Inspiratie

Daar kan geen schrijver tegenop

Dat was een mooie zoektocht van Wilma de Rek in de rubriek ‘De week in boeken’ van de Volkskrant. Wat is literatuur en daar achteraan wat is goede literatuur, zoals ze beide vragen tegenkwam in ‘Het raadsel literatuur’, met als ondertitel ‘is literaire kwaliteit meetbaar’ van Karina van Dalen-Oskam.

Karina komt tot de conclusie dat dat uiteindelijk altijd bij de lezer ligt. Dat is een van de opvattingen, die ik hanteer in de recensies die ik schrijf of in de liefde voor het boek dat ik beschrijf in deze blogs. Ze zijn gekleurd, omdat het mijn persoonlijke mening is, maar geeft tevens een zo positief mogelijke benadering van de inhoud, de stijl, de taal. Elk woord over de eigen beleving kan de blik van de ander al veranderen. Er staan maar enkele boeken in de boekenkasten hier thuis, waar ik met geen mogelijkheid doorheen ben gekomen. Dat kan alles te maken hebben met hoe ik me op dat moment voelde. Bijzonder is het wel, omdat ik met een mooi verhaal al snel in vervoering te brengen ben.

Eergisteren besloot ik de bijeenkomst van onze literaire club , die hier zou zijn, met pijn in het hart af te zeggen. Daarom belde een van mijn lieve vriendinnen om te vragen hoe het met me was. In een half uurtje rolden onze gezamenlijke bevindingen over tafel. Een ervan was het boek, dat we momenteel aan het lezen zijn. Schoorvoetend bekende ik dat ik er niet doorheen kwam. Na drie regels begint de grote Gaap aan mijn energie te trekken. Ogen willen dichtvallen en de rode draad is binnen de kortste keren nergens meer te vinden.

Ze ondervond hetzelfde. O, wat heerlijk om te horen. Het lag dus niet aan mij, of mijn gemoedstoestand. Dat was op zich een hele geruststelling. Er zijn nog drie dagen te gaan om door de letterbrij heen te komen, want een boek niet uitlezen is mijn eer te na. Je kunt pas objectief oordelen, als je de inhoud kent. Misschien vindt er ineens wel een ommekeer plaats. Al valt dat laatste te betwijfelen, want vriendin was al honderd bladzijden verder. Even de tanden op elkaar en die enkele kleine vrucht proberen te plukken.

Als troost lees ik een paar gedichten van Ineke Riem, die ogentroost brengt met de verfijnde beelden die ze bij me oproept. Het gedicht ‘Het zwanensaluut’ is een ode aan haar moeder die vorig jaar overleed. Het begint als volgt:

Het hele dorp weet het al. Ook de dieren hebben het gehoord./Als ik ga hardlopen, vliegt een buizerd met me mee door de polder./Schapen in een trailer kussen mijn vingers met warme lippen./ het troostblauw van een ijsvogel schiet langs boven de sloot voor jou huis./Ik zie een kleine vos die wil overwinteren in je slaapkamer,/ hij verschijnt ritselend als papa zijn rouwpak nog eens past.

In de twee strofen die volgen, beschrijft ze de grote plassen op de akkers, de zwanen die haar moeder uitzwaaien, de bloedkoralen tranen van oma terwijl ze zelf kalmte voelt, omdat ze haar moeder al in haar gedachten heeft gesloten, terwijl de wind haar naam fluit. Ze geeft haar een nieuwe werkelijkheid, stralende toekomsten als flying doctor in Australië of de eerste vrouwelijke astronaut en daarmee schuurt ze dicht tegen mijn eigen beleving aan.

De lieve doden zijn er altijd, in een herfstuin, in het zwerk, op je dijbeen als een vlinder, als een bij die hardnekkig om je heen blijft zoemen. Gooi de zintuigen los en voel, zie, ruik, neem waar, ervaar.

Pluis ligt als een wolletje buiten op balkon, geenszins van plan om binnen te komen. Ze tuurt tussen de bruine bladeren door naar al wat vliegt. Het maakt de kleine mezen niets uit, zolang ze zo blijft zitten. Herfst ook op het balkon, veroorzaakt een lichte melancholie. Vandaar misschien de behoefte aan de gedichten van Ineke. Maar zeer zeker de behoefte aan taal, de mooie beelden die zich aaneen smeden tot een snoer van verlangen, naar mijn eigen moeder misschien wel, of breder nog, naar het eigen gemis.

Daar kan geen schrijver tegenop.