Overpeinzingen

Als dat geen luxe is

Twee vlinders dartelen om de vijg heen en lijken dronken te zijn van de geur die de overvloed aan vijg verspreidt. Ze maken er een tikspelletje van en kunnen er geen genoeg van krijgen om rondjes achter elkaar aan te blijven vliegen. Even later spot ik er een op de afvoerpijp van het terras. Omdat ik hem ongezien kan benaderen, blijft ze prachtig voor me poseren.

We hebben gisteren alle weelderige en overtollige groei aangepakt. De druif had hosta en klimop volledig ingepakt met haar lange uitlopers. Lief ging de bijvoet te lijf en de pol met siergras, die helaas beiden het bloementuintje volledig hadden ingekapseld. Geen blommetje meer te zien. Toch. Maar eens kijken naar een paar stevige bloeiende struiken die onze afwezigheid glorieus zouden kunnen doorstaan. De druif was zo gesnoeid en onder het struweel kwamen soms pierige en vaker prachtige trosjes blauwe druif te voorschijn, die zich nu weer volop in de zon kunnen koesteren.

Het is heerlijk zonnig met verfrissende vlagen wind tussendoor, waar we ons uitbundig aan laven. Na gedane arbeid natuurlijk. Om half vijf is alles opgeruimd en is er tijd om te gaan uitrusten met een goed glas wijn voor mij en een oud bruin voor lief. We zitten voor Buddha die dan nog verscholen is achter de uitdijende rozemarijn en de vijg. Vogels vliegen heen en weer. We horen de merels, spotten een lichte onbekende vogel ter grootte van een duif, maar krijgen hem niet goed in het vizier. De heggenmussen en nog kleinere vogeltjes hippen tak op, tak af in de bosjes aan de zijkant. De bladeren ruisen in de wind. Dankzij vriend die in onze afwezigheid het gras heeft gemaaid en bijgehouden zitten we er nu ontspannen bij en kunnen genieten van de doorkijkjes die zijn gemaakt.

Ik bedenk naarstig wat we kunnen eten. Er is een blik bonen en er liggen diepvriesdoperwten en voorgebakken patat in de vriezer. Uien zijn er ook nog. Een combinatie is gauw gemaakt. Dat gaat het worden. Ik vind nog een doosje met drie eitjes in de koelkast. Mooi, het menu dient zich vanzelf aan. Aan de slag.

Door de donkere kamer wordt ik hier later wakker en misschien is het ook nog een rest vermoeidheid door de lange reis van twee dagen. Ik slaap tenminste als een roos. De vrijgekomen druiven glanzen in de ochtendzon. Gisteren heb ik bekeken wat we met een overvloed kunnen doen en dan kom je uit op druivensap, druivenjam met kaneel, en nu vraag ik me af of druivenjam met vijgenjam samen ook een goede combi is. Ik ga zoeken en kom een heerlijk recept van druiven-vijgenjam en tijm tegen. Er gaat geen suiker in, daar dient het gezeefde sap van de druif voor. Natuurlijk iets om uit te proberen.

Gisteren stuurde oudste zoonlief mijn eerste vraag op: ‘Wat zijn enkele van je meest memorabele momenten/herinneringen uit je jeugd, die je mede hebben gevormd tot wie je nu bent of die nog altijd in je geheugen gegrift staan?’

Wat een brede vraag. Daar moest ik even goed over nadenken. Niet om iets te kiezen, maar omdat ik niet een, twee, drie wist waar te beginnen. Ik ben maar gewoon gaan schrijven en toen leek het net of er een verborgen deur in mijn hoofd was opengegaan en stroomden de herinneringen naar buiten. Wat leuk om dat te doen. Met één hoofd in het verleden en één hoofd in het paradijs, als dat geen luxe is.

Overpeinzingen

Aan de slag maar weer

De zon schijnt in mijn gezicht, de wind waait door de haren en wij zitten met een kop koffie op het ons zo vertrouwde terras met uitzicht op de ontplofte tuin. Gisteren kwamen we moe maar voldaan aan. Het hek stond uitnodigend open en de luiken van het huis waren opgetrokken. De auto van onze trouwe vriend hier. stond voor het huis geparkeerd. Tot onze verrassing had hij wekelijks de tuin gemaaid en het zag er nu al veel beter uit dan alle andere keren dat we terug kwamen. Hij is geen tuinman en had de tuintjes gelaten voor wat ze waren. Ontplofte bijvoet, siergras en druif zorgden voor een woeste aanblik evenals de overvolle vijg.

Straks met goede moed aan de slag, maar allereerst even bij schrijven. Vrijdag 1 september had ik mijn haren in de henna en met een plastic zak over de smurrie en een handdoek daar overheen, was ik net op tijd klaar, want ineens waren er beneden stemmen. Zoonlief en schone dochter waren met hun lieve kleine naar het consultatiebureau geweest en stonden met taart voor mijn onbeholpen, weinig feestelijke outfit. Haha. Maakte niets uit. Ons kent ons. Wel blazen, vond zoonlief die één kaarsje in de taart had geprikt omdat ik nu een jaar over de 70 was. Zingen, een wens doen en blazen. Hoera, het pad naar de wijsheid bereikt. Niets moet meer en alles mag.

Ze bleven maar even en waren belangrijk voor het feestelijke tintje aan de dag, evenals de vele felicitaties die ik over de sociale media of in mail, per post en app kreeg. In de middag kwamen dochterlief en mijn lieve jongste zus bij verrassing langs en kwam schoondochter naar beneden. Dat leverde een genoeglijk verjaardagsuurtje op met de taart en een kop thee. Fijn om bij te kletsen want zuslief was met de fotozus naar IJsland geweest en deelde haar ervaringen met ons. Een mooi land, prachtig zelfs, maar in een week wel veel om te moeten bekijken en dan te weinig tijd om er tot in de vezels van te kunnen genieten als je met een groep bent. Om foto’s te maken natuurlijk wel een unieke reis. Het natuurschoon daar is ruig en ongekend of adembenemend puur.

In de ochtend na de taart had ik kalm de twee koffertjes ingepakt en ‘s avonds konden we genieten van een welverdiende rust. Zaterdag zouden we in alle vroegte vertrekken.

Het lukte wonderwel. Zoonlief hielp sjouwen en zwaaide uit. Om half negen zaten we bepakt en bezakt in de trouwe Truus en reden door een dikke mist de zon tegemoet. Rond Arnhem waren de nevels opgetrokken. Een heerlijke rit met maar één kleine file bracht ons naar het wat oubollige hotel in Beieren, waar buiten op het terras precies nog een tafel over was om aan te schuiven. De kaart was al even degelijk en rustiek uitgevoerd als de houten meubels binnen. Schnitzel en gordon bleu met patat en een schoteltje sla erbij. Ze schonken heerlijke bellen witte wijn en bloemenvaasjes koud bier. Na de rit een waar genoegen. De kamer zou een ‘room with a view’ op de stad moeten zijn, maar daarvoor moest ik vervaarlijk uit het raam hangen. Gaf niets. In het donker heb je toch je ogen dicht.

De nacht die er op volgde was voor mij rampzalig want ons open raam bleek vlak boven de grote installatie voor de ventilatie van het hotel te staan. Ik dacht in het donker dat het de ventilator van de kamer was en wilde lief niet wakker maken. Het geluid dat steeds weer aanzwelde klonk als dat van een vliegtuig dat rondjes in de kamer vloog. Slapen was er niet meer bij. Knoop nog op het hele uur het gebeier van de enorme klok naast de kerk er aanvast en je hebt gegarandeerd een slapeloze nacht.

Het ontbijt was prima en de prijs was heel billijk en spreidde zich als een zacht doekje over de zware nacht. Truus kende de weg, we reden via Wenen naar Kaposvar en vandaar richting ons dorp. Boodschappen konden nog net gehaald worden bij de grote Duitse supermarkt-keten.

Met vriendlief wisselden we wederwaardigheden uit onder het genot van een drankje en wat te knabbelen. Vandaag gaan we samen eens kijken waar het werk zich heeft opgestapeld. Aan de slag maar weer.

Overpeinzingen

En zo is het maar net

Ik stond gepikt en gesteven in de aanslag toen zoonlief appte dat ze van huis weg reden. Dat betekende dat ik naar beneden kon stiefelen en daar op hem zou wachten. We hadden een lunchafspraak en de jongste kleinzoon was ook van de partij. We zouden naar IJsselstein gaan naar een betrekkelijk nieuw restaurant. Ik was er al eens geweest met hem samen en dit keer was hij dat vergeten.

De kleine hield hij in zijn arm en zo liepen we van de parkeergarage naar het restaurant waar, vergeleken met de vorige keer, een groot terras was bijgekomen. Als je de straat inkeek, zag je en face de statige toren van de Nicolaas-basiliek. Sfeervol accent in dit mooie oude stadje.

We kozen een tafeltje binnen ergens helemaal achteraan, waar we ongestoord kind konden uitpellen en verschonen(er was geen andere gelegenheid verder)en waar heen en weer te lopen viel om de kleine in slaap te wiegen. Verwend als hij was, was dat zijn manier om in slaap te komen. Daardoor was het wel het grootste deel de taak van zoonlief zelf. Toch kwamen we tot hele mooie gesprekken, onder andere over vroeger.

Vooral de tweeling had hun vader toen hij gezond was niet zo lang gekend. Zoonlief wilde weten hoe de verdeling was tussen huishouden en werk en ik legde uit dat zijn vader moeite had met gezag en in zijn impulsiviteit nog wel eens de baan liet voor wat het was. De logische volgende vraag was hoe het dan zat met de financiën. We kregen een uitkering in die dagen dat de kinderen klein waren. Het was geen vetpot met 1100 gulden per maand. Zoonlief dacht dat ieder van ons dat kreeg. Daar moest ik hem wijzer maken. ‘Nee lieverd, vroeger kreeg je maar een uitkering als je getrouwd was.’

