Overpeinzingen

Ik mag blijven gissen

Ik had er niet eerder van gehoord, maar maandag gaan de kinderen lopen voor Mind. Die organisatie strijdt voor een samenleving die investeert in de psychische gezondheid en alles doet om onnodig psychisch leed te voorkomen. De actie heet de Mind Bleu Monday Run en ze lopen als Valkie voor een Valkie tien kilometer. Hoe trots kunnen we zijn op deze kanjers.

Lief heeft gisteren de tocht ondernomen naar de informatiebalie van de NS, zijn hele reis naar Budapest, onze gezamenlijke reis naar Berlijn en voor mij de reis terug naar Utrecht laten uitstippelen en de stoelen besproken. Zijn nachttrein naar Budapest kende helaas alleen maar ligplaatsen, maar dat is geen punt want hij kan overal in slaap vallen. Het hotel staat aan de Kurfürsterdamm, historischer kan bijna niet. Er is belangrijke geschiedenis geschreven. Maar eerst reizen we maandag af naar Texel. Daar hoop ik vurig op helderheid om ons brein te verlichten nu de dagen al tijden in dichte nevelen zijn gehuld. Als ik de buienradar bekijk zie ik ongeveer wat ik hier ook zie, niets vooral.

Nu Lief op pad was, had ik in de middag alle kans om drie kringlopen in de buurt te bezoeken en bij een ervan vond ik twee mooie wollen truien in nieuwstaat. Altijd fijn als die dan ook maar vijf euro per stuk moesten opbrengen. Ik hoorde mijn wijze zus zeggen dat de kleur te flets is voor onze teint, maar een sjaal om je nek in de juiste kleuren doet wonderen.

In het appartement dat we gehuurd hebben, is geen televisie. De juiste omstandigheden om een grote slag te slaan met lezen in de biografie van Betje. Er valt niet te bezwijken voor een goede film of iets dergelijks. Lief en ik, ik en Lief, de natuur en de stilte, het lijkt ons meer dan voldoende. De eigengereide Betje volgt een fragment van Virginia Woolf avant la lettre: ‘Doe altijd waar je zin in hebt. Dan is er tenminste één mens gelukkig.’ Ik moet daar aan denken als ik dit citaat in de column van Marja Pruis en haar overpeinzingen lees. Het komt uit haar agenda van dit jaar, dat het thema ‘Geluk’ draagt. Marja besluit met de woorden: ‘Ik heb liever dat de ander gelukkig is. Niet omdat ik zo’n goed mens ben, onzelfzuchtig, lief. Ik vind het gewoon rustiger.’ En daar is natuurlijk geen speld tussen te krijgen. Het leven van Betje is allesbehalve rustig. Ze wast vooral de ZooZoo’s de oren, de stijve geloofsgemeenschap in Nederland en ploegt met haar verzen er doorheen als een olifant door de porseleinkast. Daarmee oogst ze de grootste bewondering van mijn kant. Ga er maar eens aan staan in dat witte-mannen-tijdperk, waarbij vrouwen nagenoeg moesten schitteren door afwezigheid.

Tijdens het opruimen kwam ik het boek van Paul Haenen en Mirja de Vries tegen met de titel ‘Knuffels’. Er staan allerlei verhalen in over geliefde knuffels die van alles hebben meegemaakt. De tweede wereldoorlog bijvoorbeeld, of de watersnoodramp, Er werd om gepest, er werd mee gelachen of ze werden gebruikt als troost in bange dagen, uren, momenten. Er zijn aandoenlijke foto’s bij van letterlijk platgeknuffelde knuffels. Mijn gedachten zijn bij beer, die hopelijk met mijn mechanische looppopje nog steeds ergens in de schuur te vinden is. Mijn verhaal is net zo gruwelijk als die uit het boek in de meeste gevallen. Beer moest dienen als bliksemafleider voor de bende van de Zwarte Hand die, met mijn levendige fantasie, regelrecht uit mijn Pietje Bell was gestapt en rondwaarden in de Amandelstraat en vooral op ons kleine kamertje met de twee stapelbedden met veel kwaad in de zin. Arme beer. Rolde daarom spontaan zijn hoofd van zijn lijf op een kwade dag? Ik mag blijven gissen.

Overpeinzingen

Deze dagvulling

De zware mist was er weer. Slecht weer voor ons. Nauwelijks zuurstof op te diepen. Het hoesten blijft dan ook maar aanhouden. ‘Het gaat wel weer over voor je een jongetje bent’, leerde onze moeder ons. Tegenwoordig kan je dat natuurlijk niet meer zo argeloos zeggen. Voor je het weet, wordt het bewaarheid.

Zoonlief had de auto geleend om naar de kapper te gaan die naar een aantal dorpen verder was verhuisd en was netjes terug op de afgesproken tijd. We besloten om gelijk door te gaan naar ons doel voor vandaag. Het Louis Hartlooper, de bioscoop, eigenlijk nog meer een begrip, dat gevestigd was in het oude politiebureau van vroeger. Er liggen veel voetstappen van mijn vader op de oude uitgesleten granieten vloer. Hij zat met regelmaat op deze post. Het is een prachtig gebouw en eigenlijk bijna te klein om alle mensen voor en na de films op te vangen als ze alleen het restaurant aan de voorkant open houden. Het is er wel heel knus en doet ons tweeën denken aan vroeger. De tafeltjes zijn allen bezet. Mensen lunchen, drinken koffie, werken op een laptop. Vriendelijke jonge mensen doen de bediening. Wij bestellen de kerrie-knolselderij soep met landbrood van de veldkeuken en het was precies het opkikkertje dat nodig was. We hadden ruim een uur de tijd. De film begon om kwart voor twee, lekker vroeg, dan hield je nog wat tijd over.

De jongen die de tickets controleerde was ineens op wonderbaarlijke wijze voorin. Had hij de grote verdwijntruc toegepast. Het was in ieder geval vermakelijk. We zaten comfortabel op de eerste twee stoelen van rij tien. Ruimte voor de benen en niet helemaal ingesloten, zoals het ons het liefst was. De film heette ‘A Real Pain’ en werd aangekondigd als een Amerikaans/Poolse komische dramafilm van Jesse Eisenberg. Dat komische bleek een tragische ondertoon te voeren en daarmee was het heel indringend. Het spel van beide acteurs, die twee Joodse neven speelden, was ijzersterk. Totaal verschillend maar beiden met dezelfde problemen. Als je wilt weten welke dan moet je de film gaan zien.

We liepen over de kade terug naar Truus, die op ons stond te wachten in de parkeergarage. Op het beeld van Jitse Bakker zat parmantig een grote kraai om zich heen te kijken. Onverstoorbaar, tot ik de foto had genomen en toen pas vloog hij op. IJdelheid Uw naam is Kraai, in variatie op een thema.

Onderweg genoten we van de oude wijk, de straattuintjes her en der, de stilte, omdat de geluiden gedempt werden door de mist, een dappere heggenrank pronkte met een uitbundige bloei over het balkonnetje heen. Bij Orloff haalden we het gebruikelijke afzakkertje met de geijkte portie vegetarische bitterballen waarbij we onze gedachten lieten stromen over de film. Indrukwekkend vonden we allebei én we hadden beiden een totaal ander beeld gehad bij de titel. Zo vrij te kunnen spinnen is wat deze geliefde bezigheid zo waardevol maakt. Een van de voordelen in Nederland, dit bioscoopbezoek.

We konden dankzij het vroege uur achter elkaar doorrijden naar huis, onderweg nog een boodschap en thuis nagenieten van wat toch altijd weer een extra cadeau was geweest, deze dagvulling.

Overpeinzingen

Wie weet

Henna op droog haar, stond in het advies voor het gebruik. Ik deed het altijd op vochtig haar. Vooruit, als het resultaat is dat ze beter pakt, wilde ik dat wel proberen. Waarschijnlijk was het papje niet smeuïg genoeg, want het liet zich lastig in masseren. Volgende keer beter. Bovenop bij de scheiding was de dekking minder. Dat kwam ook omdat de azijn op was. Volgende week nog maar eens proberen. Er was wel veel tijd om het tekendagboek bij te werken.

Lief had in de vroege ochtend al de twee tassen met elpees naar de auto gesjouwd voor de ene en de lamp en de schaakstukken voor de andere dochter. Ik hoefde alleen maar langs te rijden. Bij dochterlief zaten de filosoof en tante Pollewop een korte tijd een filmpje te kijken en zelf zat ze te lezen in ‘En uit de bergen kwam de echo’, van Khaled Hosseinii. Ik sjouwde de platen mee en het truitje en de duimelap. Warme knuffels en hete thee. Toen hun digitijd verstreken was kwamen de kinderen er ook gezellig bij en we mijmerden over de op handen zijnde vakantie in de zomer. Er waren filmpjes van Trudy het varken die een immens kabaal kon maken als ze bijna eten kreeg. Inderdaad, meer decibellen dan het spreekwoordelijke speenvarken bracht ze voort. Wat zal het gezellig zijn daar. De caravan is geregeld en de sta-plek eveneens. Sinds heel lang weer kamperen. Daar heb ik zin in, zeg.

De filosoof ging naar voetbal en zou door zijn vader opgehaald worden, maar eerst had hij het nog gezelliger gemaakt door de kaarsjes aan te steken. Daarna ging hij in vol ornaat op de fiets, zo warm mogelijk ingepakt. Het truitje dat ik jaren geleden had gebreid voor dochterlief en waarvan ik dacht dat het een baby-truitje was, bleek Tante Pollewop nog te passen. Trots poseerde ze voor de foto. Kijk nou eens even. Glansrijk de tand des tijds doorstaan.

