Overpeinzingen

Met hernieuwde energie

Zon te zien. Met regen dat dan weer wel, maar wie weet, levert het de eerste pot met goud op van dit nieuwe jaar aan het eind van de regenboog. Ganzen en aalscholvers in de lucht.

We komen een beetje bij van de drukte gisteren. Dochterlief was ook aan het kwakkelen net als haar man en ze komen niet. Geen punt. Als Mohammed niet naar de berg komt, dan komt de berg wel naar Mohammed. Ergo: een bakje Harira met brood gaat hun kant op. Er vallen meer mensen om in dit kwakkelende weer. Het scheelt vijf eters. Maar ook al was het nog zo’n grote volle pan soep, toch gaat alles schoon op.

Het wordt een gezellige keuvelende middag, waarbij de oude fotoboeken van Lief en mij van vroeger een aanleiding zijn tot vermaak. De drie kleintjes gebruiken de zuil om er omheen te rennen of om de autootjes zo hard mogelijk in rechte baan te laten rijden. Schelle stemmetjes. De filosoof en tante Pollewop vechten om een plekje op de voetenbank, apenliefde eerste klas. Er is ook weinig vertier. Zoonlief en gezin komen als zijn broer met iedereen vertrokken is. Diens kleine heeft krentenbaard. Ze heeft er geen last van maar het blijft besmettelijk. Lucht-kusjes en knuffels dan maar. Je moet de kat niet op het spek binden. Het is fijn om ze bijna allemaal te zien. Dochterlief en co houden het te goed. Wat in het vat zit verzuurt niet per slot van rekening.

Gisteren las ik in een blog een ABCtje met alle meer of mindere hoogtepunten uit het vorige jaar. Een prettige resumé van het leven. Hoogtepunten en iets minder of daaromtrent. Wel mooi om zo’n staatje te maken. Wat was de zingeving. Fijn om over te peinzen. Allereerst de knoop doorgehakt om ook alleen te gaan reizen. Lief wilde dat eerst niet, die legt me voortdurend in de watten. Maar ik dacht dat we dan beiden, onafhankelijk van elkaar, hij van zijn huis en ik van de kinderen, konden blijven genieten. Het land in de Hof vraagt om veel onderhoud en dat kan nu gewoon doorgaan. Het was weer een mijlpaal. Ik kan het gewoon. Het kost zelfs geen centje pijn. Onverhoopt prettig is de vreugde om het weerzien. Die is des te groter. De korte minivakanties zijn ook gelukt. Texel, Budapest, Vezprem, Ootmarsum, Hoek van Holland. Fijne dagen, heerlijk verblijf, schoonheid en lekker uit eten. Even helemaal weg.

De komst van schoonzus en zwager, de Hof logeerklaar gemaakt met de nieuwe slaapbank in de bibliotheek, de prachtige groen/blauwe hagedis en zeven dagen lief en leed gedeeld. Goed te doen, al vonden ze het wel ver rijden.

Een eigen onderneming, in mijn uppie naar Terschelling omdat dochterlief met de schone zoon daar met de filosoof en tante Pollewop, met de caravan stonden, Dat ging allemaal eveneens van een leien dakje. En later het bezoek van hen in Hongarije. Sterren kijken, broodjes bakken in het kampvuur, het hertenkamp en de vega barbeque, vier dagen leken wel een week. Ik raak steeds vertrouwder met inchecken zonder receptionist. Haal sleutels op, stal auto’s, op gezonde hoop van zegen, om ze na het weekend weer op te halen en kan mijn hart ophalen op de gehuurde fiets in warm en goed gezelschap. Genieten voor ons allemaal.

Weekendje Maastricht met de dochters was ook een gouden greep. Dit keer een cursus glas in lood, het mooie museum Bonnefanten en een ruim appartement. Veel bijgepraat en hen tetra-etsen geleerd. Zo fijn om kennis met elkaar te delen.

Het tekendagboek is vol en de tweede hard op weg. Ik vergeet vast nog meer moois en heb een goede reminder gevonden in de tekeningetjes. Een nieuw jaar, nieuwe ronde, nieuwe kansen. We gaan er, nu de zon zich laat zien, met hernieuwde energie tegenaan.

Overpeinzingen

Tranen van geluk en ontroering

Oudejaarsavond werd een sentimentele romantische filmavond. Beetje zwijmelen, beetje laveren tussen al het vuurwerk door dat al zo vroeg op de avond begon. We blijven natuurlijk binnen, want de kruitdampen zijn funest voor aangedane longetjes. Middernacht sloop derhalve naderbij. Oliebol en kleine appelflapjes van de dichtstbijzijnde super en onze eigen drankjes, geen bubbels. Lekker in een dekentje op de bank, Lief aan de andere kant. Kabbelend. Rond twaalven barste het buiten los. Zoonlief en schone dochter kwamen het bewonderen, evenals Lief, maar ik bleef in mijn dekentje, neuriede mee met wat gouden ouwen en was volmaakt tevreden. Toen het geknikkebol begon zocht ik alvast het bed op en hoopte voor iedereen dat de avond goed verlopen was.

Breinvoer is nog steeds bij de hand en ik laat het lot de vraag bepalen. ‘Liever een hoger IQ of EQ.’ Ik ga voor de eigenschappen van de emotionele intelligentie, die in Wiki genoemd staan. Mooie vaardigheden. In een wereld waarin er nog maar weinig rekening wordt gehouden met de ander, kunnen we wel wat meer EQ gebruiken. Dat is een mooi begin en toch een voornemen. Want laten we met elkaar het EQ aanspreken dat in onszelf besloten ligt. Als dat geen zonnetje is.

  1. Zelfkennis. Mensen met een hoog EQ hebben het vermogen om de eigen denkwijze, mogelijkheden en onmogelijkheden te kunnen inschatten en daar conclusies uit te trekken.
  2. Optimisme. Mensen met een hoog EQ denken positief over hun eigen mogelijkheden en laten zich niet snel uit het veld slaan.
  3. Kunnen afzien. Mensen met een hoog EQ kunnen het opbrengen om te werken aan iets wat ze op lange termijn willen.
  4. Empathie. Mensen met een hoog EQ kunnen zich goed verplaatsen in de gevoelens van anderen.
  5. Sociale vaardigheden. Mensen met een hoog EQ kunnen goed met zowel bekenden als vreemden omgaan.

‘Voor wie zou je samen met Abel een taart willen bakken’ vraagt het brein aan mij. Tjonge daar vraagt het nogal wat. Als ik groots denk voor de mensheid, of nee, voor de natuur of voor alle mantelzorgers. Dichter bij huis voor vriendinlief die ik al een hele tijd niet meer heb opgezocht, of broerlief en schone zus, die samen in liefde zijn aandoening dragen, voor mijn kinderen die zoveel betekenen of een taart met alle kleinkinderen maken voor hun ouders. Gaaf. Met marsepein of gezond hangt af van de ontvanger. Die wil je het naar het zin maken. Iemand blij maken met zo’n zonnestraal. Wie goed doet, goed ontmoet.

‘Waarvan moet jij huilon’, klein foutje van brein. Het zal huilen moeten zijn. Ik ben een sentimentele oude dwaas. Ik huil vooral van geluk en ontroering. Van liedjes van vroeger en dan denk ik aan’Het karretje op de zandweg reed en ‘in het groene dal in ‘t stille dal’, omdat ik daarbij altijd de stem van mijn moeder hoor en mijn vader zie, die tranen met tuiten huilt in de aula van het bejaardentehuis waar hij zat. Ik huil bij mooie woorden van de kinderen, die een wens voor me hebben bedacht en die kleine en grote uitingen van liefde komen brengen, bij optredens of het afzwemmen van de kleinkinderen en de kinderen, dochterlief zingt in een koor, ik hou het niet droog als ik haar op het podium zie. Als ik voor publiek uit moet leggen wat mijn passie is, het Jenaplanonderwijs, kwam ik er ook nooit uit. Ik leerde om het door een ander voor te laten lezen. Ik huil bij mooie boeken en kunst dat me raakt, bij mijn lieve Lief. Ik water wat af.

Drie mooie vragen om het nieuwe jaar mee te beginnen en vanmiddag alle kinderen en kleinkinderen op bezoek. Gisteren een enorme pan Harira gemaakt, genoeg voor de hele schare. En nu het Nieuwe jaar in met veel empathie en sociale vaardigheden, zelfkennis en optimisme, een grote pan Harira voor iedereen en veel tranen van geluk en ontroering.

Overpeinzingen

Veel licht

En daar is ie weer. De laatste dag van het jaar. De dag dat er voornemens gemaakt worden die misschien in de volgende week al weer niet haalbaar zijn gebleken. ‘Stel jezelf eens een goede vraag,’ zegt Irene uit de Flow. Ze heeft een hekel aan goede voornemens, omdat die zo’n zeurderig falend gevoel kunnen geven. Natuurlijk breidt ze er een cursus aan vast. Daar heb ik dan weer minder mee. Maar de opmerking snijdt hout.

De VPRO kwam laatst met een pakketje Breinvoer vol vragen om een goed gesprek op gang te brengen. Misschien zit daar wel wat tussen. Want wat is een goede vraag. En zal het antwoord erop geen verkapt voornemen zijn? Niet als het uit intentie voort komt. Een intentie is dieper geworteld dan het maken van voornemens. Na ruim een halve maand van grijs weer zie ik er geen pareltjes meer in. Ik heb de intentie om in ‘zon’ te willen denken, want anders voel ik me net zo mis(t)troostig als het weer is. Het werpt onmiddellijk een volgende vraag op. ‘Hoe doe je dat?’

Lief en ik filosoferen erover. Helpt het te denken aan het zoeken van de balans tussen wat je niet meer kan of nog wel kan of hou je je alleen bezig met wat je wel kan. ‘Tel je zegeningen‘, fluistert het verleden. Betekent dat dat het glas voor iemand persoonlijk dan altijd half vol is? Dat laatste is de intentie, want voor hetzelfde geld is het half leeg. Met welke instelling sta je in het leven en kan je die versterken. Hoe dan? Door zon te denken. Hoe dan?

