Overpeinzingen

En garde

Straks als eerste even wat boodschappen inslaan. De rijst en de Khoresh gingen niet door gisteren omdat alle ingrediënten ontbraken. Dus maakte ik bami dwars door de koelkast met een van de boemboes die ik mee heb genomen. Zo kwam ik tot de ontdekking dat ik een aantal potten sambal vergeten ben. Er zit niets anders op dan die zelf te maken.

Ondertussen staan er weer wat eierdozen en anderszins in de week om nieuw papier te scheppen. Nu het nog twee dagen rond de dertig graden is kan het goed drogen.

Een nieuw citaat uit het boek is: ‘Het nu-moment heeft een voordeel op alle andere momenten: het behoort ons toe’.

Onze hof nodigt uit om toch vooral in het moment te blijven. Hier is het mogelijk om te gaan zitten en kijken. Minuten lang. Bijvoorbeeld naar de insecten die ik gelukkig met mijn nieuwe ogen moeiteloos kan zien. Terwijl ik aan de terrastafel zit zie ik de kolibrivlinder rond de grote paarse hibiscusbloemen zwerven, maar ook wespen, vliegen, wantsen, muggen die onder de al verdroogde druiven darren op zoek naar die bedwelmende zoetigheid. Lief heeft overal zitplekjes gemaakt, waar ik na een stuk lopen uit kan rusten en er is niets prettiger dan in het moment te zinken en alles om je heen in je op te nemen, zonder gedachten.

Op school hield ik filosofiekringen waarbij een voorwerp op de tafel lag, die de kinderen mochten observeren. Nog niets benoemen, alleen maar kijken. Na een aantal minuten ging ik de kring langs om te horen wat ze ervan vonden. Bijvoorbeeld van een appel die er lag. De een vond hem glanzen, de ander zag het steeltje, weer een ander benoemde het gladde. Als iedereen aan de beurt was geweest kregen ze allemaal een stuk appel om te omschrijven. Eerst voelen, dan ruiken, dan proeven. Het waren heerlijke betrokken kringen.

Bij het lezen van het boek viel me op dat ze tijdens de meditatieve momenten hetzelfde doen, maar met de belangrijke toevoeging: Wat doet het met jou. Je relatie tot je observatie-onderwerp, de natuur om je heen, je ademhaling, je hartslag.

In mijn haastige leven had ik er niets mee. Ik noemde het mindfullnes-nes. Dat werd vooral versterkt doordat er veel mensen mee aan de haal gingen die er een slaatje uitsloegen of extra zweverig werden in mijn ogen. Mijn nuchtere aardse ik stond in de weg. Maar we leren door, we worden wijzer en los van alles wat druk uitoefent, zorgt de Hof voor een serene kalmte. Tijd om ergens intens bij stil te staan. Dat ervaren we hier beiden. Het boek is bij uitstek geschikt om je ertoe aan te zetten, tot zulke momenten, en het aan den lijve te ervaren. Letterlijk.

Lief heeft vanmorgen vijgen geplukt achter en een paar van de vijgenboom op het terras. Dat wordt een heerlijk potje jam ik dacht samen met de vlierbessen, maar ik kom bedrogen uit. Ze zijn net als de druiven verdroogd. Ik vraag me af of je dan als gedroogde cranberry’s kunt gebruiken.

Nu het wat minder warm is laten de vogels zich weer zien. Merels en heggemusjes vooralsnog en natuurlijk de tortels. Lief heeft achter de fazanten zitten observeren die druk heen en weer vlogen. Als het minder warm is zal ik ze ook gaan bewonderen. Eerst zijn de geweekte eierdozen aan de beurt. Ik ga ze te lijf met de staafmixer om er papierpulp van te maken. En garde.

Overpeinzingen

Heb er nu al zin in

Het begon heel hoopvol vanmorgen. Een mooie donkergrijze lucht boven ons huis en de voorspellers zouden regen brengen, wel twee uur lang. Eindelijk na al die maanden droogte. Alles snakt hier naar water. Helaas werd onze hoop al snel de bodem ingeslagen. De bui viel een aantal kilometer verderop, liet de radar zien. Mispoes. Het is wel minder warm. Tel de zegeningen dan maar. Het windje is echt lekker.

In de nieuwe flow haalt de columniste Tatjana een van haar lievelingsrecepten aan. Het is Kashk-e-Bademjan. Een Iraans gerecht met aubergine. Zo gebeurt het dat mijn gedachten jaren terug vliegen. Ik sta in de kleine keuken. Vriend komt uit Iran. Hij kookt zoals hij het van zijn moeder leerde. Rijst op een wonderlijke wijze:

Rijst in de pan met een vingerkoot water boven de rijst. Aan de kook brengen en wachten tot er putjes invallen. Rijst in het vergiet doen en met koud water voorzichtig spoelen. In de pan gaat een laagje olie. Daarboven schik je in schijven de gekookte aardappel als laag of matze of een libanees flat bread. Dan de rijst erop, luchtgaten tot op de bodem maken met de steel van de houten lepel, saffraanwater toevoegen, de deksel in een schone theedoek wikkelen, en op een zacht vuur koken tot de pan sist als je er een natte vinger tegenaan houdt. Als het klaar is heb je een overheerlijke ‘rijst met tahdig’. Veel werk om rijst te koken, zal de gedachte zijn bij het lezen van dit recept. Dat klopt, maar je eet er je vingers bij op.

Het eerste ingrediënt dat je nodig hebt in de Perzische keuken is ‘Geduld’ en ‘Haast’ ligt er in de prullenbak. Het recept van de columniste is bij Ayeh in duidelijke filmpjes terug te vinden. Een van mijn lievelingen uit die tijd is Koresh Bademjan. Een heerlijke stoofpot met o.a. aubergine, tomaat, knoflook en ui, kikkererwten, saffraan en dan de rijst van hierboven erbij. Om te smullen. Deze recepten zijn terug te vinden op: https://cookingwithayeh.com/#feastmobilemenu

Mijn hart was groot genoeg om de herinneringen aan deze mooie keuken te bewaren en feitelijk denk ik er jammer genoeg nog maar sporadisch aan. Bij het lezen van deze recepten krijg ik er onbedaarlijke trek in.

