zoon had het heldere idee om de rijstkoker als warmhoudplaatje te gebruiken en dat was lumineus. Het werkte als een tierelier. De boterjus met bouillonblokje was een vondst van dochterlief.

De stampotten gingen met een klont boter in de pannen met dikke bodem, de waterkoker werd ingezet voor de pan met spaghetti en de worsten (met succes), sausjes om de beurt in de rijstkoker, borden en bestek naast de pannen, opscheplepels in de aanslag, rookworsten gesneden. De oudste zoon was ook binnen met zijn gezin en was onze derde hand bij het verdelen. De inventarisatie kon beginnen. Veel boerenkool en voor de vegetariërs onder ons de andijviestamp, de kinderen kommetjes met spaghetti met rode of groene saus met de verstopte verse groenten. Alles op schoot en gezellig keuvelend door elkaar heen. Veel leuker en ongedwongener dan aan een lange tafel. Het was een andere romantiek en een welkome afwisseling na alle dagen opzitten en pootjes geven. Ze hebben ervan gesmikkeld en vooral de jus was een openbaring voor sommigen, vega en toch lekker.

Als toetje voor de kinderen het bakje chips, waar Dribbel om had gevraagd en ik het hem beloofde, nadat de maaltijd achter de rug was, omdat anders de kleintjes nauwelijks meer zouden eten. Een klein filmpje erbij als bonus en zeven zoete koppies voor de buis. Schone zoon begon met afwassen en Lief en Zoonlief stonden hem bij. Binnen een handomdraai werd een vaat van twintig personen weggewerkt. Het gaat nog steeds op. Vele handen maken licht werk en geven veel grappen en grollen. Het was een dolle boel in de keuken.

Rond zevenen was alles weer weg. Na die lange oudjaarsavond was iedereen toe aan een ‘vroeg naar bed’. Alleen de oudste zoon en zijn lief met de kleine Njong bleven nog even, prime time met zijn geliefde autootjes. Daarna keerde de rust weer. Kaarsjes aan en tijd voor een kleine overpeinzing.

Nu sneeuwt het, grote dikke vlokken. Maar het weer is wispelturig en gooit er af en toe een drop regen tussendoor. De onnavolgbare vlokken zijn een lust om naar te kijken. Straks verschijnen vast de eerste mini-sneeuwpopjes al op de app. Vanavond is er de verjaardag van schone zoon en weer een etentje. Daarna zal er luwte zijn in het feestgedruis.

Overpeinzingen

Net als ik

Het was een heerlijk kalm dagje, waarbij ik een flink stuk in de biografie van Clara Schumann opschoot, achter elkaar in de middag de groene en de rode saus voor de spaghetti kon maken, dwars door de koelkast heen, aan het eind van de middag de boerenkool klaar had en de vegetarische andijviestampot op Oosterse wijze aan het begin van de avond. Tussendoor thee en af en toe een oliebol of appelbeignet. Alles in dat kalme tempo. Morgen de finishing touch met een lange tafel waarop het als een buffet allemaal uitgestald wordt, zodat iedereen kan opscheppen en gaan zitten naar wens.

Peter Pannekoek was sterk maar toch sluimerde ik bij het laatste kwartier in. Moe van alle inspanningen en omdat ik in de ochtend weer heel vroeg wakker was. Een kwartier voor de jaarwisseling was ik er weer. Zoonlief en schone dochter kwamen even beneden gelukkig nieuw jaar wensen en er werd niet getelefoneerd, omdat vandaag iedereen komt. Geen bericht, goed bericht. Kleinzoon liet met een filmpje over de app zien hoe voorzichtig hij met het vuurwerk van vorig jaar was omgegaan. Alles is nu schoon op.

Midden op oudjaarsdag brak de zon door het wolkendek heen.

Er komen indrukwekkende eindejaars-blogs langs met boekenlijsten, goede doelen, weemoedige gedichten, verhalen, wandelvoornemens en en ik heb ze niet. We hebben twee plannen te verwezenlijken, ergens in dit jaar of het volgende bij leven en welzijn en verder komt alles vanzelf op ons pad. We hadden gisteren in de namiddag naar een gezellige oliebollenuurtje kunnen gaan, maar de alles behalve frisse buitenlucht was een grote spelbreker. Jammer, dan zie ik de luitjes van mijn leesclub pas volgende maand.

De regen, die nu flink doorzet, is gunstig. Al het niet afgegane vuurwerk is drijfnat en kan niet meer door kleine jongetjes opnieuw aangestoken worden. Dat vond ik voorheen nog het engst van allemaal. Trouwens hulde aan de straat hierachter, want ondanks het langdurige siervuurwerk ligt er geen rommel overal. Dat was vroeger weleens anders.

Ik overpeins de schrijfingangen van het afgelopen jaar en bij de 124e ervan wordt er gevraagd welk kledingstuk ik niet kan missen. Ik heb er meerdere, maar er is er één waar ik niet buiten kan. Die gaat altijd en overal mee. Over duurzaamheid gesproken. Ik beschrijf het als volgt:

Er is maar een kledingstuk dat ik ondanks haar hoge leeftijd nog steeds bijna elke dag draag. Ik woon er in en je kunt me er in uittekenen. Langzamerhand begint het elastiek uit te lubberen en valt er hier en daar een miniem gaatje in, maar mijn zwarte semi-harembroek van viscose is absoluut de top favoriet. Te pas en te onpas trek ik haar aan. Hier, bij het boodschappen doen of naar de tuin, in Nagypeterd alle dagen dat we thuis zijn. Op de een of andere manier voelt het als de meest comfortabele en ik heb spijt dat ik destijds, jaren geleden, niet nog een tweede gekocht heb, want sindsdien ben ik blijven zoeken naar precies zo’n model en het is ook de aanzet geweest tot het kopen van wijde broeken in het algemeen, die ik met verve ben gaan dragen als ik op reis ben of ergens heen moet, of wanneer we ons een beetje opdoffen voor een etentje. Heerlijk.

Dit topstuk, dit tweede vel, dit passende handschoentje, kan zelfs als pyjama dienen met mijn zwarte viscose shirt, dat minstens net zo oud is. De broek kwam uit een soort discounter in het winkelcentrum Kanaleneiland met goedkope kleding. Het heeft het bestaan van de winkel ruimschoots overleefd. Vroeger droeg ik ‘m met beenwarmers, maar tegenwoordig gaan de sokken erover heen tot op enkelhoogte en daar komen dan de kloffies over. Oude trui of het t-shirt erop, leuke das erbij, zwarte kol in de winter en klaar is Marie. Niets meer aan doen. 

Zo gaat dat met lievelingsen. Of ik er nu in slaap, in schilder, in teken, in kook, in boodschappen doe, in wandel, in tuinier, ze is overal geschikt voor. Een veelzijdige dame, dit schatje. Ik blijf haar eren en dragen en ik lijst haar in als ze tot op de draad versleten is, net als ik.

Overpeinzingen

Deze laatste zussendag van het jaar

Er is niets wispelturiger dan een mens. Of is het slechts een kwestie van gaan waarheen de wind je brengt. Geen Leiden, geen Haarlem, geen Arnhem, maar Terschuur. Ter wat? Nooit van gehoord. Maar de jongste zus wist daar een museum vol oude ambachten en ouderwets speelgoed. Het dorp ligt onder de rook van Barneveld, iets verderop ligt Zwartebroek en daarna rij je op Nijkerk aan. Nooit van de eerste twee gehoord. Vanaf de snelweg rij je er zo naar toe. Veel auto’s op de parkeerplaats. Inderdaad, het is vakantie. Waar ga je doorgaans met kinderen naar toe. De inhoud is een ware familietrekker, voor ieder wat wils. Of we de jassen in de auto wilden laten, maar dat deden we liever niet en eigenlijk was er genoeg garderobe om ze kwijt te kunnen.

