Uncategorized

Buiten spelen!

Het is lang geleden dat iemand me vroeg of ik buiten kwam spelen. Mieke deed het en zo kwam het dat we gisteren, op een dag die aanvankelijk verloren leek, door de slagregens in de ochtend, toch richting Lek togen. Halflange oude broek en een dunne trui, Mieke in korte broek en T-shirt. Schetsboek en grafietstift in de rugzak en door het gras en de distels. Mieke’s eigen ‘blote voeten pad’, gezond kan kosteloos in je eentje. Alleen die distels, dat was wennen. Ze staken stug omhoog en hadden de modus opgevat om terug te prikken als je er per ongeluk op trapte.

053.JPG

De regen was letterlijk weggevaagd door de harde wind, die aan onze koppen trok en ik bedacht me dat ik geen kwast of niks bij me had om door een haastig gedraaide knot te steken. Geen paniek. De sjaal die ik om had, werd als een tulband om het hoofd geknoopt en voldeed aan de norm om het gezicht haar-en uitzichtvrij  te houden. Als de nood aan de man komt is de redding nabij, lispelde mijn moeder van boven.

Het water in de uiterwaarde was bruinig van de klei en het zand. Het was een oer-Hollands tafereel. Zoeen waar je naar kan verlangen als je in den vreemde bent of ligt te verbruinen op een uitheems strand. De brug van Vianen en de horizon van Vreeswijk met daarboven een strak blauwe lucht, waar het wolkenwit witter afstak dan te doen gebruikelijk. Een kleine kudde pinken stond aan de overkant vredig te grazen. Aan de rechterzijde swoeschten de grote windmolens de herinnering aan de wieken van een oude vertrouwde molen weg.

051

We liepen het water in dat bevrijdend tegen de benen opspatte. Het maakte de boorden van mijn broek nat en kieperde alle remmingen en het normbesef over boord. Lang leve buitenspelen. De klei was hard en liet zich nauwelijks kneden. Ik drukte het in de handpalmen fijn en kneedde eerst vier hoofden, die allemaal stuk voor stuk op een facet van de grote vriendelijke reus leken. Roald Dahl zwaaide vanaf zijn witte wolk. Mieke was veel langer aan het kneden dan ik, maar het bleek, dat ze elk hard stukje klei om wilde buigen tot het als was in de handen was. Ik liet de kern voor wat het was, onbewerkbaar en kneedde er een zachte jas omheen. Grappig om die twee technieken te vergelijken. De kenner die de materie doorgrondde en de leek, die voor het vlugge resultaat ging. Bij eb was er meer zachte klei te vinden, dan nu het vloed was en het water opstoomde, wist Mieke te vertellen en we beloofden ons een volgende keer bij laag water.

079

We ploegden het met de tenen omhoog en haalden grote klompen uit het oprukkende water. We sopten steeds verder weg van de droge plek waar de tassen lagen. Mieke wenste zich een beeld toe, dat zo groot was als een sneeuwpop in de winter. Dus vormden, sloegen, hamerden de vuisten de onhandelbare brokken tot een te bewerken oppervlak en spette de modderspatten tot op de bril, op de kleren en vormden een mooi en nieuw grillig patroon. Uiteindelijk werd het een echte Dubuffet, toen we niet met losse klei maar met de hele hompen gingen werken. Fysiek inspannend en toch een bevrijding. Wind om het hoofd en alle muizenissen naar een grijs gebied. Vrij als een vogel!

111

Daarna een tweede optima forma moment, terwijl we aan de ruige randen langs het water zaten en de schetsboeken trokken. Wolken tekenen in grijs is een sensatie op zich. Ik stak het impulsief in door contouren te tekenen, wat lastig was met wolken die zo snel van vorm veranderden. Hoe vang je dat felle wit in grijs. Turen en kijken en ontdekken dat niet de vorm maar het blauw de basis was, alle tussenvormen eerst, in schakeringen. Mieke wees me op de donkere blauwen op de voorgrond en de lichte blauwe achteraan en het feit dat het boven onze hoofden was, wat een totaal ander perspectief geeft. Magritte bewonderen en ondertussen in grafietgrijs vangen wat daar aan het oog voorbij trok. Niets is moeilijker en natuurlijk lukte het niet, maar een nieuwe manier van kijken was geboren. Kijken, kijken en kijken en dan pas vastleggen. Ineens sloeg de vermoeidheid toe, en wilden we naar huis.

125

Langs de koeien en de distels trotserend. Ze staarden ons wantrouwend aan, klaar om op te springen bij een verdachte beweging en lieten de natte neuzen niet aaien, hoe Mieke ook paaide met lieve zachte woorden. Ze hadden het beste plekje van de wereld. Waar kon je anders zo heerlijk buiten spelen als daar, in de uiterwaarden van de Lek.