Overpeinzingen

Een broodnodige balans

Het begint te wennen. De natuur om ons heen, diverse vogelsoorten, het kleine grut, zoals vlinders, bijen en hommels, het gekoer van de Turkse Tortel, de geagiteerde roep van de kip naast onze tuin, de sokkippen en de sokhaan die scharrelen op het achterveld van de buurman, de uitbottende bomen en Lief aan de kalme arbeid op het land.

‘Zet je zintuigen open en duik niet in je hoofd’ zegt het blad dat ik van dochterlief heb geleend. Dat is hier niet moeilijk. Als je goed naar de vogelgeluiden luistert, die in vele schakeringen aanwezig zijn, blijkt de putter er te zitten, horen we de zwartkop, een groenling, een roek en een boerenzwaluw. Lief had achter een lichte vogel gespot en vastgelegd en nu denken we dat het een jonge torenvalk is, gezien het uiterlijk en het geluid. Dat onderzoeken we verder nog. De buizerd en de sperwer vliegen boven het kale stuk gemaaide grond en Lief meende er kwarteltjes te zien of jonge fazanten. Merels en mussen behoren bij elke dag en vanmorgen dacht ik even al een nachtegaal te horen.

Aan vlinders vliegt het koolwitje rond, die zich te goed doet aan de bloesems van de vele wilde morellen, de dagpauwoog en het zandoogje. De zwarte houtbij, die grote helikopter, vliegt rond de balken van het terras. In de schemeravond zoeken de reeën de beschutting op van ons stuk bos bij de Datsja. Achteraan blijft het gras lang. Zo hebben ze plek om hun legers te maken, daar kan je ook zien dat ze geweest zijn aan de paadjes die ze getrokken hebben tussen de lange halmen. We zullen een keer eens dik ingepakt op de veranda van de Datsja gaan zitten om ze te spotten.

De vijg op het terras vult haar gesnoeide takken in rap tempo met het jonge frisse groen en de rozemarijn-struiken schieten in bloei. In het tuintje begint ook van alles door te komen en hier en daar moet ik de wikke, die alles overwoekerende strijder, elimineren om de andere planten een kans te geven.

Gisteren heeft Lief de maaimachine uitgeprobeerd en ik heb het atelier schoongemaakt en ingedeeld. Er is weer zicht op het hele land. Zo dobbert de dag in bewustzijn voorbij en geeft rust aan de geest.

Een proef-etsje op tetra mislukte gisteren min of meer door het natte papier van de juiste kwaliteit dat ontbrak. Dat wordt ergens een ritje naar Kaposvar om een en ander op de kop te tikken. Misschien kunnen we het gelijk met een bezoek aan de overdekte dagmarkt verenigen om wat Csalamadé op de kop te tikken. Dat is ingemaakte groente, die hier in grote potten wordt verkocht. Wel heb ik iedere dag een tekening gemaakt in mijn tekenjournaal. Dat probeer ik alle dagen hier vol te houden.

Gisteren kwam vriendlief langs en konden we de maanden, die achter ons lagen, een beetje bijkletsen. Hij was als klusjesman nog steeds erg druk met allerlei mensen, die zwembaden aangelegd wilden hebben of huizen uitgebouwd. De avond vloog voorbij.

De omgeving schudt haar veren en het leven neemt de wending, die de dagelijkse hectiek van het volle leven in Nederland buitensluit en de verwondering omarmt. In dit seizoen is het een weldaad, omdat we omringd worden door schoonheid. De behoefte aan krantenkoppen wordt gesmoord in het gefladder van een zandoogje die zich daarna koestert in de warmte van een stapel dakpannen aan de rand van het terras en meer van dit soort kleinoden. Alles wat helpt aan een broodnodige balans.

Overpeinzingen

Zo heeft alles een voor- en een nadeel

Op tweede paasdag reden we om een uur of tien richting Linz. De telefoon, de apple-car-play en ik hadden wat opstart-problemen. Auto op een Parkplatz, zoon even bellen, alles geprobeerd en uiteindelijk kwam ik op het lumineuze idee om de telefoon te resetten. Daar zat de kink. Daarna konden we onder de welluidende klanken van Boudewijn, de keuze van Lief, genieten van de zon, de betamelijke rust op de weg en het Beierse land.

Melk lag verder weg dan gedacht, maar toch niet meer dan vijf-en-een-half uur rijden. Zodra we het stadje inreden, waren we in de straat waarin ons appartement moest liggen. In ieder geval zagen we even daarvoor een afhaal-pizzeria die open was. Dat werd in het geheugen gegrift. Altijd handig met Pasen. Het appartement kende een sluitend systeem om binnen te komen met de aangegeven code in de mail. Daar zijn we niet de handigste in, vooral omdat we nogal voortvarend en naar eigen goeddunken te werk gaan. Na een belletje de verlossing. Gewoon te lang gewacht met opendoen van de zware deur.

De kamer was op de eerste etage en bleek prima te zijn. Een mooi, echt Oostenrijks bed met nachtkastjes en bijbehorende kledingkast, met patronen die leken op de beschilderingen van de Friese meubels in dezelfde kleurstelling. Het was buiten heerlijk zonnig. We liepen op ons dooie akkertje, na het lossen, naar de pizzeria en bestelden twee stuks, want we hadden geen ontbijt gehad en onderweg ook nog niets gegeten. Het smaakte heerlijk. Mijn ogen waren natuurlijk groter dan mijn maag maar lief zijn maag was gelukkig anderhalf maal zo groot. Daar ging de hele pizza en mijn deel grandioos in. Waar laat die jongen het. Het is te allen tijde beter dan weggooien.

Ook al was de rit voorspoedig verlopen, toch was ik moe. Misschien door het ingaan van de zomertijd, dat natuurlijk altijd een te grabbel gegooid uur kostte. Bovendien slaap ik de nacht in een onbekende kamer altijd onrustiger en ben vroeg wakker. Dat zit nu eenmaal in het beestje gebakken.

Bij binnenkomst was ons aan het eind van de straat een soort slot opgevallen. De vrouw des huizes, een vriendelijke, wat bescheiden, dame vertelde ‘s morgens bij het ontbijt, dat het een abdij was. Internet leerde dat de abdij nog volop in gebruik was met rondleidingen, vernissages en misdiensten. Het zag er in ieder geval indrukwekkend genoeg uit.

De volgende ochtend na een goed ontbijt begonnen we rond tien uur aan het laatste deel van de reis. Dat bleek ook al een fluitje van een cent. Rond Wenen en rond Budapest was het even wat drukker, maar voor de rest was iedereen in Hongarije in ieder geval Pasen aan het vieren. Het laatste deel van de rit bij Pécs moesten we wat dorpen door, maar verder hadden we alleen maar goed geoutilleerde snelwegen gehad. Bij de benzinepomp schaften we wat versnaperingen aan, want de supermarkten, zelfs de grote Lidl en Tesco, waren gesloten.

Bij het zien van het lange lint dat ons dorp eigenlijk was, werden we allengs opgetogener. Hoe zouden we alles aantreffen, is een vraag die altijd in ons achterhoofd zit, ook al hebben we de wetenschap dat onze trouwe vriend daar de boel met regelmaat inspecteert. Met de auto eenmaal veilig en wel achter het hek en alle bagage binnen kon het grote uitpakken beginnen en daarna de inspectie van het hele terrein.

Minimaal een wandelingetje naar achteren naar het stuk wilde natuur, want ik meende gezien te hebben dat er was gemaaid en inderdaad. Lief dacht dat het iemand was geweest met een Palinka of meer op, gezien de wonderlijke draaisporen. Typisch Hongaars, als dat zomaar is gebeurd. Het kan ook nog vanuit de gemeente zijn geweest, die de stad netjes wilde hebben voor de Pasen. Er was nog een onverlaat bezig geweest. De buurman had de krakkemikkige muur van zijn schuurtje aan onze kant verwijderd en tegelijkertijd ook de complete begroeiing aan varens en blauwe regen weggestoken. We kijken nu tegen een lelijk golfplaten wandje. Daar vinden we wel wat op. Het muurtje was gevaarlijk, maar wel prachtig rustiek, de blauwe regen in zijn uitwassen moordend. Zo heeft alles een voor- en een nadeel.

Overpeinzingen

Je eet er je vingers bij op

Leesclub met mijn lieve mensen afgelopen donderdag was een mooie afsluiting van de veel te volle agenda van deze maand. Maar leuk dat het was, al die drukte. Het boek De moeders van Mahipar van Forugh Karimi is allang en breed bij dochter en schone zoon aangeland, die hem dolgraag wilden lezen. Moeders bibliotheek, boeken lenen zolang als het duurt. Iedereen was het er over eens dat het goed in elkaar stak.

Op de vraag of het autobiografisch zou zijn, bleek dat niemand gekeken had of ze de vluchtelingenstatus had gekend en in een asielzoekerscentrum was geweest. Dat bleek zo te zijn geweest en zelfs had ze in het AZC een zoon gekregen. Voor deze roman heeft ze toch nog research gedaan in het AZC in Amsterdam. Wat opviel was de rol van de hulpverleenster, die met haar goede hart en voortvarendheid volledig voorbij ging aan de wensen van de moeder. Regelmatig vulde ze die zelf in naar Nederlandse maatstaven en denkwijzen. In die zin zou het een goed boek zijn voor iedere hulpverlener die vanuit degene die hulp nodig heeft, zou willen denken. Nog een ander boeiend aspect was de situatie in Afghanistan die letterlijk en figuurlijk heel dichtbij kwam. Lange armen die tot in Nederland kunnen reiken. Ik moest denken aan de grijze wolven in de jaren tachtig, die tot ver over hun en onze grenzen de boel in de gaten hielden.