Nog meer nostalgie. De platenspeler werd van boven gehaald en toen ik behoedzaam, sommige handelingen vergeet je niet, de plaat uit de hoes liet glijden op de vingertoppen en hem voorzichtig op de draaitafel legde, klonk het zo vertrouwde lichte kraken en de eerste tonen van Ellie en Rikkert en ineens kwamen de waterlanders opzetten. ‘Waarom ben je nu zo geroerd’, vroeg dochter. Er bulkte een hele zak met herinneringen open. Dat gebeurde er. Ik was ineens jaren terug in de tijd, in Leiden, met mijn eigen pick-up en luisterde naar mijn eigen vertrouwde muziek, kon elk lied woord voor woord meezingen. Nog steeds trouwens, letterlijk. Het was op de Hoge Rijndijk. Lief zat in de stoel te lezen en ik luisterde muziek. Er was een warme en vertrouwde sfeer. Het draaien van platen is eigenlijk heel meditatief. Ik had met veel moeite afstand gedaan van al die lievelingen en nu kwam het even in volle hevigheid boven. Maar het was des te waardevoller. Want als ik ergens van weet dat ze in goede handen zijn, is het daar wel, bij hen samen.

Mijn opruimwoede werkte trouwens aanstekelijk, want een van mijn oud collegaatjes en studiegenoot liet een foto van een kattebelletje van mijn hand zien, aan haar gericht, met een uitnodiging voor het een of andere feest, waar het vooral op grond-slapen uit zou draaien omdat er nog tien mensen bleven overnachten. Ook hier schrijven we de jaren zeventig. Dat kon toen allemaal nog.

Dochterlief maakte een heerlijk maaltje, spaghetti met groene saus van Broccoli en Spinazie, ui en knoflook, de lievelingsmaaltijd van tante Pollewop, die al die tijd dat wij aan het draaien of koken waren, zoetjes haar fantasie uitrolde over haar dieren, de playmobil en de magneten bouwblokken.

Wat een bijzondere middag was het geworden. Een om te koesteren. Op Spotify ga ik maar eens op zoek naar de zo vertrouwde muziek. En er wacht nog een hele grote mand met platen. Mindere Goden dan die twee tassen, maar ook geliefd. Wie weet.

Overpeinzingen

Zin in

Het zicht op de wereld is deze nacht, met de opkomende mist, sterk veranderd. Na de vage daken zie ik slechts nog de contouren van een bomenrij. Het kantoor erachter met zijn grote neonreclames op de gevel is weg, foetsie, geen piezeltje neon breekt door de grijze massa heen. Wonderlijke gewaarwording. En dan is dit maar tijdelijk. Ik denk aan al die mensen die deze ochtend een totaal ander aanbeeld te zien krijgen, maar dan voorgoed. Weggerukt is die vertrouwde omgeving. Het huis van de buren, de jongen die de kranten de brievenbus inwerpt aan de overkant, de roze vlinderstruik vol met zoemend en fladderend geluk. Zwart geblakerd, weggevaagd.

Op sociale media kom ik het lied van de troostvogel tegen, de tekst is van Drs. P en er is een vertolking van Herman van Veen, maar hier wordt het gezongen door Jelka van Houten, wiens oudste dochter er mee thuis kwam van school. Daar had hun leraar het aan de groep geleerd, vertelde ze bij Groentenman op Zondag. Ze zong het ter plekke samen met die groep. Ik kende het ook niet, het is prachtig. Je zou iedereen deze troostvogel gunnen.

In de biografie over Betje Wolff lees ik over de brand in de houten Amsterdamse schouwburg en de reacties van de rechtzinnige dominees daarop, die citaten uit de bijbel aanhaalden, waarin God dreigt vuur te zenden naar de wufte steden en de woedende reactie van Betje daarop: ‘Ontaarde Menschen,…durft gij wel zo liefdloos wezen?/Schynheiligen, hebt gy dan harten als staal?’ Dappere Betje en dat in 1772. Destijds hadden ze ook een vorm van sociale media. Men schreef pamfletten over van alles en nog wat die, al dan niet met vooraankondiging in de kranten, werden gedrukt en verspreid en vooral gelezen, waarop dan weer reacties kwamen in voors of tegens. Het blijft een boeiende historie.

De film waar we gisteren in de middag naar toe wilden had nog slechts plaatsen vlak voor het scherm. Dat zou niet aangenaam zijn geweest. Nu zit het in het vat voor donderdag, plaatsen op de achterste rijen op de hoek. De film is ‘A real pain’, van Jesse Eisenberg. We hebben er zin in.

Het betekende wel, dat ik derhalve door kon met ruimen. De trommel van zijn vader naar de oudste zoon, waar het vooralsnog de meeste overlevingskansen heeft, samen met de twee plastic bakken van onder de werktafel. Twee tassen met elpees naar dochterlief, kledingkast verder uitgeruimd, de inhoud van een boekenkast overgeheveld naar de andere. Alle dagboeken staan weer bij elkaar. Lief heeft nu in de kast bij zijn werktafel ruimte voor printer en mappen. Het overtollige spul mocht opnieuw naar de lang-zal-ie-leven-kringloop. Dat doen we direct er achteraan.

Als je eenmaal begint met schoon schip maken, krijg je de smaak te pakken. Straks, na Texel, zal ik er mee door blijven gaan, tot aan de laatste te verdelen spullen toe. Het ladenkastje met de sieraden, klatergoud en kralen van generlei dan emotionele waarde wil ik met de dochters eerst bekijken en dan in de groep gooien. Het antieke kastje mag ook mee. Elke kastruimte die er in een huis is, vult zich ongemerkt en met het oog op een eventuele nieuwe fase zijn wij de meest aangewezen personen om er bressen in te slaan. Ze krijgen al genoeg om door te worstelen. Als een appartement of een klein huisje op de hei(dat laatste liever) zich aandient valt er makkelijker te verkassen nu dit werk al gedaan is. Belangrijk ook dat het in rust en met aandacht gebeurt. Bij een verhuizing moet het hals over kop, voorzie ik.

Straks gaat het haar in de henna. Lief gaat aan de koffie met een van zijn nieuwbakken vrienden. In de middag is dochterlief aan de beurt. Gezellig op de thee en een hapje mee-eten, maar vooral bijkletsen. In de zomervakantie gaan we in een gehuurde caravan op hun lievelingscamping staan voor een week, zij zijn er dan ook. Ze stuurt een filmpje van een avondwandeling in de zon en een juichende filosoof en tante Pollewop. Ik heb er nu al zin in.

Overpeinzingen

Ruimte winnen

Naar aanleiding van een gesprek tijdens het bezoek aan zuslief afgelopen vrijdag en een opmerking van dochterlief op nieuwjaarsdag toen we voor de zoveelste keer de stoelen niet konden vinden in de overvolle kast kreeg opruimen vandaag prioriteit nummer een. Bovendien hadden we gisteren de geleende stoelen voor het familiale kerstdiner bij zoonlief opgehaald en die konden er echt nooit meer in.

‘Volle maan’ en ‘het op je heupen krijgen’ zijn twee onafscheidelijke factoren en derhalve vaker in beeld. Kleding is altijd makkelijk. Op een paar klassiekers na, waar veel hart in zit, mocht alles langer dan een jaar niet gedragen naar de kringloop. Dan gaat het snel hoor. Binnen een fractie van seconden hadden we twee vuilniszakken vol en was de kast behoorlijk leeg. Ook mijn zwarte items, veelvuldig vertegenwoordigd, moesten er aan geloven. Ziezo, dat was één.

Daarna de kast met rariteiten. Een kastje erin met oude videobanden, daarvan wilde ik die, waar de kinderen nog opstonden en een paar van de diverse kersttonelen van school, bewaren, maar de rest mocht allemaal weg. Eerst de kratten eruit. Een met stofzuiger-hulpstukken, een met kerstspullen, een met overjarig speelgoed, een mand met oude autootjes van de jongens, die konden bij de speelmand voor als de kleinkinderen kwamen, de serie handpoppen van de Fabeltjeskrant.

Bovenop het kastje stond een oude koffer met een mand met Egyptische schaakstukken van gips, de reismand van Pluis, mijn tweede gebreide babytrui voor dochter 2 en haar duimelap, een tentje voor op het strand, een lege koelbox. Dit was de afdeling ‘wie biedt’, fotootje opsturen en de reacties kwamen vanzelf. Schone zoon de schaakstukken, dochter haar truitje terug , de reismand naar iemand van de leesclub, die er dolblij mee was, de koelbox naar zoonlief, het tentje voor onszelf, plat in de auto voor ‘je weet maar nooit’.

Na alles te hebben ingepakt, bleven er zes tassen met banden over voor de kringloop, waren de oude kapotte maar nostalgische Chinese parasol en wat houten planken voor de werf, kon de lege oude grote plastic bak ook mee, Lief sjouwde alles de trappen af in een keer of vijf en zoog de kast uit, ik nog een beetje na, ordende de rails en de strips voor de elektra en alles wat nog een deur verder naar iemand moest, mocht weer netjes terug. We konden tevreden zijn over het resultaat.

Eigenlijk had ik niet veel puf meer om alles dezelfde dag weg te brengen, want het liep al tegen half vijf, maar de kringloop was tot zes uur open. Lief kreeg het met zachte drang voor elkaar om me overstag te laten gaan. Vooruit maar weer. Dan zijn we er vanaf. Hij had natuurlijk gelijk. De werf was dicht dus daar kon de lading in de achterbak morgen heen. Opgeruimd staat netjes. Trots showde ik de bijna lege kast aan de familie in de app. Trots dat daar kinderstoel en reservestoelen hun plekje hadden gekregen, zo voor het grijpen. Vandaag ga ik verder met de kast. Een kwestie van even doorpakken en dan komen we een heel eind met ruimte winnen.

Overpeinzingen

Duurzaam hergebruik is altijd goed

Omdat er in de familie nogal wat wintervirussen rondwaren, van griepachtige verschijnselen tot aan krentenbaard toe, besloot dochter een balletje op te gooien om een wandeling te maken met wie er mee wilde. We hadden ze al niet gezien met oud en nieuw, omdat er het een en ander was mee gekomen uit Frankrijk aan ziektekiemen. Dan worden ze zeer voorzichtig naar ons toe, wat ik natuurlijk hogelijk op prijs stel.

Amelisweerd hadden we bedacht en zij en zoonlief kwamen met de hele bubs er naar toe. Wel de coordinaten van de parkeerplek opgestuurd, want het is al vaker voorgekomen dat het ene deel in Oud Amelisweerd aan het wachten was en de ander in Rhijnauwen. De jongens hadden heel groot het pannenkoekenhuis in hun ogen staan. Dat was in ieder geval een wandeling van om en nabij de anderhalve kilometer heen en dan weer terug. Met de drie kleintjes erbij goed voor een middag onderweg.