Het was even stil. Peinzend bedacht hij dat het toch allemaal wat moeilijk was geweest met vier kleine blagen. Daarna vroeg hij wie het meest op mij leken van de vijf kinderen in ons gezin. Ik vertelde dat ik in allemaal een stuk van mezelf had teruggezien. De een had het optimisme, bij twee zat het ondernemen erin, het goedlachse zat er bij allemaal wel in. Ik werd eigenlijk niet gauw boos, maar als ik het eenmaal was door onrechtvaardig gedrag kon de ander zich beter bergen. Ook dat herkende ik.

Daarna hadden we het over de opvoeding vroeger. Ik vertelde van de ervaringen die we in de Boekenclub hadden opgedaan, waarbij mensen helemaal ondersteboven waren van het boek van Bart Chabot: ‘De hand van mijn vader.’ Alleen de twee oudsten, waaronder ik, hadden het een heel herkenbaar boek gevonden. Zo was het nou eenmaal. Het was heel gewoon in die tijd, dat je bij het uithalen van kattekwaad een tik er vlak voor kon krijgen, of dat er met het grootste gemak een pantoffel door de kamer scheerde en op een haar na je hoofd miste.

Zo waren er meer gezinnen waar van alles aan de hand was of die in een te krappe ruimte met teveel mensen zaten, waardoor conflicten al gauw werden uitgelokt. Het is mooi dat wij die barbaarse principes van opvoeden verre achter ons hebben gelaten en dat het nu veel minder voor komt dan toen.

Zo babbelden we de klok rond, terwijl de kleine het minder naar zijn zin had en zoonlief zijn uiterste best moest doen om te wiegen, in of uit de draagzak die hij had meegenomen. Ik sneed zijn lunch in stukken en dan kon hij het staande aan een hoge tafel naar binnen schuiven. Zo ging het ook. Voor elk probleem was een oplossing te vinden.

We gingen kleindochter ophalen en spoorslags naar huis om nog even met haar te kunnen knutselen. Toen haar moeder aan kwam rijden kon ik naar beneden na veel geknuffel, het was per slot van rekening voor twee maanden. We beloofden te face-timen.Als we in Verweggistan zijn zal hij iedere dag een vraag stellen en ik zal hem dan schriftelijk antwoorden. Het is een heerlijk idee om alles wat diep is weggezakt weer naar boven te kunnen halen. Maar nu is het tijd om te gaan ruimen en inpakken. Hoofd in de henna, koffertjes in de aanslag, boeken en tijdschriften, tekenspullen uitzoeken en wat oude doeken meenemen waar overheen geschilderd mag worden. ‘Kill your darlings, zolang ze niet van vlees en bloed zijn’. En zo is het maar net.

Overpeinzingen

Een goed begin is het halve werk

Tussen alle spullen had ik nog een doosje met poppenkleren gevonden, die allemaal door oma-oma gebreid waren, ooit, lang geleden toen mijn beide dametjes zo in de weer waren met hun baby-poppen. Degelijk en prachtig spul eigenlijk. Ze had zich er niet als een Jantje-van-Leiden van afgemaakt. Er waren jurkjes bij met ingebreide patroontjes.

Die moesten alvast meegenomen naar de kleindochter, die nog steeds dik in de weer was met haar zestal poppen en popjes.. Ze reed ze rond in de rieten poppenwagen, sommige mochten in bad, ze werden al naar gelang aangekleed en uitgekleed. Schooltje spelen zoals mijn meiden deden, zal wel volgen in een later stadium. Van generatie op generatie is dit spel doorgegeven. Ook ik koesterde ooit beer en poppen alsof het mijn kroost was.

In de grote tas die ik had meegenomen zat nog meer leuk spul. Een muziekdoosje met een draaiend danseresje en een klassiek deuntje eronder en een serie grappige ouderwetse maskers, die ik ooit op de kop had getikt in de kringloop. Een koddig gezicht.

Onder het genot van een kop thee hielp ik haar met het aantrekken van de jurkjes en bracht haar de beginselen bij van hoe een nietig knoopje in een lusje kon worden gestopt. In een handomdraai had ze van haar magneten kleine stoeltjes gemaakt en aangekleed en wel mocht het hele stel op de foto, gezusterlijk naast elkaar. Haar broer had het nu veel te druk met een vriend om mee te spelen. Dat kon later ook nog. Ze moesten die middag naar de training van het voetbal en gingen alvast een balletje trappen op het plein.

Na een plensbui, waarin dochterlief wafels ging bakken voor bij de thee en de jongens giechelend en rennend weer binnen waren komen stormen, was er nog even tijd voor een genoeglijk samenzijn en toen de bui bina over was ging ik op Amersfoort aan, na eerst een paar dikke knuffels en kusjes-kruisjes te hebben uitgedeeld, waar ze de komende twee maanden op zouden moeten teren.

De zon kwam alweer door met dat de reis vorderde. Het leverde prachtige luchten op die voor een afwisselend schouwspel zorgden. Aanvankelijk stond ik voor een dichte deur, maar na een rondje rijden, hoorde ik, bij de tweede keer schelle stemmetjes in de speeltuin achter het huis en ja hoor, daar liep schoondochterlief met de drie kinderen. De jongens dolden op de glijbaan en de kleine pork lag in de kinderwagen lekker te soezen.

Mijn komst was een teken om naar binnen te gaan. De hele dag in huis met de drie was te lang, dus tussen de buien door had ze het hele stel uitgelaten. Manlief moest werken tot negen uur ‘s avonds. Terwijl ik met de jongste kleindochter mocht knuffelen en nog een kop thee kreeg, kon moeders koken, kregen de jongens eten en speelden ze hun uitgelaten spel. Af en toe werd er een mand met speelgoed omgekieperd. Na het eten wilde de lieve krullebol die bijna naar school ging even laten zien hoe goed hij kon tellen en haalde de telramen te voorschijn. Één voor zijn broer en één voor hem. Hij herkende ook al letters. De D van de naam van papa. Toen we de B van mij gingen zoeken in twee prentenboeken gingen vervolgens beide verhalen van A tot Z erin als koek.

Ondertussen had schoondochter de borst gegeven en waren de jongens uitgespeeld en aan bed toe. Tijd om op te stappen. Met stevige knuffelarmpjes om mijn benen en door de drie uitgezwaaid konden zij en ik er weer even tegen. Toeterend, op vraag van de krullebol, reed ik de straat uit, de einder tegemoet.

De beloning vannacht was de volle maan, die hier roerloos, haast boven het huis op ooghoogte zo leek het, hing en de ochtend begon met een flard regenboog. Een goed begin is het halve werk.

Overpeinzingen

Een waar genoegen

Gisteren hielden we een spontane langzaam-aan actie. De hele week had al in het teken gestaan van doorbikkelen, nu was het moment daar om een pas op de plaats te maken. Boodschappen en daarna thuis bijkomen. In alle rust hapjes maken, geen traditionele maar experimentele. De boekenclub zou langs komen.

Vlak voor achten druppelde het stel binnen. Liefdevolle omhelzing die de tijd deed wegsmelten. Het laatste etentje was twee maanden geleden. We hadden de bijeenkomst vervroegd omdat ik er anders niet bij kon zijn. Via de zoom is het lastig en niet makkelijk om mee te kletsen, laat staan de gezellige borrel na onze gesprekken te delen. Eerst waren er de gebruikelijke uitwisselingen en later de huishoudelijke mededelingen. Een van ons zet de bijeenkomsten voorlopig even op pauze, omdat hij merkte dat zijn agenda iedere keer overvol bleef en het schrappen voor wat meer vrijheid moest zorgen. Iets wat we allemaal begrepen. Ik denk dat ieder van ons met hetzelfde bijltje heeft gehakt. Soms is het opgeven van al die ‘leuke’ dingen een voorwaarde. En ‘op pauze’ zetten betekent nog niet ‘aan de kant zetten’. Er gloort hoop aan de horizon.

Ik had wel hapjes gemaakt, maar iets lekkers voor bij de koffie was er bij ingeschoten. Omdat ik toch al met bladerdeeg in de weer was besloot ik van het laatste deeg mini-appelhapjes te maken.

De meningen over het boek ‘Man in het Wild’ van Jaco Benckhuijsen kwamen praktisch overeen. Twee van ons hadden het in een adem uitgelezen en de rest had er langer over gedaan. Zijn zoektocht naar rust bracht hem op uitzonderlijke plekken, waar vooral de lege ruimte in die onmetelijke natuur het meest daaraan voldeed. Het bleef een tegenstelling, die hang naar rust en het naarstige zoeken er naar. Wat opviel was zijn verbondenheid met de mensen om hem heen, toen hij in Nieuw Guinea was

In mijn beleving had het boek qua spanning anders ingedeeld moeten worden. Het eerste hoofdstuk was het meest ‘adembenemend’, het laatste niet, omdat het zich meer tussen de mensen afspeelde en er regels waren die vergunningen eisten, waarvoor je lang moest soebatten.

We waren het er over eens dat ‘stilte’ uitdiepen niet het sterkst naar voren kwam, al deed hij in het eerste deel wel pogingen en was zijn omschrijving van de overweldigende indruk die alles op hem maakte en waarin de nietigheid van de mens welhaast tastbaar werd, haast poëtisch te noemen. Mij werd gevraagd hoe mijn stilte was, daar in Hongarije. Daarvoor moest ik eerst het drukke leven hier omschrijven en dat tegen die immense rust van daar afzetten. Hier zijn er de kinderen en kleinkinderen, afspraken, allerlei ontmoetingen met etentjes of borrelhapjes, leuke musea, films en natuur. In het tweede thuisland is er vooral niets buiten de stilte, de grote tuin, het schilderen en lezen, het luisteren naar muziek en elkaar.

