Overpeinzingen

Daar frist de boel van op

Gisteren een oude draad weer opgepakt. Vroeg in de ochtend al wakker. Twee koppen koffie gehaald. Veel te snel de trap opgelopen en buiten adem op de rand van het bed gaan zitten. Daarna het huiskantoor ingericht. Dat wil zeggen, hoog in de kussens, uitzicht over de daken en op de straat, laptop voor me, telefoon onder handbereik en de binnengekomen lectuur. Twee Zin-magazines en een Atelier, een stapeltje oude kranten vooral voor de op te lossen puzzels en het blaadje met de koffie op de plaats van Lief. Schrale troost.

Afspraken staan er nauwelijks. Dochterlief heeft afgebeld. Ze was de fysio van zoonlief vergeten en die moet gebracht worden. Morgen is er weer een dag. Dat betekent dat ik ‘s middags naar het tuincentrum kan. Dus eerst aan de slag op het balkon. Het slimme Robertskruid heeft zich overal tussen gewurmd en verstikt op die manier de groei van de planten die er eerst stonden. Dat wordt met name elimineren en alleen daar waar ze nog prachtig kleurt, zoals bij de mooi tere clematis en lavendel mag ze even blijven. De prunus van de buurvrouw top ik, anders ontneemt ze al het licht hierboven. Voor de vogels weer een handige plek om neer te strijken op de kale takken.

Dat is waar ook. De bezem ontbreekt. De halve bezem die er nog stond is in de vorige opruimwoede naar de vaalt gebracht. Het tuincentrum heeft vast een mooie nieuwe voor me.

In de middag tuf ik naar het tuincentrum. Eigenlijk zoek ik lobelia, zodat het aanzicht ervan aan de Hoff en Lief blijft denken. Verder is er ruimte voor salvia, lavendel, campanula en voor de voorkant in de bakken drie maal twee kleuren pelargonium, roze en wit. Daarna de boodschappen in de vertrouwde buurtsuper. Wat een overvloed is hier toch te verkrijgen vergeleken met de supers in Szigetvar. Alles wat ik daar zo mis ligt hier in veelvoud opgesteld. De prijzen zijn ook in veelvoud zie ik aan mijn bon. Het is maar goed dat zoonlief een tas vol plastic flessen had, dat statiegeld verzacht de rekening een beetje.

Potje koken, zoonlief en schone dochter maken hun eigen potje en rond zevenen komt de op een na jongste benjamin met zijn vader langs om een knuffie te geven aan jarige oom en broer en natuurlijk ook aan ons. Hij kijkt zeer verbaasd want heeft me eigenlijk het meest bewust via het scherm meegemaakt. Al gauw is het ijs gebroken en schaterlachten we om de spelletjes. ‘Er komt een muisje aangelopen’ is nog altijd een topper van de bovenste plank. Dan ontdekt die de auto’s, alleen loopt hij er niet naar toe, maar aan oma’s hand durft hij alles. Extra cadeautje.

Vandaag zijn de gordijnen van de slaapkamer aan de beurt en ga ik bij de net geopereerde oudste kleinzoon op bezoek. Dat had ik beloofd. De pijn op de schaal van 0 tot 10 is drie, geeft hij aan. Dan heb je nog aardig wat te verbijten, maar het is een dappere doorzetter, ondanks dat hij weet wat er allemaal nog komen moet, qua fysiotherapie en alles. In de avond ook nog een belletje van zoonlief uit Amersfoort en een afspraakje gemaakt voor donderdagmiddag.

Zo vult de agenda zich zoetjes aan. De tandarts is nog met vakantie en komt de 24e pas terug. Nu eerst een afspraak maken voor een onderhoudsbeurt aan Truus, die er al weer aardig wat nieuwe kilometers op heeft zitten.

Regen gooit roet in mijn plannen. Nog even wachten met de planten, die wel al buiten aan het acclimatiseren zijn en een malse bui over zich krijgen uitgestort. Daar frist de boel van op.

Overpeinzingen

Het verleden haalt het heden in

Haha. ‘Wat ga je doen nu je met pensioen bent’, vraagt Word Press, ‘Niets, vooral afwachten wat op je pad komt en als het te lang duurt iets zelf ondernemen’. Dat werkt, kan ik uit ervaring vertellen.

De weg van Regensburg naar Nederland ging ook weer voorspoedig. Wat waren die beren ook al weer. O ja, het inchecken, die ene gluurder naar een vrouw alleen, en het hotel an sich. Achteraf waren er geen obstakels die van belang waren, laat staan deze issues. Zo zie je maar weer. Gedachten zijn altijd groter. Vanmorgen om vijf uur gedouched, de zeep bleek een chocolaatje en de shampoo een paar wattenstaafjes en een oogwatje. Ze lagen boven op de handdoeken en omdat het een duurzaam hotel was dacht ik dat ze ook duurzame zeep en shampoo hadden neergelegd. De douchegel in de handzame zeepbus was er gelukkig ook.

Zes uur precies was de aftrap. Benzinestation al snel gevonden en met een volle tank de ochtendzon in. De 3 is een lange weg die ideaal is als je snel van A naar B wil of in mijn geval van Z naar N. Om ongeveer half twee was ik, eigenlijk vlak bij huis, nog een late brunch gaan halen omdat er onderweg van Arnhem naar Nederland langs de weg maar weinig te vinden was. Misschien gaf ik mezelf ook de tijd niet om te zoeken. Ik rook de stal. Zoonlief kwam het rolkoffertje en de tassen halen.

Het welkomstcomité, schone dochter en zoonlief, bleven nog even gezelschap houden en kregen de eerste verhalen over hen uitgestort. Een stapeltje post lag op me te wachten. Ik wilde gisteren al verder schrijven, maar Oranje begon en niets was verleidelijker dan met een bakje chips en een goed glas Balaton sauvignon naar een potje voetbal te kijken. Bij de nabesprekingen zakte ik weg in een diepe slaap en haalde in een klap alle verloren droomuren in. Om kwart over een schrok ik wakker en stommelde naar boven, naar dat bed, dat zo veel groter leek zonder mijn vertrouwde warme lief.

Vanmorgen gingen de luikjes al om half zes open en keek ik in het badende licht van de dag. Het wolkendek als een dikke grijzige deken boven de daken en het groen. Er scheerden gierzwaluwen voor de ramen. ‘Ze zijn weer terug in de dakgoot’ had zoonlief geschreven en jawel hoor, als vanouds. Zo heerlijk om de nijvere beestjes te zien. Het balkon moet wat geciviliseerd worden maar er staan wat planten uitbundig te bloeien. Daar ga ik vandaag eerst maar eens aan beginnen. Dankzij de vele regen heeft alles een groeispurt gemaakt. Het viel me bij het binnenrijden van de stad al op hoe groen het hier is, en hoe welig het tiert.

Vandaag is zoonlief jarig. Ik vond voor hem een prachtige T-shirt met een grafisch ontwerp van een origami vogel. Hij mocht zelf kleur, maat en ronde nek of V-hals kiezen, want op de bonnefooi iets aanschaffen doe ik bij geen van de schatjes meer als het om zo’n persoonlijk cadeau gaat. Facebook stuurt me een aandoenlijke kleine zoon die met behulp van mij de taart aansnijdt, ik denk op zijn zesde verjaardag. Nu geen beschuit, bloemetje en thee op bed voor hem. Dat is hij letterlijk ontgroeid. Hij kwam fluks naar beneden om koffie te halen toen hij mij hoorde scharrelen. De eerste knuffel heeft hij wel ontvangen, dat ontgroeien ze gelukkig nooit.

Vertrouwd beeld. De kinderen gaan naar school. Ze komen met tassen en honden, vaders, moeders, fietsen, zusjes en broers aangelopen. Het is 8.19 uur. Het zijn er in deze buurt heel wat.

Zoonlief heeft de badkamer schoongepoetst met baking soda en natuurazijn. Dat aloude middel doet het nog steeds fantastisch. Hij heeft er de voegen mee aangepakt en ineens weet ik weer, dat het een perfect middel is om ook de toiletten schoon te houden. Iets om te onthouden voor de Hoff, waar het water heel erg kalkrijk is. Ik was het vergeten. Zo zie je maar weer. Het verleden haalt het heden in.

Overpeinzingen

Morgen is er weer een

Vanmorgen om zes uur precies vertrok ik, na een uitgebreid afscheid van de liefste, richting Pécs. De zon scheen, de merel gaf een afscheidsconcert en alle buren waren nog in diepe rust. De reis ging voorspoedig, vlak voor de Hongaarse grens een tankstation en in Oostenrijk een korte pitstop om bij te tanken en uit te blazen. Daar stond kunst tot en met `Klimmt op het toilet. Het weer bleef me gunstig gezindt. Dat zorgde ervoor dat ik om drie uur precies aan kon meren bij het hotel vlak onder Regensburg.

Een moeilijke check-inn want geheel electronisch, alleen een telefonische Host, maar zoonlief stond me bij via de telefoon en gaf wat getallen door. De man voor me had er duidelijk meer moeite mee en had langer de tijd nodig naast vele zuchten, handen ten hemel en gedraai met zijn ogen. Een kat in het nauw neemt rare sprongen.