We moesten even wachten, maar gelukkig was de speeltuin naast het complex. Zodra er een grote tafel vrij kwam konden we er met z’n tienen zitten. Wat fijn. De kinderen hun ogen waren gemiddeld groter dan hun maag en de slagroom bij de warme chocomel, was zo ongelooflijk veel, dat je alleen met dat hapje al vol zou zitten en dan moesten de pannenkoeken nog komen. Aan zo’n grote tafel met elkaar zijn we een huishouden van Jan Steen. Alles krioelt, wil niet of wel, en alle eigen willetjes gaan in de weer. De kleine krullebol lag onder de tafel, ons dametje in de kinderstoel wilde er af en toe ook uit, of er moest iemand onder begeleiding naar het toilet. Kortom ogen, oren en handen tekort. Dochterlief en ik hadden een soepje uitgekozen, lief alleen een chocochoco, dat een klein taartje bleek te zijn met alweer dezelfde dot slagroom, want die houdt van kalm eten om er van te genieten en in deze ongeleide chaos was dat toch niet helemaal haalbaar.

De kinderen kregen kleurplaten met kleurtjes die geen van allen een punt hadden. D
an werkt dat zoethoudertje natuurlijk niet. Na een stief uurtje paste schone zoon een betaaltruc toe, want ik had om de rekening gevraagd aan de serveerster en die kwam maar niet terug. Het bleek dat hij erna stiekem was gaan betalen. ‘Dan een tikkie, hoor’, zeiden zoonlief en ik. Hij gaf ons een echt tikkie en lachte ons vierkant uit. Knuffeltje en opnieuw aan de wandel. Onderweg was die van drie heel benieuwd wat er toch in die ronde bolletjes zou zitten die overal in het gras lagen, want ze waren allemaal dicht. ‘Dat zijn beukenootjes in een jasje,’ legde ik uit en als het voze beukennoten waren had de eekhoorn ze natuurlijk meegenomen. Anders was hij bij ieder voos nootje zeer teleurgesteld geweest.

De twee grote boys liepen elkaar voortdurend vliegen af te vangen en te dollen, maar zorgden er ook voor dat de bal op de weg bleef en dribbel verleende een heldendaad door hem uit de dichte beukenhaag te vissen. Er waren nieuwe schoenen waar op gelet moest worden, want zodra je buiten de paden trad, was het moddergehalte hoog. De koeien in de stal oogsten bewondering, vooral de naar ons toegekeerde schoften, die voor de kleintjes van reusachtige afmetingen waren.

Toen we na de Veldkeuken bij het laantje kwamen was er een prachtige oranje/roze lucht en moest er even stil gestaan worden bij het flinterdunne ijs in de plas.

Met warme knuffels of al naar gelang zonder namen we afscheid. Dag lieverds, het was ons een waar genoegen en tot gauw. Toen we boodschappen hadden gedaan reden we bij zoonlief langs om de geleende klapstoelen en stapeltonnen op te halen die nodig waren met de kerst en een overtollige gouden lamp, die toch te laag werd bevonden. Dan is ie voor dochterlief. Duurzaam hergebruik is altijd goed.

Overpeinzingen

De zon tegemoet

Zo stralend het in de ochtend hier was, bleek het niet overal in het land te zijn. Op weg naar Eindhoven was het net of er nog een scherpere scheidslijn getrokken werd boven en onder de grote rivieren, maar nu letterlijk. Voor Zaltbommel was het een stralende zonnige winterdag en na de brug doken we een verstikkende deken van nevel in. Dat immense grijs bleef ons vergezellen tot we in de stad aankwamen, die we geen van beiden echt goed kenden. Ooit was ik er wel aan de periferie geweest. Of het nu kwam door het weer, door het zoeken naar een juiste parkeerplek, of door de wonderlijke mengeling van oud en nieuw, maar onze eerste indruk was dat het een troosteloze aanblik bood en, met een korte wandeling naar het restaurant waar we hadden afgesproken, werd die gedachte steeds meer bevestigd.

Op het terras van het restaurant was kennelijk een plaatselijke sportclub neergestreken die allen stevig aan het bier zaten. Het restaurant van twee verdiepingen met een open vide was ook vol. Maar onze lieve schatten hadden gelukkig een plaats weten te vinden en misschien had zoonlief wel gereserveerd. Lief ziet gemiddeld een paar keer per jaar de kinderen van zijn ex. en we hadden toevallig even daarvoor afgesproken dat we wat vaker ervaringen zouden uitwisselen, omdat we bijvoorbeeld niet goed wisten welke leeftijd de kleine pork had en waar hij aan toe was. Op de bonnefooi hadden we een een grote set stiften gekocht en een boek van de waanzinnige boomhut. Hij bleek pas vijf te zijn. Het boek was nog iets boven zijn petje. ‘Om voor te lezen,’ beloofde zijn vader, maar de stiften vond hij prachtig. Hij ordende zijn lievelingskleuren vooraan, blauw, bruin en oranje, met daarbij een uitgesproken voorkeur voor een bepaalde tint.

Het was een genoeglijk samenzijn met het uitwisselen van wederwaardigheden, kleine kwinkslagen van het porkje en het registreren van elkaars verjaardagen. De schone dochter kwam uit Brazilië en ze hadden daar een klein appartement gekocht vlak bij haar moeder, zodat ze die konden verhuren en minstens een keer per jaar er naar toe konden gaan, met eventueel de gedachte om er te gaan wonen als de tijd rijp was. Wat een mooie vooruitzichten. Helaas een vliegreis te ver voor ons, maar een mooie missie. Ze bleken 16 jaar getrouwd te zijn en zouden dat vieren met deze lunch en onze ontmoeting, daarna kwam opa de kleine halen en gingen zij door naar de sauna.

Kennelijk nemen Brabanders geen genoegen met een bescheiden portie eten, of het lag aan het concept waar het restaurant zich van bediende, maar de borden die werden opgediend, waren overvol. Gelukkig had ik op het laatst voor een soepje gekozen, want de bestelde Eggs Benedict voor zoonlief vielen tot over de rand van het grote bord heen en bij de andere borden was het al niet beter. Na de lunch wandelden we naar de hal van een winkelcentrum, waar opa al stond te wachten en een uitgebreide lectie gaf van zijn muntenverzameling terwijl de kleine met zijn moeder nog een cadeautje aan het uitzoeken waren.

We namen hartelijk afscheid en liepen weer in eigen tempo richting de parkeerplaats, ons opnieuw verbazend over de troosteloosheid van de stad. Iemand had met een grote hand een verzameling nieuwbouw hap-snap tussen de statige oude gebouwen geplempt. En een aantal van die oude gebouwen waren industriële vervallen percelen, waar hier en daar kennelijk al te rotte tanden tussen uit waren gefilterd. Gehavend, dat was het juiste woord, dachten wij. Twee mannen die flesjes aan het verzamelen waren uit prullebakken versterkte die gedachte. De weg terug leek sneller en we konden opgelucht adem halen toen we uit de dikke deken opnieuw naar de goede kant reden over de brug van Zaltbommel heen, de zon tegemoet.

Overpeinzingen

We zullen zien

Een app naar zus was voldoende om de weg vrij te maken voor een bezoekje midden op de dag, dat laatste om eventuele gladdigheid voor te zijn. Op naar het lieflijke oord op het landgoed De Oude Tempel. Het groengebied daar kent prioriteit nummer een omdat men vooral hoogwaardige natuur wil en de dassen op het landgoed wil behouden. Aangenaam wonen dus.

Het ochtendzonnetje had plaats gemaakt voor een druilerige regen, maar dat mocht de pet niet kreuken. Truus plenste er lustig op los met haar driftige ruitenwissers. Het is een mooi complex, vergeleken bij het vorige huis ook heerlijk rustig. Geen rondweg vlak naast het balkon maar zicht op twee hele oude grillige berken daar en op de uitnodigende bossen door ieder vensterraam.

Het appartement is kleiner dan het vorige maar groot genoeg en we kwamen tot de tevreden constatering dat meer ruimte vaak ook een grotere verzamelplaats zal zijn voor eventueel nog te gebruiken zaken, die eigenlijk allang weggedaan hadden kunnen worden. Hoe meer bergplek, hoe meer troep. Wijsheid van de koude grond, maar zo waar.

Nog niet alles was binnen. Ze zaten op tuinstoelen, maar een lief bankje in een prachtige blauwe kleur stond er al te pronken en het schilderij had een prominente plek gekregen. Het werd een genoegelijke middag met een aangenaam verpozen. Zuslief had al diverse ochtendjes bezocht in het complex, waar van alles werd georganiseerd. Voor iedereen die behoefte had aan contact was er volop mogelijkheden en als je dat niet wilde was het ook goed. Even goede vrienden. Precies, laat ieder in vrijheid. Met de belofte op een herhaling namen we afscheid. Wat fijn om ze zo samen te zien. Zorg voor de oude dag verzekerd en heel veel ruimte om fijne reizen te maken. Twee vliegen in een klap.

Hier moeten we ook maar eens verder met ruimen. Vooral alle sporen uit het verleden mogen gewist en dan bedoel ik in de orde van grootte van wat de kinderen hebben achter gelaten. Ik was al een heel eind, maar er staan altijd nog plastic bakken met oude voetbalkleren van de oudste zoon en er zijn prullaria’s die ik uit wil delen, omdat dat beter bij leven kan gebeuren. Bestemming met een hart, zeg maar. Het sieradenkastje wil ik met de dochters eerst eens doornemen. Het stelt niet veel anders voor dan de emotionele waarde die er aan kleeft. Oude Indiase oorbellen en enkelbanden, wat Iraans klatergoud en de cadeautjes van het schoonheidsinstituut, waar ik al jaren mijn bescheiden make-up bestel.

