Overpeinzingen

Het zou me deugd doen

Ik herinner mij ineens het kacheltje. Waarom dat nu mijn gedachten doorkruist weet ik niet. Jaren geleden, misschien al 20 jaar terug, zocht ik een tuinhuisje. Het toeval wilde, dat een vriendin van de Oude in Driebergen een prachtig huis met atelier bezat, daar stond nog een oud houten huisje in de tuin, dat afgebroken diende te worden. We mochten het meenemen, maar moesten het wel zelf uit elkaar halen. Met een vrachtwagentje werd alles naar het terrein van de volkstuin gereden en daar tilden de kinderen het de sloot over, over smalle balken, met gevaar voor eigen leven. De houten planken en het geraamte kwamen onder een zeil in mijn nieuwe volkstuin te liggen. Er was eveneens een klein antiek kacheltje bij, een mooi ijzeren gevalletje, waarin hout kon worden gestookt.

Het pak hout overleefde ruim twee jaar tot groot genoegen van een ringslang die er dankbaar gebruik van had gemaakt en als dank zijn oude velletje eronder had laten liggen. Mijn broer wierp zich op als huisjesbouwer en werkte in zijn hoofd een plannetje uit. Het werd een heel project, met liefde samengesteld en ontworpen. Broers en zussen, de schoonzoon en dochter van broerlief, andere neven en nichten hielpen mee als er meer handen nodig waren, bijvoorbeeld met het opzetten van het geraamte. Niemand had zo’n mooie glazen nok als ik. Het kacheltje werd op een paar grote granieten tegels neergezet en kreeg een nieuwe glanzende pijp, die we op de kop hadden getikt ergens in het achterland bij Maarseveen. Prachtig zwart werd het kacheltje in ere hersteld. Het brandde als een tierelier met een paar takken hout in zijn binnenste. Koperen ketel uit de brocante erop plus wat mooie witte voile voor de ramen, een bedbank en oma’s rotan stoel en klaar was mijn stekkie. De appelboom van Vasalis voor het raam was de kroon op het werk, mijn eeuwige innige dankbaarheid jegens broer wat restte. Eindelijk een plek om tot rust te komen in de hectiek van het dagelijks leven.

Helaas, in het zompige veen verzakte mijn huisje binnen tien jaar en was niet meer op te bouwen. Zoon en schone zoon zorgden ervoor dat ik niet langer nog meer leed had van de afbraak en leverden de plek schoon op. De broer van de vader van de kinderen hoorde het en ging op zoek naar een bouwkeet, die hij wel wilde ombouwen tot een pipowagen. Ook hier werd de hele familie weer bij ingeschakeld. Broers, schoonzoon van broer, kinderen, alles hielp mee bij de afwerking ervan. Gezegend was ik met zoveel hulp. Daarna was het nog een hele klus om deze Bernagie op haar plekje te krijgen.

Als een heuse karavaan trok de hele optocht langs het smalle pad. Broer met zijn kettingzaag voorop om alle takken uit de weg te snoeien, neven legden de verharde platen neer, zodat de kar, getrokken door de achterbuurman met zijn traktor van het tuinencomplex, zonder het gevaar weg te zakken, voort hobbelde, voor en achter geduwd door de rest van de opgetrommelde familie.

Ook daar kwam het kacheltje in te pronken en heeft het weer vele jaren gesnord. Nu hebben de dochters en ik samen de tuin. Houtstook zit er niet meer in, meer ruimte was gewenst, dus het kacheltje mocht weg. Het grappige is, dat het ergens hier in een huis in de Baranya in Hongarije staat bij de dochter van een grootmoeder, die precies hetzelfde model kacheltje in haar bezit had. Zij hebben het gekocht en dochterlief heeft dat afgehandeld. Ik heb haar dus nog niet gezien. Er is een telefoonnummer. Ik ga het toch weer eens opzoeken. Wie weet, zie ik ooit mijn geliefde, troostrijke kacheltje nog een keertje terug. Het zou me deugd doen.

3 gedachten over “Het zou me deugd doen”

  1. ha die Berna
    wat een mooi stukje geschiedenis , zeg maar van het kacheltje maar ook van de behulpzaamheid van familie en vrienden dat is ook een mooi vuur
    en ja het kacheltje weer eens zien branden , zou fijn zijn

    rustige middag groet

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie