Overpeinzingen

Bedenk ik me

De kogel is door de kerk. Gisterenmorgen toen het idee om bij dochterlief op bezoek te gaan, ineens oppopte ben ik naar kamers gaan vissen op het internet. Terschelling in het hoogseizoen. Is er ergens nog een betaalbare kamer? Het duurde even. Er kwamen kamers, appartementen, huisjes, tenten en tiny houses langs voor exorbitant hoge bedragen. Tot de voorzienigheid ineens een betaalbaar bed voor twee nachten uit haar hoge hoed toverde. Hoera. Weliswaar met gedeelde douche en wc, maar op een camping zou je dat doodnormaal vinden, dus even de luxe privé-gewoonten overboord kieperen, anders lukt het nooit. Wel moest die andere heen-en-weer-boot geregeld worden en een plekje voor de auto in de overdekte garage. Voor vervoer op het eiland was er een fiets, die stond na mijn mail ook klaar.

Ziezo, drie dagen en twee nachten, klaar voor een mooie ontmoeting. En wat stond er voor donderdag op het progamma. Ja hoor, een zeehondentour of hoe het ook heten mag. Schoonzoon regelde een plek voor mij erbij, waarbij men hem meedeelde: ‘Hoe meer zielen hoe meer vreugde’. Zo uit het niets, geheel onverwacht, het leven laten wenden, geeft extra voldoening.

De eigen planten kregen een voetenbad en nu waren ook de planten van de oudste dochter aan de beurt. Haar balkonnetje stond vol met planten die de zon vol op hun dak kregen en daar was de dorst het grootst. Suzanne met de mooie ogen liet droef haar hele ziel en zaligheid hangen en ik besloot om vooral haar pot een heel gietertje te geven in de hoop dat ze opnieuw esprit zou opdoen. Natuurlijk kregen ze niet alleen aandacht maar ook lieve bemoedigende woorden, want dat helpt, daar ben ik van overtuigd.

Binnen ging het een stuk beter. De grote vingerplant en de orchideeën tierden welig, de planten op de eettafel hadden hier en daar wat meer zorg nodig. Er zaten de nodige jonkies tussen. Ziezo. Vandaag in de herhaling voor het balkon.

Gisteren zag ik Francine Oomen bij de Verwondering, een herhaling, die aan Annemiek Schrijver aan de hand van haar kleine kartonnen figuren uitlegde dat we allemaal een kwetsbaar kind in ons dragen en dat die zich eigenlijk als verschillende persoonlijkheden openbaart bij tijd en wijle. Derhalve zijn er de papieren poppetjes, die ze allemaal kan benoemen. Het voelde alsof ze de stemmen, die zich bijvoorbeeld tijdens een psychose kunnen manifesteren, visueel had gemaakt.

Zo is er de dwingende stem, Tang genaamd, die voortdurend zegt ‘Je moet, je moet, je moet’ en er op uit is om je steeds een bewijs te laten leveren van het recht om te bestaan. Er is het kwetsbare kind dat met de armen om haar benen zit weg te kwijnen en er is een figuur die schaamte verbeeldt. Francine is er van overtuigd dat het onder ogen zien van je kwetsbaarheden kan helpen om te helen. Die kracht hebben we ook in ons, is haar mening. Fantasie kan een belangrijke rol spelen om ze te verbeelden.

Vijfde klas lagere school

Het schetste een prachtig beeld. Daarbij ging ze er nog dieper op in door haar geloof in een parallelle wereld aan te halen, waarbij het leven zin heeft en geeft aan het voorgeslacht, je overleden moeder en vader en voor het nageslacht, de kinderen en kleinkinderen. Een mooie existentiële gedachte waarop ik een flinke tijd kan voortborduren. Er zijn nog heel wat kruissteken te zetten, bedenk ik me.

Overpeinzingen

Liefde en aandacht

Zoals te doen gewoonlijk is het huisje binnen een paar uur aan kant en spic en span voor een sanitaire schrob en nieuw beddengoed. Alles, ook de nieuwe aankopen en dat is echt geen sinecure, zit opnieuw in de auto van zuslief. We zijn na koffie en een licht ontbijt klaar voor vertrek.

Zus heeft uitgebreid afscheid genomen van haar geliefde zee en heeft vast nog hele mooie plaatjes geschoten. Daar kan ze weer een tijdje op teren. De lege flessen verzameling en de plastic flessen gaan mee, die worden bij de super of weggegooid of ingewisseld. Alle kleine beetjes helpen. Van ons gespaarde geld hebben we precies nog genoeg over voor een lichte lunch onderweg. Dag huis, dag tuin, dag zee en strand van Nederland.

De wegen zijn druk, er is veel verkeer op de weg. We mijden de tunnel en gaan over Berg-op-Zoom. Veel vrachtverkeer dendert langs, dus kiezen we de binnendoor-weggetjes. Die beloven een te lange rit. We wisselen af. Bij knooppunten van waterwegen gaan we even de snelweg op, om daarna opnieuw rap het groen en de natuur te kiezen. Kleine landwegen langs lieflijke Brabantse dorpen, meer bos dan we de hele week gezien hebben. Prachtige kleuren wisselen elkaar af, slierten oker, 20 tinten groen, de blauwe lucht erboven. Geen regenwolken te zien, die gisteren wel voorspeld waren.

Een pannenkoekenhuis om half een vraagt om een korte stop. Er staat pastei met ragout op de kaart. Helaas is de Champignon-ragout voornamelijk een bloempapje. We eten dapper door. Het is heerlijk toeven op het ruime terras in de half zon/half schaduw.

We bespreken in de auto onze groepsdynamiek. Zijn we een groep. Nee, we zijn vier zussen met volstrekt individuele eigenschappen en interesses. Er is geen echte leider en we volgen vooral de intuïtie. Elk jaar spreken we af dat we wat vaker onafhankelijk van elkaar op stap kunnen gaan en ieder jaar vergeten we dat voornemen uit te voeren en trekken we er toch weer met z’n vieren op uit. Water bij de wijn doen hebben we met de paplepel van thuis meegekregen.

Er is ergens in die zeven dagen een moment waarop ‘altijd met elkaar’ iets te veel van het goede is voor de een of ander, maar dat lost zich ook weer op. Door er bijvoorbeeld een wandeling in je eentje aan vast te plakken of vroeg in de ochtend, als alles en iedereen nog op een oor ligt, uren voor jezelf te pakken. We zijn inmiddels ervaren zussen geworden in die tien jaar. We nemen nog een afzakkertje bij ons stamrestaurant en komen in rust bij het vredige tafereel van grazende paarden.

Ze brengen me tot aan de deur met koffer en andere bagage en ik ben blij dat ik het niet die trappen op hoef te sjouwen. Als ik op de bank zit bel ik lief, die even later terug belt. Hij vertelt dat de Hondsdagen er aankomen en dat het dan erg heet wordt. In huis heeft hij de temperatuur onder controle, maar buiten is er niets aan te doen. Dat betekent nog langer van elkaar gescheiden zijn en dat kost een traantje. We spreken af veel te videobellen om het gemis te verzachten.

Dochterlief zit met het hele gezin op Terschelling en ik overweeg drie dagen te gaan. Het wordt goed weer en het lijkt me heerlijk om te participeren in het campingleven. Niet helemaal hoor, want er is de luxe van een hotelkamer in de buurt. Ter compensatie van de stilte is het misschien wel een goed idee. Even horen of dochter en schone zoon dat ook wel vinden. Misschien hebben ze hele andere plannen.

Nu eerst naar de planten van de andere dochter. Die kunnen vast een slokje gebruiken. De mijne hebben zich goed gehouden op de basilicum na, maar die is na een nacht met de wortels in het water volledig bijgetrokken. Iedereen groeit van wat liefde en aandacht.

Overpeinzingen

Elk jaar weer

Ietsje later dan normaal uit de veren. Het is de laatste dag. Als slotstuk van deze week kozen we gisteren voor een zeehonden-safari, wat inhield dat we in Breskens de boot zouden nemen die ons langs de banken en platen zou varen, waar de zeehonden lui hun rug lagen te schurken en de vele vogels, meest meeuwen, hun vleugels oppoetsten.

Het was wel een uurtje rijden hier vandaan en we moesten er om kwart voor twaalf staan. Dat betekende dat het ochtendritueel enkele uren vervroegd moest worden. Normaliter zijn we pas tegen twaalven klaar om te vertrekken.

Het liep van een leien dakje. Brood klaarmaken als twaalfuurtje voor op de boot, warm aankleden, regenjassen mee, want je weet maar nooit, en gaan. Het Breskens dat wij zagen bleek een wat rommelig havenkwartier, waar aan de kust ineens hele hoge moderne appartementen waren gebouwd en nog volop in aanbouw waren. Daar tussenin lagen rederijen, boten op stellingen, opgebroken wegen, bouwmateriaal en stonden er grote hekken om een aan te leggen weg, waar we omheen moesten lopen. Visrestaurantjes waren er genoeg. Ook het vissersmuseum was er gevestigd.

De kassa van Het Festijn, zoals de rederij en haar boot heette, waar we mee mee zouden varen, bleek een klein bouwkeet. Er stond een groepje mensen voor te wachten, veel Duitsers en een handvol Hollanders. Kinderen dartelden of dreinden er doorheen. Het aanmeren van de boot, bracht een stroom van nieuw volk dat van de loopplank afkwam. De kassa was intussen opengegaan en wij mochten onze reserveringen verzilveren voor een toegangskaart. De bestelde verrekijker zouden we op de boot krijgen.

Om kwart voor twaalf zaten we in het midden op de boot. Onder ons een kantine, die we niet hebben aangedaan, ook al duurde de tocht anderhalf uur. Tijdens het wachten hadden we zicht op de steigers met indrukwekkend veel oesters, pokdalige uitstulpsels, tegen de houten palen. De wonderlijke onderwaterwereld van Breskens. Een filmische entourage voor een spannend kinderboek.

