Gisteren hadden we een reünie van de vriendinnen van de kleuterkweek. Ooit in het grijze verleden als jonge bakvissen, waren we kleine eilanden in een grote groep. De meesten van ons hielden nog contact, nadat we allemaal waren uitgewaaierd over het land of zelfs over de grenzen heen. Na verloop van tijd verwaterde een en ander op een natuurlijke wijze. Je werd opgeslokt door een gezin, het werk, een gekozen bestemming. Er viel een hiaat van jaren.
De hechte groep van vier, waartoe ik behoorde, besloot, na de eerste grote reünie, wat vaker af te spreken. Een keer per jaar waren we van de partij en eigenlijk hoorde daar nog een vijfde vriendin bij, maar ze kon het niet altijd opbrengen om te gaan. Dat kwam deels door haar manier van haar leven in uitersten. Als ze ergens was kwam er een vrolijke, druk pratend en altijd lachend mens boven, die zich voor de volle honderd procent gaf. Dat vergde een enorme dosis energie van haar. Thuis zakte ze dan terug in een verstild bestaan, waar sombere gedachten de overhand konden nemen. Zo schommelde ze heen en weer.
Een van ons was nauw bevriend met haar en daardoor liep ze toch met ons mee, ook al hadden we sporadische ontmoetingen. Wij hadden slechts die blije vrolijke gulle lach op het netvlies. Als donderslag bij heldere hemel kwam de boodschap, dat ze op eerste kerstdag was overleden. Uitgerekend op een dag waar geboorte gevierd werd, een hoogtepunt, een blijde gebeurtenis. Wij stonden geschrokken aan onze zijlijn genageld. De dood was onnavolgbaar dicht genaderd. Als generatie waren we nog veel te jong.

Gisteren hoorden we de lange lijdensweg die ze gekozen had. De lange weg er naar toe was er een van lijden geweest. Het hele verloop van haar ziektebeeld deed me denken aan ‘Die leiden des jungen Werthers’ van Goethe. Niet om de aard van het verhaal, maar om de zwaarte van het onoverkomelijke verdriet dat zij, net als de jonge Werther, in eenzaamheid onderging. De zware keuzes, die hij en zij steeds weer, dwars door alle gebeurtenissen heen, moesten of wilden maken.
Ze besloot geen medicijnen te nemen of naar een dokter te gaan. Angst en overtuiging scherpten die gekozen route. Ze had haar pijn lange tijd stil gehouden en toen dat niet meer mogelijk was, besloot ze naar India te gaan naar een Ashram. Ze logeerde in een hotelletje erbuiten. Na drie maanden kwam ze terug. Fysiek leek het allemaal wat sterker, dankzij de dagelijkse acupunctuur daar. Het bange, eenzame was echter zo schrijnend geweest, als ze het tot dan toe niet had gevoeld.
Thuisgekomen ging alles in een stroomversnelling. Haar gezondheid holde achteruit onder de voortwoekerende kankercellen en eindelijk had men haar letterlijk meegesleept naar een dokterspost, waar de arts uit onmacht haar keuze letterlijk vervloekte om daarna pas weer palliatieve zorg te kunnen verlenen. Haar eerste keuze had haar lot bepaald, het einde was in zicht, de weg was onomkeerbaar.
Respect voor de weg, die zo zwaar en lijdend moet zijn geweest en uiterst pijnlijk. Ze leefde in uitersten. ‘Himmelhoch jauchzend, zum tode betrübt’. Ze heeft haar blijde masker, waar al het leed achter lag, tot het laatst toe volgehouden voor de buitenwereld. Van binnen sneed schrijnend de pijn met scheermessen het leven eruit.
Op de dag van de geboorte mocht ze eindelijk het licht weer zien. Dappere, lieve, kleine, goedlachse vriendin, die op een tweesprong de weg van het lijden koos.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.