Eindelijk vond ik gisteren bij de super een brood dat echt lekker was en het zag er ook nog eens appetijtelijk uit. Toch ga ik nog op zoek naar een goede Hongaarse bakker.

Mijn lieve medebloggers vroegen om af en toe een recept toe te voegen, zoals de Marokkaanse stoofschotel van eergisteren. Nou ben ik van nature een snufjesmens, mijn kruiden dansen. En ik ben redelijk onvoorspelbaar want het kan zomaar zijn dat een ander ingrediënt me eveneens toeroept in de koelkast, zodat het meegenomen wordt in het geheel. Als het daarna zo heerlijk smaakt als deze schotel, dan geef ik mijn versie van het recept onder aan de blog.

Het boek “al het Blauw van de Hemel’ van Melissa Da Costa is al over de helft gelezen. Het verhaal zit zo boeiend in elkaar. Er zijn hele ontroerende fragmenten, die vragen oproepen met betrekking tot het leven in het algemeen en het eigen leven in bijzonder. Er is een verhaal over een jongetje, dat de hele dag naar de hemel tuurt. Tussen die bezigheid door verft hij vel na vel blauw. Even zo vaak verfrommelt hij ze telkens, waarop hij opnieuw naar de hemel gaat turen. En de volgende dag begon hij opnieuw met schilderen. Probeert hij de kleur van de hemel te vangen?

Het kost geen moeite om er een voorstelling van te maken. Ik ken deze kinderen. Ze zijn kwetsbaar en tegelijk ook niet, door hun onbereikbaarheid en hun eigen wereld. Wat beweegt een mens. Hoe kleuren we de wereld in. Hoe kleur ik mijn wereld in. En hoe beweegt de omgeving er omheen. Hoe bewust zijn we van het moment, nemen we daar wel de tijd voor. Hier is alle ruimte voor inkeer en bewust leven. Ook hier ligt ‘Haast’ in de prullenbak.

Lief heeft een vijg van achter meegebracht die er nog prachtig uitziet. Dus daar kunnen we wel oogsten. Dat kan dan mooi vanmiddag. En dan een Perzische Khorest met als zoet element die mooie vijg. Heb er nu al zin in.

____________________________________________________________________

Recept van een Marokkaanse stoofschotel op geheel eigen wijze:

Ingrediënten: Een rode ui/twee tenen knoflook/twee tomaten/een blikje kikkererwten/een courgette/twee winterpenen/Twee langwerpige paprika’s.

Kruiden: Koriander/gember/geelwortel/komijn/peper/bouillonblokje/evt. nog zout en gerookte parikapoeder.

500 ml water/olijfolie

Neem een pan met dikke bodem. Doe een flinke scheut olijfolie in de pan, voeg de flinterdunne schijven ui toe en bak ze langzaam tot ze karameliseren, voeg de in stukken gesneden knoflook en tomaat toe.

Voeg alle kruiden toe. Ik schat dat ik van bijna alles een á twee theelepels heb gedaan, alleen de gerookte paprikapoeder mag al naar gelang je het lekker pittig wil hebben. Voeg het water toe, de grof gesneden groenten en het blik kikkererwten en het boeuillonblokje. Breng alles tot aan de kook en zet het op een lage pit om een half uur te laten stoven tot de wortels zo goed als gaar zijn. Laat daarna de pan met het deksel erop nog een half uur staan.

Couscous: Ik heb in dit geval een pakje Alfez couscous gebruikt met rozijnen en kruiden. Het is dan in vijf minuten klaar.

Overpeinzingen

Een gewillige afnemer

Langzaam maar zeker laat ik me in deze weldadige oase van stilte en kalmte zakken. Niets moeten, niets hoeven, met als enige noten op mijn zang het boek, het tekendagboek en de blog. En dat alles in het aangename gezelschap van mijn kalme Lief, die zich niet druk maakt om futiliteiten en onverstoorbaar maar gestaag zijn weg gaat of die, zoals nu, een stoel kan pakken en pas op de plaats maakt. De natuur doet mee. Als enige zijn de tortels te horen, die kennelijk nooit uitgetorteld raken. Onder het zware bladerdek van de druif is het wel een en al reuring. Bezige bijen, vliegen, vlinders, wespen en ander klein grut dansen, dronken van druif, van tros naar tros. De oogst dit jaar wordt het niet. Het was zelfs voor hen te warm. Ze zijn verdroogt. Vermoedelijk waren ze veel eerder rijp om geoogst te worden. De jambrigade kan achterover leunen. Misschien zijn er nog wat verdwaalde vijgen achterin.

De reeën hebben op het ruige achterland tot aan ons tweede bossage het lange gras gevonden en maken er dankbaar gebruik van ze liggen er middenin verscholen in hun leger en de fazanten houden hen gezelschap en overal laten de smalle wissels zien hoe ze gelopen hebben. Bij het krieken van de dag zijn ze weer verdwenen als sneeuw voor de zon.

Met lezen kan ik niet meer stoppen. Alles wat er gebeurt, getuigt van een groot inlevingsvermogen. Gisteren schreef ik dat je gedachten zo kunnen blijven hangen op de kleinste zinnen. Dat is hier zeker het geval. Wijsheden als: ‘Een werkelijke ontdekkingsreis ligt niet in het zoeken naar nieuwe landschappen, maar in het kijken met andere ogen’ (Proust). En wat te denken van deze: ‘De ware reiziger is degene die een rondreis in zichzelf heeft weten te maken’.(Confucius) Zinnen waar je een aardige boom op los kan laten. Vooral de laatste past volledig binnen de context van de hoofdpersoon en in het kader van de reis. Dat zijn de quotes waar zijn begeleidster mee strooit. Ze beschikt zelf ook over de nodige poëzie in haar taal. De onvoorspelbare gebeurtenissen houden de vaart erin. Je wilt weten hoe dit avontuur afloopt.

