Overpeinzingen

Ze houdt van mij

De kanariepiet. Het vogeltje der vergetelheid. Zo heette het stuk wat ik een jaar geleden tijdens de dagelijkse schrijfopdrachten schreef. De opdracht van Geertje luidde als volgt:

Iemand in je leven had ooit een kanariepiet. Misschien jijzelf wel. Bevrijd dat vogeltje vandaag uit de kooi der vergetelheid. Wellicht staat deze herinnering al een tijdje op de achtergrond, zoals een kanariepiet die zachtjes tsjilpt in het hoekje van je geheugen. Vandaag nodig ik je uit om dit vogeltje van de vergetelheid te redden en het een prominente plek te geven op de voorgrond van je gedachten.***

Iedereen heeft wel ergens in een van de donkere krochten van de ziel zo’n kanariepiet onder het stof liggen. De vleugeltjes wat mottig, de nek wat kaal door de duisternis van dit verborgen hoekje. Stel je voor, dat je het herontdekt, naar boven haalt, op een stoel aan de eettafel zet, het voedt en kuist tot het weer glanzend en blakend van gezondheid deel kan nemen aan de wereld waarin je je nu bevindt. Hoe zou deze lieve Piet er dan uitzien, of wordt het juist een boos en narrig gevalletje van verbittering. Vraag je het dan waar de pijn zit? Is ze teleurgesteld of boos, verdrietig of voelt het zich miskend? 

Ik duik de diepte in en open alle deuren, die zo af en toe bij een gelegenheid open gaan. Waar is dat deurtje dat altijd dicht is gebleven, want ik weet zeker dat daar mijn kanariepietje ligt weg te kwijnen.  Het is een moeilijke tocht. Ze gaat naar ver weggezakte oorden, donkere trappen en leidt naar diepe duisternis. De kelderdeur is roestig en gaat moeizaam open en nog ben ik er niet. Het kabinet in die stoffige ruimte is bedekt met fijn rag en spinnenwebben. Sommige oude meubels zijn toegedekt. De salamander van oma, die altijd tegen de worteldoek aan de schoorsteen hing, staat er. Hè, de klok van vrouw Bauhaus hangt er en haar droge wrijvende handen zijn vereeuwigd op een schilderij. In het kabinet vind ik het geheime laatje. En de stuiver die opa me in mijn uitgestoken handje stopte. Daar ligt mijn arme kanariepietje. Vergrijsd en aangedaan, het nekje slap, de oogjes half gesloten, de pootjes werkloos onder het kleine lijfje. Het vogeltje der vergetelheid, een vogeltje van liefde en zachtheid, van tederheid en aandacht, van ouderliefde voor dat kleine meisje, dat niet die zachte krullen had en niet het popje was, maar onhandig en dikkig, en hunkerde. Voor haar gevoel alleen, alleen met beer en pop.

Dode musjes-Michaël Borremans

Of was dat waarvan je dacht dat je het miste en wist je er zelf geen chocola van te maken, koos je als puber de rol van het zwarte schaap en handelde ernaar. In ieder geval is het de hoogste tijd om het diertje op te pakken en mee te nemen naar het heden. Ik spreid zijn vleugeltjes en poets de veertjes een voor een zorgvuldig met een zacht lapje, kus de geloken oogjes open, aai het nekje zacht. In het zonlicht van het leven nu, voelt het de liefde door het lijfje stromen. De kleur komt terug, de glans verschijnt, dag lieve kanariepiet. De deur staat open. Voel je vrij. 

Daar gaat ze dan. Ze houdt van mij. 

3 gedachten over “Ze houdt van mij”

Geef een reactie