Overpeinzingen

Al het leven kent een keerzijde

Hé, de kerkklokken beieren zeker tien minuten lang. Het is maandagmiddag 15.00. Of er wordt getrouwd, of er is iemand overleden en dan is het vreemd om in een betrekkelijk klein dorp te wonen, waar je zou verwachten dat iedereen iedereen kent, maar dat is niet zo. Het ligt aan ons. We zijn behoorlijk op onszelf. Misschien wel omdat je hier slechts een piepklein winkeltje hebt, dat op variabele tijden open gaat en die zijn op z’n minst onduidelijk te noemen en er is een postkantoortje, niet meer dan een loket in hetzelfde winkeltje. Een praatje aanknopen is er nauwelijks bij.

Net gingen we boodschappen doen in het stadje, tien minuten verderop. Met ons boodschappenkarretje vol voor vier dagen stonden we te wachten tot de man voor ons zijn betamelijke hoeveelheid op de band had gelegd. Daarna konden wij. Lief was er mee bezig en op een gegeven moment knikte hij naar iemand. Ik keek om. Vaag bekend, dat wel. De man stak een hand uit naar Lief en daarna naar mij en de jonge vrouw evenzo. ‘De buurman van de overkant en zijn dochter’, vertelde Lief toen wij konden inpakken. Een vriendelijk gezicht. Hè verdorie, wat moet je ook alweer zeggen als je iemand tegenkomt. Ja ‘Jo Napot’ en daarna dan. ‘Hogy van’. ‘Hoe gaat het’, blijkt dat te zijn en dan maar hopen dat dat een eenvoudig antwoord kent.

Lastig als taal het middel bij uitstek is en communicatie een van je levensaders. Engels is hier bij de oudere medemens nog niet echt een begrip. Duits alleen bij een enkeling, maar liever niet. Frans valt af. Dan wordt het toch een stuk lastiger. We lachten naar elkaar en ik kon van zijn gezicht de vriendelijkheid aflezen. Dat was alvast een waarneming.

Naar aanleiding van de vier vrouwen uit het boek ‘Het Kwartet’, hadden Lief en ik een leuke discussie over het fenomenologisme, een filosofiestroming ‘die de essentie van ervaringen bestudeert zoals ze zich direct voordoen aan het bewustzijn, los van wetenschappelijke of theoretische aannames’. Als leerkracht leer je zo objectief mogelijk te observeren. Dus geen veronderstellingen, geen aannames, alleen dat wat je ziet gebeuren. De handeling op zich, zonder de gedachte erachter. Moeilijk, maar eenmaal in je vingers, ook weer heel verhelderend.

Met natekenen is er vaak sprake van het feit dat je tekent, zoals je denkt te weten dat het eruit ziet, in plaats van hoe het in werkelijkheid is. Op die manier kan je perspectivisch geweldig de fout ingaan. Maar als je dat bewust doet is het de vrijheid van de kunstenaar om de wereld naar zijn hand te zetten. Bij een realistische tekening niet. Dan wordt het een vergissing.

Als voorbeeld gaf men: De poes in de kamer. Als je in die kamer op een stoel zit en je leest de krant en je zag voordat je begon met lezen de poes in de rechterhoek zitten, maar als je daarna de krant laag houdt en rond kijkt, je de poes in de linkerhoek ziet zitten, dan kan je er niet vanuit gaan dat hij daarheen gelopen is, want je hebt het niet gezien. Het geeft weer een hoop stof tot denken. Wat is wijsheid. Misschien weet ik het aan het eind van het boek.

We hebben de pectine en de suiker gevonden, zelfs een bekend Nederlands merk dat de verhouding 1:4 belooft. Dat is heel veel suiker minder. Ik zal alle lege potten in de vaatwasser zetten en op het volledige program laten draaien. Dan hebben we genoeg voor dat weeshuis.

We zagen de film ‘A New Kind of Wilderness’, van Silje Evensmo Jacobsen. Het gaat over de keuze van de familie Payne, om in de Noorse bossen op een kleine boerderij zelfvoorzienend en vrij en ongebonden hun leven te gaan leven met de vier kinderen. Bij een grote verandering in de samenstelling moeten ze verhuizen. Over natuur, levensvraagstukken, rouwverwerking, onmacht, onverwachte voordelen en liefde. Een prachtige film met een boodschap. Al het leven kent een keerzijde.

Overpeinzingen

Eerst proeven en dan weten

Heerlijk dagje. Mooie berichten uit bijna alle vakantieoorden met veel zon en vrolijke vakantiesnoetjes, maar ook van de inmiddels weer thuisgekomen kinderen die het eigen land nog even toetsen aan al het moois dat het te bieden heeft.

Lief had vanmorgen de kleine blauwe(de stofzuiger) naar het atelier gebracht, dus ik kon aan de slag. Per ongeluk hadden we met het zuigen ook het mierennest van de reuze mieren verstoord en helaas pindakaas, daar moesten ze toch echt weg. ‘Domoren, blijf dan buiten’, foeterde ik van binnen. Net bij de middagpauze ontdekten we dat het spoor dat ze al jaren volgen over het richeltje van het terras ook gestopt was. Een beetje gek toch, we waren er zo aan gewend.

Heerlijk om de boel weer schoon en opgeruimd te hebben. Dat maakt het hoofd leeg en geeft ruimte voor nieuw werk, al staat er ook nog onaf oud. Dat is voor later. Elk hoekje wordt ontdaan van oude spinnenwebben, dode wantsen en stof, zowel binnen als buiten op het terras. Daar stond ook een tafel met een glasplaat erop, maar vorig jaar is die gebarsten. Nu heeft Lief de twee helften verwijderd en komt er een allerschattigst bamboe tafeltje te voorschijn. In ere hersteld.

Zuslief is gisteren naar Ambon gevlogen en vanmorgen goed aangekomen. Dappere onderneming. Ze stuurde een foto van een room with a view en daar was goed op te zien dat de regen er met bakken naar beneden kwam. Ze is er met een missie. Dappere actie.

Als we samen wat aan het drinken zijn, zet de zon onze bosnimf in het volle zonlicht, even wat warmte op die blote schouder. Dat mag ook wel, want in de wind is het frisjes. Ik schrijf nu dan ook op het terras achter het huis. Daar is minder wind.

In het schone atelier kon ik niet wachten om te beginnen. Op een oud doek met onbevredigend tafereel zet ik mijn oude dame met poes op. Ze hoort in de Hongaarse Sjaaltjes-serie thuis. Daar zal ze zich vast happy voelen. Het gaat lekker. De vrouw komt langzaam uit de verf en poes volgt. Morgen weer verder. Wat mis ik het toch als hier de dagen veel te warm zijn. Dan is het niet uit te houden in de Datsja en teken ik alleen in het dagboekje. Daarmee loop ik ook wat dagen achter, maar het vordert weer gestaag. Het inkleuren met viltstift heb ik laten varen. Ik ben toch veel meer een verfmonster. Aquarelletje erop en klaar is tante Betje. Niet van dat benauwde. Graag met Franse slag.

Het sap is eindelijk gelei geworden. Het is heel goed gelukt. Drie potjes en een beetje. Inderdaad, veel suiker zit er nu nog in bij gebrek aan pectine, maar omdat we er maar minimaal gebruik van maken, bijvoorbeeld in de ochtend een crackertje en een theelepel bij een van die goddelijke oosterse sausjes, mag het, vinden wij. Met de pectine hebben we tweederde minder aan suiker nodig. Dat gaan we op de rest uitproberen. Er hangt genoeg om het hele dorp van jam te voorzien. Maar die grossieren ook flink in druiven. In ieder geval de kinderschaar er mee verrassen. En cadeautjes maken in leuke potjes. Zo leuk om weg te geven. Morgen met druiven en vlierbessen aan de slag. Geen idee of het kan, die combinatie. Eerst proeven en dan weten.

Overpeinzingen

Dit zal nog een vlucht nemen

We waren al vroeg op pad, dat wil zeggen voor het middaguur. Naast de supermarkt zat een electronica zaak waar ze ook stofzuigers verkochten en die wilden we aanschaffen, want de oude grote stofzuiger had het na jaren trouwe diens begeven. Stoffie zoog er ondertussen lustig op los in de stofzuigerloze dagen. De discussie over wel of geen stofzak hadden we al gevoerd en het vooronderzoek naar de merken die in de zaak aanwezig waren had al uitgebreid op internet plaats gevonden. Nauwgezet vergeleek Lief ze met elkaar. We kozen een merk, waar de zakken ook van in de winkel verkrijgbaar waren anders moesten we iedere keer weer op stofzuigerzakkenjacht.

Met een glanzende lichtblauwe, een nieuwe blauwe prins, kwamen we thuis. De vrouw die ons hielp sprak vloeiend Engels. Heel fijn.Straks mag hij in werking treden. Het gaat met name om de voorzolder en de hele grote achterzolder.

De druiven waren aan de beurt. Ze moesten uitgedund worden en de verschrompelde trosjes van vorig jaar eruit geknipt. Dit jaar zullen we hem na de oogst weer helemaal terug snoeien. Van de takken die ik er tussenuit haalde hingen toch al redelijke druiventrosjes, die ik apart legde op de tafel. Het blad en de rest ging in een grote rieten mand. Op mijn haar stond een hoedje en de bril had ik op ter bescherming van oog en haar, want er kwam heel wat uitvallen. Het waren zoveel nog niet helemaal rijpe trosjes, dat ik besloot er gelei van te maken. Het was een gokje, ik had geen idee hoeveel gram druiven het waren en ik had er enkele lepels geleisuiker bij gedaan. De boel ingekookt, door een zeef gehaald, suiker erbij en een half uur laten borrelen. In de potjes gedaan en achteraf te weinig suiker gebruikt. Straks opnieuw langer koken met nog wat suiker erbij is een oplossing. We gaan het zien en beleven. Het was wel fijn om zo bezig te zijn. Nu heb ik ook zin in de vlierbessen.