Natuurlijk ging het gesprek al snel weer de diepte in en werden er allerlei voorbeelden aangehaald met vergelijkbare situaties, een kijk genomen in de wereldpolitiek , meningen en gevoelens gedeeld en vooral ook de zorgen, wat niet uit kan blijven. De actie van de jongen om gewapend zijn belager te bezoeken werd vergeleken met de boosheid van het moment. Kan je zo kwaad zijn dat je menslievendheid tot in je enkels zakt, is het mogelijk om met een min of meer goedaardig karakter toch tot het uiterste te gaan. Ook daar kwamen voorbeelden van over de tafel in situaties die je nooit van jezelf gedacht zou hebben. Boeiende materie. We hadden er met gemak nog een avond aan kunnen plakken, maar om half twaalf was het toch echt welletjes. De gezellige borrel met gelijke zielen is iedere keer weer een niet te versmaden cadeau.

Vrijdag werd er druk ingepakt en her-ingepakt, maar aan het eind van de middag kwam de oudste zoon met de jongste kleinzoon en mijn schone dochter om mee te eten en nog even een klein beetje de eerste verjaardag te memoreren. Gelukkig had ik de dag ervoor al een mooie knuffelballon met kaart gestuurd, die op zaterdag bezorgd zou worden en op zondag werd uitgepakt. Dikke knuffels in het echie, goed voor drie maanden en een goede raad van zoonlief (waar is de tijd gebleven dat ik dat bij hen deed) als afscheid.

Zaterdag waren we rond tienen er eindelijk klaar voor. Inpakken. Met recht de wagen vol geladen, dropjes niet vergeten? De reis ging voorspoedig en was heerlijk kort naar onze beleving. De eerste pleisterplaats in Greussenheim was een mooi, rond een court verborgen, appartement met alles voorhanden en een niet te versmaden pizzeria, die pas om vijf uur open zou zijn, maar dan had je ook wat, bleek later.

Eerst nog even in alle rust een rondgang over de plaatselijke begraafplaats met uitzicht op de velden en bergen aan de rand van het dorp en daarna weer heuveltje op. Een alleschattigst cadeauwinkeltje met een verleidelijke etalage, maar gesloten als een oester, zo op paasmiddag. Er stond een krullerig blauw bankje, daar rustten we even uit, want daarna volgde een hoge trap naar de pizzeria. Als je ergens heerlijk Siciliaans wil eten, ga dan langs bij NIno in Greussenheim en neem dan vooral schotels die à la di madre zijn bereid. Je eet er je vingers bij op.

Overpeinzingen

Beloofd

En weer een rustplaats in Oostenrijk onder de rook van Wenen. Prachtig plekje, mooie kamer en nog maar vijf uur van de Hof af. Een pizzeria aan de overkant is een cadeautje én…Open op eerste paasdag. De beste man heeft ook vijf kinderen en dat was een oprechte band voor een gesprek over broeder-en-zusterschap onder alle mensen.

Fijne Paasavond nog even en tot morgen. Dan ben ik weer op mijn vertrouwde stekkie en type mijn vingers blauw. Beloofd!

Overpeinzingen

Onderweg

In een kleine Beiers dorp genieten we van de rust en gaan vandaag op pad richting Oostenrijk.

Fijne paasdagen.

Overpeinzingen

Zonde om dat af te raffelen

De hele dag stond in het teken van inpakken nu we tot ongeveer vijf uur in de middag de tijd hadden. Buiten was het een beetje guur met een verraderlijk windje. Eropuit trekken hoefde niet. Alles wat ik hier nauwelijks draag, gaat mee naar de Hof en als ik het daar evenmin draag, mag het weg. Hetzelfde gold voor Lief. Dat leek me een goed criterium. De koffertjes zijn voor de overnachtingen in de gasthoven. Toiletgerei, pyjama’s, boeken en puzzelboekjes en wat kleding. Het gaat allemaal goed komen. Het is een kwestie van check, check en dubbelcheck en daarna is het de kunst om het te laten rusten.

Om op tijd bij het restaurant te zijn, moesten we ons toch nog haasten. We hoefden geen parkeergeld te betalen, dat scheelde een slok op een borrel, want anders was het vijf euro per uur geweest. De gemeente rekent niet minder. Dochterlief en het hele gezin, het glunderende feestvarken incluis, zwaaiden ons olijk toe achter de hoge ramen. Bij de deur vloog dribbel mij en lief op ooghoogte om de knieën,wat een heerlijk welkom. Warme knuffels, felicitaties en het cadeau, de gevraagde schooltas. Een schot in de roos. Hij was er dolblij mee want de oude was aan het slijten. Voor de verjaardag, maar ook voor alle pech met zijn knie was dit extraatje. Normaliter leggen we botje bij botje en kopen één cadeau, dat krijgt hij nog. Van zijn ouders kreeg hij een stereo headset.

Het is een gezellig restaurant en voor de donderdag was het behoorlijk druk bezet. Het personeel was vriendelijk ondanks dat ze zich het vuur uit de sloffen liepen. Wij wilden wachten tot de zonen er waren, die iets later zouden zijn. Ik zat tussen de beide kleinzonen en werd vermaakt door de lieve middelste spring-in-het-veld. Hij kwam met een heel verhaal over het ontstaan van de aarde, met Satan als de slang, die Adam en Eve verleidde met een appeltje. Het strookte zo met het originele verhaal dat ik me afvroeg of hij op de zondagsschool zat, haha. Dat was natuurlijk helemaal niet aan de orde. Nee, hij had het van TikTok. Met zijn ijzeren geheugen kon hij het in geuren en kleuren navertellen en stikte ik bijna van het lachen om dat olijke hoofd. Een goed half uur later schoof Zoonlief naar binnen en de jongste zoon was nog een kwartiertje later, maar we hadden zijn eten al besteld.

Toen het eten kwam gebeurde er iets bijzonders. Ik met mijn smaakarme papillen smulde van de Millefeuille, die bijzonder goed in elkaar zat met een flinterdun korstje van bladerdeeg, spinazie, paddestoel, Taleggio, en kruidenolie. ‘Een nieuw recept, het staat net op de kaart’, vertelde de jongen die ons bediende. De kok mocht weten dat ik het bijzonder smaakvol vond. Het was vooral de combinatie van een bescheiden portie, de basissmaken en de structuur van het geheel die er voor zorgden dat het bord schoon leeg kwam. Iets wat me al in een eeuwigheid niet was overkomen. Lief had een vegetarische saté, dochterlief koos de kabeljauw, en de rest ging voor de gigantische burger.

Toen de andere dochterlief ook nog aanschoof na de maaltijd was het feest, op de oudste zoon na, bijna compleet. Dat moeten we vaker doen, bedachten we, zo’n doordeweekse spontane bijeenkomst.

Jammer dat ik in vliegende vaart naar de volgende afspraak moest. De boekenclub. Dat is voor een volgende blog, want de avond was eveneens betekenisvol. Zonde om dat af te raffelen.

Overpeinzingen

Een nieuw hoofdstuk

De monteur voor de ketel zou in de middag komen. Het zou verspilde tijd zijn om allebei te gaan zitten wachten. Bovendien is het mijn hobby niet om vreemde werkmannen te ontvangen die door mijn huis banjeren. Ze zijn zonder bedoelingen, ik weet het, maar zo heb ik het altijd gevoeld. Een soort inbraak op je privacy. Vaak charterde ik de kinderen als ze oud en wijs genoeg waren voor de ontvangst en nam zelf een vlucht naar wat er maar voorhanden was. Een wonderlijke eigenschap, een erfenisje? Dus spraken we af dat Lief de honneurs zou waarnemen en ik naar de tuin zou gaan om alsnog het middenbed te vrijwaren van haar brandnetels. Engel bij de vijver zou dan in ieder geval een hele poos vrij over haar landgoed kunnen turen.

Twee mensen stonden, een tikje hulpeloos, bij het hek. Ze waren naar binnen geslopen toen het hek open was maar iemand, in hun ogen een onverlaat, had het hek op slot gedaan, omdat er minder dan vijf auto’s op de parkeerplaats stonden. Dat was een geldende regel. De man greep voor de grap met gespeelde wanhoop de spijlen van het hek vast alsof hij in het kachot zat. Hij keek er smekend bij. Ik draaide het slot open en duwde de deur naar achteren. Hij deed het met de andere kant van het hek. Zo konden zij eruit en ik erin. Iedereen blij. Daarna draaide ik toch de deur maar weer op slot, de gulden regel indachtig.