Een van de vragen op de kaartjes van Breinvoer is: Eigenzinnig of vrijzinnig? Ik zou het laatste kiezen. Vrij zijn om te denken wat je wilt en iedereen die vrijheid gunnen om je eigen zingeving te bepalen. Bij eigenzinnig denk ik aan de spin Sebastiaan, die niet wil luisteren naar de goede raad van de andere spinnen om niet naar binnen te gaan omdat dat het einde zou betekenen. En inderdaad wordt ie opgeveegd. Boontje komt om zijn loontje en een gewaarschuwd mens telt voor twee. Het is wel grappig dat Sebastiaan met het hele oeuvre van Annie tot mijn zonnen behoort. Dat is één.

‘Welk boek zou je nog eens willen lezen,’ vraagt Breinvoer. Ongetwijfeld ‘Al het blauw van de hemel’, al zit die nog heel vers in het geheugen. Beter om een mooi nieuw boek te vinden, die net zo pakkend zal zijn. Maar er liggen er nog een paar. Dat stapeltje kan ik slechten. Is dat stiekem een voornemen of gewoon heerlijk. Het grijze grauw aangrijpen om weg te duiken in de avonturen, die de boeken oproepen. Dat is twéé.

De volgende vraag is; ‘hoe serieus neem jij jezelf.’ O jeetje. Een gewetensvraag. Dat is andere koek. Ik denk dat ik daar wél een balans in zoek. Bij tijd en wijle heel serieus, en soms graag zo helemaal niet. Hoe heerlijk is het om te kunnen schaterlachen om wonderlijke invallen of malle fratsen. Daarbij denk ik aan vriendinlief die om de kleinste dingetjes in een heerlijke volle lach kan uitbarsten, zelfs in een restaurant. Het is zo bevrijdend om te horen. Los van alle etiquettes gewoon voluit bulderen, sans scrupules. Dat zouden we vaker moeten doen. Dat is drié.

‘Waarover zou je wel eens een programma of een podcast willen maken?’ komt er uit mijn doosje. Even prakkiseren of onmiddellijk vertellen wat er in je op komt. Onverbloemd, het leven zo als het is, niet mooier, niet verdrietiger, niet gemaakter, maar zoals de dag zich aandient, misschien wel. Zijn we het niet allemaal waard om gehoord te worden, juist in onze kleinheid kunnen we zo groot zijn. Als ik er langer over nadenk, dan een mooi verhaal over een groep vier tot zesjarigen, eigenlijk de mijne, zoals die doorsnee was. Met de wijsheid die ze bezitten, alle leerzame momenten eruit die ons samenzijn opriep, hoe snel kinderen geraakt zijn, onbevangen, ongekleurd, zichzelf. Dat als spiegel voor ons, die vaak zo beïnvloed worden door oorzaak/gevolg, waardoor het spontane er af is. Wat een prachtige herinnering. Dat is viér.

De blog wordt veel te lang op die manier. Maar de lucht van binnen is er door geklaard. Er schijnen al zeker een stuk of wat zonnen. Zo simpel is het dus. Dankzij het gekregen Breinvoer en wat het ter overpeinzing mee geeft.

Blanco erin, onbevangen, dat wens ik jullie allemaal toe voor dit nieuwe jaar. En veel, vooral veel licht.

Overpeinzingen

Voor nu de warme herinneringen

Vanmorgen al vroeg uit de veren om even bloed te laten prikken voor de jaarlijkse controle. Altijd fijn zo’n onderhoudsbeurt, want volgende week wordt het resultaat besproken en als alles goed is, kun je er weer een jaartje tegen.

Zoonlief belt. Hij heeft een vervanger gevonden voor onze lieve Truus. Met een hogere instap en een wat grotere kofferruimte. Nu kan ik in maart van auto wisselen. Fijn zo’n lieverd in de buurt, die al die zakelijke gesprekken met groot gemak weet te voeren en vooral ook op de kleine addertjes let. Die kan ik in mijn argeloosheid vergeten of niet eens door hebben.

Van de week kreeg ik van vriendinlief de tip om de podcasts te beluisteren van het Volksmuseum Utrecht. Ze gaan over de wijk waar ik ben opgegroeid, namelijk Het Ondiep. Er zijn interviews met de authentieke bewoners te horen, die er opgroeiden in de jaren vijftig en zestig. Ze zijn ongeveer net zo oud als ik. Het is heerlijk om naar het echte Utrechtse accent te luisteren en er wordt veel aangehaald wat allang uit het straatbeeld verdwenene is. Iemand memoreert dat er destijds in iedere volksbuurt een slager, een bakker en een melkboer was. Supermarkten waren er niet. Wel was er een De Gruyter in het Ondiep richting Amsterdamse straatweg, een echte kruidenierswinkel met zo’n specifieke geur en een prachtig tegeltableau aan de wand. Je kon er koffie vers branden en er was geen zelfbediening.

Ene Cor vertelt er over de kerstbomenoorlog. Wij noemden het kerstbomenjacht, maar oorlog was een betere omschrijving voor het geweld waar mee het gepaard ging. Er waren grote groepen jongeren uit verschillende wijken, zoals bij ons de Hooipoort en de Sterrenwijk die het opnamen tegen het Ondiep. Al mijn broers deden er aan mee. Het was zaak om een zo groot mogelijke hoeveelheid bomen te verzamelen voor oud en Nieuw, want dan werd om twaalf uur de fik erin gestoken op het landje aan het begin van onze straat. Het ging er niet zachtzinnig aan toe met boksbeugels, stenen en spijkers op een plank. De bomen werden bij ons in de tuin verzameld omdat mijn vader politieagent was en er misschien nog enig ontzag zou gelden, al werd het des te spannender om ze dan te pakken te krijgen.

Die oud en nieuw avonden waren een beleving op zich. Om twaalf uur stonden alle deuren open van de straat en wenste je alle buren gelukkig nieuw jaar, ook de luitjes aan de overkant. Dan moest je wel tussen de rotjes en die vreselijk veel lawaai makende gillende keukenmeiden door laveren. Geen sinecure voor een angsthaas voor vuur. Gezellig was het wel. Buurman van Luyn had steevast een borrel teveel gedronken en gaf steevast met die grote lippen twee klapzoenen op je wangen, terwijl je al dronken werd van de lucht alleen. Bij iedereen viel wel een oliebol te halen. Die werden natuurlijk zelf gebakken en stonden in grote zinken teilen in de kelder afgedekt met een theedoek. Dat mocht ook wel met het grote gezin. Ze gingen in de week erna allemaal schoon op.

Ach ja, die goeie ouwe buurt. Met het abattoir, zijn kerk en de scholen, met de mensen waarvan je precies wist hoe er geleefd werd. Met de kinderen uit de straat waar je de helft van je opvoeding van kreeg. De wijk als veilige haven, ons kent ons. Een veiligheid die ook beklemmend kon werken. Mijn moeder had er een gouden stelregel voor gevonden. Altijd in voor een praatje maar over de heg, op de koffie ging ze niet, wars van roddels dat ze was. Bovendien was er nauwelijks tijd voor. Lief en leed, een echte volkswijk, en voor nu de warme herinneringen.

Overpeinzingen

Dat roept iets, wat je aanspreekt, op

Ach ach, dochterlief appte dat de Franse oma opgenomen was met een longontsteking en dat ze twee dagen in het ziekenhuis moest blijven met extra zuurstof en antibiotica. Duimen dat ze gauw hersteld en zij weer allemaal met Oud en Nieuw hier kunnen zijn.

Gisterenmorgen was de laatste dag van ons mistig verblijf in dat uiterste puntje van Zuid Holland, waarbij we iedereen nog een keertje zagen voor we weer afreisden. Het gesprek ging alle kanten op. Er lagen zeesterren op het strand vertelde nichtlief. Er waren er heel wat. Als het eb was, lagen ze met z’n allen te zieltogen. Broerlief en schoonzus trokken er op de fiets naar toe. Maar in deze dikke zware neveldeken én die arme ongelukkige diertjes hoefden we niet zo nodig naar zee. Ik had het verschijnsel een keer eerder gezien bij Schoorl of Egmond toen we daar in de buurt waren met de zussen. Heftig vond ik het. Ze spoelen aan door sterk aanlandige wind en gaan dan snel dood. De meeuwen hebben een koningsmaal, dat dan wel. Ja ja, ‘De een z’n dood is de ander zijn brood’ valt nu wel heel letterlijk te nemen.

Ik keek de uitzending terug van Sterren op het Doek van twee weken geleden waarbij Eus Martine van Os ontmoette en tot mijn verrassing speelde het eerste deel zich af in De Zonnestraal, een gebouw dat herinneringen opriep aan de nonnen, een lange trein in het bos met slaapcompartimenten, prépuberale ondeugendheid, de volksdansclub of de Gidsen en het mooie moderne gebouw. Hoe ik ook speur, het blijven slechts flarden in het verstofte geheugen over die tijd, zegge en schrijve rond begin of midden jaren zestig.

Ik vraag rond op Facebook en vriendin én volksdansjuf weet wel dat we er een keer in een winkelcentrum in Hilversum hebben opgetreden en dat mijn vader het busje reed. Dat is bij mij weggezakt. Grappig eigenlijk, hoe dat werkt met herinneringen. Zijn we er dan met de Mulo geweest, want in mijn beleving waren er jongens en meisjes? Nou ja, die vage beelden maar koesteren. Wat ik zeker nog voor me zie is de ingang van het mooie gebouw en toch nog altijd nonnen of waren het verpleegkundigen met kapjes op.

Martine is een enig mens en ik ben blij met haar openhartige verhaal over haar jeugd, haar strenge vader en haar volstrekt anders geaarde moeder. Ze was een beweeglijk kind, levendig stel ik me voor, dat niet stil kon zitten, dat wel geacht werd te doen en daar herhaaldelijk toe geroepen werd door haar Pa. Ze trouwde met een kunstenaar die les gaf aan de Academie waar zij studeerde. Oud worden vindt ze maar niets omdat je je ineens zo bewust bent van tijd. Wat vroeger een eeuwigheid leek, is tegenwoordig een fractie van een seconde.

