Ik hou van stations in het algemeen en van het nieuwe station in Utrecht in het bijzonder. Gisteren was ik er even, omdat we met de zussen hadden afgesproken. De mensen die het bevolken zijn in een aantal categorieën in te delen. Je hebt de Wachters, de Drentelaars en de Haastlopers. De wachters zitten er hun tijd te verbeiden. Ze zitten onderuit gezakt of kwiek rechtop. Ze nemen alles goed in zich op, drinken een kop koffie, cryptoën zich de minuten door en tellen de seconden tot het tijd is om, om het even wat, hun trein, de ontmoeting tegemoet te lopen.
De Haastlopers haasten met een verwilderde blik iedereen voorbij, in een draf of ongegeneerd rennend, met wapperende jaspanden, dansende haren, de hoofden rood en hijgend. Niet zelden sleuren ze een rolkoffer achter zich aan of sjouwen zware tassen. Ze proberen in een oogwenk het ene universum voor het andere te ruilen. Vanuit de drukke menigte naar de zalige stilte van de coupé van de trein, die ze net op het nippertje gehaald hebben om een zucht van verlichting te kunnen slaken. Als dat niet het geval is kijken ze met een bedremmeld gezicht naar de dichte deuren, terwijl de conducteur nog een dreigende waarschuwing laat horen. Niet instappen, want dat levert een fikse boete op. Voor niets gehaast!
Dan heb je de Drentelaars. Die ijsberen ontelbare paden tussen de anderen in. Stapsgewijs en met een zalige nietsziende blik. Ze zijn met hun gedachten elders of ter plekke maar peinzen over allerlei zaken, wereldse, filosofische en niet zelden wacht hen een ontmoeting, zoals ik gisteren op de zussen wachtte. Die er wel al waren, maar andere zaken te doen hadden in de tussentijd dat we op zus uit Houten aan het wachten waren. Ik drentelde mijn tijd uit, van de lift tot het bolvormige zitding. Het was geen bank, maar je kon er op zitten. Daarna weer terug van zitje tot de lift en observeerde ondertussen die Wachters en Haastlopers. Niets leuker dan dat. Voor me drentelde een meisje. Onze blikken ontmoeten elkaar, bijna een blik van herkenning en ze keek blij verrast, keerde zich toen weer om en drentelde van van me af.

Toen de zussen zich bij me hadden gevoegd en we aan het overleggen waren waar zus uit Houten kon zijn, kwam ze op me toegelopen en vroeg of ze iets heel geks mocht vragen. Ze zei: ‘Ik dacht dat U mijn moeder was. Mijn moeder ziet er ook altijd zo uit. U heeft dezelfde kleur haar en soortgelijke kleren aan.’ Ze lachte er ontwapenend bij en klapte het telefoontje open waarbij sierlijke vingers haastig een foto opzochten, de beeltenis van haar moeder. Ik smolt. Ter plekke. Ze verontschuldigde zich, dat het op de foto niet zo leek, maar bezwoer dat het toch echt waar was. Het beeld van haar blij verraste blik aan het begin en deze bekentenis vielen samen en kregen betekenis. Ik verzekerde haar, dat ik absoluut wel haar moeder had willen zijn. Ze lachte zonnestralen. We vervolgden ons weg en ik keek nog een keer achterom. Ze drentelde verder, met een vorsende blik en had haar moeder nog niet gevonden.
OutCastDanceCompagny in Stijl.
Wij vervolgden als echte Slenteraars onze weg, tijdloos en bedaard. Die was ik nog vergeten. Ook zij zijn op elk station te vinden. Zus stond al een kwartier te wachten bij de piano. Altijd fijn om een baken als herkenning te hebben en een telefoon te hebben die de mobiele gegevens op tijd doorsluist. Ze had geen app ontvangen. We liepen gevieren verder ‘Utrecht in Stijl’ tegemoet.
Ach, heerlijke stations, waar de tijd sluimert of voortraast en waar spontane ontmoetingen zomaar licht kunnen brengen om een hele dag gelukkig om te zijn. Ik hou ervan.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.