Precies om twaalf uur voer Het Festijn de haven uit. Heerlijk. Frisse wind door je haren, zicht op de kade, en eenmaal in het ruime sop van de Westerschelde waren we in afwachting van wat we zouden gaan zien. Een aangename stem uit de microfoon vertelde wat de rederij te bieden had en hoe we de zeehonden, die ze tijdens de eerste tocht die morgen ook al voldoende hadden gespot, zouden kunnen bewonderen. Het schip zou steeds er voor zorgen dat iedereen aan weerskanten van de aanblik kon genieten.

Platen met veel meeuwen, hier en daar een steltloper, zandbanken met de eerste robben in groepjes bij elkaar, en op een tweede plaat in grotere getale. Een zwemmende zeehond of twee, een prachtig rood exemplaar, en kleintjes van de gewone zeehond, die in dit jaargetijde broedsel had. De moeders zorgen drie weken voor de kleintjes en daarna moeten ze het maar uitzoeken.

Dankzij zus met de scherpe ogen en haar fototoestel waren we verzekerd van betere plaatjes dan met onze telefoons, maar de verrekijker gaf een goed beeld. Wij daar met z’n viertjes, hoofd in de wind, een selfie om het vast te leggen, het deed me denken aan de vakantie in Terschelling met de dochters, waar we praktisch een identieke tocht hadden gemaakt. Grappig, want later bleek dat dochterlief en haar gezin op ecosafari waren op dat waddeneiland en in net zulke jeeps als wij in die vakantie. Ook zij dacht op dat moment terug aan ons. Twee zielen een gedachte, het mooie van herinneringen.

Opgetogen had de stem verteld dat ze die ochtend ook een flamingo hadden gezien op de plaat, maar wij zagen een pelikaan al roerend over het water gaan met zijn kop. Ook niet verkeerd.

Het weer bleef droog, Breskens is een echte badplaats, leuk voor een terras en observatie. Rond vieren stapten we op, de eerste druppels, eigenlijk van de hele vakantie, begonnen te vallen. ‘s Avonds gingen we op aanraden van Lief dineren bij ‘De Zeezot’. Heerlijke visschotels, verser kon niet. Een prachtige Rose cava in kristallen glas voor een toost met drie minuscule aardbeiflinters erin. Feestelijke afsluiting. Een bezegeling van deze bijzondere week met de zussen. Elk jaar weer.

Overpeinzingen

Missie geslaagd

Het is nog geen zes uur en alle zussen liggen boven op een oor. Ondanks een vermoeiend dagje gisteren en na een enerverende droom was ik opnieuw wakker bij het gefluit van merel en van lijster. Van elk hipten er twee op het gras toen ik beneden kwam.

We zouden naar de andere kant van het eiland rijden. Zuslief wilde zo graag nog de geur van uienschillen ruiken, die daar aan de schapen werden gevoerd en naar het vogelreservaat vlak achter de Westerschelde. Een vorige vakantie, toen we in Driewegen zaten, hadden we dat gebied met de fiets helemaal uitgekamd. Iets wat ikzelf te prefereren vind boven de auto, omdat er zo oneindig veel meer te zien valt. Nu reden we naar Vrouwenpolder. Natuurlijk was er een markt en voldoende eettentjes om de toeristen te stallen. De enige kledingzaak moest bezocht worden. We dronken een kopje koffie of thee, slenterden de markt over en sloegen wat haring en broodjes makreel in voor de traditionele zussen-picknick.

De zussen hadden het strand voor ogen. Doorgaans een behoorlijk obstakel voor mij door de hoge duinen aan deze kant, wat niet verwonderlijk was met een ramp als 1953 in het geheugen gegrift. We kozen voor het Banjaardstrand in Noord-Beveland en meteen werd duidelijk hoe ver het zonnen aan het strand met een heel gezin van mij af stond. De jongste zus worstelde met een paraplu om mij nog een beetje schaduw te bezorgen en het meegebrachte foulard was net niet helemaal groot genoeg voor ons vieren, dus werden spijkerjack en vest ingezet.

Om ons heen vrolijkheid ten top. Een kind dat zich had laten ingraven tot aan haar hoofdje, terwijl rondom haar lijf een zeemeermin van zand verscheen, lachende, pratende, smerende, etende en vooral zonnende mensen onder kleurrijke parasols en strandtenten, het wandelpad werd druk bezocht. Eigenlijk was het een prima strand, niet te groot, niet al te druk voor deze tijd van het jaar en de strandhuisjes aan de rand, een soort veredelde kleedhokken, waren goed voor de aanwezige senioren. Strand als een groot ontdek-paradijs. Het was ver weggezakt.

Daarna reden we naar Colijnsplaat waar we in de jachthaven een borreltje wilden doen maar waar het restaurant niet meer werd uitgebaat. Toch lagen er genoeg jachten in de haven als klandizie. Kennelijk niet lonend genoeg. Het dorp bood meer soulaas. Op de hoek een mooie ouderwets bruine kroeg met een joviale eigenaar, die in bleek voor een praatje. Hij was een aantal jaren geleden naar het dorp gekomen en genoot van zijn kostbare bezit. De toog was glanzend opgewreven, de glazen gepoetst. In zijn accent was geen Zeeuw te bekennen en hij vertelde dat hij wel van origine een Zeeuw was, maar al een aantal jaren in Rotterdam had gewoond.

Na de lafenis was de Voorstraat een uitnodigend idyllisch straatje om door te wandelen met een wat rommelig winkeltje met snuisterijen en prijzen die er niet om logen en een kunstwinkeltje, waar zus binnenstapte en waar juweeltjes te vinden waren van huisvlijt. Erachter bevond zich het atelier van de man des huizes, niemand minder dan Albert Groenheyde. Om er te komen, wandelden we door een fantastische tuinkamer en aangelegde tuin. Overal hingen de mooie doeken van de kunstenaar. Indrukwekkend en we wilden graag even naar het atelier. Daar keken een aantal meer of minder bekende personen uit de muziekwereld, het cabaret, de televisie en de filmwereld op ons neer. Enorme doeken met een grillig lijnenspel, fel en veel kleurgebruik en een opmerkelijke stijl van deels geschilderd, deels getekende portretten. We waren onder de indruk. Wat een werk. Twee keer had hij mee gedaan met Sterren op het Doek en daarbij Bart Chabot en Sonja Barend vereeuwigd. Van de zussen kreeg ik het boek ‘Tekeningen en schilderijen’ met een handtekening van de schilder zelf, die ons bijzonder prettig te woord stond en geduldig antwoord gaf op de vragen. Af en toe moest hij even herinnerd worden aan de namen van zijn doeken.

Dat was aangenaam. Nu was Baarland aan de beurt. Warempel, naast de Westerschelde en bij het vogelgebied dat zuslief met haar camera wilde vereeuwigen. Waar de beelden in onze telefoons in grove pixels uiteenvielen, waren die van haar met de grote lens haarscherp.

Vogels zover als het oog reiken kon, drassig laagland en schapen tegen de dijk. We roken de uien. Drie in één. Missie geslaagd.

Overpeinzingen

Moe maar toch voldaan

Ik kan het stadje niet horen of ik denk onmiddellijk aan Jaap Fischer, de held van mijn tienerjaren. Zijn liedjes hebben een voedende invloed gehad op het rebelse karakter, dat puberteit heet. Een van zijn liedjes heette: ‘Het Veerse Gat’.

‘Veere recreatiestad
Een toren met een restaurant
Een walle – en een waterkant
Een havenkroeg, 1 havenmeid
En veel antiek uit d’oude tijd
Het meterslange wandelpad
En tot besluit het Veerse – hee wat is dat?
Waar is het Veerse Gat?’

Dat gat was dicht gegaan, verdwenen en volgens Jaap werd het weer een slapend stadje, want de Duitse toeristen die er in grote getale zaten bleven allemaal weg. Van dat slapende stadje hadden wij in ieder geval niets gemerkt. Gisteren was er een historische markt in Veere. Jaap heeft in ieder geval geen gelijk gekregen. Het dorp werd ondanks de regen, of juist daarom, overspoeld met toeristen, hoofdzakelijk Duitsers en Hollanders, een enkele Fransman of Zwitser.

Het is wel een hele leuke markt. Direct in de eerste kraam zat al een vrouw in vol ornaat, dat sterk leek op het Arnemuidens kostuum van de volksdansvereniging. Er lag een omslagdoek te koop die ik ooit eigenlijk ook droeg, als we door de straten naar de plaats van het optreden moesten. Haar beuk had de diep-glanzende paarse kleur als die van mijn kostuum. De kap was hetzelfde, alleen aan de oorringen zaten nog andere sieraden. Ik besef nu dat ik vergeten ben te vragen of het hét kostuum van Veere was of anderszins. Ze gaf me nog wel even na dat Zeeuwen dan bekend mochten staan als ‘Zuunig’, maar dat dat niet stond ‘Gierig’.

De kraampjes waren divers, een paar oude ambachten, een kraam met prachtige mineraalstenen, oud ijzerwaar, hebbedingetjes en antiek. Tussen de mensenmassa door liepen kinderen in klederdracht. De kooplui hadden of klederdracht of op Oud Hollands geschoeide kledij aan. De regen miezerde gestaag. De moppies in klederdracht hadden een mandje aan de arm, waar je een bijdrage in kon doen als je ze op de foto wilde zetten. Dat was voor het onderhoud van het kostuum, dat om de zoveel tijd een nieuwe rok, muts of blouse nodig had door slijtage. Niet meer dan billijk maar ook slim.

Net als Middelburg moet ik nog eens terug naar Veere als het zonder toeristen is. Wat een prachtig stadje is het toch. De toren met het restaurant klopte in ieder geval net als de haven en de wallenkant. De wal is een echte, om het dorp heen. Schattige huizen, heerlijke terrassen, regen en veel te zien achter een kop koffie.

Het laatste couplet van Jaap Fischer gaat zo:

Veere recreatiestad
Een toren met een kabelbaan
Een frietkraam met een vlag eraan
De havenkroeg wordt uitgebreid
Er komt een tweede havenmeid, aus Bremen
De vissers op het wandelpad
Zij krabben stug hun Veerse – ach nee

Haha, die friettenten zijn er wel, net als de haringkarren. De kabelbaan naar de toren is er gelukkig nooit gekomen. Er zijn meerdere torens, de bekendsten zijn De Campveerse toren, waarin het door Jaap bezongen bezongen en een van de oudste herbergen zit en De Grote Kerk. Straten en huizen uit de 15e en 16e eeuw maken het heel speciaal. Ook het oude stadhuis is een bezoekje waard samen met de schotse huizen waar in een van hen het museum Veere gehuisvest is. Om de stad ligt het oude bastion De Stenen Beer, waarvan de aanleg stamt uit de tijd van Napoleon en waar je nog steeds doorheen kan lopen.

