Overpeinzingen

Het helpt

Meer bewegen. Dat was mijn eigen devies aan dat vege lijf van mij. Een beetje ingedut door de kwaaltjes, het slechte weer als excuus. Dochterlief zei, ‘Heel vaak valt het weer reuze mee, ook al ziet het er gribus uit’ of in dergelijke taal. Natuurlijk zette dat de radartjes in gang. Dus gisteren met storm Pia in de rug togen we op weg naar het centrum met de gedachte aan een feestelijke kerstbloes of iets dergelijks en twee pakjes henna. De laatste bleek twee voor de prijs van een, dat scheelde weer en de bloes, een kimono-achtig kleurrijk geval, bleek in de outlet te hangen. Van 164,00 voor 45,00. Duurzaam en al. Ook mooi meegenomen, letterlijk en figuurlijk. Daarna een loopje naar de apotheek om een van de medicijnen op te halen en via de supermarkt weer op huis aan. De tocht was goed voor 9584 stappen ofwel 6,2 kilometer. Regen en wind getrotseerd, doodmoe, maar zeer voldaan. Gelukkig kwamen we hier en daar een bankje of iets dergelijks tegen om heel even te rusten.

Lief slenterde dapper in mijn tempo mee. In de supermarkt hadden ze eindelijk de Amerikaanse pannenkoekjes te koop. Net op tijd. Die kunnen dienen ter vervanging van de onverkrijgbare Blini’s onder de bieten/linzensalade voor de amuse. Mooi werk. Van de week heb ik het recept eerst uitgeprobeerd op de poffertjes en dat is voor de kinderen een mooi alternatief.

Onderweg kwamen we een moeder van school tegen die me stralend omhelsde. Nou dat is toevallig’, zei ze ‘We hadden het gisteren nog over je’. Ze was met een klein Oekraïens jongetje en ze hadden een grote puntzak friet in de handen, waar de kleine van smulde. Troostvoer zonder grenzen in deze hoedanigheid.

De orchidee van zuslief staat volop in knop en bloem op de werkkamer. Wat kan je daar toch geluk uit halen. Kleine pareltjes.

Gisteren werd ik gebeld door mijn Etsleraar. De expositie van hem, zijn vrouw en wij, negen leerlingen, begint vorm te krijgen. Drie weekenden lang zijn ze te bewonderen in januari. Op de dag van de aankleding van de ruimte zit ik in het ziekenhuis. Ik sprak af om mijn zes etsen bij vriendinlief achter te laten, die kon ze dan meenemen. Direct een afspraak gemaakt om samen met mijn andere lieve kunstminnende vriendin een dagje bij haar te komen etsen of linosnedes te maken in haar nieuwe atelier en tegelijkertijd zou ze me leren hoe je handig kan framen. Ze is heel secuur, wat een groot voordeel is bij dergelijke werkjes. Vandaag maar eens op lijsten-tocht uit.

Eerst gaat het hoofd weer in de henna. Ben aan het dubben of ik het haar lang zal laten of toch weer op schouderlengte af zal knippen. Lang bevalt want er valt zo’n heerlijke warrige knot mee te maken. Iets wat ik graag mag doen bij het werken aan een doek. Ook het schilderen moet ik weer eens van stal halen. Al te lang en te passief, weliswaar ook door de benauwende herfst/winterperiode natuurlijk, maar toch.

Vandaag ligt de nadruk op het bereiden van het pré-kerstmaal. En ik wil nog iets feestelijks zwart voor onder de kleurrijke kimono-bloes. Dat zal een kringloopje worden denk ik. Maar ook in de kast kijken wat er weer uit kan. Alles volgens het ontspullen-principe. Komt er iets nieuws in, dan gaat er iets ouds uit. Het helpt.

Overpeinzingen

Zo knus en gezellig was het

Enerverend ochtendje. Om zeven uur op om om tien voor half negen bij de oogarts te zijn. Koude gangen, tussen de eerste oogdruppels en het vervolgonderzoek lange wachttijd in de te koude ruimte. Uiteindelijk was de boodschap duidelijk. Beide ogen vragen om een staaroperatie. Opgelucht dat het dat is en geen andere moeilijkere aandoeningen zoals een glaucoom of een loslaten van de retina, het netvlies. Nee hoor gewoon ouderdomskwaal nummero een: de lens. Hij mompelde nog wel wat over een klein randje alligatorhuid. Misschien ben ik langzaam aan het transformeren. In ieder geval wel van jonge blom tot een tikje mens in verval. Ik brokkel af, deelde ik lief mee. Nu kan ik nog niet helemaal alles goed zien, dus als er fouten sluipen in het relaas kennen jullie de oorzaak.

Zoonlief bracht ons en dochterlief kwam ons halen. Daarbij kon ze meteen wat leesvoer meenemen voor de filosoof en voor zichzelf. Handig hoor, onze thuisbibliotheek.

Gisteren gezellig met tante Pollewop op stap. Eerst naar de Napolitaanse kerststal. Waar we vroeger nog alles op grote tafels en op ooghoogte konden aanschouwen, zaten nu de kwetsbare honderden-jarige beelden veilig opgeborgen achter glas. Maar de hele tentoonstelling was wel heel speels opgezet, met kartonnen afdrukken van de beelden levensgroot in de hof waar de te volgen rode loper doorheen ging, die ons wees naar de uiteindelijke voorstelling. De elfjes vond ze het mooist en moest lachen om de kleine babyelfen(cherubijntjes) Ik legde uit dat het engelen waren. De hele weg er naar toe had ze in de auto een koeterwaals Jingle Bell gezongen, aangemoedigd door onze bewondering voor het feit dat ze al Engels sprak. Nu bleef ze sprakeloos alles bewonderen en kwam ogen tekort. Als laatste staken we nog kaarsjes op. Drie stuks, voor opa, voor een baby-vriendinnetje en voor oma-oma. Van de weeromstuit hadden we de prijs verhoogd en besloten toen dat niet meer omlaag te krijgen was, dan maar een donatie te doen aan de kerk. ‘Die ouwe katholieken zijn nog niets veranderd’, merkte lief op. Haha.

Daarna reden we door naar Steck, het duurzame en sociale tuincentrum waar vooral streekartikelen te koop zijn en waar makers, denkers en doeners verenigd zijn in hun uitgebreid aanbod. Lokale kweek, een vegetarisch tuincafé, zomers een pluktuin en veel workshops. De website staat boordevol tips.

We schoven aan een tafeltje met warme chocomel en appeltaart voor kleindochter en een thee en een kaasbroodje voor ons. De lieve schat taalde niet naar de speelhoek, maar dook gelijk de boekenhoek in om telkens een nieuw veroverde schat aan tafel te lezen. Een boekje ging over een opa en zijn kleinzoon met vragen over de dood. Maar ze verblikte of verbloosde niet bij de vragen die het jongetje allemaal te stellen had over doodgaan en waar je dan bleef en wie of er dan het eerst zou gaan.

Natuurlijk moest de enorme kerstuitstalling nauwkeurig bekeken worden en hier en daar op het aaibaarheidsgehalte getest. Zo huppelde ze vrolijk door de feestelijkheden heen. Er mochten verse oliebollen mee voor de thuisblijvers,die al dat fraais gemist hadden. Uiteindelijk waren we een paar minuten voor schoonzoon en de filosoof thuis. De tijd was omgevlogen, zo knus en gezellig was het.

Overpeinzingen

Een warme herinnering

Ik las ergens iets over strijkijzers en toen moest ik direct aan mijn oma denken. In de jaren vijftig was mijn moeder een keertje ziek en dat was eigenlijk een onmogelijkheid in een gezin met elf kinderen. Oma kwam, bij hoge uitzondering, aangehobbeld door de Lariksstraat, leunend op haar zwarte stok, terwijl de inspanning in straaltjes van haar gezicht afliep. Bij de voordeur depte ze haar voorhoofd met een katoenen zakdoek, stroopte, bij wijze van spreken, haar mouwen op en zou dat varkentje wel even wassen. Oma hield niet van grote gezinnen. Veel kinderen betekende in haar ogen maar armoe. Ze hield wel van een adequate aanpak en zoete broodjes werden zelden gebakken.

Als een witte tornado ging ze door het huis. Binnen de kortste keren waren de spullen van de jongens, die rondslingerden op hun kamer van zeven, verdwenen, de bedden recht getrokken en het zeil gestoft. Evenzo op de andere twee kamertjes. Wij waren ondertussen bezig in de keuken, die moest blinken en werd geschuierd met de zand, zeep en soda-bakjes. Het was verbazingwekkend met welke snelheid ze werkte. Als het huis toonbaar was, de aardappelen stonden te pruttelen en mijn vader het koken overnam, ging ze weer op huis aan. Daarna barste steevast de paniek uit. De meeste jongens moesten naar de voetbaltraining en waren alles kwijt. Sokken, schoenen, tenue, niets was meer terug te vinden tot een van hen ontdekte dat de matras toch wel hobbelig lag. Het mysterie werd gauw opgelost, want eronder lagen de vermiste zaken, al dan niet netjes opgevouwen.

Hetzelfde gebeurde met de droge was. Oma vouwde het keurig op tot ze een middelgroot stapeltje had en ging erop zitten. Ziezo, de was gestreken terwijl je een ander werkje door je handen liet gaan. Zo kon het ook en hoogst effectief was het wel.

Nog steeds vouw ik de natte was keurig netjes op en laat het even liggen. Tweederde van de kreukels zijn er dan al uit. Nee, daar ga ik niet boven op zitten. Maar het scheelt wel. Strijken is trouwens iets, wat hier zelden gebeurt.