Een goede kamer, uitzicht op zo’n echt Bayerisch wald, een tv met Netflix, een broodje kaas, die ik in de ochtend zelf had afgebakken en een wijntje. Lief gebeld, kinderen geappt en een Koreaans filmpje in het Engels opgezet. Nu languit op bed, versnapering naast me en uitgeteld. Mijn dag kan niet meer stuk en morgen is er weer een.

Overpeinzingen

Als een warme deken

Ziezo, hotel is betaald, de laatste was gedraaid, de koffer gepakt op wat klein spul na en het vignet voor Oostenrijk online besteld en toegestuurd. Voor Hongarije heb ik een jaarvignet. De stortregens van gisteren hebben plaats gemaakt voor een heerlijk zonnetje die er de hele dag beloofd te zijn en nu is het genieten van het korenbloemenblauw, dat zich weelderig laat bewonderen. De knoppen van de gedroogde klaprozen mogen in een pot. Vanmorgen vroeg zag ik de eerste bloem in de pompoen. Dankzij de regen waren de miezerige courgettes helemaal bijgetrokken en hadden ook een flinke groeispurt laten zien. Een bloemensteel van de aangevreten stokrozen heeft het overleeft. Er zitten witte bloemen in tot onze verbazing. Ik kan me niet eens herinneren of dat vorig jaar ook zo was. Je zou denken van wel.

Als er iemand achter blijft dan hoef je niet het hele huis te poetsen, dus het wordt een relaxte laatste dag. Straks gaan we tanken en benzine halen voor de grote maaier. Er moeten nog wat spullen uit het atelier komen. De etspers laat ik hier staan, dan koop ik er een in Nederland bij. Maar het geschepte papier mag mee evenals de etspen en het overgebleven tetrakarton. Lief inspecteert de bomen in de hof. De walnoot overstijgt de rode prunus, die moet een behoorlijk eind teruggesnoeid. Al een week is hij zo bezig kleine klussen in zijn hoofd te verzamelen voor de komende weken en voor mij maakt hij nog op het nippertje de paden naar de Datsja extra vrij van onkruid, dat qua groei dankzij de regen ineens ook pompoensnelheid heeft gekregen.

Gisteren op televisie zag ik een stukje Oerol. Cornal Maas presenteert het deze hele week En heeft elke dag andere gasten waarmee hij de voorstellingen bespreekt. Gisteren waren dat Monique van der Ven en Edwin de Vries die drie voorstellingen hadden gezien. We hoorden een prachtig meerstemmig a capella groep van de voorstelling De Dansers met de titel ‘Een dansconcert op de rand van de toekomst’. Daarna was Bart Eysink-Smeets in zijn keukentje bezig een gebakken ei en een kop koffie te maken voor zijn bezoek, Carolien Borgers. Het kunstwerk staat midden op het wad en heeft de toepasselijke naam: ‘Wat ben ik aan het negeren wat mij tot aan de lippen staat’. Ongeacht eb of vloed blijft hij onverdroten doorgaan tot ze bij stijgend water na de maaltijd met een fles wijn bovenop de kastjes moeten zitten. Iets om lang en goed over na te denken. Dat is kunst met een grote -K-. Kabbelende Keukens, Kranige houding en een krachtig statement.

Het was weer even genieten. Van het eerste toneel ‘Leef’, zagen we alleen wat flarden maar Monique en Edwin waren er zeer van onder de indruk. Cultuur in haar grootste bron, de natuur. Niets werkt zo aanvullend. Het ontroert, juist omdat de hele entourage er om vraagt om stil te zijn en te kijken, om elk onderdeel in je op te nemen en te ervaren dat de schoonheid van beiden elkaar omarmt als een warme deken.

Overpeinzingen

Wat is ouderdom dan rijk

In een van de laatjes van het kastje waar de nieuwe router op staat, vond ik zomaar een oude vierkleuren balpen. Zo’n echte zilveren, waarvan je de juiste kleur naar beneden kon schuiven. Blauw, zwart, rood of groen. Een regelrecht magisch wonder was het destijds toen we het voor het eerst in handen kregen. De verbazing over het vernuft, hoe verzinnen ze het, staat me nog helder voor de geest. Van dit oude exemplaar doet alleen de groene het nog, dun en beverig, maar het mechaniek werkt perfect. Bestaan ze nu nog of zijn ze langzaam maar zeker in de vergetelheid geraakt. Iets om over te mijmeren. Wat er allemaal niet stilletjes verdwenen is. Het blijkt trouwens een Hongaar, László Biró, te zijn die in 1931 het eerste exemplaar van een balpen op een internationale tentoonstelling in Boedapest presenteerde. Weliswaar vlekkend en wel, maar toch. Wanneer de vierkleuren balpen er gekomen is, weet ik niet precies. Ik herinner me alleen de verbazing.

Stef Bos schrijft in een oude Zin-magazine dat sommige woorden de glans hebben verloren door het veelvuldige gebruik ervan. Spiritualiteit is er een, daar werd hij een beetje zenuwachtig van, terwijl hij toch ervan overtuigd is ‘dat wij zonder het idee van een grotere dimensie ons menszijn in de kern voorbij lopen’. Verbinding is een ander woord waarmee we tegenwoordig om de oren worden geslagen. Het is volgens Bos ‘gekaapt door marketingstrategen en copywriters die ons iets willen verkopen’.

Lief voelt zich geestelijk verbonden met de omgeving hier en is zich bij elke stap bewust van die hogere dimensie. Hij dicht plant en dier dan ook de waarde toe die ervoor zorgt dat er bewust en met respect wordt omgegaan met alles wat hier leeft. Soms is er maar een klein voorval nodig om dat bewustzijn te prikkelen. Gisteren na het eten lag er nog een broodkruimel op de tafel. De irritante vlieg die me al de hele tijd tijdens het schrijven aan het plagen was, werd ineens een zorgzaam wezentje dat met zijn twee voorpootjes probeerde de broodkruimel soldaat te maken of in ieder geval te verschuiven. Dan bezie je zo’n beestje toch weer anders.

Op de veranda van de Datsja wonen hele grote mieren, type bosmier maar dan zwart. Ze hebben een route lopen over de uiterste richel, doen geen vlieg kwaad en sjouwen de hele dag die weg af, op en neer en op en neer. Het is fascinerend om te zien hoe handig ze elkaar weten te ontwijken op dat richeltje. Ook die diertjes krijgen zo een andere betekenis. Het zijn geen vervelende mieren, maar levende wezentjes met een doel.

Juist omdat je hier omringd ben met de natuur in al haar facetten zijn verbondenheid en spiritualiteit geen modewoorden meer maar mooie begrippen die aangeven waar het in het leven om draait, waardoor je gaat beseffen hoe nietig het onderdeel mens is in dat geheel. Stef Bos had het woord verbinding wel uit de klauwen van de berekening willen redden als hij jonger was geweest, zo schreef hij. Maar misschien is dat wel een van de belangrijke onderdelen van het ouder worden. Het steeds meer mogen beseffen wat het leven in het bijzonder en de mensheid in het algemeen betekent in de samenleving. Een optelsom van opgedane ervaring en levenslessen door de jaren heen. We hebben de rust ervoor en de tijd, alle tijd van de wereld. Wat is ouderdom dan rijk.

Overpeinzingen

Dat is ook heel wat waard

De leesclub heeft het nieuwe boek van Murat Isik uitverkoren. ‘In de Mist van Golden Gate Park’ is de titel. Het komt goed uit want met moederdag kreeg ik het boek samen met die prachtige foto’s van de kinderen opgestuurd. Dat scheelt weer.

Lief begint steeds meer ervan overtuigd te raken dat het een goede keuze is om een paar weken alleen te zijn. Er is zoveel te doen in de hof. Hij heeft de schuur geordend en was van allerlei gereedschap tegengekomen die zijn radertjes aardig in beweging hadden gezet. Er is zelfs een zaagbank. Ooit wilde hij aan de slag met oud hout om te zien of hij er een sculptuur uit kon halen. Daar is nu alle rust en gelegenheid voor en wat niet geheel onbelangrijk is, vooral de lust om dat soort bezigheden op te pakken groeit met verve.

Stoofpotjes

Ondertussen maak ik een kookboek voor hem met makkelijke vegetarische stoofpotten en de basisbereiding van rijst, pasta, en couscous en aardappelen met rozemarijn uit de oven. Hij heeft zich vast voor genomen om vers aan het werk te gaan en steeds voor twee dagen te koken.

Deze week duurt langer dan ik had gedacht. Intussen hebben bijna alle kinderen al een telefoontje gepleegd, heeft kleinzoon via de mobiel dikke zoenen lopen uitdelen en is iedereen blij dat ik zaterdag afreis naar Duitsland. Ik realiseerde me dat zoonlief maandag jarig is en dan ben ik precies op tijd. Dat is een leuke bijkomstigheid. Hij zal het niet vieren maar dan ben ik het hoogstpersoonlijke feestelijke presentje.

Als je uitkijkt naar een heuglijk feit duurt het wachten langer. Aan de andere kant gaat het wat het samenzijn betreft weer veel te snel. ‘Het is ook nooit goed of het deugd niet’, mompelt het verleden.

