Overpeinzingen

Ergo, voor iedereen dus

De vijgenboom heeft geen vruchten op één verdwaalde na. Lief heeft in het najaar kennelijk te rigoureus gesnoeid. Dan worden de jonge vijgen gevormd en zitten als een klein vruchtbeginsel al aan de takken. Geen vijgenjam dit jaar. Als compensatie voor de ontbrekende vijgen hangen er nu twee zonnelampjes in. Er staan inmiddels negen takken en takjes op water om te wortelen. Plaats genoeg in het aanwassende voedselbos, dat nu ook vooral een bloemenzee is. De Catalpa, waarvan we dachten dat ze de winter niet hadden overleefd, is waarlijk opgestaan, een van hen tenminste. Lief is bang dat hij bij het maaien de andere misschien ongezien een kopje kleiner heeft gemaaid. Voor komende winter zullen we ze in ieder gval goed inpakken.

Er is feest in het dorp. Een menigte mensen in de meest kleurige kledij trok vanmorgen al heel vroeg naar de kerk om daarna in feestgedruis uit te barsten op het plein achter het dorp waar de marktkramen permanent staan opgesteld. We vermoeden dat het een bruiloft is op Roma-leest geschoeid. Het brengt me jaren terug naar de kringloopwinkel van stichting Nieuw Werk waar ik vrijwillig werkte in de oude kazerne van Nieuwegein en waar we Roma-buren hadden, omdat ze nergens anders konden staan met hun woonwagens. Wij werden uitgenodigd op een bruiloft en kregen een zeer gastvrij onthaal met ruim eten en drinken. Één groot feest. Hier op het terras hoor je alleen de beat. We laten het.

Weer een brood goed gelukt. Het komt me in de vingers. Fijn. Het is een werkje van niks maar je moet het wel even weten, zoals bij zoveel dingen.

Voor de schrijfcursus, dag 290 al, moesten we opschrijven over waar we niet zonder van menen te kunnen. Voor mij is er maar een ding waarvan ik denk dat het een grote ramp voor iemand is als je zonder zou zitten. Met tijdreizen was ik ineens jaren terug op het moment dat dat me te binnen schoot. Ik zat in de oude hoge zaal van Neurologie in het Academisch Ziekenhuis van Leiden naast het bed van een Indische mevrouw. Ze had een flinke hersenbloeding gehad en was daarmee haar spraak kwijt geraakt. Ze had een ernstige vorm van Amnestische Afasie. Dit was hoe ik het me herinnerde:

Wat zou je doen zonder—-Woorden.

Ik zeg bewust niet taal. Want afasie ofwel ernstige Amnestische afasie is een wrede vorm van verstoorde spraak. Dat je nog wel de betekenis van de woorden kent en weet welke je moet gebruiken om je te verduidelijken maar ze niet meer weet te produceren. 

Het lijkt me het ergste wat men en mij, die van woorden aan elkaar hangt in het bijzonder, kan overkomen. Nee, ik wens het eigenlijk niemand toe. Want iedereen gebruikt taal. Mijn opleiding tot verpleegkundige en mijn stage in het derde jaar op de afdeling Neurologie van het Academisch Ziekenhuis in Leiden is daar grotendeels debet aan. Daar heb ik aan den lijve ondervonden hoe het is als de machteloosheid boven komt drijven, wanneer je niet duidelijk kan maken wat je denkt of wat je begrijpt. Er rolden alleen maar klanken uit de mond van de vrouw die ik op dat moment verpleegde: ‘Rederederederedere’, haar ogen groot van het verschrikkelijke besef dat ik haar niet begreep. Ze haalde moedeloos haar schouders op en trok haar Indische kussentje nog maar eens dichter tegen haar buik aan. Ik stond er bij en voelde me onthand, omdat ik zonder het begrip te kennen wist, dat ze me volledig begreep, maar het niet wist te vatten in woorden. Transmittertje kapot en onmiddellijk gedoemd in eenzaamheid te leven. Hoe erg is dat. Een nachtmerrie voor iemand die de taal als verlengstuk hanteert van zijn of haar persoonlijkheid. Ergo, voor iedereen dus.

Plaats een reactie