Overpeinzingen

De mijne

Even een oude blog die nooit gepubliceerd is volgens mijn data. Het is van oktober 2023, de 21e dacht ik. Zonde om het op de plank te laten liggen.

We ontbijten voor de laatste keer waarschijnlijk buiten op het terras, nu de zon minder extreem is en de temperatuur aangenaam, rond de twintig graden. Een zwoele nazomerse bries houdt het in balans. Lief is bezig met de laatste noodzakelijkheden om het land winterklaar achter te laten. Hij snoeit alles nog met de hand en doet dat uit eerbied voor het leven van de boom. Alles wat gesnoeid is wordt ook teruggebracht tot de natuur, als haag of afscheiding waar straks weer tientallen beestjes hun weg in kunnen vinden, de eekhoorn, de egel, de marter, de heggenmussen, tor en kevers. Het krioelt van leven in dat hout, dat op die manier een tweede leven krijgt. Voor hemzelf is het ook goed. Hier kan hij uit de voeten en is in zijn element. Hij loopt tak voor tak op zoek naar een vreedzame plek. Dood doet leven.

In de Groene van twee maanden geleden staat een artikel over films over parallelle werkelijkheden. Het is maar spel zegt een actrice op de bühne tegen haar publiek, vergeet het niet. Vaak willen we dat niet weten en willen we juist wel verdwijnen in wat die alternatieve werkelijkheid is, die we ons zelf aanmeten. Via boeken, via gedachten, via films en tv-series. Er zijn films die er mee aan de haal gaan en het Droste effect hanteren,een realiteit, in een realiteit in opnieuw een werkelijkheid, als een matroesjkapop bijvoorbeeld, in Asteroid city van Wes Anderson., een film over een tv-film, over een toneelstuk. Verhalen verstopt in verhalen die weer verstopt zitten in verhalen, schrijft Basje Boer in zijn artikel’

Iets om over te mijmeren. In hoeverre laten we ons meeslepen of welke waarde hechten we aan het ontsnappen aan de realiteit van het moment, een wereld die gebukt gaat onder het teveel aan leed. Hoe fijn is het om even af te stappen van die immer aanwezige onderliggende gedachten van wat/als. Ik heb het nodig. Hier in Hongarije valt de wereld stil. Er is alleen maar dit. Het land dat winterklaar gemaakt wordt, de vraag wat we zullen eten vandaag, het vormgeven van de gedachten die spinnen in mijn hoofd. De stilte, de vrede.

Gisteren zag ik één journaal en dat was al weer bijna een teveel aan het gevoel van onmacht, aan het hart dat huilt om het ondraaglijke leed, aan de angst die het oproept als ik aan de toekomst denk en aan ieder die daar straks in voort zal moeten leven. Ik mag graag ontsnappen en hier kost dat geen moeite. Het is ons persoonlijke konijnenhol en het is goed. Straks zal er voldoende bewustzijn worden aangewakkerd als we terugkeren naar dat andere volle leven.

Vannacht droomde ik een volstrekt andere parallelle werkelijkheid. De Oude Gracht was bedekt met sneeuw, in de gracht stonden vier van die enorme Hannibal-olifanten, aan de zijkant stond een prachtige wolf en aan het eind van de werf, die daar ophield te bestaan, dobberde een ree met vredige blik in de ogen. Ik maakte me ondertussen druk over de parkeergarage en het bedrag dat ik onvoorzien, zou moeten dokken omdat het feest waar ik was de hele in plaats van de halve avond duurde. Toch ontwaakte ik met een voldaan gevoel door de droom. Dat gelukzalige eruit te kunnen filteren, al is het maar spel, een nep realiteit, dan is het alles waard om er bij tijd en wijle in te verdwijnen.

Het boek van vandaag is een verzamelbundel van Vasalis, waar haar drie eerste boeken in zijn opgenomen. De oude kustlijn kwam pas later uit.

Oorwurm komt me afleiden. Lang niet meer gezien. Ze zaten in de dahlia-tuin van mijn oma veel. Hier zijn ze af en toe. Hij kwam omlaag gevallen. Uit mijn haar of van de balken van het terras, wie zal het zeggen. Mijn oor heeft hij gelukkig met rust gelaten. Bij lange na was ik daar vroeger niet zeker van. Ook een werkelijkheid destijds. De mijne.

Overpeinzingen

Er over peinzen is alvast een begin

Wakker worden in je eigen bed, het vertrouwde uitzicht, de hele nacht met open raam, geen angst voor muggen. Licht opbollende vitrage laat de dag kalm doorsijpelen rond het vertrouwde ochtenduur. De spiegelende zonsopgang omlijst haar alvast met een gouden randje.

Gisterenochtend was ik net zo vroeg wakker. Maar daar sloop ik uit bed, alhoewel zus niets hoort als ze slaapt, en nam telefoon en Ipad mee naar de soezende woonkamer. Gordijnen en luxaflexen open, water opzetten voor de cappuccino en, nog steeds in ochtendschemer, starten met het dagelijkse ritueel. Hongaars en schrijven voor de zussen zouden ontwaken, nu er nog focus mogelijk is.

Voor elven zijn we alle vier ruim klaar. Alles zit in de auto. De vaatwasser is voor de laatste keer uitgepakt en de laatste vuilniszakken, restanten van een losbandig leven, zijn in de container beland. On y va.

Via dorpen afzakken en eventueel aanwezige kringlopen aandoen, was het idee, maar na de eerste grote kringloop, die te veel en te vol was, en het zoeken naar een plek om te lunchen, waarbij half Groningen de tent gesloten had, had de tocht alle energie opgeslurpt. Na de thee ergens na Zwolle, waar we een pakje moesten afgeven, reden we toch via de snelweg in een ommezien naar mijn huis. Tegenliggers stonden in een lange file te wachten. De vakantie in Midden Nederland was aangebroken. Wat een heldere ingeving om mijn eigen reis naar Lief pas volgende week te boeken.

Zoonlief kwam na mijn app al naar beneden om mijn spulletjes naar boven te dragen en werd uitbundig door de zussen begroet en bewonderd. Ze hadden nog twijfels gehad of het wel alleen te sjouwen was voor hem, maar die verdwenen als sneeuw voor de zon. Inderdaad, dat kon hij. Omhelzen, uitzwaaien en de vier trappen op naar boven. Toch nog eerst even de boodschappen halen, zag ik, toen ik binnen was. In mijn eigen oude vertrouwde Agaath, heerlijk om zelf te kunnen rijden, naar de winkel. Er was een nieuwe smeerboter van mijn vertrouwde merk in een kartonnen kuipje. Hoera, leve de bewustwording.

Op de bank zitten suffen dus vroeg naar bed. Nu ligt de dag weer aan mijn voeten. Uitpakken, wassen, overpeinzen en later de volgende reis voorbereiden en het adres bij het abonnement op de Groene tijdelijk veranderen, zodat ik iedere week in Verweggistan nieuw leesvoer in handen heb.

De Groene opent zijn dikke vakantienummer met het thema ‘Niksen’ en de twee kanten die er aan zitten. Opgehemeld of verguisd, daar draait het wel zo’n beetje om. Een artikel gaat over de verwildering van verlaten plaatsen. Die zie je in Hongarije veel. Temidden tussen de huizen van de dorpen, kunnen hele ingestorte en overwoekerde exemplaren staan, hangen, of leunen. Die natuur die dan ontstaat is door een Duitse Hoogleraar ecologie ooit ‘Natuur van de Vierde Soort’ genoemd, omdat op een afbraakterrein in Berlijn een verbluffende hoeveelheid planten-en-dierenleven was ontstaan, waaronder ook zeldzame of bijna uitgestorven exemplaren.

Bij zo’n krot op het platteland bloeit er in het voorjaar een weelderige blauwe regen door alle kapotte ramen heen of reikt tot ver over het dak, wat het direct weer schoonheid geeft, even als bramen, frambozen en zelfs bomen die in alle gaten en kieren gekropen zijn teneinde een houvast te zoeken. Ook in Groningen zagen we soms een volledig kreunende en overwoekerde schuur tegen een goed en bewoond huis aanleunen of een bedrijven terrein dat volledig verlaten oogde en langzaam opging in de vegetatie. Het heeft iets, zo’n verstild leven. Rutger van der Hoeven, de schrijver van dit artikel, over De Vierde Natuur: Misschien moeten we anders naar die landschappen gaan kijken. Of ze in ieder geval beter leren begrijpen. Want er zullen over de hele wereld meer van dit soort plekken komen. Verlating is onze toekomst.

Niksen voor jezelf is fijn, maar achterover leunen als iets in verval is, vergt een ander inzicht ter meerdere eer en glorie van al het leven om ons heen. Er over peinzen is alvast een begin.

Overpeinzingen

In de herhaling

De regen sijpelde naar beneden en de nacht ervoor stortte het zelfs. Dagje Zuidlaren hadden we bedacht, een klein uitstapje naar het land van Bartje. Het is een gezellig stadje vol winkels en horeca, kent maar liefst zeven brinken en mag zich daarom met verve een Brinkdorp noemen. Het is altijd gezellig toeven zo rond een dorpsplein. In de eerste de beste winkel kom ik een meevaller tegen. Een mooie dunne wijde bloes met een oosters printje voor niet meer dan tien euro. Hoe kom ik aan die mazzel. Aangekleed gaat uit. We beginnen direct maar met een lichte lunch. Op deze laatste dag is het een gewoonte geworden om uitgebreid te gaan dineren. Dan kijken we niet op een cent meer of minder. Omdat we altijd in het voren sparen voor dit jaarlijkse uitje en omdat we nu een paar dagen korter gaan, zitten we nog ruim in de slappe was.