Met het restje Nuoc Mam van gister maakte ik komkommersalade en een simpele rijstnoedelschotel. Die saus is hemels.

In de ochtend was er een verrassing. Er werd buiten ‘Jona Pot’ geroepen, een teken dat er iemand voor het grote hek staat. Het bleek de postbode te zijn en Lief was toevallig in de Hof in de buurt aan het werk en op tijd naar voren gegaan. Ze kwam een pakje brengen. Het bleken de verdwenen sandaaltjes te zijn. Dochterlief en Co hadden het hotel een bericht gestuurd en die hadden vervolgens de boel ingepakt en opgestuurd. Wat heerlijk.

‘Het Kwartet’ speelt zich nog steeds in Oxford af, maar in een stad waar de tweede wereldoorlog een gezicht heeft gekregen door de hospitaalbedden overal, de studenten die opgeroepen werden om al dan niet hun plicht te gaan vervullen en de nevenactiviteiten van de dames naast hun studie filosofie, zoals dekens breien. Het is een wonderlijke hinkstapsprong tussen het luxe oude en het schamele nieuwe. Boeiend is het nu wel en met humor verteld. Het eerste deel was een tikkie moeizaam.

De film ‘Nothing Personal’ die we daarna keken, speelde zich af op het ruige Ierse platteland. De film heeft prachtige shots van het landschap in Connemara en Andalusië. De hoofdrolspelers zijn Lotte Verbeek en Stephen Rea. De regie is in handen van Urszula Antoniak. Ze won er onder andere gouden kalveren mee voor beste film en beste regie. Er wordt weinig in gesproken, maar er viel veel tussen de regels in te lezen. Te zien op NL.Ziet.

De zon schijnt weer. De gelei in de herkansing en de vlier als nieuwe onderneming. De schrijfingangen zijn leuk. Totaal anders, maar ook veelzeggend over de manier waarop je zelf tegen bepaalde dingen aankijkt. Ongemerkt leg je veel van jezelf vast. Dit zal nog een vlucht nemen.

Overpeinzingen

Aan de slag dus

Door het open raam waaien flarden stemmen binnen. Ik versta ze niet. Hongaars is een moeilijke taal en ook al studeer ik iedere dag twee uur, dan blijft het bij woorden herkennen als ik ze lees en nauwelijks een herkenning als ze gesproken worden. Maar de toon en de intonatie zijn overduidelijk. Er wordt gesproken met een klank die onmiskenbaar boos is. Buurvrouw is boos op haar man, die met een hersenbloeding al een paar jaar als een kasplantje voortschuifelt door de tuin en niets meer kan, terwijl de buurvrouw alle hooi op haar brede vork neemt tot en met het maaien van voortuin en tuin, verzorging van de kippen en het hondje en nu dan al langer dan twee weken haar man, die normaliter in een opvanghuis verblijft. Ik sluit het raam, misschien wel uit piëteit of omdat het pijn doet haar zo te horen.

Echte emotie is universeel, al kan het anders geïnterpreteerd worden. Lief zit op mijn bed, waar ik kantoor hou en kijkt door het raam naar het huis van de buren. Hij vertelt, dat hij ze nog heeft zien komen. Hoe blij ze waren om hier hun oude dag te mogen slijten. Het dak werd vernieuwd, er kwam een schuur bij, waar de buurman zijn duiven hield en af en toe kwam er iemand met een mand met een duif erin langs. Hij liep een blokje om met het hondje. Ze knoopten af en toe een praatje aan met Lief. De dagen waren goed, het leven lachte hen toe.

De schuur is scheefgezakt en leunt een beetje tegen het grote huis aan, de schuifelende man, het mottige hondje en het schuurtje zijn het gevolg van de tand des tijds. Lief wordt er verdrietig van en misschien ook wel weemoedig. Zo is het zo onmiskenbaar dat het niet vanzelfsprekend is dat alles bij hetzelfde blijft, integendeel. Hier ligt de deceptie op straat of klinkt door een open raam…

Gisteren regende het pijpenstelen en vannacht ook nog. Vandaag komt er nieuwe regen, maar daarna wordt het weer zonnig, zij het minder warm.

Gisteren maakte ik springrolls met rijstevelletjes uit Nederland en om ze te dippen maakte ik een Vietnamese dipsaus erbij met vissaus, rijstewijn, suiker. Van alles twee eetlepels. Dat roer je door elkaar tot de suiker is opgelost, dan gaat er nog een chilipeper door en het sap van een halve limoen. Bij gebrek aan chilipeper heb ik een half theelepeltje sambal badjak er door gedaan, wat ook heerlijk is.

We hebben zitten smullen. De uitjes en de groente voor de vulling van de springrolls had ik licht aangebakken, maar helemaal rauw is lekkerder. Al doende leert men.

Het schrijven voor vandaag is gedaan en ik heb me aangemeld voor de cursus van een jaar. 365 dagen schrijven, niet zoals ik altijd al doe, maar met een nieuwe focus. Het was een genot om los te gaan op die drie ontvangen schrijfingangen. Ze noemt het expres geen schrijfopdrachten. Er wordt een woord of zin gegeven en de ontvanger gaat er mee aan de haal. Zoiets als ‘alles wat ter tafel komt’. De eerste twee cursusdagen zijn al binnen.

Het is ook de hoogste tijd dat de boeken weer worden opengeslagen want die blijven angstvallig dicht. Zoveel tijd heb ik niet meer. Aan de slag dus.

Overpeinzingen

Precies datgene wat je nodig hebt

Niet leven vanuit angst maar vanuit vertrouwen, las ik vandaag. Dat zinnetje blijft me achtervolgen alsof het roept om uitgediept te worden.

Eerst heb ik vandaag de tweede opdracht van de schrijfcoach bekeken en uitgevoerd. Het werkt bevrijdend op de een of andere manier. Het zijn losse flarden. Het doet me een beetje denken aan het jaar dat ik herstellende was van een flinke dip en waar ik uit kon klimmen met behulp van een psycholoog en The Artist Way, het boek van Julia Cameron. Niet vanuit de een of andere cursus of iets dergelijks, maar gewoon. Op eigen houtje, in eigen tijd en eigen uur. De bedoeling was om iedere ochtend drie bladzijden te schrijven. In mijn geval werd dat typen, want als mijn vingers over de toetsen kunnen dansen komen de verhalen vanzelf.

Ik beschreef het begin van zo’n dag. Het straatorkest dat al om zeven uur begon met drilboor en de klank van ijzer op ijzer van de werkmannen aan de overkant, de dunne kinderstemmetjes en het bassen van de ouders tussendoor als men schoolwaarts ging, de klok van de buurman die nooit op het hele uur slaat, zeven keer, de krakende trap van de zolder als zoonlief naar beneden ging.

Voor je neus wegschrijven was het advies, niet nadenken, doen. Een ander moment was het op stap gaan met je fototoestel en alles vast leggen waar je normaal niet snel naar zou kijken. Alleen met jezelf een keer per week de natuur in of naar een museum, de bibliotheek of een kleine kroeg. Het toestel noemde ik mijn ‘oog voor kunst’-oog. Het hielp. Ik had er echt baat bij. En met de begeleidende gesprekken van de psycholoog was ik met een half jaartje gelouterd en kon aan de terugkeer in het dagelijkse bestaan beginnen.

Als je het nou hebt over leven uit vertrouwen dan werd dat in die periode toch echt wel bewerkstelligd door het schrijven iedere dag, de uitstapjes en de gesprekken. Zodanig zelfs dat ik stellig kon vermelden klaar te zijn met de wekelijkse sessies. De angst voor het terugkeren was nog niet helemaal weg, daar zat nog een grillig staartje, maar door het toenemen van het vertrouwen werd ook dat laatste restje glad gestreken. ‘We zijn er weer’, was mijn gedachte. Eenmaal op mijn vertrouwde stoel, met al die lieve koppies om mij heen, zeilde de energie als vanouds naar binnen. En gaan!

Eigenlijk weet ik nu bijna al dat ik de uitdaging met de schrijfcoach aan ga. Om met mijn moeder te spreken: ‘Baat het niet, dan schaadt het niet’ en ‘Daar kan je je geen buil aan vallen’.

Leren vertrouwen op jezelf opent deuren van de dingen waarvan je dacht dat je ze nooit meer zou doen, stappen te zetten, die je allang overboord gegooid had. Ik reis met het grootste gemak, duik een hotel in alsof het de gewoonste zaak van de wereld is en onderneem acties, waar ik vroeger over geaarzeld zou hebben. De broer van Lief kwam met een mooi voorbeeld van het onmogelijke mogelijk maken. Hij is 78 en dacht dat hij nauwelijks nog trappen kon lopen, tot ze ergens een kamer hadden geboekt in een hotel boven op de heuvel, waar alleen een lange trap naar toe leidde. De eerste dag ging moeizaam met het nodige gesputter, maar iedere volgende dag ging het makkelijker. Geen kwestie van niet kunnen, maar een kwestie van spieren trainen. Bijna alles is mogelijk als je er vanuit gaat dat je het kunt. Vertrouwen hebben in jezelf en wat je aan kan is dan precies datgene wat je nodig hebt.