Door de regen hebben we in een van de oude Schotse Huizen eerst lang op het terras en later aan een tafeltje binnen in de oude kelder met gewelven, die lijken op de werfkelders van Utrecht, een heerlijke lunch genuttigd.

Daarna was het droog en viel er niet alleen te genieten van de kleine stegen en straten met de prachtige bloeiende bloementuinen alom, maar ook van de spelende kinderen in klederdracht, die met hun lange baaien rokken sliertend door het gras, het ouderwetse stoklopen uitprobeerden. Veel winkels waren nog open en een dankbare uitvalshoek voor veel mensen. De handel bloeide op en tierde welig. We liepen deels over het bastion naar de auto. Moe maar toch voldaan.

Overpeinzingen

Liever niet in de bus

Vier zussen en een badkamer vergt een ingenieus gebruik, maar dat verloopt iedere morgen vlekkeloos. Gister moest een zus haren wassen en dan schuift de rest vervolgens op. Allemaal een kort gebruik van douche en wastafel en binnen een uur staan we weer gepikt en gesteven beneden, waar de opmaaksessie plaats vind. Bij gebrek aan spiegels in huis functioneren Ipad en meegebrachte kleine spiegels en om te zien of de kleding goed zit, zijn er gelukkig glazen deuren te over. Je moet wat in een vakantiehuis.

Zuslief was om zes uur gaan wandelen naar het vogelreservaat en had lepelaars en een fuut gezien en er inmiddels 12000 stappen opzitten. Daar stond eerst een lekker ontbijt en daarna koffie thuis met een vers gebakje van de bakker op de hoek tegenover. Inmiddels was iedereen ook klaar voor een rondje Middelburg.

Maandagmiddag, veel was dicht, maar de winkelstraten werden druk bezocht en er was een grote boeken-en curiosa-markt. Zuslief moest voor de toneelvereniging een zakhorloge aanschaffen, dat was voor later. Eerst bewonderden we de oude abdij. Aan de voorkant zie je de indrukwekkende gevel waarachter, onvermoed door ons, het grootste gedeelte van de abdij zich bevindt, compleet met kloostertuin en de twee kerken.

De abdijgebouwen hebben sinds 1574 allerlei functies gehad, van refter tot kanonnengieterij, van kloostergang tot munt en van concertzaal tot Statenzaal, lees ik op Zeeland.com. De abdijtoren de lange Jan is hét landmark van het oude centrum en van Middelburg. Van verre zie je haar al statig in het wolkendek prikken. Het Abdijplein leent zich voor allerlei festiviteiten, zoals die markt en er wordt dankbaar gebruik van gemaakt.

Er zijn veel terrassen waar je aan kan schuiven en vooral voldoende verrassende winkels met een grote diversiteit. Het is uitverkoop, dus kaasje voor vier winkelende zussen. Het leidt niet zelden tot hilarische lachsalvo’s bij de vele passessies in de te warme paskamertjes. Doorgaans komen we bijna alle vier met iets thuis, voor een prikkie op de kop getikt, want dat is de kunst.

Bij het struinen over de markt vonden we een kraam met oude zakhorloges in een kistje. Er zat een grote nepper in, waar de koopman vijf euro voor wilde hebben. Zuslief ging ineens afdingen, iets wat ik nooit durf. Ik zwakte af door te roepen dat het voor een theatervoorstelling was. De barse man streek over zijn hart. Terwille van het theater mocht zus het kopen voor twee euro. Tel uit je winst. De triomf was voelbaar.

Onderweg viel er vooral veel te genieten. Een dame die als levend toneelstuk door de stad liep, geheel in rood gekleed, rode alpino incluis, de oude en opmerkelijke gevels met de namen die de historie in een woord samenvatten, zoals De Drye Karcken en ‘T Stadhuys van Middelbvrg.

In een winkel werden we ontvangen als de koningin zelf, door een verkoopster, die zichtbaar behoefte had aan klanten en zich vermoedelijk een hoedje stond te vervelen. Ze strooide rijkelijk met complimenten en prees elk jurkje aan alsof het een lot uit de loterij was, gelukkig had ze in de kelder ook nog een partij hangen en zonder haar aanprijzingen konden we alles rustig bekijken en passen. Voldaan liepen we met onze pakketjes in roze vloeipapier verpakt en vier parfumtesters de winkel uit. Mevrouw een fijne dag en wij tevreden met de veroverde aankopen. Kwaliteit voor weinig. Bij elk nieuw ding gaat er iets ouds uit de kast, naar de kringloop uiteraard. Mijn buit een sjaal en een t-shirt.

Vandaag is Veere aan de beurt of een rondrit over het eiland, want de regen valt gestaag neer. Omdat we niet van suiker zijn, trekken we er toch op uit. Er valt altijd wat te beleven als je er voor openstaat. Bij het parkeren moeten we wel letten op de onopvallende en vervelende twee-uurstandaard. Dat hebben we al twee dagen verkeerd gedaan. Zo’n verrassing heb je achteraf liever niet in de bus.

Overpeinzingen

De liefde inderdaad

Geen stralende zon maar wel droog. In Nederland altijd nog een beste dag. Het zou wel iets kouder zijn. Weer-apps zijn een voordeel, maar we hebben alle vier een andere op de phone staan dus even zovele voorspellingen. ‘Laagjes, laagjes’, wisten we alle vier, de wijze raad van Moe.

Vlissingen werd de bestemming. Aanvankelijk wilden we een zeehonden-safari doen op een luxe jacht, maar de eigenaar had ons nog niet geantwoord. Dan maar winkelen. De jongste zus checkte de openingstijden. Groen licht. In de maanden juli en augustus was alles op zondag open, werd er beweerd. Dat bleek tegen te vallen. Toen we eenmaal de auto hadden gestald op het Raadhuisplein wandelden we door de verlaten winkelstraten recht op de Hully-Gully en het reuzenrad af. O nee. Kermis in de stad.

Ondertussen probeerde ik de schoonheid van de stad te lezen in de grote aantallen verschillende gevels, prachtige statige huizen, maar onderbroken hier en daar door de wat lompe nieuwbouw of juist door architectonische hoogstandjes. Het maakte, met de kermis als entourage, de stad wat ondoorzichtig qua sfeer en esthetiek. Er bleek tot overmaat van ramp een grote zondagsmarkt te zijn op de boulevard die we aanvankelijk wilden mijden vanwege de drukte, maar door het centrum te ontvluchten kom je er wel op uit en ineens was de aantrekkingskracht van het Zeeuwse stadje daar.

Dit maakte Vlissingen dus aantrekkelijk. De haven, de boulevard, de zilte zee, de lachende meeuwen laag over. Bij een hotel aten we wat zee zoal te bieden had, mosselen, kibbeling, visschoteltje bij een koel glas lekkers en was het leed geleden met uitzicht op de voedselverstrekker tot aan een verre einder. De ober had een prachtige basstem en de neiging bestond te vragen of hij al in een koor zong. Zo’n klankkleur moet gedeeld worden.

Na gesterkt te zijn, volgde een kleine fotosessie op de boulevard, omdat een vrouw aanbood die van ons vieren te maken en slenterenden we door richting markt. Rijen kleding-, ijs- en hebbedingen-tentjes, waar we in vrij hoog tempo, voor zover dat mogelijk werd gemaakt door de grote keur van mensen om ons heen, richting een uitgang. Niet voordat we ijs als toetje na de heerlijke maaltijd hadden genoten. Op de tomtom opnieuw half Vlissingen door. Adem in, adem uit. Bij elkaar toch goed voor een kleine vijf kilometer met stijgen en dalen incluis. We vonden de auto terug en in gedachte beloofde ik Vrouwe Vlissingen nog eens terug te komen op een mooie herfstige dag zonder toeristen. De stad vroeg om een eerlijk en objectief oordeel. De ontmoeting met de zeehonden zal van de week zeker nog plaats vinden.

De avond kabbelde door met een B&B vol liefde en zodra je het met elkaar kan bespreken, wordt het toch een aandoenlijk verhaal. Tenminste, nu de eerste partners bij de B&B-houders waren gearriveerd en iedereen vol lof over de ander was tot er hier en daar wat scheurtjes in de harmonie kwamen. Ook was het leuk om te zien hoe bepaalde karakters voor elkaar geschapen leken.

Bij de volgende kijksessie komt de tweede lading partners aan. Eigenlijk een haast ondoenlijk format voor een mens. Wat moet je er als mogelijke kandidaat mee om opgescheept te worden met een tweede of derde concurrent, terwijl die op zijn of haar beurt al bijvoorbaat een achterstand heeft, doordat er geen sprake is van een één op één kennismaking.

Het geeft stof tot praten en je raakt toch nieuwsgierig naar de loop der elementen en verhalen, waarbij je ieder het geluk gunt, maar waarvan je ook weet dat er teleurstellingen te over zullen zijn. En daarna de keuze. Niets moeilijker dan dat. Ik ben blij dat ik mijn ‘ware’ straks in de armen kan sluiten. Niets mooiers dan de liefde inderdaad.

Overpeinzingen

Wij wachten af

Het was een heerlijke maar pittige dag in alle opzichten en het verschafte meer dan genoeg denkwerk. We hadden besloten fietsen te huren om de omgeving te verkennen. Niets leent zich daar beter voor dan de fiets. Wind door de haren, zon op je snoet en gaan. Genieten van al wat leeft. Uh…De drukke dijk met drommen fietsen, snelheid, raakt wal noch kant. Geen zand tussen je tenen of natte voeten van het zilte nat, maar ook geen gras onder je voeten, vogels in het vizier en bloemenparadijzen. De keuze was gauw gemaakt, we sloegen af naar een oase van rust, landweggetjes, volmaakte stilte op het ruisen van het groen, getjilp van de vogels en het vredige grazen van de koeien na. Zuslief heeft superscherpe ogen, die zag werkelijk alles, de tureluur, die in schutkleuren op een paal zat, de wolk spreeuwen in de lucht en de uitzonderlijke klaprozen in het veld. ‘Fotomoment’, riepen we dan en in een oogwenk stond een en ander op de kiek. Fietsen is kijken en fietsen is indrinken.