In een van de shortreads van Filosofiemagazine las ik dat de Hongaarse schrijver György Konrád mensen die te laat waren op een afspraak bedankte voor het wachten wat dat veroorzaakt had. Het bracht hem juist de nodige nieuwe gedachten. In de shortread worden de tussentijden geroemd bij het schrijven die je eigenlijk niet zou moeten invullen met van alles en nog wat. Bij mij blijft het eerder leeg daarboven en dan mag ik graag gebruik maken van wat ik hier geleerd heb, namelijk niets doen door alleen in de waarneming te blijven hangen. Of er tuimelt van alles door elkaar heen en dan krijg ik de neiging om de tijd te versnellen door iets te gaan doen, opruimen bijvoorbeeld of iets nieuws creëren.

Sommige ‘tussentijden’ ken ik wel, zoals die van het ongeschrevene, de witregels tussen de zinnen, of de onverwachte gedachte, die op komt poppen dwars door iets anders heen. In die zin is een droom ook een tussentijd, want daar gebeurt wat ik allang had willen doen en het geeft daardoor extra druk om het daadwerkelijk uit te voeren of ze laat me een totaal nieuw onderwerp denken. Inspiratie genoeg na het dromen op zich.

Gedwongen wachten wordt soms lastig omdat er bijvoorbeeld een maaltijd staat te verpieteren. Is het dan handiger om geen tijd te noemen? Misschien zit ik dan een hele middag te wachten. Of is het noemen van een tijd juist goed om het geforceerde stilvallen en zo nieuwe ruimte voor gedachten te scheppen. Degenen die me tegenwoordig het langs laten wachten zijn de pakjesbezorgers, die als regel een ruime marge hebben ingebouwd. Omdat ik de bel boven niet hoor, zorgen zij ervoor dat beneden het huis een extra stofbeurt krijgt of de keuken flink in het sop wordt gezet. Gedachten op nul en gaan. Dat brengt geen verheven zienswijze te berde maar wel een schone kamer of keuken en dat is ook heel wat waard.

Overpeinzingen

Meer te zien dan je denkt

We zitten samen onder het afdak op het terras met name om de onberekenbare buien die inmiddels wel aan het wegebben zijn. Vanmorgen lag er een verrassing in de brievenbus voor ons samen. Een mooie grote enveloppe met de plakstrips van Magyaer posta Budapést erop. Een prachtige adressticker achterop geplakt met een klein vosje. Vriendinlief las over mijn vorige post uit Texel en bedacht zich ineens dat dat natuurlijk altijd kon. Ze is al elke dag blij met de blog, maar er was ook nog zoiets als die ouwe gouwe correspondentie. Warm en handgeschreven komt elk woord dubbel tot leven. Er rolden twee prachtige boekenleggers uit en een zelfbedrukte linoleumsnede van eigen creatie als briefpapier met daarbij de opdracht: ‘Wie leest, die leeft’. En zo is het maar net. De aanhef van de brief begint met ‘Dag lieve Hongaars-Nederlandse boekenwurmen, hoftuinder & kunstenares’ Zo lief. Heel verrassend begin van de dag. De brievenbus zat trouwens vol want de Groene was ook gearriveerd.

De boekenleggers zijn prachtig en Lief kiest Kees van Dongen, ‘Dame in een zwarte hoed’, het deed hem aan mijn doeken denken, zei hij. Haha. Dat vond ik wel heel erg flatteus van hem, maar stiekem streelt het toch. Af en toe je ego opgepoetst krijgen, is natuurlijk nooit verkeerd. Voor mij bleef Jan Wiegers over en dat was ook al een schot in de roos. Ken uw pappenheimers en vriendinlief kent me bijna van haver tot gort.

De dag kon helemaal niet meer stuk toen we binnen een half uur de Veldwesp en haar solitaire raat(nest) hadden ontdek in een oude urn, daarna de Cetonia aurata(de gouden tor) zagen en heel duidelijk de felgele wielewaal konden zien vliegen van de es naar de berk. Ajeto. Meestal hoor je hem wel met zijn eigenzinnige geluid, maar zien doe je hem zelden. Gisteren kreeg ik op de datsja al bezoek van een kleine harige gifgele rups, dankbaar object voor het tekendagboek even als de linoleumsnede van vriendinlief.

Er stromen uitnodigingen binnen voor leuke feesten in de loop van het jaar, waar we vermoedelijk helaas niet bij zullen zijn. Dat zijn de keuzes, die we maken, moeten kiezen is altijd moeilijk. Het is ook afhankelijk van het weer. In de winter is rijden misschien wel een brug te ver. We zullen zien.

Marja Pruis haar nieuwe column begint opgewekt. ‘Het wordt weer tijd voor mooie dingen’ had ze in haar eigen agenda geschreven. Daarbij kwam een lijstje met Een mooi parfum, een film, een glas wijn, een restaurant, muziek, de poes die een poot op je schoot legt en om een aai vraagt, een fietstocht naar een verre vriend. Ze deelt wat van haar eigen mooie pas beleefde momenten. Eigenlijk is het iedere dag tijd voor mooie dingen en het wonderlijke is, dat die er ook bijna altijd zijn, maar zich vermommen als routine, of gewoontjes, of huis-tuin-en-keuken-momenten en die allemaal schitteren in hun eigen grootheid. De tor van net was kunstig en prachtig van kleur. De raat van de veldwesp was ook al zo’n schoonheid van heel doorzichtig weefsel. De hagedis die zich hier vaker laat zien heeft met haar groen/turquoise hoofdje allang de show gestolen. De grappige sokkippen van de buurman toveren iedere dag een nieuw vers à la Annie in mijn hoofd, de merel heft om mij een plezier te doen een half uur lang de mooiste trillers aan samen met haar kroost. Binnen de kortste keren klinkt er een concert, het concertgebouw waardig. Zo gaat het de hele dag. Overal waar je kijkt, gebeurt iets. Mijn ogen staan tegenwoordig op steeltjes en dat heeft alles te maken met de tijd die er is, om dat te doen. Had ik er bij stil gestaan dan had ik vaker tijd vrij gemaakt om te zitten en te kijken, want op de keper beschouwd is er altijd meer te zien dan je denkt.

Overpeinzingen

Redden wat er te redden valt

De dag begon met een staaltje grilligheid. Grijze lucht, waar bij tijd en wijle geheel onverwacht dikke druppels uitvielen, een plaatselijke stortbui, fel en intens, om even plotseling weer op te houden. Merel, lijster, mussen en hun jongen en zelfs de wielewaal en de appelvink laten zich horen en zien. Vooral de lijster orakelt wat af in de grote es achter de stalletjes. Voor het groen is. het heerlijk, al dat vocht wat naar beneden komt en aanzienlijk beter gedoseerd dan in Nederland. De klaprozen zijn aan hun eindje en gisteren heb ik er een aantal met wortel en al uitgetrokken om ze te drogen. ‘Lief heeft alles’ is hier een gevleugelde uitspraak en warempel. Een lange stok, sisal en bindtouw is gauw gevonden. De stok maak ik met de sisal vast aan de balken en daar hang ik de meeste klaprozen aan hun worteltronken omheen, de losse gebonden met het binddraad. Nu kunnen ze drogen en daarna kan ik het zaad verzamelen. Oneindig blij ben ik met het hele balkenstelsel van het terras. Daar kan je alles aan ophangen. De korenbloemen grijpen hun kans nu er meer ruimte is en tieren welig. De grote kamille moet gestut, die missen het steuntje.

Het valt me op dat de schoonheid van bloem en plant pas echt goed tot hun recht komt als ze hun eigen weg mogen volgen. Normaal trekken we aardig wat akkerkool weg hier en daar. Maar aan de zijkant van de Hof hebben we een rand ongeremd. Daar bloeit ze op als nergens anders en zorgt voor een kleine waterval van geel gespikkeld tussen het groen. Hetzelfde geldt voor de fijnstralen. Bij het beeld van de vrouw met de kruik staan er heel veel, eigenlijk is ze omzoomd door de fijne witte bloemetjes. Bij een bric à brac in Friesland zag ik zo’n zelfde beeld omringd door witte petunia’s en ik had hetzelfde voor ogen met onze dame, maar dit is minstens net zo prachtig en dat heeft de natuur zelf verzonnen. Om in ere te houden natuurlijk.

Gisteren keek ik de film terug van Lucia de B, de verpleegkundige die onschuldig een aantal jaren heeft vast gezeten, beschuldigt van moord op oude van dagen en baby’s. Ik besprak het met Lief, die net als ik de wereld van het ziekenhuis ook intern kent. We kwamen tot de conclusie dat er, als je iemand verdacht wil maken, mogelijkheden te over zijn in een ziekenhuis, omdat veel handelingen nog altijd één op één gebeuren en dat het evengoed onmogelijk is om te beweren dat er kwaad in het spel is, omdat er om de haverklap iets mis kan gaan met de patiënt zelf of met de apparatuur. Ik vraag me af hoe iemand daarmee om kan gaan met de wetenschap dat je onschuldig bent en toch moet vechten tegen de bierkaai. Dat moet toch cynisme en verbittering opleveren, om maar niet te spreken van het verlies van vertrouwen in de mensheid. De euforie toen ze vrij kwam had twee kanten. Natuurlijk ben je blij als je je vrijheid hebt terug gekregen, maar wat te doen met dat vreselijke hiaat, het gat in de tijd, het buitengesloten zijn voor een aantal jaar en in de wetenschap dat het iets is waar je geen schuld aan hebt. Dat moet vreten. Een intrigerende film.