Na betaling aan de kassa loop je zo het verleden in. Er is heel veel te zien, de beroepen die toen ik opgroeide als kind, volop in bedrijf waren, zijn allemaal aanwezig. Het straatleven met de bakkerskar, de scharensliep, de haringkar, de kolenboer, de schoorsteenveger, en de doorsneewinkels; de winkel van de Gruyter, de koffiebranderij van Douwe Egberts, de schoenmaker, de chocolaterie, drogist, de modezaak, de hoedenwinkel, de bakker, de groenteboer, het postkantoor, en nog veel meer. De beroepen, de politieagent(onze vader), de postbode, de schrijnwerker, de haringkaker, de hoedenverkoper, de telegrafist, het dienstmeisje, de brandweer, de mandenvlechter, de dakdekker, de kolenboer, de wasvrouw, de fietsenmaker. Teveel om op te noemen en de moeite van het bekijken waard, zeker om een en ander door te geven aan de kinderen en kleinkinderen.

We komen een beetje bij van de koffie en taart voor de zussen en duiken opnieuw het verleden in. Boven bij het speelgoed een ruimte vol met linnenkasten en ouderwetse nuffigheden die te koop werden aangeboden, de majazeepjes en de boldoot van mijn moeder, de staande asbak van mijn vader, de poederdozen en toiletspullen, de babykamer, de kanten mutsen van klederdrachten uit het hele land, de ingerichte bedstee en het gemak, compleet met houten bankje met gat erin en alles wat er in huis aan voorwerpen aanwezig waren, van het email uit de keuken tot het porselein in de mooie kamer, de telefoon in de gang tot aan de schoenendoos in de gangkast, de mobylette in de schuur tot en met de buikschuiver van mijn eerste vriendje(een grijze Kreidler Florett ), een halve treininrichting, een ruim ingericht atelier compleet met verfpoeders in alle tinten, penselen, tubes en ezels.

Op de bovenste etage het speelgoed, autootjes bij de vleet, luilekkerland voor de kleinkinderen en veel meer dan bij oma, wel achter glas, oude poppenfornuisjes, heel veel poppenhuizen, theeserviesjes, poppen te kust en te keur en natuurlijk een hoop herrie, van de in gebruik zijnde sjoelbakken en nog wat spelen. .

Met een hoofd vol zakten we af naar het winkeltje en even later stapten we de frisse buitenlucht in. Tijd voor de lunch. Zuslief zocht en vond een restaurant in Nijkerk met een gemoedelijke naam en daar bestelden we een lichte lunch en bespraken we het vervolg. Kaasfondue in Driebergen rond zes uur en tot die tijd een rondje Amersfoort, even naar de garage met een joviale rots in de branding voor een brandend lampje en de onbekende kringloop een wijk verderop met daarna een bezoek aan twee kledingzaken in Driebergen, waar het in de winkelstraat voor mij heel benauwd werd, vermoedelijk door houtgestookte kachels.

Met een heerlijke fondue en koffie toe sloten we de dag af. Moe maar voldaan. Ruim op tijd om thuis op de bank nog te kunnen uitpuffen van deze laatste zussendag van het jaar.

Overpeinzingen

We zien wel waar het schip strand

Het was een grijze dag in vergelijk met de dag ervoor, maar toch was ze niet minder feestelijk. Nichtlief deed open in een kleurrijke outfit en omhelsde ons innig. Met de cadeaus in de aanslag in een klein tasje van Takkie konden we haar dochter ook feliciteren en blij maken. Maar er was nog even de verwarring of het spel van ‘Kirby en de verdwenen wereld’ wel op haar type nintendo kon worden afgespeeld. Digitaal wijs zocht ze het eerst uitvoerig op, nam ook de kleine lettertjes mee. En ja, tot onze opluchting was het goed. Het spel kon worden gespeeld en het deel wat niet op de oude nintendo kon, was zometeen, als die van haar aan vervanging toe was, wel te spelen. Twee keer fun voor de prijs van een. Dat is toch plezierig. Een demonstratie volgde later, toen de meeste visite weg was.

Schoonzus was er en de moeder van de kinderen. Er scheen het een en ander aan erfenis te zijn. Nichtlief zou een indeling maken van alles en dan konden de vier kinderen kiezen. Graag volgens het boekje om onenigheid te voorkomen. Erfenissen zouden er eigenlijk niet moeten zijn. Dat geeft zo vaak gesteggel. Ik ga door met weg geven met in gedachten de oude dame van 93, die alleen nog maar een boekenplankje met enkele boeken bezat, waarvan ik er nog twee van de grote Krishna Murti mee mocht nemen. Ze had hem zelf ooit, in het grijze verleden, nog eens de hand geschud. Dat alleen al maakte het de moeite waard.

De buurvrouw kwam langs en nog wat schoonfamilie. Het was een perfecte wisseling van de wacht. Er kwamen heerlijke kaasjes op tafel, waarvan ik een grijze chèvre het lekkerst vond. Vooral heerlijk romig. Lief maakte een afspraak met Nicht om zijn verleden (het archief) een keer op te ruimen. Postzegels, munten, afschriften van langgeleden. Het mocht allemaal uitgezocht en heel veel kon weg of gedigitaliseerd worden.

Toen iedereen vertrokken was kon de demonstratie van het Spel plaats vinden. Daar ging Kirby, het kleine ronde roze wezentje, een look-a-like van onze goede oude Barbapapa. Hij pareerde alle tegenslagen en kon zelfs van gedaante veranderen. Frisse kleurtjes en paradijselijke voorstellingen maakte het aantrekkelijk en de vele uitdagingen op zijn pad. Na zo’n Japans verpozen was de overgang naar een heerlijke Sushi-maaltijd heel natuurlijk en een feest om te aanschouwen. Wat veel en wat een heerlijkheden. Vegetarische bakjes en gewone. Voor elk wat wils. Stokjes erbij en smullen maar. Waar de katjes muizen, mauwen ze niet.

Er gaan voor onze zussendag stemmen op voor Leiden, Haarlem of Arnhem. Voor mijn doen begint de dag erg vroeg. Om half elf bij zuslief. En dan maar kijken hoe de neuzen staan. Ik zou het niet graag heel koud willen hebben, eenvoudig omdat ik nooit meer warm wordt en ook niet heel veel willen lopen. Maar ach, de meeste stemmen gelden en er is altijd wel een bank of een of ander onderkomen te vinden. We gaan het zien en beleven, denk ik dan altijd maar. Blind erin en we zien wel waar het schip strand.

Overpeinzingen

Maar dan over de toetsen

Had ik het gisteren nog over mijn vergeethoofd, maakte ik gisteravond alweer een belangrijke denkfout. Ik beloofde dochterlief te zullen koken op dinsdag, voor de goegemeente hier en haar gezin, maar vannacht bedacht ik me dat het die dag zussendag is, compleet met kringloop en etentje, stel ik me zo voor. Bijtijds appen naar dochter, anders rekent ze erop. Geen probleem liet ze weten, dan kook ik. Pffff.

In de biografie van Clara Schuman lees ik over een chiroplast. In 1814 werd het bedacht door Johann Bernard Logier. Nooit van gehoord. Het blijkt een pianostudie-hulpmiddel te zijn dat op een (naar mijn opinie) middeleeuwse leest geschoeid is. Kleine kinderen (met name meisjes, dus ook zij) werden achter de piano gezet met de vijf vingers in een bepaalde dwangstand, om de vingeroefeningen te doen, die het pianospel zouden verbeteren. De plaatjes erbij zijn gruwelijk. Wat een nare manier om kleine wonderkinderen te kweken. Clara’s vader was een dwangmatig persoon in deze. Spelen met poppen of met leeftijdsgenootjes vond hij kinderachtig, ze moest spelen op de piano en wandelen in de natuur om conditie op te bouwen. De kleine Clara kreeg alleen maar aandacht als ze achter de piano zat. Dat stimuleerde haar wel om dat te doen. Arm kind.