De kunstenaars zijn alle drie heel verschillend en dat maakt de uiteindelijke keuze toch ook weer makkelijker want van te voren geeft ze aan minder van het realisme te houden en meer voor het abstracte te gaan. Uiteindelijk kiest ze inderdaad het meest abstracte portret, waarvan ze eerst zei dat ze daar zichzelf helemaal niet in herkende. Kennelijk riep het toch de juiste emotie op. Zo genoten. Nu nog één aflevering te gaan, maar niet vandaag.

Lief is al lang op en heeft ondertussen van alles gedaan terwijl ik nog steeds alleen maar kantoor hou op bed. Dus nú eindelijk eens in de benen, tante. Er is werk aan de winkel. Zijn het schilderkriebels? Ik krijg er wel erg veel zin in. Dat roept iets, wat je aanspreekt, op

Overpeinzingen

Als een aangenaam verpozen

In het kader van de beweging mocht Truus blijven waar ze was en stapten wij in de nevelige middag naar buiten. Het was een half uur lopen in een kalm tempo naar het nichtje van Lief. Langs het loodwezen en de schattige oude witte huizen, beschermd dorpsgezicht aan het haventje.

Het duurde even voor nichtlief naar voren kwam en Lief drukte de bel lang in omdat niet te horen was of het wel werkte. Ze had ons allang gehoord. Een ouderwets lange gang naar achter, de kamer vol licht en kerst. Een kleurrijk geheel. Aan de grote tafel zat dochterlief bedachtzaam te knippen. Het bleek een game-ontwerp voor haar studie, waar ze eerst een papieren model voor maakte. Grillige ronde stapstenen, lijnen die hokjes werden, zorgvuldig ingekleurd. Wat knus om daar met elkaar thee te drinken en te genieten van de rust. Kalm muziekje op de achtergrond.

Manlief was er ietsje later met de boodschappen. Hartelijke begroeting en opnieuw veel tijd om bij te praten. Het bijzondere van nichtlief was, dat ze nog wist dat ik haar peettante was geworden toen Lief en ik in de grijze oudheid samenwoonden. Helemaal glad vergeten, wat nog altijd een spoortje schaamte oplevert. Hoe kun je zoiets belangrijks nou vergeten. Al waren wij van huis uit het niet meer gewend, want dat gebruik was al veel eerder afgeschaft. Ik heb geen idee wie mijn peter en meter zijn.

Het was een aangenaam samenzijn waarbij we van politiek, naar dagvulling, naar tuinen oversprongen en de boeiende ontwikkelingen van de techniek in vergelijk met vroeger, onder de loep legden. Alles wat in ontwikkeling is, heeft twee kanten, filterde ik eruit. Het is zaak om de goede kanten te omarmen. Als je kijkt wat AI in de medische wetenschap weet te bereiken dan is dat bewonderenswaardig, maar helaas kennen we ook allemaal de keerzijde van de medaille. De verleidingen zijn groot en voor je het weet wordt het ten gunste van de een en ten nadele van de ander gebruikt. Waar dat toe leiden kan is af te lezen aan het wereldtoneel.

Er was Hongaarse goulashsoep en even later een heerlijke bloemkoolovenschotel met brie en crème fraiche met een heerlijke witte wijn en voor de mannen een biertje. We bekeken het archief van Lief, dat ze opgeslagen hadden in de kamer en dat langzamerhand toch wel veel ruimte innam. Nichtlief wilde heel veel wel digitaliseren en de rest kon dan al naar gelang van belangrijkheid of familiegeschiedenis weg of bewaard. Het zou aanmerkelijk schelen in de ruimte. Het fotoboek van Lief en mij uit de jaren zeventig konden we meenemen. Dat was alvast gered. Niets leukers dan oude foto’s kijken. Met name naar de omgeving waar men instaat. Daar was mijn lieve oude witte Daf 55 en mijn jonge vader en zus, onze Antilliaanse vrienden, mijn Afghaanse jas en het oude kerststalletje van de Amandelstraat. Lief met en zonder bakkebaarden en een andere bril. Geen spatje veranderd, vind ik.

Omdat we weer terug zouden lopen en de vermoeidheid erin sloop, namen we niet al te laat hartelijk afscheid. ‘Dag lieverds, tot gauw.’ In kalme tred liepen we naar de Loods en, zoals vaker de laatste tijd, hadden we de dag ervaren als een aangenaam verpozen.

Overpeinzingen

Zelfs de trap niet

Gisteren sloten we Kerst af met een documentaire over het draaksteken in het dorpje Beesel in Limburg. Wat een kracht gaat eruit van een gemeenschap door de hoge mate van betrokkenheid bij het merendeel van de inwoners. Het draaksteken wordt eens in de zeven jaar opgevoerd, een groot spektakel, waar veel bij komt kijken om het voor elkaar te krijgen en een groot aantal obstakels moest ook nu weer uit de weg geruimd worden. Zo viel de koning van zijn fiets, sloegen bij de repetitie de paarden met kar en al op hol en was het terrein waar op gespeeld moest worden met een glibberige laag modder bedekt. Er deden veel toneelspelers uit het dorp aan mee en het werd aangevuld met een horde figuranten. Hoe ze het voor elkaar kregen om het spel op de rit te zetten, was lovenswaardig. Uitmuntende docu voor de kerstgedachte. Gemeenschapszin, traditie en de strijd tussen goed en kwaad.

Daarvoor hadden we een heerlijk samenzijn bij de broer van lief en zijn lieve vrouw. Er was nog een vriendin, die naadloos paste in het geheel en schoonzus hielp bij het klaar maken van de borden. Die had heerlijk gekookt en er was een lichte maaltijd met drie gangen. Kleine hapjes, niet te zwaar, met een behoorlijke portie hulp van de supermarkt en van haarzelf. Waarom zou je het te ingewikkeld maken. Bovendien hadden we een aantal maanden bij te praten, want ze waren in mei voor het laatst bij ons op bezoek geweest in Hongarije.

Dat er kaartjes nodig zouden zijn om een gesprek op gang te houden komt niet in aanmerking voor ons. Moeiteloos schieten we door de onderwerpen heen. Een opmerkelijk verhaal kwam van broerlief, die ontdekt had op vakantie, dat ouderdom eigenlijk tussen de oren zat, min of meer aangepraat, en dat leeftijd overwinnen een kwestie van bewegen was. Hun appartement lag hoog bovenop een bergachtige heuvel, er moest twee of drie keer per dag minimaal 12 steile trappen op worden geklommen. De eerste dagen schoot het chagrijn en pijnlijke spieren erin, maar vrouwlief bracht in dat je het moest zien als een bezoek aan de sportschool en dat het een goede tegenhang zou zijn voor al het lekkere eten. Na een paar dagen ebde de spierpijn weg en kreeg hij er zelfs plezier in om die trappen te nemen. Sterker nog hij is hier op zoek gegaan naar een monumentale trap om die oefening voort te zetten. Die vond hij bij de waterkering.

Hetzelfde was er aan de hand met het auto rijden. Hij was steeds slechter gaan zien en dat leverde bij hem onzekerheid op bij het rijden. Een opticien sprak het verlossende woord, er was sprake van staar aan beide ogen. Onzekerheid brengt angst met zich mee. Het autorijden had hij derhalve allang afgeschreven. Na een operatie aan beide ogen en door het ondernemen van de reis naar Hongarije nam zijn aanvankelijke angst ervoor steeds verder af en is nu zelfs verdwenen. Een grote opluchting en het gevoel van vrijheid.

We kwamen tot de conclusie dat je, en dat is algemeen bekend maar moeilijker gezegd dan gedaan, op de grenzen die het lijf zelf aangeeft je aanpassingen kan doen en dat de leeftijd an sich als belemmering tussen je oren kan gaan zitten. ‘Je bent zo jong als je je voelt’ zei men vroeger en daarbij is angst een hele slechte raadgever.

Na een heerlijk toetje en moe maar voldaan, reed vriendin weer op Vlaardingen aan en wandelden wij in alle rust door een dichte mist die Agatha Christy niet zou kunnen weerstaan, naar de loods. Veel gehijg, gehoest en veelvuldig pas op de plaats, maar geen onoverkomelijk probleem. Zelfs de trap niet.

Overpeinzingen

Genieten van de luxe

Gisteren hadden we een goed gesprek over tijd verdelen. Met vier mensen in een huis is de behoefte aan rust soms groter dan het samenzijn. Er wordt namelijk dubbel gekookt en dubbel afgewassen en dat vergt hier en daar tijd en wapengekletter. In de zin van rammelende pannetjes hoor, want we kunnen het uitstekend met elkaar vinden, maar als je volkomen stilte gewend ben is het vanzelf wat onrustiger. Omdat Lief in zijn geografische en ruimtebeelden verdwijnt, vergeet hij eveneens de tijd. Dus weer pas op de plaats voor thee samen of een gezellig onderonsje tussendoor.

Vanmorgen moesten we op elkaar afstemmen. want schone dochter ging dezelfde lekkere pesto’s maken voor een bezoek aan haar moeder, waar ze tweede kerstdag zouden doorbrengen en wij maakten ons na een kalme ochtend klaar om naar Hoek van Holland af te reizen. Er lag nog steeds een dikke grijze deken over Nederland heen en mijn hoop dat het dankzij vaak wat meer wind het aan de kust beter zou zijn, kwam eveneens bedrogen uit. Maar mistig was het niet. Tel Uw zegeningen.

De reis was voorspoedig. Grote drukte aan de andere kant maar wij konden in alle rust door rijden. Geen centje pijn. Lief had al een paar keer gelogeerd in deze loods, die uitgerust was met een aantal heerlijke kamers. Vroeger behoorde het gebouw bij de marine en het loodswezen. We waren heerlijk vroeg, stalden eerst nog even de koffer en de rugzak in de kamer en reden naar de overkant voor wat boodschappen voor ontbijt en een slaapmutsje.