Hagedis liet zich gisteren weer uitgebreid bewonderen. Zo in het zonnetje kwamen vooral de prachtige kleuren goed uit. Hij was overduidelijk op jacht en zocht de grote vliegende mieren. Er friemelden er een aantal op het terras, die ik er van afveegde. Ze kwamen regelrecht voor zijn kleine vraatzuchtige bekkie terecht. Met een onmiskenbaar genoegen snoepte hij het lekkers naar binnen terwijl de rest van de mierenfamilie zich de pootjes onder het lijf vandaan rende. Redden wat er te redden valt.

Overpeinzingen

Dat zou een brug te ver zijn

Pittige overstromingen in Oostenrijk. Zoals het zich laat aanzien voorlopig niet richting Wenen, maar met zekerheid valt dat niet te zeggen. De gevallen regen per uur kent een schrikbarende hoeveelheid.

Vannacht heeft het geonweerd en gebliksemd. Aardig fors zagen we vanmorgen. In de tuin van de buurman lagen veel afgebroken takken. De veldbloemen staan hier nog recht overeind, maar de klaprozen mogen er zo langzamerhand wel uit. Voor de komende jaren zijn we in ieder geval verzekerd van die uitbundige bloeier.

Het scherm is bezaaid met olieverfvingers, kennelijk heb ik behoorlijk zitten turen op de foto. Hoe zit het in elkaar, wat brouw ik ervan. ‘Niet die ogen aanpassen aan de foto, laat ze, ze zijn prachtig’. Lief geeft me die goede raad en inderdaad. Ze zijn vorsend en derhalve intrigerend. Waarom kijkt die beste man zo, wat is er gebeurd. Er gaat een wereld achter schuil. Ik besluit het te laten. Vriendinlief vraagt of ze de opzetjes van de laatste twee portretten mag zien. Ze heeft een zenuwachtig handje bij het scheppend bezig zijn vond haar leermeester , omdat ze veel te gedetailleerd aan de slag gaat. Denk in vlakken adviseert hij haar. De opzet kan juist fijn los zijn. Er valt nog genoeg aan te boetseren en te trekken en daar is ruimte genoeg voor.

In een shortread van Femke van Hout in het Filosofiemagazine vertelt ze dat ze als kind niet wist wat tranen van geluk waren, tot ze op een dag haar vader zag huilen, hem wilde troosten en bleek dat dat niet nodig was. Het waren tranen van geluk.

Mijn vader huilde toen hij ouder werd en na zijn hersenbloedingen om de haverklap. Ik dacht vooral uit verlangen naar de tijd dat het anders was, misschien ook wel spijt om hoe die verleden tijd was gelopen. Dat had ik er van gemaakt. Ik heb het hem niet gevraagd. Ik huil vooral van ontroering. Als de kinderen een cadeau hebben bedacht, als er een sinterklaasgedicht wordt voorgelezen dat op mijn persoontje slaat, als ik de oude liedjes hoor van vroeger, zoals het karretje, dat heel vaak nog op die zandweg mag rijden, ook al ligt de voerman te slapen of het Groene dal, het Stille dal, waar die waterval klettert. Ik heb een keer op een weekend heel hard gehuild waarbij ik niet meer kon stoppen, het bleef maar komen en dat ging volledig onaangekondigd en onverwachts geheel buiten mij om. Er was kennelijk iets wat mijn onderbewustzijn had getriggerd.

Vorig jaar toen ik de vragen van zoonlief beantwoordde, waren de tranen soms ook niet te bedwingen. Door een herinnering, door hoe het pad liep en of ik niet de zijwegen had moeten bewandelen, al wist ik heel stellig van niet. Onmacht laat me ook soms huilen, misschien wel alles waar -on- voor staat. Ontroering, onmacht, onmogelijkheid, onvermogen, onzin, ongeval, onnut en die ene die we allemaal proberen te mijden, ongelukkig.

Femke dacht als 8-jarige toen ze van die gelukstranen hoorde, dat ze later, als ze volwassen was, tranen van geluk kon huilen. Hoe ouder ik word, hoe sneller de ontroering toeslaat, dat komt vooral door schoonheid. De schoonheid van de natuur, van een gebaar, van een gedachte, van een boek, van een film, van een kunstwerk om bij neer te zijgen en je leeg te huilen. Van huilen krijg je mooie ogen.

Het kan stikvervelend zijn, als je een lezing moet houden, bijvoorbeeld over je passie, en daar zo ontroerd van raakt dat je begint te snikken. Dat gebeurde mij meer dan eens tot ik de ingeving kreeg om gewoon te blijven huilen en wat ik wilde zeggen op te schrijven zodat een ander dat luid en duidelijk voor kon lezen. Schot in de roos en een juiste, haalbare, beslissing, want om die ander nou te vragen om het huilen over te nemen…Dat zou een brug te ver zijn.

Overpeinzingen

We zullen zien

Gisterenavond keek ik naar een uitzending van de Vara over Sonja Barend. Zij werd destijds in 2020 80 jaar en werd geroemd en genoemd door andere Vara-Coryfeeën. Veelvuldige stukjes van haar reilen en zeilen gedurende de jaren dat ze als talkshowhost werkte en niet terug deinsde om ongezouten haar mening te geven als ze een andere mening had dan de geïnterviewde gast. Sommige gasten voelden zich bedrogen als ze daar zaten, omdat ze dachten dat ze er zaten om over een heel ander onderwerp te praten. Het was een spraakmakend en kritisch, fel maar tegelijk ook humoristisch programma.

Bij het zien van de rij gasten uit het verleden die allemaal langs kwamen was er een vleugje weemoed. Zoveel mensen die er nu niet meer zijn, te vroeg vaak een grens zijn overgegaan. De tijd gevangen in het hoofd van Sonja zelf en in het programma over haar. Ze heeft geschiedenis geschreven en niet altijd vlekkeloos, maar als vrouw kon ze voor mij niet stuk in dat bolwerk van mannen, waar ze met al haar charme en vrouwelijkheid, maar ook met scherp en kritisch vermogen weerstand kon bieden. Blauwe plekken, butsen op de ziel, schaafwonden met venijn aangebracht door derden, ze leek er boven te staan en ging onverdroten voort. Dat doorzettingsvermogen en het zich niet laten voegen tot wat het gros wilde, maakte haar trotser, sterker, gedurfder en soms gewaagder. Respect voor die vrouw.

Appje van schone zoon, die een heerlijk kampeerweekend met het hele gezin aan het houden zijn in hun handzame caravan. In de herfst gaan ze met z’n vieren naar Wenen met de trein. Na een paar dagen huren ze daar een auto en komen naar hier. Wat een heerlijk vooruitzicht. Iets om naar uit te kijken.

Lief had gisteren van de zolder twee oude volle tassen naar beneden gehaald om te kijken welke geheimen die aan het herbergen waren. Ik schilderde mijn doek af in de Datsja en hij zat op een stoel ervoor. Af en toe ging ik kijken naar de vondst. Het bleek een goede werphengel te zijn die nog helemaal intact was en in de andere tas zat zijn vondst die hij had gedaan, tijdens het uitlaten van de roedel honden die ze destijds hadden, rond de oefenterreinen van het leger. Lading losse flodders, zo’n prachtige ketting die hij om zijn hals legde, een oude buitenhelm, die hij op zijn hoofd prikte en een oude doorlader. Ik kwam niet meer bij van het lachen. Zo potsierlijk en dat bij hem, pacifist van het eerste uur. Hijs de banieren, zwaai de vaandels, sla de pauken aan. Alors, on y va!

Het hotel is geboekt dankzij zoonlief die me een luxere uitvoering dan gewoonlijk had toegewenst. Nu de vignetten nog regelen en bedenken dat ik de herfst tegemoet ga, als ik de berichten van Nederland moet geloven. Hier is het inmiddels rond de dertig graden, volop zon en een luchtige bries, die de temperatuur zeer draaglijk maakt.

De pompoenen krijgen al bloemen, ben benieuwd naar de oogst. De kleine klavers zijn ook aan het bloeien, prachtige kleine bloemetjes. Er zijn mensen die van de herfst willen helpen inmaken, maar dat moet in ieder geval wel heel zen gebeuren, met voldoende overblijvers voor de vogels. Bovendien heb ik maar een pan en vind ik het heerlijk om kalmpjes een paar potjes en flessen te maken, maar niet gelijk voor een weeshuis. We zullen zien.

Overpeinzingen

Schoonheid binnen bereik

Er komt me een recensie van Ted van Lieshout onder ogen en daarop blijf ik hangen. Het brengt zoveel mooie zinnen, het zijn citaten uit zijn nieuwste gedichtenbundel ‘Ommouw me’. Daarna ga ik op zoek naar het boek en nog meer recensies. Ted van Lieshout kent prachtige taal, dat heeft hij meer dan eens laten zien. De titel doet al vermoeden dat het over kleding gaat. Gedichten over kleding, door kleding moet ik eigenlijk zeggen. Hij personifieert ze, dicht ze extra betekenis toe. Het is de kleding van hemzelf, lelijke die je nooit aan wilde of juist mooie waar je spijtig genoeg uitgegroeid bent, één gebreide sok, omdat oma door haar reuma nooit meer toegekomen is aan de tweede, de kleren van zijn overleden broer van jaren her, die van zijn dode vader. Allemaal hengelen ze ernaar om leven ingeblazen te worden of om weer aan levende lijven te worden gedragen. Weemoed klinkt er door, een diep verlangen. Hij heeft het boek zelf prachtig vormgegeven. Zoals we gewend zijn van Ted van Lieshout, die van mening is dat elk boek een kunstobject in taal en beeld zou moeten zijn in achtneming van het materiaal. Een bezielde uiting en dat raakt. Het boek is besteld. Want hoe kan je zoiets nou laten lopen.