Mijn moeder had er ook een broertje aan dood. Er kwam één keer per week een meisje uit de buurt. Ze was anders dan iedereen die we kenden en had een bulderend stemgeluid. Ze kwam mijn moeder helpen met strijken. Dat ging bijna nooit goed. Veel valse vouwen in de overhemden. In de lakens was dat niet zo’n punt, maar als ze weg was, streek mijn moeder de overhemden over. Mijn moeder had een groot hart. Dat dagje strijken was goed voor het kind en het scheelde allicht iets in de berg werk.

Toen we groot genoeg waren om de taken waar te nemen, hoefde oma tot haar eigen opluchting nooit meer te zorgen, wel kwamen ze soms een middagje op visite samen. Mijn lange lieve opa met de rimpelhanden en mijn kleine, gekrompen, heftig zwetende oma. Opa neuriede steevast een denkbeeldig liedje en trommelde met zijn vingers een ritme mee op de keukentafel als de radio aanstond. Stokkedoof als hij was, was het voornamelijk zijn eigen invulling. Oma bracht veelal ongevraagd advies uit over het bestieren van het huishouden. Na een kopje thee en de froufrou, of daaromtrent, gingen ze weer op huis aan, wandelend door de Lariksstraat. De lange rijzige man met zijn hoed en de kleine hompelende vrouw, zwaar leunend op haar zwarte stok.

Is het naar de realiteit weergegeven. Het was mijn werkelijkheid, een herinnering die in het hoofd uitgroeit tot een anekdote. Misschien aangedikt, overdreven of mooier gemaakt, maar volkomen mijn eigen beleving. Een rijke gedachte en een warme herinnering.

Overpeinzingen

De geur van was met kerst

Vanmorgen te vroeg uit de veren om nog te schrijven. Op naar de kliniek in Bilthoven. Op een groot terrein dat Berg en Bosch heet staan zo’n honderd gebouwen verspreid over een bosperceel. Ruim opgezet met overal parkeerplaatsen tussendoor die ook genummerd zijn. Wij moesten parkeerplaats 9 hebben en de kliniek was te vinden in het perceel van nummer 94. Gevonden.

Luxe wachtkamers met sfeervolle kuipjes en beklede banken. Plastic kleine led-schemerlampjes op de tafeltjes. Steeds fladdert er een arts in en uit om de patiënten bij naam te noemen. Precies op tijd worden wij opgeroepen. Een vrouwelijke jeugdige arts. Dat was een welkome verrassing. Altijd fijn bij intieme vrouwelijke zaken.

Na een bondig en professioneel onderzoek en een helder gesprek staan we weer buiten in de wetenschap dat ik opnieuw een ouderdomskwaaltje kan bijschrijven. Lang leve de fysiologie. Er is wat aan te doen en de eventuele ongemakken poetsen we weg. Het kan niet erger zijn dat de huidige kwalen, bedenk ik me. Aangezien het spreekwoord: ‘De mens lijdt het meest door het lijden wat hij vreest’, altijd opgaat. Is de kennis van zaken voldoende om eventuele waarschijnlijkheden naar het land der fabelen te verbannen. Op naar de apotheek voor weer een middeltje erbij. Morgen af te halen, want ze moesten het bestellen. De opluchting is groot.

Morgen halen we kleindochter van school. Ze heeft thuis drie kerststalletjes en daar speelt ze voortdurend haar eigen verhalen mee. Dus heb ik drie tickets geboekt voor het Catharijne Convent in de Lange Nieuwstraat. Daar staat de grote Venetiaanse kerststal opgesteld. Die zal ze vast heel prachtig vinden. Ik kan me nu al verkneukelen. Iets met kennis delen en verrassinkjes verzinnen.

De mezen hebben het vogelhuisje ontdekt en spelen er diefje met verlos. Wie er wint mag als beloning iets lekkers uitzoeken. Trosgierst, gepelde en ongepelde pinda’s, zonnebloempitten, zangzaad. Ze hippen op en af, roodborst scharrelt op het balkon haar kostje bij elkaar. Allicht dat daar de afgevallen resten te vinden zijn.

Kerst op school mis ik. Er was ieder jaar een groot kersttoneel, waarbij we het halve speellokaal hadden omgebouwd naar een sprookjesachtig decor. Er kwamen drie voorstellingen, waar je je voor in kon schrijven. Wat volgde was een toneelstuk met kerstige elementen. Vriendschap, vrede, de nood lenigen, eenzaamheid verhelpen, het anders-zijn verheffen. Arm en rijk werd uitgediept, etcetera. Dat gebeurde met feeërieke verlichting, stemmige aankleding van de decors, geglitter of juist heel eenvoudig en geheimzinnig, bijvoorbeeld een doos op het podium en verder niets, alleen de fluwelen lappen er omheen en iemand in de doos. Er kwam een levensgrote marionet op een keer langs en ook brachten we twee handpoppen uit de poppenkast tot leven. Vadertje Tijd kwam tot leven in een schimmenspel en nog veel meer. Zoonlief zorgde voor het licht en geluid en dat deed hij met verve.

Verder werd er in elke groep met kinderen en ouders hard geknutseld om de lege kerstbomen vol te krijgen. In een lokaal werden kaarsen gedompeld en lang bleef de geur van de vloeibare was uit de grote ketels nog in school hangen. Kaarsen en kerst zijn daardoor in mijn beleving onlosmakelijk met elkaar verbonden, zoals ook de mensen verbonden waren met elkaar. Op dit soort dagen waren we op school een grote familie. Kinderen, ouders en wij, de leerkrachten. Even verweven met de school als de geur van was met kerst.

Overpeinzingen

Met de nadruk op zoet

Sinds we een nieuw vogelhuisje boven op de berken standaard hebben gezet komen de kleine gevederde vrienden zich weer laten bewonderen. De vink, de koolmees en pimpelmezen, de roodborst, maar ook de Vlaamse Gaai en de kauwen , de tortels en de dikke stadsduiven.

De Vlaamse Gaai mag niet lang snoepen, want hij jaagt de kleintjes weg en sinds schoondochter hem vorig jaar in de tuin van hun oppashuis een kleine mus zag verorberen ontstaat er lichte opwinding als het dier in de buurt is. Kennelijk is hij gewend verjaagd te worden, want bij de eerste druk op de klink is hij verdwenen, nog voor de deuren opengaan

In dit grijze weer is het een welkom schouwspel, een kleine noot van vreugde onder handbereik, dat af en aan hippen.

Gisteren haalden we alvast de ingredienten voor de amuse van het pré-familie-kerstdiner van aanstaande zaterdag in huis. Blini’s met een winterse Tzaziki van bieten in plaats van komkommer en een linzensalade. Dit is voor de proefhapjes. Vrijdag maak ik ze pas echt klaar natuurlijk. Bij gebrek aan blini’s, die bij deze supermarkt niet te krijgen waren, nam ik als reddende engel een zak naturel poffers mee. Maar voor de Amuse zelf zullen we vrijdag uitgebreid gaan shoppen. Het is te doen. Als we allemaal bij elkaar zijn is alles door iedereen klaar gemaakt al gauw teveel. Maar zo’n mooie kleine amuse is dan net goed. We vieren het bij zoonlief, waar ruimte genoeg is in huis.

Ik denk aan de kerstbrunches, die tot dan toe bijna elk jaar plaats vonden op tweede kerstdag. De tafel die uitgeschoven kon worden en verlengd met een deur op schagen, zodat de hele goegemeente aan kon schuiven. De kinderen op de hoek, met ruimte om te gaan spelen als het een en ander te lang duurde. Er ging altijd wel wat mis, maar de sfeer was gemoedelijk en gezellig. Er was veel hulp, maar er viel dan ook veel te doen.

In deze drukke tijden hebben we dit concept bedacht. Een pré-kerst. Met name omdat de delegatie Frankrijk altijd op kerstavond wordt verwacht bij Grandpère et grandmère en voor de brunch vaak hals over kop terug moesten komen op eerste kerstdag zelf om de tweede kerstdag weer aan te kunnen schuiven. Te vermoeiend, te veel reizen, te druk ook. Voor de Fransen is kerstavond toch een soort van heilig. Sinds mijn laatste avondmis valt het hier reuze mee. Het maakt me niet uit wanneer, als we maar samen zijn, daar draait het voor ons om.

Tweede Kerstdag viert het nichtje van lief haar verjaardag en dat betekent een dagje digitaal escape room spelen en digitaal Midgetgolf. Geen van beiden weten we wat ons te wachten staat, maar we dompelen ons onder in het feestgedruis. Waarschijnlijk als toeschouwers en observanten om de boel de boel te laten aan de jeugd. We gaan het zien en beleven.

Vandaag wippen we aan bij zoonlief en zijn gezin, die een extra verdieping op het huis hebben laten zetten. Eindelijk ruimte genoeg voor hun drie schatjes en daarmee is het tegelijkertijd een woning geworden waar ze echt een tijd kunnen vertoeven. Twee vliegen in een klap.

Van de week zijn er het blaas-en het oogonderzoek. Iets om een klein beetje iedere nacht toch wel ergens van wakker te liggen met als voordeel dat er daarna steevast een wonderbaarlijke droom volgt, belicht door de stralende kerstboom voor het raam. Garantie voor zoete dromen, met de nadruk op zoet.

