Uncategorized

Dat gun ik iedere laatkomer

De droom stond in het teken van te laat zijn. We sliepen allemaal veel te lang door. Met douchen moesten we uitvoerig op elkaar wachten. Het Jack Nicholsonachtig vriendje met de bijbehorende bravoure en een jong meisje met een hals als een gazelle, die van heel veel handelingen iets vond. Doorgaans afwijzend. We moesten naar een feest. Het lijdend voorwerp van het feest was er zelf ineens en ook te laat.

Toen we uiteindelijk op weg gingen had ik me niet opgemaakt, de verkeerde handtas bij me, zonder lippenstift. De hond moest nog uit. Waar kwam die hond ineens vandaan. Dat wilde Jack Nicholson wel even voor me regelen. Hij grijnsde zijn bekende grijns van oor tot oor. De ogen spraken over een wereld achter het hedendaagse. Een mug verloste me uit mijn lijden.

009fragment van Dali: De persistance of memory

Te laat komen ken ik al lang niet meer. Meestal zorg ik dat ik ruimschoots voor tijd aanwezig ben. Het is een kwestie van managen en vroeg genoeg beginnen. Nou heb ik makkelijk praten. Uitslapen kan ik niet, douchen duurt hooguit een minuutje of vijf en de dagcrème, foundation, oogpotlood, mascara en lippenstift zijn in een oogwenk aangebracht. Geen oeverloze lange studies voor de spiegel, geen ingebouwde zorgen omtrent het uiterlijk, borstel door het haar en klaar. Als je haar maar goed zit.

Vroeger werden we voortdurend gemaand niet te treuzelen. Er moesten 13 mensen van de kleine badkamer gebruik maken.In het begin was er nog geen sprake van een dagelijkse wasbeurt. Het ochtendritueel in de Amandelstraat is weggeglipt uit de herinnering. Welke deur ik ook openzet, ik kom alleen maar bij de ochtenden in eigen huizen en kamers uit.

Er zijn mensen in mijn kringen die altijd te laat zijn. Ze moeten nog douchen als we al onderweg naar hen toe zijn of weten nog niet wat aan te trekken. Er moet koffie gedronken of naar het toilet gegaan, de twijfel over de outfit gooit roet in het eten, de keuze in schoenen is nog niet gemaakt, er kwam nog net een mailtje binnen. Honderd uitvluchten.

Ik denk aan het liedje van de Schellebellen: ‘Mijn wekker was stuk en de brug stond open, mijn band was lek dus ik moest gaan lopen. Och Tineke kom kom, verzin wat anders, verzin wat anders. Ach Tineke, kom kom. Je bent te laat maar waarom.’ Het schalt al het hele leven mee, zodra ik de term ‘te laat’ hoor.

Een ander onvergetelijk lied is het lied van het witte konijn uit Alice in Wonderland. Het is voor mij dé klassieker bij uitstek. Elk kind dat bij mij in de groep heeft gezeten, kent de tekst. Ooit hoorde ik, erg jong nog, zelf het geneuzel  van het witte konijn op een van de plastic Epeetjes, die je of door de brievenbus of bij de Gruyter kreeg.  De tekst is woord voor woord in het geheugen gegrift. Het schijnt uit de Disneyfilm te komen die over  Alice in Wonderland is gemaakt. Het wordt gezongen door het witte konijn die op zijn, uit de kluiten gewassen, zakhorloge kijkt en zenuwachtig heen en weer rent.

‘Te laat, te laat, je weet wel hoe dat gaat, nu loop ik hier als wit konijn te hollen als een haas, maar het is niet overbodig hoor, ik moet naar het paleis, men heeft mij dringend nodig hoor, breng mij niet van de wijs, want bij de koningin kom ik niet graag te laat. Hou mij niet aan de praat, ik ben te laat, te laat, te laat.’

Het jachten en jagen van de ochtend is ongemerkt vervangen door het bedaarde wakker worden. In alle rust, het liefst als iedereen slaapt. Op eigen tijd en in eigen uur het hoofd rekken en strekken, de gedachten ordenen met een kleine mijmering en de aandacht richten op het moment. Daarna kan de dag beginnen. Het gaat al jaren zonder wekker. Er is niets zo relatief als tijd, als je de tijd neemt zo ze zich aandient.

Het was dé tegenhang voor de dagelijkse hectiek. Nu kabbelt ze voort. De hele dag door. Niets moet en alles mag. Wat een verademing. De tijd aan jezelf hebben is de grote winst van met pensioen gaan, waar het ‘moeten’ mogen wordt. Dát gun ik iedere laatkomer.