We besluiten om voor het eerst weer boodschappen te gaan doen in Szigetvar. Bij de karretjes staat het kleine figuurtje van een bekende vrouw. Ze staat er vaker. Bedelen is strafbaar. Ze rijdt daarom voor de mensen de karretjes in de rij en mag dan vaak het muntstukje houden . Het is niet meer dan 50 of 100 forint. Berustend en geduldig wacht ze tot jij naar haar toekomt, een ongeschreven regel.

Heerlijk om de voorraad aan te vullen. Aubergine, courgette, veldsla. We vonden een waterfilter voor de waterkan dachten we. Zo op het oog leek het wel te passen. Bij thuiskomst bleek het toch een ander model. Nu zoeken we hier ook de kan maar bij. Als het water gefilterd is, is het goed te drinken en hoeven we niet meer met literflessen water te sjouwen.

Van huis had ik de couscous meegenomen waar ik zo gek op ben. Gekruid en op smaak gebracht met onder andere rozijnen. Maar ook de kruidenkast was geplunderd. Al mijn Indische kruiden waren mee en een aantal zakjes boemboe. In de ochtend had ik al bedacht dat het voor de avond een Marokkaanse couscousschotel zou worden. Een groentestoof van olie, water, grof gesneden paprika, courgette, wortel, tomaat, kikkererwten, rode ui en knoflook. Djahe, ketoembar, kurkuma, djinten en gerookte pittige paprika was het kruidenmelange. Een half uurtje laten pruttelen in de olie, verder laten garen met de deksel op de pan en klaar.

Het was alweer een paar maanden geleden dat ik iets dergelijks gemaakt had. Koken is voor mij vooral leuk als ik er mee mag verwennen en men smult. Niets is leuker dan dat. Lief is een gewillige afnemer.

Overpeinzingen

Om te koesteren.

Ik zit op het terras. De koffie is op en ik heb eerst een aantal bladzijden gelezen van het boek: Al het blauw van de Hemel’. De schrijfster Melissa Da Costa laat het verhaal meanderen na een spectaculair begin en is meester in de misleiding. Telkens word ik op een ander been gezet. Wisselende emoties bij het lezen borrelen op. Het is een verhaal waarbij je geen moeite hebt om deel te worden van het geheel. Herkenbaar maar absoluut niet voorspelbaar met al die plotselinge wendingen.

Lief brengt een cadeautje. Een wonderschoon trosje hazelnoten, een cadeau in haar natuurlijke verpakking en iedere keer verbazen we ons erover dat de natuur zo vernuftig is in het beschermen van haar vruchten. Ik zie hem onder de boom een aantal keren speuren en bukken en even later komen er nog een paar hazelnoten bij met een brede glimlach.

Een lieve medeblogger wijst me op het feit dat een courgette mannelijke en vrouwelijke bloemen draagt en als je er niet genoeg hebt staan dat je dan de bevruchting een handje moet helpen. Ze stuurt een filmpje door met instructies. Dat is het grote voordeel van de huidige media. Als iedereen het zou gebruiken om de mooie dingen te delen en ervaringen uit te wisselen, wat zou het dan een bron van inspiratie zijn.

Vanmorgen lag er nóg een cadeautje in de brievenbus aan de voorgevel van het huis. Twee verjaarskaarten, een van dochterlief en een van vriendinlief. Olijke en mooie kaarten met een wens om vooral een mooie tijd te hebben samen. Dat gaat lukken liefjes.

Vanaf vrijdag beloven de tropentemperaturen te dalen naar onder de dertig en kan ik misschien alweer een beetje aan het werk. De Datsja schreeuwt om een frisse wind omdat insecten of anderszins in alle hoeken en gaten zijn gaan schuilen voor de hitte. De kruidentuin is hier en daar wat overwoekerd, de bloementuin moet opnieuw ingezaaid met een-en-meerjarigen en met het zaad van de klaprozen. Boeddha gaat verscholen achter de uitdijende Roosmarijn die hier als een tierelier groeit en bloeit. Ik heb een aantal blaadjes gedroogd, maar eigenlijk hoeft dat niet, want ze is er trouw, zomer en winter. Geurend kruid van het land.

In de Flow van deze maand wordt een tip van de sluier opgelicht van het boek ‘Niets Bijzonders’ door Charlotte Joko Beck. Het boek staat op het lijstje van de dichter Ellen Deckwitz: ‘De(vijf) boeken van mijn leven. Beck is geraakt door het Zenboedhisme na een leven als secretaresse. Ze heeft er volgens de dichter een nuchtere kijk op. Als een van de leerlingen van Beck haar vertelt er over te piekeren of ze tijdens een gesprek niet te onaardig was tegenover de gesprekspartner, vraagt Beck: Waar is die persoon waar je over piekert. De leerling antwoord dan ‘Geen idee. Niet hier’. Precies. ‘Niets bijzonders heeft mijn denken gevormd en me rust gegeven’.

Het zijn dit soort kleine bronnen, die tot inspiratie leiden. Een zin is al genoeg om bij stil te staan en over na te blijven denken. Deze zeker. Om te koesteren.

Overpeinzingen

Net als alle andere huizen in de straat

Na de lange reis was er een heerlijke sauvignon met ijs voor mij en voor Lief een borrelglaasje wodka met ijs en daarna nog een natuurlijk. Geen zin om te koken dus met een paar hapjes en in elkaars gezelschap kwamen we de avond wel door. Inderdaad maakte de klima in de keuken overuren en de ventilator aan het plafond deed ook flink zijn best. Met het raam open haalde hij de koele nachtlucht binnen en werd het zowaar te koud zonder dekbed, die aan het voeteneind lag. Het buitenlicht was niet aan, dus ontbraken de sfeervolle schaduwen over het buffet en de kast. Honden blaften als vanouds, maar de haan in de vroege ochtend hoorde ik niet meer. Toch in slaap gesukkeld.