Overpeinzingen

Met volle teugen

Jacques Vriens schreef in de Volkskrant van de afgelopen week een uitgebreid artikel over de achteruitgang van het leesonderwijs en gaf tegelijkertijd een aantal belangrijke voorwaarden, die gesteld zouden moeten worden om het leesonderwijs weer op peil te krijgen.

Zo blij was ik met dit artikel. Eindelijk begint iemand met het aanpakken van het probleem waar mijns inziens de kern ligt. De PABO. Waarom zie ik dat zo. Omdat onderwijs in welke vorm dan ook hangt en staat met het enthousiasme van de leerkracht. Als je zelf veel van lezen houdt, zal het je geen moeite kosten om de kinderen aan het lezen te krijgen. Hulpmiddelen daarbij zijn heel veel voorlezen, boeiende, spannende, fantasierijke, grappige of aangrijpende onderwerpen, alles is geschikt, zolang het maar op een inlevende manier vertelt wordt.

Boekpresentaties aan elkaar, ook de jongsten doen mee. In de onderbouw was er één keer in de week een boekbespreking, waarbij kinderen een boekje ‘voorlazen’ en aangaven waarom ze vonden dat iedereen dat boek zou moeten lezen. Dat deden ze vol verve en ze waren zonder uitzondering allemaal trots op het resultaat. Je mocht je aanmelden als je dat heel graag wilde. Er zat geen druk achter.

Iedere dag hadden we na het tienuurtje een half uurtje lezen, samen of alleen. Aan de tafel, op de bank, of op de grond. Daar waar je het lekkerst zat of lag. Heerlijk vonden ze dat.

Boeken werden met respect behandeld. Geen boeken zomaar uit de kast op de grond of achteloos neergelegd, maar om er zo lang mogelijk van te kunnen genieten, weer op de plek waar het stond, opgeborgen.

Het boek van de week werd door een leerling gekozen en kreeg een ereplaats.

Er was ook een versjeskring met grappige, malle, wonderlijke of droevige versjes, die we aanleerden of we maakten in de kring zelf een vers, waarbij we ook verzonnen rijmwoorden mochten gebruiken.

Dan was er nog de vertelkring. In de grote verjaardagsstoel zaten twee kinderen en de een begon met een zin, de ander maakte het af. Dat leverde heerlijke hilariteit op en prikkelde vooral de fantasie, of kinderen, die dat graag wilden, hadden een eigen verhaal om aan ons te vertellen.

Bij de tekeningen in de portfolio, kwam een eigen verhaal te staan, door hun vertelt door mijn collega en mij er bij geschreven. Altijd fijn als er stagiaires waren, want die hielpen mee opschrijven, dat schoot lekker op. Het leverde niet alleen mooie verhalen, maar ook veel inzicht op in de kinderen zelf.

De leeshoek met een lekkere bank erbij en vol met boeken was altijd open. Daar woonde ook een letterhapper. Dat was een grote handpop vogel die voorwerpen met de gekozen letters hapte. Bijvoorbeeld die van je eigen naam. In de eindkring kwam aan bod welke letters hij allemaal bij elkaar had gehapt.

Tot slot speelden we voor de weeksluiting soms een verhaal na. Drama op hoog niveau, compleet met decor en verkleedkleren. Noem het niet alleen lezen, maar vooral ook spelen met taal. Dan krijg je er op voorhand al zin in. Gebruik zelf te pas en te onpas boeken om te verduidelijken wat je bedoelde of onderschrijf je verhaal met de prachtige illustraties. Laat ze er zelf een illustratie bij bedenken. Leer ze stripboekjes maken, alleen al omdat het zo leuk is om een volgorde te verzinnen. Kortom, deze trukendoos is nog lag niet leeg. Hoe meer je er plezier in krijgt om er in te duiken, hoe meer er naar boven komt. Het ene plan stimuleert het andere. Blijf brainstormen met elkaar en geniet, want kinderen genieten maar al te graag mee. Met volle teugen.

Overpeinzingen

Met honger is het zoet stillen

De Blauwe kamer ligt bij Rhenen aan de Nederrijn. Regelmatig stroomt het gebied onder omdat de Zomerdijk in 1992 afgegraven is. Daardoor ontstaat er een zeer gevarieerde vegetatie in dit natuurgebied. Er houdt zich een grote groep lepelaars op, er grazen galloways en Konikspaarden. Gisteren was er helaas geen weg om naar de vogelhut te lopen. Het grond was drassig en de loopbrug ondergelopen. We moesten het doen met turen door de verrekijkers en verlangend uitkijken naar de onbereikbare observatiehut aan de overkant. We hadden er geen seconde aan gedacht, dat dat ook nog mogelijk was. Meestal trokken we er in de lente of zomer naar toe. Een winterzon zorgde voor de bleekblauwe tint in het water en omlijstte de breekbare sfeer. Stilte alom, op de aanleg van het veer op de kade na.

De toren van de oude steenfabriek stond er ongenaakbaar bij. De ruïnes worden gebruikt door de Koniks, door Grootoorvleermuizen en wilde Bijen om in te schuilen.

We reden terug langs de oude weg naar Utrecht via Elst en Amerongen en besloten onze wandelpoging bij de Amerongse berg voort te zetten. Bosrijk en nat, maar met verhard pad. De voetgangers een hobbelige en de fietsers een geasfalteerde weg. Zo snoven we de frisse lucht in en genoten van het vochtige mosrijke kalme bos, waarin geen leven te ontdekken viel op een man met een grote hond na. Een tussendoor paadje bleek ook goed begaanbaar. Mooi waren de witte berkenstammetjes, elegant op hun dunne pootjes en de robuuste stapels met gevelde woudreuzen, die lagen te wachten op vervoer. Varens, bomen en grond in groen, zachtogend mos en tussen de rotte bladeren brachten de zware boslucht voort. Wat je heen loopt moet je ook weer terug en waar de weg naar toe zou leiden was ons niet bekend in dit relatief onbekende deel van de berg. Bovendien wilde ik niet klimmen op deze eerste schreden van flinker bewegen. Eerst maar eens gewoon weer het tempo opvoeren en dat ging goed. Met bijna vier kilometer hadden we toch aardig ons best gedaan. Lief had zich gedienstig aangepast aan mijn snelheid.

Truus snorde vervolgens een binnendoor weggetje af als alternatief voor de snelweg. Zo reden we terug in een miezerregen en als het even droog viel een glimp van een avondzon.

Onderweg kreeg ik een onnoemlijke trek in gewone Chinese Bamie, zo’n blekige van de afhaal Chinees en in Loempia. Dat zou veel te veel zijn, maar nu hadden we twee dagen eten in huis. Handig. Als zoonlief er ook nog van wilde eten, was er genoeg voor een weeshuis. Deze aanval van nostalgie viel nauwelijks te verklaren. Vroeger gingen we regelmatig naar een Chinees restaurant.

Bij ons thuis was het mijn vader, die deze vreemde onhollandse pot introduceerde toen we op vakantie waren in Hilvarenbeek, ergens in de jaren zestig. Sindsdien haalde hij of mijn moeder met regelmaat een maaltijd. Steevast met Ku Lu Yuk en Babi Pangang. We hadden het al heel lang niet meer besteld. Tijdens het wachten kwam er een grappig klein meisje hele verhalen afsteken in een koeterwaaltje van Chinees en Nederlands. Ze zal drie jaar geweest zijn en zag er aandoenlijk parmantig uit met haar twee staartjes. Ze was ‘voor de duvel niet bang’ zou mijn moeder gezegd hebben. Die komt er wel. Het eten was heerlijk. Met honger is het zoet stillen.

Overpeinzingen

Een uitgelezen gelegenheid

Een parkeerplek gevonden aan de Nieuwe Gracht op loopafstand van het UMU en de oude Hortus. Natuurlijk wel tegen de hoofdprijs, want binnen de Grachtengordel, maar in dit geval dient gemak de mens. We glibberen door de Eligenstraat omdat de stenen spekglad zijn en duiken om de hoek het verbouwde gebouw in van het Universiteitsmuseum. Een warme ontvangst door de twee mensen bij de balie. Het was niet druk en er zou alle ruimte zijn om te ontdekken wat er vernieuwd was. ‘Heerlijk om weer bezoekers in huis te hebben’ vonden ze. Wij vonden het reuze fijn dat ze weer open waren en niet in de laatste plaats ook omdat we de Hortus zo lang hadden moeten missen.

Alle belangrijke wederwaardigheden op het gebied van de natuur-wetenschappen viel er te zien. Veel om te doen en veel om te ontdekken. In het begin hadden we de ruimte voor ons alleen, maar na twee uur kwamen er voornamelijk kinderen binnen druppelen al dan niet met vaders, moeders of grootouders. Het was gedaan met de rust. We waren inmiddels al voor een groot deel verzadigd en besloten naar buiten te gaan. Een toegangskaart voor het museum geldt tegelijkertijd ook voor de Hortus. Met het scannen van de QR-code konden we naar binnen. We snoven de heerlijke houtgeuren op en de frisse lucht. De vijver spiegelde de statige bomen en huizen erachter en ademde een sprookjessfeer. We bewonderden de oudste Gingko Biloba van Nederland met zijn imposante stam van 250 jaar oud en de reusachtige Water-cypres en de mammoetboom. De medicinale tuin lag achter de poort van het pharmaceutisch gebouw, waarvan de ingang er prachtig uit zag met haar ornamenten. De oranjerie herbergde alle kuipplanten die niet buiten konden overwinteren. In de kassen, die eveneens gerestaureerd waren, rook het naar vocht en varens. In de vijver zwom een school goudvissen en de enorme Lotusbladen dreven er statig boven met in hun midden een aantal veelbelovende knoppen. Volgende maand nog maar eens kijken of ze al in bloei staan. Ik sleepte lief mee naar mijn verrassing. Een heerlijke afzakker in het Hortuscafé, compleet met bitterballen en een frisse pinot.

