Ik lees een interview van Andreas Burnier met Willem M.Roggeman in de digitale bibliotheek der Nederlandse Letteren. Het is uitgegeven onder Beroepsgeheimen 2 (1977). Zij is een vrouw die ik altijd bewonderd heb om haar schrijfstijl, humor en scherpte. Met het lezen stijgt de bewondering om de vrouw, die zich geen vrouw voelt en haar denkbeelden die zo specifiek eigen zijn, dat menig mens er een voorbeeld aan kan nemen. Denken door maatschappelijke draden door te knippen en los van de maatschappelijke context het woord, de gedachte, de overtuiging te bezien en er naar te leven.
http://www.dbnl.org/tekst/rogg003bero02_01/rogg003bero02_01_0004.php
Ze durfde het aan om de mannelijke bolwerken te slechten en de visie van Darwin, Marx en Freud van een totaal andere kant te belichten dan ik ooit overwogen heb. Wat ze zegt snijdt hout. Hier is een vrouw aan het woord die haar leven vanuit een open houding verklaart aan de hand van haar eigen filosofie. Bewonderenswaardig om los van wat anderen van jou zeggen, pal achter je visie te blijven staan, die niet zo maar geschoeid is op wat losse denkbeelden maar wel degelijk opgebouwd is uit het vorsen naar de waarheid. Ze zegt onder andere: ‘Het is een voorrecht geboren te worden in een onderdrukte groep’ en ‘Voor de gevestigde kaste, de establishment ofwel het mannendom, is het veel moeilijker tot enig inzicht van belang te komen.’ Hiermee maait ze de gevestigde orde met één regel onderuit. Iets wat fijnzinnig lijkt en waar blijkt, in een wereld van de Trumpen, de Erdogan’s, de Putins.

De interviewer maakt een klassieke fout. Bij zijn analyse van Een Tevreden Lach, wijst hij Andreas Burnier op een vermeende zienswijze op literatuur, namelijk dat het een belangrijke sociale functie heeft. Hij baseert het op de openingszin: ‘Elk boek is een gevaar.’ Op de volgende bladzijde echter haalt ze de hele zin aan met de context, die het in een volkomen ander licht zet. Citaat: ‘Elk boek is een gevaar dat de ziel in wil, dat niet de buitenwereld nog eens in woorden overdoet (…), noch een abstracte idee brengt. Wie de ziel in wil moet door het niets heen, dat betekent door de angst.’ Ze verwees naar een psychisch effect. Ze verwijst niet naar concrete of abstracte literatuur maar naar literatuur, die iets openbaart wat normaliter verborgen blijft. Het is literatuur die een diepere laag aanboort middels symbolen en de structuur van de binnenwereld. Ze haalt daarvoor een vergelijk aan tussen Twee jongens, die uit Bartje van Anne de Vries en die uit ‘Le grand Meaulnes’ van Alain Fournier. Het eerste boek is een perfecte waarneembare weergave van de werkelijkheid en daarmee nietszeggende feitelijkheid, terwijl het tweede boek door de dubbele lagen tot in de ziel beroert. En beroeren doet de schrijfster.

Haar schoppen tegen de heilige huizen, het moeizaam omhoog klimmen naar een eigen tijdbeeld en haar eigen rol daarin, maakt dat ze een deel van mijn overpeinzingen is geworden. Deze vrouw, die zich van meet af aan niet thuis voelde in haar lichaam en nu met alle nieuwe ontwikkelingen daaromtrent van meet af aan streed met haar enige wapen, haar pen. Die doopte ze in vileine inkt en schreef schurend haar verzet tegen alle gevestigde overtuigingen in. Losjes, met humor, bijtend met sarcasme, maar ontegenzeggelijk met een diepe overtuiging en eigenzinnigheid gebaseerd op haar eigen ervaringen, haar analytisch vermogen, haar filosofische insteek, haar menszijn. Het is tijd voor een podium en dus voor de recente biografie van Elisabeth Lockhorn met de intrigerende titel ‘ Andreas Burnier: Metselaar van de wereld’.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.