We reizen af via Hoogezand, waar onze familiewortels van vaderskant liggen en speuren twee begraafplaatsen af, een met de veelbetekendende naam ‘De Stille Hof’, maar vinden geen naam terug. Museum Molman zou derhalve er van afgeleid kunnen zijn. Broerlief is onze geschiedenisvorser, dus die kan er vast mee aan de slag.

In Zuidlaren kan je niet om het standbeeld van Berend Botje heen. Het blijkt een knokelig oud mannetje te zijn en geen beer zoals vaak wordt gedacht. Bij het beeldje lag een stenen boek met de inscripties van het bijbehorende vers. ‘Berend Botje ging uit varen met zijn scheepje naar ZuidLaren…‘ Hoe komen we aan Berend Botje? Het Historisch Portaal geeft de verschillende versies weer, die de ronde doen. Een ervan is dat het een boer uit Borger zou zijn geweest, die met zijn scheepje over de slingerende Hunze naar Zuidlaren voer, op de markt terecht kwam, te diep in het glaasje keek en op de terugweg schipbreuk leed en verdronk, waarbij anderen weer geloven dat hij door was gevaren naar Amerika. Zo komen de mythes in de wereld.

We vermaken ons kostelijk in een winkel, waar we vanaf twee comfortabele fauteuils zicht hadden op de pasperikelen en overwegingen van een drietal dames, die uitgebreid elkaars outfit van advies voorzagen op een hele prettige aandachtige manier. Zuslief en ik schatten in dat het twee zussen en een schoonzus waren. Het bleek en echtpaar en een hele goede vriendin. Ze reageerden jolig op onze aanmoedigingen. De verkoopster vond het allemaal maar wat gezellig, zei ze. Altijd een leuk moment. Sinds ik niet meer zo goed uit de voeten kan en regelmatig ga zitten, ben ik in de wereld van de wachtenden, lees in 2/3 van de gevallen ‘mannen’ voor de paskamerhokjes terecht gekomen. Heel vermakelijk vaak en de moeite van het wachten waard, want het levert stof tot verhalen.

Zuslief tikte nog een paar mooie wandelschoenen van een goed merk met fikse korting op de kop. Winkel in, winkel uit, is bar vermoeiend, maar met alle rustpunten tussendoor is het prima op een regenachtige dag. Wel geloof ik dat de wandelingen steeds korter en de terrastijden steeds langer worden, naarmate we vorderen in jaren.

Rond een uur of zes wandelen we vanaf onze vakantiestek langs het meer naar het restaurant. Het is vrij nieuw en ruim van opzet, met een podium en hele spontane en vriendelijke jonge bediening. Als we moe maar verzadigd en voldaan weer teruglopen, hebben we er toch al met al precies tienduizend stappen aangetikt. Dat wil zeggen, ik dan. De zussen hebben vast wat meer gelopen. Twee van ons wandelen veel in de omgeving in de vroege ochtend of in de avond. We hebben zo allemaal onze momenten.

Het is veel te snel voorbij, maar we gaan volgend jaar gewoon weer in de herhaling.

Overpeinzingen

En daar gaat het maar om

We zouden wat dorpen en wat stadjes aandoen, om te beginnen Delftzijl. Misschien hadden we Appingedam voor het laatst moeten bewaren, want dat was toch erg idyllisch vergeleken bij de havenstad, die met zijn havens, een woud van windmolens en haar industrie meer leek op Rottterdam. Het gaf niet want de jongste zus houdt er ook van. Dat is zo leuk als je met z’n vieren op stap bent. Soepeltjes water bij de wijn doen en ruim baan voor elk wat wils aan bezienswaardigheden.

Het dorp Termunterzijl ligt aan de Eems Dollard en maakt onderdeel van de waddenzee Werelderfgoed. Het dorp heeft een jachthaven, een strandje, er zijn musea en een aantal restaurantjes met een theetuin. Voor de laatste kiezen we door de gezellige ligging aan de Eems. Zitjes onder de bomen, uitzicht over het groen, een super gezellige eigenaresse, die ons hartelijk te woord staat. We proberen de bubble thee uit, Jasmijn groene thee met vruchtensiroop met gelparels en laten ons verrassen. Broodjes Wiener worst als lunch. Het is een zaligheid. De drankjes zijn kleurrijk en de gelparels gaan door een dik rietje en bij de laatste slok stik je er bijna in. Ik wel tenminste, omdat ie met kracht de luchtpijp in vliegt.

We zitten er heerlijk. Een openbaring. De zussen wandelen nog over de sluis van 1725 en langs het museumgemaal terwijl ik in de buurt van de auto blijf.

Onderweg naar deze plek toe kwamen we nog langs een verdwenen dorpje Oterdum, waar alleen de grafzerken bovenop de oude begraafplaats er nog getuigen van zijn, maar dan enkele meters hoger, op de dijk. Kerk en boerderijen van het dorp werden opgeofferd aan de uitbreiding van de industrie en de zeewering moest op deltahoogte worden gebracht. In het beeld van de hand, dat er staat (oorspronkelijk van brons, maar weggekaapt en vervangen door een replica)werden kerk en dorp afgebeeld ter nagedachtenis. Ten offer gevallen aan de modernisering en vooruitgang, zoals zoveel tegenwoordig.

Daarna door naar Winschoten. We kwamen langs een stuk land dat volledig omzoomd was door een brede strook wilde bloemen. Wat heerlijk dat er nog steeds boeren zijn die op alle fronten mee willen participeren met het milieu en het teruglopen van de bijen. een luilekkerland temidden van de akkers voor deze noeste arbeiders.

Winschoten was niet wat we ons er van voorgesteld hadden. Er moet een historische fundatie zijn, maar die hadden we niet ontdekt doordat er kaarten gekocht moesten worden en een brievenbus gezocht, waardoor we door de zo eenvormige winkelstraten als in de meeste andere steden van Nederland moesten wandelen. Uit wiki blijkt dat de bijnaam voor Winschoten ‘Lutje Mokum’ was of klein Amsterdam, door de vele Joodse mensen die er woonden. De stad was ook bekend om zijn rozenkwekers rondom de stad en het Rosarium, dat we overigens ook hebben gemist. Winschoten wordt ook gepromoot als de ‘Roos in de Regio’ en we vrezen dat we aardig wat gemist hebben. Wie weet, komt er nog een herkansing.

We hadden in ieder geval geen puf om nog ergens te gaan borrelen en reden terug naar het huisje, en genoten daar van een borrel en van een hele lichte maaltijd en opnieuw werden herinneringen bijgeschreven. En daar gaat het maar om.

Overpeinzingen

Per slot van rekening

Met z’n vieren ontbijten is heel gezellig.Gekookt eitje, cruesli, kwark, brood, crackers, kaas, sandwichspread, jam, gekleurde muisjes en lekkere boter, maar gezond voor het hart, haha. We zijn alle vier al op leeftijd natuurlijk. Het gesprek kabbelt. Er rollen verschillende onderwerpen over tafel of, en dat kan ook natuurlijk, er heerst heerlijke ochtendstilte. We bespreken onder andere de plannen voor vandaag. Appingedam staat op de eerste plaats door de verwachte regen. Er is een voortdurende samenspraak met de drie verschillende buienradars die worden gebezigd. Regen, is de oer-Hollandse voorspelling in ieder geval. Waar en wanneer en hoe laat wil nog wel eens verschillen. Het ontbijt is in ieder geval binnen, want buiten staat een fris windje.

Daarna gaan de twee jongste zussen aan de wandel in rap tempo om de omgeving te verkennen en blijven wij tweeën thuis om op te ruimen, te douchen en verloopt de rest van het ochtendritueel in een soepele opeenvolging van jarenlange ervaring. Wij gaan al 11 jaar met elkaar één week per jaar weg.

Rond twaalven rijden we weg. Appingedam is zegge en schrijve zeven kilometer bij ons vandaan. Het is het stadje van de hangende keukens. Het is weer eens wat anders dan de hangende tuinen in de Ardennen. Deze bezienswaardigheid nodigt uit om de eeuwenoude huizen, de grachten, de gemoedelijke sfeer in de straatjes te bewonderen en vooral hier en daar een verscholen terras aan het water of een aanlokkelijke winkel te bezoeken. Het is opruiming dus dikke pret.

In een winkel passen we alle vier hetzelfde broekpak, de verkoopster speelt olijk mee en we constateren dat ieder figuur om een andere aanpak vraagt. Heerlijk om zo uitbundig en zorgeloos te kunnen lachen om zoiets kleins. Wat een goed idee, vond de verkoopster. Zij en haar zussen waren nog aan het bezinnen wat te doen om de band goed te houden. In dezelfde winkel spot ik mijn merk schoenen voor weinig. Buitenkansje.

We strijken neer voor de lunch en vluchten dan, na lang aarzelen, toch naar binnen als de eerste zware druppels naar beneden vielen en dat was maar goed ook, want tegen de wolkbreuk die volgde, zou zelfs de parasol niet voldoende beschermd hebben.

Als we langs het Museum Stad Appingedam lopen met drie prachtige grote rode beuken in haar tuin, bewonderen we kort de stijlkamers met haar bedstee en het kinderbedje, het zilver, de houtbewerkers werktuigen, waar mijn oom en opa zelf nog uitgebreid mee aan het werk waren geweest. Er is een gammel liftje naar boven, maar niet naar de zolder. Zuslief neemt foto’s van waar ik van verstoken blijf. Appingedam is naast Groningen de enige stad die nog uit de middeleeuwen stamt en die sfeer is hier goed op te pakken.