Overpeinzingen

Een beetje geluk kunnen we allemaal wel gebruiken

Er is een schrijfcoach, waar ik misschien interesse in heb. Ze komt iedere dag met een zo breed mogelijk te interpreteren opdracht. Omdat ik al zo lang schrijf wilde ik zeker weten of deze vorm voor mij interessant zou zijn. Ze beloofde me drie voorbeelden te sturen. De eerste kwam vandaag binnen. Ik zal het niet publiekelijk maken, want dan schiet ik misschien onder haar duiven, maar ik heb al vaag de indruk dat het weleens een hele boeiende inspiratiebron zou kunnen zijn.

Vanmorgen had ik het op de heupen. Een keer in de zoveel tijd is dat alleen maar gunstig voor het huis, want dan moet voor een groot deel de onderste steen boven. Buiten is het pittig warm dus een uitgelezen moment om binnen onze dikke muren aan de slag te gaan. Spinnen en spinnetjes nemen de wijk als ik met mijn grote ragebol, nou ja, eigenlijk een stoffer, alles aan web van de muren veeg. De ramen van binnen en van buiten in de gang moeten eraan geloven evenals de vensterbanken, die weer spic en span blinken. De planten, Yucca’s, een Calanchoe, Aloe’s en de rode Geraniums krijgen een liefdevolle verzorging, dood blad en bloem eruit en een woordje ter bemoediging.

Lief heeft Stoffie aan het werk gezet in de drie kamers beneden en is zelf met een kleine kruimeldief boven de spinnenwebben en stofraggen aan het wegzuigen. Heel fijn om dat samen te kunnen doen.

Het is nationale feestdag in Hongarije. Alle winkels zijn dicht. Gisteren wilden we Agaath door de wasstraat halen, maar de enige die er is, naast het pompstation, was in reparatie. Helaas, pindakaas. Nu rijdt ze rond in haar stoffige zwarte kleedje.

Gisteren het gesprek met Ugur Ümit Üngör afgekeken. Het leek meer op een college en dat kwam min of meer door de vragen die gesteld werden. Voor mij had het meer diepgang mogen hebben wat betreft de persoon Ugur.

En opnieuw heeft een bericht uit de inner circle ons opgeschrikt. Iemand die een beroerte heeft gekregen. Hij woont niet meer hier maar een halve wereld verder. Nog te jong. Beelden van vroeger, herinneringen en gedachten blijven zweven, voortdurend is er een moment om even bij stil te staan. Ik zou alles willen weten, elke minuut. Juist bij dergelijke gebeurtenissen. Hier zou je op bezoek gegaan zijn om in te schatten hoe of wat. We kunnen alleen maar duimen dat een aantal functies snel weer terugkomen. Onmachtig.

Dochterlief kwam ineens met iets heel anders aan, dat weleens een serieuze optie zou kunnen worden, maar we moeten er nog goed op voort borduren. Alhoewel, de voordelen van haar plannetje in ons hoofd zijn alleen maar groter worden. Ze had nog een verrassing. De Vergeten Sandalen worden opgestuurd door het hotel. Daar had ik zelf geen seconde aan gedacht, maar het was het eerste wat zij en schone zoon wilden regelen. Wat lief weer. Ze zijn al op de post. Superblij mee, want ze lopen als een tierelier.

O ja, en de Hosta bloeit

Gisteren kwamen er foto’s binnen uit Frankrijk van Dune de Pilat aan de Cote d’Argent. Het is het hoogste duin van de wereld. Het strekt zich uit over 616 meter van oost naar west en over 2,9 kilometer van noord naar zuid. Indrukwekkend mooi, duin én dochter trouwens.

Zoonlief is vanuit het regenachtige Ambon naar Bali gegaan. Nog twee weekjes en dan zijn ze weer thuis. In Normandië worden prachtige grote schelpen gevonden. De rakkertjes zijn er maar druk mee. Ze zijn ideaal om ze te beschilderen en ze dan als zwerfschelpen of geluksschelpen ergens neer te leggen voor een toevallige vinder. Een beetje geluk kunnen we allemaal wel gebruiken.

Overpeinzingen

Een speld in een hooiberg

Er vliegen twee grote aalscholvers over. Ze maken een kabaal alsof er iets achter hen aan dreigt te komen, Maar vooralsnog blijft het luchtruim leeg. Gisteren zat er tussen de mussen nog een verdwaalde gast te poedelen in de waterbakjes(de oude hondenbakken van weleer). Het was de Putter en je zag ‘m denken ‘Ik ben er niet, ik val niet op’, maar tussen al dat bruin en zandkleurig leven zijn rood en geel de kleuren die onmiddellijk het oog trekken.

Gisteren gingen we pas tegen een uur of twee op weg om het meertje te zoeken dat we de dag ervoor op de kaart gevonden hadden. Het bleek toch het Kisto Strand te zijn. Een mooi klein meer tussen de bomen, los van het grote Orfü met veel wandelruimte en ligplaatsen. Zo op het oog vooral bevolkt met Hongaren, gezinnen met kinderen, Opa’s en Oma’s en karrevrachten aan tassen, banden en schepjes mee, maar door de ruime opzet voldoende spreiding. Er werd entree geheven. Het liep al tegen drieën na het warmste uur van de dag, dus er stond een rij mensen te wachten voor de kassa. In de ochtenden zal het veel rustiger zijn. Er was ook een restaurant, dat én via de weg én via het omheinde meer te bereiken was. Daar dronken we een o.o biertje en sloegen de wespen gaande die in grote getale op de zoetigheid afkwamen. Een kind aan een andere tafel raakte volledig in paniek door die gonzende aandacht en zette het op een krijsen, waarop de hele familie naar binnen trok om daar te eten.

Ik redde ondertussen een van de beestjes van een wisse verdrinkingsdood door het met een tandenstoker-verpakking uit het bier te vissen. Een grotere wesp vloog er zoemend omheen. Paniek? Het kroop in ieder geval naar het druipende suikerbommetje toe en bleef er even bij. Ze vlogen samen op.

We zagen op de kaart dat er nog een strand 6 km verderop was, maar dat was aan het voor ons te drukke Orfü-meer zelf. Vermaak met waterfietsen en surfplanken trekken nu eenmaal veel liefhebbers. We houden het bij het kleine meer(wat Kisto letterlijk betekent).

Daarna reden we dwars door het Mecsek gebergte compleet met wat niet mis te verstane haarspeldbochten naar beneden richting Pécs. Onderweg prachtige panorama’s maar nergens een plek om even een foto te nemen.

Boodschappen bij die andere Duitse keten, een drukte van jewelste en pas om kwart over zes thuis, maar met een left-over van de dag ervoor konden we toch nog redelijk vroeg aan de VPRO-avond beginnen en inderdaad, zoals het deel dat ik al gezien had, zeer de moeite waard. Niet zo zeer om de diepgang van de interviewster, want die ontbrak een beetje tot nu toe, maar om de rustige en heldere uitleg door de gast zelf van een van de moeilijkste onderwerpen van dit moment. Naast een fragment uit de Iraanse film ‘Mitra’ zagen we ook een documentaire over mannen die in het kamp Sobibor een opstand hadden gepleegd, waarbij zeker 450 mensen aan een wisse dood ontkomen waren. Intrigerend om te zien hoe zo’n trauma nog die woede kan losmaken.

Lief was vanmorgen zijn telefoon verloren ergens op die grote vlakte van het voedselbos. Met Heilige Antonius en zijn eigen intuïtie heeft hij hem weer teruggevonden. Inderdaad een speld in een hooiberg.

Overpeinzingen

Ook dat is geen probleem

Vanmorgen heb ik het begin tot en met het eerste filmfragment teruggekeken van Zomergasten. Wat een aangename ‘gast’ zat er dit keer tegenover Griet op de Beeck. Het was de Historicus en Hoogleraar Holocaust- en Genocidestudies Ugur Ümit Ügör. Hij zat daar om te vertellen over zijn vak, over de diverse ontwikkelingen in de wereld en over de definitie van Genocide, de VPRO geeft aan met behulp van Ugur zelf waarom het van belang is te kijken:

Zoals Üngör zelf zegt: ‘We gaan samen afdalen in zware materie. Maar we gaan er ook samen weer uit omhoogkomen.’ Zijn avond gaat over genocides en oorlogsmisdaden, maar ook over veerkracht en hoop. En over het belang van blijven vertellen.  

Het eerste deel van de lange avond was erg boeiend en in alles komt hij de belofte na. Vanavond beginnen we samen opnieuw eraan, want ik geloof dat zijn relaas veel van de onrust die er leeft om kan zetten in een blik die op de toekomst gericht zal zijn, niet met het gevoel onder het zwaard van Damocles te leven, maar met het ontluikende gevoel van hoop.

Om te beginnen is er alvast om mij heen het gefladder van de koningspage, de boodschapper van Geluk, Schoonheid en Vrijheid. Een uitspraak van Ugur indachtig: ‘Waar de wetenschap eindigt, heb je kunst nodig om uit te beelden hoe zoiets in zijn werk is gegaan.’ Een rake formulering, die hout snijdt. Hij laat zijn studenten ook fragmenten van speelfilms zien, die de waarheid benaderen, om er voor te zorgen dat het inlevingsvermogen groter wordt. Op die manier beklijft het beter. Schoonheid in de natuur als tegenhang helpt ook daarbij en de goede berichten van mijn kinderen, waar dan ook, eveneens

Er komen beelden door van Ambon waar zoonlief en de schoonfamilie gisteren het afscheid vierden van hun familie daar met weemoedige samenzang, zelfs de kleintjes doen mee. Wat een warm en gelukkig beeld. Op dit ogenblik zijn ze alweer op Bali, als het goed is.

Uit Normandië komen heerlijke beelden van de drie rakkertjes, die op en top genieten van zand, water en schelpen in het zachte ochtendlicht. Een welkome afleiding na alle schrik van de afgelopen dagen.