In de vroege ochtend was het tot half tien mogelijk om op mijn vertrouwde terras te zitten en vooral de opmerkelijke dingen te observeren. De druif had met haar groen zichzelf de das om gedaan en produceerde enkel nog krenten en wat verdwaalde druiven. Als het weer het toelaat wordt het snoeien van de ranken de eerste klus. De hibiscus bloeit in haar volle glorie. Ze heeft overduidelijk geen last van de twee maanden tropenhitte. In de toegankelijke bloemen wentelden zich de gulzige insecten door het stuifmeel. De kolibrievlinder was ook van de partij en een grote glanzende van oorsprong zwarte hommel maar nu bedekt met een witgele waas. Dankzij de gieters van Lief zijn er ook herfstasters te bewonderen. In het dorre gras bloeien overal toefjes wilde cichorei ter compensatie. Er is een heel pad te lopen langs dat lieflijke bloemenblauw. Voordeel van de droogte is dat je niet hoeft te maaien. De notenboom, waar altijd rond vier uur schaduw te halen valt, heeft haar herfsttooi al aan. De rest staat er nog onwaarschijnlijk groen bij.

De courgetten en pompoenen dragen wel bloemen maar geen vrucht. En de Hortensia’s proberen zich dapper staande te houden, waarbij de wilde hortensia het nog het beste doet.

De verrassingen van Lief zijn kleine grappige aanpassingen die hij au naturel heeft opgebouwd met takken en oude hekken die bij de stalletjes stonden. Sprookjeshoeken, maar nu nog wat kalig door de hitte. De Dennenhorst heeft drie poorten om door naar binnen te gaan en Lief haalde twee oude rotan stoelen van zolder om ze daar neer te zetten. Prima stop om naar achteren te lopen. Gisteren ben ik niet verder geweest dan tot de Datsja. Vandaag of morgen eens kijken hoe het daar is. Om te smoren waarschijnlijk. We hebben geen boodschappen gedaan en vandaag hoeft dat ook niet. Als vanouds liet ik me leiden door wat er in de koelkast lag. Rijstnoedels met zalm/paprika/paddenstoelen /wortel/ui en knoflook. Heerlijk hapje en zo klaar. Licht verteerbaar.

Lief zag op zijn avondwandeling negen fazanten opvliegen uit de bomen. Van reigers wist ik het maar fazanten waren bij mijn weten grondscharrelaars. Niet dus. Volgende keer loop ik mee. Hij heeft het licht gemaakt op de patio. Een drie-armige sfeervolle lantaarn. Ook een verrassing, want die had ik nog niet brandend gezien. De ventilatoren aan het plafond op het terras en in huis zijn een zegen en onmisbaar.

Gisteren ben ik begonnen in het boek’Al het blauw van de hemel’ van Melissa Da Costa. Een intrigerend verhaal over een heel bijzondere trektocht die vanaf het begin de nieuwsgierigheid wekt.

Als het te warm wordt is de keuken een heilzame plek om te lezen en schrijven en ook de slaapkamer met de ventilator boven het bed. Altijd weg te kruipen voor de hitte in dit huis vol hoeken en gaten. De luiken gaan dicht dus blijft het koel en schemerig. Zomerstand. Net als alle andere huizen in de straat.

Overpeinzingen

Eindelijk

Na een heerlijk ontbijt een praktisch slapeloze nacht, omdat de airco ontbrak en het wind-en-fluisterstil was in de mooie kamer, maar de geluiden van een buurman-stommelaar tot vier keer toe luid en duidelijk te horen waren. Het gaf niets. Mijn moeder indachtig: ‘Als je je ogen dicht hebt, rust je ook’, hoorde ik om half zes alweer de eerste kerkklok beieren. Dorpse geluiden en tijd om aanstalte te maken om naar beneden te kunnen. Wat een heerlijk hotel is dit toch. Het jonge meisje, ligt het aan mij of worden ze steeds jonger, was al druk aan het redderen om haar gasten in de watten te leggen. Ieder kreeg een kan koffie of thee op de tafel staan en er was een uitgebreid buffet, waar je naar hartenlust kon nemen.

Mijn tafeltje stond al klaar in het rustigste deel van het restaurant. Het was al behoorlijk druk om zeven uur. Later zag ik de koffers van de busgasten klaar staan om ingeladen te worden. Aha, het hele gezelschap oudjes was klaar voor vertrek. Dat leverde een uitgebreid gekakel en gebas op, maar aan mijn kant zaten vooral de zwijgzame einzelgangers. Twee heren en ikzelf.

De reis ging opnieuw voorspoedig. Eerst een tankstation iets verderop van het dorpje Windorf gezocht en gevonden en daarna de beloning. Een tocht langs de Donau tot aan Passau aan toe. Geweldig, dat grote indrukwekkende spiegelende oppervlak, maar nergens een plekje om aan te meren en foto’s te schieten, waarop ik de beelden maar vastzette in mijn hoofd.

De grote vriendelijke podcast aan en luisteren naar de aangename stemmen van Jaap Friso en Bart Maliepaard over het nieuw in te wijden schooljaar wat betrof de jeugdliteratuur en de op handen zijnde boekenweek. Daarmee vlogen de kilometers onder mij door en draaide de klok zomaar een uurtje verder. Er zitten twee jeugdboeken in de koffer. Die werden niet in de uitzending genoemd, maar volgens mijn eigen criticus, dochterlief, waren ze niet te versmaden.

Bij Wenen miste ik even de afslag richting Budapest. Dat leverde een klein stukje buitenwijk van Wenen op, maar de onbetaalbare accurate tomtom had Truus en mij zo weer op de goede weg. Ik besloot niet naar Budapest toe te reizen maar halverwege af te slaan richting Nagypeterd. Daar won ik minstens een uur mee. Kostbare tijd omdat het verlangen zo groot was. Het betekende een uurtje dorpse wegen rijden, waarna ik op de snelweg naar Kaposvar in kon voegen. Twee uur verwijderd van het grootste cadeau op deze verjaardag. Mijn lief.

Steeds herkenbaarder werden de steden op de richtingwijzers. Balatonlelle, Kaposvar, Szigetvar en het laatste stukje kon me niet snel genoeg gaan. De hele weg lang had ik de Flitsmeister aangehad en dat was geen onnodige actie. Het leek wel of men om de paar meter een werkende flitser had plus hier en daar een paar verdekt opgestelde politieauto’s als waakhonden speurend naar hun vermeende prooi.

