Uncategorized

Nostalgie

Het moest er eens van komen. Op het voorportaal van de zolder staan alle restanten van een leven met een van de zonen. Een aantal verhuisdozen vol met kleding, schoenen en memorabele brieven, frutsels en ander spul. Iedere keer als hij langskomt wordt er in geneusd en meegenomen. Van een strakke opstelling is geen sprake meer. Gisteren met een hele vrije dag in het vooruitzicht begon het te kriebelen. Eerst denk je er alleen maar over, daarna is er een inspectie van de plaats des onheils om tenslotte toch te gaan schuiven. Ik besloot om een blinde vlek te maken en een kast zo op te stellen, dat erachter ruimte vrij kwam om de dozen te stouwen en aan het zicht te onttrekken.

Het hoofd stond in de henna en dat papje moest twee uur intrekken. Het zag er niet uit, want dat betekent een plastic zak om het bruine goedje en een handdoek pyramide dekte het geheel af. Ik had het met teveel water aangelengd. Met het bukken en tillen van de dozen zochten kleine straaltjes bruin vocht zich een weg langs hals en voorhoofd. Met de handdoek kon het in bedwang gehouden worden. Een kniesoor die er op lette. Er was niemand die zich er aan zou storen. Ik ploeterde voort.

007Een van de zolders van lang geleden.

Sjouwen, stelpen, sjouwen en stelpen. Er kwam schot in het geheel en uiteindelijk leverde het letterlijk en figuurlijk ruimte op. Het was niet helemaal tot volle tevredenheid, maar voor het ogenblik, met alles wat nog restte, was het goed.

Ergens, beneden, staat nog een schuur te wachten op zo’n aanval van opruimwoede met spullen die uit vorige verhuispartijen van de jongens tijdelijk zijn neergezet en nooit meer opgehaald. Schuurgebruik is uit een grijs verleden, toen er nog fietsen zwierven en het als opslag diende voor dozen met kerstspullen.

Een gouden regel van mijn moeder moet ik de jongens eens uitleggen. Alles  waar je langer dan een jaar niet meer naar omgekeken hebt, kan weg, als het niet om nostalgie gaat. Het werkt echt. Aan het eind van de middag, ontdaan van henna en de haren glanzend en springerig droog geföhnd, was het goed toeven op de bank. Moe maar voldaan had ik de sportschool uitgespaard en toch elke spier verbruikt. Twee vliegen in een klap.

Ik moest denken aan jet gedicht van Mies Bouhuys dat “De oude kist” heet.

De zolder ruikt naar boeken,
waar niemand meer in leest.
De dingen in de hoeken
zijn eenmaal mooi geweest.

Toen stonden ze nog beneden:
-wij waren nog heel klein-
de wieg van lang geleden,
de hond van porselein.

Mijn vaders hoge zijen,
mijn moeders parasol,
een kapstok met geweien,
een beertje en een tol.

Een kist vol spinnewebben
met ijzeren beslag;
het mooiste wat wij hebben
komt daaruit voor de dag.

Soms tref je zulke kleren
op oude prenten aan.
‘Dag dames, dag meneren,
zullen we wandlen gaan?’

Een strohoed met een strikje
groet naar een sleepjapon;
die antwoordt met een knikje
op ‘t stoeltje in de zon.

De heren komen nader
en lichten hoofs hun hoed. –
Wat jammer dat mijn vader
nu juist de lamp aandoet.

Ik knipper met mijn ogen,
ik knijp ze driftig dicht.
Alles is weggevlogen
in het electrisch licht.

Dat is een van de zolders waar je als kind naar kan verlangen, met een krakende trap die voert naar dat grijze en stoffige verleden. Die je meeneemt naar verhalen en voorstellingen, waar je met de ogen dicht over kan dromen. Die een brug slaat tussen jeugd en ouderdom en waar tijd geruisloos verbeidt. Een zolder die verlangen oproept en herinneringen. Zo ver is het nog lang niet, misschien voor de kleinkinderen, later, als het huis protesteert in al haar voegen omdat wij er zelf niet meer zijn, haar stempel drukt op het heden. Alles wat dierbaar is vervaagt en krijgt een andere betekenis als het verhaal niet meer verteld wordt door de eigenaar, maar op een vage herinnering of een vluchtige toets gereconstrueerd wordt en geschat op waarde.

Zo’n zolder dus, maar hier boven is die poëzie ver te zoeken.  Zilvervissen en kleding in het voorportaal bevolken de ruimte en lege dozen van apparaten. Ze mogen allemaal nog niet weg, laat een app weten. Eerst moet de eigenaar er zelf doorheen. Toch eens even de wijsheid van mijn moeder doorbellen. Wie weet, werpt het vruchten af en levert het een lege zolder op, waar daarna de nostalgie huis mag houden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

over, daarna schiet