De jongste zus had problemen met de fiets, die wilde maar niet lekker de ondersteuning geven die ze verlangde. Halverwege een moeizame tocht kwam ze er achter, dat er geen accu onder haar bagagedrager zat. Dan is vooruitkomen vooral een moeizaam proces, zeker met bergje op en bergje af. We reden terug naar het dorp dat gelukkig nog onder bereik lag en de zich verontschuldigende fietsenmaker had het euvel in no time verholpen. Dan maar een klein winkeltje in om het verdriet te vangen in het verbrassen van de centen. Ik schafte een klein tasje aan, waar de Iphone met gemak in en dichtbij om het lijf kon bungelen, zus een hoedje, gedupeerde zus een hippie hesje. Ziezo tijd voor koffie en het vervolg van de tocht. Ik genoot met volle teugen en zei tot zus, dat fietsen het moment was om beperkingen niet te voelen, eigenlijk voelde het als opperste vrijheid.

De weg voerde ons langs de dorpen de allemaal een ‘kerke’ hadden staan, het land van Maarten ‘t Hart ten voeten uit. Stugge Zeeuwse klei werd afgewisseld met goudgeel graan en goudsbloemen. In een van de kerken ontdekten we een expositie van iemand, die daar een hele week de ruimte in de kerk voor kon gebruiken. Een paar prachtige lino’s en doeken ertussen. Ze schilderde voornamelijk fragmenten van foto’s en dat leverde bij tijd en wijle spannende beelden op.

Na een half stokbrood waarvan we de helft opaten en de andere helft zorgvuldig in een papiertje vouwden, ‘Ons bin zuunig’, had zuslief haar zinnen gezet op het nuttigen van de middagborrel bij een strandpaviljoen. Niet in het overvolle Domburg maar ergens tussenin. Tenminste, dat hadden ze getweeën besproken. Na een pittig dagje fietsen begon de vermoeidheid al toe te slaan en op dat moment kreeg ik de vraag voorgeschoteld of ik dacht de metershoge duinweg omhoog wel te redden. Ik red het uiteindelijk altijd, maar het kost een enorme energie die er eigenlijk niet meer is. Dan moet ik leren ‘nee’ zeggen, moeilijk genoeg. Je wilt geen spelbreker zijn en aan de andere kant is het een brug te ver. Een van de zussen besloot dat we verder reden en dat was fijn, want iets verderop was er wel een bereikbaar paviljoen. Zo simpel kan het zijn.

We brachten de fietsen terug en liepen naar huis. Voldaan maar toch aardig vermoeid. Er ontstond nog een discussie over eten, die de vraag opwierp waar bezorgdheid eindigt en bemoeienis begint. De grens is vaag omdat niet altijd duidelijk is of rekening houden met beperkingen valt onder het eerste of het tweede. Het op de feiten gedrukt worden van iets wat eigenlijk onmogelijk is, is niet altijd een plezierige ervaring. Het aangeven van grenzen moet los geweekt worden van het gevoel spelbreker te zijn. Een klusje voor mij, waarvan akte.

Iets om mee te nemen in het gedachtengoed en stof genoeg om te overdenken. Vandaag gaan we naar de zeehonden vanuit Vlissingen. Tenminste, als onze reservering het gehaald heeft. Voorlopig koert duif zijn zondagse lied. Wij wachten af.

Overpeinzingen

Het schept een band, letterlijk en figuurlijk

Aanvankelijk dacht ik dat ik in de versnelling moest werken om de ochtend rond te krijgen en klaar te zijn voor het vertrek rond half een. Maar de tijd bleek zich als de zee zelf uit te spreiden en kabbelend verder te dijen.

De kleding die ik mee wilde nemen was vorige week al bij elkaar gezocht en daar kwamen nog een paar items bij. ‘Wat heb je er in godsnaam allemaal in zitten’, vroeg zoonlief zich af, die doorgaans niet zo’n moeite had met enig gewicht. Om tien voor half een gingen we naar beneden, hij sjouwde de bagage, de lieverd en vijf minuten later kwam zuslief aangereden en was het inladen geblazen. Nu leidde het nog niet tot puzzelen, dat zou later pas komen.

Jongste zus vond ons te vroeg op haar stoep. Ze had op één uur gerekend en was nog lang niet klaar. We gaan nu al zo’n tien jaar op reis met elkaar en dit was inmiddels een vertrouwd beeld. Ken je pappenheimers. Na de koffie reden we de file in en besloten onmiddellijk om binnendoor te gaan, een uurtje langer, maar zeker de moeite waard. Alleen bij Rotterdam werd het wel erg industrieel. In Zwijndrecht namen we een uitgebreide en uitgelezen lunch bij een walhalla aan eettentjes, waartussen wij er een met uitzicht op het water hadden gekozen. Een heerlijk maaltijd met zorg bereid. Om zoveel mogelijke ervan te kunnen genieten, dubbelden we. Twee aan twee een andere maaltijd en half om half. Perfect.

Zeeland binnen door was goed te doen en het bleek een voorspoedige rit, dat eindigde in het steeds bekender wordende landschap om dat we bij vorige Zeeland-vakanties al zo vaak over het eiland waren gefietst. Alleen de kneuterige namen al zijn goed voor oneindige mijmeringen: Poppekerke, Boudewijnskerke, Serooskerke, Grijpskerke.

De boodschappen bij de buurtsuper leverde ons gistende appels op en de hele reutemeteut in de tas was ondergesijpeld met deze spontane, ongewenste, cider voor arme mensen. Zuslief ging met water en closetrol aan de slag en mompelde haar verwensingen aan het adres van de super. Thuis werd alles nog eens dunnetjes nagepoetst, vermaledijde vakkenvullers die niet hadden opgelet. In de nieuwe zak bleek ook al rot fruit te zitten. Daarmee hadden ze hun kruid, of moet ik zeggen fruit, verschoten. Vandaag gaan we naar een concurent.

Het stadje was duidelijk op toerisme ingesteld. Een groot plein vormde de dorpskern met gezellige terrassen. Later zou blijken dat kreek en zee slechts twee tot vier minuten lopen waren vanaf ons huisje, dat de laatste was van het dorp. Je kon je voorstellen dat klompen er vroeger over de kasseien hadden geklepperd, al waren die kasseien allang vervangen.

Het huisje was niet groot maar precies pas. Keuken, zitkamer, buitenzitje, zonnestoelen waarin je eventueel rondom kon zitten, twee slaapkamers. Ruimte genoeg om de zon op te zoeken. Natuurlijk volgde een verkenningstochtje met als beloning de ondergaande zon en een schip dat voorlangs voer. Als je goed keek, schitterden de windmolens door het beeld heen. Leuker waren de silhouetten tegen het licht op de dijk. Ziezo, die waren binnen. Thuis voor de liefhebber nog wat te nassen en een wijntje voor het slapen gaan. We probeerden B&B vol liefde te vinden, maar dat lukte niet. Morgen maar gewoon de afleveringen kijken en de vorige bij uitzending gemist op Ipad of telefoon.

Voor vandaag zijn de fietsen besteld en maken we een verkenningstocht. Zuslief had al ontdekt dat rond de kreek het wandelpad van Charley Toorop liep en die viel ruimschoots te wandelen. Wat leuk. Het schept een band, letterlijk en figuurlijk.

Overpeinzingen

Tijd genoeg

Een vroege morgen. De warmte van de dag sijpelde al binnen. Lief belde al om half negen, zoals afgesproken en waarschuwde me niet te schrikken. Hij was bij de kapper geweest, die in het haar een Hongaarse coupe geknipt had en het lekker kort had gemaakt. Beter, want het was nog steeds 40 graden. Heerlijk geslapen met dat korte koppie vond hij zelf. Na een uurtje bijkletsen snel in de benen.

Luchtige, niet al te nette, kleding aan, want ik ging achtereenvolgens een uurtje oppassen bij ons lachebekje en daarna door naar Amersfoort naar het ondernemende drietal en zoonlief, die nog een bloemetje en twee repen tegoed had voor zijn verjaardag. Dat betekende bij de een spetterhandjes, want het badje met warm water stond in de tuin en bij de volgende halte plak-, snotter- en modder-handjes, ondernemend als het drietal is.

Terwijl ik kleinzoon aan het vermaken was met de bal, ‘Spetter, pieter, pater’, ‘De soepblues’ en ‘Alle eendjes zwemmen in het water‘ en nog veel meer ballen, die er ook allemaal uitgegooid konden worden, vroeg ik me af, waarom we daar vroeger niet bedacht hadden. Warm water in het bad, inplaats van de blauwe en ijskoude kinderen die ik menigmaal op temperatuur moest wrijven. Echt werkelijk geen seconde aan gedacht, Spartaans als we zelf waren opgevoed. Lieve broodjes werden niet gebakken. Nou ja, dat wrijven was wel een heel lieftallig werkje en daarna konden ze lekker even nagloeien. ‘Ze hebben er niets van overgehouden’, zou mijn moeder zeggen. Zo is het.

Het drietal moest even wennen, eerst uitsloven en daarna boeven, zoals te doen gebruikelijk, terwijl de kleine meis overal tussendoor wankelde en zelf de kleine glijbaan opkroop waar ze met behulp van sterke papa-armen in haar kraag af kon glijden. De jongens liepen rondjes om moe te worden en wij moesten tellen, eerst tot tien maar later tot zestig, zoals de oudste dacht dat wel eventjes te gaan halen. Natuurlijk smokkelden we er ongeveer de helft af. Broer deed hem na. Sterker nog, broer deed hem in alles na. Pochen, ‘vieze’ woorden zeggen, bouwen, meerijden in de kartonnen platte doos, die als auto diende. Toen het jongste schatje op bed lag, lieten we de jongens achter het huis in de speeltuin spelen, waar een grote zandbak was en een waterpomp met bijbehorende baan. Daar kwamen de modderhandjes om de hoek zetten. Zoonlief plantte een stoel voor mij in het gras zodat ik uitgerust oma kon spelen. Waar is de tijd gebleven dat ik spontaan overal kon neerzijgen. Soms kan ik daar echt heimwee naar hebben, want het maakt een stuk mobieler.

