Uncategorized

Nu de Echo nog

Het boek is uit. Het laatste stuk was op het randje. Even dacht ik, dat ze me wilden bekeren Het viel gelukkig mee, het mocht blijven hangen op de kracht, die je uit jezelf kan halen door positief te denken. In oplossingen en niet in ziekte en verderf.

In de brieven van mijn moeder uit 1974 gaf ze aan dat een schoonzus ziek was. Ze had ‘s morgens 38,5. Mijn moeder schreef dat ze mijn broer met klem had willen adviseren, de thermometer het raam uit te gooien. Ze had met elf kinderen nooit een thermometer gebruikt. Als de dokter vroeg of een van ons koorts had, zei ze: ‘Het voorhoofd gloeit’. Dat was voldoende. Dan kwam hij kijken. Mijn moeder was van mening dat zachte heelmeesters stinkende wonden maakte en dat je altijd ziek bent als er een thermometer in de buurt is.

001

Er ligt hier een thermometer, maar die wordt zelden gebruikt. Toen het hart het nodig vond om aan de bel te trekken, aan het begin van dit jaar, heb ik ‘m aangeschaft. Ik had daarvoor zelden koorts. Koorts als in ‘sist het daarboven en in de nek of niet’. De appel valt niet ver van de boom. Morgen mag ik voor controle. Ik moet een lijstje maken met vragen. Als ik daar zit dan vergeet ik de helft. Nu bedenk ik me ook, dat ik had moeten opschrijven waar ik tegen aan gelopen ben in de loop van dit jaar. Zelfs dat schiet weg na verloop van tijd. Angst en onzekerheid zijn lastig over te brengen. Met gevoelens kan een arts niets. Hij stelt wat gerust door sussend te brommen en klaar.

In gradatie is het natuurlijk ook maar een klein steekje wat ik heb laten vallen. In de orde van belangrijkheid en de ellende die een arts onder ogen komt, ben ik een splinter van de balk. Toch zal hetzelfde als boven gelden. Als je je klein denkt, word je kleiner, onbelangrijker, weggewuifd.

002

Uit de brieven bleek dat mijn vader eigenlijk wel vaak een dokter nodig had. Bij het minste of geringste voelde hij zich niet goed. Had last van koude handen en voeten, voelde zich vreemd en liep bij een internist, dr Oei genaamd. Die komt veelvuldig terug in het relaas. In al die jaren schoot hij er niets mee op.

Het leven gaat door. Met en zonder kwalen. De een lijdt heftiger dan de ander. Buiten de oorzaak heeft het ook met grenzen te maken. Hoeveel pijn kan een mens aan. De chronische pijnen zijn het ergst. Je went er nooit aan en iedere dag kan anders zijn, om over de nachten nog maar te zwijgen. Dat is het lastige van het hele traject. Het ene moment kan je de wereld aan, het volgende zou je het liefst uit willen gummen. Longen of welk orgaan ook, houden geen rekening met gevoel, ze laten hun lotsbestemming afhangen van het weer, van de luchtkwaliteit, van de conditie. Sinds ik  weer fysiotherapie heb twee keer per week, gaat het aanmerkelijk beter. Je voelt de kracht terugkomen. Maar de trap is nog steeds een Mount Everest.

Zo hobbelen we door. Met geloof in eigen kracht, net als het meisje en de jongen uit De Geheime tuin. Het Pippi-motief: Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan. Wat men ook beweert, daar begint het mee. In variatie op een thema: ‘Ik wil het, dus ik  kan het en ook al lukt het niet vandaag, dan toch zeker morgen’. De overtuiging is al zalvend genoeg voor alle zwerende wonden. Nu de Echo nog.

 

3 thoughts on “Nu de Echo nog

  1. Zo mooi verwoord, Berna. En ook ik denk vaak ‘ik wil het en ik kan het, ik ga ervoor’….vaak niet zonder slag of stoot, maar het helpt vaak wel zo te denken.

    Like

Comments are closed.