We hadden veel te bespreken en hadden vooral de eerste helft boeiend gevonden, omdat we daar in alle rust de diverse onderzoeken hadden kunnen uitproberen. De medische afdeling was ook interessant. In de jaren rond 1900 was er een vrouw, juffrouw Schuiringa, die tandarts was en zich bekwaamde in de gebits-en-gezichtsprotheses. In de eerste wereldoorlog kreeg ze te maken met veel soldaten die verminkingen in het gezicht hadden opgelopen. Haar werktafel staat er achter glas en de diverse aandoeningen en protheses erbij, een kast vol. Heel interessant. In dezelfde ruimte staat de eerste hart/longmachine van Professor Jongbloed. Ongelooflijk boeiend om te zien wat de voorlopers waren van de hedendaagse techniek.

Om even na vieren glibberden we terug naar Truus. Wat een fijne dag was het geweest. Iets om met de oudste kleinkinderen naar toe te gaan en een perfecte tijdbesteding op regenachtige dagen. Er worden ook workshops gegeven. Het blijkt dat we een van de tentoonstellingszalen gemist hebben. Maar ja, als het hoofd vol zit, kan er niets meer bij. Volgende keer maar weer. Dat is het fijne van de museum-jaarkaart. Je kan binnenstappen wanneer je wilt.

Vandaag gaan we ons tweede voornemen uitvoeren. Naar De Blauwe Kamer om daar een wandeling van meer dan de twee kilometer van gisteren te lopen. Het belooft een droge dag te worden, dus een uitgelezen gelegenheid.

Overpeinzingen

Ons weinig hoopvol achterlaat

De Groene van deze week staat weer vol boeiende artikelen. Een interessante over de mythe van het moederschap, waarin vooral de opkomst van deze mythe een herbeleving lijkt te krijgen in de vorm van Moederhart. De kunstenaar Anselm Kiefer komt aan bod, die nu een grote tentoonstelling heeft in Voorlinden. Van Gogh dwaalt er rond in een artikel en zijn grote liefde voor ‘Natuurmensen’. Maar mijn oog blijft hangen op de recensie van een boek van Renée van Marissing, die het kleine leven schetst en de mens die langzaam ten onder gaat aan Alzheimer met een pakkend citaat als openingszin en een gegeven om te overpeinzen. ‘Sil heeft pech gehad. Dat zei iemand van het Alzheimercentrum tegen haar: Je hebt pech gehad. Alsof ze de bus heeft gemist’. Het blijkt dat de hoofdpersoon, die van de pech, de diagnose dementie heeft gekregen op haar 46e. Ongewoon jong inderdaad. Het boek gaat over het kleine leven in het algemeen en ook over het steeds kleiner wordende leven van Sil. De vrienden van Sil worden door haar aftakeling zich bewust van hun eigen levenskracht. Zij staan nog midden in het leven. En wat is dat nou. ‘Midden in het leven staan’.

De recensente Charlotte Remarque zegt het prachtig: ‘In het tehuis van mijn grootmoeder praten mensen met vergevorderde dementie in van alle tijd losgezongen geheimtaal met elkaar’. In mijn hoofd reis ik terug naar mijn periode die ik als beginnende verpleeghulp doorbracht in Huize Solglytt.

Daar leerde ik voor het eerst demente bejaarden van binnenuit kennen in hun eigen wereld, los van de dagelijkse beslommeringen. Een leven als Couperus, maar dan in hun hoofd. De gebeurtenissen van heel vroeger vertaalden ze naar hun handen met in onze ogen absurde of ongehoorde elementen. Keuteltjes die als Petit Four op een papieren zakdoekje waren geschikt voor de visite die straks zou komen. Een pantoffel die diende als een presenteerblaadje. Wij zijn de visite die op bezoek komt en verheugd wordt begroet van achter de waterige ogen een brede glimlach. ‘Wat fijn dat jullie er zijn’. Een zwak protest als ze door een barse hoofdzuster wordt losgerukt vanuit haar salon.

Of de vrouw in een bejaardenhuis in Bilthoven, die op een zaaltje met vier demente bejaarden in de nacht rechtop ging zitten in haar bed en met heldere oogopslag mij doordringend aankeek om direct daarna weer weg te zakken in vergetelheid. Deerniswekkende momenten. Van de eerste had ik tegen de hoofdzuster willen schreeuwen, dat ze de oude vrouw moest laten. Haar in haar eigen bubbel gelukkig laten zijn. Bij de andere vrouw was ik opgelucht dat ze veilig terug dook in haar mistige staat omdat anders de pijn zo schrijnend zou zijn.

Als jonge onervaren nachtzuster was ik nauwelijks bezig met hun vorige leven en wat dat voor hun geliefden en familie moest betekenen. Hoe naïef kan je zijn als je pas om de rand van de maatschappij komt kijken. Er ging nog een wereld van leed achter de krimpende wereld schuil. Ervaring leert alle facetten te zien. Het boek laat vooral dat hele kleine leven en dat grote leed, dat er achter schuilt, in een verstilde vorm zien. Dat volgens de recensent, zoals bij alles dat gaat over dit onderwerp, ons weinig hoopvol achterlaat.

Overpeinzingen

Black Orange

Afspraakje op een luie maandag. Pas na de middag zitten we aan de brunch. Om vier uur treden we aan bij zoonlief voor de deur om schoondochter en de kinderen op te pikken. Goudvisje is dood, nu zwemt er één moederziel alleen en verlaten in het aquarium. Er komt een nieuw vriendinnetje of vriendje bij. Zover is zeker. Maar eerst wandelen we door een kerst, die witter is dan wit met mooie sprookjesachtige voorstellingen en zuurstok wandelstokken richting de stal. Daarbij moeten we kleinzoon zien wakker te houden, die in slaap dreigt te vallen voor hij zo zijn flesje heeft gehad en dan naar alle waarschijnlijkheid alweer tien minuten later van de honger wakker zal zijn.

Ik krijg de eer om onze kleine kraaloog te helpen zijn melk naar binnen te krijgen. Dat gaat er sneller in dan kleindochter knutselen kan. Daarna kijkt hij met een verrukte glimlach van oor tot oor naar de versierde bomen en de waterval aan lichtjes overal om ons heen. Zoonlief komt iets later met de kinderwagen, waar hij eventueel in in slaap mag vallen. Maar hij neemt het buitenkansje waar om zich te goed te doen aan al wat glinstert en glittert.

Lief en schone dochter drinken hun koffie en ik maak de thee soldaat. Tijd voor het klimparadijsje waar kleindochter al snel een vriendinnetje vindt, die ‘Sky’ werd genoemd. Ze genieten na eerst wat imponerende durfalletjes aan elkaar te hebben geshowd. Met de kleine in de wagen rijdt ik heen en weer om hem te sussen, maar het is hier veel te interessant voor zo’n kleine van negen maanden. Er valt niets te huilen op zo’n toverachtige plek met een buikje dat rond is.

Daarna gaan we naar de goudvissen. Bakken vol gelukkig, maar heel moeilijk om daar de mooiste, de leukste, de liefste, de knapste tussen te vinden. ‘Ahhh, die is schattig, o nee, die is nog leuker, oooooh die heeft een hele mooie staart’ en zo bezegelde deze dame het lot van goudvis die Black Orange genoemd zal gaan worden. Zoonlief had zich intussen wel uitgebreid laten informeren over hoe het risico van te snel overlijden te voorkomen was. Het voer moet absoluut niet bovenop drijven. Dan hapt de vis lucht mee en vult zijn luchtblaas in zijn buik zich teveel waardoor hij niet goed ‘uit de vinnen’ kan. We vinden het een plausibele uitleg al kost dit nieuwe voer een vermogen meer. Nu maar duimen dat het goed gaat. Een vers zuurstofplantje mag ook mee.

De vis met toebehoren schonken wij, maar zoonlief stond erop de oliebollen en appelflappen uit de kraam voor het tuincentrum te betalen. Nou vooruit. Twee appelflappen voor ons. Kleindochter teemt om een gezamenlijk etentje, maar dat schuiven we op naar later nu de tijd voortschrijdt.

Thuis is er de left-over van gisteren voor lief en later op de avond de spaghetti voor schoondochter. Lupin vertoont zijn boevenstreken met dat guitige Omar Sy-hoofd. Een inbreker waar geen mens boos op kan worden, tenminste, zolang het zich in het kastje blijft afspelen. Een fijne luchtige serie met een ietwat serieuze ondertoon over onrecht.

Sprookjes-wonderland in klein formaat zo’n tuincentrum en goed voor het even vergeten van alles. Genieten dus voor groot en klein als je niets anders nodig hebt dan een Black Orange.

Overpeinzingen

Het zit in de genen hè

Heilig voornemen. We gaan vanaf nu meer wandelen. Het natte weer nodigde niet uit de laatste tijd, evenals de kortademigheid, maar als je je er aan overgeeft en binnen blijft zitten, schiet het met de benauwdheid ook niet op. Woensdag gaan we bij leven en welzijn naar de Blauwe Kamer, om een stukje te lopen. Iedere keer een eindje meer, langzaam opvoeren tot het weer op niveau is. In ons eigen tempo, dat dan weer wel.