De snoepwinkel van ome Jan is daar ook een mooi voorbeeld van. Vermakelijk als er een Duits gezin drop aangeboden krijgt door de eigenaar, waarbij aan hun gezichten is af te lezen, dat ze het maar rare Hollanders vinden, als je van dit goedje houdt.Echte spekkies met krakende suiker erin, ulevellen, we zingen het liedje van jarig jetje nog even, duimdrop, meterdrop, karamel, zuurstokken en kaneelstokken, toverballen en Massee van aardappelzetmeel, alles staat in mooie transparante potten voor het kiezen, achter een ouderwetse toonbank in de even oude schappen.

Het winkeltje bestaat pas en de eigenaar Jan, een joviale goedlachse man, werkt met vrijwilligers. De opbrengst is voor het goede doel. De enige eis is dat de vrijwilligers Opa-of-Oma-waardig zijn. Ze mogen allemaal om de beurt een goed doel uitkiezen voor de jaaropbrengst. Wat een heerlijk initiatief.

We mijmeren nog wat na op de steiger en ontdekken dan pas dat de privétuin met steiger die bij het huisje hoort, er naast ligt. Haha. Zuslief en ik maken de lichte maaltijd.

Terwijl ik dit schrijf, staat er voor het raam een oude Meidoorn, die heel veel koolmeesjes herbergt. Ze vinkentouwen op de takken. Tak op, tak af. Het is bewolkt. Wandelen, stadje, natuur, het ligt allemaal nog in de pen. Eerst maar wachten tot we alle vier weer aan het ontbijt zitten. De tijd is aan ons per slot van rekening.

Overpeinzingen

Nog vier dagen om te oefenen

Met kussen en koffer en nog een tas met aanvullend gemak stond ik op de stoep toen de stoere bolide van zuslief aan kwam rijden. Nog even langs de jongste zus en dan konden we naar het hoge Noorden afreizen. De jongste wist alle tassen en koffers zo in te pakken dat er op een paar tassen na voor tussen de zussen op de achterbank alles naadloos in de kofferbak paste.

Er moest ergens gelunched worden en dat gebeurde onderweg in Nulde aan het grote meer. Even op en af de snelweg. Een hotel met een aardig menu, efficiente bediening en een mooi uitzicht. Vogeltjes van keramiek vlogen op hun stokjes op een kluitje uit de centralle verwarming op. Inderdaad, een warm onthaal. Nog meer prachtigs, maar niet de tegenwoordigheid van geest om foto’s te maken. Na Zwolle lieten we de snelweg los en reden via een tikkeltje saaie lintdorpen en industriewegen naar een kringloop in Meppel. De vakantie begon gelijk goed. Zuslief vond een wespenvanger. De meeste stemmen gelden, ik denk dat we ook de wespen hard nodig hebben. En er was nog iets grappigs. Flesopener en schenktuiten in een fles verpakt voor maar 1 euro. Te leuk om te laten liggen.

Een kleine koffie, thee en borrelpauze op landgoed Wildrijk, een camping met huisjes en hotel en weer door. Allengs werd het landschap boeiender en afwisselender. We kwamen langs veel dorpen en stadjes waar we wel een bezoek aan wilden brengen in de komende vier dagen. Klinkende namen met een lange historie, Appingedam, Haren, Zuidlaren voor een beloftevol bezoek. Voldoende afleiding en dan de winkels niet te vergeten. Boodschappen in Sidderburen bij een Noordnederlandse keten, die we niet kennen in het Westen. Na hde uitgebreide lunch was het idee om in de avond een lichte maaltijd te nuttigen. Vijgen, burrata, olie, azijn, gemengde sla met prosciutto, geroosterde pistachenoten en basilicum naar smaak. Stokbroodje erbij, wat drank en ontbijt inslaan en klaar om naar het huisje te gaan aan het Grindmeer. Dat viel ons alles mee, want het is altijd maar afwachten wat je vindt, foto’s kunnen zo vertekenen.

Alles was aanwezig. Het huisje lag niet aan het meer, maar dat kon je door het keukenraam wel zien en er lagen kano’s en surfplanken. Kwikstaarten en merels, veel meeuwen en zelfs twee schattige tamme konijnen.

Nu kunnen we plannen gaan maken voor een goede wandeling en wat we verder nog zouden kunnen ondernemen. Ik heb al gedoucht. De jonkies zijn wandelen tussen twee buien door en zuslief oefent aria’s in de akoestisch versterkende badkamer. Zo met een zonnetje door de ramen is het volop zomer, maar door te verwachten regen wordt het vandaag toch een stadje.

Er zijn twee vliegen die solliciteren naar een betrekking buitenshuis en als ze niet uitkijken gaan ze genadeloos ten onder. Ikzelf ben zo gewend aan de kleine beestjes in Nagypeterd dat ik niet meer blik of verbloos van een vlieg, een wants of een wesp meer. Muggen zijn nog steeds echte sarrekoppen, al kunnen ze het niet helpen. Maar ik heb er maar een gezien en hem of haar buiten de slaapkamer gehouden. Leven in de natuur is een vak apart. We hebben nog vier dagen om te oefenen.

Overpeinzingen

We gaan het zien en beleven

Rond half drie arriveer ik bij het zwembad in Bilthoven. Tante Pollewop zwemt vandaag af voor haar C-diploma, samen met haar hartsvriendin. Gisteren heb ik de cadeaus voor drie keer een diploma in korte tijd, al opgehaald bij de boekhandel. Voor haar het boek ‘Gozert’, en voor haar vriendin een boek van superjuffie, waarbij ik heimelijk hoopte dat ze het nog niet had. ‘Gozert’ was gewenst.

De filosoof voelde zich alles behalve lekker en wilde halverwege eigenlijk al naar huis. Begrijpelijk, want hij was misselijk compleet met alle bijbehorende verschijnselen en dan is thuis de bank toch de plaats bij uitstek om te zijn in plaats van met een plastic zak in de aanslag in een te warm zwembad.

Het waren nog best veel kinderen. Ze hadden allemaal hun kleren aan en de verplichte jas erover. De zwemleraar die het examen afnam had een aangename warme stem en legde bondig en helder uit wat er moest gebeuren.Tussen de verschillende oefeningen door mocht je ook een beetje freewheelen, er waren nu eenmaal van die waterratten bij, die de hele dag wel in het zwembad konden liggen.

Soepeltjes werd het programma afgewerkt en na een uur stond een trotse kleindochter haar diploma omhoog te houden. Gehaald en de losse tand was op z’n plek gebleven. In de vroege ochtend had ze nog geprobeerd hem eruit te trekken met een touwtje aan de deur en om de wiebeltand, waarbij ze zelf een ferme trap tegen de open deur gaf, maar dat was niet gelukt.

Als beloning gingen we uit eten bij ‘Buiten in de kuil’, een leuk restaurant midden in de bossen van Lage Vuursche. Het circus Moustache was er naast neergestreken en er waren aardig wat bezoekers. Toen we aankwamen werd er een aankondiging gemaakt dat de voorstelling zou beginnen en stroomden de andere kraampjes leeg.

Dochterlief had een tafel gereserveerd en dat was buiten op het terras, maar onze disgenoten waren panisch voor wespen. Geen goed plan dus, nu de beestjes op hun dooie akkertje naar zoetigheden op zoek waren. Binnen was het eigenlijk te warm, maar dat namen we voor de lieve vrede op de koop toe.

De dametjes waren in de zevende hemel met hun cadeaus, zelfs met hun imitatie Labubu. Grote ogen, aaibaar en de nieuwste verzamelrage. De echte exemplaren zijn (veel te) duur. Deze twee misbakseltjes, de een met een scheef handje en de ander met een scheef voetje, werden liefdevol in ontvangst genomen en voor de rest van de maaltijd waren ze er zoet mee. Hele verhalen rolden over de tafel tussen de verse patat en de kaasstengels, de knolselderij-steak, de Japanse gyoza (dumplings)gekozen en de salade met zeewier.

Tegen half zeven waren we klaar en net op dat moment stroomde de grote circustent weer leeg en dientengevolge het restaurant vol. We waren net op tijd geweest om in alle rust te genieten van elkaar. Dochterlief en tante Pollewop mochten met mij en Agaath mee.

De ochtend begon vroeg. De koffer staat klaar op het bed. Pakketjes maken en inpakken voor een week waterpret met de zussen. Het natuurhuisje ligt aan het Schildmeer en er is een aanlegsteiger, een surfplank en een kano, maar ook twee fietsen. Handig voor de boodschappen. Ik ken alleen Groningen-stad en ik ben benieuwd wat we in de provincie aantreffen. Nu duimen dat de buiigheid meevalt en dat we mooie zonsondergangen kunnen genieten. We gaan het zien en beleven.

Overpeinzingen

Een pleister op de wonde

Als er vroeger in de Amandelstraat een verjaardag was dan fietste mijn moeder naar bakker Boonzaaijer, die op de hoek van de laan van Chartroise en de Anton Geesinkstraat zat. Ze bestelde sneeuwballen. Een zalige lekkernij die leek op een puddingbroodje maar gevuld was met zoete witte creme. Heerlijk vonden we ze en het maakte een verjaarspartijtje bijvoorbaat al een feest.

Zoonlief heeft op de een of andere wijze deze winkel ontdekt. Het is bijzonder omdat hij niet in de wijk hoefde te zijn. Hij ging iets lekkers halen toen hij bij zijn zus op visite was in de schepenbuurt. Dat hij uitgerekend daar uit moest komen is bijna geen toeval meer, want hij ontdekte er de sneeuwbal en vond het met zijn verjaardag tijd om er veertig stuks te bestellen. Daarmee trad hij in de voetsporen van mijn moeder, zonder het te weten. Pas toen ik hoorde dat hij sneeuwballen had besteld, vertelde ik over die ouwe getrouwe Boonzaaijer en de gewoonte van mijn moeder. Hij is vast ingefluisterd door zijn oma.