Straks als we naar broer van lief toegaan, waar schoonzus gekookt heeft, kunnen we er binnen een kwartier naar toe lopen. Ideaal om een lekker wijntje onbezorgd te kunnen drinken bij het eten. De kamer zelf is praktisch ingericht en van alle gemakken voorzien met een luxe groot bed en voldoende ruimte. De kamer kijkt uit op de spoorrails en er denderen wel wat treinen langs, maar die maken minder lawaai dan de trambaan in Nieuwegein. In de zomer zou je de trein rechtstreeks naar het strand kunnen pakken, enkele minuten hier vandaan.

We hebben nog even de tijd om rustig bij te komen en alles goed te bekijken. Aan de kant waar Truus geparkeerd staat, heb je zicht op het begin van de nieuwe waterweg en de haven, helaas niet te zien vanuit het appartement. Als troost hangt derhalve in de kamer een grote foto met zicht op het weidse water. Wat een ideale plek. Alles binnen loopbereik en volop comfort. Met onze kennis van hotels en appartementen onderweg maken we dit wel eens anders mee.

Stiekem had ik er op gerekend dat er winkels open zouden zijn. Supermarkten volop, maar verder alleen het Kruidvat. Dus roeien we met de riemen die we hebben en krijgen broer en schoonzus een mooi boeket met winterkabouter van Appie en achternicht van Lief Tony Chocolonely’s in nieuwe smaken met een gevuld envelopje.

Maar eerst nog even sudderen tot het tijd is om op pad te gaan én genieten van de luxe.

Overpeinzingen

Voor het broodnodige evenwicht

De stofzuiger. Dat leek me gisteren een goed idee. Omdat we Stoffie in Hongarije hebben gelaten is het hier wennen om er een bepaalde regelmaat in te krijgen. Maar goed. Ik begon met mijn huisateliertje, een hoek van de kamer waar de ezel staat, wat doeken, de muziekstandaard om de Ipad op te zetten, palet en verf. Ik was er lange tijd niet achter de kleine verwarming voor het raam geweest. Met een sponsje aan de stofzuigerslang vastgezogen kon ik de plint van het raam schoon poetsen. Wie niet sterk is, moet slim zijn en wie niet goed kan bukken, inventief.

En toen gebeurde het. Ik kreeg het op mijn heupen. Lief had ik allang naar boven gedirigeerd, die wilde steeds helpen, maar dit keer had ik mijn eigen tempo nodig om te doen wat me goed leek. Namelijk de bank verplaatsen. Iets dergelijks is sneller gezegd dan gedaan, want dat betekent dat de hele inrichting op de schop gaat. Als je gaat schuiven moeten er obstakels uit de weg en wil je toch de harmonie bewaren. De atelierhoek was schoon en kon zo blijven.

De olifant met de goudpalm erop moest naar de Overkant, het kleed in plaats van verticaal horizontaal geschoven worden, de voetenbank op de plaats van de bank, de bank voor de verwarming, ‘Nee mijn Lief niet ertegen’, zijn stokpaardje is anders de verloren gegane warmte, de eettafel niet in de lengte tegen de zuil aan, maar met de korte kant, de tafeltjes links van de bank, de lamp opgeschoven, de paarse stoel een plekje bij het atelier. Schuif, schuif, puf, puf, schuif, schuif, maar dan heb je uiteindelijk ook wat. Ondertussen werd er in ieder gaatje en hoekje gezogen. Schoon de kerst in, leek me een loffelijk streven. Bovendien was het, met dit te vochtige weer, de garantie voor het opdoen van beweging.

Het uiteindelijke resultaat was er naar. Wat een ruimte hadden we nu ineens en eindelijk was ik van het zicht op die lelijke dominerende verwarming af. Zo simpel kan het zijn. Keuken en gang er achteraan en lief zou het boven schoon zuigen.

In de avond keken we op aanraden van een lieve vriendin de film ‘Lee’ van de regisseur Ellen Kuras naar het waargebeurde verhaal over Lee Miller de oorlogsfotografe. Een goede keuze. Aangrijpend en nogmaals een nadruk op het bewust beleven van de wereld om ons heen. De foto’s die ze maakte in Dachau, een van de concentratiekampen, had ik vroeger al eens thuis gezien in een boek over de oorlog die ver weg was gestopt in de grenen boekenkast achter allerlei andere boeken. Duidelijk niet voor kinderogen bestemd en ontzagwekkend gruwelijk, onvoorstelbaar ook.

In de film werd het in de context geplaatst en altijd weer vraag je je af hoe het zo ver kan komen en continue wordt bevestigd dat een stel dwazen een volledig ander beeld hebben van respect en eerbied voor een mensenleven. Onnoemelijk grote ego’s bepalen. Toen en nu nog steeds. Was er maar een knop die om kon en de tijd terug kon draaien. Kate Winslet gaf op prachtige wijze gestalte aan de eigenzinnige fotografe en zorgde ervoor dat ze als vrouw toch daar kwam waar de rauwe werkelijkheid te zien was en niet een zoetgevooisde versie van het geheel. Een aanrader.

Alle kinderen waaieren vandaag alle kanten op. Gisteren werd in Frankrijk vol overtuiging kerstavond gevierd. Daar is het bijna een must. Ik ben blij dat we met een pre-kerst kalm aan de eerste kerstdag beginnen in de wetenschap dat ieder op z’n gemak kan vieren wat er voor hen te vieren valt, waar dan ook, zonder in een dubbele spagaat te moeten liggen.

Wij gaan genieten van de nieuwe kamer en misschien gooien we er dan nog een vredig filmpje tegenaan voor het broodnodige evenwicht.

Overpeinzingen

Alle dagen feest

Gisteren hebben alle kinderen pizza gegeten door het overschot aan deegbollen van het kerstetentje. De kleintjes hadden dubbele lol, die mochten hun pizzaatjes opnieuw beleggen. Meeuwen en kauwen doen zich op dit moment en masse te goed aan het brood dat iemand tegenwoordig iedere dag op het dak van de overkapping achter de flats strooit. Ze vieren duidelijk ook feest.

Wat is er positief aan regen. Objectief beschouwd, wast het schoon. Is het Weer bezig met het schrobberen van 2024 onder het motto ‘Al het vuil de goot in‘. Dat zou fijn zijn, dan kunnen we volgend jaar met een schone lei beginnen. Het nadeel is dat het niet uitnodigt veel te gaan ondernemen. Meer iets in de trant van ‘Blijf zitten waar je zit en verroer je niet’.

Gisteren heeft zoonlief de stempel van de Ex-Libris gebruiksklaar gemaakt. Hij moest even alles goed uitdokteren, maar kreeg het piekfijn voor elkaar en nu ben ik in het gelukkige bezit van een Ex-Libris met de tekst ‘Uit de bibliotheek van …‘ Zo ongelooflijk blij mee. Er zitten ook gouden stickers bij, die je er tussen zou kunnen schuiven, maar ik vind de in reliëf gedrukte eenvoud mooier.

Vannacht had ik een bijzondere droom. Mijn vader als jonge vader met haar(heel bijzonder want ik heb hem niet anders gekend dan met twee kransjes aan weerskanten) op mijn arm, een soort baby maar ook niet. Een vrouw die voor hem zorgde en in de verpleging had gezeten en een lange tafel waar met ecoline werd gewerkt en ik de demonstratie van hun maaksels zou geven. Ecoline kippie-eitje voor mij natuurlijk. Van die inkt ken ik alle ins and outs. Nat in nat, met kaarsvet, met kaars of met vetkrijt, Wat een leuke mix van een aantal gebeurtenissen.

Misschien maakt mijn hoofd ook schoon schip net als de regen. Dat zou mooi zijn. In een keer alle muizenissen weg en een nieuw onbeschreven blad er in, waar weer een heel jaar op bijgeschreven mag worden. De mooiste herinneringen heb ik allang achter verschillende deurtjes in mijn hoofd en hart weggestopt. Die blijven bewaard als de pareltjes van dit jaar. Het is alles wat je nooit vergeten zou, zelfs zonder foto.

Tweede kerstdag gaan we naar Hoek van Holland. Poncho mee, warme kleren mee en hier en daar wat kerstigs voor het diner bij broerlief. Maar vermoedelijk merendeels warm in laagjes. Er zijn twee overnachtingen geboekt. Dan is er vast tijd over om over het strand te struinen en de wind vrij spel om het hoofd te geven. Dubbel schoon dus.

Ik stof een herinnering af. We zijn even terug op school en koortsachtig aan het werk om het kerstfeest in kannen en kruiken te krijgen. Voor het kersttoneel bouwen we het decor op met de gymtoestellen en heel veel lappen, meestal een verhaal met een sociale strekking, en in alle groepen is er gelegenheid om kerstversieringen te knutselen. De catering bestaat uit glühwein en hapjes, al dan niet verantwoord en er zijn kleine optredens. Een verhaal, een Christmas Caroll. Er zijn twee of drie voorstellingen van hetzelfde toneel. Verstand op nul en gaan. Niet denken aan vermoeidheid of alles wat mis zou kunnen gaan, gewoon doen. Niet zelden waren het juweeltjes van toneel, groots uitgepakt, of is dat, als lid van de feestcommissie, mijn eigen niet geheel onbevooroordeelde interpretatie. Feest was het wel, alle dagen feest.

Overpeinzingen

Rijkdom in alle opzichten

De puntjes op de -i- werden in de vroege ochtend gezet. Door schone dochter, die haar Labneh en pesto’s moest fabriceren en door mij om nieuwe Grizzini te maken. Ze had het lumineuze idee voor mij om er kaas over te strooien. Het bleek een groot succes. Adèle Bloemendaal kwam even voorbij, want bros, bros, bros, bros, bros, naar haar onsterfelijke reclame.

Meer dan ooit was ik blij dat het feest pas om drie uur begon. In het huis van zoonlief was het een drukte van belang. We zijn met tweeëntwintig als we allemaal samen zijn, Twaalf volwassenen en tien kinderen variërend in de leeftijd van 15 tot en met 1. Ze pasten allemaal rond de tafel, maar eerst mochten ze nog even los met elkaar. Dansen, stoeien, verstoppertje, speelgoed all over the place en de decibellen vlogen om onze oren. Lief zat er doodgemoedereerd tussen, de rust zelve, zoals mijn opa vroeger in alle drukte, pom pom pom, een vermeend liedje in zijn stokdove oren, mee neuriede te midden van het geruis. Kaarsrecht en met een brede glimlach.

Nadat ik de kaasstengels en de vega worstenbroodjes een plekje had gegeven op de tafel, die allengs vol stond met lekkernijen, hielp ik zoonlief met het uitsplitsen van de deegballen in behapbare porties. Er waren vier Pizzarettes her en der geleend. Overal stond groente in alle toonaarden voor de bekleding ervan en schalen met Turks brood samen met de pesto voor het wachten tussendoor. Het is niet een snelle vorm, zal ik maar zeggen, het vergt geduld en af en toe een pauze met de mogelijkheid om te dansen en te zingen. Ik heb geen kerstklassieker gehoord, trouwens. Wel was er nog een poging van Dribbel met Kling klokje klingelingeling, dat halverwege weer gesmoord werd in het feestgedruis.

Rijkdom aan de tafel en niet in het minst door al die lieve schatten er omheen. Er waren wat kleine en grotere cadeautjes. Ten eerste had zoonlief zijn vragen uitgewerkt en in een digitale bundel gestopt. ‘Mama vertelt’. Dat leverde de nodige ontroering op. Daarna waren er lieve woordjes op kaarten, een zelfgemaakt kralen bloemstekertje voor in je haar, in een plant of waar dan ook, maar ook nog een cadeau voor mij van allemaal. Een eigen ex-Libris met naam voor al mijn boeken, mijn kleine bibliotheekje, waar zo graag door hen uit geleend wordt. Onverwachte dingen zijn het meest ontroerend. ‘Niet huilen hoor,’ riep dochterlief. Haha, ze kennen hun pappenheimer.

Wij hadden vilten engeltjes uit Nepal van Amnesty voor ieder van hen. Kerst is toch altijd het feest van de bezinning en zo’n subtiele boodschap kan geen kwaad. Draag vrede uit waar het maar kan.

Als toetje waren er twee gigantische merengue taarten. Binnen de seconde zat het hele stel met hongerende ogen naar de prachtige taarten te kijken en daarna viel al het gekrakeel stil. Als de katjes muizen, dan mauwen ze niet.

De oudste dochter trok met het hele gezin richting de Franse oma en opa, en de kleintjes werden alvast in pyjamaatjes gehesen. Tanden poetsen en klaar om in de auto in slaap te vallen en zo het bed in te kunnen. Dikke zoenen, kerstwensen en fijne dagen voor iedereen. Zoonlief reed.

Ik hou van onze dagen samen. Dankzij de kleintjes volledig onvoorspelbaar. Een kluwen van kinderen, dochters en zonen redderend in de keuken of in de krioelende massa, en altijd zit iedereen toch weer op tijd aan tafel om te genieten van al wat ieder van ons verzonnen heeft. Het is spontaan, gezellig en met dezelfde geleide chaos die zo herkenbaar is. Vroeger bij ons thuis met elf kinderen, in mijn eigen gezin met vijf en nu weer met alle tien de kleinkinderen erbij. Rijkdom in alle opzichten.

Overpeinzingen

De drijfveren blijven onduidelijk

Wat heeft het jaar gebracht. Als altijd veel van de mooie dingen. Een paar nieuwe ogen en een bijzondere ervaring ten eerste. Als je al tijden dubbel ziet zonder details waar te nemen dan weet je daarna pas wat je allemaal gemist hebt. Als je tot de gelukkigen behoord, waarbij de vervanging van de lenzen vlekkeloos is verlopen, want ik heb dit jaar helaas ook andere verhalen gehoord. Dat ik weer een mus van een vink kan onderscheiden, in plaats van in te schatten op grootte en vorm, is zo bijzonder. Zelfs de hoogste boom kan de vogel niet meer verhullen.

Elkaar meer los laten was ook een goede keus. Het bracht met zich mee dat ik nu zonder problemen overal naar toe reis, de meest lange afstanden in mijn eentje, maken me helemaal niets meer uit. Overnachten idem dito. Het was een sprong in het diepe en het heeft de winst gebracht die we nodig hadden, namelijk allebei gelukkig ook al zijn we fysiek niet bij elkaar maar altijd in elkaars nabijheid. Dat te weten. Daarnaast is De Hoff me zo dierbaar geworden, dat ik er evengoed heel vaak wil zijn. Tijd en aandacht verdelen tussen Lief en de kinderen en hun gezinnen, het kan. Als je elkaar maar de ruimte blijft gunnen.

Het voornemen om makkelijker een hotelletje of een b&b te boeken is ook uitgevoerd en bevalt wonderwel. Letterlijk dus grenzen verleggen en open staan voor nieuwe ervaringen. Genieten van de kleine dingen, een mooi gebouw, wat kunst, andere natuur en cultuur, een etentje samen, nieuwe mensen ontmoeten.

Nederland staat voor familie en vrienden, filmhuisbezoek, vega-bitterballen, musea in grote getale, vrienden en vriendinnen. Voorlopig kom ik niet toe aan een boek, maar er staan er wel twee op de rol. Het goede voornemen voor volgend jaar is af en toe de telefoon te vergeten. Geen getuur meer naar dat wezenloze niets als er ook echt niets is om naar te turen. Geen bericht is goed bericht zei mijn moeder als we weer op vakantie gingen en ze niet anders kreeg dan een simpele ansichtkaart of misschien een belletje. Dat principe. Soms moest ze zes weken wachten voor we weerom kwamen van een tocht naar het noorden of een reis naar het zuiden. Wat een rust zal het geven als je minder goed op de hoogte bent van het wel en wee van anderen.

Al tel ik ook de zegeningen hoor. Anders had ik niets gezien van de Midzomernachtviering van vriendinlief, wat een vredig en sfeervol beeld opleverde van mensen die de natuur beleven zoals het bedoeld is. Er middenin en met elkaar met groot respect. Zoals wij de bast van de boom van eeuwenoud mochten begroeten, diep bewust van wat zijn takken moeten hebben gezien, ook al zag hij er met het stalen staketsel een beetje uit als Frida Kahlo zich op sommige schilderijen had vereeuwigd, bijeengehouden door staal. Kan je er van buiten? Natuurlijk! En toch heeft het toegevoegde waarde, omdat schoonheid dat nu eenmaal in zich heeft.

Mijn arme kunstenmaker heeft op de laatste schooldag nog net een jaap in zijn wenkbrauw opgelopen tijdens het schaatsen. Het hele jaar doet hij de meest ijzingwekkende sporten en uitgerekend met een keertje schaatsen gaat het mis. Het wordt vast niet zijn favoriet. Straks zien we alle pappenheimers weer, De hapjes zijn klaar, de Grizzini doe ik straks nog lichtelijk over. Filo bladerdeeg werkt niet zo goed. Blijere varkentjes zijn er niet met mijn andere hapje ‘Happy pigs in a blanket.’ Deze vegaworstjes zijn niet te versmaden. De proeverij pakte in ieder geval goed uit. Die ging schoon op.

Gisteren keken we het tweede deel van de film ‘A hidden life’. Indringend, beklemmend en het riep onmiddellijk de vraag op of je je diepste overtuiging zo moet onderschrijven. De trouwhartige Oostenrijker die niet wilde buigen of barsten en inderdaad niet anders kon dan vanuit een diep geworteld geloof, het lijden ondergaan, terwijl er thuis haat en nijd verdragen moest worden van boze dorpelingen. ‘Een passieverhaal’ kopt de VPRO. Rechtlijnigheid of existentialisme? De drijfveren blijven onduidelijk.

Overpeinzingen

Er valt nog veel te overpeinzen

In het dubbeldikke kerstnummer van de Groene vertelt de Analiticus Arthur Eaton hoe fascinerend hij de Eeuwige Vlam vond, die achterin de kerk brandde, als kind. Groot was de desillusie toen hij ontdekte dat de bovenkant van de oude kaars werd afgesneden en boven op de nieuwe kaars werd gezet. Hij bestempelde het als ‘Valsspelen’. Pas jaren later begreep hij dat niet de eeuwige vlam zo bijzonder was, maar het feit dat er iedere keer weer mensen waren die de moeite namen om de bovenkant van de kaars op de nieuwe te zetten. Het is een subtiel maar belangrijk onderscheid in denken en ervaren. Je niet laten verleiden door de feiten maar boven de vlam uitstijgen en te weten wat het moment van deze handeling voortbrengt.

Gisteren keken we naar de film ‘The Hidden Life’ geschreven en geregisseerd door Terrence Malick, waarin de hoofdpersoon Franz Jägerstätter weigert om zijn verzet tegen de oorlog op te geven, terwijl Oostenrijk grosso modo zich achter Hitler schaart. Het begon lieflijk. Een alpenweide, een prille liefde en twee mensen die aan het zeisen waren. Een kalm en eenvoudig leven, waarin in alle harmonieuze eerste behoeften werd voorzien. Een natuurlijk ritme van de natuur en een natuurlijk ritme in het leven. Er wordt getrouwd, er komen kinderen, drie dochters, en er lijkt geen vuiltje aan de lucht in dit lieflijke dorpje op een alpenweide. Zoetgevooisde beelden, kalm en rustig, een deken van geurende veldbloemen er overheen.

En ineens is daar het verlangen om even terug te kruipen in dat beeld net als Erik uit Erik of het klein Insectenboek van Godfried Bomans, die zijn avonturen gaat beleven als hij het schilderij Wollewei instapt. Maar dan sijpelen de eerste haarscheurtjes de film binnen en verstoren dit lieflijke plaatje. Je wacht op het moment dat een en ander tot een escalatie zal komen en dit ideale beeld uit elkaar laat spatten als een zeepbel. De film zelf duurt ruim twee uur. Om de concentratie vast te houden, besluiten we halverwege te stoppen en vanavond het tweede deel te kijken.