Gisteren werd ik door zuslief opgehaald om mee te gaan naar Singalong in de Kom. Een happening van koren, waarbij meegezongen of geneuried mocht worden. Daar zouden we twee zussen en broer met zijn vriendin treffen. Dochterlief zou meedoen in haar grote koor. We hadden zowaar een plek voor zes op een rij achteraan. Mazzelen. Gezellig zo in de zaal met doorgaans een gemêleerd grijs en wit boven het rode pluche.

We wisten niet wat ons te wachten stond en even zonk de moed ons in de schoenen bij het repertoire van de eerste groep die optrad. Serieus? De zangeres zonder naam met haar witte rozen uit Athene bracht ons niet bepaald in vervoering. Gelukkig was het tweede koor daardoor een des te grotere verrassing. Een prachtig in Oekraïense klederdracht gekleed koor, dat onder leiding van een Oekraïense dirigent hun repertoire ten gehore bracht. Het klonk zuiver en vloeiend, aandoenlijk soms, ondanks dat we van de tekst natuurlijk niets verstonden. Tot mijn verbazing bleek dat ze uit Tull en t’Waal kwamen. Allen Nederlanders behalve de dirigent. Ze bestonden al 25 jaar.

Als entertainer kwam tussen de koren door een lange man, compleet met vetkuif en lange bakkebaarden die aangekondigd als Elvis begon met een nummer van Neil Diamond. Alles is mogelijk als je er voor open staat. Het was leuk, want we mochten met hem zo hard meezingen als we wilden.

Een van de dingen bij ons in de familie, met mijn moeder als zingende huisvrouw en oma die zich ook niet onverdienstelijk liet, had er voor gezorgd dat we als de kleintjes al zingend de vaat deden, het liefst tweestemmig, soms driestemmig als het zo uitkwam. Allemaal, de meiden in ieder geval en een paar broers, zaten al heel vroeg op het kerkkoor en zongen iedere zondag de sterren van de hemel, vonden we zelf, maar eigenlijk alleen omdat je dan ook een pepermuntje mocht om op te zuigen, terwijl de rest van de gelovigen tot aan de communie hun nuchtere zelf moesten blijven. Met het Halleluja van Händel en alle gezangen van de Latijnse mis kenden we niet het minste repertoire. Zang was geluk, bevrijding en bracht meer dan vreugde. Dat ervoeren we allemaal. Onder het afwassen kwam het repertoire van de muziekleraar van de ULO en die van de KLOS aan bod, maar ook de ouderwetse liedjes van Moe. Het karretje bleef rijden op de zandweg en nog steeds vloog de veldmuis over de kop in het beukenbos.

Na het tweede koor bleek er een uitzonderlijk goed Christelijk koor, voor eeuwig jong gebleven, want ze droegen nog steeds de geuzennaam ‘Jongerenkoor’. In de pauze zette een invalide DJ van middelbare leeftijd de aula op z’n kop. Het werkte zo aanstekelijk dat twee van de zussen beneden in hun eentje stonden te swingen, terwijl wij boven een duit in het zakje deden.

Na de pauze kwamen nog twee koren. In het ene zongen twee vriendinnen van zus. In het laatste koor zong dochterlief die niet wist dat we er waren. Ze stond pontificaal vooraan. Soms werken geringe lengtes ruim in je voordeel. Natuurlijk speelt moedertrots een rol, maar onverdeeld vonden we allemaal dat het laatste koor erg goed was. Op een speelse en luchtige manier brachten ze, met een zeer gevarieerde rol voor alle zangpartijen, hun liederen te berde.

Aan het eind was er een hapje en een drankje en schoonzoon met Dribbel waren in de aula om haar op te halen. We schoven aan zijn tafel en konden even later constateren dat de verrassing volledig geslaagd was. Voor beide kanten trouwens. Dribbel waagde net als zijn tantes als enige naast de tafel een dansje. Ach ja, het zit in de genen hè.

Overpeinzingen

In miniformaat

Aan onze skyline vanuit het slaapkamerraam is een kerstboom toegevoegd. En wat voor een! De grootste van Nederland en hij staat in IJsselstein, maar het lijkt of hij hier vlak achter de kantoren staat aan de weg van de Poort. Gezichtsbedrogje. De lampjes zijn echt en verlichten een Pyramide-kerstboom met een rode ster in haar top. Het is geen ster, maar het is gemakkelijk in te beelden. Je knijpt je ogen dicht en ziedaar, het sprookje is compleet.

Op de storm die vannacht rond het huis woedde vlogen de lampjes om de beurt even uit hun bocht en maakte dat het een verwaaide boom leek. Zodra de boom op haar plek staat is het kerst. Je kan er niet om heen.

Onze boom staat ook. Nou boompje. Een mooie bescheiden duurzame boom van ongeveer 1.35 hoog. Groot genoeg om op de met een goud/wit tafelkleedje bedekte Shrilankaanse olifant te zetten. Een eenvoudige kerst, hadden we bedacht. De hele middag hadden we muziek geluisterd waar we beiden van houden en gedanst, nou ja een soort van, op Santé, dat vrolijke lied van Stromae, die de ongeziene harde werkers daarmee in het zonnetje zet. Dienstmeisjes, vissers, kelners, schoonmaaksters. Onopvallende maar onmisbare beroepen.

Daarna trok ik de kleine boom haar mooiste kerstkleed aan van lichtjes, zilveren ballen, knijpvogels en vilten kabouters en engelen. Vrede op aarde is er bij lange na niet, maar hier zorgen het kaarslicht en de lampjes in de boom voor een kalme feeërieke sfeer. Tijd voor overpeinzing en bezinning, de juiste omlijsting voor een goed gesprek.

Sterren op het doek met Eus bracht de actrice Johanna ter Steege en drie totaal verschillende kunstenaars. Een mooi mens om te schilderen, dat zeker. Wat ik zou willen is stiekem een kijkje nemen in hun atelier, als ze daadwerkelijk bezig zijn hun portretten te verfijnen, want de eerste opzet wijkt altijd behoorlijk af van het eindresultaat. In dit geval hadden ze haar alle drie heel goed getroffen.

Daarna ‘Even tot Hier’, spitsvondig als altijd en vol satire, zodat er ook nog hartelijk te lachen viel. Meesterlijk vond ik het lezergamen en ik zag onmiddellijk mogelijkheden voor een groep op school. Daar kan ik natuurlijk alleen maar van dromen, maar ik hoop dat diverse docenten meegekeken hebben over de schouders van deze niet lezende jongeren. Breng het lezen naar ze toe in plaats van ze steeds verder te verwijderen door lessen vol nieuwsbegrip. Aandacht voor de tekst zelf en niet langer voor de signaalwoorden is de boodschap. Recht uit mijn hart gegrepen.

Wat een heerlijk avondje. Vandaag hebben de zussen en ik een verrassing voor iemand, die ik natuurlijk niet ga verklappen op voorhand. Altijd fijn om bezig te zijn met de voorbereiding. Het levert een ouderwets gevoel van verkneukelen op. Dat was er vroeger vaker. Bij het maken van de Sint-surprises bijvoorbeeld of in blijde verwachting van de nachtmis en vooral daarna het ontbijt in de donkere nacht, met vers brood op de kachel en de onalledaagse vleeswaren, zoals rosbief en rookvlees. Maar ook als er nieuwe schoenen gekocht mochten worden of een boekentas voor school. Zodra je het glanzende leer rook, wist je dat het goed was. Die eenvoud van blijdschap. ‘Een kinderhand is gauw gevuld’, zei men dan. Die kalme beleving, dat vredige gevoel. Een ander blij maken met iets kleins, een attentie of een handeling. De ware vrede in mini-formaat.

Overpeinzingen

Geen sinecure

In de Gids die met de Groene Amsterdammer wordt meegestuurd en vol staat met literatuur en gedichten en recensies daarover, wordt beschreven hoe men om kan gaan met de omschrijving van pijn. Een lastig gegeven, want wat voel je precies en hoe sterk is het inbeeldingsvermogen van een mens. Als ik terugdenk aan mijn eigen omschrijvingen dan monden ze dikwijls uit in wollige vergelijkingen van voorstelbare begrippen die je om je heen ziet en makkelijk voor de geest kan halen. Iedereen kent wel de uitdrukkingen: ‘Alsof er een mes door je heen wordt gestoken’, terwijl waarschijnlijk niemand dat aan den lijve heeft ondervonden, maar alleen de voorstelling al, maakt dat we instinctief aanvoelen hoe heftig dat geweest moet zijn.

Soms was de pijn op mijn borst zo zwaar, dat ik die vertaalde naar tractoren of vrachtwagens die over de borstkas heen reden. Ook bij leven nog nooit meegemaakt gelukkig. ‘Een hoofd vol watten’, is er nog zo een. Tintelingen in de armen worden ‘Slapende armen’. Taal blijft armoedig als je de juiste gradatie van pijn wil geven of juist te bombastisch.

Schrijven over pijn geeft verlichting. ‘Schrijf de pijn van je af’, wordt er wel gezegd. Aan de andere kant is tegen sommige pijnen afleiding weer de beste remedie. Een hoogleraar die een aantal onderdelen aan de voeten en handen moest missen, schrijft over fantoompijn, pijn aan het ontbrekende lichaamsdeel, dat hij tijdens zijn hoorcolleges er nooit last van had. Zodra je alleen wordt gelaten met je pijn, komt het in volle hevigheid weer opzetten.