Een paartje hoentjes en drie woerden in de sloot. Nergens een vrouwtjeseend te bekennen. Misschien was ze er vandoor met haar pulletjes of had ze genoeg van de overmacht. In de tuin heerste in ieder geval een oase van rust. Heerlijk. Het weer was precies goed. Niet te warm en niet te koud. Ik maakte alleen de deur van het schuurtje open om handschoenen en schepel te pakken. Het krukje erbij en aan de slag. Gestaag trok ik hele wortelranken vol jonge brandnetel tussen de maagdenpalm, de anemonen, de irissen en de lissen weg. Een kruiwagen vol. Ziezo, die konden weer vrij ademhalen. En onder het gras kwam de kleine vijver weer in het zicht. Roodborst kwam eens even kijken en merel en koolmees scheerden laag over de tuin van boom naar boom.

Halverwege kwam de achterbuuf een praatje maken en ze vertelde dat ze bezig waren met een testament. Iets voor mensen met bezit, denk ik altijd. Ik vertelde haar over mijn wensen op schrift, die bij zoonlief waren beland naar aanleiding van zijn vragen vorig jaar. Daar stond een heleboel in. De aanleiding voor het maken ervan had een wrange reden. Een van hun vrienden was pardoes dood van zijn fiets gevallen. Van het ene op het andere moment. We gingen er even bij zitten en bespiegelden zo het ouder worden en dergelijke onvolkomenheden die dat met zich mee kon brengen. Helaas had ik ervaring met een plotselinge dood, het schrijnende verdriet voor de nabestaanden, die in een luttele seconde alleen achterbleven. Een lijdensweg wens je niemand toe, maar om samen het naderende afscheid te beleven kon als troost dienen, als daar niet teveel lijden aan te pas komt. In ieder geval was het mogelijk om de wensen en verlangens voor de dood in te willigen. Over de dood raak je niet uitgepraat, maar we moesten verder met de tuin. De late middagkou klom al omhoog dus er moest weer bewogen worden.

Het was nu niet veel werk meer van datgene wat ik van plan was te doen. Ik schoot nog snel een foto van de oplevende schoenlapper en haar vrienden, die vurig in bloei stonden. De andere planten waren gelukkig ook goed aangeslagen. Voor de rest van de grassen had ik geen tijd meer. De reuzenhosta kwam er wel doorheen gepiept en ook de pelargonium zou er wel bovenuit klimmen. Daar vertrouwde ik maar op. Op de terugweg dacht ik na over de eindigheid, de wereld en de reis. Hoe een geest alles kan mixen en dat onder het rijden door.

Thuis was de ketel weer gemaakt. De pomp moest vervangen worden. Lief was tevreden en ik ook, door het harde werken aan achterstallig onderhoud. Nu de zuurkool nog voor de einddatum opmaken, evenals de vega kaasschnitzels. En ineens schoot me te binnen dat je met de Hongaars ingelegde groente, de Csalamádé Cipös, natuurlijk ook een overheerlijke stampie zou kunnen maken. Dat wordt het volgende experiment. De Hongaars-Hollandse keuken, een nieuw hoofdstuk.

Overpeinzingen

Dat wordt nog harder duimen

Twee ooievaars scheren hoog boven in de lucht en daarna over het dak heen. Die zien we niet vaak hier in de wijk. Ze staan wel tegenwoordig regelmatig op de lantaarnpalen van de A2. Ik herken ze nu op grote afstand. Daar had het zicht voorheen nog wel moeite mee.

De ketel is onverhoopt toch kaduuk. Vanmiddag stuurt de woningbouwvereniging een monteur. Dankzij een elektrisch dekentje op mijn schoot onder de plaid bleef ik gisterenavond nog wel warm. Dikke das erbij en klaar. Voor geen kleintje vervaard, dat is duidelijk.

De bestellingen aan cadeaus voor de twee kleinzonen, de piepjonge en de oudste, zijn binnen. Officieel zouden we vandaag gaan lunchen met zoonlief in de buurt van Nijmegen, maar die afspraak is verzet naar vrijdag. Dat betekende dat ik gisteren al een begin heb gemaakt met pakken. Passen en keuren is het devies. Veel moet nog door een tweede schifting. Je loopt er doorgaans geen modeshows met al het werk in de tuin, dus de garderobe mag bescheiden blijven. Tegelijk is er ook ruimte om alles wat blijft liggen in de kast opnieuw te bekijken. Er gaat straks dan ook een aardig stapeltje mee naar de kringloop.

Vanmorgen kreeg ik, en dat is voor het eerst sinds lang, enorm zin om een tekendagboek in het leven te roepen en zo de reis te vatten in schetsen en tekeningen. Daarvoor schafte ik twee kakelverse reisdagboeken aan. Een mooie aanzet en tevens een start voor eventuele verfuitspattingen. Het aquarellenkoffertje gaat in ieder geval mee. Je weet maar nooit hoe een blik een beeld vangt.

Gisteren heb ik al vroeg in de ochtend het hoofd in de henna gezet. Normaal mix ik drie kleuren door elkaar en heeft bruin de overhand, maar mijn weerbarstige aard had ineens weer zin in een wat rodere coupe. De Auburn mocht overheersen. Het gevaar is dan wel dat het wat roder wordt waar het grijs is. Volgens mijn Lief is het een succes. Het voelt wel goed en het glanst prachtig. Bovenop is het inderdaad wat roder.

Eigenlijk moet ik nog een laatste keer naar de tuin om de brandnetels daar uit het bed in het midden te trekken. Wie weet kan ik dat vanmiddag nog even doen. Het hoeft niet lang te duren en is niet meer dan dat. Aan de rest kan ik niets meer verhapstukken, maar wel kan ik dan ook goed zien hoe de schoenlapper erbij staat en of de zonnehoed en persicaria zich groot hebben gehouden.

Het abonnement van de Groene is omgezet naar Verweggistan. Het adres stond nog in het bestand. Het is fijn want dan valt er veel te lezen. Het zal niet verbazen dat hun ‘kroniek van kunst en cultuur’ en die van ‘Dichters en Denkers’ me na aan het hart ligt. Naast de dikke ‘Ostaijen’ en de wat minder dikke ‘Helden’ is het een prima aanvulling om op de hoogte te blijven van alles wat er in kunstminnend Nederland leeft en zich roert.

Bericht van de blogvriendin met de staaroperatie. Het belooft goed te gaan, alleen bleef bij haar het zicht na de ingreep langer wazig, waardoor ze een aantal dagen verstoken was van leesvoer. Haar arts maande haar aan geduld te betrachten, maar dat is lastig als je een doener van het eerste soort bent. Ik kan het weten met mijn eigen geleide chaos. Als er een grote belemmering optreedt, is het lastig om die, ook al is het tijdelijk, te accepteren. Volgende week is het andere oog aan de beurt. Dat wordt nog harder duimen.

Overpeinzingen

En daar is hij bij gebaat

Drie Turkse tortels spelen diefje-met-verlos en vliegen van de ene nok van de daken aan de overkant naar de andere. Omdat het er drie zijn, vermoed ik dat er toch ook een bepaalde wedijver aan de gang is. Wie wint de gunst van de dame in dit gezelschap.

Gisteren zag ik op de televisie Filemon Wesselink en Lammert Kamphuis die een theorie hadden over de keuze van je sportheld. In het licht van een beroemde spreuk uit de oudheid van Euripides, een Griekse tragedie-dichter: ‘Zeg me wie uw vrienden zijn, dan vertel ik wie U bent’. De beide mannen vertaalden ‘vriend’ naar ‘sportheld’. Daar zou ik niet ver mee komen. De enige sporthelden die ik ken, zijn mijn beide zonen, die ik van jongsaf heb zien opgroeien in hun voetballend leven en altijd gevolgd heb, weder en ontij dienende, langs groene en minder groene grasmatten en kunstvelden. Het liefst alleen langs de lijn met het oog op het spel en op de jongens uiteraard.

Een onverkwikkelijk iets gisteren. De verwarming deed het niet. Al gooiden we de thermostaat op 21, dan nog werd het ding niet warm. Zoonlief ging bijvullen. Nul op rekest. Vanmorgen was er druk heen en weergeloop van zoonlief en lief. Er was wel warm water en toch een onklare verwarming. Rara, hoe kan dat. Als het zo blijft moet de woningbouw er aan te pas komen. Duimen dat ie alsnog de geest krijgt. Het is per slot van rekening bijna Pasen.

Met smart wacht ik op een teken van een lieve blogvriendin, die vorige week woensdag ook een staaroperatie heeft ondergaan. Ben zo benieuwd hoe zij het heeft ervaren. Ze zag er toch nog steeds tegenop, ondanks mijn lyrisch optimisme over dezelfde ingreep.

Gisteren was het een hectische dag met alle boodschappen die op de lijst stonden. De maaier was zo gekocht, de verf en de papierzeef ook. Toen we de accu’s van de grasmaaier van de tuin naar dochterlief gingen brengen, hadden we de mazzel, dat de thuiswerkers net even een kleine pauze aan het inlassen waren en voor op het bankje in de zon wilden gaan zitten. Zo hadden we nog een half uurtje van bezinnen en zoet samenzijn, voordat we zaterdag weer een tijd op pad gaan. Ze herkenden vooral naast het gemis van de familie ook het loskomen van alles, de vrijheid die dat opleverde en de ongedwongenheid die ze zelf ook ervaren hadden op hun Europa-reis van vorig jaar. Ze konden ons daardoor tevens plaatsen in de omgeving, omdat ze zelf tien dagen op bezoek waren geweest en ze begrepen beiden de liefde voor het huis en het stuk land. Na een paar stevige omhelzingen namen we afscheid. Vandaag komen de kastjes binnen die het internet zouden moeten verbeteren in onze hof, dus dan kunnen we maar aan-videobellen, beloofden we elkaar.