Hij vertelde de eigenaar erover toen hij de bestelling in alle vroegte op ging halen . De eigenaar kende onze familie nog. Hijzelf had zijn grootvader en vader opgevolgd. De zaak bestaat al langer dan 100 jaar. Een stukje Ondiep van vroeger.

Het werd allengs warmer in de middag. We zaten in de tuin en de grote plataan erachter gaf voldoende schaduw. Zoonlief was de boel aan het redderen. Een voor een druppelden de vrienden en de familie binnen, al dan niet met kroost. Dat was veelvuldig aanwezig. Hele kleintjes waren erbij, waar de groten om moesten denken om ze niet omver te lopen. Er werd gepraat, gelachen, geroepen, het was een grote roezemoes. De vele cadeaus werden op de tafel gelegd om later uitgepakt te worden.

Ik had dochterlief en Dribbel opgehaald, die onderweg wilde weten hoe het huis van zijn oom eigenlijk heette want het was geen flat. Ineens schoot het woord me weer te binnen. Het is een drive-in, maar de oorspronkelijke garage is verbouwd tot een extra kamer. Een mooie plek voor de kinderen om te ravotten al leverde het een van de drie rakkertjes wel een reuze bult op zijn voorhoofdje op.

Het is altijd bijzonder om te zien hoe iedereen die elkaar kent bij elkaar kruipt. De balletjuf van mijn beide dochters kwam ook met haar man. Ze woonde twee huizen verder. Jarenlang heb ik de gang naar de balletschool gemaakt met de twee schatjes in roze tutu en allebei hun haar in een knotje, zo vertederend. Ze zijn nog lang door blijven dansen. We hebben het vooral over vroeger gehad, want haar man kwam uit Tuinwijk en kende de automatiek waar ik werkte toen ik vijftien was. Er waren nog meer raakvlakken. De ijsbaan Aroza, het Noorderbad, de afgravingen van Overvecht waar we ‘s winters schaatsten en de stinkende benenkluif. Zo leuk om die herinneringen op te halen.

Een vriend van zoonlief die een Surinaams restaurant vlakbij had zorgde voor het eten. Grote bakken met allerlei lekkernijen. Rijst, bami, rendang, tempeh goreng, sajoer boontjes, ketimoen, bakkeljauw, ajam ketjap en Surinaamse sambal. Er waren rieten borden met een vetvrij papier erop. Handig vond ik dat. Het stond leuk en er was minder plastic afval.

Er werd muziek opgezet en hier en daar werd een dansje gewaagd. De kleintjes gingen met Oops en Omi mee, zodat beide ouders de boel aan kant konden maken. Rond achten was ook bij mij de koek op. Er werd hartelijk afscheid genomen. We zullen elkaar een tijdlang niet zien, maar er werden filmpjes en foto’s beloofd. Een pleister op de wonde.

Overpeinzingen

Iets om naar uit te kijken

De voorstelling ‘Het Pauperparadijs’ bleef nog een tijd lang na denderen in mijn hoofd. Natuurlijk heb ik gelijk de muziek erbij gezocht en gevonden. Nog even nagenieten en alle tekst goed horen. Direct slapen na zo’n enerverende ervaring lukte niet. Vanmorgen was ik een tikkeltje later wakker dan gewoonlijk.

Dochterlief en ik hadden om elf uur afgesproken op de tuin, maar dat haalde ik niet. Een half uur later kwam ik aan gesjeesd. Ze was al begonnen en had het gras gemaaid. Wat een heerlijkheid dat dat alvast gebeurd was. Dan kon ik me nu op de perken oriënteren. In het middenbed beginnen met onkruid trekken leek me het meest voor de hand liggend. Wel meedraaien met de schaduw van de appelboom, want als de zon scheen was ze ongenadig. Eerst thee en bijkletsen, ook een hele belangrijke factor op de tuin. We werkten alle twee gestaag door tot het tijd werd om een crackertje te eten, daarna ging ze weg om tante Pollewop op te halen en ploeterde ik voort. De lissen lieten zich maar moeilijk verwijderen. Ze hadden een aardig stuk in beslag genomen en de arme hemelsleutel zat er door in de verdrukking. Ieder z’n eigen plek.

Alleen met de dartelende koolwitjes en de dikke honingbijen kwam ik volledig tot rust. Hoog boven me vloog de ooievaar en een felgroene boomsprinkhaan, volgens de app, kwam ook een bezoekje brengen. Het bonte zandoogje zat op een blad en zo was er alle ruimte voor de stilte terwijl er toch reuring genoeg was.

Ik kon slechts de helft van het bed doen, want de rest bleef maar in de zon. Er was nog genoeg ander werk. De heg snoeien bijvoorbeeld en direct de takken verwerken en niet zoals de hop van vorige keer in de kruiwagen laten liggen, want dan wordt de verwerking een heidens karwei omdat de stengels stug en droog zijn geworden. Bovendien was er water in blijven staan. Vier volle vuilniszakken voor de composthoop op de werf zette ik bij dochterlief in de bolderkar. Die brengen ze voor mij weg, zo lief! De lichtste vuilniszak nam ik mee.

Vandaag is het veertig jaar geleden dat de tweeling geboren werd. Zo bijzonder was dat. We wisten pas laat dat het er twee waren. De babykamer was maar net klaar. De bevalling ging voorspoedig omdat ze een maand eerder kwamen. Echte lichtgewichten dus met hun 2300 gram. Ze hebben het ruimschoots ingehaald. Er is gelijkenis, maar zo op het oog nauwelijks. Een tweeling geeft felicitaties van heel veel mensen tot in de verste krochten van de beide families. Het was daardoor extra feestelijk. De oudste geeft een groot feest waarbij even zovele gasten komen als hij jaren telt. Broer viert het dunnetjes mee. Met zijn knie en het kwakkelen van schoondochter is het nog te vroeg voor een eigen feestje. Wat in het vat zit verzuurt niet.

We kunnen buiten zitten, er is ruimte genoeg voor iedereen en het begint pas om half vier dus dat geeft respijt om alvast een was te draaien en de koffer voor een deel al te pakken. Maandag gaan de zussen en ik een kleine week de hort op. Iets om naar uit te kijken.

Overpeinzingen

Een dikke aanrader

Een heerlijke dag met zoonlief en de kinderen. Wat een toeval. Een vriendinnetje kwam spelen en haar moeder kwam me al zo bekend voor. Bleek het de dochter te zijn van een van onze oude vrienden uit de Hof waar oudste dochter nog mee op school heeft gezeten. Ik wist wel dat er ergens een telg rondliep maar niet dat het dit meisje was met het vroegere vriendinnetje van dochterlief. Zo dichtbij kan het verleden zijn waar je in onwetendheid langs loopt.

We zaten buiten. Eerst een nieuwe haring en later met de kinderen de kibbeling verdeeld. Plonzen in het kleine badje om af te koelen, ballen, tekenen, kleuren en nog weer ballen, het was er allemaal. Zoonlief ruimde ondertussen de tuin alvast een beetje op voor het grote feest van aanstaande zaterdag. Na een hapje spaghetti was het tijd om vriendinlief op te halen.

We waren mooi op tijd. Ze was er blij om, want net als ik hield ze niet van te laat komen. We reden met een gezwind vaartje naar het prachtige nieuwe Afas-theater in Leusden. Een schitterende lokatie, waar je met liefde het theater bezoekt. Vrij parkeren in een enorme ondergrondse garage en als je bovenkomt wordt je overvallen door de adembenemende architectuur. Buiten zag het er ook schitterend uit. Het kan dus wel. Lelijke industrieterreinen omtoveren tot een centrum van cultuur en vermaak. Er moeten wel wat centen tegenaan, maar dan brengt het z’n geld dubbel en dwars op.

Het Pauperparadijs is een spektakelstuk met een hele belangrijke boodschap. ‘De geschiedenis herhaalt zich, trap er niet met open ogen in’ proef ik eruit. Op ingenieuze wijze worden verleden en heden aan elkaar gelinkt. Het hele stuk is doorspekt met doordenkers en vileine waarschuwingen, tegelijkertijd laat het de erbarmelijke omstandigheden van de paupers zien uit de vorige eeuw. Het hele spel is voorzien van beduidende decorstukken. Er is niet veel voor nodig om je te laten geloven dat je er ter plekke bent. De muziek zet de belangrijke grondtoon, dreigend, zoetgevooisd, of opzwepend, het is er allemaal. De zang vliegt hier en daar een tikje uit de bocht, maar is ook overtuigend en krachtig. Hier wordt geschiedenis met een hoofdletter geschreven.

Er is een korte pauze en ik dwaal door de gangen op zoek naar het toilet. Als ik terug ga, kom ik op de tweede etage, waar een enorme groene koepel muurplanten de muren van beneden herleiden tot een grote bal. Daar moest ik niet zijn en de trap naar beneden is afgesloten. Dus neem ik de lift terug. Er staat een heerlijk wit wijntje klaar om de dorstige kelen te smeren. De hele sfeer is uitnodigend. Hier zijn de gasten meer dan welkom, straalt het uit.

Het stuk duurt drie uur en had wat onze unanieme mening betreft wat korter gekund, maar ze vlogen om en we hebben enorm genoten. Het is verplichte kost voor iedere hedendaagse politicus en voor iedereen die de mensheid een warm hart toedraagt. Je moet wel van opzwepende muziek houden. Scheurende gitaren, het ondersteunende orgel en een cello, lekker hard daar waar de scènes er om vragen, waarbij de zang soms heftig over de hoofden wordt gesmeten. Een groot spektakel. Een dikke aanrader.

Overpeinzingen

Stof tot nadenken

Vannacht was ik na een uurtje of zes volledig uitgeslapen. Niet zo bijzonder want door het raam scheen de maan in volle glorie. Buckmaan wordt ze genoemd. Buck in de zin van bok of hert. Het gewei van deze dieren begint in deze maand na het afwerpen van de oude opnieuw te groeien. De maand van nieuw elan.

