Na gedane arbeid was het zoet rusten gisteren. We zaten onder de hazelnootboom en de zon filterde zachtheid er onder. Af en toe kwam er een koele bries langs. Het is hier dan ook niet warmer dan zo’n 25 tot 29 graden. Alles is wel kurkdroog en de bomen hebben zich alvast hier en daar maar een herfsttint aangemeten. Volgende week woensdag beloven ze pas weer regen.
Luieren is een kunst op zich. Na dat een uurtje gedaan te hebben, bedacht ik dat ik misschien alvast een achtergrond op het doek kon schilderen, tot ik wist welk onderwerp zich zou aandienen, want dat dat zo moest gebeuren was al een vanzelfsprekendheid geworden. Dus wandelde ik met leesboek, Ipad en telefoon naar de Datsja, waar het nog betrekkelijk koel en donker was. Ramen wagenwijd open, deur open en de schapenvachten op de stoel. De complete nocturnes van Frédéric Chopin in een uitvoering van Jan Lisiecki op de Ipad en aan de slag. Een opzet in Siena en eenmaal bezig had ik de smaak weer te pakken. Toch de stoute schoenen aangetrokken en met een zelfportret in de weer, dubbel omdat de spiegel erachter stond.
Het was zo’n sfeer waar niets meer op af te dingen viel. Lief was inmiddels ook naar de veranda getrokken en zat met zijn gezicht naar ons bos te lezen in het boek van Piloot van goed en kwaad, dat door Joost Conijn geschreven was. De kalme natuur, de zoete klanken van de nocturnes, de rust die er uitstraalde van de lezende man voor mijn open raam waren de juiste ingrediënten om de penselen met verve hun werk te laten doen.

Vogels bleven ten enenmale weg. Het was waarschijnlijk een tikkeltje te warm, maar lief had in de vroege ochtend toch een soort gaai gespot. Die horen we steeds, maar hij weet buiten beeld te blijven. Hij zat toen ook bij de Datsja en ik zat op het terras achter het huis te schrijven. Af en toe viel er met een zware plof een overrijpe vijg op de grond. Goed voor de vlinders en alles wat rondvloog aan kever, vlieg, bij en wesp. Van de laatste zien we weinig dit jaar. Wel kwam er een gifgroen, bijna neon, klein spinnetje bij mij kijken. Misschen werd hij aangetrokken door de groentinten in de schilderjurk die ik aanhad. Haha. Hij bleef angstvallig dicht in de buurt.
Lief pakt nog wat dode takken aan nu het niet te heet is en straks willen we naar de overdekte markt in Pécs. We hebben uien nodig voor de basis-ingrediënten en kunnen dan ook gelijk langs de Tesco om er wat ieniemienie jampotjes op de kop te tikken voor het thuisvolk. Een lapje erover met een elastiekje en klaar is een origineel Hongaars aandenken.
Gisteren ben ik ook in het boek begonnen die we uitgekozen hebben met de leesclub: ‘Het ongelukskind’ van Beatrice Salvioni. De proloog is even slikken en begint nogal rigoureus. Ze schrijft echter prachtig en het verhaal zelf leest als een trein. Het rijke Roomse leven komt er ook uitgebreid aan bod. Dat roept weer de nodige herinneringen op. Dat komt dan goed uit, want met de vragen van zoonlief ben ik daar toch volop mee bezig.
Vraag 5 was wat makkelijker te beantwoorden: Op welke plek in je leven heb je je het meest thuis gevoeld? Daar hoefde ik hier niet zo lang over na te denken. Langzamerhand neemt mijn geschrijf de omvang van een boek aan. Tel daar deze dagelijkse blogs bij op en reken maar uit. De schatjes hebben heel wat om terug te lezen. Het is inmiddels kwart over acht. De stapel takken slinken, tijd om aan de slag te gaan.
Je foto’s getuigen rust en zachtheid en mooiheid. Die foto van jou onderaan links is zo mooi!
Ik vrees geen echt antwoord te kunnen geven op de vraag van de zoon, er zijn zoveel plekken….
LikeGeliked door 1 persoon
Dank Lieve,dat is de juiste omschrijving😘🍀🌈
LikeLike