Het druivenprieel vordert al met opschonen van de oude takken en hier en daar wat snoeien om licht door te laten. Het is een heerlijke plek en zomers verrassend koel. In het algemeen zal het vanaf nu zo tussen de 25 en de 30 graden blijven. Dat is een wereld van verschil en dan kan ik weer meer buiten zijn, maar vooral is het dan ook uit te houden in het atelier. Hoera. Aan de schilder dus, deze week.

Vanmiddag gaan we kijken naar het natuurmeer dat we hebben ontdekt en voor Lief is het een herontdekken, want hij was het glad vergeten, omdat zwemmen al zo lang geen optie is geweest.

Ik heb op mijn manier geprobeerd om wat feng shui(met een knipoog) het terras in te blazen. De druivenuitlopers wat omhoog, de kuka(vuilnisbak) uit zicht en een kleedje op de tafel. Over twee weken komen nichtlief en haar man. We kunnen eigenlijk niet wachten. Echt zin in, temeer, omdat we toen we samen jong waren met z’n vieren regelmatig contact hadden. We pakken gewoon de draad weer op. Dat kunnen wij. En we breien er iets moois van. Ook dat is geen probleem.

Overpeinzingen

Het geeft een mens lucht

Een bericht van een lieve vriend over wat hem overkwam op de laatste dag van de vakantie, laat me afreizen naar een vakantie in Portugal met de hele familie in de herfstvakantie van 2017. Het was vrij relaxed allemaal. Door een meevallertje hadden we een uitgesproken luxe huis ter beschikking, omdat het eerder gereserveerde exemplaar onder water stond of iets dergelijks. We hadden allemaal een ruime kamer met douche of daaromtrent, er was een speelkamer voor de kinderen, een zwembad in de tuin en van de hoek van de straat liep je zo de duinen in naar dat goudgele strand, compleet met rijtjes uitstaande parasolletjes, wachtend op de eerste bezoekers van die dag.

Het was een vakantie om helemaal tot rust te komen en toch. Op de wandelingen die ik alleen maakte, een lange langs het strand en een naar een buurtdorp over de weg ging het moeizamer dan ik gewend was. ‘Die stomme COPD drukt weer eens een stempel,’ foeterde ik in mezelf. En dat zorgde ervoor dat ik uit louter opstandigheid nog een tandje bijzette.

Vliegen ging goed, thuiskomen en werk ging goed. Helaas was er een school bij waar ik een dag in de week moest invallen en volledig niet op mijn plek zat. Én in de verkeerde groep én met getraumatiseerde kinderen door steeds weer nieuwe leerkrachten, die niet in een lokaal zaten, maar in de haastig aangepaste gymzaal. Hoe het ook zij, ik kreeg ze niet in de vingers. Dat laatste figuurlijkerwijs gesproken. Dat zorgde toch voor de nodige stress wegens onmachtige gevoelens die het opriep.

In diezelfde tijd deed ik op de vroege zondagmorgen een teken-en-schildercursus in Haarlem. Een van die ochtenden in December was het te glad om met de auto te gaan. Met mijn zware verfspullen moest ik de trein in, op een dag dat we met zussen en nichten eveneens een ontmoeting hadden afgesproken, gelukkig ook in Haarlem maar op een tijdstip dat vlak op het einde van de cursus zou zijn. Ik moest haasten, het begon te sneeuwen en de tas werd steeds zwaarder, lucht was er sowieso te weinig en toen moesten we in het restaurant ook nog een hoge trap op naar de eerste verdieping. Gevalletje Pech met een hoofdletter.

Tel daar de drukte van een Sint en Kerst op school bij op en je hebt een uitmuntend scenario om op de eerste dag van de vakantie ziek, zwak en misselijk te zijn. De oorzaak, de werkelijke oorzaak lag heel ergens anders, maar daar kwamen we pas twee weken later achter.

Vriendlief zal ook menig keer terugdenken aan alles voordat gebeurde waarmee hij me aan het terugdenken had gezet. Ik wilde eigenlijk schrijven over De Grote Niet Zo Vriendelijke Reus, Roald Dahl, een artikel van een Groene uit 2023 of iets over het feit of je verandert in de loop der jaren of niet, naar aanleiding van een artikel van Marja Pruis.

Maar dit moest ik eerst kwijt want het bleef maar spoken en als ik het opschrijf, krijgt het hele verhaal tegelijk een plekje. Het deed me wel denken aan een boek van Marga Minco: De Val, waarin ze beschrijft hoe de enscenering, waarin dingen gebeuren, in elkaar grijpt tot het moment daar is en ontkomen aan bijvoorbeeld die val onmogelijk blijkt te zijn. Het is helaas allemaal al geschreven, anders was er nu een nieuw boek, want dat voel ik borrelen. Een blog is ook prima. Het geeft een mens lucht.

Overpeinzingen

Voorlopig viert alles wat dorst heeft, feest

Een vermakelijk artikel over de natuur, die we eigenlijk niet meer zo moeten noemen, omdat we er zelf onderdeel van zijn. Het is van de hand van Sanne Bloemink, it’s all in the name, getiteld -Mijn Tuiny Forest-‘Het is Prachtig, Schat.’ Haar verhaal is bijna een wonder te noemen. Van driehoog met een klein balkon verhuisden zij en haar gezin naar een huis met een tuin. Elke herfst tobden ze met het gele gras toen de kinderen klein waren en besloten over te gaan op kunstgras met twee richeltjes aarde. De verkoper had beweerd dat het waterdoorlatend was en vanwege het duurzaamheiskarakter, hadden ze het maar wat graag voor waar aangenomen. In de richeltjes stopte ze hier en daar wat zaadjes. Na een vakantie was het plastic gedrocht overspoeld door een courgetteplant en op één keer was er ‘Een magisch gevlochten bol met een deksel van lila draden erop’ ontstaan. Het bleek een artisjok, iets wat ze nooit geweten had. Een artisjok heeft bloemen. Het was komen aanwaaien. Daarmee had ‘de natuur’ een knop omgezet bij haar.

De magie had z’n werk gedaan en ze ging obsessief aan de slag met zaadjes, plantjes en ‘natuur’. Ze schreef erover en kwam tot de bevinding dat Nederland in feite vol stond met tuinen, zelfs de aangelegde bossen. Ze wilde niet meer lijdzaam toezien maar handelen, dat wat behapbaar was, doen en ze ging over tot de aanleg van een Tiny Forest’, dat ze omdoopte in ‘Tuiny Forest’, waarvan het concept was bedacht door een Indiase ingenieur, Shubbendu Sharma, naar de Japanse methode van Akira Miyawaki. De helft van het kunstgras werd verwijderd en ze plantte een paar boompjes. In het begin werd ze uitgelachen omdat er nog maar weinig resultaat te zien was van het wroeten en mulchen onder de boompjes, maar een paar jaar later wierp het z’n lieflijke vruchten af.

Dit is zo’n beetje een inleiding voor de rest van het verhaal, die met humor en aandacht geschreven is en die buiten de tuinperikelen ook heikeler zaken onder de loep neemt.

Het doet me een beetje denken aan de manier waarop we begonnen zijn met de aanleg van de Voedselhof, wat er voor de ene helft op neer kwam over te gaan tot nieuwe aanschaf van bomen en struiken, maar anderzijds ook ten dele ruimte te geven aan dat wat overwoekerd werd door het Duinriet, dat het hele veld had ingenomen. Lief weet wat hij doet, want hij heeft de hele Hof op deze manier stukje bij beetje aangelegd. We zien hele nieuwe ontwikkelingen, nu al, nieuwe insectensoorten, vogels, planten en bloemen, die eindelijk volledig de ruimte krijgen en tot wasdom kunnen komen.

De Tiny Forests van Sharma zijn iets anders van opzet dan Sanne Bloemink haar Tuiny Forest, maar wel op eenzelfde leest geschoeid. We zouden ons eerst moeten verdiepen in de theorie van Sharma, om te weten te komen wat er hier van toepassing kan zijn. Een andere tip van haar hand is de film ‘Fantastic Fungi’, waar ik net een trailer van heb gekeken en die me zeer de moeite waard lijkt.

Ondertussen is het hier, met vandaag 36 graden op de barometer, gaan onweren en regenen, zomaar ineens, onaangekondigd. Heerlijk. Dat was precies wat er nodig was. De bladeren werden steeds pieriger en geler. De zon piept er af en toe ook tussendoor, dus misschien als klap op de vuurpijl nog een mooie regenboog. Voorlopig viert alles wat dorst heeft, feest.

Overpeinzingen

Elke avond een zee van sterren

Twee boeken vallen met een klap op de grond. Ik hoor het en zie bij het opkijken ineens onder de grote eiken kledingkast een stofje hangen, roerloos. De trilling van de klap heeft niets in werking gezet. Buiten blaft het hondje van de buurvrouw nu al een half uur en een auto toetert ongeduldig. De buurkinderen roepen iets naar elkaar en de jongste zet het op een krijsen. Geluiden door het raam, onrustige morgen. Twee minuten later is de rust volledig weergekeerd. Alleen de blaffende honden aan het eind van de straat laten zich nog horen. Het stofje hangt er nog, roerloos. Zo gaat dat hier.

De voedselhof wordt langzaamaan steeds meer uitgebreid met stekjes en zaailingen van onze eigen bomen en we overwegen ook nog wat bijzondere te kopen. De hibiscussen slaan allemaal aan, evenals eindelijk de bessenstruiken en de appelboom kweekt een rijtje van zijn soort. Over een jaar of twee zijn het echte boompjes aan het worden met de dunne zwarte kousenbeentjes van Vasalis.