Zoals gewoonlijk mondde het gesprek op het eind uit in mooie verhalen met een persoonlijke noot, maar nu hadden we nog een item dat alvast doorgenomen diende te worden. De Parijs-reis ter ere van ons vijfjarig jubileum. Hoe gaan we er heen. Met de auto, met de trein, hoe willen we slapen, waren er mensen die wilden delen of liever alleen sliepen voor dat broodnodige ‘even een moment voor jezelf’. Zo graasden we diverse mogelijkheden af en het draaide er op uit, dat we met auto’s zouden gaan en de rest in de app zouden bespreken. Om half twaalf gingen de laatsten naar huis. Een warme knuffel, een zwaai, en tot in november. Het was weer een waar genoegen.

Overpeinzingen

Voor al wat nog komen ging

Regen komt met pijpenstelen naar beneden. Het zet een streep door de maaibeurt die we de tuin wilden geven. Niet getreurd want er is genoeg te doen. De zolder moet verder leeg. Het is mooi om te zien hoe het langzaam maar zeker dankzij de timmeractiviteiten van zoonlief steeds meer een knusse kamer wordt. Hij heeft er lol in en dat is de garantie op doorzetten.

Op de witte kasten die er staan staan, liggen nog lijsten, ernaast staat een rol met schetsen van een van de eerste tekencursussen en een rol van later, met tekeningen a la Dumas, ergo portretten met gewassen inkt. Foto’s maken en in de vuilniszak.

Tussen de papieren en de stapels platen vind ik nog een bakje met brieven van lieve vrienden. Die ik na het lezen toch laat verdwijnen. Wat heeft een ander aan deze correspondentie. Geen eindeloze, maar te hooi en te gras een brief, van mensen waar men zich geen voorstelling van kan maken. Met mijn moeders brieven kan ik inderdaad zo’n dik boek vullen zoals van Gogh aan zijn broer en diens vrouw. Maar de rest mag weg. Hier en daar een foto en vort met de geit.

À la Dumas, schetsen en in de zusterpost.

Ik kom een mapje tegen met mijn vierde jaars verpleegstersspeld, rapporten en beoordelingen, stageplekken, oproepen voor de eindgesprekken en wie de mentoren waren. Dat bracht me in vogelvlucht terug naar 1977 in het oude AZL. Met de namen kwamen de gezichten door alsof ik in een glazen bol keek. Ineens viel alles op z’n plek. Het was een tijd, waarin ik de herinneringen in het diepst verborgen laatje in mijn hoofd had gestopt. Het was alsof de deur opensprong. Er was een lijst met kledingvoorschriften: Onder andere mochten dames alleen japonnen dragen. We kregen er acht. Er moest verplicht een witte onderjurk onder. De schoenen moesten van een gesloten model zijn, zwart, wit, donkerblauw of bruin, van een zodanig maaksel dat de patiënt géén hinder ondervond van het lopen, geluiddempend materiaal. Geen suède. Zweedse klompen waren verboden.

Ook de nagels moesten goed verzorgd en kort geknipt zijn en lang haar diende te worden opgestoken, half lang mocht niet in het gezicht hangen. Maar fantasiekousen mochten in het vierde jaar wel, netkousen weer niet. Dat was al een hele vooruitgang, want in het begin van de opleiding mochten we enkel vleeskleurige kousen aan. Als je geen onderjurk droeg werd je naar huis gestuurd met een fikse reprimande.

Het hing in die dagen van regeltjes aan elkaar en dan hanteerde men in een Academisch ziekenhuis nog een tamelijk vrijheid. In de streekziekenhuizen was het vaak nog strenger. De hiërarchie was alom aanwezig. Het had voornamelijk te maken met het inkomen dat je had. Je was particulier verzekerd of zat in het ziekenfonds. Daar had je ook drie klassen afhankelijk van de hoogte van de premie. De eerste klassers lagen op klasse-afdelingen in een kamer alleen en kregen als snack in de middag saucijzen-of nierbroodjes en ander lekkers, en werden geconsulteerd door de hoogleraar of professor himself. Toch hebben we in de nacht wel eens een rolstoelen-race gehouden door de gangen van klas Intern als het te rustig was. In de ochtend bij de overdracht kwam de hoogleraar binnen met zijn wapperende schortpanden en werden wij verpleegkundigen geacht te gaan staan.

Op een van mijn rapporten prijkt een negen voor de verpleegkundige praktijk. Kennelijk ging het me nog zo slecht niet af. De opleiding was door de interactie die er was met patiënten, met collega’s, met artsen en co-assistenten, met het bezoek, een opstap naar de samenleving in een groter verband. Er werd een flink beroep gedaan op je empathisch vermogen. Eigenlijk waren het vier jaren van vorming voor het leven, waarin er veel gebeurde en soms je hele gedachtengoed door elkaar werd gehusseld. Gelouterd kwamen we na de diploma-uitreiking naar buiten met een goed gevulde rugzak voor al wat nog komen ging.

Overpeinzingen

Ik reeg de dag voldaan aan mijn ketting

Natuurlijk was ik veel te vroeg wakker gisteren. Om negen uur zouden we met de voorbereidingen beginnen. Het werd een tikkie later, maar toen ging het ook rap. Lief vroeg om een workshop ‘Eenvoudig mastercheffen’ en hij ging met de opdrachten ‘augurk in de cervelaat rollen, zilveruitjes op blokjes kaas prikken en pannenkoeken besuikeren en snijden in vieren’ voortvarend aan de slag. Ik maakte de vegaworst in bladerdeeg, de knakworst in bladerdeeg en de grote glazen schaal vulde ik met vers fruit voor de bowl: Blauwe bes, aardbei, druif, meloen, sinaasappel, appel. Daaroverheen bruisend koud water en siroop. Een heerlijk toetje. De keuken is klein, leek zelfs nog veel kleiner en de tafel bood uitkomst, daar kwamen alle lekkere hapjes op te staan. Na het bladerdeeg waren de Pide en de afbakbroodjes aan de beurt.

So far, so good. En toen ging de bel. Wonderlijk hoe alles zich in betrekkelijke rust had voltrokken en hoe na de komst van zoonlief met het gezin de lijsten uit mijn hoofd verdwenen als sneeuw voor de zon. De klusjes werden onmiddellijk uit handen genomen en toen dochterlief er ook nog bij kwam werd ik bijkans de keuken uit gedirigeerd. Haha. Wat lijken ze toch veel op mij. Ik kon eindelijk wat aan mijn toet doen, die nog in de slaapstand stond en de broodnodige puffen nemen. Langzaam vulde de kamer zich met rijdende autootjes, schelle kinderstemmen, kleine beestjes uit de blikken trommel met bijbehorende geluiden, het bassen van de stemmen en gelach. Er werd geknuffeld en gezoend tot de hele schaar er was op een van onze lieve kleindochters na. Een uitgelezen moment voor een groepsfoto.

Maar eerst de inwendige mens. Dochterlief kwam aan met een van de kleine appeltaarten met drie kaarsjes erop en een hartelijk ‘Lang zal ze leven’ en daarna was het buffet geopend. Nou hoef je dat tegen de kleinkinderen maar een keer te zeggen. Binnen enkele minuren liepen ze als bezige bijen naar de korf vol lekkers en weer terug. Kauwende monden, stralende toetjes, stoeien en dollen met elkaar. Gewend aan de rust in huis was het een orkaan van lawaai, maar o zo herkenbaar en o zo gezellig. Mijn rijke kroost. Lief deed het fantastisch. Hij kan de drukte, waar hij in moest groeien, al helemaal naast zich neerleggen en lette er nauwelijks meer op. Zat rustig te praten met schoonzoon over belangrijkere zaken en schoondochter over de Molukken.

Ik zat op de poef en kreeg achter elkaar de twee jongsten op schoot, een voor de fles, maar het was te druk en hij kreeg zijn rust niet om te drinken, dus gingen ze naar boven. De oudsten zagen hun kans waar en speelden op de trap ongestoord hun games, een eindeloze vingervlugheid op de telefoontjes, de Benjamin dribbelde rond met zijn nieuwsgierige oogjes, bekeek alles tot in detail en schonk af en toe zijn liefste glimlach aan iedereen die er open voor stond. Smelt.

Kleindochter in haar mooie jurk met stoere kloffen er onder gleed af en toe nog even naar een beschermende arm af van paps of mams en toen ze gewend was ook van mij en lief. De dag vulde zich met warmte en met liefde, een hoop gekrakeel en gezelligheid. Slimme kleinzoon hoorde een vraag van de oudste zoon over rijkdom, wat of dat was. Veel geld of veel vrienden. Aandachtig luisterde hij, dacht even na en zei toen: ‘Geen geld, geen eten en dan ben jij er ook niet’. Ergo: ‘Als er geen eten is, ga je dood’. Geen nuances maar een beredenering in de rechte lijn en slim bedacht. Dat de sociale context toch wel belangrijk was kreeg hij als les om te overpeinzen mee. Mooie momenten. Drie van de kleintjes deden temidden van de ruis een spel, gingen er volledig in op, terwijl er aan alle kanten om hen heen gelopen, gelachen en gebabbeld werd. Mooi zo’n bubbel die niet te verstoren valt.

De groepsfoto werd gemaakt voordat de eerste luitjes alweer vertrokken. Ze kregen kraamvisite in de middag. Na een noedelsoep met ei, taugé en bawang goreng en nog een tamelijke rustige afsluiting ging iedereen op huis aan, aan de armen de tassen met bakjes van de restanten. Genoeg voor een weeshuis. Ik reeg de dag voldaan aan mijn ketting.