Daarnaast moet ik nog eens grondig op zoek naar de verdwenen beer en looppop, die ergens in de schuur in een van de plastic bakken zou moeten zitten. Ik hoop dat ze niet per ongeluk zijn weggedaan bij een van die andere rigoreuze schuuropruimingen door de kinderen. Beer zijn hoofd ligt los, een ander zou de waarde van deze zaagsellieverd niet begrijpen. Mijn missie is hem te redden uit de klauwen van de onwetendheid.

Wat een plaatje lacht ons toe door het raam. Zonovergoten wit berijpte daken met de witte, ton sur ton, opstijgende pluimen uit de schoorstenen en in de lucht hier en daar koppels ganzen, veel kauwtjes in een vlucht, hippende eksters en beschouwende dikke dollies op de nok van de daken.

Ondertussen geniet ik van de emo-biografie van Marita Matthijsen over Betje Wolff en vind haar hoe langer hoe meer bewonderenswaardig. In ieder geval heeft ze haar hart niet op de tong liggen en dat rond 1765. Ze belooft uit te groeien tot een dame waar je niet om heen kan. We zullen zien.

Overpeinzingen

Mijn eigen moedertaal

Heerlijke film gekeken gisterenavond, als tegenhang voor alle ellende in de wereld. ‘A Streetcat name Bob’, van de regisseur Roger Spottiswoode is een waar gebeurd verhaal van James Bowen, een aan heroine verslaafde jongen, wiens leven een totaal andere wending neemt als de rode kater Bob in zijn leven komt. Het is mooi om te zien hoe mens en dier diepgang in hun relatie brengen en met name kater Bob.

Ondertussen ben ik klaar met Duolingo, alle lessen gedaan en ik zou in de herhaling moeten gaan, maar dat zal ik doen met luisteroefeningen en een ietsiepietsie meer grammatica als onderbouwing van een andere site.

Ondertussen breiden de plannen voor komend jaar zich uit. Halverwege februari gaan we met de trein naar Berlijn en na een aantal dagen samen gaat Lief van daaruit met de nachttrein naar Hongarije en ik weer terug naar huis. In augustus zijn we voornemens om de vakantievierders in Slowakije te bezoeken en er een week aan vast te plakken in een gehuurde caravan en in de herfstvakantie gaat het hele gezin met de hele bubs een week naar een groot vakantiehuis in België. Fijne plannen en genoeg om op te teren de komende maanden.

Breinvoer, de kaarten met vragen van de VPRO, vraagt waar ik tien jaar geleden was en waarbij ik toen dacht over tien jaar te zijn. Dat is het voordeel van een dagelijkse blog. Dat kan ik opzoeken, want uit mijn hoofd zou ik het niet weten. Ik vind het vooral bijzonder en leuk, maar denken aan waar we zouden staan over nog eens tien jaar, dat was niet aan de orde. Voor nu kan ik zeker zeggen, dat ik nooit gedacht zou hebben dat Lief en ik weer samen door het leven zouden gaan. Regeren is vooruitzien, maar met de wind meewaaien geeft vooral de sjeu aan het leven. Destijds schreef ik onder de naam Bespiegelingen en haalde dan eerst een stukje aan uit mijn moeders dagboek om er vervolgens mijn eigen hersenspinsels op los te laten:’

Mijn moeder verhaalde met regelmaat hoe de dagelijkse verzorging van mijn vader, die door de verpleegkundigen onderhanden werd genomen, verliep. Hij had zo zijn lievelingetjes en daar was de zuster van die dag er een van. Deze keer lichtte ze ook een tipje van haar eigen sluier op:'(…)Corrie komt pa wassen. Dat is een vrolijk begin. Ze heeft altijd wat te praten en te lachen. Als Pa schoon in zijn stoel zit ga ik douchen en mijn haar een crème behandeling geven. Zo, nu is het pluizige er ’n beetje af. Meteen mijn gezicht geperzikpit. Scrubben heet dat. Ook de nagels van mijn handen. Drie kwartier zoet. Pa: ‘Waarom ga je onder de douche?”Omdat ik dat lekker vind.’ Twee keer in de week. Er zijn lui die iedere dag gaan. Hij vindt het overdreven.(…)’

Doorgaans onderhield mijn moeder ‘huid’ en have met een minimum aan middelen. Inzeepbeurtje, afspoelen, nivea erop en klaar! Zodra er andere middelen bijkwamen, was dat, omdat ze die met een verjaardag, sinterklaas of moederdag in grote getale had gekregen. Gemiddeld kon ze met gemak een jaar teren op en experimenteren met de diverse schenkingen. Er was dus een perzikpitscrub bij. Je moet wat als fabrikant. De onverholen talenknobbel  promoveerde het wonderlijke woord direct tot een nieuw werkwoord. Ik heb geperzikpit. Probeer het maar eens tien keer achter elkaar te zeggen. Het is een struikelwoord! Ik hou van struikelwoorden en zeker als ze zelfgemaakt zijn. Die gaan er in als koek! Vanaf het moment dat ik dit woord gevangen heb, is scrubben uit mijn vocabulaire verdwenen. Ik perzikpit of dat nu met het desbetreffende vruchtonderdeel is of met een appelcompote, dan perzikpit ik nog! De onvoorwaardelijke liefde voor een moeder gaat door het woord! Er kleeft een klein nadeel aan, want voor buitenstaanders is het begrip moeilijk te vangen als je de context niet kent. Het geeft niet, door de plastische omschrijving als toevoeging wordt het vanzelf duidelijk. Zo zijn er al vele mooie woorden bezegeld met een dubbele betekenis.

Autumn Red peaches.jpg

Met gemak werd een en ander vervoegd tot werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, of werden werkwoorden verheven tot zelfstandige naamwoorden. Spelen met taal is het woord in de kern van zijn betekenis durven uitbreiden. Niet het vormelijke maar juist het speelse element er uit kunnen liften en er mee aan de haal gaan, het omvormen tot poëzie, tot nieuwe taal, tot kunst. Het durven kneden, vervormen, omdenken van het begrip en de schoonheid ontdekken, die er in de taal besloten ligt. Ik ben nergens anders zo thuis in taal dan in mijn eigen moedertaal.

Overpeinzingen

Waarvan akte

We hadden een missie gisteren. We gingen naar het tuincentrum naast de tuin om een paar laarzen, potgrond en een stut voor de philodendron boven te kopen. Die arme plant maakte al meer dan een maand een diepe knieval voor de buitenwereld en vleide zich zoetjes aan helemaal tegen het glazen raam.

Bij het duurzame tuincentrum waadden we ons een weg door wouden van kunststof kerstbomen in alle soorten en maten en bakken vol kerstboomversieringen, knikkende kerstmannen, gnomen in alle soorten en maten, strame hertjes met verleidelijk lieve reeënogen, onder een zwaaiende kerstman in een luchtballon door, hohoho, en meer van al dat geglitter en gefonkel en om een heuse Ark van Noah heen die afgeladen vol is gestouwd met pluchen knuffels al dan niet zwenkend met hun koppies. Pffff. Waar zijn die laarzen i naar het schap.

Onze vooruitziende blik bleek te werken want op het complex heerste doodse stilte en het tuinpad was een en al diepe voren in de modder, nauwelijks te lopen. We sprongen van graspol naar graspol, maar af en toe moesten we de schoenen en laarzen lostrekken met zo’n soppend geluid er achteraan. OP het graspad was het al niet veel beter. Het veen veerde daar nog vrolijk terug onder onze tred, maar in de tuin liep je je al snel vast en had het water het grondoppervlak bereikt. Er was een onverwachte gast, die zich moe had neergevleid tot vlak voor het vijvertje. De Fluweelboom van de buurman die op onze grens stond, was ontworteld en lag nu te zieltogen aan mijn kant. Dat wordt een appje aan zijn adres. Voor de rest is het er drijfnat, kaal, en een tikkie troosteloos door de zompige boden. We besloten om terug te lopen aan de andere kant. Die lag iets hoger, maar ook voor hier was het te nat geweest en het veen totaal verzadigd. In de tuin van de achterbuurvrouw stond de grijs/blauwe oude heer de reiger een kostje te verorberen, vermoedelijk een niet te versmaden mol of woelmuis. Je moet wat op zo’n koude winterdag. Hij was niet van plan voor ons op de vlucht te slaan, een eigenzinnig type of gewoon een hongerig exemplaar.

Halverwege het eerste pad kwam de buurman uit zijn hek gelopen en liep een stukje met ons op naar de uitgang al mopperend over het modderpad voor zijn hek. Een grote litanie volgde op iedereen en alles. Hoe moest ik deze meneer duidelijk maken dat het een kwestie was van meerdere captains op een schip die allemaal zeggenschap hadden. Voor ons maakte hij hoffelijk het hek los en ik gebaarde, dat wij het weer op slot zouden doen. Met een armzwaai bij wijze van groet en een duim omhoog slofte hij de ventweg op.

De bloeddruk bleef keurig laag de hele avond, maar tegen de tijd dat ik naar bed ging, kwam er een tornado opzetten die door mijn aderen begon te ruisen en sissen. Ik kon er nauwelijks van slapen en in de slaap was ik super onrustig, vertelde Lief vanochtend. Ergo, vanochtend was de bloeddruk weer veel te hoog. Volgens mij is het een bijwerking van het afkicken van de pantaprozol want er was totaal geen aanleiding toe. Binnenin is de storm weer geluwd, dan straks nog maar eens meten en vooral kalm blijven en niet direct het ergste denken. Mijn moeder had overal altijd een oplossing voor en nu fluistert ze voortdurend, om me gerust te stellen, in mijn oor: ‘Kalmte zal U redden.’ Over grenzen heen luistert goede raad zeer nauw. Waarvan akte.

Overpeinzingen

We gaan het zien en beleven

Iemand reageerde op de blog van gisteren over de bril als haarband, en schreef dat ene Janet Laster Purkey ook graag een bril op haar hoofd had in plaats van een haarband. Ze wilde geen zonnebril en ontwierp de Zazzy Bands. Een soort bril zonder glasmontuur, alleen het frame. Zo mal was mijn idee dus niet eens. Er zijn meer vrouwen met dezelfde behoefte bleek, want het ontwerp nam gretig aftrek.

