Op het literaire weblog Tzum stond een filmpje, waarin Maarten het Hart ons het oorlogsdagboek van Hanny Michaelis met de titel ‘De wereld waar ik buiten sta’ aanbeval. We zouden het minstens moeten lezen omdat niemand over 500 jaar meer weet hoe je aardappelen moet schillen.
Ik zou het voornamelijk om de titel al hebben kunnen kiezen. Wat een prachtige titel. Het veronderstelt onmiddellijk heel veel, als je niet weet waar het dagboek overgaat. Ik heb het niet gelezen en weet ook niet of ik dat ga doen. Ik weet nog heel goed hoe je aardappelen moet schillen. Ik ben van de generatie Zand, Zeep, Sodabakje, de wasketel op het vuur, de mattenklopper en het klokje van zeven uur op de radio als enig vermaak. Het zal al moeite kosten om de digitale wereld voor te schotelen, dat er een tijd is geweest dat het zonder die wereld moest. Hoeveel ouderen zullen nu niet buiten de wereld staan, omdat ze vergeten zijn de aansluiting te maken.
De recensies over dat boek zijn niet allemaal onverdeeld even positief. Ze kampt met nogal wat wraakgevoelens, wat niet verwonderlijk is als je ouders gedeporteerd zijn naar Westerbork en je zelf ondergedoken bent. En passant laat ze weten dat alle Duitsers na de oorlog gedood moeten worden, omdat ze dom zijn. Boude beweringen, die tonen dat ze onverbloemd en vrij heeft geschreven. Haar melancholische inslag, haar angst en de onrust maken het sterk.
Er zijn veel werelden waar ik buiten heb gestaan en even zovele waar ik midden in sta. De ziekenhuiswereld en de schoolwereld maken onderdeel uit van mijn beleving, de gezinswereld en de wereld van de natuur, de literaire boekenwereld en de wereld van de kunst, de wereld van het volksdansen, de wereld van de moderne dans, de wereld van het kind, de wereld van de rockmuziek, de wereld van de klein muze, de wereld van het woord. Zo heeft ieder mens een mengelmoes van werelden. Bij elkaar vormen ze het individuele leven en geven er een persoonlijke kleur aan. Ik hou van al mijn werelden.

Aan het eind van dit schooljaar ga ik afscheid nemen van de wereld van het jenaplanonderwijs. Dat voelt goed omdat de cirkel rond is. De school gaat samen met een andere school op in een nieuwe vorm van onderwijs. Het is eigenlijk meer een nieuwe kapstok, waaraan een oude jas hangt, want ze gaan werken met kernconcepten, die vroeger gewoon verhalend ontwerp of project heette. Met 25 jaar ervaring in het draaien van zelf verzonnen projecten en verhalen ging het schrijven nog meer behoren tot de innerlijke cirkel van mijn eigen leven. Ze werden talrijker en groter, vol spannende avonturen voor de kinderen en lumineuze ontdekkingen aan de hand van hun eigen en onze bevindingen. Het werden echte vieringen, zoals het een goed Jenaplanconcept betaamt.
Het is de wereld, waar alle andere werelden moeiteloos inpassen. Mijn verschillende werelden maakten een dikke vuist en dienden als bagage voor het verdere verloop. Wat een rijkdom. Dat is heel iets anders dan op een klein kamertje te moeten zitten om de oorlog te overleven, zonder geestelijke voeding, zonder afleiding, met alleen maar jezelf en al je gevoelens om kritisch naar te kijken. Vanuit dat licht bezien dringt zo’n oplossing zich misschien wel aan je op, omdat het geestelijke kringetje steeds kleiner en kleiner wordt. Een wereld behoort te groeien en niet onder je handen af te brokkelen.
Straks gaat de school verder, volgen er ontwikkelingen en ontstaat een hele nieuwe jas, een jas die past. Voor Hanny Michaelis werd het 11 jaar lang een nieuwe wereld aan de zijde van Gerard van het Reve. We zijn vele aardappels verder, vele werelden ook. Haar oplossing is nooit ten uitvoer gebracht. Haar beleving staat ver buiten mijn beleving, maar haar wereld was ook niet de mijne. Ooit kreeg ik de goede raad van een oude wijze vriendin. ‘Oordeel niet, verwonder je slechts’. Het werkt nog steeds.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.