Lief en ik hebben net een uurtje bijgepraat. Goed om elkaar even te zien en vast te houden in onze warme blikken. We tellen alweer een beetje af. Vriendlief is in de lappenmand en klautert er langzaam weer uit met eventuele verhuisplannen. Ik kijk er van op. Hij houdt zo van het drukke stadse leven dat in zijn klein postzegeltuintje ook heel goed buiten te sluiten valt. Het hoe en waarom zullen we nog wel horen.

Gisteren geen tuin, maar wel een kop thee met dochterlief en alle perikelen doorgesproken. Het zijn wat roerige tijden om ons heen. Ik heb Lampje op bestelling meegenomen, die ze voor gaat lezen aan de filosoof en Oever. Er is informatie over het afzwemmen van tante Pollewop, die voor haar diploma -C- gaat met een etentje er aan vast. Ik krijg een tip voor een mooi en bruikbaar cadeautje. We bespreken ook de verjaardag van de tweeling, waarbij de onfortuinlijke lieve zoon opgehaald moet worden met zijn drie rakkertjes. Dat gaan we regelen. Ze worden al weer veertig. Stop de tijd…

Ik bestudeer het huisje dat de zussen en ik gehuurd hebben voor 5 dagen en ontdek dat er geen beddengoed bij is. Het ligt wel fantastisch aan het meer met ruimte voor prachtige zonsondergangen op de steiger en een zwempartij in de ochtend. De jongste zus oppert er een koude douche achteraan, maar dat waag ik voor mezelf te betwijfelen. Het is één groot natuurbad letterlijk en figuurlijk.

Dankzij nichtlief ben ik op het spoor gekomen van twee allerleukste boeken, voer voor vakantie. Ze leest af en toe mijn blogs achter elkaar en ze was net bezig in het dagboek van Alba Donati: Boekhandel in de Bergen, toen ze las over mijn verslag van de bijzondere boekhandel in Haarlem en schreef dat het qua sfeer zo overeen kwam met het boek. Ik heb het boek aangeschaft en op internet de winkel opgezocht. Het is precies zoals het beschreven wordt. Libreria Sopra La Penna in Lucignana is te bezoeken en inmiddels erg in trek. Een idyllische plek temidden van de bergen.

Dankzij diens lijstje van verkochte boeken onder elke beschreven dag wordt mijn aandacht getrokken naar een volgende titel: ‘Ik heb het de tuin nog niet verteld’ door Pia Pera. Ze heeft een weelderige Toscaanse tuin waarin ze de seizoenen op de voet volgt. Als ze ongeneeslijk ziek blijkt te zijn, trekt ze zich steeds meer terug in haar tuin die haar verassingen en inzichten en diepzinnige reflecties over filosofie, religie en het dagelijks leven levert. Tijden van bezinning om op voort te borduren.

Al met al is er leesvoer genoeg om de volgende maanden door te komen. De leeskoffer is geduldig en er kunnen veel makke schapen in een kot, moet je maar denken. De zeeën van tijd in Verweggistan vul ik graag met nieuw voer voor de hongerige hersencelletjes.

Vanmiddag ga ik naar zoonlief en vanavond is er de uitnodiging voor het AFAS theater in Leusden. Ben zeer benieuwd hoe dat ervaren zal worden. Mooie nieuwe prikkels en stof tot nadenken.

Overpeinzingen

Hongerig in alle opzichten

Agaath rijdt met een kalm vaartje richting Soest over de prachtige Koningslaan, een statige bomenrij aan weerskanten. Vriendinlief zit in de serre aan tafel met krant en thee. Zo heerlijk om haar weer te zien. We kennen elkaar van de klankbordgroep van Kunst Centraal en de verbondenheid tijdens onze voorstellingen, die we samen hebben bezocht, heeft ervoor gezorgd dat er een extra dimensie werd toegevoegd aan een bijzondere vriendschap. Één keer in de zoveel tijd ondernemen we iets samen. Het is spontaan gegroeid. Bijvoorbeeld een wandeling in de Soesterduinen, een bezoek aan de bloemententoonstelling in kasteel Groeneveld of een bezoek aan het theaterspektakel in de Palz, het landgoed van Herman van Veen. Nu was het filosofenpad in Leusden aan de beurt.

We spreken van te voren af de extra lus van de route over het landgoed den Treek-Henschoten ook te doen. Tien filosofen op een bord en een stuk natuurschoon, het is een mooie combinatie. We halen expres niet via de QR-code bij elk bord de ideeën op van de betreffende filosoof, want dat kunnen we thuis beluisteren. De borden op zich met een enkele gedachte en wat korte bondige informatie geeft genoeg stof tot praten.

Het terrein is eigenlijk een klein juweel, dat verscholen ligt tussen de snelwegen en dat we allebei nog nooit hadden opgemerkt. In de internationale school voor wijsbegeerte kun je cursussen volgen, kamers huren en een hapje eten in het restaurant, los van het feit of je al dan niet wat met wijsbegeerte wil gaan doen. De gastvrijheid is een warm bad.

De omgeving herbergt een gemengd bos, met bankjes bij de filosofen of met een boomstam of houten slagboom om even de rust te pakken. Ergens middenin, ligt een enorme boom, ideaal om achter zijn kale wortelstelsel op de gladde stam een eind weg te filosoferen. De jaren worden ineen gevlochten met onze ondervindingen en gelardeerd met gedachten over de tekst bij de filosofen.

Onderweg roert moeder aarde zich uitbundig in een korstmos, een dikke tuinhommel op een mooie bloem, de nog onrijpe bramen, de uitgestrekte moerasachtige begroeiing met haar boffende bewoners er omheen, en de veelbelovende bosbessenstruiken, die ‘later, later’ fluisteren. Bosbessen zijn het vergeten verleden, omdat ik niet meer wist hoe we ze vroeger met kapot geschramde knieën van de bramen en blauwe tongetjes van de bessen naarstig plukten in het bos achter speeltuin de Treek. Eerst moe gespeeld van het schommelen en daarna die wandeling. Mijn moeder wist wel hoe een en ander aan te pakken.

Onderweg een verweerd maar sympathiek kastje met verdwaalde voorwerpen, een smoezelig monster-knuffeltje, een speen, een potje met een kaart erin, een tres, De huizen in dat gedeelte zijn de moeite van het bekijken waard. Mooie ornamenten en een originele windwijzer. Op de markante boom laten we verleden en heden samen vallen en we zijn opgetogen over het samenzijn, over de verbondenheid die diep gevoeld wordt en deze landschappelijke ontdekking. Een om te bewaren en later zeker nog met diverse mensen te bezoeken.

Wat begon bij Plato met zijn: ‘De staat zal pas gelukkig zijn als filosofen machthebbers zijn en machthebbers filosofen’ via het gedachtegoed van Zhuang Zi, Ibn Rushd, Spinoza, Rousseau, Harriet Taylor en John Stuart Mill, Nietzsche en Hannah Arendt eindigt ten leste bij De Beauvoir die ons vanaf haar bord vertelt dat het leven zonder de dood geen zin heeft, omdat alles om het even is als er nooit een eind aan komt.

Zo is het ook met deze ontdekking. Aan alles komt een eind, maar niet zonder even bij te komen van de vijf kilometer in de aula van de school met een kop thee en meer dan twee koekjes. Filosofie maakt hongerig in alle opzichten.

Overpeinzingen

Hersengymnastiek bij uitstek

Als je een abonnement hebt op een blad dan kun je toegang krijgen tot de digitale versie van meerdere bladen. In de libelle wordt ik getriggerd door de kop: ‘Onze mama’s vlogen over met een koffer vol babyspulletjes’. Dat is van goud voor een echte beelddenker. Onmiddellijk vliegen hier door het luchtruim moeders, net als de enige echte Mary Poppins die voorop vliegt om ze de weg te wijzen. Ze dragen allemaal een koffer, die licht uitpuilt en waar aan een draadje spenen hangen en rompertjes. Hun haren wapperen in de wind. De paraplu in hun andere hand dient ter meerdere eer en glorie van de vlucht. Het houdt ze in de lucht.

Ze waren op weg naar Spanje, vertelt het verhaal, waar hun dochter onverhoeds aan het bevallen was geslagen. Een baby trekt zich nu eenmaal niets aan van een geplande datum. Die komt in eigen tijd en eigen uur. Hoe het afloopt weet ik niet, want ik had al twee magazines gedownload en dat was kennelijk de max. Het vergt in ieder geval onderzoek naar hoe een en ander werkt op deze site.

Buiten klinken de stemmen van ouders en kinderen die al dan niet gehaast naar school wandelen. Sommige hebben de kinderen bij de hand, anderen laten ze rond hen heen huppelen. Er zijn ouders bij die de tassen dragen voor de kinderen en er zijn kinderen die dat zelf doen. Opvoeden tot zelfstandigheid zit ‘m in de hele kleine dingen in woord en gebaar.

De vliegende mama’s zijn weg. De lucht is grijs, tikkeltje dreigend, schudt ze hier en daar wat diep donkerblauw erdoor. Vannacht was er al een flinke kist met zure appelen langs gekomen, maar straks komt er vast nog een.

Vanmorgen was er een leuke babylonische spraakverwarring door de vertaalapp. Lief had in het Hongaars geschreven: ‘Arra nagyon örülom vagyok, hogy sok növeny van, mért sok vizet isnak.’ Dat was vertaald met ‘Ik ben erg blij dat er veel vrouwen zijn, want ze drinken veel water.’ Dus ik vroeg wat hij bedoelde. Hij legde uit dat ‘növeny’ vrouw betekent maar ook plant, dus: ‘Veel planten, veel regen en daardoor toch geen wateroverlast.’ Een van de kleine misverstanden die door vertaalmachines kunnen ontstaan. Enfin, qua weer zitten we in hetzelfde schuitje. Ook daar is het bal. Straks is alles weer in evenwicht.