Er kwam een ouder jongetje aangerend, die mee wilde spelen. De waterbuizen kwamen te voorschijn en zoonlief pompte een grote teil vol. Ziezo, daar zouden ze wel zoet mee zijn, maar al gauw werd de kalmte en rust verstoord door een enorme grasmaaier. Kinderen afgeleid, achter elkaar aanrennen en dan zoon er weer achteraan om te waarschuwen voor dat grote gevaarte. Baldadig Oost-Indisch doof, de jongste een nat pak, restricties en toch maar naar de achtertuin, omdat bij zo’n driemanschap automatisch twee tegen een ontstaat en de jongste het haasje is. Het jongetje was net iets te oud voor mooi.

In de tuin bouwden we van de kartonnen een tent, theedoek en hemd van papa als dak erover, klaar is Kees. De oudste tevreden, de middelste een beetje gespannen. Gelukkig kwam er een kleine lichtgroene sprinkhaan langs. Dat moesten ze wel even bestuderen. Grote hilariteit als hij van arm naar arm sprong. Helaas verloor hij daarna bij het vangen door kleine graaihandjes twee springpoten en dat was wel zielig vonden ze. Toen ze zoetjes met het beestje in de tent zaten, werd het tijd om op te stappen. Dag lieverds tot na de vakantieweek.

Thuis daalde de stilte neer. Ik had kunnen pakken, maar schoof het op naar de volgende ochtend. Tijd genoeg.

Overpeinzingen

Kalm maar bijzonder

Te vroeg op pad, dat overkomt me niet vaak. In mijn hoofd zou ik langer onderweg moeten zijn. Maar nu was ik een kwartier voortijds bij vriendinlief, die vanaf een Frans balkon met haar haar in handdoek gewikkeld, me toeriep dat ze er aankwam. Ik hou van Franse balkonnetjes, die waar je niet op kan staan, maar waar beneden een aubade naar omhoog zou moeten klinken.

Hartelijke begroeting. Zo lang geleden en toch werd er drie weken geleden heel gezwind een afspraak gemaakt voor een kunstzinnige ontmoeting met elkaar. Een uitgebreide lunch en een bezoek aan het Coda in Apeldoorn. Qua afstand lag het tussen beide woonplaatsen in precies op een uur rijden.

Een uur lang om bij te kletsen is een heerlijkheid. Zoveel om elkaar te vertellen. Heerlijk om de vertrouwde stem te horen. Belangstellend naar elkaars wederwaardigheden nemen de verhalen een vlucht, humor als ondertoon, een warm hart en diepe genegenheid er doorheen gevlochten. Vriendschap voor het leven. Het is vrij rustig op de weg, maar omdat we zo aan het kakelen zijn, rijden we de afslag voorbij en moeten we, Apeldoorn in vogelvlucht, binnendoor een stukje terug. Ineens rijden we door de winkelstraat. Tot het Coda-museum, dankzij de onvolprezen Tom-Tom, in het vizier komt en de parkeergarage in de straat ernaast.

Truus veilig gestald en kuieren naar het restaurant waar vriendinlief een tafeltje heeft gereserveerd. Op exact hetzelfde moment dat wij tweeën naar binnen gaan komt in de deur aan de overkant onze andere lieve vriendin binnen. Hartelijke omarming, fijn om elkaar te kunnen begroeten. Bij een koffie komen in een notendop de bezigheden van elkaar langszij.

Een van ons heeft sinds een jaar atelier aan huis en is volop aan het experimenteren met etsen en linosnede in lagen met de bedoeling om ooit, als ze alle kneepjes heeft doorgrond, cursussen aan huis te geven als de tijd haar gelaten is. Ze wisselt de verhalen af met indrukwekkende fasen van haar kunstwerken. Wij, haar bewonderaars, geven elkaar een blik van verstandhouding. Vriendinlief heeft het hele proces in de vingers, ze is een secure harde werker en stopt niet tot het beeld dat verschijnt volkomen tot in de perfectie is uitgewerkt. Wat haar ogen zien, wordt vertaald naar haar handen en het zijn stuk voor stuk juweeltjes.

Er volgt een relaas over een bezoek aan New York met het hele gezin en er komen foto’s langs. Een heerlijke stad met een spectaculaire ervaring voor hun beide dochters. Zo’n beleving met je ouders vergeet je nooit meer als kind.

De tentoonstelling in het Coda is niet helemaal wat we zoeken, grote Lego-modellen waarin vervoer de hoofdrol speelt. Het boeiende is dat alle elementen bij elkaar de geschiedenis ervan schrijven, vanaf het eerste wiel tot aan de ruimte toe. Er is, in variatie op een thema, een grote lego-bak, waarin kinderen en hun begeleiders, naar hartelust kunnen bouwen en hun zelf ontworpen modellen in de vitrinekasten er tegenover kunnen tentoonstellen.

Boven is de tentoonstelling: ‘Building a new World‘ waar werken te vinden zijn van vijf kunstenaars, die geinspireerd zijn door het manifest van Nieuw Babylon uit 1963 van visual artist Constant Nieuwenhuys (1920-2005). Rob Voerman haalt er zijn inspiratie uit voor bijvoorbeeld wandgrote mixed-media met pen, droge naald, aquarel op papier. Boeiend en indrukwekkend door het vele werk wat er mee gemoeid is. Ook de andere werken kunnen op onze volle aandacht rekenen, niet in de laatste plaats door hun inspiratie te vertalen naar het werken met een groep kinderen. Bij een kunstwerk van een stad, verwezenlijkt door opgeplakte houten blokjes, een potlood een onderdeel van een puntenslijper, opgeprikte spelden, laat een oma haar kleinkinderen tot onze verbazing er met de vingertjes doorheen fietsen. Als we een opmerking maken, houdt oma zich Oostindisch doof.

Vlakbij de ingang hangen silhouetten van karton en papier van tassen en hoeden. Dat levert mooi voer op om thuis ook eens te proberen. Het winkeltje krijgt nog uitgebreide aandacht en dient vooral om ideeën op te doen, eerder dan om iets aan te schaffen. Er ligt veel nijvere vlijt in de vitrines. We nemen het in gedachten mee.

Veel te snel alweer staan we te knipperen tegen het zonlicht buiten. Hier scheiden onze wegen. De een richting het Oosten en wij naar het midden. Warm afscheid. Het smaakt naar meer, een volgende keer. Vriendinlief en ik rijden naar huis over een weg zonder opstoppingen en files. Het kenmerk van de hele dag. Kalm maar bijzonder.

Overpeinzingen

Een diepere dimensie

Zo nu en dan sijpelt er een bericht door, waarmee het verleden op een kier wordt gezet. Als je er dieper op in gaat, komt binnen een fractie de hele trein volop tot leven. Dat deed het bericht van het overlijden van Wieteke van Dort met mij, eigenlijk kind van en voor onze generatie. Zoals zij samen met Aart Staartjes en Joost Prinsen jeugdprogramma’s neer hebben gezet, waren ze een voorbeeld voor het uitdragen van eigenzinnig en rebels gedachtengoed. De Stratenmakeropzeeshow en J.J. De Bom, voorheen De Kindervriend, Het Klokhuis. Die drie in een bootje. Een deftige dame die windjes laat en ze met een ondeugende blik wuft weg wuift. Al die andere programma’s waarin ze te beleven waren. Heerlijk voer voor kinderen en eigenlijk ook voor volwassenen. Wieteke was te jong voor de toneelschool, werd kleuterleidster en deed daarnaast nog twee jaar de toneelschool. Het is de veelzijdigheid dat haar leven kenmerkte. Van alle markten thuis en een duizendpoot, met veel liefde gedeeld en uitgedragen.

Mijn rustdag begint met het hoofd in de henna zetten. Vorige keer had ik meer ‘Auburn’ in mijn papje hennapoeder gedaan, maar nu mocht het bruin de overhand hebben. Twee uur moest het intrekken. Dat betekent voldoende tijd om glorieus te lummelen. Tot lezen wil het almaar niet komen. De rust ontbreekt nog enigszins. Wel kranten doorspitten, oude tijdschriften lezen en de Groene, puzzeltjes maken, Hongaars leren. Om drie uur was ik klaar voor de tandarts. Iets waar ik altijd met veel plezier naar toe ga. Dat komt omdat ze me in mijn wanhoop jaren geleden, en destijds met een tandarts die alleen maar op zijn centen zat en niet bezig was met het welzijn van zijn cliënten, zo ongelooflijk goed van mijn angsten en gram heeft afgeholpen, dat ik nu vrolijk lachend door het leven kan. Ze krabt wat tandsteen weg, polijst de boel en weg ben ik weer.

Op naar dochterlief die morgen met het gezin naar la douce France vertrekt en thuis de boel heeft laten ontploffen. Overal kleding, koffers en zaken die belangrijk zullen zijn. Dribbel heeft een tas voor in de auto onderweg, waar genoeg inzit om een weeshuis te vermaken. Met vijf mensen op vakantie is een soort volksverhuizing. De regel is ‘Geen tablet op vakantie’ dus moet er voldoende aan compensatie mee. Ik ontvang de sleutel om plantjes water te kunnen geven en neem de hangende vlijtige Liesjes mee, die elke dag water moeten. Ze komen bij mijn andere dochter te hangen, waar zoonlief en schone dochter drie weken op het huis, de planten en de poes passen.

Daar eet ik een hapje mee. Toch dat recept van die gekarameliseerde uien vragen, want dat smaakte heerlijk in de saus over de fusilli. Heerlijk bijkletsen met allen en de inloopkast bewonderen, waar een prachtige kleine renovatie heeft plaats gevonden. De filosoof en tante Pollewop hebben rode oogjes van het zwemmen. Ze zijn de hele dag met hun vader in de Hommel geweest, waar nog een buitenbad is. Tegenwoordig bijna een luxe.