Overpeinzingen

Een vredige gedachte

Regen op de ruit maar de zon schijnt er doorheen, wat het minder erg maakt. Het is jammer, dat de komende week toch regenachtig beloofd te worden. Dat maakt het maaien op de tuin lastig. Met het lange natte gras staakt de maaier sneller. De lijstjes van aanpak voor vandaag zijn gemaakt. Vanaf elf uur druppelt iedereen binnen al naar gelang de slaapjes van de kleinsten uitvallen. Een scala aan bedrijvigheid zal de komende uren vullen. Nu eerst nog even de, betrekkelijke, rust. In mijn hoofd ben ik allang bezig met wat er aan voorbereidingen te wachten staat.

Vroeger op school hadden we schoolbrede feesten met kerst en aan het einde van het jaar. De feestcommissie paste mij als een handschoen, al ben ik organisatorisch niet sterk. Ken uw zwakheden. Daar waren weer andere mensen voor. Maar thema’s bedenken en uitvoeren lukte gek genoeg wel. Gelukkig hadden we een commissie met ouders van hetzelfde kaliber, die allemaal zo hun stiel hadden en zich daar dan ook op konden werpen. Juist omdat de feesten schoolbreed waren en er van alles aangekleed moest worden, de hele school in de winter en in de zomer het hele speelplein, waren al die handen broodnodig. De kracht van Jenaplan zit hem in die samenwerking met iedereen, team, kinderen én ouders. Het feest vandaag is een fractie van die grote feesten, maar de catering en de organisatie ervan is minstens zo veel werk.

Lief wil helpen dus heb ik achter elkaar opgeschreven wat er aan handelingen zal passeren. Het moet te doen zijn. Natuurlijk is er te weinig ruimte, wat normaal is tijdens een verjaardag. De kamer krimpt ter plekke. Naar buiten zal vandaag best moeizaam zijn. Er is nog een werkkamer boven, waar het grut kan gamen en spelen.

Boven klinkt gerommel. Zoonlief is bezig met het aftimmeren van een deel van de zolder. Het is voor het eerst dat hij met passen en meten muurtjes optrekt en deuren plaatst, maar hij heeft er lol in. Die jongen heeft gouden handen. Wat zijn ogen zien, kan hij maken. Het voordeel van het focussen op een ding tegelijk, en dan niet even vlug maar heel secuur en degelijk. Dat heeft hij absoluut niet van mij. Ik ben van oorsprong iemand die flanst. Met lappen en een nietmachine kom ik een heel eind voor de aankleding van een decor en om een bepaalde sfeer neer te zetten. Dat lukt in een handomdraai. Vraag me niet iets precies te doen of de meetlat te gebruiken. Het gaat op het oog of het gaat niet.

Zo hebben we allemaal onze kwaliteiten. Vroeger hadden we in de groep aan de muur een lijst met de twaalf eigenschappen waarvan kinderen vonden dat ze er goed in waren. Op die manier konden ze zien wie ze bij het samenwerken nodig hadden om een klus te klaren. Het werkte perfect. Tegelijkertijd was het een probaat middel om de voordelen van de groep te laten zien, maar ook dat je niet voortdurend aan hoeft te staan of mee zou moeten denken in het groepsproces. Er was ruimte voor het individu.

Wat zou het fijn zijn als de wereld zo in elkaar stak. Luisteren naar elkaar, elkaar de ruimte gunnen en geven én samenwerken. Een vredige gedachte.

Overpeinzingen

Om te koesteren

De werkkamer is, op de tassen voor de kinderen na, opnieuw helemaal klaar voor gebruik. Er valt weer te zitten, te lopen en er is nog steeds bergruimte. De dagboeken staan gezusterlijk op één plank bij elkaar dit keer. Ook nu gingen persoonlijke brieven, kattebelletjes, kaarten en ansichten weg, alleen de vakantiekaarten van mijn ouders en de brieven van mijn moeder zijn er tussenuit gehengeld. Wat heeft ze enorm veel geschreven. In de acht jaar dat ik in Leiden woonde, kregen we iedere week een brief helemaal volgeschreven tot aan de zijkanten en de bovenkant toe. Geen regeltje wit meer te zien.

Vannacht kwamen de ‘te-doen-lijstjes’ weer spoken. Dat vinden ze leuk. Het begint met de visite voor morgen. Dan komen alle kinderen en kleinkinderen mijn verjaardag vieren. Die is pas 1 september, maar dan maken we ons op voor de reis. Wat zet ik ze voor. Een lekker soepje, stokbrood met wat kazen, pannenkoekjes of ga ik voor de klassieke borreltafel van vroeger, te beginnen met de huzarensalade van mijn moeder, de vega-gehaktballetjes, de kaas met een zilveruitje erop geprikt, de vega knakworst in bladerdeeg, een augurkje in een plakje salami, gevulde eieren en als drank de grote bowlschaal met vers fruit, vlierbloesem-siroop en munt en sprankelende bubbels. Alles klaar zetten op de grote tafel en zelfbediening. Wie honger heeft, hapt wat. Dat lijkt me zo relaxed.

Beginnen met thee, koffie, sapje of water voor de kinderen en taart natuurlijk. Als we bij elkaar zijn, zijn we met 22 mensen. Dan is dit een fijne manier . De kinderen kunnen spelen en eten en wij hebben voldoende tijd om wetenswaardigheden uit te wisselen. Als het mooi weer blijft, kunnen we in het park aan de overkant aan de wandel gaan.

Zo bedenk ik het menu bij elkaar, terwijl er enkele sterren aan het pinkelen zijn, er een zwoele nachtbries door het open raam waait en alles nachtelijk stil is op het geruis van de A2 na. Als er ineens een hevige regenbui losbarst moet ik de ramen op een kier zetten omdat het inregent. Even plotseling als ze gekomen is, is ze ook weer verdwenen. Lief is diep in slaap maar wordt op den duur wakker door mijn gewoel. Ik probeer me verder stil te houden. Pas tegen zessen val ik in slaap vol met dromen over school, beeldend werk dat voor geen meter klopt en waar de kinderen mee aan de haal gaan. Dat komt vermoedelijk door de heen-en-weer-schriften van mijn collega en mij, die ik gisteren heb doorgekeken. Opvallende gebeurtenissen op een werkdag, de lesstof aangehaald, de perikelen besproken. In mijn droom luistert er vooral niemand naar mij. Gelukkig strookte dat niet met de werkelijkheid. De schriftjes heb ik bewaard.

Er was ook nog een portfolio van een kind, dat halsoverkop vertrokken is van school. Door het vele werk dat we er aan hadden om het te maken en door de leuke projecten die er in stonden, kon ik het niet over mijn hart verkrijgen om het weg te doen. Er staat een foto in van mijn ‘Bike-Art’’ die we destijds gemaakt hebben. Een fiets met geweven stroken stof door de spaken heen, die in de gemeenschapsruimte als ‘Kunst’ aan de muur werd gehangen. Ook een foto van mijn weefgetouw, dat bestond uit tule dat in een leeg frame van een poppenkast was gespannen. Zowel aan de binnen-als aan de buitenkant zat een kind, ze kozen een draad en gaven de naald aan elkaar door, dwars door het tule heen. Zo borduurden ze een waar kunststuk bij elkaar. Dat was in het kader van samenwerken.

De kinderen mochten de portfolio’s vullen met foto’s, al dan niet zelf gemaakt van hun prestaties en dan aan mij vertellen wat ze er van geleerd hadden. Dat schreef ik erbij. Zo’n leuke pilot werd het, dat we het hebben doorgezet voor de volgende groepen. Dergelijke ingevingen en acties mis ik, zeker bij het zien van de beelden. Om te koesteren.

Overpeinzingen

Echte vriendschap voedt op alle fronten

De hele dag zaten we met het hoofd in mijn verleden. Tassen met spullen uit de uit elkaar gehaalde boekenkast, vooral ook veel persoonlijke dagboekjes, heen-en-weer-schriften van stagiaires die bij mij stage liepen, van de oppas van de jongste en van het dagverblijf waar hij op zat, diploma’s, kaarten en brieven van vroeger. Ongelooflijk wat een mens allemaal bewaren kan. Het levert weemoed op, maar het bijbehorende sentiment blijft uit. Er moet ruimte gemaakt worden en dit alles zal mijn kinderen niet helpen, Dagboeken en schriften mogen blijven, maar kaarten, brieven en dat soort persoonlijke dingen van mij mogen weg. Hier en daar zet ik nog iets op de foto, maar de meeste herinneringen zitten toch gewoon in mijn hoofd.

Alleen de brieven van mijn moeder aan lief en mij, maar dan verstuurd in de jaren zeventig, bewaar ik trouw. Ik dacht dat ik ze allemaal verzameld had, maar dat was niet het geval. Wat had ze het het idee omarmd als ze zou zien dat we elkaar weer gevonden hadden. Vanaf haar wolk misschien toch nog. .

Het boekje van de stagiaires is me dierbaar. Er valt uit te lezen dat ik in heel wat harten liefde voor het jenaplanonderwijs en voor het vak heb kunnen planten en dat beschouw ik als een groot goed. Immers, de mooiste erfenis is het doorleven en doorklinken in een ander. Dat geldt ook voor al mijn lieve kinderen uit de groep. Lief verloste me van de zakken vol, door alles steeds weg te sluizen naar de afvalcontainers en wat nog deugde voor de kringloop brachten we voor drieën weg. De rest bleef op de werkkamer liggen voor later.

