Uncategorized

Domweg gelukkig

Er zijn van die dagen, die van toevalstreffers aan elkaar hangen. Gisteren was een zondagse geluksdag, een goed geslaagde, die niet meer stuk kon. Het was een perfect idee om een aantal zondagenochtenden deel te nemen aan de weekendcursus van de Haarlemse kunstacademie. Niets maakt een begin van de dag zo goed om, als het huis nog in diepe sluimer gehuld is, de deur achter je dicht te trekken en door de heerlijk geurende verstilde straten naar de auto te wandelen. De snelweg er naar toe, met de schapen en koeien die allengs meer uit hun nachtelijke versluiering opduiken en het gloren van de dag aan de horizon, brengt stille mijmer, die er mag zijn omdat het verkeer nog maar een fractie is van het doordeweekse gewoel.

003

Bij de tekenles springen we de ruimte in. Op grote vellen vangen we fabriekshallen, zeegezichten en straatbeeld met oog voor het perspectief. Regelmatig loopt het van de bladzij af of ontstaat er een bijna surrealistische vervreemding, omdat het lastig is om de vertaling van klein naar immens groot te maken. Maar het is spannend en we zijn zoekend. Iedereen ziet het anders. Dat maakt het nog boeiender. Ik ben te voorzichtig. Teken nog niet echt, schets meer, maar gisteren kwam het een beetje los. Heerlijk, om met een onontgonnen gebied bezig te zijn. Tekenen is zo heel anders dan schilderen.

004  025

Haarlem vraagt om strand Bloemendaal, daar ben je in een kwartier en is het heerlijk uitwaaien. Aan het begin werd ik enthousiast toe gekrast door grote zwarte kraai op het strandbord. Ze ging even zitten voor de foto, verschikte denkbeeldige kreukels in haar verenpracht en krakauwde me na, toen ik mijn weg vervolgde. Het miezerde wat, zo’n kleine speldenkoppen douche in het gezicht en op de bril. Het was der heerlijk en ik ving meeuwen met mijn toestel in hun vlucht. Opeens zag ik haar staan. Meeuw had zeester verschalkt en stond er mee te pronken in haar bek. Af en toe sloeg ze het arme dier een paar keer tegen de grond. Triomfantelijk keek ze naar me. Soms stapte ze statig voort, de kop hoger geheven omdat haar maal om ruimte vroeg. Mijn hele leven lang heb ik nog nooit een meeuw een zeester zien verorberen. Het was een gelukzalige dag.

029

Terug naar het Utrechtse, waar de dreigende lucht onderweg steeds openbrak en weer verdichte en toch besloot ik naar de tuin af  te reizen. De grond was te drassig om te maaien of te bewerken, maar de najaarszon had zich door het dek heen gewurmd en scheen aanlokkelijk op mijn bank onder de vruchtbomen, die moed aan het verzamelen waren om de winter het hoofd te bieden. Kleine dappere roos toonde haar knoppen, die zouden het nog kunnen redden met een warme week. De volmaakte stilte, het geurde herfst in alle poriën van grond, struik, boom en plant en de late namiddagzon precies op die ene plek was voldoende om alle impressies van de dag in te lijsten en op te slaan. Het zijn die zeldzame momenten van klein geluk, waar rijkdom binnenvalt en koestert. ‘Toeval bestaat niet’ fluistert het door de windstille tuin. Om met J.C> Bloem te spreken, ‘domweg gelukkig’.  Alles wat nodig is om het volmaakt te maken.

foto van Berna van der Linden.