Gisteren hebben we er een echte rustdag van gemaakt op de boodschappen na. Die zijn voor nieuwjaarsdag als iedereen komt eten. Andijviestamp met een oosterse twist met vegaworst, boerenkoolstampot met rookworst en mosterd, en spaghetti met rode saus, die gemaakt wordt van mijn gang dwars door de groentela heen. Vooral de andijviestamp lijkt me lekker. Daar heb ik dan de woensdag voor en niet, zoals ik gisteren dacht, twee voorbereidingsdagen.

Straks rijden we nogmaals naar de Hoek, nu met de cadeautjes en dan zal de dochter van nicht ook uitleggen hoe haar cadeau ‘Kirby en de vergeten wereld’ werkt met de nintendo switch. We zijn benieuwd. Nooit te oud om iets nieuws te zien. Niet dat we er wat mee hebben. Ik steek er wellicht meteen van op, waarom de kleinkinderen er zo graag mee aan de slag zijn. Nichtlief zelf krijgt haar envelopje.

Vanmorgen was ik alweer om half vijf wakker. Het zijn van die dagen, maar ik moet zeggen dat ik daardoor van vermoeidheid ook eerder op de avond omrol. Er vindt dus ongemerkt een winterse verschuiving plaats. Langzaam terugschuiven maar weer.

Dochter Parijs en de familie hebben uitgebreid geschaatst op het dak van Lafayette. Sprookjesachtig met haar uitgebreid aangeklede etalages en de schoonheid van het oude gebouw. Uitzicht op de Eiffeltoren. Haar zus daarentegen in het spoorwegmuseum in Utrecht, op het bescheiden baantje, met warme chocomel na voor tante Pollewop en de Filosoof. Ook sfeervol, al is het van een ander kaliber. Zoonlief was naar het winterspektakel in de Jaarbeurs en de drie rakkertjes kregen schaatsles in het Oosten. Voor elk wat wils. Die ijsfase is definitief voorbij. Voor ons geen ijzers meer. Elke duik omlaag zou brekebeentje betekenen met onze ouwe botten. Ken uw kracht. Die zit echt niet daar in. Ik hou mijn vingers wel soepel, die glijden ook, maar dan over de toetsen.

Overpeinzingen

Er zitten drie knopen in mijn zakdoek

‘Zelfs kleine benen kunnen een hele hoge heuvel beklimmen, stap voor stap, voet voor voet en halen de top’. Het is de goede raad die Winnie de Pooh ons meegeeft. En zo is het. Als hij er over nadenkt komt hij tot de conclusie dat hij alle moeilijke dingen in zijn leven niet gelijk hoeft op te lossen, want de tijd schrijdt uur na uur. Het is zo heerlijk om af en toe het verloop der dingen te relativeren en zeker om dat aan de hand van een kleine teddybeer met te korte beentjes en een grote voorliefde voor honing te doen.

Na het meest feestelijke ontbijt van de week gisteren gingen we op huis aan. We waren er al rond een uur of een. Het is eigenlijk maar een kippeneindje, maar het gevoel ver weg geweest te zijn, is er toch altijd, zodra je een paar dagen tussen de gewone routine uitknijpt.

Het was behoorlijk fris hier in huis, want zoonlief en schone dochter waren de hele dag in het huis van de vader geweest om alles op te ruimen en naar de stort te brengen. Aan het eind van de maand moet het leeg opgeleverd worden bij de woningbouwvereniging. Een hele klus. Er komen een paar wees-planten deze kant op.

Zo kabbelt het jaar naar haar eindje. Een roerig jaar met veel nieuwe voornemens, fijn bezoek, vreugdevolle nieuwtjes en een turbulente afsluiting. De dag ervoor houden we zussen-dag. Altijd goed voor een kringloopbezoek met ergens samen eten, bijbabbelen, lief en leed delen en het jaar rond kletsen. Met nieuw jaar op de eerste heb ik iedereen uitgenodigd voor boerenkool met vegetarische of gewone worst en voor de kinderen zal ik er misschien spaghetti bijmaken met rode en groene saus, We zullen zien. De dag erna is onze lieve schoonzoon jarig en worden we getrakteerd op een etentje.

Zo begint het opnieuw alles behalve kalm, maar zoals Pooh zegt: Uur voor uur en stap voor stap. Het weer houdt zich voortreffelijk. Vrieskou, zonnig, blauwe lucht met witte watten wolken. Het is te hopen dat dat een tijdje zo blijft. Het kleurt de dag zo hoopvol in.

Het is bijna weer tijd met dit mooie weer om op de tuin te gaan kijken. Niet dat we er veel kunnen doen, het zal te koud zijn, maar de snoeischaar hangt nog steeds aan het wied-krukje. Vermoedelijk kan ik ‘m afschrijven. Er staat ook nog een zak open op de grens met de tuin van de achterbuur, die daar weg moet. Bovendien kunnen we dan inventariseren wat de bezigheden daar zouden worden voor de komende twee maanden. In ieder geval worden de wilgen gesnoeid en dat zijn er nogal wat en de composthoop zal afgegraven worden. Dat is een hachelijke onderneming, maar we moeten even de schouders eronder zetten en doorbijten. Het gaat lukken.

Dochter Parijs is met haar schoonfamilie in het prachtige Le Theatre de Varieté geweest, een schitterende beleving vol klatergoud en rode pluche uit 1790, dat nog steeds in gebruik en in zwang is. Het is een historisch theater gelegen aan de boulevard Montmartre en er worden komedies en luchtige toneelstukken getoond. Een heerlijke belevenis, vooral omdat de oma van schone zoon ook uit de wereld van het Variété komt. Nostalgie ten top.

Morgen gaan we ons vergeethoofd goed maken en de cadeautjes brengen in de Hoek, maar daarna gaan we wel weer naar huis. Er zitten drie knopen in mijn zakdoek.

Overpeinzingen

Mooier denkbaar kon niet

Tegen een uur of twaalf dorsten we de kou in te stappen op weg naar schoonzus. Bij het rijden langs de bloemenwinkel kregen we nul op rekest. Gesloten. Tweede kerstdag was er hier alleen voor de supermarkten. Het komt wel. Voor Lief was het de eerste keer dat hij het huis van broer binnen ging zonder diens aanwezigheid op zijn vaste stekkie aan de keukentafel. Schoonzus wilde daar ook niet gaan zitten en dirigeerde ons naar de bank. Het was even ongemakkelijk. Hoe te beginnen, waar haak je aan, maar achter de koffie en thee, met een snee kerststol kwamen toch de verhalen. Haar bezigheden met haar koren, de afleiding door een goede vriendin die met kerst een nachtje was overgebleven, lege uren vullen en tussendoor die diepe zuchten. Ik had met haar te doen.

Gelukkig hadden ze dit jaar nog aardig wat leuke dingen ondernomen en er waren veel momenten om met vreugde op terug te kijken. Al gauw kwamen er foto’s aan te pas. De kiekjes van broer en haar die ik in die jaren genomen had, had ze bijna allemaal nog nooit gezien. Kiekjes van zwager en Lief op het strand, twee eskimootjes in het rood, bijvoorbeeld. Een hele serie van zwager op zijn geliefde plek in de tuin onder het afdakje en tussen de blommen , zwaaiend, lachend, genietend en met schoonzus op schoot. Ze zocht naar een mooie foto voor op de steen. Er zit er vast wel één tussen die ze kan gebruiken. In de ochtend was er al visite, nu waren wij er en daarna kwam haar zoon met zijn vrouw voor het diner. Afleiding is er voldoende, maar het vult de leegte niet. Voor nu een innig afscheid en een belofte om gauw weerom te komen.