Het grote aftellen begon. Nog tien minuten, nog zeven, nog vijf, nog twee en daar was het trotse en statige huis al. Het hek zat dicht en langzaam reed ik langszij, toen ik Lief achter het tweede hek zag staan die mijn richting opkeek. Hij stak zijn hand op en gebaarde dat hij de deur en het hek zou opendoen. Het was precies kwart over vier. Niet gek. Acht uur over de rit gedaan.

Een warme omhelzing volgde. O zo lang geleden, die twee vertrouwde stevige armen om me heen. ‘Ha lieverd, ik ben er, eindelijk’.

Overpeinzingen

Kippie-eitje, natuurlijk

Vijf uur ging de wekker. Geen momentje aarzelen en hup in de benen. Gisteren zoveel mogelijk ingepakt en nu nog de laatste drie nieuwe boeken in de rommeltjes-koffer en klaar. Even puzzelen hoe we alles mee gaan nemen. Zoonlief was om zes uur naar beneden gekomen om te helpen dragen. Hij is een ware pakezel met twee koffers en twee tassen om zijn schouder. Hij helpt ook nog even met logisch rangschikken. Heerlijk zo’n lieverd. Kwart over zes was ik ‘En route’ en de reis ging voorspoedig. In Nederland een paar kleine buitjes, maar in Duitsland scheen de zon steeds uitbundiger. Heerlijk rustig op de weg en af en toe werkzaamheden, zoals te doen gebruikelijk in Duitsland. Truus deed het voortreffelijk en klein Piep de Muis hield me vanaf het dashbord nauwlettend in de gaten, maar was overduidelijk in een zwijgende bui. De Carplay zette zijn beste beentje voor en schotelde al mijn lievelingen voor. Zjef van Uytzel, Robert Long, Maarten van Roozendaal, Loudon Wainwright, Stef Bos en nog meer Kleinkunstenaars.

Met de boekencllub hebben we ‘Morele Ambitie’ van Rutger Brugman gekozen en daarnaast heb ik ‘De Smeekbede’ van Lianne Damen en de ‘Al het Blauw van de Hemel’ van Mélissa Da Costa’ erbij gehaald. Dat belooft uren en uren nieuwe avonturen. Dat mag best na alle drukte van de laatste dagen. Ze zitten in de koffer, maar komen er nu niet uit. Dat is niet erg, want ik wil eerst Lief en het thuisfront de schoonheid van het authentieke Beierse Hotel aan de Donau laten zien en mijn lieflijke eenpersoons kamer met roze geraniums voor mijn raam en uitzicht op de straat en het woud erachter.

Bovendien staat er nog een lesje Hongaars op het program en dit blog. Geen tijd om te lezen, wat een luxe.

Waar vliegen je gedachten heen tijdens zo’n reis. Ik zie wel het schoons om me heen, maar vluchtig. Het hoofd is vaak bij de muziek met haar mooie teksten. Verhaaltjes op zich en zeker onderwerpen om over te mijmeren.

Tijd voor een hapje beneden in het restaurant. Ik kies helaas toch voor binnen in verband met de hitte buiten en daar is het beter toeven. Een poke bowl dacht ik, maar dat was een grote kom sla en drie lapjes gepaneerd vlees met twee broodjes. Ik heb heel erg mijn best gedaan maar kwam niet helemaal tot een leeg bord. Het personeel was alleraardigst. Het overgrote deel van de gasten was de pensioengerechtigde leeftijd al gepasseerd. Er werd vooral veel Duits gesproken. De Beierse tongval van het personeel vergde enigszins het scherpen van de oren en het was een kwestie van wennen aan de tongval. Het Hoch Duits van de Mulo was van een geheel andere orde.

Heerlijk gegeten en nu op bed verder schrijven. Eerst Lief bellen die al belde naar het restaurant. Ik merk aan alles dat hij popelt, net als ik trouwens. Nog even geduld, lieve schat. Dat is het voordeel van van elkaar verwijderd zijn. Het weerzien kan niet grootser en kan niet mooier. Morgen kan ik niet om zes uur weg, want ontbijt en uitchecken is pas vanaf zeven uur. Maar ik heb vandaag de grootste ruk gemaakt. Morgen nog maar een luttele 7 uur. Kippie-eitje natuurlijk.

Overpeinzingen

Aan de slag dus

Met de kleine njong en zoonlief op stap om zijn grote zus op te halen. Op school was schoonzoon er ook al voor Dribbel. Een halve familiereünie en een uitstekende gelegenheid om een ijsje te gaan happen. We zaten op de vier stoelen voor de winkel en hadden zicht op de ophaalbrug over het Merwedekanaal.

Zoonlief had in de vroege morgen geappt om samen met de kleine Njong het familiegraf te gaan bezoeken. Dat vond ik een fijn idee. We brachten kleindochter naar het park waar ze met een vriendinnetje en diens moeder zou gaan picknicken en spelen en reden richting Utrecht. De Barbara is een mooie oude begraafplaats. Heel plezierig was de aangelegde parkeerplaats vlakbij de ingang. Voorheen moest je ergens in de buurt een plekje zoeken en dat was geen sinecure.

Met de kleine op stap betekende vooral geduld beoefenen. Ieder geluid, ieder steentje, ieder opwaaiend blaadje en iedere vogel deed hem aandachtig stilstaan. Elke stoep, richel of ophoging moest beklommen worden. Bij het oude bloemenstalletje, dat er al zo lang was als ik me kon heugen, zocht ik tevergeefs naar Fresia’s. Mijn moeder had me ooit verteld dat zo sierlijk te vinden staan, ragfijne bloemen in een dito vaasje, meer was als opsmuk niet nodig, vond ze. Het werd natuurlijk toch een plant met sierlijke roze bloemetjes, vanwege de duurzaamheid. Zoonlief moest sjouwen, want de pot was veel te zwaar voor mij.

