Gisteren na de Brunch ging Lief in een van de nieuwe kampeerstoeltjes de wacht houden bij het hek, om eventuele reageerders op de koelkast-en fornuis-advertentie te signaleren en dan het hek te kunnen open doen. Het was gelijk een mooie gelegenheid om te beginnen in de biografie van Jac.P.Thijsse.
Ik stiefelde ondertussen naar de Datsja. Even los komen van gelijkenissen of niet en gewoon opnieuw beginnen. Kalmpjes aan, veel water, schraal en mager starten. Iets dergelijks, nam ik me voor. Het zit nog in een soort vacuüm. Geduld is een schone zaak en volharden dan ook tegelijkertijd. De eerste opzet was goed en daarna begon de twijfel. Als ik me daardoor laat leiden, weet ik, gaat het fout. Ik poets wat weg, maak de neus wat geprononceerder, zitten die ogen nu te hoog en dan in een keer wis ik alles weer. Altijd in een opwelling. Ik weet dat het beter zou zijn om alles te laten rusten en via de foto’s goed te kijken waar het aan schort. Die rust is kennelijk nog niet ingedaald. Weg ermee.

Om drie uur is er thee en de boodschap dat er een groot pak is binnengekomen met als afzender het adres van oudste dochter. Ik onderdruk de neiging om direct te gaan kijken. Het loopt niet weg per slot van rekening. Ik had wel een vermoeden met moederdag in het achterhoofd. Ach, die lieve schatjes.
Om de impasse te doorbreken wandel ik met de handen op de rug naar Lief, die achter bezig is met een net ontdekte grote distel uit het zeer gevarieerde kruidentuintje in het begin van het voedselbos te elimineren. Ze zitten met een grote kluit onder de grond en zijn lastig weg te halen. De druppels zweet mengen zich met de omgewoelde aarde. ‘Kalmpjes aan schat.’ ‘Ja ja’, wuift hij me toe. Hij noemt het zijn ‘Ladang’, Maleis voor akker door kappen en platbranden verkregen. Zeker is dat het dezelfde noeste arbeid vereist.
Bij de Datsja spoel ik de penselen, dek de verf af met aluminiumfolie en leg de kussens van de rieten stoelen binnen. Naar het huis en op de grote doos aan, een tikkie opgewonden, als een kind zo blij. Even later zit ik, ontroerd door alle lieve berichten en teksten, temidden van de kunstwerkjes en volgeschreven, zorgvuldig uitgekozen kaarten en kattebelletjes, een traantje weg te pinken. Zoonlief, schone dochter en de drie rakkertjes ontbreken nog, maar die sturen het zelf op, dat was logistiek beter. Items: ‘De liefste schone moeder’, ‘reikhalzen naar hereniging’, ‘zin in vakantie hier’, en een tekst van dochterlief: ‘Mother, you’re not just a person/you’re a place/you are someone’s home.’ Daarnaast De Dom en De Vismarkt in pentekening, een geboortekaartje van de jongste spruit en een foto van het hele complete gezin, om bij de andere foto’s te voegen.
De tekening heeft een extra lading, waar ze niets van weten, dus goed geschoten. De vismarkt is namelijk de plek waar de Metro zat, een kleine koffiekelder op de hoek. Daar hebben Lief en ik elkaar eind jaren ‘60 ontmoet, Ik werkte er en schonk koffie. Een paar weken geleden vond ik mijn serveervergunning terug tussen oude foto’s op internet. Die vergunning moest ik halen op het hoofdbureau van politie aan het Paardenveld. Het was een hachelijke onderneming want mijn vader werkte daar en van hem mocht ik niet in een kelder gaan werken. Het was de tijd van Sarasani, tempels van LSD-vermaak. De Metro was volstrekt onschuldig, maar maak dat je vader de brigadier-wachtcommandant maar eens wijs. Op slinkse wijze was het me toch gelukt. Mijn moeder kwam gewoon een keertje koffie drinken en die had allang gezien dat het goed was. Eenvoud is soms de beste weg.