We besloten om boodschappen te doen en dan naar het hotel te gaan om twee uurtjes te rusten. Bijtanken voor het diner in de avond en dat was heel wijs. We spraken af met de hoteleigenaar dat we rond half zes zouden komen. De avond was ingevallen en op het autovrije plein dansten de lichtjes in de bomen en de versiering op de wind. Op een bankje zat iemand voorovergebogen met het hoofd steunend op de handen. Iemand alleen met kerst? ‘Waarom niet’, vroeg Annemiek Schrijver zich in haar laatste column af. Omdat het zo eenzaam oogt misschien. De man op het bankje wel. En toch vroeg ik hem niet of hij zin had om mee te gaan. Schroom bederft veel.

In het restaurant van het hotel zaten een paar vaste gasten aan de bar in een ‘ons kent ons’ sfeer. Wij werden ontvangen met een gulle lach en een lekker glaasje van het een of ander. Bij de menukaart kwam een uitgebreide uitleg. Hij was heel erg tegen het weggooien van teveel eten. Daarom had hij de porties van de gerechten opgedeeld in drie groottes, die je met z’n tweeën kon kiezen. 400, 500 en 600 gram. Al naar gelang de grootte van je maag en niet van je ogen. We kozen die van 400. Niet teveel maar precies goed, zo bleek later. Dauphines, verse boontjes erbij en een heerlijke truffelsaus bij de Chateau Briand. Nostalgie ten top en een echt kerstdiner voor twee.

We hebben genoten. Na een dames blanche, jawel, vertelden we de hoteleigenaar dat we de koffie thuis zouden nemen. Hij glunderde van oor tot oor. ‘Ze zegt thuis’, zei hij tegen de vrouw die naast hem stond. Maar zo voelde het echt. ‘Thuis is, waar het hart is’. En de liefde voor zijn hotel en zijn gasten was overal voelbaar. Mooier denkbaar kon niet.

Overpeinzingen

We komen niets tekort

De derde dag en de tweede met een uitstekend ontbijt. Er was een anekdote van de hoteleigenaar over de kerstnacht, waarbij zijn vader bij thuiskomst van zijn brakke kinderen altijd een lekkernij had gebakken. Derhalve kwam hijzelf met twee flensjes aan. Een mooie stille nagedachtenis.

Onze kerstnacht thuis in de Amandelstraat werd vooral omlijst door de heerlijke geuren van vers brood, vleeswaren, koffie en gekookte eieren, waar we hongerig en moe op aanvielen, na een nachtmis met drie heren waarbij we al die tijd nuchter moesten blijven om de hostie te kunnen ontvangen. Stille nacht en heilig werd ie zeker met al die ongewone luxe.

In dezelfde vaart der volkeren stapten we door een ijzige wind naar Agaath, die de kou met verve trotseerde en reden naar nichtlief, waar Lief de straatnaam niet meer van wist, maar waar we wel op gevoel naar toe konden rijden. Aarzelend bij de vijf bijna identieke huizen kozen we op ons gelukkig gesternte toch de goede. Warme omhelzing en tranen bij de aanblik van ons, zeker bij het zien van haar geliefde oom, een directe lijn naar haar nog maar net weggegleden vader. Kerst zonder moet een moeilijke opgave zijn. De hele familie, op een zus en op onze schoonzus na, was aanwezig. Alleen of met aanhang, omdat de griep een rol speelde hier en daar. Het werd een wonderlijk gesprek van een lach en een traan, anekdotes werden opgehaald maar ook gemis gedeeld. Rond een uur of twee gingen de broer en aanhang op huis aan. Kerstverjaardagen zijn altijd dubbel feest. Een beetje voor de jarige en een beetje voor het gezin.

Wij hadden de tijd. De broer van nicht haar man kwam binnen en bracht in een mooi groen emaille vergiet zijn zelfgebakken oliebollen mee voor ons jarige achternichtje. Zonder krenten en rozijnen, zonder sukade en andere opsmuk. Daar hield ze niet van en dat wist hij. Er vond een kleine proeverij plaats en de meningen waren onverdeeld enthousiast. Er kwam nog een zus met haar man en kinderen binnen. De man had net een zakenreis naar India achter de rug, die gelukkig wel spoedig verlopen was. Zijn prettige zachte stem vertelde met veel liefde voor zijn vak hoe gevuld die dagen waren geweest. We zitten in hun dorp. Of we nog langs wilden komen, maar ik vrees dat dat er niet meer inzit. Vandaag gaan we naar schoonzus en naar een besproken diner in het hoofdhotel aan de overkant van het plein. Morgen misschien, maar dan willen we ook weer naar huis. We zullen zien hoe het met de energie is.

We hadden het nog even over mijn ten doop dragen van nichtlief in de jaren ‘70. Meter geweest zonder me daar bewust van te zijn, het is toch wat. Gewoon domweg vergeten dat dat ooit was gebeurd. Toen Lief en ik ieder ons weg vervolgden in die tijd is dat volledig op de achtergrond geraakt. Aan de ene kant wel spijtig, vond onze lieve nicht. Ze had er misschien een hoop warmte en liefde bijgekregen. Ik hoorde het verlangen erin. Dat zou zeker zo zijn geweest, maar nu halen we het dubbel in. Beloofd is beloofd. Omdat we de cadeau’s vergeten zijn komen we op haar eigen verjaardag aanstaande maandag al terug. Een goede start is het halve werk..

Hoera, de zon breekt door. Vandaag doen we geen ontbijt, een copieuze maaltijd vanavond is voldoende voor een dag die met liflafjes gevuld zal zijn. We komen niets tekort.

Overpeinzingen

Tijd om in de benen te gaan

Gisteren hielden we het kalm. Schoonzus had aangegeven dat ze met haar repetities van de koren die ze moest dirigeren even wat ruimte wilde inbouwen, dus hadden we voor tweede kerstdag een ontmoeting gepland, zodat ze gisteren haar gang kon gaan. Ze zou ook niet bij de twee verjaardagen van vandaag zijn. Dat was haar nu te druk.

Dus strekte de dag zich in de volle lengte uit en met de koude wind en het heerlijke zonnetje was het een uitgesproken dag om naar het strand te gaan, even de zee te zien en dan de verrichtingen van de uitgelaten honden in het zand te observeren, maar wel achter glas, hoog en droog en lekker warm. We hadden in de vroege ochtend rond een uur of negen ontbeten. Dus in de middag was het wel tijd(en weer) voor een goede lunch. Voor mij een soepje en voor Lief de mosselen. Het was knus in de strandtent en de bediening was uiterst vriendelijk.

Vlak daarvoor waren we nog naar twee andere stranden gereden, maar die waren allemaal veel moeilijker over het duin te bereiken geweest. Trappen en heuvels zijn nog altijd bijna een brug te ver. Op dit strand van Hoek van Holland was het praktisch vlak en daar liep je zo het strand op.

Na flink opgewarmd te zijn en heerlijk te hebben gegeten, gingen we weer en pas bij de parkeerplaats vlak bij het hotel ontdekte ik dat ik mijn tasje was vergeten. Een belletje en de mededeling dat ze ‘m gevonden hadden. Het lag al achter de bar op me te wachten. Lief ging hem halen.