Daarna even opfrissen en met een grote bos prachtige bloemen dwars door Utrecht heen naar het huis van onze lieve vrienden. Spontaan waren vriendinlief en ik tot een datum gekomen, zomaar ineens, temidden van de druk bezette dagen.

Daar in de luwte van de stadstuin viel de onrust en de drukte van ons af en genoten we van de heerlijke en uitgebreide tapas, die vriendinlief had klaargemaakt. Daarna van een heerlijk voorgerecht dat uit Portugese pepers uit de oven bestond, met slechts wat zout en olie erover, de padron. Nooit van gehoord en nog nooit gegeten. Niet zo heet als de gewone groene peper, een heerlijkheid. Daarna een uitgebreide vegetarische lasagne en koffie of thee met baklava toe. Uitgebreid en bijzonder lekker. Zo heerlijk, dat ik vergeet er foto’s van te maken en alleen het tafelkleed vereeuwig.

De gesprekken schoten heen en weer. School kwam langs en de kinderen. Vakantie-ervaringen, Hongarije en het huis, het werk van beiden, de luxe van drie dagen werken aan het begin van de week, liefhebberijen, het schilderen. Verwachtingen voor de toekomst, droomscenario’s. Alles met een warme ondertoon. De jaren die we samen op school hadden doorgebracht, verweven met elkaar, waarbij we lief en leed hadden gedeeld, kinderen hadden zien opgroeien, ups en downs, de huiselijke beslommeringen, de nodige lichamelijke ongemakken opgevangen en besproken, de liefde gedeeld en trouw gebleven aan elkaar, stond garant voor een band voor het leven.

De dochter die ik als baby nog in de armen had gehad kwam even langs op weg naar de volleybal, uitgegroeid tot een mooie ranke dame, een zweem vriendinlief, een vleug van paps.

De paar regendruppels probeerden we dapper te trotseren. Het was zo heerlijk daar in die mooie tuin met de passieflora breed in bloei en vruchtdragend, het uitzicht op oude bomen er omheen, de statige huizen aan de achterkant, de druivenranken tegen de muur, de spinnende poes. Met de laatste hap Lasagne zette de bui door. Naar binnen dan maar, even redderen en in de sfeervolle kamer voor de liefhebbers nog een baklava en thee of koffie. Dochterlief kwam er even bij zitten en met een hartelijk afscheid, uitgezwaaid door alle drie, reden we naar huis. Echte vriendschap voedt op alle fronten.

Overpeinzingen

We schateren het uit

Een werkkamer vol met de meest uiteenlopende dingen. Mijn erfenis voor het nageslacht zal toch eerst aan een grondige inspectie onderhevig moeten zijn. Zoals het er nu bij ligt, is er voor een buitenstaander geen doorkomen aan. Dus haal ik diep adem, maak eerst mijn bureaustoel leeg en ga er midden in zitten om de eerste de beste tas uit te pluizen. Er wordt gewikt en gewogen. Heeft het meerwaarde voor iemand, in de huidige staat of anderszins, vergt het een aanpassing, een oppoetsen of kan het weg, omdat het haar glans en betekenis verloren heeft. Een vergaan kapitaal van oude platen en stripboeken, mijn allereerste LP van Adamo in het Italiaans met een hap eruit, alsof de platenspeler honger had. Ik kan me niet meer herinneren wat er precies mee gebeurd is, wel dat het me door de ziel sneed en toch verbleekte ook dat pijntje weer.

Zo spit ik tas na tas door, terwijl Lief in de ruimstand onmiddellijk alles afvoerde onder de kopjes: Kringloop, oud papier, afvalcontainer. Wat mocht blijven werd in tassen voor de kinderen gedaan of bewaard op de tafel en in de boekenkast. Om half een was de vloer voor het grootste gedeelte leeg. We konden het naar beneden brengen, voorts naar trouwe Truus slepen om spoorslags naar de kringloop te rijden waarvan we wisten dat alles in dank werd aanvaard en verwerkt. Het kostte de nodige zweetdruppeltjes maar dan had je ook wat.

Nadat alles was afgevoerd reden we richting dochterlief. Bij het aanbellen klonk er een luid gejuich. Dat is nog eens een ontvangst. Dikke knuffels om mee te beginnen en bij de thee kwamen de verhalen. We hadden bellenblazen voor ze meegenomen, omdat er niets boven deze prachtige doorschijnende kleurrijk glanzende schoonheid gaat in een beetje zonneschijn. We gingen raden waar ze naar toe vlogen, gedragen door de wind. Een paar gingen echt naar de hemel, in een zweverige gang, steeds hoger en hoger.

De filosoof had vanmiddag zijn eerste voetbaltraining. Daar had hij zijn Ajax-tenue voor nodig. Hij hees zich al vroeg in de kleren en was er helemaal klaar voor, popelend en wel. Hij mocht meefietsen met een buurjongetje en zijn vader.

Dochterlief vertelde hoe snel ze weer in de wisselwerking zaten van de sociale omgeving. Bijvoorbeeld als de kinderen iets aan wilden trekken waar ze zin in hadden, dan kon dat op reis in die veilige bubbel van het gezin zonder oordeel of waardeoordeel. Hier speelde veel meer de mening van anderen een grote rol. Wat vinden ze ervan op school, hoe zullen mijn vrienden dat vinden, wat denkt men nu dan wel niet van mij. Gek of ongepast, de geijkte rolverdelingen, aannames zijn allemaal veel duidelijker aanwezig. Zelfs dochterlief had er met kleding uitkiezen ook meer last van. We zijn het ons wel bewust en weten dat het onzin is, maar toch laten we de oren hangen naar de algehele doorgaande gewoontes van het leven hier. Wij weten er alles van. Want als we in Hongarije zijn, heb ik er ook veel minder last van. Daar kan ik me vrijelijk bewegen. Maar het voordeel dat het opgeleverd heeft, is dat ik hier ook losser ben geworden daarin. Ik hoef niet de mevrouw uit te hangen als ik geen mevrouw ben. ‘Je bent wel een dame’, zegt lief en we schateren het uit.

Overpeinzingen

De kraal tot glans wrijven

De lucht is alweer geklaard. Lief heeft een nieuw toestel en al zijn gegevens zijn meegekomen met zijn nieuwe simkaart. De oude wordt gewist zodra iemand de telefoon opent. Volgende week komt er een extra dik hoesje om dit flinterdunne telefoontje en vanaf gisteren heb ik alleen nog maar een man die zijn mobiel tracht te doorgronden. Blij dat alles ten goede is gekeerd. Deze dame is wel twee keer zo slank en fijn als de vorige.

De tijd sijpelde gisteren weg als los zand door al deze perikelen. Voor lief met het hoofd vol van de narigheid was het wissen van de gegevens van de oude het eerste wat lucht bracht. Een nieuwe telefoon aanschaffen het tweede en er daadwerkelijk weer doorheen kunnen scrollen bracht de juiste balans opnieuw. Ziezo. Akkevietje een geklaard, door naar het volgende: De telefoon eigen maken en doorgronden.

Vanaf hier ga ik over op de dingen die ons nog te wachten stonden. De werkkamer wil ik toonbaar hebben voordat we vertrekken. Dat betekent voor vandaag aardig wat ritjes richting kringloop. Stripboeken, oude elpees, verschoten jassen, overtollige kleding, prullaria van jaren. De dagboeken er zorgvuldig tussenuit filteren, dat die niet per ongeluk meegaan op de grote hoop. De schriften van de kinderen zijn al grotendeels uitgesorteerd op teksten met tekeningen, de rest mag echt weg. Van drie van de vijf kwam ik nog een schoolmap met alle verslagen tegen en hun eigen geschreven belevingen van bijbehorende jaren. Die mogen naar de eigenaren zelf.

Zo ploeg ik me door alles heen. Tanden op elkaar en voort. Vanmiddag staat er een afspraak met mijn lieve globetrotter-dochter. Daar neemt het gewone leven weer een aanvang. De kinderen gaan allebei naar school, ouders aan het werk alsof er nooit een rondreis van maanden is geweest. Het natuurlijke verloop der dingen, de alledaagse beslommeringen went sneller dan gedacht.

Vandaag, als er nog een gaatje is, zal ik ook het vignet voor Oostenrijk voor de heenreis van volgende week bestellen. Voor Hongarije hebben we een doorlopend vignet voor een jaar. Wel zo handig.

De laatste dagen voor vertrek vullen zich met ontmoetingen en bezigheden. Een etentje hier, een feestje daar, het bij elkaar komen van onze grote familie. Zondag zullen ze er allemaal zijn op een kleindochter na, die dan naar haar vader gaat. Ach ja. De twee zussen in IJsland sturen foto’s van een fris maar mooi eiland, met natuurschoon zoals je dat hier niet ziet. Een ruig landschap, maar oneindig spannend zo hier en daar en in nevelen gehuld. Broer is in Nederland op pad en de andere zus vertrekt aanstaande zaterdag voor een cruise door Scandinavië. Een nieuwe ervaring voor onze verstokte Griekenland-gangers. Daar zijn inmiddels weer grote branden uitgebroken. Een lieve blogger die haar zoon in Canada aan het bezoeken is, vertelt ook over de rook die boven het land hangt door bosbranden die overal woeden. Ondanks alles trekken ze er wel op uit. Ze hebben onder andere al een ontmoeting met een zwarte beer achter de kiezen, wat bibberaties opleverde maar ook een bijzondere ervaring, in ieder geval uitzonderlijk genoeg om nog verjaarspartijtjes lang als anekdote op te dissen.

