Uncategorized

Er is alleen die weg te gaan.

Het ratelde en buitelde nog lang door in mijn hoofd. Dat kwam door twee tegenstrijdige momenten van levenservaring, waar ik gisteren getuige van was.

In alle vroegte liep ik mijn race tegen de klok om én te schrijven én om negen uur in Amersfoort te zijn, waar ik zou spreken op een apothekersassistenten-symposium als ‘De patiënt’. Zo stond het ook op mijn naambordje. De Patiënt. Het voelt gek om onder een vlag te varen, die je zonder vragen in de schoenen is geschoven. Een titel, dat wel, maar ik beschouwde het dan maar als een geuzentitel, omdat ik twee keer een uur uit de doeken zou doen hoe het is om met een beperkte opname aan zuurstof in het leven te staan. Het was een prachtige nieuwe beleving, want ik ontdekte dat ik 40 mensen in de ban van mijn verhaal kon houden. Een eyeopener. Wat is het toch leuk om nieuwe ervaringen op te doen!

375

“s Middags was de longarts Sander de Hosson aan het woord. Hij schrijft columns over de palliatieve zorg. Zijn hoofdpersonen staan met beide benen in hun late, nee hun laatste, herfst. Zijn verhalen over de wegen die hij samen met zijn patiënten bewandelt, dwingen respect af. Met zijn mooie timbre valt het lijden mijn hoofd en hart binnen. Ik krijg diepe bewondering voor de man, die letterlijk verlichting betekent door zijn handelen. Zijn zieke medemensen dwingen samen met hem respect af door hun queeste naar een menswaardig sterven. De voorkennis, de belijdenis, de beleving en het lijden vallen in luttele seconden ineen. Twee gelijkgestemde handen verstrengeld op de deken en het grote weten, dat sterven mag en geen marteling hoeft te zijn.

De dag vulde zich met minder existentiële zaken, altijd weer een overschakeling naar dat dagelijkse leven. ‘s Avonds, op de bank, met een wijntje en de benen languit in een warme plaid gewikkeld, valt het gekwelde hoofd van Kurt Cobain binnen. Ik zie de animatiefilm. Zijn droeve jeugd na de scheiding van zijn ouders, dat daar een aanvang nam en net zo uit elkaar viel als de verbleekte romantiek van het gezin. Zijn barre trektocht langs puberrebellie en verzet, onnavolgbaar voor zijn omgeving, meegezogen in de neerwaartse spiraal van geestverruimende middelen, die uiteindelijk precies het tegenovergestelde zouden bewerkstelligen. Ik hoor zijn schreeuw uit onmacht, de snerpende pijn om het onbereikbare en de omzetting ervan in de kwaliteiten die hij met Nirvana naar buiten schreeuwde. Intens maar schrijnend voor iedereen in zijn omgeving.

En ergens middernacht was ik getuige van de keuze, naar mijn beleving opgedreven, door opgelegde bezorgdheid, angst en liefde en uiteindelijk uitgevoerd in absolute afzondering. In bed met een schot hagel door het hoofd om drie dagen lang onbereikbaar eenzamer dan alleen te zijn.

Het was een dag van uitersten en de slaap, die door mijn vermoeide lijf trok, werd ook gevoed door de onnavolgbaarheid van het bestaan. Zij die de keuze hebben en anderen die het moeten ondergaan. Hier blijft de vraag wat er kapot ging in het kind, dat negen jaar lang gelukkig was en ramde op zijn kleine gitaartje met een stralende glimlach in het blonde koppie. De weg te gaan, ongeacht of het verkozen of toegeworpen pad de juiste is. Er is alleen die weg te gaan. Het is aan ieder van ons om er onze eigen contouren aan te geven.