Uncategorized

Het mausoleum van een klein leven.

Beeld uit het verleden: Een jongen met een groot lijf, te groot, omdat zijn armen langer waren dan zijn bovenlijf en zijn benen evenzeer. Handen als kolenschoppen omknelden een pop. Met zoete fluistering liep hij verwaten over de markt van Wageningen. Zij had een wit dekentje om haar heen en zweefde vlakbij het gezicht met de slierten ongekamde haren als een natuurlijke omlijsting om het gladde bolletje. Die lieflijke koestering van dat kleine door die grote man met de onbereikbare ogen en zijn onbehouwen schreeuw er tussen door. Onmacht en onwetendheid ineen.

In de lange lichtgrijze hoge gangen van huize Solglytt zat een oude vrouw op een stoel, naast haar stond het tafeltje. Ze had het servetje van de lunch bewaard en plukte er voorzichtig aan tot ze vier velletjes uiteen had gerafeld. Een reep zonlicht viel op de muur achter haar en vergrootte haar silhouet uit. Omstandig schikte ze de doorschijnende papiertjes op de tafel, streek ze keer op keer nog gladder. Daarna schoof ze haar pantoffel uit en zette die omzichtig op die tere kleedjes. Ze keek er schattend naar, het hoofd iets scheef en er verscheen een glimlach op haar gezicht. Ze haalde iets uit de zak van haar schort en voorzichtig vleide ze het met twee handen in de pantoffel. Ze schikte en herschikte en toen ik dichterbij kwam, zag ik, terwijl haar dunne stem een ouderwets lied neuriede, de keutel, keurig bewaard. Haar ogen lichten op. In innige tevredenheid was ze mijlen ver terug gedoken in haar herinnering.

181.JPG

Het zijn beelden in mijn hoofd. Er zijn geen foto’s van. Die heb ik ook niet nodig , want elke foto zou te kort geschoten zijn in de weergave van die bepaalde sfeer, die het op dat moment opriep. In het boekje Reflecties van Bernlef staat een klein gedicht:

Zij is de weg kwijt, zegt men

maar zie haar besliste tred

op weg naar het poppenhuis.

Miss Marple First Image.jpgby Gilbert Wilkinson  (December 1927 issue of The Royal Magazine)

De woorden versterken het beeld dat Bernlef oproept. Hoe deze mensen er uitzien behoeft geen detail, in grote lijnen zien we de reus van een man met de babypop benen over de markt, de tere oude vrouw als een schim van zichzelf, de vrouw die Bernlef oproept met Miss Marple-achtige tred op haar doel afstevenen. Het gaat om de contouren, de blik die we vangen in het woord, het handelen. Er zijn veel momenten vastgelegd en met de digitale fotografie is het eenvoudiger dan ooit, te veel soms haast. Vergeten we te kijken en waar te nemen zoals vroeger of eens?  In het Rijksmuseum is op het ogenblik de tentoonstelling Modern Times. Het schetst een tijdbeeld.

Ik zie mijn verkleurde foto’s uit de jaren zeventig, altijd mistig door de rook. Soms haarscherp, soms wat in de vergetelheid geraakt, maar nooit nietszeggend of vluchtig. De hand die het analoge toestel vast had, het dichtgeknepen oog, de kalmte waarmee de afdruk werd vereeuwigd en de mystiek van het bezegelde tijdsbeeld zijn diep verankerd.

029

Ik heb ze allen lief. De beelden in mijn hoofd en het tastbare verzamelde leven onder mijn bed en in de fotoboeken, de vele doorleefde momenten die opgeborgen zijn in de computer en haar zolder. De kunst is om ze te vangen in woorden en zo de sleutel te vinden tot hun derde dimensie, een wereld erachter, waar iedereen in mee mag wandelen. Het mausoleum van een klein leven.