Warm afscheid na nog een kop thee. Dag lieverds. Thuis wordt er druk gekookt door schone dochter en komen in het journaal vertrouwde beelden langs van alles wat het werkend leven van Wieteke van Dort bepaalde. Een week na haar man is ze overleden. 55 jaar samenzijn vraagt nog maar om een ding, als je zelf dan al flink ziek bent. Een zoon gaf aan, dat ze toen het leven heeft losgelaten. Een zinnetje, dat op het netvlies bleef hangen en dat de dood een diepere dimensie geeft.

Overpeinzingen

Moe maar tevreden sluit ik af

Het is pas vijf uur en Klaas Vaak zijn zandzak was kennelijk net vóór twee uren dromenland leeg geraakt. Klaar wakker, ook met dank aan de enige mug op mijn kamer die voortdurend verstoppertje speelt en daar alle gelegenheid toe heeft. Vanuit mijn raam zie ik een enorme donkerblauwe wolk haar entree maken achter het grote flatgebouw. Dat betekent onweer voor straks, wat ik je brom.

Gisteren stond, met alle drukte van de afgelopen dagen, de tuin op het program. Het weer was ons gunstig gezind, een niet al te uitbundig zonnetje, een tikkeltje te warm en, wat het voornaamste was, het zou droog blijven. Er stonden vier auto’s op het parkeerterrein, dus het hek kon op slot, toch bespeurde ik nauwelijks leven in de tuinen onderweg. De dametjes schaap graasden dat het een lieve lust was, ik kon het trekken en rukken aan de grassprieten horen. Ze keken nauwelijks op.

De vorige keer had ik het snoeiafval naar het terras gesleept en daar stonden al die wilgentakken kris/kras door elkaar. Dat werd klus nummer een. Schoven maken en ombinden met wilgenteen, zodat het niet uit elkaar zou vallen om het ingestorte gevlochten wilgenhekje te ondersteunen. Vanuit mijn ooghoeken zag ik het zevenblad al weer de kop op steken. Zou ik daar nog aan toe komen?

Met een stief anderhalf uurtje en het verstand op nul was in ieder geval alles opgetast in de kruiwagen en kon ik met de maaier, die ik inmiddels uit het schuurtje had gehaald, het onkruid op het terras voor het grootste deel temmen. De rieten stoelen zijn allemaal aan het eind van hun Latijn, door drie ben ik al heen gezakt. Dochterlief heeft vier oude maar nog redelijke plastic stoelen over, die sleep ik voor zolang het duurt mijn tuintje in. Omdat het veel te benauwd is, sjouw ik ze met vereende krachten over het hekje heen dat onze tuinen scheidt, twee blijven op de gesnoeide wilg hangen, gestapelde kunst, bedenk ik me met de kunstenaar Ai Wei Wei in gedachten.

Wonderwel staan ze nog niet eens zo gek. Straks bij bezoek, schoonpoetsen met een peut water, de witte kussentjes erin, de witte kleedjes over de tafel en klaar zijn we. Op de tuin is het niet moeilijk om snel een sfeer te kweken.

Na het gesjouw komt de grootste klus, het maaien. Voor mooi is het gras eigenlijk nog te nat, maar toch hou ik hem op de laagste stand. Eerlijkheidshalve, ik kon hem er ook niet van af krijgen, haha. Een geluk bij een ongeluk, want met iedere keer rusten om op adem te komen tussendoor, is de klus daardoor voor een hele tijd geklaard. Het gras is mooi kort.

De zwartkop komt regelmatig in een boom zijn mooie gezang aanheffen en een keer laat hij zich vluchtig bewonderen in de wilg tegenover mij. Wat een lieflijke kleine uitbundige zanger is het toch. Inmiddels is het al later geworden dan anders, maar ik wil zo graag de boel aan kant. Met de laatste krachtsinspanning tast ik de schoven op aan de voorkant van de tuin onder de vruchtbomen. Ziezo, opgeruimd staat netjes. De rieten stoelen worden tot achter het atelier verbannen. De grasmaaier heeft hard gewerkt en ik peur haar grondig schoon met een stokje.

Binnen veeg ik de toko aan en verzamel mijn oude olieverf voor vriendinlief. Dit zijn de Van Goghjes, goed genoeg om het een eerste keer te proberen, maar ze krijgt ook mijn Rembrandtverf, die van aanmerkelijk betere kwaliteit is. Eerst broddeldoeken maken en dan het echte werk, als je de eigenschappen van de verf door hebt. De nieuwe Water-vermengbare olieverf komt op de vrijgekomen plek te liggen. Wie weet, kom ik nog aan schilderen toe na de Zeelandweek met de zussen. Moe maar tevreden sluit ik af.

Overpeinzingen

Het blijft altijd weer een feest

Het is vakantie rondom ons, dat was goed te merken. Het parkeerterrein van Voorlinden was overspoeld door auto’s met Duitse, Belgische en Nederlandse nummerplaten. Geen greintje kans op een parkeerplek, of wel. Mannen in gele hessen liepen speurend rond om daarna de nieuwkomers met een armzwaai te wijzen waar er nog wel plek was. We moesten een stuk lopen om bij het museum zelf te komen waar de tentoonstelling van Ron Mueck onder andere was met ‘de grootste soloshow ooit’ volgens de website. Toch meen ik meer beelden van hem bij elkaar gezien te hebben in De Hallen in Haarlem, jaren geleden. Daar zaten ook de meest ontroerende bij zoals het slapende oudje in het veel te grote bed of de grote hurkende ‘Boy’ en de pruilende man. Prachtige beelden, stuk voor stuk. De fascinatie van Ron Mueck behelst hyperrealisme, schaalvergroting en verkleining en het spelen met buitenproportionele verhoudingen.

Het feit dat we me z’n drieën waren maakte er een heel bijzonder bezoek van ondanks de drukte. De dochters genoten. We lieten de lange rijen voor sommige van Muecks beelden voor wat het was en diepten ‘het hoofd’ dat daar te zien bleek, later op uit de catalogus. Toch meegekregen haha. In feite waren er drie ‘tentoonstellingen’, Cloudwalker en Mueck en de vaste collectie Highlights. Cloudwalker is een wereld waarin diverse kunstenaars hun dromen hebben omarmd en gestalte gegeven. Bij de film ervan, waar gelukkig bankjes stonden, werd ik vanuit het begin van de zaal vriendelijk toegelachen. Ik kon nog niet helemaal zien wie het was, tot we naar een volgend onderdeel wilden en we haar met een vriendin konden begroeten. Het bleek een van de lieve medewerkers te zijn van Kunst Centraal, waar ik jaren kind aan huis was geweest. Waarom doet het het hart toch altijd weer zo goed een vertrouwd gezicht uit het verleden te zien. De zoveelste deze dagen. Het is het weekend van de Nostalgie met een hoofdletter.

De dochters bekeken de beide winkels uitvoerig en ik kreeg een handige opvouwbare rugtas van hen, alvast voor mijn verjaardag. Een lichtgewicht en minder zwaar dan het zwarte rugtasje dat ik nu had. Natuurlijk moest alles bezinken, dus liepen we langs de wuivende bloemenvelden van Piet Oudolf die door stemmig kleurgebruik een lust voor het oog waren, naar de grote bruine tent, waar je een kop koffie kon krijgen. Ze hadden enkel muffins en appeltaart als lekkers erbij. Natuurlijk, het ging erin als koek, mooi en behapbaar, letterlijk.

Even zon voelen op de bleke huidjes en frisse lucht snuiven, omdat het binnen toch wel erg vol en benauwd was geweest. In eerste instantie hadden we wat harde stoeltjes, maar even later kwamen drie diepe stoelen vrij. Het lijf strekte zich behaaglijk, niet minder door de warmte van de zon. Het voordeel van een hele dag met elkaar zit ‘m ook het delen van de verhalen en gedachten. Het voelt al snel als een paar dagen weg. Het was vijf uur toen we er weer wegliepen. De dames wilden even toiletteren, maar het museum was al dicht. ‘Dan gaan we in het restaurant, daar waren we de vorige keer ook geweest‘, zei de oudste. ‘Dan eten we er gelijk een klein hapje’ opperde de jongste. Dus zaten we in de sfeervolle ruimte op de valreep nog achter een pinsa, een Italiaans platbrood met knoflook, feta, rode uien, tuinkers en yoghurt en zes bospaddestoelen-bitterballen met truffelmayonaise. Heerlijk, precies wat we nog nodig hadden.

Terug wandelend wees ik de dametjes op de kabouterboom, dochterlief ontdekte daar een zwembad bij in de vorm van een hartje, langs de wuivende grassen en het water, langs de Lakenvelders met hun karakteristieke witte band in het midden en wandelden op ons dooie akkertje naar Truus, die nu helemaal alleen in de laatste rij stond.

Kunst en cultuur snuiven met twee lieve mooie dochters. Het blijft altijd weer een feest.

Overpeinzingen

Al het kruid was nog niet verschoten

Broer werd tachtig en gaf een ouderwets feest met een coverband die veel Stones-nummers speelden. We waren er op één na allemaal, de hele familie bijna compleet, krasse knarren, mijn zeven broers en mijn drie zussen. Wat een ongedwongen sfeer, we genoten. Als er vanaf een wolkje werd toegekeken, dan weet ik zeker, dat mijn moeder ongekend trots mee zat te wiegen met haar telgen.

Niet alleen de muziek dook met ons het verleden in, maar het waren ook de gezichten die ik tegenkwam, waarvan ik bij sommige hard moest nadenken eer het kwartje viel en de jeugdige contouren weer zichtbaar werden. Een buurmeisje van de overkant die, geen spat veranderd, onmiddellijk tot een hartelijke omhelzing overging en een uit het oog verloren vriendin. Daarnaast lieve neven en nichten, waar al heel wat jaren lagen tussen de laatste keer en deze ontmoeting. Iedereen heeft een gezin, beslommeringen, een eigen leven. Levens raken elkaar aan bij een dergelijk samenzijn.

