Na een ochtendje snelweg hield ik het voor gezien en dook bij Gyor het alternatief op. Ineens was er natuurschoon in plaats van blik en gedwongen door een traktor op standje ‘Nergens’ kon ik er met volle teugen van genieten. In het verleden had ik een aversie tegen het langzame rijden in de binnenwegen opgebouwd en koos ik de afgelopen jaren ervoor om alleen nog maar van A naar B te rijden over de snelst mogelijke wegen. Maar doordat ik me de eigengereide wegen met hun butsen en kuilen had eigengemaakt, was de ervaring anders, een eerste thuiskomen in het land waar ik niet alleen de Hoff weet te staan, maar ook de liefde voor het land zelf tot in alle vezels voel opbloeien.
De hele weg lang was het genieten, onder andere van de hectarenlange velden vol zonnebloemen, die door de droogte wel hun kopjes naar beneden hadden hangen, maar dan was er soms ineens een veld vol stralend zonnebloemengeel omdat er en plaatselijke bui was gevallen of omdat men met water in de weer was geweest. De blauwgrijze bergen vormden het decor, de uitgestrekte heuvels de lappendeken om het land toe te dekken met aan hun voeten die overvolle akkers vol bloemen. Tussen de coulissen door reden de tractoren in een wolk van zanderige stuif af en aan.
In de verte zag ik het grote rimpelloze Balatonmeer, de Hongaarse zee, waarlangs het laatste stuk hoofdweg, de 67 naar Kaposvar lag, met de bekende zingende weg. ‘Door met een constante snelheid van exact 80 km/u over de groeven in het wegdek te rijden, beginnen de banden de hit “A 67-es út” van de Hongaarse band Republic te spelen’. Maar ik wilde de weg wel wat korter kijken en snelde door. Geen tijd voor de hit.
Agaath’s tomtom had gelijk toen ze had aangegeven, dat binnendoor sneller dan over Budapest en Pécs zou zijn. Het laatste stuk was overbekend terrein en de haarspeldbochten bij Böszénfa in Szomogy voorbij de Szarvasfarm bleken een peuleschil vergeleken met die van het Mecsekgebergte. Zoonlief belde net toen ik op het punt stond om ons dorp in te rijden en was met mij blij.

Daar was het hek, het statige huis, de grote boom ervoor Agaath zette ik op haar vertrouwde plek en daar kwam Lief aangelopen en vielen we elkaar in de armen. Eindelijk thuis. In een vogelvlucht werd alles uitgepakt, de meegebrachte spullen waar het moest zijn, keuken, badkamer, slaapkamer. Zo heerlijk de vertrouwde sfeer te kunnen omarmen. In een oogopslag zag ik dat het prieel bijna onder de te weelderige druif bezweek. Daar kon je niet omheen kijken, want alles kreunde spreekwoordelijk onder de zware last. Haha, dat werd het eerste werkje, dacht ik. Maar niet op dit moment.
De rijststomer, de wadjan en de twee gietijzeren pannen kregen hun plek en de nieuwe waterkoker kon direct worden ingezet. Maar nu eerst een lekker koel wit wijntje met ijs om bij te komen en zo kwamen de minipasteitjes met ragout ook goed van pas als warm borrelhapje. We bleven nog lang zitten voor het terras met zicht op de hele tuin tot zover het oog reikte en zagen langzaam de avond over de Hoff trekken met eerst de zwaluwen scherend over de toppen van de bomen en daarna de vleermuizen laag bij de grond alsof er geen vijf weken tussen had gezeten. En de Tijd smolt weg bij dit vertrouwde beeld.
ha Berna
ik geef je groot gelijk dat je de binnenweggetjes neemt zoveel mooier dan dat asfalt vol blik
Balatonmeer wel eens gehoord of gelezen dat het enorm groot en mooi is
mooi stukje muziek op en de speldbochten hoog en onder
en dan samen met je lief genieten van eten en de natuur rondom
fijn weekend groet
LikeGeliked door 1 persoon
Het is precies zoals jij het vertelt Karel, gaan we doen
Lieve groeten van hier🍀🌈
LikeLike
Het blijft leuk dat ik Hongarije een beetje ken en een beeld heb bij het landschap. Fijn dat jullie weer samen zijn.
LikeGeliked door 1 persoon
O ja, dat is ook leuk voor het beeld bij de verhalen. Dank je wel lieve Dorothe, we gaan ervan genieten
🍀🌈
LikeGeliked door 1 persoon
Welkom thuis, waar alles direct vertrouwd aanvoelt. 💙
LikeGeliked door 1 persoon
Dank Lieve, het is fijn🫶
LikeLike