Tante Til(kleindochter zo genoemd omdat de lieve schat altijd aan het knutselen, tekenen of verven is, naar de vrouw deze huizes van de familie Knots) kwam bijna als laatste uit de school gelopen en we hadden gedrieën een aangenaam uurtje tot ze bij het buurmeisje ging spelen. Ze besloot om twee lessen in te halen uit haar werkschrift en dat deed ze met aandacht. Wat had ze een mooie hand van schrijven. Dat heb ik op school weleens anders meegemaakt. In vloeiend schoonschrift en met snelheid vervulde ze de opdrachten. Ik smeerde broodjes, waar oma-gewijs natuurlijk hagelslag en speculaasbolletjes op mochten. Drie hele boterhammen met korst gingen naar binnen. Lief ging haar wegbrengen naar twee huizen verderop en ik deed de pannenvaat van de dag ervoor maar nergens was een theedoek te bekennen, dus liet ik het maar op z’n kop drogen. Zoonlief meldde later, dat die allemaal in de was zaten. Je kan er maar niet genoeg van hebben.

Daarna gingen we naar het stadscentrum waar we nog een uurtje moesten overbruggen. Lief was al een tijd op zoek naar nieuwe schoenen en stelde de aanschaf telkens uit, maar ik dacht dat het nu wel handig zou zijn in dit loze uur. Er vond veel wikken en wegen plaats, maar eindelijk ging hij overstag en wilde wel even passen. De verkoopster was bijzonder vriendelijk en goedlachs. Opgewekt stapten we met een mooi leren paar weer naar buiten. Ziezo, nog even langs de Zeeman voor de basiselementen en daarna de bril. Ook hier weer die jolige verkoopster van gisteren. Jammer dat ik nog niet wist van die Zazzy Bands, anders had ik haar erover kunnen vertellen.

Het was een geslaagde middag al met al. Vandaag begint ook goed. Een uitbundige zon zet het kantoorgebouw met zijn spiegelramen aan de overkant in volle gloed. De rijp ligt op de daken, dus is het koud. Zou de winter eindelijk voet aan de grond krijgen? Ze beloven sneeuw voor morgen, maar ik durf er niet al te zeer op te rekenen. Niets is hier in dit klimaat wisselvalliger dan het weer. De tuinkriebels zijn er wel. Misschien even gaan kijken hoe het er daar bij staat. Er moeten nog zeker zeven wilgen gesnoeid. Geen sinecure.

Er staan vier dagen Texel op de rol. Daar kunnen we de vriendin bezoeken die bij ons haar gitaar en het Carrombord van haar man had achtergelaten, maar het is gelijk een mooie afleiding om van de heerlijke Wadden te genieten. Iemand vertelde me laatst dat hij nog nooit op de Wadden was geweest en ik kon het me bijna niet voorstellen. Misschien zie ik wel een Gorgel, die populaire creatie van Jochem Myjer waar ik zelf ook zo van genoten heb toen ik deel één in de groep voorlas. Je kon een speld horen vallen en lang galmde het ‘Joebelabambam’ nog door de schoolgang. Bij alle kleinkinderen is het ook een begrip.

De maagtablet die vermoedelijk voor het lage natrium zorgt, is gestopt. De praktijkondersteuner waarschuwde voor ‘ontwenningsverschijnselen’. Ik ben benieuwd de komende dagen. De bloeddruk bleef keurig laag gisteren, de pols lager dan zestig zelfs. Best fijn even een weekje in de revisie, per slot kraakt en piept het hier en daar door de jaren die tellen. Wie weet, helpt het. We gaan het zien en beleven.

Overpeinzingen

Iets om trots op te zijn

Vanuit het schap lagen de oranje met witte gesneden ingredienten te wachten tot ze zouden worden meegenomen. Twee stuks voor de prijs van één. In een witte wolk daalde het verleden neer. De zalige hutspot van vroeger. Natuurlijk, dat werd het. Jus in een kuiltje van een klein pakje spekjes en een vega rookworst voor het lekker. De ongeschilde kruimige aardappelen erbij en het menu was in kannen en kruiken. Soms is het goed om je te laten verleiden door wat zich aanbiedt.

Daarna reden we naar het centrum. De meeste winkels zouden pas 12.00 uur open gaan en het was er dan ook heerlijk rustig. Mooie fineliners stond op het lijstje en neuzen bij de Hema. Daar vonden we twee truien, een voor hem en een voor haar, voor een habbekrats, want dat is de sport. Én in een opwelling stapte ik een brillenwinkel binnen omdat ik zo graag een bril wilde voor in mijn haar. Nu de ogen zo goed waren, moest mijn haar altijd op zolder, omdat het anders al gauw te plat oogde naar mijn mening. Lief vindt van niet, maar hé, ijdelheid Uw naam is vrouw, al gaat dat, vandaag de dag, zeker niet meer op. In ieder geval betekende het voor de twee winkelvrouwen een uurtje van vermaak. Een bril als haarband, daar hadden ze nog nooit van gehoord. We zijn alle twee snelle beslissers dus toen een montuur me beviel en de bril uitstekend functioneerde op het hoofd, was de aankoop al snel geregeld. In mijn naïviteit dacht ik hem zo te kunnen meenemen, maar dat was te kort door de bocht. We mogen hem vanmiddag ophalen. Niets is fijner dan ergens een keuze in te hebben. Haar los of vast behoort nu weer tot de mogelijkheden.

Zoonlief appte of we onze ‘Tante Til’ op konden halen van school. Na een uurtje gaat ze alweer spelen bij een buurmeisje. Geen enkel probleem. Graag zelfs.

De biografie van Betje Wolff geeft een mooi beeld van de positie van de vrouw en de geloofsgemeenschap in de Beemster rond 1750, maar ook van de privileges die de gegoede kringen hadden in die tijd met hun statige buitenhuizen, die ook wel ‘Plaisirhuizen’ genoemd werden en die voornamelijk als zomerverblijf werden gebruikt. In de winter was de Beemster een zompige natte polder, maar in de zomer bruiste het van de feesten en partijen, waar Betje als aangenaam gezelschap vaak voor werd uitgenodigd.

Hoera, er doemt een blauwe lucht op met een ondertoon van witte wattenwolken en daarna zelfs de zon. De zendmast staat er fier tussen. De kerstboomlampen zijn weer uit. De drie wijzen zijn sinds gisteren vertrokken. Geen driekoningentaart dit jaar, hooguit het ruimen van de lampjes voor het raam. Opgeruimd het licht tegemoet. Dat zou fijn zijn.

Beatrijs Smulders beschrijft in de Zin dat ze in een identiteitscrisis terecht kwam en daarna pas uitkwam bij haar kern. Die kern noemde ze, het was ‘Kwetsbare Openheid.’. Door de overgang ‘was de Ongezonde ego-laag afgebrokkeld en bracht me weer naar binnen.’ Door het slechten van de muur deelt ze haar leven in van voor en van na ‘De val van de muur’’. Ze werd zachter, ervoer meer rust, meer liefde. Ze pleit voor meer zachtheid in de wereld en vindt dat we niet van een patriarchaat naar een matriarchaat moeten gaan, maar ze verzint het woord: Matripaat, met het woord Matri voorop, de moeder, de oerband. Om de wereld te redden moeten mannen de gelegenheid krijgen om meer empathisch te worden. Daarbij spelen beiden een cruciale rol, de hoofdrol zelfs: Als ze de gelegenheid krijgen om echt voor hun kinderen te zorgen. Dat leidt tot echte emancipatie.’ Dat lijkt me een mooi gegeven en ik kan het beamen in de wetenschap dat ik de zegen heb om dat van dichtbij mee te mogen maken bij de kinderen, die net als hun vader en moeder ‘samen’ de opvoeding oppakken, zowel in emotionele als in huishoudelijke zaken. Iets om trots op te zijn.

Overpeinzingen

Altijd goed zo’n check-up

‘S middags was alle sneeuw verdwenen, weliswaar niet door de zon, want er kwam nog een sloot regen, maar het was niet meer glad en ineens tiengraden. In de super vonden lief en ik een vosje, zo heerlijk zacht dat die vast met open armen ontvangen zou worden door tante Pollewop, na alle inspanningen voor diploma A. De lieverd zwom met verve, trots op al haar publiek. De Friese opa en oma waren zelfs spoorslags uit Friesland gekomen met de trein, verder papa en mama natuurlijk en broerlief met wij twee. Steeds even zwaaien tussendoor en nu na twee weken een diploma. Ze mochten in marstempo met het behaalde diploma boven hun hoofd op het A-B-C-diploma lied aan iedereen laten zien hoe trots ze waren op de behaalde prestatie.

We gingen gezellig met elkaar nog even wat drinken vlak bij het station, zodat pa en ma weer op de trein konden stappen richting Friesland en wij op zoek gingen naar het restaurant dat we daar in de buurt hadden gezien. Lief had me uitgenodigd en ik had een mooie plek gevonden. We waren wat vroeg maar het was geen probleem. Het concept sprak ons erg aan. Ze serveerden tapas volgens een ‘ronde’ systeem waarbij je zelf mocht kiezen hoeveel rondes je wilde doen. Per ronde moest ieder van ons twee gerechtjes bestellen. Er waren ook nog bijgerechtjes, die bij vijf ronden gratis waren. Geen vol bord voor je neus, maar lieve kleine schaaltjes met een kabouterbestek. Met het brood vooraf hebben we vier ronden gedaan, waarbij we de volgende keer het brood zullen laten zitten. De vegetarische hapjes waren smakelijk bereid.

Om ons heen hing de stilte en het gedempte praten van de groep achterin de zaak sijpelde af en toe door. Het lied voor de jarige, dat door hen gezongen werd, was niet te missen. Maar verder was alles in serene rust die pas tegen zessen, toen wij al klaar waren, begon aan te lopen. Er zijn verschillende zaken van deze keten. We houden ze in het oog.

In de avond zochten we een doku op van Nahid Persson over een jonge vrouw die geadopteerd was door een Zweeds echtpaar, opgroeide in Zweden en vervolgens toch op zoek ging naar haar Iraanse moeder. Ze gaat er naar toe, doet een poging om de taal te leren en ontdekt dat hun levens mijlen ver uit elkaar liggen. Na drie weken hakt ze de knoop door. Heerlijk om het Iraans te horen. Die mooie zangerig taal, dramatisch ook als er muziek onder komt. De bijbehorende taferelen waren zo herkenbaar.

