Overpeinzingen

Geen vuiltje aan de lucht

De kogel is door de kerk. Ik ga toch alleen terug naar Nederland om er een maandje te vertoeven en dan weerom te keren. Lief heeft een aantal klussen aan huis, die samen met vriendlief op te lossen zijn, maar dat gaat sneller als hij hier is. Het betekende wel, dat we gisteren naar de meubelwinkel reden om te informeren naar de komst van het vermaledijde bed. Ook daar sloeg de kordate vrouw achter de balie spijkers met koppen. Volgende week om negen uur wordt het gebracht en gemonteerd. Geduld is een schone zaak. Ondertussen wisten we wel twee houten interieurs te scoren voor de twee bestekladen. In mijn afwezigheid wordt de plank boven het aanrecht gerealiseerd en zijn er nog wat aanpassingen, zoals een te metselen randje onder het raam bijvoorbeeld en natuurlijk is daar altijd het Hoff-land. Zoveel grond en begroeiing, daar is een mens nooit klaar.

Er viel ook een klein feestje te vieren, want ik had voor het eerst met rogge de zuurdesemstarter gemaakt, en mijn brood was voor het eerst echt goed gelukt. Ik ben er super trots op. Zo leuk om te doen, je eigen brood bakken en zoveel lekkerder. Alleen had ik het nog niet diep genoeg ingesneden. Dat komt nog wel. Nu verder experimenteren. Wie weet. Met de overgebleven starter zal ik de nieuwe starter maken en met de rest crackers bakken. Ik weet nu hoe dat het beste kan dooen, dankzij vriendinlief. Die heeft trouwens om tetra-etsen te drukken een pastamachientje aangeschaft. Zo inspireren we elkaar.

Lees net dat Lieke Marsman overleden is. Reden om het laatste hoofdstuk van haar boek ‘Op een andere planeet kunnen ze me redden’ nog eens te herlezen. Met groot respect denk ik aan deze dichter, filosoof en schrijver, haar wilskracht en haar doorzettingsvermogen.

De schrijfcursus vraagt naar mijn Polsen en hoe ze over mij denken. Ik gooi mijn register open en schrijf achter elkaar het volgende relaas:

Ha lieve voedster, of, wie voedt wie, dat is de vraag. Met regelmaat stoppen jouw handen aan het uiteinde van ons wat in jouw mond, maar het is waar, de keuze bepaal jij. Wij zijn typisch onderdeel van een groter geheel, mijn zus en ik. We zouden ook niet onafhankelijk van jou kunnen opereren. En toch, we hebben nog altijd wel veel in te brengen. Probeer maar eens iets te typen als wij niet aanzetten. Gaat je mooi niet lukken. We zijn altijd mooi en smal geweest, als enige van het hele lijf mogen we wel zeggen. Prachtig waren we. Ik zeg waren, want wat deed je in godsnaam bij die fysiotherapeut, door op zo’n wankel evenwichtskussen te gaan staan. Hoe heet dat ding ook alweer. Het was de Goden verzoeken want natuurlijk lazerde je er van af en stond die peut net even aan de andere kant. Tot die tijd waren zus en ik een twee eenheid, een identieke tweeling, maar linkerzus zei ‘krak’ en daarmee was een pleit beslecht. Niet langer gingen we samen door het leven, maar was er een onvermijdelijke breuk, letterlijk en figuurlijk, tussen ons in gekomen. Naar het ziekenhuis met al die pijn, zus werd verpakt in een afzichtelijk onbuigzaam blauw harnas en zo droeg jij haar zeker zes weken lang voort. Geen wonder dat schoonheid daar werd aangetast. Een breuk die zo slecht heelde, dat het voorgoed tussen zus en mij in kwam te staan. Een wonderbaarlijk scheef en breed vormloos exemplaar kwam uit dat harnas. Jij terug naar die dokter, maar het hoorde erbij, vond dit heerschap. Klaar zijn we er mee. 

Nooit geweten dat je een eeneiige tweeling zo wreed kon scheiden. Goed, we doen het ermee. Ze blijft mijn zus, maar wennen was het wel. Beter opletten in het vervolg en blijf verre van dat wat fysiotherapie heten mag. Deze goede raad is gratis. Zet ‘m op verder en heel veel liefs van rechterpols, uit naam ook van linker zusje. 

Liefs, Pols en pols.

Straks gaan we het brood proeven en voed ik de starter voor een nieuw exemplaar. Er dient een lijstje afgewerkt te worden, van regeldingen. Hotel, vignet, auto zuigen enzovoort. Bovendien wil ik voor maandag de slaapkamer weer leeg. Zo blijven we van de straat. Nu is het de beurt aan het tweede wasje na de logees. De zon schijnt, het waait en het leven knipoogt. Geen vuiltje aan de lucht.

Een gedachte over “Geen vuiltje aan de lucht

  1. Ik lees ‘de zon schijnt’ terwijl het hier zwaar onweert en regent. Hier zijn veel vuiltjes in de lucht …
    Binnenkort dus weer die andere thuis, waar (klein)kroost ongeduldig wacht.
    Pols en pols hebben leuk verteltalent👍

    Like

Plaats een reactie