Een van de redenen, waarom ik niet veel meer bij optredens ben van de oude band is omdat de muziek altijd onder mijn vel kruipt, in mijn benen en tenen gaat zitten en ik dan niet anders kan dan alle lichamelijke beslommeringen opzij te walsen, letterlijk en figuurlijk. Dat onze familiegenen allemaal met dat gegeven waren gevoed bleek wel uit het feit dat we bijna allemaal op de dansvloer stonden en zelfs mijn oudste broer op de valreep nog een nummertje meedeed. Het feestvarken mocht het podium op en kreeg de microfoon in zijn handen, zong zijn stem boven de instrumenten uit, zijn longen uit zijn lijf. Groot applaus en een stralend hoofd. Zo wil je wel tachtig worden.

Tussen elk nummer door was het happen naar zuurstof. ‘Je gaat te snel’, vond mijn jongste broertje. ‘Nee joh, dubbele passen, malle, maar altijd in de maat’. Zingen en dansen, de lang vervlogen jaren van de Toucan met zuslief en de avonden met de band in vol ornaat in een ogenblik terug. Bam.

Toch was er tussendoor nog een goed gesprek mogelijk. De uit het oog verloren vriendin en haar man bleken in IJsselstein te wonen en een aantal van mijn vrienden te kennen. Ze woonden naast een oud-leerling van me en hadden het regelmatig over mij gehad. We vertelden elkaar onze levensverhalen van dan af tot nu toe in een notendop, lief en leed, en in een oogwenk waren we terug in dezelfde sfeer van vroeger. Volksdansen, studie Nederlands, de uren blokken tussen de luiers op het middeleeuws tot vier uur ‘s nachts aan toe, het was er allemaal.

Met neef ontstond spontaan een gesprek over loslaten en opvoeden en hoe moeilijk het was om je eigen ervaringen los te weken en een nieuwe vorm van omgang te vinden met je eigen kroost en om ouderlijke gevoelens, onzekerheden en angsten niet bepalend te laten zijn in hun leven, juist als de onderlinge band tussen ouders en kinderen zo hecht is. Mooie waardevolle momenten in een kakofonie van al dat geroezemoes door de hoeveelheid gasten.

Buurmeisje wist mooie verhalen op te lepelen over mijn vader en de bus met het bagagerek er bovenop, de imperiaal, die zwaar beladen en hoog opgetast diende om het hele gezin naar Duitsland, Oostenrijk of zelfs Spanje te brengen. Wie deed dat nou in die tijd. We schrijven midden jaren zestig. Het was een unicum in de straat.

Ouderwets, zoals het vroeger een schoolfeest betaamde, floepten tegen half tien felle lichten aan. Haha. Bleke snoeten of juist opgewonden konen en een snelle actie om de zaal voor de volgende ochtend kerkbestendig te krijgen. Het leven gaat door.

Arme kleinkinderen die er ook waren en die een hele avond naar een stukje jaren zeventig hadden moeten kijken en luisteren. De dochter van nichtlief fluisterde me in het voorbij gaan toe, dat ze liever had willen ‘hakkuh’. Zelfs dan was de familie los gegaan.

Het feest was een straatlengte ver, heen was ik komen lopen en terug werd ik keurig net door oudste broer en schone zus afgezet. Met een mooi beeld van allen op het netvlies ook al waren we net niet helemaal compleet. Rijkdom aan ervaringen. Even een teug verse lucht en dan vier kleine trappen op, dat ging net. Al het kruid was nog niet verschoten.

Overpeinzingen

Vooral met dank aan de gember

En ineens zit er een eekhoorn in mijn hoofd. Dat kwam door kleindochter, die graag wilde dat ik haar leerde hoe je een eekhoorn moest tekenen. We zochten op afbeeldingen en kwamen er op twee uit, volgens de karakterbeschrijvingen van het verhaal, dat schone dochter haar elke avond voorschotelt. Sprekend deze twee, volgens kleindochter. Dan slaan we aan het kleuren. Hoe lopen de haartjes, hoe zit het met licht en donker, turen, kleuren, turen, kleuren en dat met zes verschillende tinten. Drie kleuren bruin, wit, oker en zwart.

Ik vroeg haar wat ze later wilde worden. Kunstenaar. Even later: Of je daar veel geld mee kon verdienen. Natuurlijk kwam er een relaas over ‘volg je hart’. Na een tijdje alles overdacht te hebben, ‘En juf’, ter compensatie van het geld verdienen. Ik haalde kunstvriendinnen aan die van hun werk kunnen bestaan, omdat ze niet anders kunnen en willen. De Hoge school voor Kunsten kwam ook om de hoek kijken. Ze is nog jong en er kan nog van alles veranderen.

Ik dacht aan mijn groep, die jarenlang ‘De Apen’ heette en na een vernieuwing, frisse kleuren, andere leiding, ineens ‘De Eekhoorns’. Die naam hadden we samen verzonnen, mijn lieve vriendin en collega en ik. Maar oh wat moeilijk om er na zo’n 25 jaar Apen aan te wennen. Het viel niet mee.

Van de week keken we foto’s of iets dergelijks met de filosoof en tante Pollewop. Ineens kwam daar Piet ter sprake, je weet wel, de vriend van Sinterklaas. En helaas zit de naam verkeerd geprogrammeerd in die oude genen van ons. Minstens vijftig jaar lang. Dus betrapte dochter mij op die oneffenheid. Zo’n gewoontedier.

Gek genoeg was het lied; ‘Het is feest in de eekhoorns’ leuker dan ‘Het is feest in de apen’, terwijl we wel dezelfde grapjes erbij uithaalden. Eerst gewoon zingen, dan heel zacht en daarna heel hard voor oma of opa op een wolk, of papa of mama op hun werk in weet-ik-veel-waar. Dan kwam een van de teamleden met de handen tegen de oren aanlopen om te kijken waar al die herrie nou voor nodig was. Grote hilariteit. Het zijn de kleine dingen die het doen.

Een kampdag bij het Henschotermeer in Woudenberg. Weinig kruip-door-sluip-door qua paden en toch een speurtocht. De spanning zat in het verhaal erom heen alsof er, bij elke boom die we tegen kwamen, iets te voorschijn kon springen. De opwinding was voelbaar. Het zit hem niet in bombarie maar het opwekken van die vervoering met simpelweg het verhaal. Inderdaad. Het zijn de kleine dingen.

Met een van de jarige zonen at ik Sushi mee, de andere was uit eten met zijn vrouw. Ze hadden in de buurt een oppas voor de kinderen gevonden. Een tweeling betekende altijd delen en je in tweeën splitsen. Het is wel eens gebeurd dat ik van Volendam naar Nieuwegein moest sjezen om bij beider belangrijke eindwedstrijden van het voetbal van het jaar te kunnen zijn, een prent ten spijt op de A2. Ach ja. Mijmeringen over vroeger. Het kan me zo maar overvallen. Door gebeurtenissen als deze of zomaar, ineens, onaangekondigd en over de meest uiteenlopende onderwerpen.

Bij de Sushi zat ingelegde gember, iets wat ik heerlijk vond en zij altijd terzijde schoven. Ook nu had schone dochter het laten verdwijnen, niet in de prullenbak gelukkig, maar in de tas van het afhalen. Die gember en de saus proefde ik net wel. Samen met de structuur van de rijst en de avocado en komkommer. In het geval van Truus zonder smaak ‘Alsof er een engeltje over de tong fietste’ vooral met dank aan de gember.

Overpeinzingen

Tanden op elkaar en gaan

De tweeling is jarig. 39 Jaar geleden reed ik naar het Antonius in Nieuwegein met de dagboeken van Vasalis onder mijn arm, een fles wijn en ik kocht in het winkeltje twee beertjes, een witte en een lichtbruine, voor de arts die me zo vriendelijk zou begeleiden. Ze waren maar liefst een maand te vroeg terwijl we het pas met 26 weken wisten. Was alles al in gereedheid gebracht voor de komst van de twee. Haha, nee hoor, dat was het bij geen van de telgen en nu dachten we nog een maand te hebben. We hadden twee mooie meisjesnamen uitgezocht in de vaste veronderstelling dat wij een echt meisjesgezin zouden blijven met die twee grote dochters van ons en deze twee. Het was nog niet zo algemeen om het geslacht voor de geboorte te laten vast stellen. Bovendien lieten we ons graag op de natuurlijke wijze verrassen.

Nou dat laatste was een feit toen bleek dat er twee jongetjes in mijn armen lagen. Een ervan moest direct door naar de couveuse, want hij had wat in de verdrukking gezeten door zijn iets zwaardere, zes minuten oudere, broer. Ze kregen ieder een naam uit het grote ongewisse en die paste wonderwel bij die van de dametjes. Omdat ze net geen 2400 gram wogen was het een mooie bevalling en duurde alles precies een paar uurtjes. Geen centje pijn op die manier.

De mussen vielen van het dak van de hitte, maar ik was verlost van mijn buik. Heerlijk hoor en met de jongens was verder alles goed. Zeven verwendagen in het ziekenhuis en ‘s nachts op de zusterpost voeden, omdat het zo vertrouwd was er te zijn. De vader van de twee timmerde in allerijl een babykamertje in elkaar, de meisjes kregen tot hun grote vreugde de zolder. Een bewogen en drukke periode brak aan.

Ze vieren het niet of in hele kleine kring. Volgend jaar wordt een jubileum. Maar we zijn ook aan het kijken of we dan naar een familiehuis kunnen met elkaar zoals we gewend zijn te doen als er genoeg geld in onze gezinspot zit. En dat is het geval. Mooi werk. Dan vieren we het samen-zijn, een mooi en bijzonder gegeven.

Gisteren dacht ik dat de buikgriep alweer de kuierlatten had genomen, maar toen ik wat kleding uit ging zoeken om weg te brengen naar de kringloop bleek al gauw dat mijn hoofd er klaar voor was maar mijn lijf iets anders in gedachten had. Na een boodschapje was ik compleet gevloerd. Alweer pas op de plaats.

Tijdens het winkelen wist ik ineens waar ik trek in had. Springrolls. Van die luchtige groenterolletjes in rijstevel met wortel, paksoi, komkommer en paprika en een sausje van ketjap met vissaus en citroen. Als je luistert naar dergelijke ingevingen, dan ben ik er van overtuigd dat het op dat moment kennelijk goed voor je is. Het is namelijk geen dagelijkse kost.