Op de televisie was de film Het geheim van de meestervervalser Geert Jan Janssen , die nadat hij zes maanden voorwaardelijk kreeg ook zijn eigen richting in het schilderen vond. De man is eigenlijk een razend knappe kunstenaar en heeft heel wat kenners om de tuin geleid. Ook al zou je dat niet willen dan bewonder je hem toch.

Zo was het al met al een hele fijne dag. Vanochtend moesten we vroeg uit de veren omdat ik de uitslagen zou horen bij de praktijkondersteuner. Matige nierfunctie maar al jaren stabiel, natrium wat aan de lage kant, bloeddruk te hoog. Dus net als vorig jaar maar weer een meetweek thuis om te kijken hoe alles in rust functioneert. De natrium wordt vermoedelijk veroorzaakt door het medicijn dat de maag beschermd. Derhalve daar een week mee stoppen en de hele handel volgende week nog eens bekijken. Altijd goed zo’n check-up.

Overpeinzingen

Om heel lang op te kunnen teren

Vluchtig was de sneeuw vanmorgen, zoals veel tegenwoordig vluchtig is. Om kwart voor zeven bijna ongerept en een dun laagje en een uurtje later een drabbige brei. Foto’s van de kleinkinderen over de app, de een liep te kleumen, de ander dikke pret, maar je moest er snel bij zijn. Kinderen van tegenwoordig weten straks alleen nog maar hoe sneeuw er uit ziet als ze er naar toe reizen. Vriendinlief had een vroege wandeling gemaakt om de sneeuw onder haar voeten te horen knirpsen. Iets om heimwee door te krijgen, zo’n woord.

Vandaag zwemt tante Pollewop af en dat willen we niet missen. Gelukkig wordt het straks tien graden hebben ze beloofd. Nu schijnt de gevoelstemperatuur nog -8 te zijn of zijn we niets meer gewend. Lange koude winters in ieder geval niet meer. Worden we watjes door te hameren op gevoelstemperaturen. Vroeger was het alleen maar koud of warm.

Eergisteren maakten we onze eerste wandeling door het park. Druilerig, soppig, maar even de zon aan de blauwe hemel, die de vijver in een prachtig licht zette. Twee woerden achter een vrouwtje aan ‘Een zon maakt nog geen lente, mannen’, in variatie op een thema. En ook temidden van die wisselende luchten ineens een kleine dappere bijna-bloeier. De gele kornoelje. O, wat zou ik hem graag nog een keer willen ruiken. Dat is waar ook. We zouden nog steeds een keer naar de botanische tuinen in ons buurland gaan, waar de kornoelje uitbundig aanwezig is.

Tussen de kamerplanten zit ook weer nieuw en jong blad in de pachira aquatica ook wel de geldboom en de oxalis triangularis ofwel de geluksklaver, die overdag uitbundig bloeit. Het stemt blij, al dat jonge leven.

Met de komst van het schattige bloemenservies, folklore-waardig, besluiten we toch om mijn oude dekschalen ermee te vervangen, want in de Hof hebben we eigenlijk al genoeg. Dat betekent dat er weer twee oude schalen en een juskom door te geven zijn. Een schaal is voor dochterlief. De andere twee mogen naar de kringloop, evenals de boodschappenkar waar het inzat. Opgeruimd staat netjes, volgende week even langs rijden.

Gisteren is het tekendagboek bijgewerkt, nog vier achterstallige tekeningen in te kleuren met aquarelverf en dan ben ik bij. Een nieuw derde tekenboekje ligt al klaar. Die hebben we gekocht in het museum Ton Schulten in Ootmarsum. Voor de twaalfde kunnen we nog een keer naar het Singer in Laren, waar de tentoonstelling My world niet te versmaden schijnt te zijn. En Voorlinden met de dochters staat ook nog op het lijstje. Ik wil Michaël Borremans zien en de dames Nick Cave.

Gisteren hadden we de Soedanese film ‘Goodbye Julia‘ van de regisseur Mohammed Kordofani gehuurd. Aangrijpend, prachtige beelden, een inkijkje in de cultuur en ook oorlog, racisme en het lot van de vrouwen komt aan bod evenals de grenzen van liefdadigheid gevoed door schuldgevoel. Een aanrader deze subtiele gevoelfilm. We genieten er alle twee van.

Er komen appjes binnen van de vriendinnen. We gaan over twee weken een kleedje tuften. Ooit, vroeger, heel lang geleden, in de tijd dat we onze handen tot schuurpapier hadden gemacraméed, heb ik nog wel eens zo’n tuftnaald vastgehouden. Nu heet het een handtufting tool. Tegenwoordig gebruiken ze ook een tuftpistool, dat razendsnel gaat. Het leukst is natuurlijk om de lieve meiden weer te omarmen. Dergelijke uitstapjes zijn er een paar keer per jaar. Iets om te koesteren en om heel lang op te kunnen teren.

Overpeinzingen

Dat er zo te spiegelen valt

Gisteren geen pas op de plaats na de drukte van de afgelopen dagen want het was de dag van de ontmoetingen. De eerste waar Truus me naar toe reed was een vriendin waar ik in de grijze oudheid, nou, iets minder lang geleden, goed bevriend was, iets wat door de jaren heen verwaterde en op de verjaardag van een van de broers dit jaar glansrijk werd afgestoft.

Eens een vriend altijd een vriend gaat in dit geval wel op. Als sneeuw voor de zon gleden de tussenliggende jaren eruit en zaten we nog steeds op dezelfde golflengte. Een hele warme ontmoeting met verhalen over en weer. Ze had haar buurmeisje geappt dat ik zou komen en die belde even later aan. Ze had bij mij in de groep gezeten en door toeval waren ze er achter gekomen dat ze me allebei kenden. Het schepte een band. Door de verhalen heen kwam het frèle stille meisje weer boven drijven, maar dan in een zelfverzekerde vrouw, die wist waar ze voor stond en net zo lang heeft gezocht tot ze haar plek als lerares Duits op een middelbare school had gevonden. Plaatsvervangend trots op haar. Nu had ze zelf twee lieve meisjes. Het leven zet zich voort.

Daarna kwam er een belletje van zuslief die vroeg of ik zus uit Houten op kon halen. Zij haalde de tweede zus op, omdat die anders af zou haken. Waarom het door moest gaan bleek wel uit de mooie gedekte tafel, alles met liefde voorbereid voor de ontvangst. Ze had uitgepakt, die zus van ons, met liflafjes en een lekker soepje tot aan de geliefde broodjes kroket toe.

Na de lunch waren er twee zakken overtollige kleding, waar wij nog wat uit konden snorren voor het naar de kringloop zou gaan. Met de krat met verkleedkleren van het koor van zus was er tijd voor wat typetjes, niet te versmaden door de jongste van ons, altijd in voor een verkleedpartijtje. Het was een fijn samenzijn. Zus vertelde over haar nieuwe woonstee met uitzicht op het bos, en het beviel ze uitstekend. Minder lawaai, meer natuur en opnieuw beginnen, inrichten, loslaten, waarde inschatten van alles wat ooit tot een vorige periode behoorde. Met een slim doel. Het verhogen van de feestvreugde samen.

Terwijl Lief en ik in Hongarije zaten hadden de zussen trouwens de oude tante van zwager helpen verhuizen naar een tehuis en diens appartement moest leeg opgeleverd worden. Laat daar in de kast nou een servies staan waar ik enkele stuks hier thuis van heb. Ze stuurden de foto’s op. Het perfecte servies misschien voor in de Hof, een beetje passend bij de landsaard, zal ik maar zeggen. Ze hadden het keurig ingepakt. Het zat in een ouderwets boodschappenwagentje, dus het kon zo naar Truus gerold worden. Duurzaam hergebruik, er is veel voor te zeggen.

Mijn lieve schatjes zitten en masse in de lappenmand. De vermeende krentenbaard blijkt nu toch waterpokken te zijn. Inmiddels heeft broerlief het ook goed te pakken en hun moeder. Tout van de Franse familie is ook ziek of onderweg. Het ligt vast aan dit wonderlijke weer.

Vanmorgen keek ik nog een keer ‘Vrouwejaars’ terug, de Oudejaarsconference maar dan nieuw. Nu met de oren gespitst. Ik vond het de eerste keer al sterk, maar nu kwam het helemaal goed binnen. Een ijzersterke afsluiting van het jaar 2024 en voor iedereen die er niet naar gekeken heeft of in het vuurwerkgeweld de helft heeft gemist, zou ik de raad willen geven er eens goed voor te gaan zitten. Want lieve mensen, als je kan besluiten met de woorden: ‘Wij ervaren geen asielcrisis maar wij ervaren een zielcrisis‘ en ‘Laten we pleiten voor meerstemmigheid, voor de twijfel, voor de zachte dingen, voor de schaamte’, waarbij ze de Franse Giselle Pelicot aanhalen, die sprak: ‘De schaamte moet van kant wisselen’, dan hebben ze wat mij betreft al gehaald wat ze probeerden te bereiken met elkaar, deze tien vrouwen. Alert blijven, bewustwording kweken met elkaar. Wat mooi dat er zo te spiegelen valt.

Overpeinzingen

Met hernieuwde energie

Zon te zien. Met regen dat dan weer wel, maar wie weet, levert het de eerste pot met goud op van dit nieuwe jaar aan het eind van de regenboog. Ganzen en aalscholvers in de lucht.

We komen een beetje bij van de drukte gisteren. Dochterlief was ook aan het kwakkelen net als haar man en ze komen niet. Geen punt. Als Mohammed niet naar de berg komt, dan komt de berg wel naar Mohammed. Ergo: een bakje Harira met brood gaat hun kant op. Er vallen meer mensen om in dit kwakkelende weer. Het scheelt vijf eters. Maar ook al was het nog zo’n grote volle pan soep, toch gaat alles schoon op.