Inbeelding doet ook een hoop. Een van de doorgaans bekende ouderdomskwaaltjes, zeker na vijf bevallingen, is een verzakking. Die had ik me volledig ingebeeld en op een gegeven moment wist ik het zeker ‘Dat is er aan de hand’. De arts constateerde iets heel anders. Onnodig lange observatie van mijn kant was het resultaat. Het had veel eerder verholpen kunnen worden. Verpleegkundigen zijn altijd een beetje eigenwijs in die dingen. Geen dokterlopers, nooit geweest trouwens, alleen als het echt niet anders kon.

Een van de wonderlijke verschijnselen , die men opmerkt bij pijn, is die van de vijand. Je moet het bevechten, er tegen strijden, of aanvaarden. ‘Nee,’zegt men in de Gids, ‘Pijn is pijnlijk, het is er en meer is het niet’. Zoals pijn ook niet ‘onschuldig’ kan zijn, of een indringer. Pijn is een volstrekt neutrale gewaarwording, die je ondergaat. Een metafoor doet het altijd goed. Want als je voorstelt dat de pijn je aanvalt, kun je hem bestrijden.

We zijn gelukkig mensen die ieder hun eigen invulling daaraan geven. De een zal er in berusten, de ander zal het met verve negeren, er niet op letten en de energie voor iets anders bewaren.

Maar op moment suprème, als de pijn op haar toppen is, wordt je de pijn. Daar valt niet aan te tornen. Het dringt zich op de voorgrond en in alle zintuigen en het denken, Het is zoals bij tinnitus, als je er op gaat letten, wordt het een en al oorsuizen en is nauwelijks meer af te leiden. Als je het negeert, ondervind je er nauwelijks last van en is er voldoende ruimte voor andere gewaarwordingen.

Mooie materie om over te peinzen. Lief en ik praten er nog even over door. De psychosomatiek komt om de hoek kijken, het verschil tussen de Oosterse en Westerse wereld en het feit dat je als arts vooral over een scherp onderscheidend vermogen moet beschikken, wil je alle kwalen kunnen duiden. Geen sinecure.

Overpeinzingen

Een vakantiegevoel overwint alles

En weer een mistig begin. Gisteren kwamen de zussen en broer op bezoek. De zelfgebakken cake van de ochtend was goed gelukt en voor het eerst in mijn hele lang-zal-ze-leven had ik ‘m voorzichtig af laten koelen. Eerst met de ovendeur open en de oven uit, daarna met nog meer geopende ovendeur en tenslotte in de vorm op de snijplank.

Het boek van Bibi Dumon-Tak is uit. Het leest makkelijk weg. Bij vlagen is het erg ontroerend. Ze beschrijft er ook in hoe luchtig er soms door zeer zieke mensen over de dood gepraat wordt, zoals bij praatprogramma’s het geval vaak is. De hoofdpersoon in dit boek was zelf nog volop bezig met het acceptatieproces van de op hand zijnde dood van haar zusje. Voor nabestaanden zal de aanvaarding misschien nog moeilijker zijn dan voor de zieke zelf. Als er eenmaal berusting is, dan richt de geest zich op een hoger plan of zinkt weg in het ongewisse. Maar voor degenen die achterblijven, blijft het altijd de lege plek.

Illustratie uit de biografie

Tijd voor de biografie van Theo Thijssen na deze kost. Het is van een heel andere orde. Niet minder boeiend verwacht ik. De schrijver, de schoolmeester en de socialist was een zoon van een schoenlapper uit de Jordaan. Eindelijk eens niet iemand van adel of uit de hogere kringen. Steeds bleef ik nieuwsgierig onder elke gevolgde gang door de geschiedenis bij de andere biografieën naar hoe het het ‘gewone’ volk is vergaan. Hoe hou je je staande in de erbarmelijke omstandigheden. In de biografie van Pieter van Eeghen, de medeoprichter van het Vondelpark, kwam het een en ander al naar voren. Zomers vond er een grote uittocht van de gegoede burgers plaats naar de buitenplaatsen langs de Vecht en dergelijke, vanwege de stank in de stad. En dat volk dat niet die mogelijkheid had. Hoe verging het hun?

Van broer kregen we een aantal documenten uit de vorige en zelfs nog uit de negentiende eeuw. De geschiedenis van onze eigen familie om door te wandelen. Daar zaten berichten over grootouders en betovergrootouders bij en oude sepia en zwartwit fotootjes met gekartelde rand, zo kenmerkend voor die tijd. Markante dames met lange zwarte jassen en hoeden op, stevig gearmd of naast statige oude heren met grote snor en hoed. Ze vertelden een aanvullende geschiedenis. Met een wonderlijke levensloop van een van hen. Een overgrootvader had zijn toekomstige bruid uit een gesticht gehaald, waar ze al een aantal maanden verbleef. Niet omdat er een draadje los was geschoten, maar omdat ze uit een arm gezin met teveel kinderen kwam.

Lief zocht ondertussen met broer boven een missing link in onze familie geschiedenis om de draad naar de zeventiende eeuw te kunnen vinden.

De cake was heerlijk en het gebabbel over de stamboom ging over in een relaas van mijn zus haar weekend naar Londen in vergelijk met mijn reis naar Parijs. Londen bleek, getuige de foto’s, oneindig veel drukker te zijn, dan de wijken die wij in Parijs hadden bezocht rond het Pantheon en de Sorbonne. Dergelijke tochten zijn goed voor een oeverloos aantal stappen. Ze hadden een heel gemêleerd gezelschap van jong en oud en waren met achten. Een vrij grote groep dus. Dat is altijd lastiger. Als iedereen ruimte geeft aan het groepsbelang is het goed te doen, al wordt het moeilijker bij het zoeken naar een plek in een restaurant. Dat was met onze groep van vijf al zo.

Niet getreurd, een vakantiegevoel overwint alles.

Overpeinzingen

Gemak dient nog altijd de stofhappers en de chaoten

Bij het lezen van het boek De dag dat ik mijn naam veranderde van Bibi Dumon Tak moet men er op berekend zijn dat de emoties danig worden opgeschud. Vrolijkheid, verdriet, verbittering…Het komt allemaal langs. Het verhaal an sich is intriest met een zusje die hoop put uit haar laatste behandelingen en een ex-man, die haar op alle fronten benadeelt. Er is ook sprake van ongeloof bij mij. Hoe kan men dit elkaar aandoen.

Als we uit het raam kijken, terwijl ik aan het schrijven ben en lief aan het lezen is, zien we dat de wereld is opgehouden te bestaan na de eerste rij daken en dat de toerit naar onze maisonnette in het oneindige uitmondt. Een dikke nevel heeft zich vannacht als een deken over de skyline getrokken en onttrekt elke vorm van hoge gebouwen aan het oog. Winternevel.

Vandaag gaan we vroeger uit het warme holletje. Ik wil cake gebakken worden voor de zussen en broer die vanmiddag langs komen. Broer zoekt de stamboom van de familie uit en lief heeft een breed genealogisch netwerk vanuit zijn filosofie dat alles met alles in verband staat en teruggrijpt daar waar mogelijk tot aan het vroegste begin. Er zijn vragen over voorvader Pieter van der Linden die in 1733 geboren zou zijn. Laat ze maar lekker puzzelen. Wij komen onze tijd wel door met thee en cake.

Gisteren hebben we de kerstboom opgehaald. Aanvankelijk wilden we eerst even langs broerlief gaan, die een aantal weken moet rusten. Als de jongsten met aanhang had zus al een opkikkertje gestuurd, maar een bosje bloemen zou ook de boel wat opvrolijken. Dit is de broer van stilletjes helpen waar je kan. Maar hij had corona, dus het feest ging niet door. De duurzame kerstboom konden we in de buurt ophalen. We mochten uit de blauwen kiezen en omdat we zo vroeg waren, was er veel meer keuze dan vorig jaar, toen we het vergeten kerstboompje mee naar huis konden nemen. Er stond een lief boompje op ons te wachten. Niet te groot en niet te klein, geen scheve stand in de pot en geen kromgegroeide top. Netje er om als een dunne jas en in de achterbak van Truus.

Daarna spoorslags naar de kringloop waar we een nachtlamp zochten, die ‘s nachts mijn lezen bij zaklamp op de telefoon zou vervangen. In de enorme winkel liepen we te dwalen, vroegen naar de lampen en werden prompt de verkeerde richting op gewezen tot lief ineens het bordje ‘Verlichting’ zag. Dat bracht het zeker. Twee schappen vol met afgedankte lampen met ledlampen, spaarlampen en de ouderwetse gloeilampen te kust en te keur. We vonden een lief buigzaam en handzaam wit schemerlampje, die was te stellen in welke vorm dan ook en in de kleur van het bed. Alsof het voor ons gemaakt was. Voor 3,95 waren we de koning te rijk.

Stoffie de stofzuigerrobot heeft ondertussen, terwijl we hier aan het mijmeren zijn, de kamer beneden helemaal gezogen. Hij heeft nu het systeem te pakken en sinds twee weken zijn we volkomen stofvrij, omdat hij elk vrij stuk meepakt. Wat een luxe. Ook voor Hongarije zal het een uitkomst zijn. De kamers daar zijn groot en er staat weinig in vergeleken met de huiskamer hier. Een prettige bijkomstigheid is dat door het zuigen iedere dag, de vloer glanst als een spiegelend wateroppervlak. Eerst vond ik het maar overdreven, maar nu moet ik beamen dat het een uitkomst is. Gemak dient nog altijd de stofhappers en de chaoten

Overpeinzingen

Zachtjes, op paardevoetjes

Dromen van een ijsbeer, je zal er maar mee behept zijn. De ijsbeer kwam van het ene bassin over de rand naar het andere bassin vol mensen en op de een of andere manier zwom hij met zijn grote poten achter mij aan. Ik kon nog net op tijd de kant bereiken en de benen over de rand zwiepen. Het dromenboek staat vol verklaringen en daarmee kon ik alle kanten op. Spiritueel, de brenger van geluk en fortuin of als een waarschuwing van naderend onheil. Alles was mogelijk.