De oudste kleinzoon kreeg gisteren opnieuw een flinke domper te verduren. Hij was met voetballen door zijn knie gegaan en waar hij bang voor was, bleek bewaarheid. Een ruptuur van de voorste kruisband, net als bij de linkerknie vorig jaar. Ze gaan een tweede operatie plannen en dat is op zijn leeftijd echt uitzonderlijk. Hij is teleurgesteld maar ook een doorzetter die zich er niet snel onder laat krijgen. Dubbele pech of het een het gevolg van het ander, allebei is mogelijk.

Soms zou je willen dat je dit soort dingen zou kunnen overnemen. ‘Geef maar aan mij, een ongemakje meer of minder maakt niet uit’. Een bagatel, want een ongemakje is het zeker niet. Voor een jong iemand volop in ontwikkeling staat het danig in de weg, zo’n obstakel. Het kost hem sowieso opnieuw een jaar. Nu maar duimen dat er snel genoeg plaats is voor de operatie, des te eerder kan je beginnen met revalideren en hoop kweken. Dat brengt eventueel licht in de duisternis. En daar is hij bij gebaat.

Overpeinzingen

En wat nu niet komt, komt morgen

De laatste loodjes voor deze week. Zoonlief heeft drie kastjes besteld, die het internet signaal voor zwakke plekken geleiden, zodat je overal dezelfde sterkte hebt. Dat was één van de waslijst van deze week. Dan moet de handmaaier nog worden aangeschaft, halen we vacuum, dus langer houdbaar, belegen kaas, zoeken de laatste verf die ik nog mis in het atelier in Verweggistan, brengen de accu’s van de grasmaaier op de tuin naar dochterlief, halen het laatste medicijn op bij de apotheek en kopen een cadeau voor de kleine Cucu, die officieel zondag jarig is, maar dat op de 28e pas echt viert. Er worden nog twee verjaardagen dunnetjes gevierd, een met een brunch en een met een etentje, er is nog een bijeenkomst van de leesclub, waarbij we de ‘De moeders van Mahipar’ van Forugh Karimi bespreken. Daarna volgt een inpak-dag en dan de reis.

Gisteren hebben we ook de verjaardag van de inmiddels groter wordende tante Pollewop gevierd met toeters en bellen. De hele familie kwam langs en dat was een buitenkansje, want zo kon ik ze nog allemaal knuffelen en even bijkletsen. De vriendinnen van dochterlief waren er ook, met al hun kleine en grote grut. Lief was verbaasd over het organisatievermogen van dochter en schoonzoon, die steeds weer opnieuw de wisselingen geruisloos lieten verlopen. Koffie/thee met taart, soep met brood en liflafjes, drankjes met knabbelaars, en voor de tweede lichting opnieuw soep met brood etcetera.

Hier zijn we echter niet anders gewend. Verjaardagen van de kinderen nu of vroeger waren uitgebreid en druk, met veel mensen, monden die gevoed moesten worden, geroezemoes, gelach, kruipende, lachende, ondernemende, huilende kleintjes, spelende grotere vriendjes, nichten, neven, die meestal zo snel als mogelijk zich aan een wakend oog onttrokken en ouders die zich het vuur uit de sloffen liepen. Er is een kentering in het gemak waarmee alles zich voltrekt.

Achteraf kregen we de credits van deze ouders van nu, die zich afvroegen hoe we het toch allemaal gedaan hadden met vier kleine kinderen en een nakomer en die hun bewondering niet onder stoelen of banken staken…Maar lieve schatten, daar groei je vanzelf in. Op een gegeven moment weet je niet beter. Tijdens dit soort feesten is het huis altijd te klein, te warm, te druk maar eveneens is het kneiter gezellig. En het wordt allemaal groot.

De jarige job, ondertussen versiert met de gouden slingers van een cadeautje, glom aan alle kanten en was tot in de kleinste vezels helemaal jarig. Een geslaagde dag dus. De telefoon lag nog in de auto, foto’s kwamen gelukkig van zoonlief die er nog een paar schoot op het laatst. Over de tafel was een groot bruin vel geplakt waar naar hartelust op getekend mocht worden, stiften in de aanslag. Daar werd grif gebruik van gemaakt. Iedereen zoet. De voorkamer werd automatisch kinderdomein.

Om half zes vóór de tweede lichting soep reden we op huis aan. ‘Even ontprikkelen‘ zoals schoondochter het zo mooi noemde. Maar vreemd genoeg rollen de decibellen bij zo’n feest langs me af, terwijl het lawaai in een winkelcentrum me altijd bespringt. Dat heeft te maken met de schoolperiode, denk ik. Toen ik na jaren weer eens in de groep bezig was, had ik de eerste week ook ontzettend veel last van het lawaai, maar al doende veranderde dat in functioneel geluid en paste het in de bezigheden.

Zo krijgt alles een plek. Lief komt met het tweede kopje koffie. We gaan er vroeg uit om al het lijstje in een gestaag maar rustig tempo af te werken. En wat nu niet komt, komt morgen.

Overpeinzingen

Eerst zien en dan geloven

Ik lees een woord dat ik niet ken. Efemeer. Ik kom het tegen in de Groene in een recensie over de film ‘Evil Does Not Exist’ van de regisseur Ryusuke Hamaguchi. Het meisje van een jaar of tien wat door het verhaal dartelt, wordt als ‘haast efemeer’ betiteld in de betekenis van ‘kortstondig, vluchtig aanwezig’.

Door de recensie van Gawie Keyser raken Lief en ik in een bespiegeling over agressie. Is alles te herleiden tot agressie of is doden om te overleven een positieve vorm ervan. Het is meer dan dat, vind lief. Ik filter er op door. Het doel erachter is niet om de agressie ten toon te spreiden, de andere of het andere moedwillig kwaad te doen of leed toe te brengen, macht te botvieren of anderszins, negatieve agressie dus. In de natuur dood men uitsluitend en alleen voor de broodnodige consumptie ten bate van het overleven. Plant of dier. In die zin is het dan een vorm van positieve agressie. Maar het liefst met een andere benaming. Omdat het woord ‘agressie’ automatisch de haren in mijn nek recht overeind zet en al weerwerk oproept.

Leven brengt leven voort en dat doet het tegelijkertijd ook door leven te nemen is de bespiegeling van Lief. Waar de recensent het houthakken op het laatst een daad van agressie noemt, vindt hij dat niet op z’n plaats als je naar de hele context kijkt en je er de symboliek van deze vermeende idylle uitvist. Ergo, wat betreft de titel van de film: De vlag dekt de lading.

We bekijken de trailer en vervolgens nemen we het besluit om de film alsnog te gaan bekijken, want wat we te zien krijgen zijn beelden van een adembenemende natuur en een man die zijn kleine dochter daarmee leert om te gaan.

Gisteren hadden we een afspraak in het restaurant waar we van de week ook al hadden gezeten. We praatten elkaar bij over het leven. Luchtige onderwerpen passeerden de revue, maar ook leven en dood werden niet geschuwd. Om ons heen vallen gaten en met het ouder worden komen de kleine en grote ongemakken. De borrelplank werd besteld, we hoorden over een IPBeetje, een Indiaas Pale Beer, er werd gepeuzeld, de wijn kwam op tafel en voor iemand whisky en bier. Zoals altijd als de wijn in de man is, verhief de stem zich, was het gelach harder, vloeide het sentiment uit alle poriën naar buiten. De matige drinkers onder ons, de meesten, hoorden en zagen het aan. Er was geen greintje kwaad bij, maar soms gaf het toch een ongemakkelijk gevoel. Ach ja, ieder vogeltje zingt zo hij gebekt is in meer of mindere mate en soms in de overtreffende trap.

We gaan vandaag op kofferjacht. Lief zijn handbagage-koffer heeft het bij de laatste trip begeven en het koffertje wat hij daarna meekreeg van zijn broer bleek verteerde wieltjes te hebben. Zoonlief komt met een goedkope maar degelijke versie online, maar Lief heeft het liever in handen om te zien of ze bevalt ja of nee. In het kader van de duurzaamheid dan eerst langs de kringloop en anders naar het centrum waar we twee adresjes weten met prijzen die veel hoger liggen, dat dan weer wel. Bij de online versie stond namelijk ‘niet waterbestendig’. Nou denk ik dat het niet uitmaakt want we lopen van de auto naar het hotel, maar in het kader van het ‘Wat/Als’-principe lijkt een eigenhandige ogenschouw hem beter. Eerst zien en dan geloven.

Overpeinzingen

Noeste arbeid loont

Vanmorgen om vijf uur was ik nog even klaarwakker, zij het nog doodmoe van de hele dag tuinruimen van gisteren. Er kwam een berichtje door via Watts-app. Niet vreemd met vrienden in Amerika en trouwe bloggers. Maar het was een bericht in de familie-app. Schoonzoon en de filosoof met foto achter een schaaltje kwark met cruesli, schatte ik in. ‘Fijne Ramadan’ stond er onder twee blije slaperige koppies. Op mijn vraag of ze de vasten aan het vieren waren, schreef de schoonzoon terug dat de filosoof, de juf en nog wat kinderen uit zijn groep een dag meeliepen door dan te vasten om te ervaren wat dat inhield. Mooi zeg.

