De zondagmorgenrust strekt zich uit over de stad. Een aangenaam zonnetje, de auto iets buiten de singels gezet. Het is elf uur. Ik wandel op mijn dooie akkertje langs de begraafplaats Soestbergen naar het Ledig Erf. Die ochtend staat mijn besluit vast. Ik ga naar Louise en Hiver. Een film van regisseur Jean-François Laguionie over een oude vrouw in de nadagen van haar leven.

Deze verstilde ochtend is een perfecte omlijsting van het idee en het is in die ochtendrust dat ik besef hoezeer ik in die oude Utrechtse binnenstad thuishoor. Ik wil zwerven langs de grachten als de klokken hun getijdenlied beieren en carillons de betoverde bosnimfen in de eeuwenoude bomen aan de singel los weken. Mijn stappen horen naadloos in die van vele te vallen en met hen Utrecht gestalte te geven, die prachtige oude waardige stad met haar historie en haar bescheidenheid, die zich openbaart aan ieder die iets verder van het winkelgebied wegglijdt en het verleden toestaat het hart te veroveren, de peilers gericht op de eeuwenoude gevels en haar stut in de branding der roerige tijden, de Dom, kaarsrecht hoog boven haar gevels uit torenend als een kloek die over haar kuikens waakt.
Zo’n zondag wordt bijzonder als er een cadeautje uit voort komt. In dit geval een presentje voor mezelf. De animatiefilm over de oude Louise. Prachtig weergegeven in tere aquatinten en onmiskenbaar duidelijk viel een van de kinderen van school met het oude grijzende koppie samen. In alles zag ik dat kleine ernstige peinzende en filosofische meisje, dat mijn hart op alle fronten veroverd had. Diezelfde ernst, de overtuiging ontwaarde ik in Louise, haar verlies van grip op de bestaande situatie en de overwinning die ze er op behaalt, verpakt in die prachtige tekeningen, houden de aandacht ademloos vast.
Haar dromen en herinneringen, haar ongebreidelde fantasie nemen vastere vormen aan waar de realiteit haar de eenzaamheid voorschotelt. Het is de weemoed van het Franse Chanson, de Solitude van George Moustaki. Met open armen verwelkomt ze haar mijmeringen en langzaam maar zeker glijdt ze in de vergetelheid van het bestaan. Haar trouwe aangelopen viervoeter, Pépère, komt haar helpen om in haar dromen een houvast te vinden in de weg die ze bewandelt. Hij koestert haar, maar bijna achteloos, is er op de juiste momenten en zelfs dat niet altijd.
We zitten in het kleinste zaaltje van het Louis Hartlooper. Met mij zijn er nog acht mensen die de film willen zien op het, voor de doorsnee medemens, onzalige tijdstip. De zaal beschikt over welgeteld drie rijen stoelen en ik zit in rij drie op stoel drie. Een perfecte afstand voor het doek bij zoveel schoonheid, na het schreeuwerige lawaai van de vooraankondigingen. De kleine kink in de kabel van perfectie.

We drinken de beelden, leunen tegen het doek, vallen stil bij de aftiteling en wachten tot het laatste woord geschreven is. De muziek ebt weg, zoals het leven wegebt. Ik wandel naar de Koningsweg, kom weer langs Soestbergen en moet…om de sfeer, het gefilterde zonlicht, de oude boomreuzen met hun gerimpelde stammen, de verweesde en verwaarloosde grafzerken, mijn vreedzame stemming…er doorheen wandelen, stil blijven staan bij een zerk die verschoven is en kiert, een zwijgend protest, langs de mausoleums, de zwijgende meerderheid. Een mevrouw schiet me aan. Weet ik toevallig waar mijnheer die en die ligt. Ik moet helaas ontkennend antwoorden. Het zijn naamlozen die ik daarnet geëerd heb, mensen die allen figurant hadden kunnen zijn in dat prachtige kleinood ‘Louise en Hiver’ en alleen daarom al een bezoek waard!
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.