We kuierden de laan uit over het grindpad naar de Lindenlaan. Grint is bij uitstek geschikt om mee te spelen, dus regelmatig waren we het boeffie kwijt, omdat hij op zijn hurken stenen aan het verzamelen was tussen de zerken. Bij het graf, in een keer teruggevonden, zochten we een bezem of stoffer, die we vonden bij een overbuurvrouw. Zoonlief vulde de gieter en schrobde het marmer af om het daarna met nog een volle gieter schoon te spoelen. De plant kwam in het midden te staan.

Njong legde er nog twee steentjes bij en daarna kuierden we op ons dooie akkertje weer terug. Ondertussen vroeg zoon zich af hoe vaak ik er kwam. Bijna nooit. Vroeger met de kinderen wel, maar mijn gedachtenis aan de familie blijft altijd hangen op een kaarsje in elke kerk waar ik langskom of in mijn herinneringen en de blogs die ik schrijf. Eigenlijk is vooral mijn moeder geen dag uit mijn gedachten, terwijl ze er al sinds 1990 niet meer is. Het was een waardevol bezoek, want daarnaast wilde hij over mijn familie het naadje van de kous weten. Hoe ik erover dacht, hoe dat was vergeleken met nu, wat het betekende om met zoveel in een klein huis te wonen, wat mijn vader precies voor werk had gedaan.

Ondanks de alarmerende waarschuwingen over opstoppingen door werkzaamheden aan de A2 laveerde hij met grote kalmte terug naar het park en haalden we kleindochter op die uitgelaten en vrolijk haar broer en ons vermaakte op de weg naar dochterlief. Omdat ik tante Pollewop gemist had dinsdag wilde ik nog even terug, al was het maar even. De kinderen knutselden, dochterlief redderde het eten en wij dekten de tafel. Even later schoof schoondochter ook aan en hadden we toch nog een fijn uurtje. Er werden happertjes gevouwen en ingezet om de feestvreugde te verhogen. Ten leste gingen de drie oudsten even op het Aakplein spelen en gingen wij op huis aan.

Wat een fijne dag. Nog even een warme omhelzing met de nadruk om kalmpjes aan te doen. Gaat lukken lieve schatten. Nu eerst maar even zorgen dat alles in de koffer en de tassen past. Aan de slag dus.

Overpeinzingen

Wat een, in alle opzichten, warme rijke avond

Na de ontzettend fijne avond gisteren kwam de slaap natuurlijk niet direct en keek ik nog wat televisie, terwijl ik de avond nog eens dunnetjes overpeinsde. De entourage was fijn. Een heerlijke gedekte tafel op het terras, een tuin vol bloemen. Een van mijn lieve leerlingen woonde naast haar moeder in het tuinhuis en haar kwam ik tegen op het tuinpad met een warme omhelzing als begroeting. Zo, de avond kon al niet meer stuk.

Langzaam druppelde iedereen binnen en werd er natuurlijk eerst uitgebreid verteld over de vakanties. Een van ons had er nog een te goed en ging binnenkort. Tussen alle bedrijven door bespraken we eveneens het feit dat ik niet goed kon aangeven van tevoren, wanneer ik er bij kon zijn, omdat het niet te zeggen was wanneer Lief en ik hier zouden zijn of in Verweggistan. Terwijl ik daar over had nagedacht en de bezwaren om dan nog mee te kunnen doen met onze heerlijke avonden, zich hadden opgestapeld, werd het nu door allen weggewuifd. Ben je mal. Dan gaan we het soepeler aanpakken vonden ze en per keer afspreken en niet zoals nu per zes keer. Ze wilden me nog niet kwijt, dat was fijn te horen. Op dat moment voelde ik dat onze onderlinge verbondenheid diep zat en zo waardevol was voor ons allemaal. Een van ons was er trouwens nu ook niet bij, die zat lekker met zijn voeten in het zand in zijn geliefde Zeeland.

We kwamen eindelijk aan het boek toe. De meningen waren gelijkluidend. Boeiend, breedsprakig, een vervolg op zijn eerst roman, die we ook allemaal gelezen hadden, en sommige passages hadden veel minder aandacht mogen hebben. Maar Murat Isik beschikt over poëzie in zijn taal en diepe gedachten waar we op wilden doorborduren. De vraag wierp zich op hoe we tot lezen waren gekomen en of we lazen uit eenzaamheid, zoals in het boek genoemd werd. Hier speelde het tijdsgewricht een rol. Bij ons thuis was er altijd reuring met elf kinderen, dan wilde je daar nog wel eens aan ontsnappen. Toen ik eenmaal gegrepen was door ‘Alleen op de wereld’, werd lezen een tweede natuur. Mijn moeder las ook altijd en ging met ons al vroeg naar de bibliotheek in een huis in de Elsstraat. Al onze moeders bleken lezers te zijn. Goed voorbeeld doet goed volgen, vonden wij. Alles had wel sterk te maken met de situatie binnen het gezin. Was er de ruimte en de rust voor.

De aftrap van de hele avond was een vraag die intrigeerde: Hadden we ons wel eens buitengesloten gevoeld, dus alsof je van boven af naar jezelf keek. Er werd aan de puberteit gerefereerd. Als je je weg aan het zoeken bent in de ontwikkeling kom je in situaties die die vervreemding op kunnen roepen. Als je plotseling na een groot verlies alleen achterblijft vraag je je af wat het nut van alles is, dan voel je je ook overal buitenstaan. Een zware tijd waar je, en niet in de laatste plaats ook dankzij het lezen, na een tijd uitkomt en zich nieuwe wegen aandienen, die eigenlijk een antwoord zijn op die vraag.

Lezen is ook nieuwe werelden ontdekken, herkenning oogsten, je kunnen vereenzelvigen met de karakters en het heeft niets te maken met verplichte boekenlijstjes die in sommige gevallen alleen maar averechts werken.

We stelden aan het eind, terwijl de borrel inmiddels op tafel stond met lekkere hapjes, een lijst van boeken samen, omdat ik dat boek binnen twee dagen moest aanschaffen voordat ik vertrok. En nu maar duimen dat ze overal te krijgen zijn.

Het blijft een verbindende mooie manier om met elkaar in gesprek te gaan. Het boek en wijzelf. Alles en iedereen kwam aan bod. Wat een, in alle opzichten, warme rijke avond.