Zwarte jasje en de vleermuizenbroek

Het geeft gehoor aan mijn eigen gewoonte, om kleding, vooral de lievelingen, te bewaren en te koesteren. De wikkelrokken uit de jaren ‘70, dat ene zwarte fluwelen jasje, die ene goudkleurige ook en dan dat zwarte Crêpe de Chine jasje dat meeging naar Washington en New York, mijn kekke leren zwarte minirok met de paarse top, aandenken aan de vele optredens met de band, mijn zouavenbroek, waarin de snelste Bulgaarse danspassen moeiteloos konden worden uitgevoerd, de mooie brede riem om de wespentaille van weleer te accentueren, die fluwelen alpino, mijn lieveling uit diezelfde jaren ‘70, mijn vleermuizenbroek uit de jaren ‘80

Hoe prachtig van een dichter om ze tot leven te wekken, er een ziel in te laten sluimeren, die mijmert en hoopt op ooit weer. Een wikkelrok ligt hier, de andere twee gaf ik dochterlief. Een heeft ze bewaard en ook aangetrokken. De andere mochten verwerkt worden tot een lange slinger van vrolijke feestvlaggen, een memorabel aandenken. Sommigen lijsten de kledingstukken in. Het eerste setje van baby bijvoorbeeld. Ook dat had ik allemaal bewaard, maar eigenlijk bleek dat alleen voor mezelf te zijn. Van de vader van de kinderen werd een paars geblokte trui bewaard en een zogenaamde manchester werkmansjas. Daar kon je hem in uittekenen. Toch hebben ze het niet overleefd, of misschien zwerven ze nog ergens bij de kinderen rond.

Gedichten zijn bij uitstek geschikt om te herdenken, maar bewaarde kleding ook. Om je neus erin weg te duwen als het gemis te hevig wordt, om een herinnering levend te houden bij het zien van een lievelingstrui, om dicht tegen je aan te houden. Een en een is twee heeft van Lieshout vast gedacht. Niet alleen wij missen de doden, of het jongetje of meisje dat je ooit was, de grote broer of juist de kleine zus. De gedragen kleding mist ons ook. Twee armen in de mouwen, een warm kloppend hart onder een borstrok, twee knieën in een versleten broek.

Hij schreef het op en liet vooral de weemoed spreken. Met inzicht, met verlangen, met humor, met zijn hele gemoed. Wat een geluk. Schoonheid binnen bereik.

Overpeinzingen

Vice versa

Zoonlief belde vanmorgen. De kleine wilde oma even vasthouden, dus kwam de mobiel in zijn kleine knuistjes terecht en duizelde de omgeving om hem heen want hij zat op de schommel. In het weekend dat ik wil reizen begint het EK in Duitsland, wist zoonlief. Extra drukte dus. Lieve vriendinnen gaven me de raad met het vliegtuig te gaan als ik tegen het alleen reizen op zag, maar het rijden is het probleem niet. Ik rij altijd alleen en ik rij graag. Duidelijk een dochter van mijn vader. Zoonlief prikte onmiddellijk met zijn vinger in mijn zwakste plek. Hij kent zijn moeder. Hij zoekt nu mee naar een rustig onderkomen, waar ik kan overnachten.

Lief is al aan het maaien geweest en kreeg bezoek van de oude man, niet ouder dan ons trouwens, die soms om wat spulletjes vraagt. We hadden een zak met een oude geluidsinstallatie en wat boxjes. Hij was de koning te rijk en stond erop dat Lief een glaasje wijn met hem dronk. Hij had de fles net open. Dat was dus om negen uur ‘s ochtends. De arme man hult zich de hele dag in nevelen. De overbuurvrouw kwam Lief waarschuwen. Als je daar mee begint, dan wil hij in huis komen en daarna halen ze je boeltje leeg. Lieve buurtcontrole, die hier toch wel fijn is, extra fijn dat we nu ook niet meer zo’n lange periode weg zullen zijn.

Gisteren weer lekker aan het schilderen gegaan. De achtergrond moet nog, maar de dame vordert goed. Rond een uur of vier zaten we op de veranda van de datsja en keken het bos in. We zagen een lichtere vogel dan normaal vliegen en even later nog een. Het bleek al gauw, dat we twee appelvinken in de bomen hadden, buiten alle merels met hun jongen en de lijsters. Ze deden zich druk tegoed aan de vele wilde kersen en pruimen die op de grond waren gevallen.

De rust en de stilte hebben om te observeren. Dat had je me een paar jaar geleden niet moeten voorstellen. Toen was ik altijd in de weer, met maaien, met snoeien, met onkruid wieden maar zelden met zitten om te zitten en kijken om te zien. Nu kan ik dat als de beste. Steeds duidelijker wordt het me, dat het zo spijtig is dat veel van de levende have hier in Nederland sporadischer wordt. Als we in de namiddag onder de hazelnoot zitten en richting het huis kijken, valt vooral de hoeveelheid insecten op die als kleine stofjes of pluisjes in de laatste zon dwarrelen, zoemen en dansen. De dikke zwarte houtbij is terug. Hij zoekt een plekje in de dikke balken. Het zou beter zijn als hij in de houtstapel van de buitenoven zou gaan zitten. Het terras moet echt langer mee en stiekem ondermijnt hij het behoorlijk door het van binnenuit uit te hollen.

De grote kamille tiert welig en waar de klaprozen het bijna af laten weten geeft ze een mooi contrast met de nog immer bloeiende margrieten en korenbloemen. Baby Hagedis kwam ook even aangewandeld en dook daarna fluks het struweel in. De temperaturen lopen weer behoorlijk op, dan wordt het tijd voor een uitgebreid zonnebad. Van de stokrozen hier heb ik er één kunnen redden, die komt wel in bloei. Drie zijn er teveel aangevreten door wants en luis. Achter doen ze het als een tierelier. De cactus, de Opuntia Imbricata, heeft een prachtige felgekleurde bloem. Deze grillige plant staat in het tuintje om de patio heen en is heel bijzonder. In de winter is ze niet om aan te zien maar met frisse scheuten en bloemen is ze prachtig.

Het beddengoed van de logees is gewassen. Dat kan in de plastic hoezen in de kast. Wachten op de volgende lichting. Ik mijmer over wel en geen bezoek. Een ding is duidelijk. Met een groot contrast is het sneller genieten. Wie de drukte heeft ervaren, geniet dubbel van de heerlijke stilte en vice versa.

Overpeinzingen

En dus genieten

Vanmorgen om tien voor tien was de installateur van de nieuwe router er al. Dat bleek iets meer in te houden dan het aansluiten van het kastje alleen. De kabels waren verouderd en die moesten vernieuwd worden. Tot mijn grote verbazing, ik had het nog niet eerder gezien, pakte de bedaarde man een lange ladder uit zijn auto, zette hem tegen de grote mast met kabels aan de overkant en sleutelde aan het kastje dat beneden de elektriciteitskabels zat en dat kennelijk bij de telefoon hoorde. Doodgemoedereerd, af en toe opkijkend en inschattend wat de afstand tot het huis zou zijn, bevestigde hij een deel van de kabel aan de draad en prutste iets in het kastje, vervolgens liet hij de draad vallen, om hem beneden weer op te rapen en de ladder tegen ons huis te plaatsen. Zo gaat dat dus. Alle kabels vervangen, de router omgewisseld, en de zaken keurig geïnstalleerd met een kalmte die geprezen mag worden. Zijn blik monsterde tussendoor telkens vol verbazing het huis.

O, de zaligheid van gewoon weer het internet op te kunnen, dingen op te kunnen zoeken, te schrijven zonder capriolen, te facetimen. Zelfs buiten op het terras is er weer snel en goed bereik. Een zegen.

In een oude Zin lees ik een artikel over het ‘Lege-Nest-syndroom’. Haha, daar heb ik vroeger nooit last van gehad. Misschien ook omdat de overgangen vrij geleidelijk en soms zelfs laat op gang kwamen. De dochters waren er veel eerder aan toe dan de jongens en de laatsten kwamen soms zelfs een of meerdere keren weer even een jaartje ‘logeren.’ Terwijl Lief moed verzamelt om het omhoog geschoten gras te maaien, wik en weeg ik mijn gedachten. Het is ook zo dat het ‘Nest’ nooit helemaal leeg is geweest. Immers zoonlief huist nog steeds met schone dochter bij ons. Stiekem vond ik het heerlijk als ze weer eens een jaartje kwamen overbruggen, dat weer wel. Ben nou eenmaal de drukte altijd gewend geweest. Waar dat eventuele syndroom wel heerst, is hier. Maar dat zijn ook de omstandigheden. Het aantal kennissen is zeer beperkt, het contact met de overburen is van ‘Jo napot’ en ‘Viszlat’. De stad is een half uur rijden, de winkels zijn beperkt, supermarktcontacten zijn er nauwelijks. De kinderen appen en face-timen en toch is dat niet hetzelfde als even lekker warm knuffelen, zoals wij als familie zo gewend zijn te doen.