Ik denk terug aan de louteringen van vroeger. De veertig dagen vasten voor de Pasen. Eerst het askruisje halen in de kerk, soms zelfs uitgereikt door de bisschop zelf, wat een bijzondere aangelegenheid werd. Het snoeptrommeltje stond al klaar. Daar zouden alle lekkernijen ingaan en pas op zondag kwam daar wat lekkers uit. Geen vlees werd er gegeten en elke overdaad aan voedsel werd vermeden. Op vrijdag was er wel vis. De ochtenden werden geopend door de ochtendmis in de kerk en daarna naar school. Het was altijd bijzonder en werd afgesloten met de Goede week, dat ingezet werd met palmzondag, de dag dat de katholieken de intocht van Jezus in Jerusalem vierden. Op die dag maakten we Palmpasen-stokken. Een kruis van vurenhout, met de broodhaan (die drie keer kraaide na de ontkenning van Petrus)bovenop en slingers met lekkers eraan. We zongen: ‘Palm palm Pasen/hei koerei/ over enen zondag/ krijgen wij een ei/een ei is geen ei/twee ei is een hallef ei/drie ei is een paasei’, als we met de stokken op weg waren naar bedlegerige mensen of bejaarden. Bij de uitwisseling was daar altijd veel liefde en blijdschap. Lief en leed delen was de simpele boodschap, maar met zoveel betekenis en die bleef hangen.

Er zaten, naast alle negatieve boodschappen die ons nu ter ore komen, ook een aantal echte mooie bij tijdens die nostalgische vieringen. Aanstaande zondag is het Palmzondag en er is geen Palmpasen-stok meer bestand tegen al het leed in deze wereld.

In de tuin ging het verhelpen van de dorre winter voort. De brave schoenlapper kreeg twee pronkerige zussen erbij, die zich tegen haar aanschurkten opdat er voldoende communicatie zou zijn en ze niet meer het gevoel had er alleen voor te staan. Daarachter kwamen drie vrolijke zonnehoeden, twee roze en een wit. Dat laatste was een foutje in de keuze. Dan nog de beoogde twee donkerroze Persicaria, tussen de al uitdijende lichtroze soort. Ziezo dat was op orde. Lief zorgde voor het zware spitwerk tussen de boomwortels van de haag van de buurman.

Ik had het gras nog een kopje kleiner gemaakt, dan kon het er weer even tegen en roodborst maakte er dankbaar gebruik van door wormen te trekken. Ook de koolmezen hadden de lente in hun bol, net als twee bijna donkerbruine kleine vogels die tak-op-tak-af wipten, Guido Gezelle-waardig.

Lief pakte daarna de scheefgevallen stenen pot aan en stutte de ondergrond met twee stoeptegels, zodat ze weer recht zou staan. Ondertussen schoonde ik het bed op dat tegenover het atelier lag. Die brandnetels. Pfff. De kampioen woekeraar in dit geval.

We hadden vooraf al besloten een afzakkertje te halen bij Fort de Gagel aan het einde van de Gageldijk. Daar was een restaurant in gekomen. Een vernuftig staaltje van omdenken. Het oude fort met nieuwe moderne constructie omgetoverd tot een riante plek, compleet met lounge-lees-gedeelte met een wandgrote boekenkast. Hoge krukken bij hoge ramen, waar we nog niet door heen konden kijken, maar die wel de schoonheidsprijs verdienden. Ik viel bijna van de hoge kruk van vermoeidheid maar hier was het goed toeven. Noeste arbeid loont.

Overpeinzingen

Wij zorgen voor de juiste bedding

Als de natuur zich van haar zonnige kant laat zien, is het niet meer te vermijden. We gaan naar de tuin. Het is er vast eindelijk droger. Bij aankomst op de parkeerplaats zagen we het al. Het peil in de omliggende sloten was aanzienlijk gezakt. Twee eenden zwommen zich haastig uit vizier en een meerkoet bleef doodbedaard op iets wat misschien wel een beginnend nest was, zitten. Het vrouwtje was in geen velden of wegen te bekennen, maar op de terugweg zagen we haar plotseling. Diep weggedoken tussen het riet stak alleen haar bekende zwart/witte koppie naar buiten. Aha, een fake-nest en de enige echte. Slimme vogels.

Nog altijd waren er diepe moddervoren getrokken in het pad naar onze tuin toe. Hier en daar een brede armzwaai, een goede wens, een praatje over de sloot heen. Overal fris groen blad en bloesemdragende fruitbomen. Maar ook die kenmerkende rust van het platteland. Het getjilp van de koolmezen, het gekras van de twee kraaien bij de paddenpoel en hier en daar een verdwaalde bij of vlinder.

De tuin leek uit een groot grastapijt te bestaan. De accu’s voor de grasmaaier hadden we als eerste opgehaald bij schoonzoonlief, die ze nog even in de oplader had gestopt. We konden aan de slag. Lief keek geringschattend naar de bomen. ‘Zal ik ze gaan snoeien’. Ik dacht aan de berg takken die daarna veel werk zou geven en vond het beter eerst de basis aan te pakken. Het terras en het gras opdat de contouren van de bedden weer zichtbaar zouden zijn.

Er bloeiden kleine narcissen en de dovenetel had haar kans schoon gezien en was uitbundig aan het groeien gegaan in het bed vlak voor het terras. Prachtig paars tegen de kleine gele narcisjes. Zonde om ze weg te halen, bovendien deden er hommels zich tegoed aan deze vroegbloeier.

Tussen de blauwe regen van de buurman slingerde een weerbarstige uitloper van de doornloze braam zich tussen de clematis en kamperfoelie. Die kon terug gevlochten door de blauwe regen heen. Op het achterpad tussen de achterbuuf en mij lagen nog takken van de vorig jaar gesnoeide krulwilg, die mochten door de takkenril gevlochten. Ze lieten zich met gemak leiden ondanks hun grilligheid.

Eenmaal met de maaier over het gras op de hoogste stand werden de contouren van wat ooit bloemperken waren, zichtbaar. Nu is het nog een vormloos geheel. Ziezo, tuin schudde haar sprieten. Dat is beter. Nu de tuin van dochterlief, dat aanmerkelijk meer obstakels kent in de vorm van oude takken, houten vakken en gaas. Maar de kleine dappere slaat zich er goed door heen. Twee accu’s schoon op, na beide tuinen.

Lief ging gestaag door met het terras en ik haalde nu het meeste gras en de brandnetels weg uit het linkerbed. De schoenlapper vocht zich een bestaansmogelijkheid, maar werd belemmert door brandnetel, gras en bosaardbei. We gaan vandaag wat vriendinnen voor haar halen, dan staat ze niet meer zo alleen. Ook de lichtroze Persicaria krijgt wat paarse vriendinnen. Dat vult de bedden goed en houdt de bodem vrij.

Tot mijn grote vreugde zie ik dat de tot twee keer toe verplaatste Acer nu eindelijk is aangeslagen en in prachtig rood fijn blad staat. De boom van vriendinlief koester ik en dat dit vreugde brengt, spreekt vanzelf. Ze is altijd in mijn gedachten, maar nu ook weer ‘in beeld’ aanwezig.

Vanaf vrijdag gaat het opnieuw regenen, dus moeten we de kans waarnemen zolang het nog droog is. Wie weet wat we nog meer tegen komen. Ergens moeten daar ook de Hosta’s hun best doen, diep weggedoken in moeder aarde. De Scillae heb ik nog niet gezien en ook de vroegbloeiende Irissen in het middenperk niet. Akelei houdt zich voorlopig eveneens nog koest. Straks jubelt alles de grond uit. Wij zorgen voor de juiste bedding.

Overpeinzingen

Om te koesteren, die ervaring.

In het kader van het Maastricht weekend besloot ik zelf de vegetarische variant van het zoerfleisj te gaan maken. Met kastanjechampignon, en oesterzwam als basis, aangevuld met azijn, ontbijtkoek, laurier en kruidnagel. Het rook heerlijk. Lekker laten pruttelen, proeven, nog wat azijn erbij, pruttelen. En terwijl ik alvast de kruiden opruimde, viel mijn oog op het etiket van de azijn. Als een plumpudding storte mijn goede humeur even onder niveau. Het bleek schoonmaakazijn te zijn. Hoe kwam die naast mijn olie terecht. Ik las nog even na of het echt niet te eten zou zijn, maar ik wist natuurlijk allang dat ik het weg moest gooien. Met minder frisse bewoordingen spoelde ik mijn noeste arbeid door het afvalputje. Het zoerfleisj komt in de herkansing, maar niet op dat moment. Tijd voor een blikje bonen.

De zaterdagavond van ons Maastrichtse avontuur werd gevuld met een workshop tetra-etsen. De dochters kregen de smaak te pakken en er kwamen kleine juweeltjes van hun hand. Ik had maar twee goede pennetjes. Goed gereedschap is cruciaal voor dit werk en een stanleymesje had ook niet overbodig geweest. Om negen uur waren we uit-geëxperimenteerd en ook wel behoorlijk moe. Met een afzakkertje en nog een beetje napraten was het vervolgens goed toeven in bed en sliep ik dwars door de matrasbulten heen.

