Overpeinzingen

Hemelvaart met een hemels ontbijtje

Hemelvaart kent in onze familie van huis uit een echte traditie. Ieder jaar pakte mijn moeder de fiets of nam ze de benen om te gaan dauwtrappen. En wij gingen mee. De herinnering aan die tochten zijn langzaamaan door de jaren heen een tikkeltje sleets geworden. Er vallen hiaten in. Hadden we een eigen fiets? Ik dacht het wel. Ik zie een flard, waarbij we langs de fruitbomen fietsen ergens achter Hooggraven. Daar waren uitgestrekte hoogstamboomgaarden. Ik zou het niet meer in kunnen kleuren. Ook dacht ik dat we langs de Kromme Rijn naar Amelisweerd zijn gewandeld langs het Jaagpad, maar ik kan me vergissen met een van de zondagse wandeltochten. Vage beelden dus, maar een sterke beleving.

Toen ik nog maar twee kinderen had, sjouwde ik op Hemelvaartsdag de twee kleintjes slaapdronken op de fiets, de oudste achterop en de jongste in het voorzitje, tas met broodjes aan het stuur en gaan. Het was genieten om te fietsen door de stille slapende stad, schelle kinderstemmetjes als een echo tegen de huizen op, honderduit vragend.

De jaren daarna fietste mijn moeder naar een van ons buiten Utrecht, Naar De Bilt, Houten, Nieuwegein, al dauwtrappend, om een vroeg ontbijt te krijgen en gemoedelijk bij te kletsen. Vervolgens vloog ze gemoedereerd met de fiets weer terug naar mijn vader, die afhankelijk als hij was, ongeduldig op haar zou zitten wachten. Dauwtrappen. Ach ja.

Lief treedt iedere morgen de dauw tegemoet als hij zijn eerste schreden zet rond vijven om het land te inspecteren. Vanmorgen lag er ijs op een plastic hoes over de stoel aan de rand van het achterland, voedselbos in wording. Toch staan de bloemen er fris en monter bij.

Gisteren mijmerde ik wat voor me uit, na de pluk van de vlierbloesem. In de twee struiken aan de kant van de buurman zat luis, dus was het oppassen geblazen. De andere vlier staat aan de schaduwkant en niet alle bloemen waren al zo ver. Ik zat onder de krulwilg. Aan de overkant van waar ik zat stond de grote Es in weelderig bladergroen en opeens klonk daar de Wielewaal uit. Deze prachtige vogel is, ondanks zijn helgele kleur, een meester in het verstoppen, maar zijn lied herken je uit duizenden.

Vandaag is zwager jarig en hij heeft vast een borreltje ingeschonken op zijn wolk. Tachtig jaar zou hij vandaag geworden zijn. Het feest dat hij in gedachten zou geven, vieren zijn lieve vrouw en familie nu samen met een lunch na het bezoek aan het graf. Het zijn deze dagen, vooral in het eerste jaar waar alle plannen al waren gesmeed om samen te doen, die zo schuren. Lief en ik zullen een wijntje drinken ter ere van broer en het maakt ons gelukkig dat hier veel herinneringen aan hem liggen. Bij iedere hagedis schuifelt hij voorbij.

Gisteren belde zoonlief, die in de auto zat op weg naar Papendal. Tijd genoeg om te kletsen. Over de kleine, maar ook over vroeger, waar het besef groeide dat niet alles kwam aanwaaien, maar dat de inventiviteit hoogtij vierde om de touwtjes aan elkaar te kunnen knopen. Een pluspunt voor later, omdat je leert dat bij de luxe van nu het evengoed allemaal anders had kunnen zijn. Dat stemt ootmoedig. Het was een fijn gesprek. Ver weg maar zo dichtbij.

De vlierbloesem staat nu 24 uur in het water. Daarna wordt het gezeefd en met citroensap en suiker opgekookt. Ik vermoed zo’n twee flessen. Vandaag ga ik het tarwemeel voor het brood mengen met bloem, eens kijken hoe dat uitpakt. Zo lekker, zelf gebakken brood. Hemelvaart met een hemels ontbijtje.

6 gedachten over “Hemelvaart met een hemels ontbijtje

Plaats een reactie