Gisteren heb ik al uitgelegd dat we elkaar de vrijheid gunnen om vaker alleen naar Nederland te gaan. We laten elkaar niet los, want we vinden elkaar nog steeds veel te lief, maar het jasje waarin we onszelf hadden gegoten, mag wat ruimer. Hier doe je bijna alles samen. Straks zal het weerzien na een korte pauze alleen maar veel fijner zijn. Alléén reizen is een dingetje, maar ik hou de wijze woorden van mijn vader maar indachtig, die vroeger vond dat ik mijn rijbewijs zo snel als mogelijk moest halen. ‘Dan ben je onafhankelijk’, zei hij en daarmee liet hij de politieman, die alle gevaren van de wereld kende, in zichzelf los. Zo is het. Dat heet een wijs besluit. Alléén in een hotel is een ander obstakel. Daarbij moet ik maar aan jongste zuslief denken, die door het land reist en heel vaak ergens een nachtje moet doorbrengen. Ze heeft al aardig wat ho-en-motels bezocht. Ze doet het toch maar. Dappere Henkie. Nu ik nog.

Ik hoor de maaier maaien, dus Lief heeft zich vermand. Het maakt een doffig lawaai. Heel anders dan de bosmaaiers die je in iedere tuin te pas en te onpas hoort om hele velden weg te maaien. Geloof me, daar ga je een aversie tegen ontwikkelen. Ik reken ze tot ‘een nadelig dingetje’, want ze scheuren de stilte onherroepelijk aan gort en er is geen kruid tegen gewassen. Maar tegen al die kleine bezwaren weegt veel op, vooralsnog is het nog steeds een ‘Hoff van Tijt en Eeuwigheid’ en dus genieten.

Overpeinzingen

Zij en ons nieuwe plan mogen samen stevig wortel schieten

Mensen van de provider te pakken krijgen is hier mijl op zeven. Lief had het lumineuze idee er naar toe te gaan. In Szigetvar zat een klein winkeltje. Twee mensen achter de desk. Lief deed het verhaal en we kregen het telefoonnummer mee, dat we eigenlijk al wisten. Thuis in alle rust het nummer gebeld. Een vrouw die in ratelend Hongaars haar verhaaltje afraffelde en daar werden we op generlei wijze wijzer van, want in feite zei ze niets. Vriendlief gebeld. De router had aan de onderkant nog een key op een sticker. Nooit aan gedacht. Computer opgestart, Key ingevoerd, nul op rekest. Vriend had het ook nog over bellen met een Nederlands nummer dat dan niet gaat en met de Hongaarse huistelefoon misschien weer wel. De Nogmaals een mevrouw met een verhaaltje en achteraan het relaas een zinnetje” If you speak english please deal blrlrl’. Dat laatste bleek niet te verstaan.

We besloten terug te gaan naar het winkeltje. Nu nam de man de tijd. Hij tikte wat gegevens in en gaf antwoorden in zijn beste steenkolenengels waar zijn collega steeds om moest grinniken. Het bleek dus na veel vijven en zessen dat het systeem zwaar verouderd was en we toe waren aan vernieuwing. Dat was het hele eieren eten. Man maakte de afspraak in orde en woensdagmorgen tussen tien en twee komt er een installateur aan huis. We konden opgelucht ademhalen. Een hele geruststelling waar we wel meer dan een halve dag zoet mee waren geweest. Internet vreet tijd.

Een lief schrijven van vriendinlief over de blog van gisteren en het verhaal van de groene glazen fles. Het bracht haar een herinnering aan vroeger, waar ze als klein kind was geobsedeerd door de grote blllllurp die een gistbel liet ontsnappen uit een rode dop, als de druiven in zo’n zelfde fles stonden te gisten. Ik kon dat kleine meisje op haar blote knietjes turend in de fles voor me zien om het moment te vangen dat het weer zou gebeuren. Ze bedankte me voor de herinneringen. En ik nu op mijn beurt haar voor het mooie beeld dat ik erbij kreeg.

Vanochtend hadden we een gesprek dat ons verblijf hier een stuk ruimer zal maken voor beiden. We hadden het er al eerder over gehad, maar steeds wogen de bezwaren om de zorg die het met zich mee zou brengen zwaarder. Bij drie maanden hier mis ik de kinderen erg. Afgelopen week had ik het uitgestelde verjaarsfeestje van de jongste kleinzoon en mijn schone dochter gemist. Omdat zij 35 werd en hij een werd het feest groter gevierd op een mooie locatie met familie, schoonfamilie en vrienden. Er was voldoende speelplek voor klein en groot en het zag er verleidelijk uit. Alle verjaarsfeesten zijn niet te doen, maar mijlpalen misschien wel. Het zou fijn zijn als ik dan wat meer heen en weer kan reizen. Lief is hier het meest op zijn plek. Zijn hele ziel en zaligheid woont in elke vezel.

Een en ander impliceert dat we elkaar daarin meer tegemoet kunnen komen door elkaar te durven loslaten.

Als symbool voor deze nieuwe fase in ons samenzijn plant Lief nu de wilde roos vlak onder de half dode wilg, zo dat ze bij hem weer nieuw leven kan inblazen. Zij en ons nieuwe plan mogen samen stevige wortel schieten.

Overpeinzingen

Ze krijgt een plek binnen de gemaakte compositie

Lief had mandflessen in de schuur staan. Wat staat daar nou niet. ‘Hij heeft alles’ is een gevleugelde uitspraak van mijn dochter en overgenomen door ons. Maar net als ik is hij druk aan het ruimen. Straks wordt het ‘Lief had alles, maar hij heeft het weggegeven’. Bij iedere grote opruimbeurt komt er ruimte in zijn hoofd en is er plaats voor nieuwe herinneringen. De mandflessen hebben we een plaatsje gegeven op de veranda van de Datsja. In het atelier stond nog een schattig plantentafeltje met twee verdiepingen, daar heb ik ze op en omheen geschikt. Alsof het zo hoort te zijn, vinden we beiden en mijmeren nog even door, als twee oude bessen, terwijl we luisteren naar de merel en helaas ook naar de 6, want de wind staat een tikkeltje verkeerd.

Omdat we zo vroeg bij het restaurant de lichte lunch hadden genomen, is er geen behoefte aan nog een maaltijd en langzaam vloeit de dag over in de avond. Hoe ouder je wordt, hoe minder behoefte aan copieuze maaltijden. Mijn vader at op het laatst ook maar heel weinig. Hij kon niet meer op. Lustte ook de helft niet meer van wat ooit niet te versmaden was. Met mijn gebrek aan smaak en reuk is de trek in iets hard achteruit gekelderd en draait het alleen nog maar op verlangen. Nog een keer de geur van een geurige soep, of nog een keer zo’n heerlijke aioli, brood met kruidenboter, pesto. ‘Het is er niet meer, dus wen er maar aan’, zou mijn moeder zeggen.

In het tekendagboek schrijf ik op het deeltje dat regels aangeeft de verrassende kleine voorvallen, een recept, een gedicht, de bloeiende bloemen, de rondzwervende vogels, de techniek van het papier scheppen, alles wat zoal bijzonder is in deze drie maanden. Het wordt een mooi geheel met tekeningetjes van dat wat het meeste in het oog sprong, die dag.

Vandaag gaan we achter de provider aan. Dat is hier minder makkelijk, want lief gaat liever persoonlijk langs, omdat de taal dan wel als een barrière dient. Ik geloof dat ik er te licht over denk. Iedereen en zeker een internetbedrijfje spreekt toch zeker Engels, vond ik. Bellen is zoveel handiger. Maar nu gaan we toch maar langs. Als iets het niet meer doet, voelt het altijd een beetje unheimisch. Of het nu de auto, een of ander noodzakelijk apparaat of het internet is. Het geeft onrust in mijn hoofd.

Gisteren bij de supermarkt zat een lieve jongen achter de kassa, die in het Hongaars vroeg of ik een klantenkaart had en daarna in het Engels uitlegde dat ik die online moest bestellen en dat het dan pas korting op bepaalde artikelen zou geven. Dat laatste weten we natuurlijk wel, maar het feit dat hij het in het Engels zei en zo vriendelijk, was een verademing.

De klaprozen, korenbloemen, kamille en margrieten vragen erom om aangepakt te worden. Ze bloeien nog volop, maar door hun lengte en de regen ziet het er allemaal een beetje verfomfaaid uit. De stokrozen naast het terras zijn helemaal aangedaan. Achter staan er een aantal waarvan er een al fraai in bloei. ‘Kill your darlings’, wordt het hier voor, vrees ik.

Lief had nog een groene glazen fles gevonden, de mooiste vond ik onmiddellijk. Het is zo bijzonder om op die manier schatten in de schoot geworpen te krijgen. Ze krijgt een plek binnen de gemaakte glazen compositie.

Overpeinzingen

Om met een goed gevoel verder te gaan

Nog steeds niet helemaal in het ritme van opstaan, schrijven en dan de rest. Toch van slag omdat we de hele morgen bezig zijn geweest om internet aan de praat te krijgen. Morgen eerst maar even langs of bellen met de provider die een winkel in het dorp schijnt te hebben. Vooralsnog zijn we afhankelijk van de telefoon.