De volgende morgen was er om acht uur reveil. Om tien uur zouden we ons moeten melden bij de cursus glas in lood. Na een lekker ontbijtje en het ochtendritueel ging alles weer de koffer in. De auto stond praktisch voor de deur. Nog een keer alles goed nalopen. Dag lief huis, je hebt goed voor ons gezorgd. De deur dicht, de sleutel in het kluisje en op weg naar de Q-garage dichtbij het atelier van de Lood-man. Weer een stuk Maastricht waar we gisteren nauwelijks geweest waren. Er hing een zondagse rust over het Vrijthof. Op de markt werden er opnieuw druk kramen opgebouwd, riepen en lachten de verkopers van het brocante naar elkaar en schalden de stemmen hoog op tegen de gevels van de omringende huizen.

De kleine steeg was rap gevonden. Aan het eind was een soort pakhuis en daarnaast waren de appartementen, waarvan wij bij de bovenste moesten zijn. Slik. Drie lange trappen keken uitdagend op me neer. Zie me maar eens te bestijgen. Ik wuifde de dametjes naar boven en op mijn eigen ‘Zen’-tempo klom ik omhoog, voetje voor voetje, treetje voor treetje. Boven was er een hartelijke ontvangst van de joviale glaskunstenaar met Limburgse vlaai en thee. Mazzel.

Er stonden twee werkbanken klaar met op zes plekken voor ieder een bak met gereedschap. Het was enorm leuk om te doen. Er kwam veel bij kijken. Oefenen met glas snijden, glas breken, glas slijpen. Daarna ontwerp uitzoeken, mal overtrekken en uitknippen, nummeren en aan de slag met het uitzoeken van de kleuren en het maken van de compositie. Het lood was buigzaam en vergde nog wel wat techniek. Niet helemaal tot in de finesse beheersbaar, maar vooral fijn om met beide dochters te ploeteren. Tussendoor de schalkse opmerkingen van de begeleider en na een uur of drie kaasbroodjes met een glas Cava.

Het uiteindelijke resultaat mocht er zijn. Op het eind bij het solderen van het lood was ik na een kant zo moe en een tikkie benauwd, dat dochterlief in de bres sprong en het afmaakte, terwijl ik bij de open deur frisse lucht aan het hengelen was. Fotootjes op het dakterras met het eindresultaat, een vriendelijke handdruk en we waren alweer een ervaring rijker. Op de terugweg naar Truus vonden we geen vlaaienbakker. Helaas, pindakaas. Dag Maastreich, mooie stad, het was ons een waar genoegen.

Langs de snelweg vonden we een vlaggende aandachtstrekker van vlaaien bij de boerenwinkel. Even van de snelweg af, de op een na laatste vlaai scoren voor de oudste dochter, een kort ogenblik lente proeven in die landelijke omgeving vlak naast de snelweg en vervolgens opnieuw op pad. Warm afscheid van beide meiden en met de boodschappen naar huis, waar ik trots het resultaat van een ochtendje zwoegen kon laten bewonderen. Om te koesteren, die ervaring..

Overpeinzingen

Als dit geen topweekend is

De slapeloze nacht werd gesmoord in een heerlijk ontbijt met een vers ei, zuurdesembrood en notenbrood en na de koffie en gemberthee konden we er weer tegen. Ziezo, iedereen nam een korte douche en om tien uur waren we klaar om Maastricht te gaan vereren met een bezoek. Op het prioriteitenlijstje stond het museum Bonnefanten bovenaan. Dat lag aan de andere kant van de Maas. De markante toren kon je vanaf waar we de auto hadden geparkeerd nog niet zien, maar omdat we pas om elf uur naar binnen mochten, gingen we op zoek naar een koffietentje en daardoor ontdekten we de achterkant van het immense gebouw, de toren met z’n groene warme café-restaurant, dat om half elf de deuren had geopend. De ober was duidelijk aan het opstarten. Het duurde even eer de thee en koffie voor ons neus stonden.

Om elf uur mochten we naar binnen. De grote hal met de immense trap en een intrigerend kunstwerk in een soort koepel ervoor, intrigeerde, maar eerst moesten we de museumkaarten laten scannen. Bij het zien van de lange trap gingen de dochters resoluut op zoek naar de lift. Een allervriendelijkste suppoost wees de redder in nood lachend aan. Gelukkig. Weer hetzelfde concept als in Naturalis. Bovenaan beginnen en dan afzakken.

De eerste tentoonstelling ‘BinnensteBuiten’ was een soort Wunderkammer, zo’n rariteitenkabinet waarin je rond kon dwalen. Er waren reuze stoelen, waarop je je weer kind kon wanen, er waren geheimzinnige potten en potjes gevuld met de meest wonderlijke poeders en stofjes, beenderen en heksenkruid. Overal viel te luisteren, heel vaak ook te doen. Fijne plek voor kinderen die het experiment niet schuwen. Door een sprookjeswereld waarin we werden omgeven door paars en roze zachte tinten in fluwelige, donzen vederachtige wolligheid vonden we een trap naar beneden en liepen recht de voorstelling van Isaac Julien in, die met zijn indringende videoverhalen op grote schermen ons meesleurde in de wereld van het cultureel activisme. Wat beelden teweeg kunnen brengen, hoe het de gemoederen beroert, hoe indringend het binnen kan komen als je tijd en ruimte door elkaar heen laat lopen. De beelden spreken van een schoonheid op zich en laten de grote verscheidenheid van de mens zien in al haar facetten.

De ogen moesten duidelijk wennen aan het vervreemdende effect van allerlei bewegende beelden om je heen. Er naast werden we beloond met het uit de doeken doen van het leven en de kunstuitingen van Shinkichi Tajiri, onder andere foto, film, installaties, sculpturen en gedichten en doeken van diverse bevriende kunstenaars om hem heen. Bijvoorbeeld Karel Appel en Schiele.

De familiefoto’s schreven ook hier geschiedenis en regen de tijd aaneen. Het was genieten en tegelijkertijd was het ook erg veel. Verzadigd trokken we de jassen weer aan en liepen de frisse buitenlucht in om een verdere plan-de-campagne te maken. Kringloop stond op de rol. We vonden twee wat tegenvallende adressen. Het ene was een loods vol oude meuk. Stiefbeen en Zoon hadden er verlekkerd rond gekeken, schat ik in en iets buiten Maastricht was het Ateljeeke waar wij in de jaren zeventig verlekkerd van waren geweest, maar waar alle tierelantijnen en snuisterijen de dochters nauwelijks boeiden.

Het volgende station werd het centrum van Maastricht waar we de juiste kringloop vonden, een kaarsje opstaken in de Sint Servaasbasiliek en op het Vrijthof de hele grote Brocante markt door liepen. Het was veel, teveel om nog op te nemen. Tijd voor een late brunch of een vroeg diner. In een onooglijk klein restaurant vonden we een tafeltje vrij, de meiden namen Zoerfleisj, de een vegetarisch, de ander met vlees en ik besloot te gaan voor een uiensoep met een schoteltje knoflookbrood.

Ziezo, we konden er weer even tegen. Zowel de geest als het vege lijf verzadigd. Als dit geen topweekend is.

Overpeinzingen

Morgen zal alles beter gaan

De reis verliep, op een paar kleine files na, voorspoedig. De straat waar we moesten zijn had nauwelijks parkeerplek en aan het begin van de straat waren we een kleine plek voorbij gereden. Nog maar eens een rondje. Het inparkeren was nog een dingetje, maar met behulp van dochterlief: ‘Kom maar, kom maar, nog een klein stukje en ho’ lukte het wonderwel. Parkeermeter instellen op de app. Later op de avond beter gekeken. Het gold alleen van 8.00 uur tot 18.00 uur. Beter. Bovendien waren het vooroorlogse prijzen per uur bij wijze van spreken.

De twee schatjes sjouwden de bagage en de boodschappen naar binnen en dochterlief maakte haar heerlijke noedelsoepje warm en het bord op met bouillon, vers gesneden groenten en er was koriander in overvloed. Wat een zalig maal. Het mocht ook wel want inmiddels was het al acht uur in de avond.

Het huis is van een aangename leeftijd, met zwart geverfde houten vloeren, hoge ramen, ouderwetse deuren met een bovenlichtje erin, een lange gang waar al die deuren op uitkwamen en een granieten vloer. De keuken idem dito vloer. Een smaakvolle inrichting al miste ik te allen tijde het groenaccent. Maar ach. Een airB&B leent zich daar niet echt voor, al zijn yucca’s altijd bereid hun uiterste best te doen. Het is een echt stads huis met een plaats achter waar zo te zien wat stinzen en de helleborus orientalis de vrije hand krijgen, waar ze dankbaar gebruik van maken. Tegen de witgekalkte muren staan een aantal bessenstruiken, een ‘room with a view’, want ik slaap achter en de meiden voor.