Verjaarspartijtjes. Straks, over anderhalve week, ben ik alweer een jaar ouder. Samen met het opruimen van het huis roept dat enigszins nostalgische ogenblikken op als ik er bij stil sta. Het leven als een kralenketting. Elk jaar een kraal erbij, nieuwe beloften, nieuwe ervaringen, nieuwe herinneringen. Een prachtige parelketting dus. Straks mag ik de kraal tot glans wrijven.

Overpeinzingen

Een speld in een hooiberg

Kinderstemmetjes klateren omhoog langs de gevels en bereiken ons door de open ramen. Ze zijn op weg naar een van de drie scholen verderop in de wijk. Het is zo’n kalm begin van een echte mooie augustusdag. Zon, blauwe lucht, het vroege verkeer dat met tussenpozen stil valt en dan die groepjes die richting school trekken. Ouders met kinderen, oma met kinderen, rugzakken op, zomers gekleed. In het eerste huis aan de overkant brandt gek genoeg de kachel. Dat is te zien aan de rookpluim die omhoog kringelt. Toch altijd wonderlijk, bij zo’n heerlijke zwoele ochtendtemperatuur.

Het avontuur gisteren begon veel gehaaster. Snel een kop koffie, het hele riedeltje aan ochtendritueel achter elkaar in versnelde en aangepaste vorm. Om kwart voor tien zaten we in de auto op weg naar Katwijk, waar de beloofde maaimachine stond. Om elf uur precies belden we aan bij een groot appartement in de badplaats. Uit de deur stapte een man met een oplader en accu in de hand die de maaier voor zich uit duwde. Wat toen losbrak was een spraakwaterval aan informatie over de flat, de VVE, de elektrische auto’s onder zijn woning, de illegale laadpaal, de milieuschade die ze opleverden, de brandveiligheid van de hybrides, het gemopper op zijn mede-bewoners. Hij haalde er duizelingwekkende cijfers en bedragen bij en kwam steeds dichterbij staan. Af en toe tikte hij onze schouders aan om iets te benadrukken met een ‘Wat denk je wat…’.

Stel je voor dat we voor zijn deur een elekrische auto hadden geparkeerd. Hij zwoer bij benzine-auto’s en ging vervolgens door naar de lithium delving, schakelde moeiteloos over naar de elektriciteitscentrales, zonnepanelen en de talrijke windmolens die het uitzicht en de horizon bedierven op zee. Wij hipten van het ene op het andere been probeerden af en toe er tussen te komen, beaamden iets en laveerden hier en daar mee om maar een ingang te vinden om zijn verhaal te stoppen, de grasmaaier te betalen en op weg te kunnen gaan. Het enige voordeel was dat we in de parkeergarage stonden waar het heerlijk koel was. En passant vertelde hij dat er veel verzet was tegen zijn denkwijze, maar meer nog tegen het feit dat hij alles overhoop haalde om de groei van laadpalen tegen te gaan. En terwijl hij met brandweervoorschriften, bezwaren en onkunde van de verzekeringen goochelde snapten wij wel waarom hij niet geliefd was in de flat, naar eigen zeggen. Eindelijk los van de man, die en passant ongevraagd hielp de maaier de auto in te werken, vervolgden we onze weg. Door de verhalen murw geslagen besloten we niet naar zee te gaan maar naar de tuin om de maaiers om te wisselen.

Alle energie was eruit en er was een onbedwingbare zin in dropjes. Dus stopten we bij een tankstation in Harmelen, waar we een sanitaire stop hielden en met twee saucijzenbroodjes en twee zakken drop naar het tuinencomplex reden. Maaier uit de auto, het euvel, door de man aangebracht, kon lief verhelpen en al rollend naar onze eigen tuin. Omdat ik er kennelijk nog al woest en dus grappig uitzag, wilde lief een foto van me maken. Telefoon niet in de zak te vinden. Waar o waar, niet in de rugzak, in geen van de broekzakken, misschien in de auto dan. Hij liep de kilometer terug terwijl ik de maaier liet snorren, die het uitstekend deed op het toch al te natte lange gras.

Geen telefoon in de auto, conclusie, hij lag nog op de wc-rol-houder in de benzinepomp. Maaier opgeborgen, de oude meegenomen en spoorslags naar de benzinepomp gereden. Helaas pindakaas. De telefoon was verdwenen. Het was een grote domper op de vreugde omtrent de gevonden maaier. Zoonlief gebeld wat te doen en na de stort om de oude maaier te dumpen, naar huis.

In zo’n telefoontje zit alles. ‘Google account opzoeken en wachtwoord veranderen’, adviseerde zoonlief. Maar daarna begon het zoeken naar de diverse wachtwoorden. Voorwaar, een speld in een hooiberg.

Overpeinzingen

De bakermat voor later

Het was even zoeken naar het huis waar de reünie gehouden zou worden. Kruip -door,sluip-door de wijk, straatje in, straatje uit tot ik in een wijk kwam met een doodlopende straat en helemaal aan het eind stond een huis met een grote tuin. Daar wachtte de gastvrouw ons op. Onderweg reden twee dames me voorbij, die ik allebei herkende. Het koste me trouwens helemaal geen moeite om de meiden van weleer te ontdekken tussen rimpels en aangelengde lijven door. Er was van alles wat. Schommelende moekes, tanige sporters, ons paardenmeisje, altijd nog even kwiek. Er waren er veel die het langer dan veertig jaar hadden volgehouden in het onderwijs en er waren erbij, die nog steeds een paar dagen werkten. Ze vertelden hoe heerlijk dat was, omdat ze op handen gedragen werden en zich alleen maar met de groep hoefden bezig te houden, geen vergaderingen, geen observaties of het invullen van papieren. Koffie werd voor hen gehaald, ouders blij, want de kinderen hoefden niet naar huis, kinderen blij, want zo’n oude juf van de kleuterkweek weet van wanten en team en directeur dolgelukkig, want de kinderen waren onder de pannen.

Zo was het. Er was koffie en thee, water met citroen, bonbonnetjes die langzaam weg dreigden te smelten en cake voor een weeshuis. Eerst moest iedereen begroet en ‘geraden’ worden, wat soms hilarische taferelen opleverde. Daarna was er de ruimte voor een lang rondje met levensverhalen. ‘Elk huisje heeft zijn kruisje’ luidt het spreekwoord en inderdaad, vijftig jaar geschiedenis is er lang genoeg voor. Het leed was mooi verpakt in droge opsommingen, of werd versneld verteld, soms meer als constatering van een feit. Er werd ademloos geluisterd, soms wiegden de hoofden heen en weer in een verwondering, of door de ernst van de zaak. Leed kon altijd erger, leerden we in die korte tijd. Er waren mannen overleden, aan het dementeren geslagen, er waren huwelijken gestrand en nieuwe trouwpartijen, er waren verhuizingen van de ene kant van het land naar de andere. Maar de meesten woonden nog altijd dichtbij de stek waar ze ooit begonnen waren. Er werden kinderen geboren, soms met de grootste moeite. Heel veel van onze groep schilderden, tekenden, bleken kunstenaars te zijn geworden of hielden zich op binnen de kunstkringen van de stad. Iemand had een galerie.

Zo verweefden de beelden met de verteller samen en die omlijsting zorgde voor nog meer herkenning. De meegebrachte hapjes werden klaargezet, pasta’s, kazen, soep, salades, Turks brood, tapas. De wijn en het water kwam op tafel. Daarna brandden de verhalen over vroeger los, hadden we unaniem toch spijt van de manier hoe zuster Magdalien door ons werd aangepakt met spotprentjes en tegenspraak. Zuster Adolpha, de tekennon, werd door sommige, met een door haar, erkend talent op handen gedragen en anderen die minder goed bevonden werd, als minder aardig gevonden. Iemand zei ‘ik wilde nooit naast jouw bordtekeningen tekenen, dan was het verschil veel te groot’. O ja, het bordtekenen. Ach wat deed ik daar graag aan mee. Iemand vertelde over haar frisse tegenzin over de vouwlessen. ook dat had ik verdrongen, maar nu wist ik eindelijk waarom ik nooit wilde vouwen in mijn eigen groep. Daar kwam dus de aversie vandaan. Die vouwmappen was ik allang vergeten.

De tijd vloog voorbij en voor we het wisten gingen de eersten alweer naar huis. We beloofden er de volgende keer geen twintig jaar meer tussen te laten zitten. Met alle vrouwkracht werden de resten ingepakt en meegenomen, de vaat naar binnen gedragen en de gastvrouw bezwoer ons om alles verder te laten staan. Dat varkentje zouden zij en haar man wel wassen. In de app de dankbetuigingen, voor iedereen was het genieten geweest. Belangrijk voor het ophelderen van bepaalde zaken uit het verleden die weggezakt waren en leerzaam door de verschillende visies op het leven. Onze rebelse groep krachtige vrouwen van toen en nu, die er stuk voor stuk mochten zijn. De bakermat voor later.

Overpeinzingen

Wat zijn ze me dierbaar

Zoonlief vordert gestaag op de zolder. Hij heeft achter de ketel een open hoek afgetimmerd en ineens is het veel meer kamer geworden. Nog een stuk op maat zagen en die klus is geklaard. Zo trots op zijn precieze manier van werken, die ik vooral van vroeger van zijn vader herken. Wij doen de boodschappen, die voornamelijk uit presentjes bestaan. Twee flessen met lekkers voor de gastheer en de gastvrouw van die avond, een stadsbier met de dom op de fles voor hem en een fles sauvignon met de tour d’eiffle voor haar, een grote bos bloemen voor degene die haar huis beschikbaar stelt voor de reunie van vandaag. Maar eerst spoorslags richting Tiel, waar het kleine bloemenparadijs van vriendinlief en vriendlief ligt.