Toen we terugkwamen in het centrum was er nog steeds een drukte van belang. De markt was nu pas, zo rond vieren, aan het opruimen. Lange dagen zo vlak voor kerst. We liepen het grote overdekte winkelcentrum in en ik kocht ter compensatie voor mijn vervilte vest, een wijd en los gevalletje, dat ik kon aandoen om de kou te weren. Ik liep er mee in mijn handen toen drie vrouwen bij de paskamers stonden en de kleinste vrouw, vermoedelijk net uit Marokko, naar mij begon te wijzen. Het bleek dat dit kennelijk het vest was, wat ze zocht. Dat begreep ik eruit. De verkoopster die bij hen stond haalde het allerlaatste exemplaar op. Ze straalde, intens gelukkig.

We deden nog wat boodschappen en stommelden met de buit die ene trap op naar de kamer. Heerlijk om midden in het centrum gestationeerd te zijn. Alle winkels onder handbereik en toch de relatieve rust in deze autovrije straten. Vandaag zal het een drukke dag worden, maar we zijn goed uitgerust. Het ontbijt staat op tien uur en garandeert een kalme start. Daarna gaan we naar het huis van Nichtlief en haar jarige dochter. De cadeaus houden ze te goed. Dat is het lot als er krakende vergeethoofden in het spel zijn. Maar het waren deels ook de omstandigheden.

Dochterlief opperde om voor de overleden vader van de jongste een herdenkingsbankje te laten plaatsen. Er zijn inderdaad mogelijkheden te over. Dat moeten we maar eens goed uitzoeken via staatsbosbeheer.

Fijne feestdagen. De kerkklok onderschrijft het. Tijd om in de benen te gaan.

Overpeinzingen

Liefde slecht alle problemen

En…Wat zijn we vergeten? Precies, de cadeautjes. Die van schoonzus is nog wel opnieuw te maken, maar het spelletje van haar dochter ligt ingepakt en wel, met een denkbeeldige strik er omheen, eenzaam op de tafel. Snif. We gaan er ook niet voor terug.

Dochterlief moest naar Rotterdam om daar de internationale trein naar Parijs te pakken, waar haar wederhelft en de drie jongens al waren. Dat was op onze route, dus mazzelen dat ze rond dezelfde tijd als wij er moest zijn. Ze zou de trein nemen van 14.00 uur en dat haalden we ruimschoots. Wij waren iets te vroeg in het gezellige stadje en doken het café in naast het hotel voor een glaasje wijn en wat bitterballen. Zo lang geleden dat we daar samen van genoten hebben.

De hotelkamer werd ons door de vriendelijke hoteleigenaar gewezen, aimabel maar met de snelheid van het licht werd ons alles uitgelegd, zodat we later, na de boodschappen, wel heel lang hebben geoefend op de temperatuur, stond de van nou aan of de warmtebron. Lief kreeg een en ander tenslotte toch voor elkaar. Contact met de achterblijvers én met de mensen voor het komende bezoek zoeken. Tevens het verloop bekijken en het vervolg voor de komende dagen in goede banen leiden.

De ontwikkelingen over de begrafenis hebben zich uitgestrekt tot buiten ons gezichtsveld. We hebben er vrede mee en zullen ons eigen herdenkingsmoment in harmonie samenstellen. Dat is voor later zorg. Zoonlief en zijn half-broer zijn eerst nog met het huis bezig dat binnen een maand leeg moet zijn.

De zon schijnt uitbundig over de pittoreske daken, er is markt op het grote plein en beneden heerst er een gezellige drukte van pratende mensen, lachende kinderen en opgewonden geroep. We wandelen op ons dooie akkertje tussen de marktkramen door naar het hotel. De ingang welhaast gebarricadeerd door een groentenkraam. Ik denk terug aan mijn markttijd, waarbij ik de zwager met zijn fietsartikelen uit de brand hielp door drie dagen per week in de kraam te staan, de koude handen, de vuurrode neus, het stampen met de voeten omdat we de zeilen in de vroege ijskoude ochtend over de deugen hadden moeten trekken. Ze kunnen nu warmte-handschoenen kopen, dat is heel wat anders dan de ijskouwe klompjes onder je oksels te moeten klemmen om ze een beetje op temperatuur te krijgen.

De hoteleigenaar had een uitstekend ontbijtje klaar staan, niet te overdadig, maar precies goed. En er was heerlijke muziek, Stevie Wonder, Cat Stevens, de Beatles, meezingers uit de oude doos, onze oude doos om precies te zijn. Eitje erbij? En naar wens een omelet en een vers gekookt ei op bestelling, klaar terwijl U wacht evenals de koffie. De keuze is reuze.

Voor vandaag houden we het nog rustig. Morgen is de verjaardag, dan zien we alle kinderen van Lief zijn broer, schoonzus zien we pas de volgende dag in de beslotenheid van haar huis. Nog even geen drukte, deze eerste kerst alleen, was haar grote wens.. Te respecteren natuurlijk.

Dochterlief was ‘s avonds nog niet in Parijs, onderweg gestrand door een persoonlijk ongeval, zoals de verklaring luidde. Haar man kwam haar halen, vier uur rijden vanuit Parijs. Liefde slecht alle problemen.

Overpeinzingen

Stap voor stap

Het is een wonderlijke ontwikkeling om onder deze omstandigheden bezig te zijn met het afreizen naar het puntje van Zuid-Holland. Maar het hotel is geboekt, Lief heeft zijn schoonzus nog niet gezien na het overlijden van zijn broer, nicht en dochter zijn jarig, en als het zo uitkomt ben ik binnen een uur weer terug op de basis. Het is Hongarije niet, gelukkig.

Knopen doorhakken, ik ben er niet goed in. Het liefst wil ik het allemaal. Hier zijn, daar zijn, aandacht waar nodig schenken. Een mens kan onmogelijk ijzer met handen breken. Dan komt het aan op de juiste keuze. En aangezien die in het geval van zoonlief uitgesteld wordt, waag ik het erop. Het is goed zoals het nu is. Zijn lieve partner, alle kinderen van ons gezin en zijn halfbroer en partner steunen hem waar hij kan. Het is moeilijk te communiceren over de grenzen heen.

Het zware van deze tijden is dat leven en dood hand in hand lopen. Gisterenavond waren zoonlief Amersfoort en dochterlief op bezoek om mee te leven en te denken met en over het verlies van de jongste. Dan is het zo’n moment van wisselende emoties. Anekdotes komen omhoog maar ook andere herinneringen, de garantie voor een lach en een traan. Delen verzacht. Het was laat want broerlief kwam uit zijn werk en zat vast achter een kerststoet van tractoren. Ondanks de vermoeidheid hielden we vol en moesten ook weer grinniken.

Gisteren gingen we op pad om een cadeau voor het nichtje haar dochter te kopen en werden we weer eens geconfronteerd met de vooruitgang. Bij de aanschaf van een game ging er geen cdtje in het hoesje, maar een chip. O ja. Natuurlijk. We waren blijven hangen in de tijd dat games werden aangeschaft voor onze eigen kinderen, zegge en schrijve de jaren negentig. Daarna was het nooit meer im Frage gekomen. Maar de vooruitgang schreedt met rasse schreden voort.

Vandaag reist dochterlief ook af naar Parijs, man en kinderen zijn al vooruitgegaan, zodat ze de kerstavond bij Opa en Oma kunnen vieren in het overvolle huisje met bewegende kerstmannen, rendieren, klinkende klokjes, een enorme kerstboom op en top volgehangen, waar oma al een jaar lang spullen en objecten voor aan het verzamelen is. Kerst is haar alles. Als tegenhang ons huis. Dit keer schittert alleen de lichtjesficus. Een grotere tegenstelling bestaat niet. Ze kennen haar en duiken gemoedelijk onder in haar beleving, overladen met eten, straks als het kerstavond is. Ieder heeft recht op een eigen kerst

Stille nacht. Dat wordt het voor ons met alleen maar dat denkhoofd, dat ik af en toe wil uitzetten met de sfeer van saamhorigheid van onze pré-kerst als stevige basis voor alles wat nog komen gaat. Straks vouwt zich weer een nieuw jaar uit. Het afgelopen jaar is op het laatst nogal turbulent verlopen . Het zal zich allemaal in banen leiden, daarvan ben ik overtuigd, maar eerst hebben we het een en ander nog te slechten. ‘Kalmte zal u redden’ dringt zich op de voorgrond en zo is het. Dát en niets anders. We nemen de gebeurtenissen stap voor stap.