In de Analyse van Arthur gaat hij in op een lezer die zich afvraagt waarom alles zo grimmig en intolerant is geworden. Arthur geeft dan het voorbeeld van het Eeuwige licht achter in de kerk. Hij weet niet hoe het komt, maar ‘De waarheid is dat we het tij niet kunnen keren. De uitdaging zit volgens mij in hoe je in duistere tijden je menselijkheid kunt bewaren. Hoe doe je dat? Waardig en veerkrachtig blijven, zonder jezelf te verliezen?’ Hij geeft voorbeelden van klein geluk door je te richten op wat echt belangrijk is voor jou. En raadt ons aan om ‘met dubbele blik’ voort te gaan. ‘Één oog gericht op onze gedeelde menselijkheid—liefde, groei, verbondenheid—en één oog naar buiten, waakzaam en sterk.’ Beschermend, als de hand om de vlam van de kaars en niet met de vechtersmentaliteit van de twee gebalde vuisten.

In een wereld als deze verlangen we allemaal naar een alpenweide en prille liefdes. Die zijn er ook. Ze zijn te vinden, maar zo subtiel als het verschil tussen het vermeende bedrog met de kaars en het voortschrijdend inzicht van de noodzaak dat er altijd iets of iemand nodig is voor de voortgang. Er valt nog veel te overpeinzen.

Overpeinzingen

Ontluikend verlangen

Vanmorgen ontvouwde de wereld zich in al haar ruime kracht. In de nacht had ze haar verschillende grijze lagen een voor een afgepeld. Dat weet ik, omdat ik wakker was en in het licht van de grootste kerstboom van Nederland de dikke plukken wolken en daarna een duistere laag voorbij zag trekken. Lief had het trouwens goed te pakken en soms borrelde een rauwe hoest omhoog en tussen de dromen door was hij aan het zagen met zijn ademhaling. Mijn hoestbuien als concerto voor twee er tussendoor. Maar goed dat de jeugd boven met oordopjes slapen. Hoe verkouden kun je zijn.

Gisteren hadden we de medicijnen opgehaald. Fijn dat ze binnen zijn, alle puffen weer binnenboord, want het begon zo stilletjes aan toch veel benauwder te geraken zonder de luchtverwijder. Nu met de zon zal het al snel beter gaan. Het vochtige weer is funest.

Zuslief en zwager zijn aan het verhuizen van een koopappartement naar een huurappartement midden in de bossen. Zo hou je geld over om te kunnen reizen. Een wijs besluit. Zolang het allemaal nog soepeltjes kan, moet je er van genieten. Met de mooie dagen die we net achter de rug hebben en de verse herinneringen op het netvlies, is het met zon hier ook prima hoor. Vandaag ga ik voorbereidingen treffen voor kerst. Schone dochter en ik doen de tussendoorhapjes, een dochter het toetje, een schoondochter en zoon de drank, de oudste zoonlief draagt zorg voor de entourage, hem wel toevertrouwd, en de oudste dochter zorgt voor de crudité. Het kerstdiner, allen achter de pizzarette, vindt zondag plaats. Dan hebben we met kerst de handen vrij om die naar eigen wensen in te vullen. Schoonfamilie, gezellig samen als gezin, of met vrienden, het maakt allemaal niet uit. Voor het eerst in al die jaren heb ik de kerstboom niet in huis en eerlijk is eerlijk, ik mis het niet echt. Schoondochter is allergisch en dan is de keuze snel gemaakt.

Lief geniet van Maarten ‘t Hart en zijn woeden van de gehele wereld. Ik had hem het boek aangeraden en het raakt hem vooral omdat Maarten de tijdsgeest, die ook de onze is, zo onverbloemd neer weet te zetten en altijd met het oog voor de details natuurlijk. Ik laaf me aan de column van Stef Bos in de nieuwe Zin die over het huidige woeden gaat. Hij schrijft over het credo van de negentigjarige kunstenaar Frans Wuytack, dat ‘De terugkeer van de mens’ verluidt. Ik kende de kunstenaar niet. Hij heeft onnoemlijk veel beeldhouwwerk in marmer verricht en is met negentig jaar nog altijd opvallen vief als ik een interview van hem zie op Youtube. In het licht van de huidige tijd roept hij op om de Vrede te zoeken met elkaar. Hij noemt het met veel passie en overtuiging. Een heel bijzonder mens, vind Stef. Die bijzondere mensen moeten we vooral ruimte geven en delen als tegengif tegen alle polarisaties en snelle quotes en oorlogsretoriek van de dag van vandaag. Zijn moeder had de simpele levensfilosofie;’ Alles komt goed’. Hoe erg het allemaal lijkt, het gaat ook weer voorbij. Het tijdrad draait door en ‘Zolang je de liefde en de hoop in jezelf wakker houdt, kan die op een bepaald moment opbloeien zodra het licht erop valt’.

Iets wat Wuytack met zijn ‘Terugkeer van de Mens’ onderschrijft. In dat licht wil Stef het nieuwe jaar beginnen. Positiviteit om te kunnen groeien. Dat is precies wat de wereld vandaag de dag nodig heeft. Lichtpunten verzamelen, pareltjes rijgen, hoop koesteren en de zon laten schijnen op dat ontluikend verlangen.

Overpeinzingen

De juiste balans

Er was geen tijd meer om te schrijven. Na de maannacht gisteren zat het er wel in dat de slaap met een hamertje zou komen. Pas om acht uur gingen de ogen weer open en was het een beetje haast maken geblazen om om half tien gepikt en gesteven aan het ontbijt van onze lieve gastvrouw te zitten. Met wat variatie op het ontbijt van gisteren was het opnieuw verwennerij. Ook was er tijd voor wat uitwisselingen met de gastvrouw, die nog maar kort bezig is met deze overgenomen B&B. Wat en werk en wat een regels kwamen daar bij kijken. Chapeau. Het gaat vast lukken, want wij hadden het erg naar ons zin en de omgeving is prachtig. Koffers pakken, nog een laatste rondgang en een hartelijk dankwoord voor Kirsten, die de B&B voornamelijk in haar eentje verzorgd.

We hadden ons voorgenomen om opnieuw naar Ootmarsum te gaan, ditmaal om het Museum van binnen te bewonderen. We vonden een parkeerplaats buiten de stadskern en van daaruit was het een kwartiertje lopen naar het centrum. Een straat die liep langs de Gasterij Oatmossche en het Waterrad dat vroeger de korenmolen aandreef en in authentieke staat gerestaureerd is. Het is jammer dat de weergoden ons in de steek lieten en we vanwege de bijtende kou wat haastig door wilden lopen. Een aanleiding om in de lente of zomer dit bezoek nog eens dunnetjes over te doen.

Rond de HH. Simon en Judaskerk was het nu een en al gezellige bedrijvigheid. Alle winkels waren versierd met kerstverlichting en waren open. Vlak voor het museum, dat goed te herkennen is door de moderne gevel, ontdekten we dat de museumjaarkaarten in de Auto lagen. Nou ja, dan maar zonder. Maar de allervriendelijkste mevrouw achter de balie geloofde ons op de blauwe en de bruine ogen en rekende het museum jaarkaart tarief.

We konden naar binnen. Er was een doorlopende expositie van de eigenaar en de stichter van dit museum, Ton Schulten, en in de zaal ervoor waren schilderijen en beelden te zien van andere schilders uit Ootmarsum. De Paeskearls kwamen er veelvuldig op voor, een fenomeen van Ootmarsum tesamen met het vlöggeln, waarbij de Paeskaerls en de mensen van het dorp al zingend hand in hand door de straten trekken. De Paeskearls bereiden ook het Paesvuur voor. Het zijn acht katholieke vrijgezelle jonge mannen van rond de twintig. Ze zijn herkenbaar aan hun lange beige regenjas, zwarte hoed en broek en daardoor onmiskenbaar in de kunstwerken.

Ton Schulten maakt de meest kleurrijke zeefdrukken van enorme afmetingen en daar zijn de zalen mee gevuld. Een indrukwekkende hoeveelheid, met daar tussenin prachtige beelden. De schilder van het concensisme wordt hij genoemd. De vaste tentoonstelling geeft een inkijkje in het leven en het werken en de bezieling van deze kunstenaar. We genoten van de rust en ruimte, van al die schoonheid bij elkaar. Er is ook nog een niet te versmaden binnentuin met prachtige beelden, waarbij twee zwanen vooral mijn aandacht trokken.

We maakten daarna nog een klein uitstapje naar de kledingwinkel met natuurlijke gevilte stoffen, maar daar was het me te benauwd en moesten we snel wegwezen. Kleine ruimte, veel mensen, te warm. Terug naar Truus, met wind tegen, ook dat deed geen goed. In de auto lekker uitrusten dan maar. Het suffe weer had bij Zwolle een opleving. Fel licht door het wolkendek en daarna hing de lucht weer even laag met regen incluis en versterkte het winterse grauw. Drie dagen zon van binnen was de juiste balans.

B&B Sagenland. Website: http://www.sagenland.nl

Overpeinzingen

Wat ben je mooi

‘Let the Sunshine, let the Sunshine in, the Sunshine in…’. Het mocht niet baten, of tenminste, helemaal aan het eind van een lange dag prikte de zon toch nog door de grijsheid heen. Was het om het gezongen lied, of misschien toch om de twee kaarsjes die we voor onze overleden harten hadden opgestoken in de Mariakapel van Onze Lieve Vrouwe van Lourdes in Tilligte, een van die kleine dorpjes op de route van de Sagenroute.