We kregen na de maaltijd een discussie over het verslavende internetgebruik van vandaag de dag. Toch wil ik het altijd nuanceren, al onderschat ik de ernst niet. Het is geschiedenis eigen om elke vernieuwing met argusogen te bekijken en dat is goed. Dat moet ook. Of we uitgaan van de juiste invalshoek, valt nog te bezien. Het is niet makkelijk maar zouden we allemaal niet meer gefocused moeten zijn op het weerbaar maken van kinderen ten aanzien van kudde-gedrag. Omdat ‘ze’ allemaal fortnight spelen, is het zielig als ze dat niet mogen? Of is er een weg te vinden waarop kinderen leren intrinsiek gemotiveerd andere keuzes te maken? We raken er niet uit omdat ik niet goed duidelijk kan maken wat ik bedoel. Door de jaren heen hebben we met elke vernieuwing met hetzelfde bijltje gehakt en natuurlijk zijn er iedere keer weer verslavingsslachtoffers. In gradatie qua ernst neemt het toe. Per slot van rekening zijn we nu de hele dag(en nacht) met het oog van de wereld verbonden, komt het nieuws harder binnen, wordt er met filmpjes ingespeeld door verslavende elementen te gebruiken. Ik hoor voor het eerst van shortfilms die een vlucht nemen onder de kinderen.

Dat hoor ik en geloof ik zeker. Maar kunnen we ze niet op de een of andere manier weerbaarder maken, niet alleen ten opzichte van internet, maar ook ten opzichte van slaafs keuzes maken, vaak uit angst, verlies van vertrouwen of om er tegen te zijn of er juist bij te horen.

Terwijl de dametjes zich opmaken om te gaan slapen, moet ik er verder op door mijmeren. Als ik na het laatste wijntje de kribbe opzoek, houdt de wat bonkige matras me uit de slaap. Ach ja, een eerste nacht. Zo ken ik dat verschijnsel weer. Morgen zal alles beter gaan.

Overpeinzingen

Rond vijven zakken we af

In de krant van gisteren stonden in het katern ‘Taal’ twee foto’s met een opschrift. Een ervan was een oude naaidoos die de schrijfster van haar moeder had geërfd. Aan de binnenkant van die doos stond in sierlijke gouden letters: ‘Mocht de buitenwereld U lokken/Blijf dan thuis en stop de sokken’. Natuurlijk dacht ik aan mijn moeders naaidoos. Zo’n heerlijk vertrouwd exemplaar uit de jaren vijftig met kaartjes Brat, stopnaalden, vingerhoedjes en naaldvoerders, het speldenkussen, maar ook met de houten paddestoel waarmee we de sokken van de zeven broers konden stoppen. ‘Een houten stopel’, schreef degene die de foto had ingestuurd. Dat woord kende ik niet. Ze had de foto ingestuurd in het kader van de duurzaamheid. Maar er zijn meer betekenissen aan de spreuk toe te voegen. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat de buitenwereld nu helemaal niet lokt en dat men liever binnenzit met moeders naaidoos voor zich, veilig en vertrouwd.

Deze doos is keurig geordend, die van mijn moeder was toch altijd enigszins geleide chaos. Je kon er alles in vinden, maar je moest wel even grabbelen.

Naast de foto van de naaidoos stond een foto van een minibieb, waarin een vriendelijke boodschap:’Vlucht in een boek, wanneer je geen vlucht kunt boeken’. Daar komt dezelfde welhaast schalkse omarming van de duurzaamheid eveneens om de hoek kijken. En ook hier geldt: Vluchten in je boeken kan altijd. Daar vind je die andere werelden, waarin je weg kan dromen of waarin je je kan verplaatsen in de hoofdpersonen en opnieuw de mooiste, spannendste, ontroerendste avonturen kan beleven in je luie leesfauteuil. De woordspeling is heerlijk. Het moraal van de eerste en het advies van de tweede foto zijn poëtische verdichtsels op zich. Dergelijke taal smaakt naar meer.

Lief had de koffer al gepakt. Daar hoefde voor twee nachten niet veel in. Een nieuwe set van broek en t-shirt voor als hij nat zou regenen en dan alleen de toiletspullen en de communicatiemiddelen. Natuurlijk gaat de dikke Theo Thijssen mee. Genoeg leesvoer om de stille uren door te komen. Zo tegen het middaguur nemen we afscheid en dan ga ik op mijn gemakkie bekijken wat ik mee kan nemen. Ook niet veel vermoed ik. Al zullen we morgen het centrum opzoeken.

Vintage en tweedehandswinkels genoeg, eventueel het museum met een tentoonstelling van Shinkichi Tajiri: The Restless Wanderer. Zijn kleinkinderen hebben ter ere van de honderdste geboortedag van hun opa deze tentoonstelling samengesteld. Diens immigratie, de interneringskampen aan de westkust van Amerika enkel en alleen omdat hij een Japanner was, het ontsnappen aan concentratiekampen door in dienst te gaan en zwaar gewond te raken in Rome, zijn vertrek uit Amerika, zijn jaren in Parijs met de kunstenaars Zadkine en Léger, de ontmoeting tussen hem en zijn Nederlandse vrouw en uiteindelijk het stichten van een gezin in Limburg, al die belevenissen liggen ten grondslag aan zijn werk, uitingen van migratie en ballingschap.

Dit is het regenscenario, maar meestal is wat je uitstippelt ook goed om links te laten liggen en je te laten leiden door de vlucht van het moment. We gaan het zien en beleven. In ieder geval is er de belangrijkste aandacht voor de dochters en het samen ondernemen. Rond vijven zakken we af.

Overpeinzingen

Nu al zin in

Vanmorgen naar het ziekenhuis voor de laatste controle bij de oogarts. Denkbeeldig stempeltje erop en goedgekeurd, schat ik zo in. Gisteren was het een mak-aan-dag. De dag ervoor was er al genoeg reuring geweest. Ik dwaalde door mijn kledingkast en kwam wat broeken tegen, die ik ooit paste met maatje pink. Nog even passen voor de zekerheid. De ritsen konden met grote moeite dicht maar dan voelde ik me wel een worstenbroodje. Resoluut in de zak laten verdwijnen. Sinds ik verslingerd ben aan mijn wijde broeken had ik mezelf beloofd nooit meer voor de goede orde dergelijke broeken te dragen. Die leeftijd van zelfleed ben ik te boven.

De zon schijnt uitbundig. Het is misschien vandaag wel een uitgelezen dag om op de tuin te zijn. Wat heerlijk dat deze dagen steeds vaker terugkeren. Voor aankomend weekend is er wat regen voorspeld. Dan kunnen we ons in het museum vermaken in Maastricht. Het is lang geleden dat ik die stad bezocht heb. Vroeger kwamen we er elk jaar een keer, omdat we vakantie hielden met vrienden in Hombourg net over de grens in België. Op het toilet hangt nog altijd een foto van de grote groep vrienden waar we die vrijheid mee vierden. Het is een foto vol weemoed. Vijf van hen zijn al overleden, stuk voor stuk te jong en te vroeg. Iedere keer als ik er naar kijk, trekt er spijt door mijn denken.

Een van de leuke plekken was de grote zaterdagse brocante-markt. Daar neusden we tussen de kramen op zoek naar mooie spulletjes. Ragout-aardewerk, witte broderie, tweedehandskleding en oude boeken. Blij als een kind als we een vondst hadden gedaan, die we zeker niet hadden willen missen. De buit namen we mee naar het vakantiehuis om uitgebreid bewonderd te laten worden door de vrienden. Op die manier wordt ‘markten’ extra feestelijk.

Zoonlief appt op de valreep vlak voor we het ziekenhuis inlopen. Op het bovenste dek met uitzicht op de stad en het park vertelt hij dat hij bij zijn broer op bezoek gaat in Amersfoort en of we soms mee willen. Ik vraag even bedenktijd en overleg met Lief. We wilden eigenlijk, op deze droge lentedag, naar de tuin, maar beide zonen zien en hun kinderen, dat was natuurlijk toch ook een buitenkansje. ‘We doen het’ appte ik terug.

Er waren meer mensen met oogproblemen, de wachtkamer zat afgeladen vol. De helft bleek echter gezelschapsmaatje. Redelijk snel aan de beurt dus. De optimetrist keurde beide ogen, gooide er nog een druppeltje in om de druk te meten en bleef schuiven met apparaten. Een voor de leesfactor, een voor het ver-affie en een voor de druk. De operatie was met vlag en wimpel geslaagd en het zicht was maar liefst 120 %, een arendsblik.

Opgetogen trokken we naar zoonlief en genoten van Cucu met zijn gelukzalige glimlach. Met zijn zoevende auto waren we binnen de kortste keren op weg naar de andere tweelingzoon, die in de tuin aan het bivakkeren was. Nog niet helemaal lenteklaar, maar wel heerlijk ongedwongen. De kleine lag op een kleed en kroop alweer achteruit, de middelste kwam lekker op schoot zitten bij mij en liet zich het zachte warme dankbaar aanleunen. Cucu had alle aandacht voor zijn nicht.

Zoonlief had wat zakken met overtollige kleding bij zich, waarbij alles grif aftrek vond. Lief hield er nog een paar spijkerjassen aan over. Toevallig las ik bij vriendinlief ook dat ze aan het ruimen is in haar huis. Dat is wat lente vraagt, zoals vroeger iedereen met de grote schoonmaak in de weer ging.