Later zagen lief en ik hem wegzwemmen onder een poortje door naar een ander bassin. Een witte wollige ijsbeer met zachte ogen en ongetwijfeld verscheurende tanden. Hoe helder wil je het beeld hebben. Ik kan er van alles bij bedenken. Van het winnen van de loterij tot de kleinste geluksmomenten in het leven. Maar natuurlijk wacht ik rustig af. Iets in de trant van: Wat de toekomst brengen moge, ofwel: Geen zorgen voor de dag van morgen.

Gisteren mocht ik weer de Oma zijn. Kindlief keek al halsreikend uit naar mij en huppelde aan de arm mee naar Truus. Van de filosoof kreeg ik zijn surprise in de handen geduwd. Hij ging naar de opvang en was bang dat het kunstwerk in de verdrukking zou komen.

Tante Pollewop en ik brachten eerst de sjaal weg van vriendinlief, waardoor we de halve stad door moesten. In de warme auto viel ze bijna in slaap. De thee liet ik voor wat het was, want hoe werkt het allemaal. Lief was thuis gebleven om de stamboom uit te pluizen. Wij bogen ons over de knutselpapieren, een heel pakket, dat ik had meegenomen voor de goegemeente en het viel me op hoe snel ze op school haar eigen fantasie had ingeruild voor iets anders.

Ineens wist ze niet meer wat ze moest tekenen, vond vouwen leuk(eerst een kruis, oma) en begon tussen de lijntjes te kleuren. Kleine schoolregels sijpelden door alles heen en met spijt zocht ik het onbevangen kind dat haar fantasie ongebreideld te berde gaf. Het komt weer terug, weet ik uit ervaring, als ze maar de ruimte geven. We zongen tijdens de bezigheden Sinterklaasliedjes, want die was ‘s morgens op school geweest en zat nog vers in het geheugen. Of ik alle liedjes kende. Wel heel veel, gaf ik toe en meer dan dat. We hadden nauwelijks tijd om te puzzelen, want er viel veel te kleuren op de Ipad. Ze was in de blauwe periode. Als een echte Yves Klein koos ze voor ultramarijn. Later kwam er Roze bij als Rothko. Kunstenaartje in de dop.

De filosoof kwam met zijn vader mee en maakte ook nog een geometrisch ontwerp, dat uitmuntte in precisie. Voor dochterlief was er een mooie bos bloemen gekomen van haar werk en een pakje. Beide mocht ik ophalen bij een vriendelijke buurman. Dat is nog eens thuiskomen.

Ondanks de waarschuwingen voor een vroege zware spits viel het verkeer mijn kant op reuze mee. Heerlijk avondje zou er de oorzaak van zijn. Ons avondje was inderdaad heerlijk rustig met een favoriete Zweedse crimi. Geen Sinterklaas gezien. Soms mag het voorbij gaan. Zachtjes, op paardevoetjes.

Overpeinzingen

Hoe vredig is dat

Net de laatste bladzijden van het boek ‘De Camino’ van Anya Niewierra gelezen en het boek met een gevoel van spijt dichtgeklapt. In sommige verhalen kun je wonen, zeker als de spanning zo wordt opgevoerd als in dit boek. Iedereen zou het boek moeten lezen, omdat je inzicht krijgt in oorzaak en gevolg op een manier die pijnlijk helder is. Van de oorlogen in de jaren ‘90 in de balkan wist ik eigenlijk weinig af. Ook dat krijgt opheldering in het boek. Invloeden van gebeurtenissen uit het verleden die er voor zorgen dat het heden en mogelijk de toekomst vertekend zullen zijn. Iets wat we allemaal wel weten, maar als het geen issue is dan speelt het geen rol.

Met de vragen van zoonlief in september reisde ik met liefde af naar het verleden en probeerde zo duidelijk mogelijk de verbanden uit de doeken te doen. Relaties die meetellen, eerder opgedane ervaringen, de levensloop en welke gevolgen een en ander met zich meebracht. Het zijn allemaal cruciale ijkpunten in een mensenleven.

Ik moet even bijkomen van het boek. Ik waarschuw vast. Als je het oppakt ben je verkocht. In het begin dreigt het te verzanden in prietpraat, maar op een gegeven moment pakt het verhaal je bij de kladden en sleurt je mee. Wandel de Camino, ervaar de wandeltocht, het afzien, het gevaar, het zweet en de ongewassen pelgrims aan den lijve.

Ondertussen liggen er twee nieuwe boeken alweer klaar. ‘De dag dat ik mijn naam veranderde’ van Bibi Dumon Tak en de bibliografie van Theo Thijssen. Maar eerst is er vanmiddag een heerlijke middagje met kleindochter, die vanmorgen Sinterklaas heeft gezien op school. Ik ben benieuwd naar haar verhalen en denk terug aan mijn tijd met Sinterklaas in mijn groep. Altijd spannend om de twintig minuten te vullen met toch redelijk zinvol samenzijn. De kinderen trots laten zijn op hun kunnen, ieder op een eigen manier en het tot een succesverhaal te brengen.

Ik was in de gelukkige omstandigheid dat de Sint een oude bekende van mij was, die door en door wist hoe de visie van de school in elkaar stak en vanuit eenzelfde kindgerichte benadering te werk ging, evenals de Pieten trouwens. De verhalen er omheen waren altijd hilarisch. Een vergeetpepernoot heeft eens een grandioze rol gespeeld, maar ook een Sint die door een Piet per ongeluk als postpakket verzonden bij ons werd bezorgd en op het schoolplein belandde. Ieder jaar weer zochten we naar spannende, maar wel subtiele verhalen, waar we in het verleden steeds groter hadden uitgepakt, tot een zweefvliegtuig op het voetbalveldje aan toe. Op een gegeven moment snap je dat je terug moet naar de eenvoud. Dat de kracht doorgaans in de kleinste dingen zit en dat het vooral sterk is als je daar gebruik van weet te maken.

Ik ben benieuwd met welke verhalen onze tante Pollewop thuiskomt.

Voor de tentoonstelling van Januari, waarbij we als cursusgangers een aantal van onze etsen ten toon mogen spreiden moest ik titels verzinnen en ik koos voor wat citaten van Vasalis uit haar drie eerste bundeltjes. Vriendinlief heeft een nieuwe etspers en misschien lukt het ons nog om voor de grande finale van onze cursusperiode van ongeveer tien jaar, de ultieme etsen af te drukken. Wie weet. Het worden er zes. Dat is minder dan de rest. Ze zijn ook niet voor de verkoop.

Zoonlief appte over de pré-kerst die we gaan vieren. We maken allemaal een onderdeel als hapjes en dat komt op de grote tafel. Een soort lopende tapas-tafel. ‘Met kerst je handen vrij hebben’ is het idee erachter om in alle rust je eigen kerst te vieren. Hoe vredig is dat.

Overpeinzingen

In vliegende vaart naar huis

Het is een wonderlijke schrijfweek geweest, met hiaten in de regelmatigheid en dat komt onder andere door de gebeurtenissen,. Met name het vervroegd uit de veren moeten en het versneld op pad gaan. Gisteren werd ik geacht om elf uur klaar te staan, omdat mijn koetsier dan voor de deur zou staan met zijn bolide. Dat bleek de geel-gouden volvo van onze gezamenlijke vriend te zijn, een oldtimer uit 1967, en nog volkomen gaaf. Ik voelde me vereerd om daar in te kunnen zitten. De twee mannen en ik babbelden er vrolijk op los. Het was alweer een jaar geleden dat we elkaar hadden gezien.

Vandaag was het precies, op de dag af, dat we elkaar vijftig jaar geleden voor het eerst hadden ontmoet tijdens de bijeenkomst van onze groep op de opleiding voor verpleegkundigen in het Academisch in Leiden. Dat was reden te over om het dunnetjes te vieren met degenen van ons die konden. Een aantal hadden afgezegd vanwege het te vieren sinterklaasfeest met hun kinderen en kleinkinderen. Bij ons in de familie koos iedereen ervoor om dat in kleine groep te doen, zodat de cadeaus beperkt zouden blijven. Er waren al genoeg feesten en partijen deze maand. Verwend werden ze toch wel. Die gedachte creëerde ineens een heel rustige sfeer.

Voor het eerst dit jaar had ik mijn kerstboom met kluit, die weer terug naar zijn bos zou gaan, al vanaf morgen besteld. Vroeg de vredige kerstsfeer in, daar hadden lief en ik behoefte aan.

Lief liep mee naar beneden om ons uit te wuiven maar ook om de beide mannen te zien, die in de jaren zeventig regelmatig bij ons over de vloer kwamen. Ze waren verbaasd toen ze hoorden dat hij al 74 jaar was. ‘Wat ziet die man er nog goed uit’, beaamden ze vol verwondering, ‘hij lijkt wel zestig’. Dat deed me goed en ook om te horen dat een van hen vond dat wij samen bij elkaar hoorden. ‘Dat kan je zien’, onderbouwde hij zijn opmerking. Zo’n opmerking brengt warmte.

