Uncategorized

Inspiratie.

Als ik geen aanleiding heb om te schrijven, door een citaat, een stukje dagboek, een droom, blijft het donker en leeg in het hoofd. Hoe ik het probeer te bedenken, honderd uiteenlopende verschillende mogelijkheden, er ruist niet een klein hersencelletje. Ze blijven allemaal liggen. De stilte is oorverdovend.

Van het CNV kregen we via het bestuur een inspiratieboekje cadeau. De gelijkluidende titel laat onverhuld het idee erachter zien. Kinderen zijn gebaat bij bevlogen leerkrachten die er toe in staat zijn om hun eigen verwondering over te kunnen brengen en daarmee de betrokkenheid van de leerling bij zijn eigen leerproces volop ruimte te geven. Het staat vol met de prachtigste ideeën en gedachten. Als ondertitel staat er bij: Lees, leer en lach.

Blije mensen maken, dat is een mooi doel. En ruimte scheppen voor de andere zielenroerselen, verdriet, boosheid en angst. Die angst leidt regelmatig tot boosheid bij een paar kinderen uit de middenbouw. Ze lopen tegen de grenzen van hun kunnen op en weten niet hoe hun faalangst te verdoezelen anders dan door opvallend gedrag. Ze hebben nooit geleerd om hun angsten handen en voeten te geven. Het overvalt hen.

De onderbouw zonder het heilige moeten met meer ruimte voor het natuurlijke leren was een veilige haven. Nu zijn ze, nietsvermoedend, het grote ongewisse ingegleden en komen allemaal beren tegen. Grote grizzly’s met angstaanjagende klauwen en tanden, die fijne motoriek verlangen, inzicht, scherpzinnigheid, oplossingsgericht denken. Toen het in het aanbod werd meegebreid als een natuurlijk gegeven, hadden ze er geen moeite mee. Spelenderwijs, met het juiste inzicht, tackelden ze de problemen die ontstonden bij het bouwen, het onderzoeken , het experiment. Moeiteloos verzonnen ze de meest prachtige oplossingen, met een beeldend vermogen waar menig schrijver nog een puntje aan kon zuigen.

Ze waren zichzelf, lief, ontvankelijk en gaven ruimte aan iedereen. Maar daar kwamen onmiddellijk de eerste grommende beren al aan. Ze moesten stil zijn, zitten, ze moesten  schrijven, ze moesten rekenen, ze moesten taal, ze moesten veel en mochten weinig. Annie M.G. Schmidt, de kinderpsycholoog, wist het. Ze schreef alle angsten en alle oplossingen neer en gaf ze met het grote boek ‘Visje bij de thee’ in handen van de dobberende lieverds, die eigenlijk allemaal best de oplossing bij zich droegen, alleen niet zoals het moetmens voor de groep het moest  brengen.

Dat moetmens zwemt ook, niet als een visje in de thee, maar als een gehavende vinstaartvis in de oceaan der kennis met windkracht tien. Ze moet wel mee in de stroom van bovenaf, op de moordende gelofte aan hogerhand. De lillende cijfers op de toetstaart mogen niet omvallen. Ze trekt, ze sleurt, ze duwt aan die kleine wriemelende hersenen en perst ze door de nauwe geboortegang. De Modus is geboren. Zo moet het en niet anders. Arme eigenzinnige, fantasierijke uitvallers, arme lieve leerkracht.

101

In het inspiratieboekje staan kwaliteiten en niet zomaar, maar van de grootste uitvallers in die groep van het moetmens. De creatieve heerlijke kinderen met in hun bagage een ontdekwereld van formaat, waar menig volwassenen niet (meer) aan kan tippen. Ze worden met naam en toenaam genoemd, maar blijken gewoon mensen te zijn als jij en ik, mensen met mooie en minder mooie eigenschappen, opgebouwd in jaren. Zij en die opgelegde moetmensen, die eigenlijk, diep van binnen, anders willen,  hebben maar een ding nodig in die volgende fase.

Het rotsvaste vertrouwen in hun eigen manier van leren en van lesgeven. Het heilige geloof in hun kwaliteiten, de liefde voor de mens in het geheel, zonder maar, onvoorwaardelijk.

Fijn dat dit moment even binnen kwam drijven en mijn hoofd het licht bracht. Zo werkt dat dus met hersencellen, of ze nu klein zijn of groot. Geloof is de bron, vertrouwen de basis en inspiratie de toekomst.