Vanmiddag ga ik met vriendinlief het nieuwe Filosofenpad lopen in Leusden. Het zou droog blijven. Tegelijkertijd schoot door mijn hoofd, dat het dicht bij de Treek was, waar we al sinds mensenheugenis kind aan huis zijn. Tegenwoordig is het bos erachter ook de woonstee van een roedel wolven, die welpen hebben en er zijn wat schermutselingen geweest. Het leek me raadzaam om op te zoeken wat je ook al weer moet doen als er een wolf op het pad staat. De instructies zijn duidelijk. Niet wegrennen in ieder geval. Adem in en adem uit (zeg ik) en dan langzaam achter uit stappen terwijl je naar de wolf kijkt. Geef hem de ruimte. Is het toch te dreigend, dan je groot maken en schreeuwen. We zijn er niet bang voor, maar het is wel fijn om te weten wat je moet doen.

Vanmiddag belooft de zon weer haar licht op ons te laten schijnen en scherpen hopelijk de filosofen onze geest. Zhuang Zi is er één van en die heeft de wijze uitspraak en een doordenkertje: ‘A Path is made by walking on it.’ Hersengymnastiek bij uitstek.

Overpeinzingen

Je zou haast denken van niet

De daken van de schuren aan de overkant zijn volgelopen met regenwater en spiegelen de huizen erachter. Het geeft een wonderschoon vertoon van nieuw perspectief. Kunst ligt op straat, in dit geval op de daken.

Gisteren reed ik naar huis middenin de enorme wolkbreuk die los was gebarsten en door de hevigheid liepen de straatgoten overvol, wat met regelmaat een waterballet opleverde als er een auto doorheen reed. Wee de voetganger, zo hij in de buurt was. Een zegen voor de tuin, was de onmiddellijke gedachte.

Lief belde in de ochtend. Zo fijn om elkaar even te zien en het verlangen te sussen. Nog maar drie weken. Het komt al ras naderbij met al die afleiding.

Het ‘Grote-Mensen-Feestje’ van Dribbel, zijn eigen woordkeuze, was gisteren een feit. Hij had zich er al dagen op zitten verkneukelen. Dochterlief had wijselijk alleen onze familie uitgenodigd en dat was al ruim voldoende voor een kamer vol. De rakkertjes waren opgehaald door de andere dochter en zouden weer terug gebracht worden door schone zoon. Zo hoort het ook. Het reiken van extra handen in geval van nood is een vanzelfsprekendheid.

Kinderstemmen vulden de ruimte en probeerden boven elkaar uit te komen. Dribbel ontving zijn cadeau met een enthousiaste oerkreet. Het was een microscoop met bijbehorende geprepareerde plaatjes en voor de vakantie een surfplank. Natuurlijk hadden we bij de ouders geïnformeerd wat er op het wensenlijstje stond en voor deze Ranger van het Wereldnatuurfonds was de begeerde microscoop hartewens nummer één geweest. Geen mooier gezicht dan een verrast en blij kinderkoppie. Met het gezin leggen we altijd hutje bij mutje en geven dan één groot cadeau aan de jarige.

Er waren feestelijke taarten met kwark, chocola of appel/kruimel, lekkere hapjes en drinken. Een vriend van de oudste was ook op bezoek en de kinderen vermaakten zich opperbest met een nieuw spel dat hij had meegenomen. Dochterlief vertelde me dat ik het boek Krekel dubbel had beloofd uit te lenen. Oeps. De tijd speelt een rol of de drukte. Als ik het vergeten ben komt het door het volle hoofd. De oudste zoon kwam ook met de kleine Njong. Even later zat iedereen om de keukentafel en ik alleen in de woonkamer, omdat er een oogje in het zeil gehouden moest worden bij het spel van de drie. Op mijn verzoek zette het gesprek zich voort waar ik bij was. Gelukkig, want het was een soort evaluatie van het grote feest. Parkeerplaatsen, aggregaten, voldoende groepen voor de stroom, eetkraampjes en de locatie. Er waren leerpunten opgeslagen in het draaiboek voor een eventuele herhaling van het festijn volgend jaar.

Ondertussen speelden de kleintjes zoet met alles wat voor handen was en kreeg de jongste de schommelstoel in het vizier die ze op alle fronten uitprobeerde en ze ontdekte veel. Schommelen, klimmen, overstappen en de kussen erop gooien, alles pakte goed uit zolang ik de stoel maar stevig op zijn plek hield. Dribbel had een schoenendoos vol met overtollig spul uit zijn speelgoedvoorraad om te verkopen voor de baby-schildpadjes. Alles was per stuk 6 euro. De kleine ondernemer aan bod. Ze mochten op mijn verzoek iets uitkiezen. Dochterlief zou een tikkie sturen.

Voor de eventuele hongerige magen waren er twee soorten pastasalade met brood en flatbrood en hapjes. Zo met alle kinderen om de dis is het vooral de bewustwording van een rijk en welvarend leven op alle fronten. Fijn voor het kroost, maar wat zou ik het graag iedereen gunnen, zo’n onbezorgd en vrij bestaan zonder beknotting van wie dan ook. Zijn politici ooit kind geweest en zich daar nog bewust van? Je zou haast denken van niet.

Overpeinzingen

Het was mooi geweest

Lieve schoondochter is uitgeschakeld en nu hebben er twee schatten gedwongen rust . Het betekende dat mijn bezoek aan het festival van de oudste zoon, schoondochter en haar pa uitgebreid werd met twee van de drie rakkertjes. Ik had de hulptroepen ingeschakeld, want dochterlief en haar gezin kwamen ook, even als haar zus, dus helpende handen te over. Dat was nodig omdat de twee kleintjes razendsnel zijn en volop aan het experimenteren gaan, zeker als ze zich niet helemaal op hun gemak voelen zonder het wakend oog van pa of ma. Mijn moeder zou zeggen: ’Ze braaien de boter eruit.’

Toch rekenden het tweetal dan buiten hun oom, die met straffe hand, streng doch rechtvaardig, voldoende kennis had met zijn voetbalteams vol levenslustige jongetjes. Hij wist precies wanneer de teugels gevierd moesten worden of wat aangehaald. Met een gerust hart droeg ik de verantwoordelijkheid over.

Dat betekende wel dat we over het grote terrein konden slenteren langs alle kraampjes en er stond een promo voor Kickboksen en een plek waar je geschminckt kon worden. Dat wilden ze wel, die kleintjes, maar heel lang in de rij staan was er niet bij. Eerst maar eens de inwendige mens verzorgen. We konden zowaar wat stoelen bemachtigen vlak bij de kraampjes met heerlijkheden. Saté met regenboogkroepoek, Gado Gado, spekkoek en pandan, Cendol en een soort kwee lapis in mooie stukjes te kust en te keur.

Ach, tempo doeloe met mijn lief komt boven drijven. Al die heerlijkheden op de spekkoek na heb ik ooit uit mijn kleine Indische kookboekje gehaald, al struikelend maar met een goed resultaat ten leste. Ik kon mijn kennis toetsen op de grote Pasar Malam Besar in de jaren ‘70 in Den Haag. Prachtige tijden waren dat, waarin het Indisch bloed van Lief door ons tot volle glorie werd verheven. We bezochten de toko in Leiden, schaften een wadjan aan en een tjobek en met mijn kleine boekje in de hand ontdekten we allerlei onbekende heerlijkheden uit de Oosterse keuken.

Ik genoot stilletjes van de mensen die elkaar kenden en elkaar omhelsden, op de schouders klopten, in rap Ambonees de wederwaardigheden uitwisselden. Er werd gelachen, gegeten, gedronken en gedanst op de vele verschillende optredens. Dochterlief had een klassieke dans in een moderne jas gezien, die prachtig was. Het werd één groot familiefeest. Met een verbondenheid die er aan ten grondslag ligt en die zo sterk is onderling, welhaast jaloersmakend.

In het midden was een klein vijvertje. Daar zwommen donderkopjes in, die al snel ontdekt werden door de kinderschaar. Met de bekertjes probeerden ze er een paar te scheppen met wat water, goed te bekijken en weer terug te gooien. Mooi experiment maar voor mijn oma-hart en de verantwoordelijkheid voor de jongetjes met de watervlugge beweging, alles behalve geruststellend. Het vijvertje was niet diep en ze zouden hooguit een nat pak oplopen, maar toch.

Rond zeven uur gingen wij in ieder geval naar huis met elkaar. Dochterlief, de mama Ani van de kleine njong, nam hem toch weer mee, dan hadden pa en ma de handen vrij voor de laatste loodjes van de organisatie. Loslaten is altijd moeilijk, in dit geval voor beide partijen, maar het was wijsheid, denk ik zo. Trots was ik op mijn lieverds, die bergen werk hadden verzet om dit festival waar te maken. De premiere was geslaagd en misschien wel de eerste van een lange reeks.

De auto stond vlak bij op het gras voor de ingang. Na doorverwezen te zijn naar de verste parkeerplek, iets wat ik totaal niet had zien zitten met de rakkertjes, reed ik nog een keer langs het landgoed en vond zowaar een prachtig plekje tussen twee bomen op het gras. Hoe kwam ik aan die mazzel. Terug was het helemaal een uitkomst. Dochterlief en schone zoon hielpen met het vastmaken in de zitjes en we konden op weg. Kinderliedjes aan, dromerige schatjes achterin, het was mooi geweest.