Wat een heerlijk uurtje samenzijn. Ook een onverwachte parel. We werden netjes bij de auto afgezet en ieder ging een eigen weg. Wij nog voor een klein boodschapje en zoonlief ging zijn dochter van school halen. Straks of morgen inpakken voor het weekend en de atelierbroek niet vergeten want op zondagmorgen gaan we een workshop doen. Nu al zin in.

Overpeinzingen

Het gaat om de ander

Gisteren was het de dag van de openbaringen. Voortdurend viel ik van mijn stoel van verbazing. Amsterdam, dat bolwerk dat in mijn ogen doorgaans alleen maar goed te bereiken was met het openbaar vervoer had zich voor mijn ogen ontsloten als autostad waar parkeergarages net buiten het centrum eenvoudig te vinden en goed te bereiken waren. De garage was ruim en er was meer dan voldoende plek. Carré was op een afstand van twaalf minuten lopen. In mijn rustige tempo aan de arm van de twee dochters liepen we door de glinsterende straten van de avond in een nog steeds bruisende stad. Overal lichtjes, haastige en minder haastige mensen, terrassen met bezoekers onder luifels in dikke jassen, de prachtige oude gebouwen, de heerlijke herenhuizen, het was er allemaal.

Carré vlagde fier haar bereikbaarheid en in een stroom van theatergangers liepen we mee, af en toe natuurlijk wel eerst even een foto hier en daar. De meiden moesten er om lachen. Voor de blog, alles voor de blog, haha. We konden bij de garderobe de jassen kwijt en in de lounge namen de dochters nog een kop gemberthee. We hadden nog krap een half uur, dus een en ander moest wat haastig naar binnen.

Rij negen, de weg werd gewezen door twee mooie jonge vrouwen in een klassiek kostuum met keurig gepoetste schoenen, nostalgie evenals de suppoost in zijn vurig rode jas met de gouden tressen op de stoep voor carré. De zaal is nagenoeg uitverkocht, een zee van mensen in het rode pluche, en dat geeft aan waarom ik al zo lang niet in een theater ben geweest. Die massa, al die mensen op een kluitje. Ergens zingt in mijn achterhoofd Het Goede Doel: ‘Waar is hier de nooduitgang’, maar al gauw geef ik me over aan de beleving. Twee wonderschone schatten naast me en een puike plek. Mijn liefje wat wil je nog meer.

Claudia begint en al was de volkskrant wat weifelend, want de kop boven een recensie van Gidi Heesakkers luidt: ‘Claudia de Breij is terug en goed, zij het niet op haar overrompelende best’. Mij heeft ze vanaf minuut één opgepakt en meegenomen met haar rake opmerkingen, voorbeelden, haar stevige maatschappijkritiek. Wie goed luistert ziet dat ze, buiten haar eigen strubbelingen om, via een doktersbezoek het teveel aan cortisol naar omlaag moet brengen: Wandelen, yoga beoefenen, tuinieren. Kenmerkende acties zijn er ook. Overspannen zijn en toch naar Disney willen, omdat ze zo vreselijk veel van Sneeuwwitje houdt en ze de film vaker dan wie ook gezien heeft, dat soort dingen. Daar past ook het decor bij, dat grote glitterkasteel met subtiele grapjes erin verwerkt, dat haar de ruimte geeft om volop gebruik te maken van het hele podium. Ze komt bij de grootste manipulators van de wereld uit, die een flinke tik meekrijgen. Alles begint met het ‘bij de groep willen horen’ maar toch ‘anders’ zijn. De taal niet spreken, zowel de lichaamstaal als het begrip bij het woordgebruik. Dat dat hilarische misverstanden oplevert, herkennen we allemaal, toch? Of ik in ieder geval.

Kortom, wie zin heeft om een avond in de watten gelegd te worden met humor en toch midden in het heden wil blijven en iedereen, die meent dat het onbegrip een enorme vlucht genomen heeft en dat alles van polarisatie aan elkaar hangt, ga naar het theater. Beloofd is beloofd, er is genoeg stof om lang op te kunnen blijven teren. Ga naar deze vrouw, die in kapitalen uit de doeken doet, dat empathie voor de ander in staat is om veel vooroordelen voorgoed de wereld uit te helpen. Wel eerst even afdalen van je troon. Jij bent niet de gekwetste, het gaat niet om jou, het gaat om de ander.

Overpeinzingen

De juiste waarde te kleuren

Truus gaf aan dat haar bandenspanning te laag was. Door de knieën bij het pompstation zijn activiteiten die zo langzamerhand niet meer tot de ‘Dat-doe-ik-eventjes’ behoren, dus reden we naar de garage. Gemak dient de mens. ‘Als we even zouden wachten was het varkentje zo gewassen’, vertelde de vriendelijke man achter de balie.

Even later reden we met de zoevende Truus naar het centrum. Lief wilde nieuwe T-shirts en nieuwe brillen. Beiden zouden we daar vinden. Zeven stuks nam hij mee uit de winkel waar ‘voordelige mode in topkwaliteit’ te kust en te keur hing. Mooi en duurzaam katoen en voor een lage prijs in gevarieerde tinten. Daarna zochten we de brillenwinkel. Het was vreemd er naar binnen te stappen voor wat ik niet meer nodig had. Lief werd meegenomen voor een meting en daarna zochten we twee passende monturen. Een mooie Mark Jacobs en een Hugo, twee voor de prijs van één. De blauwe voor de computer en de donkere voor alledag. Wat een luxe dat ik er niet meer van afhankelijk ben.

In de ochtend was de longarts telefonisch met goed nieuws gekomen. De staat van de COPD is niet verergerd sinds 2018 en op mijn vragen over inspanning zoals trappen lopen, wandelen, benauwd worden na een maaltijd schreef hij atrovent voor, waarvan hij dacht dat ik dat allang als extra puf erbij had. Het is een snel werkende luchtverwijder, die je tot vier x daags kan nemen als je inspanningen gaat verrichten. Meer lucht en daardoor meer beweging. Allemaal goed voor de conditie. Ziezo, dat waren productieve uitjes op deze miezerige dag.

De documentaire ‘De toekomst is grijs’ die uit vijf delen bestaat, vraagt zich af of ouderen een last of een verrijking zijn. Dat lees ik als ik door NPO-Plus dwaal. Ze claimen dat er buiten de familie nauwelijks contact is tussen jong en oud, dat men elkaar niet kent, niet begrijpt en elkaar ook niet helpt. Dat zet me aan het denken. Ik ben zo’n oudere.

Veel jongeren hebben in de familie wel degelijk met ouderen te maken. Ze respecteren ze, vragen om raad en vice versa. Met het blijven vernieuwen van jezelf heb je eveneens de hulp nodig van de jongeren in deze wereld. Als dat gaat in een wederzijds vertrouwen en respect dan komen dergelijke vragen toch niet bij hen op? Ik denk niet dat wij vroeger zo naar onze ouders en grootouders hebben gekeken. Of ben ik teveel afgedwaald van de werkende wereld. Komt het doordat ik de vrijheid heb, lichamelijk en geestelijk, om te gaan en staan waar ik wil. Mijn vriendinnen en vrienden uit alle leeftijdscategorieën zijn me dierbaar en dat is wederzijds, weet ik.

We worden ouder. Als je gezegend bent met een goed werkend stel hersenen, dan kan de jongere generatie er een voordeel meedoen. Ik besluit de hele aflevering terug te kijken. Dat was maar goed ook. Daardoor ontmoet ik Conny en haar jonge vriend Twan Vet, de stadsdichter van Amersfoort, die in het gedicht ‘Raaklijn’ zo prachtig de vinger op de pols legt. Precies zo, stel ik me voor, zouden mensen elkaar moeten inspireren. Daar gaat het om. Voor elkaar een bron van inspiratie zijn, zoals er ook nooit een kloof is geweest tussen mijn kinderen van de groep en mij. Souplesse is de sleutel die nodig is om de ontmoeting in de juiste waarde te kleuren.

Raaklijn 

Geschreven voor en voorgelezen in het Omroep MAX-programma ‘De Toekomst is Grijs’

Rond mijn slapen trekt het grijs zich elke dag nog in de wortels terug,
er ligt een langer, voller, rijker leven opgerold in de wervels van mijn rug,
diep in mijn botten zit het versleten kraken al, maar houdt zich stil.

Ergens in mijn lijf zingen de verhalen rond die nog lang niet kunnen naverteld,
omdat ze nog moeten gebeuren – plekken waar ik later pas mag zijn,
mensen die ik nog niet tegen ben gekomen, herinneringen die ik nog niet heb.

In haar benen staat nog af en toe een meisje op dat geen weet heeft
van de jaren die elke dag iets dieper in de groeven van haar huid staan afgedrukt,
de gespaarde momenten van geluk, iemand met de tijd nog in haar binnenzak.

Ergens in haar lijf zit nog de onrust die ze ooit bezat, die jeugdige geldingsdrang,
de haast die met het ouder worden ergens rustig liggen gaat –
er woont een meisje in haar ogen dat af en toe nog kijkt.

En op die raaklijn van de tijd, daar overlappen wij elkaar:
een oude dame die het meisje nooit is kwijtgeraakt,
het jochie waarin haast geruisloos nog de ouderdom al slaapt.