Lief heeft ook het pad van het huis af tot hier achteraan toe, dwars door het bos, door laten lopen. Hij noemt het: ‘Het filosofenpad’ naar het pad wat ik bewandelde met vriendinlief bij de school van Wijsbegeerte in Amersfoort. Het is de verbinding van voor naar achter en van het bos met de voedselhof, dus echt op filosofische gronden geschoeid.

Nu we het toch over filosofen hebben. Ik las de inleiding van ‘Socrates op Sneakers,’ het boek van Elke Wiss. Heerlijk om de oude man zo bij het heden te trekken en hem een paar felgekleurde sneakers en een batmancape aan te meten. Bovendien is het heel vlot geschreven en valt het met een probleem in huis, dat iedereen had kunnen overkomen. Het ging met name over wel of niet vragen stellen, buitengesloten worden, ingrijpen of meegaan met de massa, moeilijke vragen durven stellen, maar vooral op welke manier dan, en verbindend willen zijn in een gesprek door de diepte in te gaan. Prietpraat en veilige vragen houden misschien een gesprek gaande, maar dan zegt men in wezen minder dan niets.

Er blijkt wel degelijk een vorm van moeilijke vragen stellen te zijn, die niet zo koud op iemands dak hoeft te vallen. In het voorbeeld werd dat wel gedaan en maakte het negatieve emoties los. Dan schiet je je doel voorbij. Ik ga er is lekker over door filosoferen en misschien is het een boek om aan te schaffen.

Op Ambon waar zoonlief nu met de hele schoonfamilie vertoeft, is er sprake van het regenseizoen. Niet alleen beelden van prachtige stranden en oceanen, maar ook twee grote meiden dansend in de regen, trappend in de plassen. Lauwe regen, je kunt het maar beter omarmen.

Aan de kust in Frankrijk waar de oudste dochter met de hele familie zit, is het kwik inmiddels opgelopen tot 41 graden. De zee is heerlijk en ik zie bomen, maar ik vind het hier met 34 graden al bijna niet te doen. Het moederhart zucht. Ze zijn oud en wijs genoeg, je hebt ze zelf groot gebracht. Het is ook zo, maar toch hè.

Ziezo de ramen heb ik gepoedeld, spinnen het hazenpad laten kiezen, die mogen elders weer hun nuttige best doen met mug en vlieg. Er hangt alweer een was buiten en het werk van Lief achter is vanmorgen vroeg al bewonderd. Rond elven is het gedaan met bezigheden buiten huis, helaas. Maar overmorgen gaat het de goede kant op en zakt het kwik.

We hebben een natuurbad ontdekt op een half uurtje rijden. Met een strandje belooft men. Maandag of dinsdag gaan we het verkennen. Na Slowakije hebben we de smaak te pakken én tot onze grote vreugde verhuren ze ook sup boards, want dat was helemaal goed bevallen. Nog heel even een paar dagen in ons huis met de dikke muren en de airco in de keuken. Dat brengt weer hele andere vreugdes met zich mee. En de avonden zijn zalig buiten. Elke avond een zee van sterren.

Overpeinzingen

Die houden we erin

Het mussenmenuet is luid aanwezig. Hun pianotoetsen zijn de takken, zijn de bladeren in het struweel, het geritsel in het gras. Ze vliegen in vivace wolken op. Ze poedelen in het water uit de bakjes, die we hebben klaargezet en schuddelen hun veren in de kuiltjes van het zand. Alles onder een welluidend koor van vrolijk geschetter. Ze zijn me dierbaar.

Terwijl ik dit schrijf gebeurt er iets onvoorstelbaars. Er vliegt pardoes een roofvogel in de boom achter de Acer. Ik heb hem op de foto, te onduidelijk met mijn simpele telefoon om het dier goed te kunnen onderscheiden. Het blijft gissen. Jonge havik, jonge buizerd? Als ik extra wil inzoomen komt lief net aanlopen. De vogel schrok en vloog op. Een zeker musje was weer ontsnapt aan een wisse dood.

Dochter appt. Ze zijn onderweg naar huis en 115 km voor Praag. Vlakbij die stad gaan ze op een camping staan met hun mooie caravan. Ze gaat ook proberen mijn sandaaltjes terug te krijgen. Gek dat ik daar nou nog helemaal niet aan gedacht heb. Bij mij in mijn hoofd zat zoiets als ‘Helaas, Pindakaas’. Ik stuur de gegevens en vind zelfs een foto. Succes lieverdjes. Als het lukt worden het schoenen met een verhaal. Een anekdote om op elke verjaardag te vertellen. Ik ga alvast duimen.

Het kleine rakkertje bleek een rijstwafel te hebben genuttigd, waarbij een stukje in zijn longen was geschoten. Daarom werd hij zo benauwd. Een ouderwetse verslikpneumonie lag op de loer. Ze waren er door het accurate optreden gelukkig op tijd bij. Vandaag werd het verwijderd. In alle opzichten kan hij weer opgelucht ademhalen en wij allen idem dito.

Het boek Het kwartet van Clare Mac Cumhail en Rachael Wiseman beschrijft de aanloop naar de tweede wereldoorlog en alles wat er aan issues en items naar voren komt in het boek zijn op de tegenwoordige tijd te plakken. Het is bizar en tegelijkertijd boeiende materie om te zien hoe de vrouwen zich staande houden onder al die mannelijke studenten. Ze steunen elkaar door dik en dun en zijn zelfs bereid hun eigen baan aan de universiteit op te geven om een andere vrouw de kans te geven aan te treden. Eenvoudigweg omdat ze niet verloren moet gaan voor het instituut. Met onbaatzuchtigheid zijn maar weinig mensen behept.

Ik lees in de Groene een artikel naar aanleiding van het uitkomen van een biografie van Jan Wolkers met daarin een noot over zijn vriendschap met Gerard van het Reve. Ze brouilleerden omdat de laatste steeds rechtser werd en Jan steeds linkser. Van het Reve werd vals in zijn aantijgingen en speelde behoorlijk op de man en op het conto van diens vrouw. Iemand het licht in de ogen niet gunnen omdat je andere ideeën beoogt. Ik zal er nooit aan wennen.

Er staat ook een vermakelijk artikel in dat zomernummer over Werken en niksen, willen en moeten. Een briefwisseling tussen Marian Donner en Marja Pruis. De temperaturen op dit moment zijn zodanig dat we tot weinig verder zullen komen dan op lauweren te rusten. Nou ja, op dat ene wasje na, dat ik vanmorgen heb opgehangen op het overdekte terras. De zon schijnt zo moordend dat alle stof binnen de kortste keren tot een betere Tie Dye versie zou verworden. Ieder kreukje zou er maar in gebrandmerkt staan.

De ondertoon van het artikel: ‘Je hebt tijd en ruimte nodig om te spelen, een leegte van waaruit iets nieuws kan ontstaan’ bevalt me prima. Die houden we erin.

Overpeinzingen

Laat ons maar schuiven

Vannacht bijzonder vroeg wakker. Geen zin om doelloos wakker te liggen en allerlei hersenspinsels te laten op doemen, dus opnieuw duo Lingo op de Ipad, terwijl Lief zijn slaap der dromen slaapt. Daarna in de ochtend nog een droom waarin glashelder werd ingezoomd op de volgende camping van Dochterlief en Co in Tsjechië. Nu ben ik benieuwd naar een overzichtsfoto morgen, want dan arriveren ze daar. Zou het er echt zo uit zien. Een dal, heel groen en geborgen. Ben benieuwd. Tegen vijven door slaap overmand en nog twee uurtjes weg getukt. Heerlijk.

Het is vandaag veel benauwder, dus wordt er kalmpjes aan gedaan. Aan de terrastafel wist ik ineens wat ik op wilde zoeken. ‘Kan je ook chutney maken van vlierbessen’ die hier in groten getale aan de bomen hangen. Dat blijkt heel wel mogelijk. En dat gaat hem dan ook worden. Chutney kan je lang bewaren in luchtdicht afgesloten potten en is goed te combineren met een lekker kaasje of hartige gerechten. Ook de peren komen er voor in aanmerking. Daar wilde ik eerst een compote van brouwen, maar een chutney is zo lekker. De druif is voor de helft al geklaard van oude trossen en dor blad. Deze herfst moeten we hem maar weer eens goed terugsnoeien. Dat zal volgend jaar beslist betere vruchten afwerpen. De hibiscus staat in al haar schoonheid in vol ornaat. Wat een krachtige bloei heeft de dame. Ze ziet er fantastisch uit.

Nichtlief mailt of alles nog volgens plan kan verlopen. Natuurlijk, wij kijken er naar uit. Ze zullen er 1 september zijn op ons beider verjaardag. Of ze nog wat mee moeten nemen vanuit Nederland, maar we hebben alles al en er is tegenwoordig alles te krijgen. Verder zal ik haar informeren over de weg, de snelle door de tunnels en Slovenië of de wat bedaardere lange rechte weg over Wenen.

Op Ambon gaat het goed. Ze bezoeken de huizen van de familieleden en het oude huis van vaders opa en van moeders opa. Heel bijzonder om het hele gezin met alle kleinkinderen daar te zien. Het ziet er allemaal zo prachtig uit, ondanks dat het regenseizoen is.

De kleine rakker krijgt morgen nog een scan, maar alles pakt voorbeeldig uit. Hij is niet meer zo benauwd geweest. Gelukkig maar. Dat verloop op een afstandje moeten volgen, is altijd moeilijk.