Overpeinzingen

Wie weet wat daar uit voortvloeit

Er staat een lange ladder tegen het huis. Op het dak klaren drie mannen een klus. ‘Lekkage’ zei vriendinlief. ‘Nu werd het echt noodzakelijk.’ Na regen komt zonneschijn, nieuw lood en het is van ‘God zegene de greep’, dat het gaat zoals verteld wordt. Een beetje vertrouwen in de mensheid of in ieder geval in deze drie mannen, want het eerste wordt steeds lastiger.

Ik schuif bij vriendin naar binnen. Niet onder de ladder door, dat brengt ongeluk, maar hij is net naast de deur opgesteld. We sluiten elkaar in de armen. Hoe groot is gemis op het moment van elkaar weer ontmoeten. Zo vertrouwd, zo warm.

De bos bloemen wordt in dank afgenomen, bijna beschaamd, omdat je in haar straatje dure Utrechtse parkeergelden neer moet tellen. Geen probleem, schat. Ik ben Amsterdam en Den Haag gewend, en die leggen er nog dunnetjes een schepje bovenop.

Vanaf het begin vallen alle maanden van gemis er tussenuit. Stof tot babbelen is er genoeg, maar ook een luisterend oor voor wederzijdse verdrietigheden en vrolijke noten. Het wegvallen van mensen, hoe daar mee om te gaan, beseffen dat er altijd iets zal blijven wringen van een onbeantwoord ‘Waarom’. Hoe moet je dat verwerken. Vroeger zei men’ Maak van je hart geen moordkuil’, met andere woorden ‘Spreek het uit’. Maar als er geen ruimte voor wordt gemaakt, gaat het schuren en schrijnen. Er valt geen verhaal meer te halen, wat blijft is nog een grotere leegte. Tijd beidt. Straks vallen er antwoorden op hun plek. Daar ben ik van overtuigd.

Het gesprek kabbelt terug naar school, naar haar belevenissen in de groep. De fantastische projecten, die ze doet met onze oude school in gedachten. Ja, dat is waarachtig onderwijs. Geen methodes, zelf aan de slag, snij het op de kinderen toe en bouw ruimte in voor nieuwe groei. Ze gaan ervoor met heel hun hart. Het mijne maakt een sprongetje. Daar ligt de basis voor een nieuwe wereld. Kinderen die leren begrijpen dat het op samenwerken aankomt en delen van kwaliteiten. We zijn het er unaniem over eens dat Pabo’s er meer positief in moeten staan in plaats van mensen af te rekenen op wat niet bij hen past.

Dochterlief komt thuis en vertelt over haar plannen. Zo levenslustig, zo creatief. Af en toe komt er een van de mannen zwaar stappend door het huis naar de keuken om de handen te wassen. We zitten binnen met zicht op de fijne tuin. We zouden heerlijk buiten kunnen zitten, maar er vallen allerlei ondefinieerbare piepkleine deeltjes verleden van het dak naar beneden.

We eten een boterhammetje, ik de mijne met komijnekaas. Wat een heerlijkheid. Al zo lang niet meer gegeten. Het is kennelijk de week van komijn. Ik wimpel het voorstel af om te videobellen op het feest met het oude team. Ben je mal. Ik zit er dan een beetje voor Pierre Snow bij in Verweggistan, want ik kan niet deelnemen aan de gezelligheid en iedereen is druk met elkaar. Mijn tijd komt nog wel, of we doen het dunnetjes over in eigen tijd. Een op een, zoals nu, heeft meerwaarde. Dat is verbinden bij uitstek, een waarachtig ontmoeten.

Ze is bezig met de laatste loodjes voor school, de geschreven rapporten, de overdrachtsformulieren en meer van dat soort zaken. Straks is het klaar maar er is ook ruimte voor een nieuwe actie. Vrijwilligerswerk bij vluchtelingen. Er is een oriëntatie. Je verbindt je niet voor even, er zit wel degelijk een bepaalde voortgang achter. Daar moet je je bewust van zijn. Maar het zijn nieuwe deuren die zich openen. Wie weet wat daar uit voortvloeit.

Overpeinzingen

De stilte die in de straten hangt

Een interessant gesprek op het schoolplein van de kleine krullebol ‘s middags, met drie meisjes die op de BSO blijven. Ze vragen ‘van wie ik ben.’ Ik vertel ze wie ik kom ophalen. Ze willen weten hoe ik heet. Als ik mijn naam zeg, kijken ze elkaar aan en proesten het uit. Er is een ondeugende blik in de ogen van de grootste. Ze vertelt, dat zij Eva en Sarah heten en giebelen daar zo bij, dat duidelijk is dat ze me voor het lapje houden. De kleinste zegt dan: ‘Ik zeg het eerlijk. Ik heet Lois.’ De ander geeft dan ook toe. Als ik vertel dat ik ook een groep had, vragen ze naar de namen van de kinderen. Ik noem er een paar. Ze vinden het gekke namen, als ik naar de namen van de kinderen in hun groep vraag worden een heel andere soort namen genoemd. Inderdaad. Daar zit al verschil in. In pakweg, hooguit tien jaar. Zo snel gaat het dus. Iets om mee te nemen. Verder hoor ik nog dat ik oud vel heb en wat ik zou doen als iemand stout deed. Daar filosoferen we een beetje over. ‘Als jij niet straft, wat doe je dan.’ ‘Dan praat ik met ze.’ Daar moeten zij weer over nadenken. Tijd om ze te laten.

Op de terugweg van zoon en de drie rakkertjes staat het verkeer vast, dat betekent de alternatieve route en via een korte opfrisbeurt thuis ben ik net op tijd op onze eetafspraak met de leesclub in het Indiase restaurant. Het is mijn lievelingskeuken juist door de harmonie in keukenkruiden en de pittigheid ervan. Het gesprek rolt al vanaf het begin alle kanten op. Soms centraal, soms met elkaar, afhankelijk van de afstand en het gehoor. Voorgerechtjes voor twee, twee maal, voor ieder een klein hapje en daarna kiest ieder een hoofdgerecht. De jongen die ons alles komt brengen heeft een open blik en is zeer gastvrij. De vrouw eveneens.

Het is een gemoedelijk kouten daar. Ik vergeet foto’s te nemen van het heerlijks dat we krijgen opgediend. Er komt een motor in beeld, een Moto Guzzi, een prachtig oud exemplaar uit California. De keuze uit een zwarte of een wit met rode moet nog gemaakt worden. Door het verhaal heen sijpelt puur verlangen. Een droom wordt waar gemaakt. Geen race monster, maar een bejaarde en toch imposante heer met een robuust uiterlijk die langs ‘s Heren wegen tuft. Het is hem gegund. Vrouwlief vindt het maar niets en dat moet weinig uitmaken. Ieder zijn pleziertje, vinden we unaniem.

Als het eten komt vragen we hier en daar wat uitleg. Wat zit er in de roti wat het zo heerlijk maakt. Geheimen worden verklapt. In de roti zit komijn, knoflook en ui. Onthouden. Er is Indiaas bier dat Kingsfisher heet met een plaatje van een ijsvogel. Even napluizen en ja hoor. Waarschijnlijk nog een overblijfsel uit het koloniale tijdperk. We horen de verschillende plannen voor de vakanties, de kinderen komen aan bod, behuizing, werk en de werkdruk en het boek dat we voor de volgende keer aan het lezen zijn, wordt genoemd. De aangever heeft het al uit en een ander is op de helft. De keuze voor ‘Narcis’ van Judith Fanto was ditmaal unaniem en het loont zich. We zijn een mooie groep vinden we. Het is in balans door de samenstelling van drie mannen en drie vrouwen die ieder op eigen wijze een boek beleven en daarmee al filosoferend in de groep het huidige bestaan onder de loep nemen.

De keuze bij het nagerecht was opmerkelijk. Voor de mannen bolletjes ijs met slagroom al dan niet met cake en voor de vrouwen thee of koffie. Als we als laatsten deze knusse stek verlaten en de uitbaters bedanken, nemen we afscheid. Fijne vakantie iedereen en tot na de zomer. Terug naar Agaath wordt er gekuierd om alle mooie momenten te laten bezinken. De avond omlijst het met de stilte die in de straten hangt.

Overpeinzingen

Dubbele pret

Dat je met liefde de regen uit de lucht kunt kijken en elke donkere wolk als een zegen voorbij ziet varen. Voorbij, ja, want uitstorten deden ze zich niet of je moet de drie druppeltjes tellen die aan het eind van de middag vielen. Terwijl in het Oosten van het land het leven werd overspoeld, bleef het bij ons krakend droog. Ik had op die onweersbuien gerekend en was niet naar de tuin gegaan om water te geven. Nu rest me enkel nog een schietgebedje, want ik heb pas morgen tijd. Niets is onberekenbaarder dan het weer. In het centrum viel de hitte van de stad zonder meededogen op de hoofden van het winkelend publiek neer. Tanige mannen, stratenmakers, veegden hun hoofden droog met grote zakdoeken, ‘Veel te warm om te werken.’ Ze knikten. Al zwetend. ‘Maar,’ riep de langste ‘Ik heb het liever zo dan andersom,’ als antwoord op mijn opmerking.

Ik was al tijden niet meer bij het sportcentrum naast het zwembad geweest en dat was te merken. Ik kende het niet meer terug. Een grote bouwput met enorme staketsels, een geraamte van een nieuw te verrijzen gebouw, een vernieuwd sport-en-evenementencomplex met een grondige renovatie van het oude zwembad. Het duurde even voordat ik de huidige ingang had gevonden. De judoles van Dribbel zou daar plaats vinden. Hij was jarig en bij wijze van verrassing ging ik naar de les, dat de laatste van dit schooljaar bleek te zijn, compleet met de slippen-uitreiking. Dat laatste was weer voor mij een verrassing. Wat tof.