De Volvo had een wat stugge vering en vervolgde vooral grommend zijn weg. De wereld vloog langs in de kleine ronde buitenspiegels aan de zijkant. Wat een heerlijke auto. We stalden hem bij een parkeerplaats aan de vaart, waar daarna city-busjes de passagiers vervoerden naar de plek waar ze wilden zijn. Wat een luxe. Als we terug wilden hoefden we alleen maar te bellen, dan zouden ze er in drie minuten zijn om ons op te halen.

We lunchten in de cityhall op de benedenverdieping van het oude raadhuis tegenover de korenbrug. Op de heenweg hadden we dwars door de stad gereden en de mannen wezen me de plekken van vroeger. Pardoeza, het eetcafé herkende ik zelf. Het opende de luikjes naar dat verleden en dat kwam goed uit want de lunch was een grote reis door memory lane

Alle hoofdzusters en hun kuren kwamen langs, de hiërarchie in het ziekenhuis zelf, de beruchte chirurgen, de barre omstandigheden waaronder verpleegd werd met de strikte regels, waarvan niet mocht worden afgeweken. En meer dan eens lagen we in een appelflauwte, net als de bakvissen die we destijds waren. Ja, zo was het. Namen en gezichten buitelden over elkaar heen, gouden herinneringen aan onze jeugd.

We namen afscheid met de belofte de frequentie op te voeren naar een half jaar en waren prompt te laat voor het busje terug, omdat er veelvuldig omarmd moest worden. Inderdaad kwam toen na het tweede belletje het busje binnen drie minuten en dat was fijn, want zo warm als de sfeer binnen was geweest, zo bitterkoud was het buiten. De oude gouden heer stond kalm te wachten en de koetsier bracht ons in vliegende vaart naar huis.

Overpeinzingen

Hun blijde samenzijn

Zo de geïmproviseerde Soto(dwars door de koelkast) is klaar voor vanavond. Dit keer nog wel met kip, die lag te wachten in de vriezer en nu op moest. Sinds we veel minder vlees zijn gaan eten, wordt het ook steeds moeilijker om je over vlees eten heen te zetten. We zijn flex-vega. Dus bij etentjes en dat soort dingen kan het, zeker als er een kaart is met weinig vega-mogelijkheden, maar het liefst eten we zonder. Net zo lekker en ingrediënten te over om voldoende eiwitten te scoren.

Gisteren kwam het bericht door dat Burny Bos was overleden. Nee, niet weer een stukje verleden verdwenen. Jeugdsentiment ten top. Mijn gezin was nog jong. Op zondagmorgen was het feest. Papa naar de voetbal en wij een luierochtend in pyjama op het grote bed met de rol dubbeldekkers, die helemaal op mocht. En dan al dat moois zien, dat Burny Bos bedacht had voor de op te voeden jeugd. De juiste accenten op de juiste plaatsen, zonder moreel vingertje of een verstopte esthetisch verantwoordde boodschap. Bij tijd en wijle hilarisch, licht schokkend, altijd met een flinke dosis humor. Zelfs de ontroerendste.

Soms verlang ik naar de knusheid uit die dagen. Het kleine zwart/wit teveetje aan de zijkant van het bed, de kinderen in een kluwen ervoor. We kregen er geen genoeg van. Een van de mooiste series hebben we destijds gezien bij villa Achterwerk. Nonni en Manni.was gebaseerd op een verhaal van de IJslandse kinderboekenschrijver Jóhn Sweinsson. Zo gemoedelijk en kabbelend als het bij ons was, zo kabbelend was ook het wereldbeeld vergeleken bij nu. Misschien was het daarom extra vredig. Of hadden we al geleerd ons voor bepaalde berichten af te sluiten. Zijn producties als de films Minoes en Abeltje, Ibbeltje en Plluk van de Petteflet vielen voor deze A>M>G. Schmidt-adept uiteraard helemal niet te versmaden. Voeding voor mijn eigen verhalen, die later uit mijn grote goed gevulde mouw werden getoverd voor de schoolprojecten, natuurlijk niet zonder de heerlijke sparmomenten met mijn duo’s. Fantasie voedt bij uitstek inspiratie.

De laatste aflevering van Dokter Ruben met Ruben Terlou speelt zich af in een ziekenhuis in India. Hij laat zien waar het aan schort. Niet alleen financiën voor sommige mensen, maar ook de onjuiste diagnoses die de mensen van het platteland vaak krijgen, waardoor ze veel te laat naar het ziekenhuis gaan. Er ligt een meisje van zes jaar in een bedje. De vader zit er bezorgd naast. Hij legt uit dat je alleen nog maar kunt bidden. De dokter geeft zuchtend uitleg. Sommige patiënten, vooral kinderen, laten je niet los en het ergste is dat slechte nieuws aan hun ouders over te brengen. Daar wordt je als medicus wel moedeloos van.

Een andere dokter is er van overtuigd dat zijn positieve levensinstelling uitstraalt op de patiënt en al zorgt voor verbetering. Hij begint zijn dag met een ochtendritueel van het wassen van zijn beeldjes en ze te bewieroken en heeft op zijn werkkamer een boeddhistische versie van horen zien en zwijgen staan. Iets om moeilijk voor waar aan te kunnen nemen, deze instelling. Al denk ik dat een blije inslag positief kan werken.

Op de televisie klinkt nu ‘Op de grote stille heide’ in het Fries. Bij dergelijke oude Hollandse liedjes moet ik altijd aan mijn moeder en mijn oom denken, die samen graag zongen. Er bestaat nog een cassettebandje dat ze ingezongen hebben en waarop de liedjes van hun moeder, mijn oma, staan. Af en toe barsten ze in lachen uit. Ik weet zeker dat de zon schijnt en dat ze lekker buiten zitten. In ieder geval nemen ze de zon met zich mee als je het hoort. Dat doen dit soort boodschappen van over die verre grens ook. Een warme herinnering aan hun blijde samenzijn. .

Overpeinzingen

Dat belooft wat

De hele dag was verder kalm voorbij gekabbeld gisteren. Kleinzoon, die van de surprise, was even aangewipt om zijn pingpongtafel af te maken en had honderd verhalen, verwachtingen, en leefde zich helemaal in als rol van een hypermoderne Sinterklaas, een die de 3D machine kan besturen. Zoonlief had hem wel heel veel geholpen daarmee, maar een kniesoor die daar op let. Zijn Franse Opa haalde hem na een uurtje weer op.

Daarna keken Lief en ik de film ‘De Soloist’ van de regisseur Joe Wright uit 2009 op de televisie. Een aandoenlijk drama, over een journalist die door toeval ontdekt dat een dakloze man ooit begonnen was aan het conservatorium. Die laatste rol was ongelooflijk goed gespeeld door Jamie Foxx. De film is gemaakt naar aanleiding van dit waar gebeurde verhaal. Nathaniel zoals de dakloze man heet, was vroeger ooit een begaafde cellist tot hij stemmen in zijn hoofd hoorde. De journalist probeert hem terug te krijgen in het gareel, totdat hij inziet, dat elk vogeltje zingt zo hij gebekt is en dat je iemand niet kan vormen naar wat jij denkt dat goed is voor de ander. Meesterlijke rollen, waanzinnig goed gespeeld.

Een begin gemaakt met het boek De Camino. Makkelijke weglezer is het eerste oordeel na een aantal bladzijden en het wekt vooral de nieuwsgierigheid op. Ze ontpelt vanaf bladzijde een steeds een beetje mysterie, dat er in besloten ligt.

Lief is met een vriend op stap. Het is een spannende tocht want de vriend had wel de plaats maar geen tijd genoemd. In de ochtend is een ruim begrip. Het weer werkt mee en als ze elkaar mislopen zat er in ieder geval een heerlijke frisse wandeling aan vast.

De afspraak met de oogarts is gemaakt. De wachttijd viel nog mee. De afspraak met de uroloog kan pas na de lunch. Het systeem was uitgevallen, toen ik in de ochtend belde. In de middag kon ik wel weer terecht. OOk in december, in Bilthoven, Het scheelde heel wat wachtdagen met het ziekenhuis hier in de stad. We zijn benieuwd. Zoonlief belde en ik bezwoer hem: ‘Geen zorgen voor de dag van morgen’,

Burney Bos is overlleden en meteen komt er weer een stukje verleden om de hoek kijken. Sentiment ook, nostalgie. We zitten weer op het grote bed met elkaar, de kinderen en ik, op zondagmorgen. Manlief is voetballen, maar wij hebben alle tijd. Op de VPRO ademt een groot deel van het aanbod Burney Bos. Hij heeft een belangrijk stempel gedrukt op het belang van televisie kijken. Het was zo de moeite waard. Hij voedde het nonconformisme dat ik hoog in het vaandel had en zeker voor de kinderen. Loop niet mee met de massa, zorg dat je zelfstandig blijft denken, wees kritisch op wat de maatschappij of het gewone leven je voorschotelt. Puur op gevoel trouwens, zoals ik dat altijd al had gedaan.

Appje van een van mijn lieve oud-collega’s uit de verpleging. Hij haalt me zondag keurig op met zijn bolide. We hebben een lunch in Leiden met ongeveer tien man. De app begon met ‘Dag Vrouwe van Nieuwegein tot Vreeswijk’ en ondertekent met ‘Uw immer toegenegen koetsier’. Haha, mijn dag kan niet meer stuk. Dat belooft wat.