Gisteren zaten we buiten te wachten op de Perseiden, de sterrenregen,en hadden we bedacht dat ik het eerste hoofdstuk van ‘Het kwartet’ vier vrouwen in de filosofie, zou voorlezen. Wat is dat toch altijd weer een bijzondere aangelegenheid. De stille avond, eerst de huiszwaluwen, dan de vleermuizen en langzaam wat schemer maar nog licht genoeg voor dat eerste hoofdstuk. Dat ging over de Don’s van de Oxford universiteit die een ere doctoraat wilden verlenen aan Truman, de ondertekenaar voor de twee kernbommen op Hiroshima en Nagasaki. Een handvol vrouwen was hier tegen en het hoofdstuk beschrijft hoe de gezaghebbers van de universiteit het voorstel van de vrouwen afwijst en zich eruit redt zonder gezichtsverlies, door de tegenstemmers die er wel degelijk waren, namelijk zogenaamd niet te horen. Dan mag je het verzoek dat door de Don’s was gedaan, goedkeuren. Een staaltje politiek bedrijven zoals het tegenwoordig zo vaak gebeurt. Met list en bedrog. Als je zwijnt het niet te horen, dan is het er niet.

Het was boeiend. Vanavond het tweede hoofdstuk. Twee vliegen in een klap. Het boek komt tijdig uit en we hebben gesprekstof te over voor de lange zwoele avonden. Laat ons maar schuiven.

Overpeinzingen

Tijd voor salade en patat uit eigen hand

Ik zit op een schaduwrijke plek onder de grote walnotenboom. Het gras verdort langzaam bij deze tropenhitte, maar vandaag is het slechts 30 graden en zorgt een kleine bries af en toe voor verkoeling. In de dorre zomervreugde ligt een oude walnoot van vorig jaar en net viel er een hele verse met een harde ‘plok’ op de grond. Op gevaar voor eigen leven dus, dat hier zitten.

Er is iets met de buurvrouw die met overslaande stem steeds iets roept naar een vage stem uit het huis.

Drie uur later:

Er bleek dus echt iets aan de hand te zijn. De moeder van de buurvrouw was gevallen en er was niemand thuis. Ze lag er in de brandende zon met haar hoedje ernaast. O jee. Maar de buurman zijn domein is net Fort Knox. Overal heeft hij de hekken opgehoogd met oude metalen veren spiralen en Lief houdt van een stevige natuurlijke ophoging van de walletjes, waar egels, wespen en mussen in een waar eldorado leven. Dubbele belemmering.

Er moesten twee trappen aan te pas komen van onze kant om er overheen te klimmen, want elk hek in de drie compartimenten van buurman’s tuin zaten ook helemaal potdicht en gebarricadeerd. Wat zal de beste man te verbergen hebben, vroegen wij ons in stilte af.

Lief moest de meest acrobatische toeren uithalen, een Houdini bij uitstek, om de bramenwand en de hekken van de buurman over te kunnen en eindelijk was hij bij de noodlijdende schoonmoeder. Onze beste stoel werd over het hek heen getakeld en Lief met al zijn in 75 jaar opgebouwde spierkracht, hees de dame in deplorabele staat overeind. Takelen op hoog niveau. Ze kreunde hier en daar, maar leek toch niets gebroken of gekneusd te hebben. Glaasje water uit een gekoeld drinkflesje en ze vond dat ze wel weer voort kon. Ze ging in ieder geval nooit meer op paprika en tomatenjacht als er niemand thuis was.

Lief moest dezelfde heikele weg terug. Dat ging met de nodige hindernissen, want braam en brandnetel onder zijn handen, maar toen verloor hij tot overmaat van ramp ook nog zijn telefoon. Wat ik al zei: De natuurlijke borstwering van Lief is onontneembaar. En daar lag de onmisbare verbinding met de buitenwereld tussen. Even uitzweten. 30 graden is dan ineens toch weer tropisch, maar het lukte om tussen de takkenrill het exemplaar eindelijk weer op te diepen. Daar ging een langdurige sessie van nadenken bovenop zijn laddertje aan vooraf.

We sloten de verwarrende middag af met een ijskoud drankje. Dat hadden we wel verdiend. Ends wel all wel.

Inmiddels zijn de mussen weer terug in grote getale. Daar wilde ik eigenlijk over schrijven. Ook nu maken ze weer dankbaar gebruik van de bakjes water her en der. Lief had vanmorgen gemaaid, dus eerst in bad en daarna zo’n heerlijk zandbadje en het paradijs is compleet voor de schatjes. Het worden er steeds meer. Het zijn de gezelligste makkertjes in de natuur. Ze zijn gek op spelen en wippen voortdurend tak op, tak af of vliegen, diefje met verlos, in golvende vaart achter elkaar aan. Hipperdehip en maar klessebessen. Ze zijn hoogst vermakelijk.

De rust is bijna weer gekeerd. De buurman en zijn gezin is thuis, de schoonmoeder foetert wat in het rond en wij ruimen de laatste restjes op. Vanavond een makkelijk dagje, tijd voor salade en patat uit eigen hand.

Overpeinzingen

Groot en goed gevuld

Het zal vandaag iets minder warm worden dan gisteren. De barometer blijft steken op zo’n 32 graden. Ik zit op het terras en mijn aandacht wordt getrokken door twee grote wespen, type hoornaar, maar deze zijn op zoek naar een plek om te nestelen in de tweede balk van het terras rechts. Ik probeer er een op de foto te krijgen omdat mijn identificatie app van insecten misschien uitsluitsel kan geven. Maar die heeft het over een roodbruine eekhoorn en een boerenzwaluw. Misschien is de foto niet duidelijk genoeg of heeft de app inmiddels een zonnesteek opgelopen.

Ik zoek naar middelen die wespen zouden kunnen verjagen. Waar kunnen ze niet tegen. De geuren van munt, rozemarijn, kruidnagel, azijn, citroen en wierook. Tegen de laatste kan ik helaas zelf niet meer, maar rozemarijn staat hier te over. Als er nog een tweede stelletje de derde balk van links belaagt, komen we in actie. We plukken dikke takken van het kruid en steken ze tussen de balken. Het lijkt resultaat te boeken. Beide stelletjes komen nog niet terug. Niet te vroeg juichen, maar wel alvast een beetje.

Een droevige ontdekking. Als we ons opmaken om boodschappen te halen in Szigetvar, zoek ik mijn sandalen. Nergens te vinden. Arme schatjes, die zo heerlijk liepen. Ze staan vermoedelijk onder het bed op de hotelkamer. Sorry dames, ik kom jullie niet ophalen. Wel een uitgelezen moment om tot aanschaf van een stel nieuwe over te gaan. Lang geleden had ik ze voor een euro of twee bij een kringloop op de kop getikt en ik kon er de wereld mee aan. ‘Zo gewonnen, zo geronnen,’ hoor ik mijn moeder fluisteren. Ze heeft gelijk. Maar toch!

We rijden met de stoffige Agaath naar het stadje. Het lijkt een eeuwigheid geleden dat we hier samen boodschappen hebben gedaan. Er moet voorraad ingeslagen worden, dus grazen we de schappen grondig af. Goed voor twee volle boodschappentassen, maar dan hoeven we er de eerste vier dagen niet meer op uit.

Gisterenavond zaten we lang buiten, zonder muggen wonderlijk genoeg, want in het voorjaar zwermen ze veelvuldig rond. Dat is het voordeel van de te grote hitte, de avonden zijn aangenaam. Het is dan stil in de Hof. Het enige wat je hoort is het schetteren van de boomkikkers. Vleermuizen vliegen naarstig over en weer. Vanmorgen heeft Lief bakjes water voor de vogels neergezet. Ze vliegen nu af en aan. Dankbaar en lavend, voornamelijk mussen en een enkele zwartkop, de rest laat zich niet horen.

Ik lees op internet een artikel van Juliette Berkhout in het magazine: Saar. Er staat in grote letters boven: ‘Ik ben 55 en trek me van niets of niemand meer iets aan.’ Dat is mooi. Bij mij duurde het ietsje langer. Ze geeft acht items weer waardoor ze tot die keuze kwam. *Reizen met een klein rugzakje, ook al ga je vijf dagen naar Parijs. Daar moet ik nog eens over peinzen. *Koken zonder recept. Door alle ervaring en misstappen is ze er rijker uitgekomen en kan op hoog niveau improviseren. * Ze wil niet in een woonblad wonen. Haha, daar moest ik om gniffelen. Dat is me nog nooit gelukt. Bijvoorbeeld design meubelen of je boeken op kleur in de kast en niet teveel. Heel eng vind ik dat. En als er iets moois kapot gaat, dan is dat geen ramp. Het zijn maar spullen. Maar nog altijd denk ik aan mijn lievelingsbord met spijt terug dat in twee helften in de vuilnisbak terecht kwam. *Ik hoef geen balletdanseres, topsporter of wonderkindpianiste te worden,’ Nee inderdaad. Die tijd en die behoefte, zo die er ooit geweest is, ligt ver achter ons. *Ik ga op de bonnefooi op reis.’ Tja, ik reis de laatste jaren veel, maar toch altijd het liefst van A naar B. Ik regel een slaapplaats en laat me daardoor leiden. Dan zie je ook nog genoeg. Wel reizen we hier in het land zelf vaak onze neuzen achterna. * Ik herken een foute man van een kilometer afstand. Daar ben ik helemaal niet mee bezig. *Ik heb geen miskopen meer in mijn klerenkast. Het is allemaal veel bewuster aangeschaft. Het liefst tweedehands en voor de broeken heb ik zo mijn adresjes. *Ik durf te vertrouwen op mijn ervaring. Dat is ook iets waar je je lange tijd op kan bogen. Er is altijd wel iets wat vergelijkbaar is. Die rugzak is gelukkig groot en goed gevuld.