In weze is het niet verder dan een half uurtje hier vandaan. We worden met open armen ontvangen en een rondje door de bloementuin is de eerste gang, weelderig en in volle bloei staat alles, tussendoor haar keramieken en sculpturen van cortenstaal. Veel vrouwfiguren en abstract werk. Daarna het atelier, het vers gemaakte werk in olieverf om te bewonderen, de dochters en de nieuwe abstracten. Kleurrijk en expressief zoals ze zelf is.

In ons hoofd de herinneringen aan vroeger. Toen ze de school binnen kwam wandelen en de regie over de groep naast me kreeg. Hoe we altijd, woordeloos bijna, op dezelfde golflengte zaten met ons improvisatievermogen en de grote verbeeldingskracht. De aankleding van de groep en daarna bij elk nieuw project was een groot feest. Nooit werd er iets nagemeten bij het maken van een decor en alles gebeurde op het oog. Het klopte altijd. Nieuwe werelden scheppen voor de kinderen was een vanzelfsprekendheid geworden, al hadden we wel in de gaten dat het een gave was, die we alle twee bezaten. Het huiskameridee van de Jenaplan kreeg, samen met onze andere vriendin, een warme en eigen uitstraling. Een kring met zachte banken en fauteuils waar je in weg kon zakken om al liggend en hangend te luisteren naar de verhalen en gesprekken. Een veilige en geborgen plek in de voetsporen van het Reggio-onderwijs. Experimenten op grote schaal, nieuwe manieren om kinderen wegwijs te maken en te volgen in hun eigen ontwikkeling, ervaringsgericht, als een handschoen die ons naadloos paste. Onze knutsel-en bouwhoek, het speelhuis en de werkplekken waren zo rijk als maar kon ingericht, met materiaal dat zonder restricties gebruikt kon worden en de grote kunstwerken schuwden we niet. Een feest waren die dagen, waarin we nog niet werden gehinderd door methodes en regels, maar vrijelijk ons gang konden gaan.

In dezelfde lijn lag het straattheater, wat we samen deden en waarmee we optraden in het stadje, dat eigenlijk was voortgekomen uit de toneeltjes tijdens de inleiding van de projecten en die glorieuze typetjes opleverden. Bep en To, twee gezusters, die al monkelend elkaar de ruimte probeerden af te troeven en elkaar stuwden tot grote hoogte of de twee supporters van FC. Utrecht. Ook parodieën op Hummie van de Tonnekreek, die door ons werd omgedoopt tot Tonnie van de Hummelkreek en een van haar diva’s werden tot leven gewekt. Regelmatig lagen we in een appelflauwte bij het verzinnen van deze groots uitgevoerde rollen. Bij een etentje vorige keer hadden we die herinneringen allemaal opgehaald. Gisteravond ging het met name over het leven zelf. Hoe was die liefde tussen mij en lief tot stand gekomen, vroeger en nu weer. Een sprookje, waar eigenlijk een boek van zou moeten komen. We zaten aan de tafel buiten onder de parasol bij een laat avondzonnetje met uitzicht over het groene weiland en het aangrenzende maisveld. Manlief stond in de keuken en bereidde een heerlijke maissoep met een tajineschotel van bieten uit de eigen tuin en we raakten niet uitgepraat. De kinderen, de liefde, het leven, beloften, toekomst en verleden, alles in een warm vertelraam, passend bij de idyllische sfeer. Een mooie deelzame avond, sfeervol, vanuit het hart.

Dierbaar is het woord wat past. Wat zijn ze me dierbaar.

Overpeinzingen

In geuren en kleuren

Een volle agenda voor dit weekend in het overvolle huis, waar het laveren tussen de dozen is, omdat er laminaat gelegd gaat worden op de zolder en alles op de eerste verdieping komt te staan. De kast is leeg en uit elkaar gehaald. Wat een ruimte.

Ooit is hij door de vader van de kinderen in elkaar gezet van oud steigerhout. Een ruwe kast met een schoonheid aan taal in zich. Ik moet denken aan het spreekwoord:’Een ruwe bolster, een blanke pit.’ Zo’n kast dus. Ze mag een volgend leven slijten in de schuur van dochterlief. Haar robuuste voorkomen is anders dan de gladde gelikte Billies van een bepaald warenhuis, die de wand beneden vullen. Gladdekkers zijn het, die kasten, maar doeltreffend en aangeschaft omdat de prijs de doorslag gaf in een periode dat dubbeltjes nog omgedraaid werden tot het kwartjes waren.

De schoonheid van taal maakte veel goed en door de gladde uitstraling en de veelheid, die het aan boeken kon bergen werd het een van de lievelingen van het huis. Net zo gekoesterd als de rotan leunstoel van oma Driehuis. Die is in elk huis waar ik gewoond heb, deel van het geheel geweest. Later kreeg ik haar evenknie erbij, erfenis van een, helaas te vroeg gestorven, neef. Ze staat nu nog in het atelier op de tuin. Ooit zullen ze weer beide naast elkaar pronken, in ere hersteld. Tijdloze meubelstukken.

In de keuken staat een Engels buffet met een oude verweerde spiegel er boven. Eigenlijk een onhandige kast, waarbij je diep moet bukken om te speuren naar je ingrediënten. Tegenwoordig haal ik er een keukenstoel bij en ga ervoor zitten, sinds het gemak om door de knieën te gaan is afgebrokkeld vanwege de tand des tijds. Ze mag blijven omdat het nog een stukje nostalgie is en doet denken aan oude huizen met lambrisering, hoge plafonds, krakende vloerdelen. Een vleugje vroeger naast al de praktische doorsnee meubels. Een kast om te worden bezongen, zoals Annie M.G.Schmidt dat zo mooi kon.

Vandaag viert kleinzoon zijn verjaardag, dan racen we door om bloemen voor de gastvrouw van de reünie morgen te halen en om een goede fles wijn aan te schaffen voor de lieve mensen, waar we vanavond zijn uitgenodigd om te komen eten. Gisteren wilde ik bij de kinderen langs, maar de globetrotters waren naar familie in Friesland en zoonlief moest voor een kleine ingreep naar het ziekenhuis. Als het goed is zien we ze straks weer allemaal op het feestje van de twaalfjarige.

Door de plotseling vrij gekomen tijd besloten we ons te oriënteren op de nieuwe maaimachine. Drie bouwmarkten in met deze drukkende hitte viel tegen. De teleurstelling dat de prijzen huizenhoog gestegen bleken, hielp niet mee aan het goede humeur. Schrikbarende prijzen voor de accu alleen al. Even een dipje, maar daarom niet getreurd. Op marktplaats vonden we vanmorgen een goed ogend tweedehandsje. Nu afwachten of we in de prijzen vallen. Het scheelt ons minstens 300 euro. Tel uit je winst.

Gisteren zijn twee zussen vertrokken voor een trip naar IJsland. Sinds de opvolger van het boek Het Zoutpad van Raynor Winn, dat zich afspeelt in dat land met een barre trektocht er dwars doorheen, heeft het nog meer mijn belangstelling. Zelf zou ik de ruige klautertochten niet meer op kunnen brengen, maar door er over te lezen voel je de wind en de regen op je gezicht en neem je stug de meest onherbergzame hellingen. Lezen is voor mij een uitkomst, daar waar ik helaas veren moest laten vallen. Straks zijn er de verhalen in geuren en kleuren.

Overpeinzingen

Ondertussen gaat het werk gewoon door

Wat een mens allemaal niet in ere houdt. Voor de continuïteit in het opruimen maak ik zes tassen, één voor ieder kind en één voor de werkkamer. De laatste onder het kopje: ‘Nog nader uit te zoeken.’ Gevolg van al dat ruimen is dat ik al vroeg in de ochtend bezig ben met dagindeling, aanpak en verloop. In mijn hoofd dan hoor. Ik verzet geen stap. Lief slaapt de slaap der onschuldigen en ik zie nog net twee kleine vleermuizen vliegen. Vroege schemermorgen.

Het werk vordert gestaag, de kast is bijna leeg. Op de platen-en stripboek-verzameling na. Die mogen ook naar de kringloop, maar vooral bij de eerste wil ik de kinderen met een platenspeler er nog even doorheen laten lopen. Mijn eigen platencollectie zit er niet tussen. Die bewaar ik voor een eigen platenspeler. Buiten de ruimte die het in het hoofd schept, is het vooral aanpoten. Straks kunnen zoonlief en vriendin aan de slag om hun eigen optrekje te maken. Het mes snijdt van twee kanten. Er zijn weer stappen gezet in het proces van gemak voor het nageslacht en de zolder zal straks een keurige kamer zijn. Had al jaren geleden gekund, maar is er nooit van gekomen.

Vroeger had ik woeste plannen voor de kinderkamers met hele verbouwingen van kasteel tot boot, maar we kwamen nooit verder dan het aftimmeren van de schotten, waar de dametjes met behulp van de verkleedkist onmiddellijk hun eigen lappenparadijs van hadden gemaakt van mooie oude sari’s, die daarin te vinden waren. Hele verhalen speelden zich af, daar op zolder. Dat was vooral in het oude huis, hier werd alles weggestopt voor het oog, opgeruimd staat netjes. Maar zoden aan de dijk zette het niet, want wat er dan allemaal te voorschijn komt…Je wilt het niet weten.

Het ruimen van mijn ouderlijk huis is kennelijk aan mij voorbij gegaan. Daar weet ik niets meer van. Onze vader en moeder moesten naar het bejaardentehuis, omdat mijn vader hulpbehoevend was. Mijn moeder was de jongste van de bewoners. Alleen de boeken die ik erfde staan mij bij. Hele dozen met een voorwoord van mijn moeder erin, waarom het boek zo interessant was en dat we het nooit weg moesten doen. Ook nu kom ik er weer een paar tegen. Het noodlot, in de vorm van waterschade, maakte destijds een keuze van wel of niet bewaren voor het grootste gedeelte overbodig.