Overpeinzingen

Omdat het zo’n prachtig woord is

We zijn geland. Met beide voeten op de vloer. Het boek is uit. Als een geblazen bel spat San Francisco uit elkaar. Het kan niet, want nu wil ik weten hoe het verder gaat. De kracht van de schrijver en van zijn schrijven.

Het hoofd zit in de henna en er valt dus twee uur te overbruggen, waarbij ik nog een beetje kan inventariseren hoe de dag verder zou kunnen verlopen. Gisteren had ik eerst een bres geslagen met lezen en toen ik fiks opgeschoten was, reed ik naar dochterlief waar de filosoof zijn tweede schooldag erop had zitten. Hij verveelde zich een beetje. Dochter en ik hadden gesprekstof genoeg. Hij haalde zijn vergrootglas en een potje met uienschillen, die hij in een schaaltje deed. Vergrootglas erboven, zon erop en daar kwam een potje nostalgie boven drijven. Fikkie steken maar dan gedoogd.

Vroeger ging dat een beetje stiekem met papier in de poort achter het huis. We mochten wel een echt vuurtje in het blikken poppenfornuisje, waar een pannetje met kleine blokjes aardappel in water mee aan de kook gebracht werd. De kleine aanmaakblokjes stak mijn moeder zelf aan.

Om half vijf gingen ze op de fiets tante Pollewop ophalen die bij een vriendinnetje aan het spelen was en reed ik naar de oudste dochter, die verbaasd de deur van de flat liet openspringen. Haar laatste vrije dag moest ik toch maar benutten vond ik, want de rest van de week zou ze geen tijd meer hebben, afgeknoedeld als je kon zijn na een eerste week met je groep.

Dribbel was thuis, de middelste lag ziek op bed en de oudste kwam ook gezellig erbij zitten. We bespraken zijn vakken op school. Er zaten maar 17 kinderen in zijn mentorklas omdat zij net als hij Frans als vak erbij hadden gekozen. Hij spreekt het vloeiend, maar grammatica is weer een ander verhaal natuurlijk. Dribbel bestookte een oude telefoon en speelde een spelletje waarbij hij moest speuren. Dochterlief en ik dronken een half nulpuntnulletje. Schoonzoon kwam in een te warm trainingspak binnen, want hij stond op het punt om voetbaltraining te gaan geven. Na een uurtje en hartelijke omhelzingen was het tijd om te gaan.

Lief vertelde gisteren dat bij de Datsja een dode merel lag. Het arme beestje was niet door een kat gegrepen want er was aan hem geplukt. Even daarvoor had hij een vogel zien vliegen, groter dan een kraai maar kleiner dan een buizerd. Het dier was de fluweelboom ingevlogen en kon van daaruit makkelijker bij zijn prooi komen. Toen hij Lief in de peiling kreeg vloog hij verstoord op en weg. Het bleek een valk te zijn. Een bijzondere samenloop omdat hij even daarvoor het artikel over schoonzus gelezen had met dezelfde achternaam. ‘Het kan verkeren’, zei Bredero.

In een korte tijd lees ik twee keer over een krekel en beide keren schrijft men het dier een geluid toe, die ik er nooit voor zou kiezen. Bij de een tjilpt de krekel in een zomernacht en bij de ander wordt het ‘Een knisperen van een krekel’ genoemd. Bij mijn weten doen ze geen van beiden, maar tjirpen ze. Ze halen de bovenkant van de vleugel langs de onderkant van de andere vleugel. Daar loopt het tjirp-orgaan langs. Alleen de mannetjes maken dit geluid.

De laatste keer dat ik ze lang en hard heb horen tjirpen was tijdens een nachtdienst in Huize Het Oosten, waar ik nachthoofd was en bovendien de enige verpleegkundige in huis ergens in de jaren tachtig. Vasalis, in zo’n hele warme zomernacht, schrijft:

Dan, wat ik niet had moeten horen/der krekels hese stroeve stemmen/miljarden uiterst kleine remmen/schrammend de nacht…

Het waren er geen miljarden, maar wel aanzienlijk meer dan die ene verdwaalde, die ik tegenwoordig nog sporadisch hoor. Tjirpen dus, omdat het zo’n prachtig woord is.

Overpeinzingen

Mondjesmaat consumeren

Er staat een pagina over mijn onbaatzuchtige overleden schoonzusje in de krant. Het doet haar eer aan en streelt mijn gemoed. Hier gaat het leven onverdroten door. Ouders die met hun kinderen de draad van voor de vakantie oppakken en naar school lopen, een bezorger die zijn pakjes rondbrengt, een auto die start, wat werklui die komen aanrijden in een busje. Het is een waardig eerbetoon met als titel: ‘Op de woonboot van Yvonne was er ruimte voor iedereen’. Dat zegt eigenlijk alles.

Gisteren reed ik naar de Hoek om te lunchen met de broer van Lief en zijn vrouw. Heerlijk ritje onder het wisselende zwerk, wolkendek, blauwe luchten, spatje regen, opnieuw een wolkendek en weer wat zonneschijn. Nederlandse luchten. Ik hou ervan.

Natuurlijk wilde ik een bloemetje meenemen, maar ik kon de bloemenwinkel nergens meer vinden. Dat leverde twee rondjes door het stadje op. Schoonzus vertelde dat ze op maandag gesloten zijn en dat het helemaal geen punt was, want zonder bloemetje was ik meer dan welkom. Ze waren eigenlijk verbaasd dat ik de moeite had genomen om helemaal naar hen toe te rijden. Zoals eigenlijk altijd, moest ik ze overtuigen dat het geen sinecure was, maar gewoon ontspannend. Ik, Truus en Piep zwervend over de wegen, podcast op of een lekker muziekje, zingen en beheerst swingen en genieten van al wat ik tegenkom. Twee knooppunten op de weg die ik goed kende en makkelijk kon tackelen, geen centje pijn, integendeel.