Broerlief en schoonzus zijn gisteren in een keer van Linz naar huis gereden, omdat ze geen hotel naar het zin konden vinden. Voor iemand die tegen lang reizen op ziet, is dat een hele prestatie. Om acht uur weg en om kwart voor elf ‘s avonds thuis. Daar zullen ook niet al te veel stops tussen hebben gezeten.

Vandaag lieten we de boel de boel. Eerst de boodschappen, daarna het glas, karton en plastic wegbrengen naar het gemeentehuis waar containers staan voor de desbetreffende ballast. Met een beetje stouwen kon alles erin.

Daarna een ritje in de omgeving gaan maken en langs bij een ons geliefd restaurantje midden in de grote oerbossen. Over een smalle bosweg rij je erheen en dan kom je bij een soort educatiecentrum links en een restaurant aan de rechterkant. Het enige wat te horen valt zijn de vogels. We kiezen allebei een voorgerecht, omdat het meer dan genoeg is. We worden geholpen door een serveerster die direct in het Duits begon. Als Lief er Hongaars tussendoor gooit, raakt ze een beetje in de war. Het blijft bij Duits dan maar. Hoog boven ons cirkelen twee roofvogels zo groot als een visarend. Overal wippen kwikstaarten heen en weer en de stilte is zeer aangenaam. Geen zes, de doorgaande weg bij ons, die de rust kan verstoren als de wind verkeerd staat. Slechts de vogels en wat gepraat op het bijna lege terras.

We passeren op de heenweg imponerende rijen en rijen opgestapelde stammen. Ooit ben ik in de buurt van Kecskemét in de jaren ‘90 naar een enorme houtzagerij geweest. Met de hoeveelheden die we nu gezien hebben, moet die en nog velen er ter verwerking wel zijn. Lief heeft het strooien dak vervangen ondanks de mooie gelegenheid voor diverse zwaluwen om er een nestje te maken. Het was namelijk tevens een natuurlijke habitat voor allerlei kleiner grut, dat je graag buiten de deur wilt houden. De veranda is opgetrokken uit dergelijke houten stammen als balken met rechthoekige metalen platen met dakpannenmotief er aaneengesloten bovenop. Bij slagregens geeft het wel even een oorverdovend lawaai maar alles weegt op tegen wants, tor, kruisspinnen, langpoters en kevers. Het is een degelijke constructie geworden waar we graag en lang zitten.

Ik lees in een column over de schrijfster die in de wachtkamer een spontaan gesprek heeft met een andere bezoeker. Het blijkt dat de man een egelplaag in zijn tuintje heeft. Het wordt een geanimeerd verhaal over vangen en ergens elders onderbrengen. Ze concludeert dat zo’n spontaan gesprek zo mooi is mits je je er voor openstelt. Mijn gedachten gaan uit naar het ziekenhuis, waar ik als vrijwilliger op de oncologie werkte en waar deze ‘semi’ achteloze gesprekken zoveel nut bewezen en zoveel vreugde verschaften. De onderwerpen konden zeer uiteenlopend zijn. Van hoe je de koffie het liefst dronk tot gebreide sokken en alles wat daar tussen lag. Voor sommige was dat het meest noodzakelijk voor de verwerking als het maar niet over ziek zijn en doodgaan ging om makkelijker afstand te kunnen nemen. Anderen lieten heel duidelijk blijken wel de diepte in te willen en angst en onrust te willen delen, behoefte te hebben aan troost of opbeurende woorden.

Vanmiddag op het terras met de bescheiden serveerster hadden we ook heel even zo’n klein intermezzo. Over waar we woonden. En dat ze vlak bij ons, drie kilometer verderop, in een ‘Kindergarten’ had gewerkt. Zo’n kleine vertrouwelijkheid, maar ruim voldoende om met een goed gevoel verder te gaan.

Overpeinzingen

Zonder internet is dat een makkie

Vanaf gisterenavond tot nu toe is het hier een tranendal. Het is acht uur in de ochtend. Eindelijk hebben we een klein beetje meegekregen van wat bij jullie al zo lang gaande is. Als mijn moeder haar wolk schoon houdt, als het regent, dan heeft ze dat nu wel zeer grondig gedaan. De margrieten buigen zwaar voorover en ze slepen de gele kamille mee in hun val. Van de weeromstuit is door het vele onweer het internet ook uitgevallen.

Hoera post, een enveloppe met wat lieve fotoaandenkens tijdens ons verblijf in Texel met vriendinlief, die hier vorig jaar nog het wijnhuisje had. Als laatste zin schrijft ze: Het leek me toch leuk om af en toe wat post in H’rije te ontvangen’. Dat is het zeker. Dat ouderwetse gevoel van vroeger, even de verwachtingsvolle blik op de brievenbus als je de postbode aan hoort komen, zwemt door de beelden heen. Dat was het leuke van handpost. Hoeveel brieven er niet over en weer zijn gegaan tussen mij en mijn moeder, mij en mijn vriendinnen en vrienden, mij en mijn Lief. Hele epistels vol, elk stuk papier ten volle benut en zelfs in de kantlijn nog beschreven. De kaart die bij de foto’s was ingesloten is een foto van Dirk de Herder uit 1993 en heeft als titel:’Ga nooit op reis zonder een koffer met dromen’. Dankzij deze vrolijke verrassing op de vroege morgen kan de dag niet meer stuk.

Vannacht kwamen trouwens tot mijn grote verbazing hier drie broers met de schone zussen op bezoek en nog een lieve schoonzus. Totaal perplex was ik en zo werd ik ook wakker. Wat dat aan betekenissen geeft, weet ik nog niet. Maar de boodschap was duidelijk, ze waren er niet voor niets. In dat koffertje met dromen dan maar en later nog eens bepeinzen.

Tijdens de thee ontwaren we voor het eerst twee speelse puttertjes. Ze duiken in de vijg en van daaruit scheren ze naar de enorme es achter de stalletjes. We azen op nestbouw, maar dat weten we niet zeker. Wel herhalen ze hun vluchten en iedere keer is het tak-op-tak-af in de vijg, Guido Gezelle waardig. Ik krijg ze nog niet op de foto en vertel lief van het boek van Donna Tart, dat in de boekenkast ver weg staat en de bijzondere symbolen die voor het diertje staan. Vindingrijkheid en volharding. Aan de hand van het beroemde gelijknamige schilderij van Carel Fabricius in het Mauritshuis heb ik geleerd dat een puttertje vroeger een populair huisdier was en dat je hem kon leren zelf met een miniatuuremmertje water uit een bakje te putten. Vandaar de naam.

Het boek ‘Lessen’ van Ian Mc. Ewan laat zich moeilijker lezen met onderbrekingen en interrupties. Volgens de leden van de leesclub, die vorige week bij elkaar zijn gekomen, was het verhaal zeer de moeite waard, dus probeer ik alsnog er grip te krijgen. In het begin zitten we vooral vast in het hoofd van de hoofdpersoon, die zijn gedachten alle kanten op laat waaieren. Daar heeft hij volop tijd voor, want hij is alleen en zorgt voor zijn kind. Het huis is afgeplakt voor de mogelijke stralingsgevolgen in Tsernobyl, ook al woont hij in Engeland. Een zo’n luchtstroom hoeft maar verkeerd te waaien en je zit met de gebakken peren. Een andere gedachte betreft de ‘Weisse Rose’ een verzetsbeweging in Duitsland zelf die ageerde tegen de Hitlerbeweging, waarbij drie prominente en belangrijke figuren dat met de dood moesten bekopen. Zo wandel je in het hoofd van de man dwars door een stuk Europese geschiedenis en in die zin is het interessant en boeiend genoeg.

Er is opnieuw tijd genoeg om te lezen. Eerst het boek en dan de rest. Zonder internet is dat een makkie.

Overpeinzingen

Het mag en het kan allemaal

Het was gisteren de laatste dag met ons vieren. Nog eenmaal een heerlijke maaltijd maken voor broerlief, die een echte smulpaap is. Zelden heb ik iemand zo op zien gaan in zijn eten, er komt geen gesprek meer tussen. Dat was van de week al zo in het restaurant en nu weer. Dankbare afnemers voor de kok natuurlijk. Schoonzus en ik hebben beide een eigen stijl van koken. Zij volgt recepten tot op de letter nauwkeurig en weegt alles zorgvuldig per gram af. Ik zoek een recept bij wat ik wil maken, bijvoorbeeld aubergine, en vind ik er een, dan kijk ik welke kruiden erbij passen en of ik die heb. Zo niet dan zoek ik op waar ik ze mee kan vervangen. Hier kan je bij lange na niet de kruiden krijgen zoals we gewend zijn in Nederland. Dan volgt, na het lezen ervan, een eigen interpretatie en alles gaat vanuit de losse pols. Snufje hier, scheutje daar, wat extra knoflook etcetera. Schoonzus heeft er met verbazing naar gekeken maar vond het wel een leerzame week wat dat betreft. Voorschriften en regels zijn er om van afgeweken te worden.

Zij en lief liepen gisteren nog een laatste wandeling door de Hof en tot mijn verbazing kwamen ze met moerbeibessen terug. Nooit geweten dat we die hier ook hadden. Heerlijk zoet en sappig. Anders dan de moerbei op de tuin heeft deze een dunne stam en hangen de takken met vruchten hoog.

