Het is een slapeloze nacht. 1:05 geeft het scherm aan en ik weet dat dit me gaat bezuren. Nu ik nog niet in slaap gevallen ben, wordt het een lange, hopelijk productieve, nacht. Het komt misschien door de adrenaline, opgewekt omdat de tuin vandaag op alle fronten om aandacht vroeg en ik niet meer wist, waar te beginnen. Eerst een deel van de composthoop afgegraasd en in een zak gestopt, omdat ze veel te hoog werd. Een doorn in het oog van de noeste tuinders om me heen.
![]()
De zon was er en brandde bij tijd en wijle genadeloos tot er weer een woelige wind langs kwam zeilen en het verhitte voorhoofd koesterde. Toen werd het tijd voor de wilgen. Ik wilde wilgen in de tuin door het boek Wind in the Willows van Kenneth Grahame. Niet om de avonturen van pad, rat, mol en das, maar om de beschrijving van het landschap. Berkshire is de streek die als decor heeft gediend, de streek waar de schrijver zijn jeugd heeft doorgebracht bij zijn grootmoeder. De voorstelling verkleinde zich vroeger bij het uitspellen van het boek in mijn kinderhoofd tot de weilanden bij Amelisweerd en de Theems werd als vanzelf de Kromme Rijn, die zich slingerend een weg zocht. Bij elke bocht wist je niet wat voor schoonheid erachter stak, maar iedere keer weer blies het me van de sokken door het ongerepte, tijdloze spiegelende, waarin de wereld op haar kop stond.

De wilgen aan de zijkant van de tuin moesten laag blijven omdat de buurvrouw daar haar moestuin tegen aan had gevleid. Ik vond het geen probleem. De wilgen ook niet, Die liepen met het grootste gemak en harder weer uit. Ze trokken zich niets aan van het seizoen. Het nadeel was het overschot aan takken. Te vers om te verbranden, te jong en te groen om te vlechten. Een deel versnipperde ik als een rustgevende handzame bezigheid in zakken om naar de stort te brengen als tuinafval. Het was echter behoorlijk veel dus werd de takkenril opgevuld met groen tot het dor en droog zou zijn. In de herfst mocht het pas weer verstookt worden.
Herinnering: De glooiende heuvels in de buurt van Cambridge en de kleine witte cottage dat in de kom van zo’n glooiing met drie andere huisjes het laatste deel van het dorp vormden. Er was een ouderwetse rode telefooncel en een postkantoor annex winkel. Bij tijd en wijle ontsnapten we aan het drukke gezin met de kinderen om wat te wandelen in de zwoele avondlucht die het landschap lieflijk en zacht kleurde nu de traktoren waren verstomd en de koeien na stonden te dampen van de lome warmte. De dag erna gaf een bezoek aan Kings college in Cambridge om later de vermoeide voeten te laten zakken in het verkoelende water van de Cam en te genieten van alles wat romantisch, Brits en tijdloos leek te zijn gebleven. De studenten, de roeiboten en de kano’s en hier en daar zelfs een parasol met roesjes en kant in een sierlijke hand of verbeeldde ik me dat maar. The wind in the Willows ten voeten uit.

De wilgen staan ook aan de voorkant van de tuin. Ernaast loopt het pad en daarnaast de sloot. Het lijkt in niets op Berkshire of op een Engelse klassieker. Het is een echt Hollands tafereel, waar de buurman met zijn groot hoefblad de natuur geweld heeft aangedaan en de zwanenbloem verdreven. Maar verderop bouwt de meerkoet haar zoveelste nest tussen het riet en tiert de zwanenbloem welig. Hollandse luchten en de weide als omlijsting met de dartelende kieviten vervolmaken het beeld. Als ik bijna klaar ben steekt de wind op en ruist en ritselt haar eeuwige lied door de wilgentakken. Een volmaakte zomerdag.
Een gedachte over “Haar eeuwige lied.”
Reacties zijn gesloten.