Overpeinzingen

Een extra warme gouden gloed

Dat het eergisteren erg dubbel was bleek wel in de nacht erna. Zoonlief en schone dochter bleven in het ziekenhuis slapen en ik had de deur, gewoontegetrouw, op het nachtslot gedaan. Om een uur of drie kwam er een alarmerend geluid uit mijn telefoon. Zoonlief had de zoekfunctie ingeschakeld. Of ik de deur van het nachtslot wilde doen. Met mijn slaaphoofd liep ik naar beneden en daar stonden mijn twee schatten, bepakt en bezakt, een tikkie aangeslagen, braaf voor de deur te wachten. Het bleek dat zijn vader met een laatste diepe zucht kalm weg was gegleden uit het aardse. Zoonlief had er vrede mee, nu er een eind was gekomen aan zijn ondraaglijke onrust en pijn. Schoondochter had haar uiterste best gedaan om alles eromheen een beetje te verlichten, door voortvarend aan te pakken als er iets moest gebeuren. Na alle vermoeienissen van de laatste dagen en ziekenhuis in en uit konden ze nu eindelijk een beetje bijslapen. Het was nodig.

En nog steeds draaide de wereld door. In het huis van dochterlief waren ze de vorige dag al druk aan het voorbereiden geweest voor de Pré-kerst van dit jaar. In overleg met zoonlief hadden ze afgesproken het gewoon door te laten gaan. Het zou ons goed doen om een en ander met elkaar te kunnen bespreken en overleggen en voor de kinderen zou de teleurstelling een hele grote zijn als het hele feest werd afgeblazen. Mijn lieve schatjes gingen naar het huis van de vader om samen met halfbroer door de documenten en papieren rompslomp te jassen. Dat was goed.

Toen we bij dochterlief aankwamen was er al een uitgebreide ontbijttafel feestelijk gedekt met bagels en broodjes, gekookte eieren, kaas, vleeswaren, jus d’orange, krentenbrood, Fries suikerbrood, en al het beleg wat een kerstbrunch voor iedereen zo heerlijk kan maken. Tante Pollewop had de tafelsetting geregeld met de naambordjes. Al met al zijn we gemiddeld met twintig in totaal.

We aten er heerlijk van, met zo’n stel kinderen is alles zo schoon op. Het was genieten van onze rijkdom aan kind en heerlijkheid. Het zijn de topdagen al werden de twee lieverds oneindig gemist. Het leverde een voordeel op want de twee eieren konden extra verdeeld worden. Wie het eerst komt, het eerst maalt.

Het uitbuiken gebeurde met een wandeling naar het Majellapark, een blok verderop. Ik duwde de kinderwagen met Njong en de jongste van zoonlief Amersfoort zat deels op de brede nek en schouders van zoonlief of op haar stepje. We liepen in een uitwaaierende optocht langs de drukke Carthesiusweg langs de spoorbaan naar de eeuwenoude bomen en de twee speelplaatsen. Toen de kinderen bij de eerste waren uitgedold trokken we naar de tweede verderop. De filosoof zorgde voor water en snoep door op zijn step naar de super te rijden verderop en er was voor elk wat wils, aan rekstok, klimrek, zandbak, voetbalveld, ruimte om te kingen, er stonden banken om uit te rusten, er werden foto’s gemaakt van alle kleinkinderen bij elkaar, en iedereen stond in groepjes te praten. Een vreedzaam en toch ook vrolijk geheel. Voor ons een heerlijkheid om te zien dat ze allemaal, niemand uitgezonderd, zo goed met elkaar op kunnen schieten. Kinderen met hun partners en de kleinkinderen idem dito. Om dat te onderstrepen trok de late middagzon haar lange schaduwen en zette het tafereel in een extra warme gouden gloed.

Overpeinzingen

We kijken er nu al naar uit

Het was gisteren een wonderlijke dag. We begonnen met een bezoek aan zoonlief, die bij zijn vader in het ziekenhuis was en waar zijn halfbroer en diens vrouw en dochtertje ook waren gekomen. Hem had ik ruim vijfentwintig jaar niet meer gezien. Het was een troost dat die twee elkaar weer hadden gevonden boven het ziekbed van de vader. Toen later mijn dochters er ook waren, konden wij weer met een gerust hart weg. Hij hoefde het afscheid, dat het waarschijnlijk zou worden, niet alleen te doen. Zijn lieve vriendin steunde hem waar ze maar kon. Een rots in de branding.

En zoals het gaat wisselen leed en vreugde, maar ook de doodgewone handelingen, elkaar in grote snelheid af. Het leven is een lach en een traan.

Hoe was het ook alweer. Een broek omruilen voor lief, die ondanks hetzelfde etiket toch een maat te groot was. De bon was er niet meer, in de opruimwoede weggegooid, maar dat mocht de pet niet kreuken. Hij kon een nieuwe uitzoeken en we vonden er ook een handige winterjas erbij.

Ik vond bij de Hema cadeauzakjes van Takki en Siepie, waar de vilten lieveheersbeestjes van Sjaal met Verhaal in konden. Ik dacht dat ik etiketjes erbij had gekocht, maar die hadden we op de een of andere manier toch vergeten. Dat werd zelf knippen uit de scheurkalender-blaadjes met onze boodschap erop geschreven, die ik hier ook uit zou willen spreken. ‘We wish you all the bright things of life‘. Vooral in deze donkere tijden’. En dat gun ik iedereen.

Toen was de tijd daar om aan te bellen bij het huis van onze lieve vrienden die ter ere van het jaarlijkse etentje een passende Nepalese maaltijd hadden bereid. Wat een warm onthaal in die sfeervolle kamer. We zijn met achten en twee van ons waren net ietsje eerder ontvangen door de lieve gastheer en gastvrouw. Ons kent ons en al rap was er een uitwisseling hoe of het met iedereen was vergaan afgelopen jaar. Toen de laatste twee vrienden er ook waren, werd er geproost met bubbels en konden we aan tafel. Voor vriendinlief was er een speciale stoel aan het hoofd van de tafel, waar een makkelijke stoel kon staan. Een lieve zwarte viervoeter bedelde ondertussen om een aai over zijn kop of gekrieuwel achter zijn oren.

We hebben elkaar zoveel te vertellen. En plein public maar ook met buurman of buurvrouw, net zoals het liep. Ondertussen kwamen de meest lekkere kleine gerechtjes voorbij, met zorg gemaakt en volgens de Nepalese traditie. ‘Als een tapas-schotel’, merkte een van ons terecht op. Rijst met linzen vormde de basis voor het hoofdgerecht en daarnaast van alles wat. Wat maken die linzen de rijst heerlijk romig en zacht. En natuurlijk koriander en kardemom en kaneel. Helaas door mij niet meer te proeven, maar met een smaakherinnering kom ik een heel eind. De tijd vloog om en de talrijke verhalen eveneens. Herinneringen, voorvallen, wel en wee van de kinderschaar, vreugdevolle gebeurtenissen en helaas ook wat droevenis.

Maar over de hele avond lag het gevoel van diepe verbondenheid. Goud waard, kan ik jullie verzekeren.