De dag was begonnen met een uitgebreid ontbijt, een mini croissant, lekker bruin brood, beschuit en krentenwegge, vleeswaar, kaas, fris groen, melk, optimel, yoghurt cruesli en fruit, jus, koffie en thee. Een optimaal begin door een leuk ontdekgesprek met onze gastvrouwe. In de nacht had ik tevergeefs de volle maan proberen te tackelen, moest ik Lief zoeken dwars door de twee afzonderlijke dekbedden heen en had ik het enorme badlaken bij wijze van ophoging onder het kussen geschoven. Slaap was bijzaak, wist ik uit inmiddels lange ervaring. De eerste nacht zijn voor de hazenslaapjes. Zolang het geen spookhazen van het Twentse land zijn vind ik alles best.

Daarna was er besloten de Sagenroute met de auto te rijden, zonder echt vooropgesteld plan, maar meer met het idee:’We zien wel waar het schip strand’. Maar voor de 800 jarige Kroeseboom, een kruisboom, hadden we een uitzondering gemaakt. Met deze gigantische Es, aan alle kanten ondersteund door zijn stalen geraamte, moest natuurlijk op de een of andere manier contact worden gemaakt. Hij staat midden in het veld in Fleringen, vlak bij Tubbergen. Er stond een hek omheen en de toegang was ook op slot. Gelukkig was er een opstapje van de kapel en konden we daar er overheen stappen. Wanner hou je nou een boom van die leeftijd tegen je aan. ‘Klop maar lieve Es en fluister je verhalen, kralen aan het snoer van de eeuwigheid’.

Daarna vonden we eindelijk de binnendoorweg van de Sagenlandroute, dat eigenlijk de fietsroute was, maar waar je met de auto ook kon komen. Bij Ootmarsum wandelden we nu om de Watertoren heen die op de kuiperberg staat, naast de oude Joodse begraafplaats en het hoogste punt met de orienteertafel van de ANWB ter herinnering aan de Bondsdagen van weleer, bewonderden daar het grandioze uitzicht zo ver als je kon kijken in dit blauwbleke middaglicht en drentelden langs de muur van het monument aan de weg, met de glazen afbeeldingen in de ronde poortjes. De glazen kunstwerken zijn vervaardigd door Desiree Groot Koerkamp en maken samen ‘een knipoog naar het verleden’.

Een dorp verder zochten we de begraafplaats op waar Lief tevergeefs speurde naar het voorgeslacht. Dan maar de Mariakapel zoals eerder genoemd. Een klein kapelletje met de elegance van een goed onderhouden bedevaartsoord. Waxinelicht 0,25, euro, kaarsjes 0,50 en een mooie mariakoker van plastic met kaars, gegarandeerd veel branduren, 5,00 euro. Twee bescheiden maar wel echte, kaarsjes leken ons voldoende om het doel te bereiken. Even stilstaan bij die lieve schatten.

Toen we uiteindelijk rondjes gingen rijden besloten we toch weer rechtstreeks richting Denekamp te gaan. Wat mottige kerststalletjes, waarvan een met knikengel die maar een zeer minzaam knikje gaf, wat sneeuwwitte schapen en veel nieuw dorp tussen het oude. Zeer de moeite waard op een zonnige dag met uitbundige winkelende mensen, nu een tikkeltje uitgestorven onder de klanken van een forse verbouwing in het centrum en een snijdende wind, maar…dan toch die zon! Vlak voor dat we, Jozef en Maria bij uitstek, de herberg opzochten, piepte ze haar dankbaarheid door het grijze dek.

We laafden ons aan een voedzaam maaltje. Lief nam de zalm, ik de oesterzwamcroquetjes en heerlijk verwarmd kwamen we thuis, moe maar voldaan. Twente wat ben je mooi.

Overpeinzingen

Hoe het allemaal werkelijk in elkaar steekt

Ziezo, het koffertje is gepakt. Nog een kop koffie en dan wordt het tijd om…En daar kwam een kink in de kabel. Welke weet ik niet meer, maar van schrijven kwam het niet langer. Om elf uur reden we weg, tank volgooien, langs de apotheek om te kijken of ze per ongeluk een van mijn pufjes hadden die op bleek te zijn. Niet dus, maar gelukkig was mijn puf in noodgevallen een goede vervanging. Daarna en route, de vrijheid, de rust en de ruimte tegemoet. We waren vroeg en hadden de keuze om onderweg een pitstop te maken of eerst van A naar B te rijden en dan tot Ootmarsum door te rijden, het centrum te verkennen en daar een gezellig restaurant te zoeken. We kozen voor het laatste.

De lucht bleef pareltjesgrijs, al piepte hier en daar naarmate we meer oostwaarts reden, er wat blauw tussendoor.

Truus kon vrijuit op een kleine parkeerplaats achter de kerk staan. Geen parkeermeter te bekennen. Wat een lief stadsdeel. Uitgestorven straten, kinderkopjes die hier en daar spekglad waren, leibomen, gemoedelijke ruitjesramen, uitbundige kerstverlichting jubelde voor, achter en naast de ramen en overal kunst in de meest denkbare vormen achter en voor de grote of kleine etalages. Glas, keramiek, schilderijen en brons, er was van alles wat. Twee vruchtbare kerken, piepkleine en majestueuze grotere huizen, klompenschuurtjes, stegen en steegjes al dan niet doodlopend en een modern museum. Twee grote restaurants oogden gastvrijheid, andere waren dicht, we hadden er op gerekend deze maandag.

Een ander kenmerk waren de veelvuldige grijze en witte koppies boven de verschraalde huid, die net als wij, gemoedelijk rondwandelden of stevig de pas erin hadden, al dan niet met rugzak op. Het was er niet warmer op geworden, dus laafden we ziel en zaligheid aan een heerlijke hete champignonsoep met bruin brood en een sauvignon om het samenzijn te vieren.

Ik vertelde Lief over het onderwerp dat me bezig hield, een artikel in de Groene van deze week, waarin een mevrouw haar verontwaardiging deelde over het thema Sprookjes op de Jenaplanschool van haar zoon, omdat hij thuis kwam met een tekening van een nogal boze heks. Het had de mijn oude redactie in rep en roer gebracht. Ten eerste bracht ze het alsof het hele Jenaplan Onderwijs dat thema jaarlijks op de rit heeft staan en kijkt ze er met een zeer scherpe feministische blik naar. Weinig genuanceerd ging ze eveneens voorbij aan het nut van deze sprookjes, sagen en legenden, die zo’n heerlijk podium zijn juist voor dat kritisch denkvermogen van kinderen. De Groene ligt thuis en ik dien het nog eens grondig te bestuderen. Dan kom ik er op terug.

Toepasselijk is het wel. We zijn nu in Sagenland, het land van de Witte Wieven, geesten en heksen. Er zijn verschillende meningen over de betekenis van de witte wieven. Bij de ene verklaring zouden de witte nevelslierten van het land de aanleiding zijn, maar er is ook een bron van Balthazar Bekker die al in zijn boek De Betooverde Wereld’ uit 1691 opperde dat het witte afkomstig zou kunnen zijn van wittende wieven ofwel wetende wieven, wijze vrouwen dus. (Uit: abedeverteller.nl))

Het zijn deze verhalenvertellers die noodzakelijk zijn om het kaf van het koren te scheiden. Wil je weten wat er werkelijk aan ten grondslag ligt, dan is het zaak om eens grondig die oude boeken te raadplegen. Maar meer nog ben ik benieuwd naar de mening van mijn lieve heksenvriendinnen in mijn vriendenkring. Hoe kijken die er zelf tegen aan.

Eerst ga ik maar eens uitgebreid rode oortjes halen bij de verhalen van het Sagenland van deze Abe de verhalenverteller, die ik vond toen ik op zoek ging naar het belang van het sprookje. Wie weet word ik vannacht in mijn dromen dan wel door een wijze vrouw ingefluisterd hoe het allemaal werkelijk in elkaar steekt.

Overpeinzingen

Komt dat even goed uit

Gisterenavond hielden we bioscoop thuis vanwege het motto:’Kalmte zal U redden’ op dagen met wattenhoofden en maar aanhoudende verkoudheden en benauwdheid. Lief had in de middag wat lekkere hapjes gehaald voor bij de borrel en ik had de film uitgekozen. Gehuurd bij Pathé. Het was dit keer opnieuw een Iraanse film: ‘Tatami’. De regisseurs zijn Zar Amir Ebrahimi en Guy Nattiv, een Iraniër en een Israëliet en dat is op zichzelf al bijzonder, maar meer nog als je de film. Hebt gezien begrijp je dat. Mijn keuze is niet in de laatste plaats geschoeid op het feit dat Lief ooit in het grijze verleden onder de leiding van Anton Geesink nogal eens een Tatami van dichtbij bewonderd had. Hij zat er met zijn neus op, zo gezegd. Nee hoor, ik ben heel trots op zijn Eerste Dan en het heeft me meer dan eens gered uit de klauwen van hachelijke momenten.

Dit was andere koek met de dreiging van de Iraanse lange arm, die tot over de grenzen reikt. Het is een indrukwekkende politieke thriller rond een Judoka op het wereldkampioenschap van Georgie en we hebben vanaf minuut één aan de buis gekluisterd gezeten. Met een jaar van mijn studie Iraans, waar ik moedeloos van werd omdat ik het er niet ingestampt kreeg, was het wel weer fijn om al die weggezakte woorden te horen. Bebachshied, Godafesz, Tammoemshot, Azizam, Baleh, Geli Goebe(fonetisch weergegeven). Helaas heeft het niet veel zoden aan de dijk gezet. Het Hongaars gaat me hopelijk beter af, want de gebruikelijke opmerkingen bij de kassa zijn al woordelijk te volgen en de aangeboden artikelen te lezen en dat is geen sinecure. Maar de film dus. In een paar woorden: Vol kracht en doorzettingsvermogen, met moed en offerbereidheid, spannend, het betere puntje-op-je-stoelwerk en goed voor een dikke anderhalf uur.

Daarna vielen we per ongeluk in ‘Even tot Hier‘, een beetje wonderlijke overgang, maar ze waren op dat moment al erg goed bezig, dus toch maar even meepikken. Wat een must om te zien en wat zijn ze scherp.

