Vrij uit het Frans vertaald wolkt deze gedachte op. Hoe kan je aan de de toekomst denken zonder te denken in eindigheid. Iedereen gaat dood. Dat is de enige zekerheid, die je hebt bij het geboren worden. Een voorbestemming pur sang. En de kwaliteit die je er aan geeft is die van het geleefde leven zelf.
Toen mijn lieve vriendin aan het sterven was, gedurende een heel jaar, door te vechten tegen de chemo’s, neergesabeld te worden, op te krabbelen, uit te huilen en weer opnieuw te beginnen, vroeg ik me af hoeveel eindigheid een mens kon dragen. Het was een niet aflatend beeld in haar hoofd, dat er een moment kwam waarop de tijd haar zou inhalen. Haar grootste zorg waren de achterblijvers, vooral het kind dat zonder moeder verder moest.
Daarnaast telden de zorgen de weg van het lijden en door de ingebouwde zekerheid van de euthanasie dacht ze het afscheid onder controle te hebben. Maar ze had niet op het onvermijdelijke zware van het afscheid gerekend. De strohalm voor elke achterblijver was het restant van de stofmantel, die aan te raken was en in bed lag, woordeloos de pijn doorgaf en toch de leegte vulde. Het ging in dit uur van het loslaten niet om de kwaliteit, maar om de zekerheid van het zijn.
Het was een uiterste inspanning om te vragen van een hartsgetrouwe te mogen ontsnappen aan het onvermijdelijke, die pijn die de overhand zou nemen en het lijden ondraaglijk maakte. Tactiele beleving is een gave, zielenpijn wil koesteren en behouden. Afscheid nemen op het hoogtepunt is de moeilijkste keuze ooit.
Ze lag geel en kaal in het grote bed, het wit versterkte de intensiteit van de kleur. Ze was een fractie van haar leven, een schim van de werkelijkheid, maar de kracht waarmee ze leed, versterkte haar persoonlijkheid en haar wil om dat wat geen leven meer was, te eindigen op een waardevolle manier. Respirer…respirer, ne jamais penser au définitif sans l’ephémère.(Nicolas de Staël).
Berlinde de Bruyckere in de Pont.
Ik zag haar deplorabele lijf terug in het museum de Pont, vertaald door Berlinde de Bruyckere en sidderde, een ijskoude hand trok langs de ruggengraat. De onmachtigheid van het vege lijf stond in tweevoud gevangen in twee kasten, voor eeuwig bijgezet om in afschuw bewonderd te worden. De eenzaamheid van het lijden was verwoord in een wanhopig omknelt samensmelten en een afgekeerd zijn, om de weg te gaan, die alléén bewandeld moest worden.
De schilderijen van Dumas hebben dezelfde uitwerking. De schok die het oproept door het lijden te vangen in een schoonheid die de weerzin vertolkt is groot. De naaktheid van het bestaan wordt opgeroepen door het volle besef van de nietigheid ervan en het raakt me, het roert, het brandt voor eeuwig op het netvlies. Hoe kan je de eindigheid vergeten, als de ervaring je ooit heeft aangeraakt.
Ze zijn er niet en altijd wel, vriendin, mijn moeder, mijn opa, André en al die andere ‘duizend’ doden, in alles wat ik denk of doe, soms bij vlagen en dan weer lopen ze langer op, maar onmiskenbaar dichtbij in hun eeuwige eindigheid. Hoe kan je ademhalen zonder die nietigheid niet te overpeinzen.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.