Zonder voetbal is de rust weergekeerd en kan je weer stappen maken. Geen tuin dus nog, dat moet wachten tot volgende week. De lichte maaltijd bereiden en bankhangen met voldoende leesvoer om me heen. Vandaag maar eens kijken hoe en wanneer ik de jongens liefdevol kan omhelzen. Het is ook de laatste schooldag voor alle kleinkinderen en dochterlief. Ach die enorme hectiek van de laatste dagen als je eigenlijk al op je tandvlees loopt. Sterkte lieverd. Tanden op elkaar en gaan.

Overpeinzingen

Met de koerende duif erboven

Kort maar krachtig. Zo kan ik het buikgriepje omschrijven. Alsof je iets verkeerds gegeten hebt. Toen eenmaal alles binnenstebuiten was gekeerd, sudderde het hier en daar nog maar was het ergste leed geleden. Tja wat doe je op zo’n dag. Dan zijn de telefoon en ipad wel fijn voor dat broodnodige contact met de buitenwereld en met lief, die een tikkeltje bezorgd, maar niet té, naar het welzijn hengelde. Ons devies is een gevleugelde uitspraak van thuis’ We zijn niet van suiker’. Zo is dat.

Mijn taalcursus Hongaars neemt op deze manier een voorsprong. Met grote stappen sjees ik door de stof heen en herhaal en herhaal, om die oude grijze hersencellen maar te stimuleren. Een en ander beklijft niet meer zo makkelijk en helemaal niet als de begrippen welhaast ongrijpbaar zijn door de wonderlijke samenstellingen van letters. Vanmorgen belandde ik bij het hoofdstuk ‘meervoudsvormen‘. Dat is helemaal niet te doen. Stug volhouden.

Spannend, de eerste oploskoffie gaat erin. Ik blijf nog een tijdje hier boven, want je weet het maar nooit hoe de aangedane darmpjes daarop reageren.

Natuurlijk toch gisteren voor de wedstrijd naar beneden gegaan en genoten van de zee aan oranje. Enig chauvinisme is op dergelijke momenten op z’n plek. Ach, wat zal ik er van zeggen. De jongens deden hun best. Xavi schoot zijn team met een prachtig doelpunt de vermeende hemel in. Een scheidsrechter en een Var die niet goed genoeg observeren, is nou eenmaal iets waar niet tegen te vechten valt. Of wil ik het te graag. Gedane zaken nemen geen keer en het leven gaat weer door. Zoals ik naar Lief appte, ‘Het is voetbal en in de aard maar een spelletje’ Al is het die status al lang voorbij gestreefd. Ik was een tikkeltje bezorgd om de teleurstelling en het verwerken ervan bij het enorme oranje-legioen, maar op een paar hooligans na scheen de schade mee te vallen.

Lezen probeerde ik gisteren ook. Een stukje Tom Lanoye en een stukje Murat Isik, maar het koste moeite om de aandacht erbij te houden. Steeds betrapte ik me op een staren in het oneindige of op het feit dat, dwars door de te lezen zinnen heen, de tuin doorsijpelde of Lief en het vele werk in de tropenhitte. Er is daar namelijk een hittegolf gaande met temperaturen tegen de veertig graden aan. Lief doet het werk in de ochtenduren van vijf tot elf en daarna is het vooral verkoeling zoeken op schaduwrijke plekken of in het huis, dat met haar dikke muren de warmte prima buitensluit.

Zoonlief haalde voor mij bij de winkel ijskoude watermeloen, beschuit en een schaaltje vruchten. Ik had er onbedaarlijke trek in. Waarschijnlijk bevatte het iets wat het lichaam nodig had. Dus daar peuzelde ik in de avond van al waren mijn ogen groter dan mijn maag.

Als alles goed blijft gaan kan ik vanmiddag nog wat verhapstukken op de tuin. Er staat verder niets op het programma. ,

Stef Bos mijmert over het dwars-door-de-tijd-reizen dat je als oudere vaker kan doen, eenvoudigweg omdat er minder te doen valt en we echt aan onszelf toe mogen komen. Hij vertelt dat je er echt maar weinig voor nodig hebt om te vertrekken dan je verbeelding en een trigger en noemt dan ‘koerende duiven‘.

Onmiddellijk ben ik terug in de beginjaren tachtig, waar ik in de wijk een vrouw verpleegde die ernstig ziek was. Ik draaide er nachtdiensten.. Het was zo’n klein dorpshuisje in een smalle straat met een enorme ouderwetse boerentuin erachter. Om aan de bedompte lucht te ontsnappen die er in het piepkleine kamertje hing, ontgrendelde ik de achterdeur en liep even het paasje op de tuin in. Boven mijn hoofd koerde een duif. Indringend. Ik stond stil en luisterde. Keek naar de bloeiende dahlia’s en vond het maar oneerlijk, dat lijden der mensheid daarbinnen dat in groot contrast stond met het vredige tafereel daar buiten, slechts door een muur gescheiden. Stef heeft gelijk, want elke stap die ik daar deed, staat in mijn geheugen gegrift met de koerende duif erboven.

Overpeinzingen

Gelatenheid en berusting

Vandaag blijf ik in bed. Het is geen protestactie, al zou dat met al het geweld om ons heen op z’n plaats zijn. Weer een ouderwets jaren-zeventig-geluid voor de vrede. ‘Make love not war’.

Op dit ogenblik zou ik het vooral tegen mijn vege lijf willen zeggen. De darmen zijn een coupe aan het plegen en ondermijnen het dagelijks gezag. Waar het maar mogelijk is, storten ze leeg. Het zal geen lang schrijven worden.

Buikgriep ofwel een noro-virus, zoals griepalert.nl me leert, heerst al een tijd binnen het gezin. Ze waart sluipend rond en besmet alles wat binnen haar bereik komt. Onze stad stond nog niet bij de plaatsen waar ze graag vertoeft, dus heb ik me opgegeven als buikgrieper. Een beetje afleiding, want alle andere zaken, kleinzoon, de familie van zoonlief en de tandarts zijn afgemeld. Voor de tandarts staat er alweer een nieuwe afspraak volgende week.

Alle dingen die nog moeten gebeuren maken pas op de plaats. Boven in het koppie is het zo duf, dat druk maken om dat soort dingen niet mogelijk is. Er heerst een sfeer van gelatenheid en berusting.

Overpeinzingen

Luchtbellen in de sloot

De zwaluwen zijn druk, ze vliegen niet al te hoog. Het kan duiden op het verwachte onweer en de regenvlagen die zijn voorspeld. De witte gordijnen bollen op bij een zachte bries, voorlopig wijst er niets op dat wat ons te wachten staat.

Gisteren heb ik minuten lang in de sloot op het tuinencomplex staan kijken. Telkens schoten er luchtbellen naar boven. Een bellenblazer op de bodem van de sloot. Wat zou het zijn, snoek, kikker, ringslang, alle drie verwoede zwemmers en bewoners van het rijk onder de plompbladeren. Verscholen onder een lieflijke aanblik van de gele bloemen en haar grote zonneschermen. Hoe lang ik ook tuurde en keek, niets liet zich zien.

De aanblik van de tuin was nogal chaotisch, dus moest eerst de voorkant worden aangepakt en opgeruimd. ‘Weet waar je aan begint, dame’. De kruiwagen opzichtig op het pad geplaatst, zodat de enorme manshoge brandnetels driedubbel geknakt en geveld er in konden worden gegooid. Sommige hielden zich angstvallig vast met hun wortels. Bij het trekken voelde ik vooral mijn schoudersbladen als plots de gang gestaakt werd door het verzet. Verdraaid nog aan toe, wie is hier het sterkst. Toegegeven in sommige gevallen toch echt de brandnetel. Ik zal straks de schepel nodig hebben. Na de netels kwamen de wilgen. Snoeimes en zaag in de aanslag. Hé er groeien pruimen aan de boom bij dochterlief in de tuin en peren. Dicht bij de boom snoeien, anders moet je twee keer knippen. Tijd is kostbaar op de tuin, want vaak is er een chronisch tekort aan.

Ik maakte hoopjes brandnetel en hoopjes wilgentenen. Hier en daar zelfs een overhangende tak van een vlier. De boef had zich innig verenigd met de kers in de hoek. Dat was eigenlijk niet de bedoeling. Bij dit werk kan je je mateloos te klein voelen. Zoals Jesus Christ in de gelijknamige film riep: ‘There is too little of me, don’t crowd me’. Dat gevoel dus, maar dan met al die oprukkende planten en bomen. Het is niet moeilijk om er een scène van een tekenfilm van te maken of een hoofdstuk van een boek,. Het lijkt ook op de oprukkende kerken die Stach vervaarlijk dichtbij zag komen in Koning van Katoren van Jan Terlouw. Ken uw klassiekers. Dat soort beelden schieten door me heen terwijl de handen en de armen gestaag doorwerken. Verder denken gaat niet.

De tjiftjaf laat zich horen en de merel hipt door de omwoelde aarde. Van thuis had ik de koelkastmagneten uit de diverse musea meegenomen, die prijken nu op de buitenkant van het atelier, daar waar de verf afgebladderd is. Helaas te weinig om de hele plek te beslaan, maar het schiet al op. Sparen dus en in de kringlopen zoeken naar andere magnetische voorstellingen die te gebruiken zijn.

De netels komen op de overvolle berg compost en de wilgentakken verwerk ik voor een deel tot schoof en staak, als de achterbuurman me enthousiast begroet en een praatje komt maken. Hij vertelde over zijn vakantie en ook over het feit dat hij slecht sliep. Net als ik lag hij vaak te malen over dit kabinet, de schertsvertoning bij de debatten en niemand die een mond opentrekt om het land te behoeden. Gebakken lucht van machtsmisbruikers. Conclusie: Blijf schoonheid scheppen en halen uit het kleine geluk om je heen. De kinderen en kleinkinderen, de natuur, het maken van een mooi eiken bankje of een nieuw schilderij. Natuurlijk geeft ook dit klaaglied daarmee een positieve wending zodat we weer ons weegs kunnen gaan.

Inmiddels is de middag omgevlogen en laat ik de boel de boel. Wat nu niet gebeurt, komt de volgende keer aan bod. Hoogste tijd om te speuren naar de luchtbellen in de sloot.