De appjes van de kinderen over wat iedereen gaat doen vandaag. De oudste zoon wil naar het park, dochterlief gaat nog even rondneuzen op de gezellige kerstmarkt in de Twijnstraat en de rest kampt ook met zieke en snotterende kinderen. Er heerst een griepje. Lief en ik zijn allebei nu mistig en we hopen vurig dat drie dagen in de frisse buitenlucht ons goed zal doen. Dit weer is funest voor de aangedane longen.

Morgen vertrekken we naar een Bed and Breakfast in Sagenland. Volop natuur, rust en ruimte. Eerst wilden we een aantal plannetjes bedenken, maar nu laten we het water over de akker vloeien, in variatie op een thema, en gaan we zien wat zich aandient. Wat het ook is, het lijkt me allemaal de moeite waard.

Vannacht was het volle maan en ik droomde over een beer die de kinderen op school de stuipen op het lijf joeg, alleen al door zijn aanwezigheid. In het begin liep er nog een kleintje bij, maar die verdween op de een of andere manier. De beer zelf kwam binnendoor lopen, keek vrij goedmoedig naar mij en deed niets dreigends. Op het plein voor de school was er opnieuw hectiek. In de Indiaanse cultuur wordt de beer vaak geassocieerd met de Grote Geest of beschouwd als een spirituele gids. Het zou een opsteker kunnen zijn voor je innerlijke kracht. Met al deze lichamelijke ongemakken is dat een mooie tegenhang. De natuurlijke balans, iets om in rust eens over na te denken. Komt dat even goed uit.

Overpeinzingen

Veel aangenamer

Broerlief was jarig en de familie had een verrassingsfeest georganiseerd. Natuurlijk wisten we het al weken van te voren, maar omdat broer ook veel leest, was mijn pen zo gesloten als een oester. Altijd moeilijk om grote geheimen te bewaren. 77 Jaar zou hij worden en het hele gezin probeerde zoveel mogelijk om aanwezig te zijn. Sommige waren druk met overhuizen, een broer woont een eind weg, maar verder was het de familie toch gelukt. Zelfs de tweede broer op rij, die ziek is en veel verzorging nodig heeft was met een speciale bus en de niet aflatende zorg van onze schoonzus met rolstoel en al gekomen. Hij kreeg een mooi en overzichtelijk plekje aan de familiekant.

Lang geleden dat ik zo’n kringverjaardag had meegemaakt. Vrienden aan de achterkant van de kamer en wij allemaal aan de voorkant op twee uitzonderingen na. Iemand speelde de roerganger met singeltjes uit vervlogen tijden en als het Lang zal ie leven door hem werd ingezet kregen we er een hele potpourri aan dijenkletsers gratis en voor niks bij. We vinden het stiekem wel fijn om bij elkaar te kruipen, want we lopen de deur niet plat, en dit zijn dé gelegenheden bij uitstek om even bij te kletsen. Wel en wee in grappen en serieuzere praat, een wijntje, een hapje en drankje, een grote schaal met heerlijkheden vol vis, garnalen en salade verhoogden de feestvreugde. In vergelijk met vroeger zijn dit de heerlijke bijeenkomsten zonder rookgordijnen.

Als cadeau hadden we een Nieuwegeins nipje, een koffielikeur, meegenomen, want niets is lastiger dan iets te kopen voor iemand die in feite alles heeft. Lief genoot en praatte breeduit met deze en gene. Dat is zo leuk en bijzonder. We kennen elkaars familie door en door.

Toen Lief voor het eerst de woonkamer van ons ouderlijk huis binnen schuifelde in de jaren zestig op zijn Jezus-sandalen en met zijn lange hippieharen werd hij grondig bekeken en toen we weer een deur verder gingen, liet broerlief de pet rond gaan om bij de familie te collecteren voor nieuwe schoenen. Deze mare gaat steeds weer rond, als Lief ter sprake komt. Bij zo’n kamersetting is het wel handig dat je op elke lege stoel kan ploffen, zodat degene die is opgestaan, een andere plek moet zoeken. Variatie in gesprekspartners te over, op die manier. De vrienden bleven nog zitten, maar wij stapten bijna allemaal tegelijk op. Broer was helemaal jarig geweest, de verrassing was gelukt.

Ik lees in het Zin magazine van deze maand over de schaapsherder Marianne Duinkerken die met haar kudde van 400 Drentse heideschapen over het Balloërveld in natuurgebied De Drentsche Aa loopt. Ze is er op een romantische manier ingerold. Als ik haar naam op zoek op internet kom ik uit bij opnames van Binnenste Buiten, waarin ze, al wandelend met haar kudde, erover vertelt. Wat een mooie dingen komen er uitrollen. Ze bagatelliseert niets, schapen zijn niet de meest meegaande dieren die er zijn, maar als ze met haar kudde over de hei dwaalt en ieder schaap zijn weg zoekt, laaft ze zich aan de kracht van de elementen die er voor zorgen dat je eigen kracht daardoor versterkt wordt. Met haar twee honden gaat ze er vakkundig mee om. Ik bewonder haar omdat ze daar naadloos tussen past en op een rustige natuurlijke manier leiding geeft aan de kudde.

De spencer die ze aan heeft is gebreid met de wol van de schapen zelf in het breiatelier dat een onderdeel vormt van de schaapskooi. Met haar ranke verschijning, de laarzen over de broek en de hagelwitte bloes onder haar spencer, een kekke pet op het hoofd ziet ze eruit als een grande dame.

Het doet me denken aan de volkstuin, waar de achterbuuf een keer vroeg waarom ik er altijd uitzag of ik een kerkgang ging maken. Ongetwijfeld was daar mijn voorkeur voor zwart een aanleiding toe en haar Calvinistische inslag, maar ik kleed me ter plekke altijd om als ik aan het werk ga, om me als ik huiswaarts keer weer in mijn plunje te hijsen. In mijn hoofd klinkt ‘Elk vogeltje zingt gelukkig zoals zij gebekt is.’ Dat maakt het leven zoveel aangenamer.

Overpeinzingen

Uit handen

Met een Wally-boek, een Gorgel prentenboek en een boek over het eendje Gonnie stapten we na een uitvoerige inpaksessie van de verkoopster eindelijk uit de plaatselijke boekhandel en gingen op pad naar zoonlief en de rakkertjes. Bij aankomst was het huis donker en zichtbaar leeg. Gelukkig is dan de telefoon voorhanden en dat bracht de verlossing. Ze waren bij de dierenarts, want Fred de kat was geopereerd aan een niersteen en die mochten ze nu ophalen. Wat overbleef van het goed gevulde poezenlijf was een scharminkeltje in een rood jasje dat strak om het lijfje zat. Hij wiebelde op zijn pootjes en leek voortdurend om te vallen. Iedereen had medelijden want het was alleen al pijnlijk om te zien.

Hij zocht naar een plek om zijn rust te pakken, maar dat was met de drie spring-in-het-veldjes geen sinecure. Tussen alle bedrijven door, thee voor ons, aandacht voor de kinderen, extra opletten op Fred moest er ook. Nog een maaltijd worden gefabriceerd, speciaal kattenvoer gehaald met een extra waarschuwende vinger van de dienstdoende dierenarts per telefoon, dat hij het vandaag nog moest hebben, omdat anders de kans op herhaling te groot zou zijn, besloten we dat ik ging koken, Zoonlief het voer zou halen en Lief de kinderen en de poes in de gaten zou houden.

Het werd een totaal andere maaltijd dan ik gewoonlijk maken zou. Er moet een kookboek komen voor simpele maaltijden in drukke gezinnen als de kieskeurigheid groot is en de tijd beperkt. Ik kan in ieder geval al een aantal recepten opsnorren en delen. Vroeger kreeg ik het kookboek van de Libelle mee en de boekjes van de Blue Band en daarmee kon ik mijn kookkunsten tot dan toe aanvullen. Helaas heb ik denk ik nooit de kinderen laten meehelpen met koken. Ook hier speelde de factor tijd een rol in. Alleen ging het sneller. Sorry lieve schatten.

De jongens en hun zusje waren allerliefst. Spelletjes met de oudste, de middelste wat witjes had behoefte aan extra knuffeltjes en de kleine grande dame wilde vooral bij paps in de buurt blijven dus die ging mee poezenvoer halen. Ondertussen maakten we afspraken om met tweede kerstdag en twee dagen daarna naar lief zijn broer en zwager te gaan en een nicht en haar gezin te bezoeken, dus boekten we opnieuw twee nachten. Aan zee, dus helemaal fantastisch. Lekker met de kop in de wind uitwaaieren aan het strand na alle visites. Het kan allemaal, omdat ons eigen familiekerstfeest de zondag ervoor wordt gevierd.

De verkoudheid houdt aan maar er is geen koorts en voor de benauwdheid kan ik vier extra puffen nemen. ‘Het gaat wel weer over voor ik een jongetje ben’, was de wijze spreuk van vroeger, die altijd uitkwam.

Vanmorgen vroeg om kwart voor negen werd Dribbel hier gebracht door dochterlief. Er was geen inval voor de zieke juf op school en hij had huiswerk bij zich. Ik ontving hem op het grote bed. Een extra gemoedelijk sfeertje, zoonlief zorgde voor een harde ondergrond en schone dochter voor de potloden. Lief bracht de limonade en ik hielp hem zich te concentreren. Hij begon met rekenen. Snel en uit zijn hoofd, soms op zijn vingers, daarna schrijven, dat me honderd procent meeviel en daarna pas het lastige lezen. Dochterlief vermoedt dyslexie net als bij de middelste en ik denk dat ze gelijk heeft door de grondige aversie die hij er tegen heeft. Het was zo heerlijk en sfeervol om daar samen aan te werken. Ook voor mijn wattenhoofd een stuk relaxter. In de kussens met een kop koffie en dat warme opgetogen lijf tegen me aan. Na al het werk nog een stukje kerstfilm en toen was paps er al weer. Bijna jammer vond ie, met een beetje rekken.

De ochtend was omgevlogen. Nu even snel in de benen anders komt er niets meer uit handen.