Overpeinzingen

Zoet rusten

De dag waarop we het poortje in elkaar gingen zetten. Jut en Jul op avontuur. We zijn natuurlijk geen 3×7 meer en dat brengt een hoog gehalte aan stunteligheid met zich mee. Ik kan niet meer door de knieën maar dat kan Lief nog altijd en op een trapje iets moeten vastschroeven, lukt alleen op de kalme doordachte wijze van mijn wederhelft, maar daar valt dan voor mij een enorm geduld uit de kast te halen. Iets waar ik niet in overvloed uit kan putten.

Met ons ijzeren doorzettingsvermogen, daar hebben we genoeg van op de plank liggen, lukte het uiteindelijk wel een en ander in elkaar te flansen. De vraag is wel of ie onder de houtige stugge lianen van de oeroude druif past. Maar dat zien we als Lief elke deug heeft vastgezet met schroeven. Dan kunnen we er naar hartelust mee sjouwen. Tegen die tijd een foto, beloofd is beloofd.

Verder hield ik het op de dag even koest, omdat het lijf wat van slag was van de drukte van de dag ervoor. ‘Pas op de plaats’, roept alles me dan toe. In de avond na de nasi, weer uit die fijne wadjan, een wandelingetje tot aan het achterland. Overal ligt het bezaaid met ooft. De bomen hebben ontstellend veel vrucht gedragen en vogels om ze op te eten heb ik tot nu toen in de warmte niet gehoord, op de mussen en de zwartkoppen na dan.

Boven het open veld hing een prachtige paarsblauwe lucht en ik hoorde mijn moeder al waarschuwen voor de kist met zure appelen die er aan zat te komen. Appelen hadden we zeker. Aan de boom op de grens van bos en veld. Het schijnt een wilde appel te zijn en die draagt ook vrucht in overvloed. Daarvan zijn er al een aantal op de grond terecht gekomen. Lief liep helemaal door tot achter, maar ik keerde op rasse schreden terug om de bui voor te zijn. Die kwam met donderslag en bliksem aanwaaien. De rozenpoort hadden we net op tijd op de grond gelegd. Het zekere voor het onzekere.

Er was op de dag nog een reddingsactie geweest. De lage sieruien die vorig jaar uit de pot in de volle grond waren gezet, lagen er zieltogend bij. Tijd om ze eruit te scheppen met wortel en al en weer terug in de pot te doen. Ze wilden wel, want ze stonden al in knop, maar waren door de klaprozen en de kamille te overwoekerd geweest om voldoende licht te kunnen vergaren. Met veel aandacht en zorg had Lief ze eruit geschept en in de grote potten gedaan en naar mijn beleving veerden ze onmiddellijk op. Nu hadden we twee kale plekken om met planten te vullen.

Terwijl ik als stut en steun diende om een en ander tegen te houden tijdens het boren, kwam er een middelgrote groene hagedis aangelopen, frummelde zich tussen het struikgewas en sprong ineens een halve meter hoog om weer met een salto op zijn beide pootjes op het terras terecht te komen, overduidelijk had hij een vlieg of wat dan ook uit de lucht gesnaaid. Het was een koddig gezicht. Ik had het ze nog niet eerder zien doen.

Vandaag ga ik als Razende Roeland in huis aan de slag. Lekker uitpakken maar dan heb je ook wat aan het eind. Na gedane arbeid is het daarna zoet rusten.

Plaats een reactie