Het wordt een gezellige keuvelende middag, waarbij de oude fotoboeken van Lief en mij van vroeger een aanleiding zijn tot vermaak. De drie kleintjes gebruiken de zuil om er omheen te rennen of om de autootjes zo hard mogelijk in rechte baan te laten rijden. Schelle stemmetjes. De filosoof en tante Pollewop vechten om een plekje op de voetenbank, apenliefde eerste klas. Er is ook weinig vertier. Zoonlief en gezin komen als zijn broer met iedereen vertrokken is. Diens kleine heeft krentenbaard. Ze heeft er geen last van maar het blijft besmettelijk. Lucht-kusjes en knuffels dan maar. Je moet de kat niet op het spek binden. Het is fijn om ze bijna allemaal te zien. Dochterlief en co houden het te goed. Wat in het vat zit verzuurt niet per slot van rekening.

Gisteren las ik in een blog een ABCtje met alle meer of mindere hoogtepunten uit het vorige jaar. Een prettige resumé van het leven. Hoogtepunten en iets minder of daaromtrent. Wel mooi om zo’n staatje te maken. Wat was de zingeving. Fijn om over te peinzen. Allereerst de knoop doorgehakt om ook alleen te gaan reizen. Lief wilde dat eerst niet, die legt me voortdurend in de watten. Maar ik dacht dat we dan beiden, onafhankelijk van elkaar, hij van zijn huis en ik van de kinderen, konden blijven genieten. Het land in de Hof vraagt om veel onderhoud en dat kan nu gewoon doorgaan. Het was weer een mijlpaal. Ik kan het gewoon. Het kost zelfs geen centje pijn. Onverhoopt prettig is de vreugde om het weerzien. Die is des te groter. De korte minivakanties zijn ook gelukt. Texel, Budapest, Vezprem, Ootmarsum, Hoek van Holland. Fijne dagen, heerlijk verblijf, schoonheid en lekker uit eten. Even helemaal weg.

De komst van schoonzus en zwager, de Hof logeerklaar gemaakt met de nieuwe slaapbank in de bibliotheek, de prachtige groen/blauwe hagedis en zeven dagen lief en leed gedeeld. Goed te doen, al vonden ze het wel ver rijden.

Een eigen onderneming, in mijn uppie naar Terschelling omdat dochterlief met de schone zoon daar met de filosoof en tante Pollewop, met de caravan stonden, Dat ging allemaal eveneens van een leien dakje. En later het bezoek van hen in Hongarije. Sterren kijken, broodjes bakken in het kampvuur, het hertenkamp en de vega barbeque, vier dagen leken wel een week. Ik raak steeds vertrouwder met inchecken zonder receptionist. Haal sleutels op, stal auto’s, op gezonde hoop van zegen, om ze na het weekend weer op te halen en kan mijn hart ophalen op de gehuurde fiets in warm en goed gezelschap. Genieten voor ons allemaal.

Weekendje Maastricht met de dochters was ook een gouden greep. Dit keer een cursus glas in lood, het mooie museum Bonnefanten en een ruim appartement. Veel bijgepraat en hen tetra-etsen geleerd. Zo fijn om kennis met elkaar te delen.

Het tekendagboek is vol en de tweede hard op weg. Ik vergeet vast nog meer moois en heb een goede reminder gevonden in de tekeningetjes. Een nieuw jaar, nieuwe ronde, nieuwe kansen. We gaan er, nu de zon zich laat zien, met hernieuwde energie tegenaan.

Overpeinzingen

Tranen van geluk en ontroering

Oudejaarsavond werd een sentimentele romantische filmavond. Beetje zwijmelen, beetje laveren tussen al het vuurwerk door dat al zo vroeg op de avond begon. We blijven natuurlijk binnen, want de kruitdampen zijn funest voor aangedane longetjes. Middernacht sloop derhalve naderbij. Oliebol en kleine appelflapjes van de dichtstbijzijnde super en onze eigen drankjes, geen bubbels. Lekker in een dekentje op de bank, Lief aan de andere kant. Kabbelend. Rond twaalven barste het buiten los. Zoonlief en schone dochter kwamen het bewonderen, evenals Lief, maar ik bleef in mijn dekentje, neuriede mee met wat gouden ouwen en was volmaakt tevreden. Toen het geknikkebol begon zocht ik alvast het bed op en hoopte voor iedereen dat de avond goed verlopen was.

Breinvoer is nog steeds bij de hand en ik laat het lot de vraag bepalen. ‘Liever een hoger IQ of EQ.’ Ik ga voor de eigenschappen van de emotionele intelligentie, die in Wiki genoemd staan. Mooie vaardigheden. In een wereld waarin er nog maar weinig rekening wordt gehouden met de ander, kunnen we wel wat meer EQ gebruiken. Dat is een mooi begin en toch een voornemen. Want laten we met elkaar het EQ aanspreken dat in onszelf besloten ligt. Als dat geen zonnetje is.

  1. Zelfkennis. Mensen met een hoog EQ hebben het vermogen om de eigen denkwijze, mogelijkheden en onmogelijkheden te kunnen inschatten en daar conclusies uit te trekken.
  2. Optimisme. Mensen met een hoog EQ denken positief over hun eigen mogelijkheden en laten zich niet snel uit het veld slaan.
  3. Kunnen afzien. Mensen met een hoog EQ kunnen het opbrengen om te werken aan iets wat ze op lange termijn willen.
  4. Empathie. Mensen met een hoog EQ kunnen zich goed verplaatsen in de gevoelens van anderen.
  5. Sociale vaardigheden. Mensen met een hoog EQ kunnen goed met zowel bekenden als vreemden omgaan.

‘Voor wie zou je samen met Abel een taart willen bakken’ vraagt het brein aan mij. Tjonge daar vraagt het nogal wat. Als ik groots denk voor de mensheid, of nee, voor de natuur of voor alle mantelzorgers. Dichter bij huis voor vriendinlief die ik al een hele tijd niet meer heb opgezocht, of broerlief en schone zus, die samen in liefde zijn aandoening dragen, voor mijn kinderen die zoveel betekenen of een taart met alle kleinkinderen maken voor hun ouders. Gaaf. Met marsepein of gezond hangt af van de ontvanger. Die wil je het naar het zin maken. Iemand blij maken met zo’n zonnestraal. Wie goed doet, goed ontmoet.

‘Waarvan moet jij huilon’, klein foutje van brein. Het zal huilen moeten zijn. Ik ben een sentimentele oude dwaas. Ik huil vooral van geluk en ontroering. Van liedjes van vroeger en dan denk ik aan’Het karretje op de zandweg reed en ‘in het groene dal in ‘t stille dal’, omdat ik daarbij altijd de stem van mijn moeder hoor en mijn vader zie, die tranen met tuiten huilt in de aula van het bejaardentehuis waar hij zat. Ik huil bij mooie woorden van de kinderen, die een wens voor me hebben bedacht en die kleine en grote uitingen van liefde komen brengen, bij optredens of het afzwemmen van de kleinkinderen en de kinderen, dochterlief zingt in een koor, ik hou het niet droog als ik haar op het podium zie. Als ik voor publiek uit moet leggen wat mijn passie is, het Jenaplanonderwijs, kwam ik er ook nooit uit. Ik leerde om het door een ander voor te laten lezen. Ik huil bij mooie boeken en kunst dat me raakt, bij mijn lieve Lief. Ik water wat af.

Drie mooie vragen om het nieuwe jaar mee te beginnen en vanmiddag alle kinderen en kleinkinderen op bezoek. Gisteren een enorme pan Harira gemaakt, genoeg voor de hele schare. En nu het Nieuwe jaar in met veel empathie en sociale vaardigheden, zelfkennis en optimisme, een grote pan Harira voor iedereen en veel tranen van geluk en ontroering.

Overpeinzingen

Veel licht

En daar is ie weer. De laatste dag van het jaar. De dag dat er voornemens gemaakt worden die misschien in de volgende week al weer niet haalbaar zijn gebleken. ‘Stel jezelf eens een goede vraag,’ zegt Irene uit de Flow. Ze heeft een hekel aan goede voornemens, omdat die zo’n zeurderig falend gevoel kunnen geven. Natuurlijk breidt ze er een cursus aan vast. Daar heb ik dan weer minder mee. Maar de opmerking snijdt hout.

De VPRO kwam laatst met een pakketje Breinvoer vol vragen om een goed gesprek op gang te brengen. Misschien zit daar wel wat tussen. Want wat is een goede vraag. En zal het antwoord erop geen verkapt voornemen zijn? Niet als het uit intentie voort komt. Een intentie is dieper geworteld dan het maken van voornemens. Na ruim een halve maand van grijs weer zie ik er geen pareltjes meer in. Ik heb de intentie om in ‘zon’ te willen denken, want anders voel ik me net zo mis(t)troostig als het weer is. Het werpt onmiddellijk een volgende vraag op. ‘Hoe doe je dat?’

Lief en ik filosoferen erover. Helpt het te denken aan het zoeken van de balans tussen wat je niet meer kan of nog wel kan of hou je je alleen bezig met wat je wel kan. ‘Tel je zegeningen‘, fluistert het verleden. Betekent dat dat het glas voor iemand persoonlijk dan altijd half vol is? Dat laatste is de intentie, want voor hetzelfde geld is het half leeg. Met welke instelling sta je in het leven en kan je die versterken. Hoe dan? Door zon te denken. Hoe dan?

Een van de vragen op de kaartjes van Breinvoer is: Eigenzinnig of vrijzinnig? Ik zou het laatste kiezen. Vrij zijn om te denken wat je wilt en iedereen die vrijheid gunnen om je eigen zingeving te bepalen. Bij eigenzinnig denk ik aan de spin Sebastiaan, die niet wil luisteren naar de goede raad van de andere spinnen om niet naar binnen te gaan omdat dat het einde zou betekenen. En inderdaad wordt ie opgeveegd. Boontje komt om zijn loontje en een gewaarschuwd mens telt voor twee. Het is wel grappig dat Sebastiaan met het hele oeuvre van Annie tot mijn zonnen behoort. Dat is één.

‘Welk boek zou je nog eens willen lezen,’ vraagt Breinvoer. Ongetwijfeld ‘Al het blauw van de hemel’, al zit die nog heel vers in het geheugen. Beter om een mooi nieuw boek te vinden, die net zo pakkend zal zijn. Maar er liggen er nog een paar. Dat stapeltje kan ik slechten. Is dat stiekem een voornemen of gewoon heerlijk. Het grijze grauw aangrijpen om weg te duiken in de avonturen, die de boeken oproepen. Dat is twéé.

De volgende vraag is; ‘hoe serieus neem jij jezelf.’ O jeetje. Een gewetensvraag. Dat is andere koek. Ik denk dat ik daar wél een balans in zoek. Bij tijd en wijle heel serieus, en soms graag zo helemaal niet. Hoe heerlijk is het om te kunnen schaterlachen om wonderlijke invallen of malle fratsen. Daarbij denk ik aan vriendinlief die om de kleinste dingetjes in een heerlijke volle lach kan uitbarsten, zelfs in een restaurant. Het is zo bevrijdend om te horen. Los van alle etiquettes gewoon voluit bulderen, sans scrupules. Dat zouden we vaker moeten doen. Dat is drié.

‘Waarover zou je wel eens een programma of een podcast willen maken?’ komt er uit mijn doosje. Even prakkiseren of onmiddellijk vertellen wat er in je op komt. Onverbloemd, het leven zo als het is, niet mooier, niet verdrietiger, niet gemaakter, maar zoals de dag zich aandient, misschien wel. Zijn we het niet allemaal waard om gehoord te worden, juist in onze kleinheid kunnen we zo groot zijn. Als ik er langer over nadenk, dan een mooi verhaal over een groep vier tot zesjarigen, eigenlijk de mijne, zoals die doorsnee was. Met de wijsheid die ze bezitten, alle leerzame momenten eruit die ons samenzijn opriep, hoe snel kinderen geraakt zijn, onbevangen, ongekleurd, zichzelf. Dat als spiegel voor ons, die vaak zo beïnvloed worden door oorzaak/gevolg, waardoor het spontane er af is. Wat een prachtige herinnering. Dat is viér.

De blog wordt veel te lang op die manier. Maar de lucht van binnen is er door geklaard. Er schijnen al zeker een stuk of wat zonnen. Zo simpel is het dus. Dankzij het gekregen Breinvoer en wat het ter overpeinzing mee geeft.

Blanco erin, onbevangen, dat wens ik jullie allemaal toe voor dit nieuwe jaar. En veel, vooral veel licht.

Overpeinzingen

Voor nu de warme herinneringen

Vanmorgen al vroeg uit de veren om even bloed te laten prikken voor de jaarlijkse controle. Altijd fijn zo’n onderhoudsbeurt, want volgende week wordt het resultaat besproken en als alles goed is, kun je er weer een jaartje tegen.

Zoonlief belt. Hij heeft een vervanger gevonden voor onze lieve Truus. Met een hogere instap en een wat grotere kofferruimte. Nu kan ik in maart van auto wisselen. Fijn zo’n lieverd in de buurt, die al die zakelijke gesprekken met groot gemak weet te voeren en vooral ook op de kleine addertjes let. Die kan ik in mijn argeloosheid vergeten of niet eens door hebben.

Van de week kreeg ik van vriendinlief de tip om de podcasts te beluisteren van het Volksmuseum Utrecht. Ze gaan over de wijk waar ik ben opgegroeid, namelijk Het Ondiep. Er zijn interviews met de authentieke bewoners te horen, die er opgroeiden in de jaren vijftig en zestig. Ze zijn ongeveer net zo oud als ik. Het is heerlijk om naar het echte Utrechtse accent te luisteren en er wordt veel aangehaald wat allang uit het straatbeeld verdwenene is. Iemand memoreert dat er destijds in iedere volksbuurt een slager, een bakker en een melkboer was. Supermarkten waren er niet. Wel was er een De Gruyter in het Ondiep richting Amsterdamse straatweg, een echte kruidenierswinkel met zo’n specifieke geur en een prachtig tegeltableau aan de wand. Je kon er koffie vers branden en er was geen zelfbediening.

Ene Cor vertelt er over de kerstbomenoorlog. Wij noemden het kerstbomenjacht, maar oorlog was een betere omschrijving voor het geweld waar mee het gepaard ging. Er waren grote groepen jongeren uit verschillende wijken, zoals bij ons de Hooipoort en de Sterrenwijk die het opnamen tegen het Ondiep. Al mijn broers deden er aan mee. Het was zaak om een zo groot mogelijke hoeveelheid bomen te verzamelen voor oud en Nieuw, want dan werd om twaalf uur de fik erin gestoken op het landje aan het begin van onze straat. Het ging er niet zachtzinnig aan toe met boksbeugels, stenen en spijkers op een plank. De bomen werden bij ons in de tuin verzameld omdat mijn vader politieagent was en er misschien nog enig ontzag zou gelden, al werd het des te spannender om ze dan te pakken te krijgen.

Die oud en nieuw avonden waren een beleving op zich. Om twaalf uur stonden alle deuren open van de straat en wenste je alle buren gelukkig nieuw jaar, ook de luitjes aan de overkant. Dan moest je wel tussen de rotjes en die vreselijk veel lawaai makende gillende keukenmeiden door laveren. Geen sinecure voor een angsthaas voor vuur. Gezellig was het wel. Buurman van Luyn had steevast een borrel teveel gedronken en gaf steevast met die grote lippen twee klapzoenen op je wangen, terwijl je al dronken werd van de lucht alleen. Bij iedereen viel wel een oliebol te halen. Die werden natuurlijk zelf gebakken en stonden in grote zinken teilen in de kelder afgedekt met een theedoek. Dat mocht ook wel met het grote gezin. Ze gingen in de week erna allemaal schoon op.

Ach ja, die goeie ouwe buurt. Met het abattoir, zijn kerk en de scholen, met de mensen waarvan je precies wist hoe er geleefd werd. Met de kinderen uit de straat waar je de helft van je opvoeding van kreeg. De wijk als veilige haven, ons kent ons. Een veiligheid die ook beklemmend kon werken. Mijn moeder had er een gouden stelregel voor gevonden. Altijd in voor een praatje maar over de heg, op de koffie ging ze niet, wars van roddels dat ze was. Bovendien was er nauwelijks tijd voor. Lief en leed, een echte volkswijk, en voor nu de warme herinneringen.

Overpeinzingen

Dat roept iets, wat je aanspreekt, op

Ach ach, dochterlief appte dat de Franse oma opgenomen was met een longontsteking en dat ze twee dagen in het ziekenhuis moest blijven met extra zuurstof en antibiotica. Duimen dat ze gauw hersteld en zij weer allemaal met Oud en Nieuw hier kunnen zijn.

Gisterenmorgen was de laatste dag van ons mistig verblijf in dat uiterste puntje van Zuid Holland, waarbij we iedereen nog een keertje zagen voor we weer afreisden. Het gesprek ging alle kanten op. Er lagen zeesterren op het strand vertelde nichtlief. Er waren er heel wat. Als het eb was, lagen ze met z’n allen te zieltogen. Broerlief en schoonzus trokken er op de fiets naar toe. Maar in deze dikke zware neveldeken én die arme ongelukkige diertjes hoefden we niet zo nodig naar zee. Ik had het verschijnsel een keer eerder gezien bij Schoorl of Egmond toen we daar in de buurt waren met de zussen. Heftig vond ik het. Ze spoelen aan door sterk aanlandige wind en gaan dan snel dood. De meeuwen hebben een koningsmaal, dat dan wel. Ja ja, ‘De een z’n dood is de ander zijn brood’ valt nu wel heel letterlijk te nemen.

Ik keek de uitzending terug van Sterren op het Doek van twee weken geleden waarbij Eus Martine van Os ontmoette en tot mijn verrassing speelde het eerste deel zich af in De Zonnestraal, een gebouw dat herinneringen opriep aan de nonnen, een lange trein in het bos met slaapcompartimenten, prépuberale ondeugendheid, de volksdansclub of de Gidsen en het mooie moderne gebouw. Hoe ik ook speur, het blijven slechts flarden in het verstofte geheugen over die tijd, zegge en schrijve rond begin of midden jaren zestig.

Ik vraag rond op Facebook en vriendin én volksdansjuf weet wel dat we er een keer in een winkelcentrum in Hilversum hebben opgetreden en dat mijn vader het busje reed. Dat is bij mij weggezakt. Grappig eigenlijk, hoe dat werkt met herinneringen. Zijn we er dan met de Mulo geweest, want in mijn beleving waren er jongens en meisjes? Nou ja, die vage beelden maar koesteren. Wat ik zeker nog voor me zie is de ingang van het mooie gebouw en toch nog altijd nonnen of waren het verpleegkundigen met kapjes op.

Martine is een enig mens en ik ben blij met haar openhartige verhaal over haar jeugd, haar strenge vader en haar volstrekt anders geaarde moeder. Ze was een beweeglijk kind, levendig stel ik me voor, dat niet stil kon zitten, dat wel geacht werd te doen en daar herhaaldelijk toe geroepen werd door haar Pa. Ze trouwde met een kunstenaar die les gaf aan de Academie waar zij studeerde. Oud worden vindt ze maar niets omdat je je ineens zo bewust bent van tijd. Wat vroeger een eeuwigheid leek, is tegenwoordig een fractie van een seconde.

De kunstenaars zijn alle drie heel verschillend en dat maakt de uiteindelijke keuze toch ook weer makkelijker want van te voren geeft ze aan minder van het realisme te houden en meer voor het abstracte te gaan. Uiteindelijk kiest ze inderdaad het meest abstracte portret, waarvan ze eerst zei dat ze daar zichzelf helemaal niet in herkende. Kennelijk riep het toch de juiste emotie op. Zo genoten. Nu nog één aflevering te gaan, maar niet vandaag.

Lief is al lang op en heeft ondertussen van alles gedaan terwijl ik nog steeds alleen maar kantoor hou op bed. Dus nú eindelijk eens in de benen, tante. Er is werk aan de winkel. Zijn het schilderkriebels? Ik krijg er wel erg veel zin in. Dat roept iets, wat je aanspreekt, op