We sloten af met de belofte om te zoeken naar mogelijkheden voor de volgende keer in Hongarije. Als dat toch eens zou kunnen. We kijken er nu al naar uit.

Overpeinzingen

Missie geslaagd

De laatste hand aan mijn verrassing voor Lief gelegd en vandaag mag ik er eindelijk over schrijven, want hij heeft het inmiddels omarmd. Om dat mee te kunnen maken ging ik via de kringloop om daar wat oude maar nog beste kleding heen te brengen, die tot mijn verbazing grotendeels geweigerd werd en waar ik moest soebatten om mijn twee maal gedragen tankini met los rokje door de strenge ballotagecommissie te krijgen. Help, vroeger waren kringlopen-en ik kan het weten want ik heb er 22 jaar gewerkt-toch een belangrijke aanvulling op de verwerking van tweedehandskleding: Goed, beter best, een vintage-item of lorren en lompen in grote balen samengeperst.

Daarna als een haas door naar Leidsche Rijn, richting Berlijnplein, waar de Flixbus uit Budapest zou arriveren. Wat een wirwar is dat centrum als je er niet gewend ben. Ingewikkelde voorrangswegen voor fietsers, stopborden, eenrichtingsverkeer en een autovrij centrum, alleen maar toe te juichen, dat laatste. Eindelijk had ik een soort rondweg te pakken met in de lus er tegenover het busstation. De Flixbus reed net weg toen ik aan kwam rijden. Knipperlichten aan en clandestien parkeren, turend of ik een geel zeiljack zag lopen. Warempel, ergens bij de achterste opstappunten. Roepen was geen optie, dan maar de app. Het lukte. Ik loodste hem mijn richting op en eindelijk konden we elkaar naar ruim anderhalve maand in de armen sluiten. Wat vermoeid en verfomfaaid, maar zielsgelukkig om er eindelijk te zijn en mij te zien. Dat was wederzijds, dat behoeft geen kijf. We besloten om in een wegrestaurant met uitzicht op de weilanden rond Houten een hapje te gaan eten, omdat het er doorgaans erg rustig was. En een rechtgeaarde Hollander uit den vreemde heeft als het even kan, bijzonder trek in een patatje met.

We waren er om half twee en gingen om half vijf weer weg, dat zegt genoeg. De Flixbus op zich was goed bevallen, de stops extra vermoeiend omdat het nu nog allemaal vreemd was. 24 Uur rondhobbelen, schuddelen en stuiteren, ik moet er niet aan denken, maar Lief kan er een boek overschrijven, want de avonturen waren talrijk en die hebben we dan ook uitvoerig uitgewisseld op dat lekkere stekkie aan de sloot.

Boodschappen doen wordt een bijzonderheid als je hem ziet stilstaan tussen de schappen terwijl rijke aanbod aan zijn zicht voorbijtrekt. De luxe en die hoeveelheden, wat een weldaad. Het is goed om van tijd tot tijd door de ogen van een ander land te blikken.

Rood wijntje voor Lief, wit wijntje voor mij, want er moest wat gevierd worden. Maar eerst de verrassing. ‘Zet je spullen vast boven lieverd’, teemde ik, ‘dan zijn ze op hun plekkie’. Aarzel, aarzel. ‘Ach ja, dat is eigenlijk ook beter’ en daar ging hij de trap op en kwam in de opgeknapte werkkamer. Blij verrast keek hij rond. ‘Wat ziet het er leuk en sfeervol uit’, was zijn bevinding. ‘Wat heb je een werk verzet’. Dat was wederzijds want in Nagypeterd was ook heel veel werk verzet. Alleen kon ik het steeds niet noemen in de blog, hij leest vaak mee en anders zou het geen verrassing meer zijn. Nog diezelfde avond werden zijn spullen geïnstalleerd waarna we eindigden op de bank, lekker kneuterig met een of andere thriller.

Missie geslaagd.

Overpeinzingen

Wat een mooi en warm gevoel zal dat geven

De boemelbus komt allengs dichterbij. Traag maar gestaag. De verrassing is klaar. Op wat sterkere haakjes na, want die voor de fotolijstjes vlogen met een zelfde vaart weer van de koude muur van het hoekhuis. Ik wijt het aan de kou, want vier zijn er wel blijven zitten. Het komt vast goed. Ondertussen heb ik een restaurantje in de buurt uitgezocht, want daar gaan we eerst lekker eten en dan kunnen we samen even bijkomen van het weerzien. Zo naar uitgekeken en dat was geheel wederzijds. Nu nog een stofzuiger over de benedenverdieping en twee tassen wegbrengen naar de kringloop.

Van de grote clubactie mocht ik een kaartje voor niets bestellen. Drie keer raden aan wie ik die gestuurd zal hebben. Wel een eigenhandig in elkaar gedraaid exemplaar natuurlijk.

Het is de laatste kerstdag van het jaar. Ik denk terug aan de schooltijd en de drukte die die dag altijd met zich mee bracht. Kerstontbijt was in de vroege ochtend met de thuis gemaakte lekkernijen. De hele groep was de dag ervoor onder handen genomen en ‘onherkenbaar’ verbouwd met lappen en kleedjes, waxinelichtjes en groen. Eerst kwam er een verhaal met een kerstige inslag. Iets. Over medemenselijkheid of iets dergelijks, zo een die je eigenlijk nooit zonder emotie kan voorlezen. De bekende brok in de keel en dan de tranen met tuiten. Hetzelfde bij het zingen van de kerstliedjes. Het komt door de snoetjes van die lieve schatten. Schoon geboend, met glimmende wangen, allemaal opgedoft voor de kerst en in de glitters of met een strikje onder de kin, de geborstelde haren, zo aandoenlijk en dan vol verwachting naar mij kijken met zo’n speciale glans in de ogen. Hou het dan maar eens droog. Gelukkig was er altijd wel een stagiair in de buurt, die verder kon lezen of zingen. Ik begin op mijn vader te lijken, heb ik menigmaal gedacht. Na het ontbijt konden ze, als het weer het toeliet, even uitwaaien. De versierde kerstboom met alle zelfgemaakte kerstversiersels van de kerstmarkt werd erna afgetuigd en met alle frutsels en werkjes uit de laatjes in een plastic zak gedaan om mee te geven naar huis. Daar was hulp bij van de ouders die waren gebleven om een handje toe te steken.

Na dat alles was er tijd voor een tienuurtje en het kersttoneel van onszelf(de leerkrachten) tot grote hilariteit van de kinderen. Een van de prachtigste voorstellingen die we destijds ooit gemaakt hebben, was toen mijn vriendin en collega driekoningen in haar eentje speelde en ze een driepersoons-kroon had ontworpen om op haar hoofd te zetten. Echt zo gaaf.

Na het toneel was er samenzang en dan naar huis. Met voor ieder een kaartje voor een fijne kerstvakantie en een mooi nieuwjaar.

Dan volgde nog een grote schoonmaak in de groep en een kerstborrel en dan mocht mijn kerstboom van de groep in een laken(want ze viel al een beetje uit)mee naar huis in het kader van de duurzaamheid. Zoonlief werd opgetrommeld om het gevaarte naar boven te sjouwen.

Ooit maakten we een bibliotheekboekenkerstboom met elkaar, feestje op zich

Sinds het pensioen is er volmaakte rust voor kerst. Geen verbouwingen meer(nou ja, op die ene verrassing na dan) en ook geen gesjouw met bomen meer sinds dit jaar. Ik heb de ficus naast de bank gepromoveerd tot lichtjesdrager. Bomen mogen in het bos. Als er maar licht is, dat maakt het eigenlijk nog het meest kerst. Nu helemaal. Want straks gaan we het samen vieren. Lief, ik en de kinderen en kleinkinderen. Wat een mooi en warm gevoel zal dat geven.

