Uncategorized

Tijd heelt!

Gisteren was het een extra vrije dag. ‘Tel uw zegeningen.’ ‘Ja Mam.’ Ik ben aan het worstelen gegaan met mijn moeder. Niet letterlijk hoor. Er was met mijn moeder nooit veel om over te kissebissen. Alleen in de momenten dat ze het veel te druk had en in de stress schoot, omdat die kleine druktemakers haar teveel voor de voeten liepen, kon ze uitvaren. Wel met een heftigheid die ze beslist van haar moeder had geërfd. Dat was een kleine pittige tante, die met priemende ogen haar mening niet onder stoelen of banken schoof. Mijn moeder had eigenlijk meer weg van haar vader. Opa kenden we als een mooie rijzige dove man, die sigaren rookte en met zijn vingers, tegen de maat van de muziek op de radio in, op tafel trommelde. Hij strooide met geheime dubbeltjes en kwartjes, die in kleine vuisten werden gefrommeld als Oma even niet keek. Hij noemde haar ‘moeder’.

Een geuzennaam, want mijn moeder werd door mijn vader ook zo genoemd. Er waren veel moeders in die dagen. Een enkele keer heette ze ‘Ali’ met een speciale ondertoon en dan waren de rapen gaar. Niet dat ze er onder leed, want ze stapte luchtig over zijn gram heen en veegde argeloos met de juiste argumenten zijn onmin aan de kant. Dat was in mijn tijd.

282112_1955097517248_7052878_n

De verhalen van mijn broers zijn anders. Er zat dan ook een wereld van verschil tussen hun jeugd en die van de vijf kleintjes. Zij kenden mijn vader vooral van de opvliegende buien en de onredelijkheid. Zijn wil was wet en dat was niet altijd wat de oma-overerfde eigenzinnigheid van de broers er mee voorhad. Er scheen nogal wat mattaklap gevallen te zijn in die begindagen. Ik herinner me de uitlopers van die ruzies nog wel. Een koffiekopje met het chique schoteltje erbij die, met kerstmis, dat feest van Vrede, door de kamer zeilde in de richting van mijn oudste broer en gelukkig jammerlijk miste. Het was geen wonder dat wij de hoofd-en de bijzaken op een strikt ander peil hadden liggen.

Kerstmis was, de kerstnacht uitgezonderd, een van de grootste stressbelevingen binnen het grote gezin. Iedereen was niet uitgeslapen en nog moe van de drie missen van de vorige avond en de heerlijke feestelijke broodmaaltijd ’s nachts erachteraan. De volgende ochtend was de vrede met de missen naar de Noorderzon vertrokken en donderwolkte mijn vader in het rond, gaf gebiedende wijs enkelvoud opdrachten en verbood per definitie alles wat er gevraagd werd. Dat werd hem niet in dank afgenomen en toen de jongens groot en sterk genoeg kwamen, kwam het grote verweer.

Vechthanen tegenover elkaar met dat zeilende koffiekopje en de vliegende schotel als gevolg. Het kon altijd erger. Buurman had zijn een-na-oudste met zijn wilde haren van de trap gesmeten en die moest écht naar het ziekenhuis. ‘Ieder huisje draagt zijn kruisje’ lispelde de verjaarsvisite over dergelijke gezinsperikelen. Een klap er vlak voor, was vrij normaal. Geen billenkoek, maar een oorvijg kon je krijgen. In een tijd dat leerkrachten met linialen op de vingers hun gelijk maten, was dat normaal. De goede oude tijd had hier en daar toch wat schurende randen en films uit het volkse leven van vroeger, zoals die van Ciske de rat zijn niet uit de lucht gegrepen, maar nu nauwelijks meer voor te stellen. Misschien was ik daarom zo gek op het boek van alleen op de wereld. Omdat het altijd erger kon en het spiegelen daaraan het leven dragelijker maakte. Tel Uw zegeningen inderdaad.

007

Ik worstel met mijn moeder. Ze is nog lang niet gevangen in mijn pogingen om haar sepia foto te vertalen naar de beelden in mijn hoofd. Ik weet dat het gaat lukken. Het is fijn om er mee bezig te zijn. Mijn oudste broer had al zijn weerbarstigheid nog in een kleine nagel aan zijn pink zitten. Hij kijkt wat angstig naar het onbekende apparaat. Ze staan bij het paard in haar geliefde Julianapark. De jaren verkleuren de foto, kleuren de beleving anders in, warmer, zachter, liefdevoller dan ooit. In mijn beleving is dat vliegende kopje nu een storm in een glas water, een tand des tijds, toegedekt met de mantel der liefde. Tijd heelt.