Het is handig als je de taal van het kind spreekt. Er zijn mensen die denken dat dat met een stel verkleinwoorden, kromme zinsbouw en met wonderlijke verbuigingen in hun stem gepaard moet gaan. Kinderen willen volwaardig benaderd worden en serieus worden genomen. Hun mening doet er toe, net als die van ons. Het is hetzelfde bij de dwingelandij, die ze op je uit proberen. Daar vragen ze om grenzen aan te geven en de veiligheid te waarborgen.
Daar dacht ik aan toen een van de jongens van mijn invalgroep met complimenten geven er mij een wilde geven. ‘Je doet het zo goed’, zei hij. Toen ik vroeg waarom, gaf hij als antwoord: Omdat je altijd zo lief bent.’ Een compliment ontvangen is al net zo belangrijk als er een geven. Eigenlijk zei hij: ‘Ik voel me fijn als je er bent en durf mezelf te zijn’.
De filosofiekringen zijn me het liefst. Omdat kinderen alleen met hun vrije gedachte aan de loop gaan. Hun logica is zo wezenlijk en van belang. De denkbeelden zijn nog niet omgord met het hele verwarrende wereldbeeld van goed en fout door ervaringen en knowhow. Ze beredeneren vanuit hun diepste gevoel en dat is puur en helder, verrijkend en vernieuwend. Iets waar wij wat van kunnen opsteken, omdat wij arme meelopers al jaren in een bepaald stramien verkeren of behept zijn met bepaalde denkbeelden.
Groen Happertje
Kleine T. was een dag thuis gebleven. ‘Te moe’, zei moeder. ‘Hij moest even bijtanken.’ Uit een gesprek met hem bleek dat hij eigenlijk niet naar school wilde. ‘Waarom niet’, vroeg ik hem. ‘Komt het door de poppen?’ Happertje, oma en muis zijn echt wel aanwezig , ieder met hun eigen stem. Eerst beaamde hij dat. Daarna zag ik hem uitgebreid juist met Happertje spelen, waarbij hijzelf de bravoure stem van Happertje imiteerde. Dat was het niet echt.
Daarna ging de rest van de groep hun fladdervlinders afmaken, die ze de dag ervoor hadden gemaakt met de bekende afwrijf techniek van het dubbelgevouwen blad. Aan de ene kant verf, dicht vouwen en open trekken. Lijfje en kop verven en de vlinder is geboren, simpel en een kind kan de was doen. Heftig protest van T. die niet wilde. ‘Het hoeft niet schat, maar waarom wil je het niet.’ ‘Ik kan het niet.’ ‘Ik ga het je leren hè T. want het is eigenlijk een truc en als je die nog niet kent, dan kan je het nog niet, dat klopt. Ik heb het de anderen ook geleerd gisteren, daarom weten ze het nu zo goed.’ T. ging aan de slag en het viel hem reuze mee. Al hield hij het bij één kleur.
Toen de vlinder eindelijk met glitter en al aan een draadje aan een gezochte tak bungelde en klaar was om in de wind te fladderen, was hij zielsgelukkig en trots. Daar zat de kneep ook niet echt. Weer even babbelen. Toen kwam het hoge woord eruit. Hij had straf gehad de dag ervoor.
Een mannetje van de Graellsia Isabellae
De reactie van zijn moeder, een begrijpelijke als het om een klein en huilend jongetje gaat dat niet naar school wil, sorteerde in een bevestiging. Het was tijd voor een gesprek over straf en wat dat is, hoe dat voelt en wat je ermee kan doen. Hij veerde op. Het idee, dat het een time-out was om even na te denken, haalde de lading van het woord. Straf is een beladen begrip, omdat het ingekleurd wordt naar de eigen beleving. Door het terug te brengen tot de oorsprong van de reflectie op het eigen handelen en door aan te reiken hoe het anders had gekund, kon hij ermee uit de voeten. Opgelucht haalde hij zijn tak op en rende naar buiten. Met zijn fladdervlinder mee verwaaide zijn angst, hoeiiiiii!
Met grote verbazing constateerde zijn moeder dat T. de hele lange dag was droog gebleven, waar hij anders twee tot drie verschoningen nodig had. In gesprek gaan doet wonderen.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.