Een vader van een meisje uit de groep is opgenomen in het ziekenhuis met een hersenbloeding. Het ziet er naar uit dat er een stevig stuk revalidatie aan vast zit. We waren allemaal aangedaan door het bericht. Om met zoiets onderuit geschoffeld te worden in de bloei van je leven, veel te jong nog, hakt er in.
Hij houdt van grapjes, vertrouwt zijn dochter me toe. Daar kunnen we wat mee. Een moppenboek en een wissellijst voor op het nachtkastje, zodat er iedere dag een andere mop in kan. En moppen maken kunnen ze hoor. ‘Waarom legt een lam geen ei??? Omdat een lam geen ei kan leggen.’ Of deze: ‘Welke dino’s springen hoger dan de gebouwen. Gebouwen kunnen niet springen.’ Ik ben in het voordeel, want terwijl ik dit tik, trekt er om mijn mond een brede glimlach als ik die twinkelende ogen en die glunderende gezichten erbij zie. ‘Een haan heeft een poot in Nederland en een andere in België, waar legt hij zijn ei.’ Je voelt hem al aankomen. ‘Een haan legt geen ei.’ Zo gaan ze door. ‘Een meisje stapt op de regenboog. Haha, dat kan helemaal niet, dan zakt ze er door.’ ‘Een koe met groenwitte vlekken. Haha.’ ‘Waarom is deze beer groen? Hij heeft teveel groene kikkers en groene bloemen gegeten.’ Echte schuddebuikers dus.
Ik zal haar vader adviseren elke dag een mop te nuttigen. Daardoor heb je de meest gunstige voorwaarden om sneller op de been te komen. De A4 plakken we op mooi gekleurd A3 en de wissellijst wordt even groot. De losse moppen op A3 bewaren we in een mooi doos. Misschien wel een moppentrommel. Iedere dag een nieuwe mop luidt het recept.
Kinderhumor is ongecompliceerd. Tijdens het flitsen in de middenbouw waren kinderen bij de boeken steeds aan het klessebessen en derhalve stoorde het. Al een paar keer had ik ze vermaand. Ze bleven doorgaan. Ik stuurde een van de eerste boekenhalers terug, omdat hij de vraag negeerde en hij eigenlijk al lang een boek had. Hij keek zeer verontwaardigd, totdat ik opmerkte: ‘Anders bijt ik in je billen hoor.’ Dat had hij niet verwacht. Met een brede grijns en een geklaarde blik vervolgde hij zijn weg. Een beetje humor in onderwijsland kan absoluut geen kwaad.

‘Je moet kinderen kunnen lezen en schrijven’, zei mijn grote mentor Juffrouw Weldam. Soeur Adolpha had hetzelfde idee. ‘Je moet ze kunnen uittekenen.’ Daar kon ik mee uit de voeten. Wie weet waarom er gehandeld wordt, kan er beter op acteren. Observatie is de drijfveer, de hele dag door, bij alle kinderen. Waarom , welke keuzes, beweegredenen, acties, emoties, samenspel. Niets onttrekt zich aan mijn blik. ‘Jij hebt ook ogen in je achterhoofd,’ merkte een stagiaire eens op. Dat klopt. De oren, hoe doof ook, zijn altijd gespitst op de gesprekken achter me. Het is de ervaring die het verhaal compleet maakt en de associaties aan elkaar breit tot de juiste contouren.
Het allerbelangrijkste is de liefde. De liefde voor mensen in het algemeen, dieren in het algemeen, liefde voor alles wat leeft, maar de liefde voor kinderen in het bijzonder. Mijn hele Jenaplan schoolleven roep ik het al. Kinderen zijn uniek. Ieder kind weer. Ze hebben allemaal recht op een eigen stukje speciale liefde. Als die band gesmeed is, zijn grenzen geen obstakels en regels geen handenbinders. Dan passen ze volkomen au naturel in het verhaal. Een van de ouders merkte van de week op: ‘Je bent zo lief en zo zacht, maar ook heel duidelijk en dan zonder boos te worden, hoe doe je dat toch.’ Kinderen voelen dat je niet boos bent op hen. Je keurt het handelen af, maar het kind mag komen. Dat is het verschil. Ze kunnen altijd terecht want de deur staat open.

Het gaat voor ons ook op. Humor en liefde lopen hand in hand. Iedere dag een mop, een kwinkslag, het kleinste lieve dingetje voor in je rugzak en het leven wordt een stuk aangenamer samen met het vertrouwen, dat er iedere dag ontwikkeling zal zijn. In het geval van de vader letterlijk stapje voor stapje. Wij zijn erbij. Met onze moppentrommel. Dat voelt meer dan goed.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.