Het is zaak een dergelijke erfenis zo klein mogelijk te houden. Waarvan akte. Van een lieve blogvriendin kreeg ik de titel door van het boek: ‘Opruimen voor je doodgaat’, De auteur noemt het ‘een ritueel om te reflecteren op je leven’. De schrijfster is een Zweedse en in Zweden kennen ze het gegeven als ‘Döstädning’. Bij het aanklikken kom ik op een inkijkexemplaar en dat is al verhelderend op zich. Mooi om over het taboe heen te stappen dat het begrip ‘Dood’ nog altijd met zich mee brengt.

Het brengt nieuwe mijmeringen. Volgende week word ik zo oud als mijn moeder geworden is, want twee maanden later is ze plotseling en totaal onverwacht gestorven. Het stemt tot nuchterheid. Je kunt er dus niet vroeg genoeg mee beginnen. Volgens mij kunnen de kinderen van nu veel makkelijker ergens afstand van doen dan wij. Per slot van rekening zijn wij een product van de bewaargeneratie onder het motto: ‘Je weet nooit wat er komen gaat’. Ook de bijbehorende zuinigheid werd met de paplepel ingegoten. Ze hadden net een oorlog achter de kiezen. Dan komen waarden in een ander voetlicht te staan.

Wat zo’n actie al niet te weeg brengt aan gedachtengoed. Het hoofd zit nu vol verleden met de bedoeling er leegte in te laten vallen. Daar is tijd voor nodig. Ondertussen gaat het werk gewoon door.

Overpeinzingen

Om ooit nog eens afgestoft te worden

Stef Bos bedenkt, als hij de jaarringen ziet van een houten schijf van een oude boomstam, dat hij vanaf jongs af aan van binnen naar buiten heeft geleefd en komt tot de conclusie dat het de hoogste tijd wordt om van buiten naar binnen te gaan leven. Het is een opmerking die een onderdeel vormt van het slotaccoord van zijn column in het nieuwe Zin-magazine. Dan schrijft hij dit: ‘Mijn leven eens te leven in een dwarsdoorsnede. Een te volle rugzak met beelden en levenservaring uit te pakken en achter te laten, wat ik niet meer nodig heb.’

Het zet aan tot denken. Er zijn al wat dingen uit die rugzak van mij verdwenen. Iedere keer als je in een nieuwe fase van het leven komt, schaaft de nieuwe wereld de beelden bij, laat liggen wat niet meer nodig is, brengt nieuwe ervaringen binnen. Zaak is om van de overvolle rugzak een tas te maken die het hoognodige herbergt. Van die mooie gedachten die je nodig hebt op gegeven momenten met in het achterhoofd de wetenschap, dat een mens minder nodig heeft dan hij doorgaans denkt. Wat daarbij helpt is het ontspullen. Een huis dat door de jaren heen is volgestiefeld met hebbedingetjes, belangrijke zaken van de kinderen, kleinoden die verzameld zijn te ontdoen van allerlei overbodige ballast.

Nu zoonlief de zolder confisqueert en ik hem toch een tijdelijk warm welkom wil heten, is het moment gekomen om die oude zolder, de boekenkasten, de meubels, de snuisterijen, uit te zoeken en op te ruimen. Het is op een ander vlak maar qua intentie hetzelfde als Stef is overkomen daar bij die oude boom. Mijn huis moet voor eenderde deel leeg en daarmee mijn hoofd ook. De buitenste schil wordt afgepeld en wat overblijft is hopelijk een binnenkant die te overzien en te doorgronden is. Van buiten naar binnen.

De verzameling stripboeken sorteer ik en leg ze op stapeltjes. Ooit daarmee begonnen in de jaren dat Lief en ik gingen samen wonen in Leiden. Minstens een keer in de week sjouwden we het kleine stripboekenwinkeltje aan de Breestraat binnen, waar twee grote ronde angora-poezenlijven als matrones op de uitgestalde stapels strips lagen en kochten de nieuwste Rode ridder, of de nieuwste Suske en Wiske. Ik maak foto’s, zet ze op de familie-app. Niemand wil ze nog. Verbleekte nostalgie.

Er zijn dvd’s met de schijven er nog in, films die je zo van het internet af kan halen. Niet verwonderlijk, ook die mogen weg. En er zijn boeken. De bundels met kindergedichten, zo gekoesterd, zo belangrijk bij de groei, de schoonheid van het woord, die blijven nog even of gaan naar dochterlief met een groep onder haar hoede. Dan die oude Miezelientje, ondertussen al stokke-oud, loopt met haar kleine poezenpootjes al die jaren vrolijk door het kleurrijke bos op de kaft. Oude schoenen van de jongens, laminaat dat uit de kamers beneden is gekomen en improvisatorisch op zolder is gelegd, wordt vervangen door een nieuwe.

Tassen met spulletjes moeten worden doorgespit, gewogen om een keuze te kunnen maken, wegdoen of blijven. Heeft het meerwaarde, vals sentiment of nostalgie? Kan ik het doorgeven? De dagboeken gaan naar de werkkamer. Af en toe lees ik een stapeltje brieven door. Zo reis ik door het leven heen. Inderdaad, aardse zaken allemaal, wat overblijft zijn de gedachten, dierbare herinneringen en ook die mogen naar de zolder van de ziel. Goed verpakt om ooit, bij een schrijven of een mijmering, nog eens afgestoft te worden.

Overpeinzingen

Genoeg stof tot praten

Geen auto te bekennen op de parkeerplaats van het tuinencomplex. Er heerst doodse stilte. Wat je hoort is het ruisen en ritselen van bomen en struiken in de wind. Zij trekt rimpelingen in het water. Zon wisselt af met versnelde wolken. Er staan welgeteld twee fietsen. Een van de buurman en een bij het Griekse huis in het midden. Grieks omdat ze in mediterraan blauw met wit is geschilderd. Ik denk aan het huis van een moeder van de kinderen op school die haar kamers had ingedeeld met een thema. Op zolder was de Griekse kamer, compleet met amfora’s en andere snuisterijen.

Hier krijgt de zolder langzamerhand ook een compleet ander uiterlijk. Na iedere klus komt er weer een andere bij. Nu zal er ook nieuw laminaat gelegd gaan worden. Zoonlief regelt alles zelf. Beneden tegenover de schuur staan de spullen te wachten op de kraakwagen van de gemeente. In de halletjes staan dozen opgestapeld. Het maakt me altijd wat onrustig. Nu alles buiten staat, is de werkkamer gelukkig weer leeg.

Terug naar de tuin. Ze lag er troosteloos en gehavend bij. Door het natte en vochtige weer van de afgelopen tijd was het gras uitgegroeid tot lange natte slierten en ze had zich er in elk bloembed even zo vrolijk weer tussen gewrongen. Van de aanpak van drie weken geleden en de opgeruimde tuin was niets meer terug te zien. Diep ademhalen, moed verzamelen en aan de gang. Bij de pakken neer gaan zitten had geen zin, al zonk de moed me soms in de schoenen.

Lief begon aan zijn klus. Twee oude rotan stoelen die vergaan waren, kort knippen en in vuilniszakken doen. Die mochten weg. Terwijl ik voortploeterde met de oude haperende grasmaaier, ging hij daarna in de weer met de snoeischaar aan de achterkant, waar de begroeiing de doorgang belemmerde op het pad langs de tuinen. De accu’s van de maaier hadden het ook zwaar en lieten het afweten na tweederde van de tuin. Ook te begrijpen. Het laatste restje met de hand knippen dan maar. Nu het kort was kon het drogen. Dat scheelde een slok op een borrel bij de volgende maaibeurt.

Om vijf uur waren we er wel klaar mee. Lief had gisteren zes grote vijgen van zijn schoonzus gehad. Daar ga ik jam van maken met verse gember en een snuf kaneel. Het is een voorproefje voor de grote oogst dadelijk in Verweggistan, waar de grote vijgenboom tegenover het terras weer afgeladen vol zal zitten. Ook de hazelaar werpt haar vruchten af. Ik vond een fijn recept voor hazelnoten-pesto, maar dan moeten ze eerst een goede zes weken gedroogd worden. Dat zal een heerlijke kaasplank worden met een vers stokje, kaas, vijgenjam en pesto.

Bij thuiskomst lag het laatste kinderboek in de bus. De titel is ‘Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt’ van Edward van de Vendel en Martijn van der Linden. Een boek vol gedichten, die goed te gebruiken zijn voor de taallessen in de blokperiode. Het ziet er prachtig uit. De gedichten zijn geen alledaagse exemplaren. Ze zijn geschreven in een Wat-als constructie en geven adviezen. Een meesterlijk gedicht is ‘Wat je moet doen als je opa steeds meer vergeet.’ Het begint ontroerend. ‘Opa heeft een gummend hondje in zijn hoofd./Zo stel je je dat voor/dat is hoe je het gelooft./Dat hondje veegt met zijn pootjes,/ en zijn vacht en zijn staart/door alle gedachten/die opa bewaart…’ Met de komst van het laatst boek kan ik eindelijk beginnen. Raar ritueel eigenlijk. Ik wil ze na elkaar lezen en dan de recensies achter elkaar schrijven. Vers van de pers.

Zondag is er een reünie van de kleuterkweek. Iemand heeft haar huis beschikbaar gesteld. Lekker dichtbij in Houten en er komen zo’n vijftien mensen uit onze oude groep. Iedereen maakt wat lekkers klaar. De meesten van ons hebben elkaar ruim vijftig jaar niet meer gezien. Ik ben benieuwd. Als we al die jaren willen overbruggen, is er genoeg stof tot praten.