Overpeinzingen

Maar absoluut de liefste

Ik lees een overpeinzing van de columniste Sophie Dijkgraaff over zo jezelf te kunnen zijn, dat je je ten enenmale niets aantrekt van de opinie over jouw persoontje. Terwijl ze zelf opgroeide met het idee dat kleding altijd schoon en heel moest zijn en haar moeder net als die van mij haar bezwoer met: ‘Stel dat je een ongeluk krijgt en je hebt geen schoon ondergoed aan, wat zal de dokter dan wel niet denken’, een soort doemdenkbeeld voor later, ook voor mij. Altijd hoor ik het stemmetje in mijn achterhoofd als ik dralend voor de spiegel mijn uiterlijk sta te monsteren.

Ze fietste door de stromende regen naar het winkelcentrum en daar stond een mevrouw bij de kassa met een douchemuts op haar hoofd en een chocolade-doordrenkt jongetje om haar been heen geslagen. Ze trok zich niets aan van de bevreemdende blikken die haar muts opwierp, of was het haar ultra-korte broekje.

Ik denk na over mezelf. Wat bevrijdend kan het zijn als je geen last hebt van schaamte wat je uiterlijk betreft. Dan gaan alle deuren voor je open. Franck en vrij. Leven zonder rem erop.

Wat de afgelopen twee weken zo heerlijk maakte, was het feit dat ik een aantal van die remmingen over boord kon gooien. Zwemmen en met plezier naar mijn plaats terugwandelen in badpak behoorde lang niet tot de mogelijkheden. Ja met de zussen, maar dan nog. Nu aan het grote meer bij de steengroeve was het gevoel van bekeken worden weg. Ik denk dat ik het voortdurend herhaalde tegenover mijn lieve schatten, misschien ook omdat ik er zo ongelooflijk blij om was. Ja, hierin voel ik me thuis, zo kan ik de wereld aan. ‘Lief, we gaan naar het thermaalbad als we weer thuis zijn’. Was het eerste voorstel wat daar op volgde. Nooit gegaan, altijd die rem van lang geleden erop, maar nu: Het is er niet meer. Weg, verdwenen, opgelost. Ik merkte het met wandelen samen met Lief in Debrecen, ik merkte het met een restaurantje pakken, bij het hotel, bij de attracties die we bezochten. Alles werd gedaan ‘sans gêne’. Bijzonder vind ik het. Een geschenk, dergelijk zelfvertrouwen, want dat is het echt. Om te koesteren.

Het is heel heet vandaag. 37 graden zonder wolkje aan de lucht. Misschien is de zwoele avond goed voor een fietstochtje en daarna een bramenpluk, want die zijn rijp. Verbazingwekkend is de revival van de vijgenboom, waar er eerst nog maar een paar aan de takken hingen is er nu een explosie geweest. Ze zijn nog te klein, ik kan nog niet oogsten. Dat zal opnieuw september worden, net als twee jaar geleden.

Goed nieuws van het thuisfront. De klein pork mocht naar huis, zijn medicijnen slaan aan. Hij moet tweemaal op controle komen deze week. Zodra hij begint te piepen moeten ze naar het WKZ. Geruststellende gedachte.

In de nieuwe Groene, o wat een genot om weer de papieren versie te kunnen doorspitten, staat een heerlijk recept voor oud brood. Het Italiaanse Panzanella, Hiske Versprille vergelijkt dit gerecht met een zwierige oude dans. Bevredigend en ritmisch elegant, een Quick Quick Slow. Met mijn grote fantasie wordt dat natuurlijk bewaarheid. De tomaten met de gepekelde uien, de knoflook met een sliert olijfolie, het brood met de basilicum. Een, twee, drie…Een, twee, drie. De dans der heerlijkheden.

Dit vraagt om te ervaren. Maar helaas, er zijn alleen wat oude krentenbollen van twee weken geleden. Ze hebben in de koelkast gelegen en zijn nog te eten, volgens Lief. Geen goede graadmeter want volgens hem is alles altijd nog te eten. In die zin is hij niet de beste graadmeter. Maar absoluut de liefste.

Overpeinzingen

Tijd voor nieuw elan

Vanmorgen na het ontbijt, eigenlijk voor mij een beproeving omdat er niets vers blijkt te liggen maar alles uit de koeling komt, op de scrambled eggs na, die altijd met de koekenpan op de schalen wordt gedropt, komt er nog een geruststellend nabericht na het alarmerende bericht gisteren dat een van de drie rakkertjes met spoed was opgenomen in het ziekenhuis met een veel te lage saturatie en gierende ademhaling. Een mens haalt zich van alles in het hoofd.

Gelukkig heb ik ooit in de ervaringendoos een zoon gehad die halsoverkop evenzo naar de eerste hulp moest worden getransporteerd omdat hij de ziekte van Kawasaki bleek te hebben, en derhalve zaten we een week op de isoleer. Dit vond ik een vergelijkenis waard. zonder pardon naar de eerste hulp. Nachtje overblijven en aan het zuurstof. We zijn te ver weg en wie niet van de familie, want iedereen is op vakantie. Gelukkig kon schoondochter bij hem blijven, zaten Nene en Dede binnen de kortste keren op de bank thuis en kon zoonlief ook nog een glimp van zijn zieke telg ervaren. Een nachtje afzien en daarna ging het allengs beter. Je haalt je als voormalig verpleegkundige toch de nodige doemscenario’s op de hals. Het werd een onrustige nacht.

Maar we moesten voort. Het hotel wilde afscheid nemen van ons en wij van het hotel, al zullen we het tot in de hemelbogen aanbevelen op het ontbijt na. Haha

Toen en toen

We reden richting Kecskemet waar de nostalgie lag in de verschillende verledens. Ik met zoonlief en met de oude, in het huis met de gevelkachel en de geraapte dennenappels in het vuur, die knapperend hun gemoedelijkheid verspreidden en Lief met de geliefde destijds. Ze kwamen samen op een terras, dat we beiden niet kenden en dat iets buiten het centrum lag. Maar, waar kwamen al die flats vandaan en waar was die gemoedelijke hoofdweg, de supermarkt en het huis naast het dennenbos, nu het was uitgebreid met een vliegveld, een Mac Donalds en een heel industrieterrein. Dat was er allemaal niet. Alleen de Puszta, de zandgronden, een verlaten school en een everzwijn.

Door de tocht gisteren over de puszta kreeg ik nog meer het belang van de oorspronkelijke vlakte in het oog. Hoe goed het was om het niet vol te plempen met bouwgrond, ook al zijn velden vol zonnenbloemen nog zo mooi, maar samen met de mais en de Luzern vele malen schadelijker voor de natuurlijke habitat. Wij hebben in Nederland voorbeelden van hoe het niet werkt, laat andere landen daarvan leren. Nu is er hier nog van alles te genieten aan insecten en schoonheid, maar als je niet uitkijkt, verdwijnt het ook hier als sneeuw voor de zon.

Na een heerlijke Thai-soep vervolgden we onze weg door het vlakke laagland, eindeloze puszta’s afgewisseld met bossen. Pas vlakbij onze streek, de Baranya, werd het weer interessant met de glooiende heuvels, het laaggebergte aan de horizon en de afwisselende landschappen. Inmiddels hadden we wel een goed beeld gekregen van het geheel van de natuur van Hongarije.

Hoe heerlijk om eindelijk de oprit in te kunnen draaien van je eigen stek. Koffers uitladen, directe bevindingen doen. O jee, de lathyrus hebben op een onopvallend hoekje gestaan en drogen uit, snel water gieten en liefdevol toespreken. De sieruien doen wat ze beloofd hebben, twee potten vol bloeiers, de basilicum staat in de zon en legt langzaam het loodje. We zijn er op tijd bij. Dappere overlevers zijn de lobelia’s die dankzij de goede zorgen van vriendlief nog steeds bloemen geven.

Nu even bijkomen en dan weer vlammen. De televisie denkt er anders over want die heeft het zojuist begeven. Geen ramp. Het was al een oudje. Tijd voor nieuw elan.

Overpeinzingen

We gaan het missen

Mijn herinneringen aan de markt in Hongarije gaan terug tot 2000, toen ik met zoonlief en de Oude in Kecskemét er een bezocht. Ik keek mijn ogen uit. Enorme bakken met kleurrijk tafelzuur, de specialiteit van het land, stonden op de houten kramen. Oude vrouwen in klederdracht of eenvoudigweg met sjaal en bloemetjesrokken stonden erachter. Enorme potten tot de rand toe gevuld met dezelfde kleurrijke lagen trokken vooral de aandacht. Hele paprika’s, gepelde uien, hele augurken of kleine komkommers, pepers, in grove stukken gesneden witte kool, wortel in een mengsel van zout, water en azijn. Verleidelijke kleurkanonnade en meer dan verleidelijk lekker. Daarnaast waren er groentenkramen, met minstens zo’n kleurig aanbod en bakkers, kruiden en deegwaar. Alles naast elkaar in een mooie mengelmoes aan ingrediënten van de Hongaarse keuken.

De kramen zijn aangepast. De kruiden en de linzen, de pasta en wat er nog meer is, staan in potten, ook kleurrijk maar minder verleidelijk. De groenten liggen hoog opgetast gebroederlijk en gezusterlijk naast elkaar Kon ik in Pécs nog wel echte marktvrouwen vinden in de originele sjaals met lange rokken handelend in verlepte bosjes wild kruid of dille, hier waren ze ver te zoeken. Veel meer mannen bevolkten de kramen. De kleurrijkheid zat hem in de grootte van de hal waar de waar werd aangeboden. Nog even verleidelijk, maar vlees, vis, brood, kaas en melkproducten bevonden zich in meer hygienische kleine ‘winkeltjes aan de zijkanten van de hal. Boven waren ook nog groenten te vinden en een enkele bloemenkraam. Hoofdzakelijk oude vrouwen al dan niet met hun witte of grijze haren boven hun oude gezichten trokken een boodschappenkarretje achter zich aan en hoe later op de ochtend, hoe moeizamer het trekken ging.