Schoonzoon en Dribbel zaten in het snikhete gebouw te schaken in de kantine. Er werd een flesje water voor me gehaald, op de pof trouwens, want je kon er alleen maar met baar geld betalen en dat hadden we geen van beiden bij ons. ‘Dat komt volgende keer wel weer’, zei schoonzoon.

We verhuisden naar de Dojo toen het tijd was. Het was een zaal met dikke matten (tatami) en een spiegelwand. Het grut mocht even vrijuit rennen en tikkertje doen, terwijl de twee mannen de lijsten door namen. Een van de mannen had nog bij de kringloop gewerkt in de jaren ‘80. Hij verkondigde luid tegen ieder die het horen wilde, dat hij mij kende. Bijna veertig jaar geleden kwam hij met een beperking alles binnen sjouwen. ‘Ze was helemaal gek op boeken’, riep hij ’Nu nog?’ Ik beaamde het. ‘Dus nu heb je thuis een bibliotheek’. Ook dat werd bevestigd. Hij was de assistent van de Sen-sei, een taak, die duidelijk zijn ego streelde.

De zaal stroomde vol met publiek. Er mocht gekeken worden. De judoka’s in de dop, een gemêleerd gezelschap, ook qua leeftijd en niveau, leefden zich uit in een wervelend tikspel. Twee kleine zusjes renden uitgelaten mee. De leraar had een rustige stem, gebruikte duidelijke opdrachten en liet ook de dreumesen af en toe oogluikend toe, maar als ze te veel aan het afleiden waren, pakte hij ze op en bracht ze bij de betreffende ouder. Twee aan twee deden de kinderen de oefeningen, waarbij ze steeds moesten afwisselen, aanvaller/verdediger en vice versa. Soms hadden ze meer oog voor de spiegel dan de concentratie op de worp, maar dan werden ze weer met zachte hand teruggeleid tot de orde van de dag.

Toen ik Lief leerde kennen was hij op Judo onder de bezielende leiding van Anton Geesink en had hij de zwarte band net gehaald. Hij had dit geweldig gevonden.

Aan het eind werd hen een voor een de begeerde slip overhandigd. Voor Dribbel betekende het dat hij de groene mocht overslaan en door kon naar de blauwe. Hij blij, wij blij en het leukste cadeau voor een verjaardag natuurlijk. Daar stak oma’s in de haast gekochte aardbeien badhanddoek maar dunnetjes bij af. Maar het echte cadeau komt pas zondag. Dan vieren we zijn feest met de familie. Dubbel jarig, dubbele pret.

Overpeinzingen

Dappere overlevers

Niets moet natuurlijk. Zo is het leven. Het mag allemaal, maar er is toch iets dat ik aan iedereen zou willen doorgeven zonder een tip van de sluier op te lichten. Dat is lastig. De andere kant van de medaille is dat ik het verhaal woord voor woord zou willen vertellen. Niets overslaan. Omdat alles er toe doet. Iedere zin, iedere handeling heeft functie. Het geheel is de som der delen.

Het lijkt cryptisch maar wie ‘Krekel’ leest, het boek van Annet Schaap, zal na afloop, terwijl het verhaal in het hoofd verder gaat en de losse eindjes aan elkaar knoopt, precies hetzelfde ervaren. Vriendinlief zei: ‘Ik wil er nog niet aan beginnen, want ik wil niet dat het uit is.’ Het is precies zoals ze zegt. Zo graag had ik doorgelezen tot in lengte der dagen. Ik wil die wereld van mogelijkheden, van onvoorzien, van waar geluk, van schoonheid. Daar te zijn, hoe zaligmakend. Dat doet het boek.

Lezen dus, een hele grote aanrader. Een handreiking voor het leven als je er oog voor hebt, zo heb ik het ervaren.

Door het dankwoord kom ik erachter dat de auteur tevens auteur is bij het Saga-theater, bij uitstek het rijk der verbeelding. Daar waar sprookjes bewaarheid worden. De Groene heeft haar eens tien vragen gesteld, waarin ze aangeeft, dat ze van de Sprookjes van Grimm, Perrault en Andersen houdt, van Annie M. G. Schmidt en Tonke Dragt, van Paul Biegel en van het boek Momo en de Tijdspaarders van Michael van der Ende, van de boeken van Wim Hofman en het lijkt wel of ik mijn eigen voorkeurslijstje op aan het noemen ben.

Ik leg het weg, maar toch onder handbereik, om nog eens terug te lezen, sommige passages te herlezen en goed door te laten dringen.

Zuslief kwam me gistermiddag in de hitte ophalen. Met heen en weer appen hadden we besloten om naar het wegrestaurant te gaan aan de rand van de stad. Uitzicht over de paarden, een sloot, veel bomen, heerlijke beschutting dus en een verkoelend briesje dat af en toe langs zeilde. Het was fijn om ze weer te zien en om te kunnen bijkletsen. Niet teveel, want één zus ontbreekt en over een week of twee gaan we met z’n vieren een paar dagen naar de provincie Groningen, naar een natuurhuisje aan een meer.

Deze ontmoeting was een fijn voorproefje. Er stond een ronde tafel op ons te wachten met drie stoelen erom, precies zo’n plek als wat het wezen moest. We strijken neer en bestellen een lichte lunch en blijven kouten tot even na tweeën, de maanden zonder hen vallen er tussen uit. Alles landt op de juiste plek. Alsof ik niet weg geweest ben. Vriendschap en elkaar lang niet zien hoeft niets uit te maken in het contact als de basis ooit eenmaal gelegd is.

De nieuwe auto van zus is een stoere en rijdt heerlijk. Het is nog een beetje wennen aan alle nieuwe snufjes. Wat zit waar en hoe werkt die binnenboord-machine. Je kunt hem niet over het hoofd zien in zijn jas van vlammend rood en zwart. Flitsend door het leven. Zo zien we het graag.

Thuis op de bank is het goed te doen. Op tijd hebben we alles dicht gedaan. Door de rotan zie ik dat de twee pas aangeschafte salies op het balkon het erg moeilijk hebben, maar ik zal toch tot de avond wachten met water geven, want ze staan pal in de zon. Je zou ze geen stuiver meer geven, zo slap hangt het blad.

Nu, vanuit het slaapkamerraam, staan ze er weer fris bij. Dappere overlevers.

Overpeinzingen

Beloofd is beloofd

Om half drie stond ik bij school te wachten terwijl ik tussen het springende, joelende, gillende watergekletter mijn lieve kleindochter trachtte te ontwaren. Ik ving een glimp op en even later had ze me ook gezien. Zwaaien met een brede glimlach. Oma’s moeten achter het hek blijven.

We kregen ze nat mee naar huis. De juf wilde niet dat ze zich binnen om zouden kleden. Geen probleem, dikke handdoek op het zitje en klaar. Maar de vader naast me, met een fiets in zijn hand, sputterde al zijn gram van zich af. ‘Je gaat je maar binnen omkleden,’ zei hij bars tegen het dochtertje, ‘Zijn ze nu helemaal gek geworden. Ik neem je niet in je zwempak mee op de fiets’. Het dochtertje keek beteuterd. Zij kon er niets aan doen. Hij had rechtstreeks bij de juf moeten foeteren. Even later reed hij, nog na mopperend, met een sip dametje achterop langs de auto. Ze had aan het begin gezegd dat ze al droog was. Hij had ten leste de jurk over het badpak gegooid. Niks aan de hand eigenlijk.

De soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend.

Voordat ik naar school reed, had ik watermeloen gehaald bij de super. De keuze, of een ijsje of een watermeloen, was snel gemaakt. We kozen beiden de laatste. Niets zo dorstlessend als een sappige schijf van dat hemelse goedje. Zoonlief kwam stilletjes de deur open doen. De kleine Njong deed zijn middagslaapje. Wij liepen door naar achteren waar een enorm zwembad in de tuin klaar stond. Het badpak was nog aan, dus huppetee, eerst een verfrissende duik en spelen met de grote band. Kaasje voor kleindochter. Tussendoor maakten we de meloenschijven klaar en peuzelden dat op. Ik probeerde wat te bladeren in een tijdschrift, maar al gauw was de kleine uitgeslapen en kwamen zoonlief en hij ook naar beneden. Oma!!!Overladen met kusjes en een bedelende vraag: ‘Mag ik voorrijden’. Of hij even voorin mocht zitten in oma’s auto. Haha. ‘Straks als oma weggaat’, beloofde zoonlief.

Hoera, het laatste boek is ook aangekomen

Zoonlief ging met een schepnetje in de weer om de, voor mij welhaast onzichtbare, algen eruit te scheppen, de kleine kreeg zwembandjes om zijn armpjes en even later lagen er drie telgen in het zwembad. Het buurjongetje kwam ook en daarna moesten er wel af en toe wat regels bij, want hij was een tikje onstuimig en dan is het lastig om je in te houden voor een kleintje. Schoondochter kwam thuis en bleef beneden samen met mij op het kroost passen terwijl zoonlief het eten klaar ging maken. Njong was in de weer met zijn autootjes en zwarte stenen, die hij in de kiepbak stopte en weer leegde in een eindeloos herhalen. Het duiken in het zwembad ging ondertussen door en werd steeds een tikje wilder, zodat kleindochter het voor gezien hield en in een hoekje ging liggen op de band. Zonnen zonder zon.

De bami was heerlijk, de kroepoek het lekkerst en kleine njong die zelf wilde eten, had op een gegeven moment de sliertjes bami op zijn blote bassie, maar was niet minder enthousiast.

Na het eten en een bad keerde de rust weer en kwamen twee schone moppies weerom. Boekjes lezen, vertellen over vroeger, zingen en nog meer boekjes, heerlijk op de bank dicht tegen me aan. Daarna kusjes en knuffies en tot gauw. Fijn om zo dicht bij elkaar te zijn. Volgende keer mag hij ‘voorrijden’. Beloofd is beloofd.