Eergisteren hadden we nog een soort bonte avond gevierd met gitaarmuziek en liedjes als Mij Sarie Marijs en Teran Bulan, vol nostalgie en sentiment, twee en driestemmig, net hoe het uitkwam. De laatste avond togen ze vroeg naar bed, om uitgerust te zijn voor de reis. Ze lieten doorschemeren er tegenop te zien. Broerlief zou het liefst hier blijven. Die zag er tegenop om naar zijn tuintje thuis te gaan terwijl hier de natuur alom vertegenwoordigd is. Waar vind je anders een bonte specht, zo’n nachtegaal, die geelgors.

Vanmorgen was het nog éen keer heel vroeg dag, zonder onze eigen rituelen en aangepast aan de wensen van de gasten. Het regende pijpenstelen. ‘De hemel huilt vruchtbaarheid‘ zei Lief ‘En om jullie vertrek’. Dat was mooi gezegd en werd in dankbaarheid ontvangen. Inpakken, mijn auto wegzetten, die op de oprit voor het huis stond, een broodje voor onderweg, een thee, nog een toiletbezoek en daarna konden we hen uitzwaaien. ‘Dag lieverds, goede reis, tot later’.

Truus weer terug op haar vertrouwde plekje, hek sluiten en even acclimatiseren, want er was een diepe stilte over het huis gedaald. We zaten in de bibliotheek, die als logeerkamer had gediend, de bedbank, een groot succes gebleken, was afgehaald, de te wassen lakens lagen ervoor, de glazen deuren stonden weer open en het huis ademde rust. ‘Ook heerlijk’, zeiden we tegen elkaar.

Het was een mooie tien dagen waar lang op te teren valt en nu is het des te meer genieten van de weldadige kalme sfeer. Zo kent alles voordelen. Ik kan als vanouds mijn verhalen in de ochtend schrijven op het tijdstip waarop er inspiratie is en wordt niet meer afgeleid door broer, die ‘s morgens meteen aan de babbel gaat. Zo heeft ieder mens eigen gewoonten en voorkeuren. De hele dag ‘aanstaan’ maakt dat het dubbel fijn is om terug in je schulp te kruipen . Alleen met je gedachten en een beetje kluizelen, mijmeren over de afgelopen week of zomaar, wat voor je uit zitten suffen. Het mag en het kan allemaal.

Overpeinzingen

Zonder kan niet

De Dichter én de Denker des Vaderlands spreken hun ideeën uit over taal en ruimte in een interview met Djuna Spreksel in het filosofiemagazine. ‘Taal dwingt je een bepaalde richting uit’, is de openingsquote. Het opent met het refereren aan het gedicht ‘Eindelijk’ waarin de dichter Wislawa Szymborska haar ouders aan haar tafel uitnodigt en zo tot een gesprek met haar overleden ouders komt. Babs Gonst zegt verderop in het interview dat taal veel verder reikt dan woorden. Taal is ook stilte, intenties, gebaren, lichaamstaal, klanken. De hele omgeving doet mee om taal te verwoorden. Ik denk aan mijn befaamde witregels die soms zo veel meer zeggen dan alles wat er tussen ligt. Aan de brieven van mijn moeder die, aan mij gericht, een heel ander verhaal vertellen omdat ik haar en haar taal zo vaak heb leren lezen. Letterlijk en figuurlijk. Ze geeft aan dat ze als ‘spoken word performer’ steeds weer hetzelfde kan zeggen maar dat het evenzo vaak van betekenis kan wisselen, afhankelijk van intonatie en context. Het is mooie materie om over te mijmeren.

Ik heb ooit een tekening gemaakt van twee breipennen die een zin van woorden aan het breien waren. Op de een of andere manier was dat ook een mooie gedachte. Soms komen de gekste samenstellingen in me op, maar dan wil ik wél dat ze zo heten, omdat de vlag volledig de lading dekt. Lief zegt vaak, ‘Als jij het zo wilt zeggen, dan bestaat het woord al’. En daar is geen speld tussen te krijgen.

Ik probeer het gedicht van Szymborska te vinden op internet, maar vang bot. Het idee om met je overleden ouders in gesprek te komen is aantrekkelijk genoeg om eens uit te proberen. Stef Bosch had dat toch ook geprobeerd door zijn ouderlijk huis te bellen en een gesprekje te hebben met zijn vader. Verbeelding kan deuren openen, maar ook je taal. Juist door andere betekenissen te geven aan bepaalde woorden of door personificatie van de levenloze omgeving krijgt het zoveel meer. Als vriendin haar gierzwaluwen zendt om mij te troosten of mijn moeder een papaver neerzet in mijn tuin zodat ik haar aanwezigheid voel, zodra de vader van de kinderen de grote roofvogels aanstuurt om me zwijgzaam te groeten en vriendin langskomt in mijn dromen om het glas te heffen geven ze mij de taal om het te verwoorden.

Gedichten vangen veel: woorden, samenstellingen, de verbeelding, het symbool, de kern, de diepere betekenis. En vaker dan de meest hoogdravende taal vind het gewone woord de juiste weg. Eindelijk(inderdaad)vind ik het gedicht dat ik zocht. Vier eerste regels die zo raak treffen wat belangrijk was. ‘Moeder is terecht’, want ooit verloren gewaand, vader, eerst verdwenen, nu weer verschenen en dan:’ Weer waren ze van mij, weer leefden ze voor mij’.

‘Eindelijk’ Uit: Grote Pret 1969

Eindelijk heeft mijn geheugen gevonden wat het zocht./Moeder is terecht, vader is aan mij verschenen./Ik droomde een tafel en twee stoelen, en ze gingen zitten./Weer waren ze van mij, weer leefden ze voor mij.

Gedichten en taal en de kracht van het ongeschrevene, zonder kan ik niet.

Overpeinzingen

Als we dat laatste geluid horen, zijn we alert

De muziek van de straat klinkt hier anders. Je ziet niets van de weg aan de voorkant van het huis als je op het terras zit. Dus bedenk je de gebeurtenissen bij de geluiden die overwaaien. Ik dacht dat ik al de vuilniswagen hoorde, ze bonkt en baant grofweg haar pad langs de kuka’s die voor de huizen in het gelid staan. Af en toe fluit ze doordringend, hoger dan de hoge C. Van schrik duikt de zon achter een watten wolkendek. De klaprozen, korenbloemen, akkerkool en margrieten stellen het buffet onverstoorbaar open voor de zwermen gonzende bijen en hommels.

Eergisteren zag broerlief iets bewegen in het struweel. Het waren niet de mussen die zich opmerkelijk laag aan de stelen vastklauwden met hun pootjes, op vliegenjacht stelde ik me zo voor. Daardoor waren wij afgeleid, maar broer keek strak naar het bewegende blad aan de onderkant. Het bleek een kleine hagedis te zijn, groter dan de hagedisjes die daags uit de dakpannenstapel lopen op weg naar het muurtje achter de vijg. Hij was duidelijk op jacht, want ons gefotografeer en het filmen deerde hem niets. Soepel en behendig kronkelde hij zich in prachtige schutkleuren om stengels en stelen heen, bleef af en toe roerloos zitten en vervolgde daarna in alle rust zijn weg. Vervolgens zagen we hem even later opnieuw en liet hij zich nogmaals uitgebreid bewonderen in de wetenschap dat hij bij elke onverwachte beweging heel snel weg zou zijn. Hij had zo zijn eigen kruip-door-sluip-door-paadjes.

In goed gezelschap kom je niet gauw er toe om in het atelier te gaan schilderen, al hoewel we niet eens zoveel doen, gaat tijd vooral in de gesprekken zitten. Het is mooi om te zien hoe beide broers, die elkaar eigenlijk alleen nog van feesten en partijen kenden, weer nader tot elkaar komen omdat hier een gesprek al gauw de diepte in gaat. Broer had nooit begrepen waarom lief deze Hof maar aan bleef houden en er steeds weer opnieuw kleine of grotere aanpassingen aan liet doen. Eerlijkheid gebied me te zeggen, dat hij het huis voor het laatst 19 jaar geleden had gezien. De veranderingen die er zijn geweest waren vooral van invloed op de bewoonbaarheid van het pand. Je keek door het dak rechtstreeks naar de sterren en in de rotte houten kozijnen was het een walhalla voor kleine beestjes waar Godfried Bomans zijn Erik met gemak een tweede avontuur had kunnen laten beleven.

De entree kende zware houten deuren, maar ook die waren een tikkeltje aan het inleveren en vriendlief had er hele spiksplinternieuwe hardhouten deuren voorgezet en daardoor is het nu een sjieke entree met dubbele deuren. In de tuin ging het evenzo. In het begin werd de oude grote paardenstal afgebroken en het puin verwerkt in de grond. Dat je door de bomen het bos blijft zien en in dit geval dat je zelfs bij afwezigheid van het groen de waarde van de hof zelf blijft zien, is een gave. Daar beschikt Lief door zijn geduld en zijn doorzettingsvermogen meer dan voldoende over.

De specht heeft de oude wilg gevonden die drie kale stammetjes heeft en een pruik. Vorige maand daalde er zelfs een buizerd op neer maar dat was eenmalig. Sinds een week huist er een specht in de buurt die dankbaar gebruik maakt van het dorre hout en zich tegoed doet aan al het kleine grut dat dankbaar van de grillige bast gebruik maakt. Niets is rustgevender dan het gehamer van een specht en zijn geroep. Als we dat laatste geluid horen, zijn we alert.