Uncategorized

Verhalen te over

Het is een straffe overgang van ruim twintig naar max 15 graden. Een week lang niet de wind om het huis horen ruisen. Bij de villa klepperden alleen de ingeklapte parasols. In Portugal kunnen ze veel met kleur, zon, licht en vorm. Hier is het groener dan groen want de esdoorn voor het huis verkleurt maar moeizaam. Maar de vurige Canadese Acer verloor in een dag al haar bladeren en kreunde haar verlies achterna. En toch, striemen van de regen op je gezicht, het koude natte plastic tegen je wang en later als troost die heerlijke warme kop soep met behaaglijke sokken aan je voeten, de plaid omgeslagen en Poes al spinnend om zoveel warmte naast je. Het heeft beide wat. Een week lang zomeren doet goed herfsten. De buffer is hoog genoeg.

243

Herinnering: Hongarije bij aankomst. De oude koude verlaten boerderij, gelijkvloers en een grote lange ruimte met hoeken. Het dennenbos erom heen liet haar appels vallen en het eerste wat we deden, was rapen. De jas werd mand en vulde zich al snel door de aandravende handen vol met kegels. Binnen werd het vuur een leven ingeblazen met het dorre droge hout, kleine en grote takken, de sprietjes deden het werk goed. Dennenappels op het vuur in een tegelkachel geeft een heerlijke geur af. De juiste entourage voor haar omgeving. Zoonlief met nog krielarmen en benen, vleide zijn tengere rug tegen de tegels en noemde het liefdevol de ‘rugkachel’. Rondom warmte, wat een prachtige uitvinding voor de grote lege ruimte met haar overvloed aan atelier erachter. Ik wilde thuis er ook zo een.

scannen0033 Herfst in New York: 2000. Eigen foto.

Zonnige herfst in New York. Van de ene op de andere dag kelderde de temperatuur van 18 naar 13 graden. De armen en benen waren nog in zomerdracht gestoken. De vliesdunne stof van de bloes liet meedogenloos na om de kilte af te weren. Geen vest in de buurt. Gauw de kerk in om te schuilen en later een kop koffie in een studentencafé vlak bij de campus. Daarna door naar de Bronx en daar werd het door de troosteloosheid van het grauwe licht nooit meer warm. Mijn herinneringen zijn gekleurd. Gillende sirenes, afzetlint, veel starende mensen naar deze twee vreemde eenden in de bijt en het jakkerende verkeer dat, soms over stoepranden heen, wegen afsneed en haast maakte. Nooit meer warm worden zorgde ervoor dat ik naar het statige oude appartement verlangde met haar schilderijen en boeken en het warme tapijt. De Bronx kreeg voorgoed een bijsmaak. Dat is wat kou vermag met vrij spel. Het beeld vertroebelt er door, want de details worden weggevaagd. Alleen de grote lijnen blijven over.

Wikipedia

In dikke duffelse jas, de wollen plusfour van broer om de benen en de prikkende kranten door de borstrok heen, trotseerden we de oostenwind en de ijzige vlakten ten Noorden van Utrecht. De afgravingen waren in gang gezet voor de nieuwe wijk, die Overvecht moest heten en hielden een belofte in voor een robbertje schaatsen. De Friese doorlopers om de nek, de koude vingers in de door Oma gebreide wanten. De winter viel vroeg in dat jaar. We schrijven 1962. De enige manier om later weer warm te worden bij de zwarte buikkachel was door het tintelende prikken in de vingers te trotseren. Huilend van de pijn kwam het gevoel terug. Kou is nooit mijn beste vriend geworden.

Wel de knusse kant ervan, als ik zelf warm kan blijven, door de juiste kleding, een snorrende kachel op de tuin en de centrale verwarming in huis. Dan hou ik van de behaaglijkheid die winterkou oproept en die anders is dan de hartverwarmende zomerhitte. Ik zou ze geen van vieren willen missen, die seizoenen, omdat afwisseling van spijs doet eten en ruimte kweekt voor een nieuwe beleving, een andere kleur en verhalen te over.