We konden niets meenemen, anders had ik wat vers ingemaakte groenten meegenomen. Maar er viel een trammetje te halen naar de Universiteit van de stad. Een imposant gebouw met een enorme waterpartij ervoor waar grote beelden zich laven aan de koelte van het water. Het gebouw zelf is ontworpen door Flóris Korb en bekend om het werk van Miksa Roth, dat terug te vinden is in het indrukwekkende glas in lood en in de koepel van het gebouw. We mochten naar binnen en konden doorlopen naar de grote bibliotheek, waar we ook vrij rond konden kijken. De sfeer was aangenaam. Hier en daar waren studenten bezig op een laptop of aan het praten met elkaar. In de bieb vonden we de afdeling Nederlandse en Vlaamse literatuur.

We wandelden door het aangename bijbehorende park en een stukje door het grote bijbehorende Nagyerdei forest, waar de voorbereidingen werden getroffen voor een groot festival dat 15 augustus begint. Het bos grenst aan de oude dierentuin. Met de tram reden we de weg terug, maar het Aquaticum dat we daarna wilden bezoeken, kwamen we niet meer tegen. De tram had toch een rondje gemaakt. Er zat niets anders op om opnieuw de tram naar Egyetem te pakken en dan op de heenweg bij het gewenste uit te stappen. Het Aquaticum zelf bleek het grote thermaalbad te zijn. Dat lieten we links liggen. Tegen die tijd was het al over enen en we hadden trek. Niet veel, maar toch. We besloten een kleine salade te nemen, maar de ober vond dat wel heel ‘kicsi’ was, zoals hij met een hand gebaarde en hij wees ons de bijzondere grotere salades. Voor Lief een salade Nicoise en voor mij een Zakuzska salade. Om je vingers bij op te eten. De vrolijke noot kwam van de gedecideerde ober, die alles met een knipoog presenteerde.

Daarna wandelden we door het park, genoten van de kalme sfeer in de lommerrijke omgeving met ook overal bankjes. Wat een zegen. Tegen vieren kwamen we weer in het hotel aan. Voldaan en moe met de gedachte dat we Debrecen echt hadden leren kennen deze week. Een aanrader is het zeker en niet op de laatste plaats door alle belangrijke bezienswaardigheden op loopafstand van ons voortreffelijke hotel. We gaan het missen.

Overpeinzingen

Tijd om die te gaan verteren

De dag opende met een stralende zon. Lief was al een tijdje op zijn geliefde stek op het balkon, ik wilde eerst, zoals gewoonlijk, de lesjes Hongaars afdraaien, maar daarna in een stroomversnelling de ochtendklussen. Douchen, aankleden, ontbijt en op pad richting de puszta, die ons een klinkende rit met de huifkar had beloofd. Vroeg genoeg voor een toeristen menu in Hortobágy zelf, maar wij hadden al gegeten en gedronken. We reden direct door naar Mata Major, de paarden van de puszta. Ruim op tijd om bij de kleine pottenbakker, doorleefd rimpelgezicht, een mooie grote kruidenpot van eerlijk Hongaars aardewerk te kopen en een aangeboden maaltijd dankbaar maar beslist af te slaan. Hij wilde wel op de foto, Lief en de pottenbakker, mooi plaatje.

Door naar het restaurant/annex kaartverkoop om de tickets voor de huifkarrentocht op te halen. 4 huifkarren waren ingezet om de pusztatocht tot een succes te maken. Voldoende publiek voor de kunstenaars van het ruige leven en hun paarden..

De vlakte was weids en uitgebreid, volop gedorste halmen in mooie schoven opgestapeld. Een kudde waterbuffels in een kraal, een kudde prachtige langhoornschapen en een grote groep semi-wilde paarden. Twee oudere mannen vertoonden eerst hun kunstjes met hun paard en hun in de lucht knallende zwepen, veel geschreeuw en weinig gevaar voor het paard, en daarna bij een volgende halte kwam een jonge durfal in zijn oogverblindende blauwe kostuum vijf paarden mennen, terwijl hij op twee van hen stond.

Dat vergde iets meer souplesse dan de kunstjes van de oudere mannen. Indrukwekkend als hij al dravend zich staande wist te houden onder het slaken van aanmoedigingen of beteugelingen. We zaten helaas in een koetsje met een grote familie Nederlanders die het met een potje bier erbij helemaal fantastisch hadden gevonden en wij dankten God en iedereen op de blote knieën dat dat ten enenmale niet mogelijk was geweest.

De weidsheid van de puszta, de twee cirkelende enorme roofvogels erboven, de kalme ongenaakbaarheid van de vier koetsiers, de uitleg van de gids die erbij was, en helaas niet helemaal te verstaan, maakte het tot een boeiend geheel. De mannen vertoonden hun kunstjes uit de tijd dat de puszta’s er nog wild en ongerept bij lagen, er werd onderling behoorlijk gestreden. De paarden konden met ruiter en al in een keer zich neervleien in het hoge steppegras om niet gezien te worden. Een pluspunt voor nu is dat de zweepslagen gereduceerd zijn tot het knallen in de lucht. Het paard zal er geen een meer voelen. Ook hier zijn de tijden veranderd.

Een ervaring op zich, deze tocht. Terug op hotel aan om nog een wandelingetje te ondernemen naar een fijn restaurant met, waar mogelijk, een Hongaarse étlap(menukaart). Na een fikse maar kalme wandeling vonden we er eentje vlakbij het hotel. Twee prachtige muurschilderingen rijker, die we ook al op de dag ervoor hadden gezien. We gaan de stad een beetje kennen en weten precies waar we in de buurt zijn. Het is de moeite waard om hier een week doorheen te slenteren. Heerlijk.

De maaltijd was een kalme afsluiting van een roerige dag met allerhande indrukken. Tijd om die te gaan verteren.

Overpeinzingen

Mondjesmaat het wereldnieuws

We lopen door Debrecen buiten het stadscentrum, zeg maar, het Kalvin Tér plein. In de breedbemeten straten is weinig verkeer, de zon schijnt uitbundig en er is een lekker briesje. Dankzij de lommerrijke bomen is het aangenaam koel. Ik schuif aan op een bankje bij mijnheer Franz Liszt, die daar al een poosje zit te verbronzen. Hij kijkt me doordringend aan. Daarachter is een kleine leesbibliotheek opgesteld met een handig bankje ernaast. Je zoekt een boek, zijgt neer en kijkt of het wel echt van je gading is. Cultuursnuivers hoor, die Hongaren.

Vanmorgen na het douchen voelde ik me niet helemaal 100 %. Toch reden we richting Hortobagy Nemzeti park om te kijken of er een tocht met koets of huifkar over de poesta te maken viel. De uitgebreide stallen met talrijke paarden, een tentoonstellingsruimte en het restaurant waar we de tickets konden halen voor een van de drie ritten op een dag bleek een brug te ver. Alles zat vol maar morgen om één uur hebben we een plaatsje bemachtigd.

Mijn weeïge gevoel zorgde ervoor dat we toch direct ommekeer maakten om uit te rusten in het hotel. We kwamen in een heerlijk opgemaakt en schoon appartement en er viel voor mij niets anders te doen dan bij te slapen. Lief vond het geen probleem. Hij zat heerlijk in het zonnetje op het balkon te genieten van de stadse geluiden beneden en zijn voedselbos-informatie. Tegen een uur of drie nam hij een lekkere douche en was ik zover opgekalefaterd dat we dat wandelingetje konden maken.

Debrecen heeft een grote hoeveelheid aangename gebouwen, met heel veel binnentuinen waar het plezierig binnengluren is. De enorme deuren ervoor staan doorgaans wagenwijd open en niet zelden ligt er een restaurant verscholen met uitgebreid terras. Maar vandaag geen copieuze maaltijden of daaromtrent. Een bezoek aan de supermarkt is voldoende. Lief kiest voor brood en vis, mijn maag heeft rust nodig.

We rusten even uit op een van de vele bankjes en deze twee staan bij het monument van Magda Szabo een Hongaarse schrijfster en dichtster. Ze is geboren in Debrecen in 1917 en overleden in Boedapest in 2007. Een van de weinige monumenten voor vrouwen in deze stad vol hele grote mannen, heldhaftige strijders, krijgers, (Af)goden en musici. En overal staan bankjes bij. Om te gedenken en vooral, wat mij betreft, voor als de adem je ontnomen wordt. Deze stad is gemaakt voor mensen zoals ik. Na 4 km wandelden we op het hotel aan. Je hebt hier zo een afstandje gelopen.

De zon schijnt in de kamer. De deur van het balkon staat open en er stroomt licht en frisse lucht naar binnen. Met het weinige verkeer voor de deur een oase op zich. Uit Slowakije komt het bericht van een gemaakte Hike door het Tatra-gebergte die bijzonder goed bevallen is en vanuit Ambon worden oude historische herinneringen opgepoetst en nieuw leven ingeblazen. Daar liggen de wortels van kleindochterlief en de kleine Njong. Morgen gaat de reis nog een stukje verder.

Een droevig bericht van een vriendin van Lief sijpelt door en laat de realiteit weer binnen. Alles wat we aan nieuws gemist hebben, laten we verder nog even verre van ons. Nog drie dagen en dan vangt het gewone leven weer aan, maar eerst slechts mondjesmaat het wereldnieuws.