Overpeinzingen

Een avond met een gouden rand

‘Migratiemazzel’ las ik ergens, tussen de verhalen van Toon Tellegen en zijn dierenverhalen ter afscheid: ‘Niet uit het hart’. Wat een fantastisch begrip. Zo is het. We moeten het omdraaien. We hebben geen migratieleed, maar migratiemazzel. Want dankzij al die kleurrijke verschillende culturen is onze kennis vergroot, zijn onze kookboeken en recepten drastisch uitgebreid, hebben we heel veel nieuwe ontdekkingen gedaan, hebben we meer mogelijkheden gekregen om het geestesoog te vergroten, hebben we oneindig veel bij geleerd en nieuwe begrippen gekregen, hebben we heel veel mooie mensen erbij. Migratiemazzel, als je het uitspreekt begint de zon te schijnen.

‘Ik ga deze avond bewaren’ zei de mier ‘Vind je dat goed?’ De eekhoorn keek hem verbaasd aan. De mier haalde een klein zwart doosje tevoorschijn. ‘Hier zit ook al de verjaardag van de lijster in’, zei hij. ‘De verjaardag van de lijster?’ Vroeg de eekhoorn. ‘Ja’, zei de mier en pakte de verjaardag uit het doosje. En zij aten weer zoete kastanjetaart met vlierbessenroom en ze dansten weer, terwijl de nachtegaal zong en het vuurvliegje aan en uitging, en ze zagen de snavel van de lijster weer glimmen van plezier. Het was de mooiste verjaardag die zij zich konden herinneren. De mier stopte hem weer in het doosje. ‘Daar stop ik deze avond bij’, zei hij. ‘Er zit al heel veel in.’ Hij deed het doosje dicht groette de eekhoorn en ging naar huis.

Gisteren was er , tussen neus en lippen door, ineens zo’n moment met zoonlief en schone dochter. We zaten in de werkkamer van Lief die ik nog aan het inrichten was. Nieuwe gordijnen, kussens, schilderijenlijstjes, zelfklevende fotohaakjes. En dan ineens dat gesprek, intens de diepte in. Nooit gedacht dat we het ooit daarover zouden hebben. Bij het lezen van dit dierenverhaal dacht ik onmiddellijk: Als ik een avond zou willen bewaren, was het deze. Inderdaad bij al die andere mooie of speciale momenten in mijn leven.

De eekhoorn bleef nog lang op de tak voor zijn deur zitten en dacht aan het doosje. Hoe zou die avond daar nu inzitten? Zou hij niet verkreukelen of verbleken? Zou de smaak van honing er ook in zitten? En zou je hem er altijd weer in kunnen krijgen als je hem eruit haalde. Zou hij niet kunnen vallen of breken of wegrollen?

De mier was ondertussen in zijn huis in slaap gevallen. Het doosje lag boven zijn hoofd op een plank. Maar hij had het niet stevig genoeg dicht gedaan. Middenin de nacht schoot het plotseling en een oude verjaardag vloog met grote snelheid naar buiten, de kamer in. En plotseling daanste de mier met de olifant, in het maanlicht onder de linde. ‘Maar ik slaap!’ Riep de mier. ‘O, dat geeft niets,’ zei de olifant en hij zwierde met de mier in het rond. (…) De gloeiworm glom in de rozenstruik en de eekhoorn zat op de onderste tak van de linde en wuifde naar de mier. Plotseling glipte de verjaardag het doosje weer in en even later werd de mier wakker.

Het geheim van die avond kwam uit een iets ander doosje. Dat was er voor de meest ingrijpende gebeurtenissen in het leven. Verzegeld en wel, maar zo gemaakt dat het ook op het juiste moment open kan springen en dat kan ontsnappen, als zoonlief oud en wijs genoeg zou zijn om het ten volle te kunnen begrijpen. En dat gebeurde. Dus gaat de hele avond, met het gesprek incluis, in dat nieuwe doosje van super mooie belevenissen. Dat altijd mag openspringen in mijn dromen of waar dan ook. Dank je lieve Toon Tellegen, voor het onder woorden kunnen brengen van die hele bijzondere gebeurtenis. Weliswaar een beetje cryptisch voor een ander, maar voor ons was het een avond met een gouden rand.

Overpeinzingen

Het is hem op het lijf geschreven

‘Als je moeder het op haar heupen heeft, berg je dan maar’. Zei mijn vader dat tegen ons, of zei mijn moeder dat over haar moeder, die het bij ons altijd een beetje op haar heupen had. Als oma op ging ruimen in huis, was er geen houden meer aan. Elk hoekje en gaatje werd met argusogen leeggehaald, bekeken en opgeruimd. Strijkgoed verdween onder de matrassen onder het motto ‘Zo strijkt het ook’. Kleden werden naar buiten gedragen en over de lijnen gehangen om te kloppen en ga zo maar door. Ramen open en luchten hoorde erbij. Het zweet parelde van haar voorhoofd, maar ze was niet te stoppen.

Mijn gevleugeld gezegde luidde idem dito. Het was een waarschuwing voor de kinderen, zodat ze zich uit de voeten konden maken want anders waren ze de pineut en werden ze ingezet voor het een of ander. Alles werd overhoop gehaald om het daarna systematisch weer op te ruimen. Kastplanken moesten opnieuw ingedeeld, de kleding gesorteerd en gevouwen. Normaliter lag er een wisseling van de wacht, hormonaal gezien, aan ten grondslag. Ja ja, berg je maar.

Gisteren kwam er vooral liefde aan te pas. De werkkamer van Lief verlangde een grondige opruimactie. De drie dozen ‘verleden’ van zoonlief stonden er, een oude computer, de fotobakken, een verdroogde plant en een orchidee, die zelfs wat onder de droogte te lijden had gehad en dan moet je van goede huize komen hoor. Orchideeën houden doorgaans van een minieme hoeveelheid vocht.

Stoïcijns begon ik in de mogelijkheden te graven. Volgens mij pasten die dozen helemaal aan de achterkant van de tafel voor het raam, uit het zicht of zo goed als uit het zicht. Wel een betere zitplek voor lief. Twee ladekastjes onttrokken het zicht op de straat. Die schoof ik naar de zijkant. Stofzuiger erbij. Jeetje mineetje, hier was lang niet gewoond. Vuilniszak ook niet overbodig. Alles wat weg kon en onbruikbaar was mocht daar in. Mijn tassen lagen er. Een mand met de dagboeken van mijn moeder, een mand met de breiwol, een mand met ondefinieerbare spullen van Lief, ik plakte er een denkbeeldig etiket ‘Uit te zoeken’ op.

Om de dozen erachter te krijgen moest ik op de grond onder de tafel zitten(kruipen gaat helaas niet meer) en met mijn voeten de boel verder schuiven. We zijn voor geen kleintje vervaard. Ik hees me met de ellebogen weer op het bankje. Dat was gelukt. Ik begon eindelijk ruimte te krijgen. De djembe’s kregen een plek, twee oude gitaren, het wasrek schoof net als de stofzuiger voortdurend heen en weer, van hot naar her, al naar gelang ik erbij moest. Het is fijn als je een bende op kan ruimen en later het resultaat kan bewonderen. Dat pept de boel op en brengt me op nieuwe ideeën. Daarvoor moet ik eerst naar de kringloop en dan nog even langs een bouwmarkt of zo. Dat gaat vandaag allemaal gebeuren, terwijl Lief in Budapest over de Etele Plaza loopt en in winterse sferen verkeert met het boek ‘De weemoed van een reiziger’ onder de arm. Het is hem op het lijf geschreven.