Ze vroegen hoe het klimaat in November zou zijn in Verweggistan. Geen idee nu het weer haar eigen beweegredenen volgt. Als het nu zo ongelooflijk warm is geweest, zou je een vroege koude winter verwachten, maar die was er het jaar daarvoor ook niet. Niets staat wat dat betreft met zekerheid vast. Ik vermoed dat ze aan het overwegen waren geweest te komen, maar Broer had zin in een zonvakantie voordat ze de lange sombere dagen tegemoet zouden gaan en dacht aan het heerlijke warme Las Palmas of iets dergelijks. Vooral doen, leek mij. Natuurlijk.

In mijn hoofd beginnen zich tussen de bedrijven door lijstjes te vormen. Een tas met keukenspul, een tas met schilderspul, een boekentas, een kledingkoffer, een tas met toiletbenodigdheden. De doeken uitzoeken, de laatste was draaien.

Er komen apps met foto’s langs van zoonlief en zijn lieverdjes op Ameland. Een en al zon, wind en blakende tevreden koppies. Geef kinderen zand en water en een vakantie kan niet meer stuk. Ze rennen zich helemaal leeg vanaf het duin.

Afgelopen zondag keek ik naar Hanneke Groenteman die de acteur Pierre Bokma interviewde. Wat een ongedwongen manier van vragen stellen heeft ze toch, ondanks de zware kost. Een terugblik op zijn rol in de serie De Joodse Raad dat emoties bij Hanneke opriep en als filmfragment; ‘We need tot talk about Kevin’. Het is een film die draait om de vraag of het karakter van een kind aangeboren is of aangeleerd. Kevin heeft een verschrikkelijke daad begaan op zijn middelbare school. De relatie met zijn moeder verliep vanaf het begin al moeizaam. Hij gedroeg zich tegenover haar heel anders dan tegenover zijn vader, maar zijn moeder reageerde ook anders op zijn gedrag dan op de anderen. Vanmorgen bekeek ik het begin van de film. Het is een psychologische triller die de vraag oproept wat de moeder van een kind aan moet met de daad van haar zoon. Hoe verwerk je dergelijk verdriet. En inderdaad, hoe voed je elkaar. Ik kijk hem in fragmenten, want er hangt een adembenemende spanning over de film.

Dus mondjesmaat consumeren.

Overpeinzingen

Gezelligheid kent geen tijd

Al een paar dagen loop ik met Metin mee door San Francisco. Het is de hoofdpersoon uit het boek van Murat Isik ‘In de Mist van Golden Gate Park’. Als het boek je eenmaal bij de kladden heeft, dan is het moeilijk om het weg te leggen. Altijd weer een boeiend proces hoe en wanneer een verhaal vat op je krijgt.

Gisteren kon ik de hele middag een flink aantal pagina’s stukslaan. Om het feest van de tweeling nog even dunnetjes te vieren en omdat ik ze een aantal maanden niet zou zien hadden we pas om zes uur afgesproken bij ons lievelingsrestaurant aan de rand van Nieuwegein. Het is een wegrestaurant maar als je naar binnen loopt en uitkijkt over de sloot en de weilanden erachter waan je je volstrekt midden in de natuur. Meestal zitten we op het terras, maar daar was het nu te winderig en zelfs te koud voor. Dus hadden we binnen een tafel voor zes in een wat afgelegen hoek. Dat kwam goed uit, want doorgaans zijn we zo aan het babbelen dat het lijkt alsof we aan de keukentafel zitten.

Het gesprek ging over het feit of je voor iemand een verrassing kan bereiden ter ere van diens verjaardag. De tweeling was er van overtuigd dat dat echt niet wenselijk was, omdat beiden daar niet op zaten te wachten. Zuslief had er een restrictie bij bedacht. Een verrassing is het niet als het bij jezelf thuis wordt georganiseerd, want dan zit je daarna met de brokken en moet je op z’n minst aan de schoonmaak. Ergens anders is een eventuele optie.

Het is maar waar je van uit gaat. De bedoeling van zo’n feest komt natuurlijk uit een goed hart. De organisator wenst je een warm hart toe en wil je in het zonnetje zetten. Maar wat als een ontvanger dat perse niet wil. Stel je voor, werd er geopperd, mensen die je er absoluut niet bij wil hebben, maar die dan toch uitgenodigd zijn. Matchen van verschillende partijen was ook een dingetje, vond men. Alle mitsen en maren werden aangehoord. Er werd aangegeven dat ze beide zouden doen alsof het leuk was, en dat je dan later met de kater zat. Dat laatste is verwarrend. Als je doet alsof wordt iets nooit duidelijk voor de ander. Aan de andere kant wil je op het moment suprème misschien de mensen niet teleurstellen. In ieder geval werd er een feest afgeblazen.

Het vergt beiderzijds de nodige dosis begrip. Luisteren, signalen geven, duidelijke beweegredenen uiten, vooroordelen uitpellen, van het goede uitgaan en begrijpen waarom een leuk plannetje wel eens niet zo leuk voor de ander zou kunnen zijn. Elastiek, dat is het. Een rekbaar begrip zo’n verrassing. Het heeft dus altijd twee kanten.

Zuslief was voor broer bij Utrecht Letters haar inkopen gaan doen. Eigenlijk een hele mooie boodschap op een grappige manier uitgevoerd in praktische zaken, zoals een schort, ovenwanten, een mok etcetera. Op de site vind ik de verklaring die erbij hoort:

Utrecht letters

Onze collectie Utrecht letters is het perfecte aandenken voor liefhebbers van de prachtige
Domstad. De letters van Utrecht zijn uniek in Nederland en vormen samen een eindeloos
gedicht. Iedere zaterdag om 13:00 uur hakt een steenhouwer een volgende letter in de
straten van de stad. De essentie van Utrecht vind je terug in onze unieke souvenirs. Zo blijf
je voor altijd verbonden met de stad.

De letters in de straten ken ik. Je kan er een ware puzzeltocht mee houden om het gedicht bij elkaar te sprokkelen.

Daarna werd de maaltijd geserveerd en konden we aanvallen. Opnieuw had ik me verkeken op de hoeveelheid. Zus en ik hadden een bord nasi, dat eigenlijk bijna een halve rijsttafel bleek te zijn, compleet met rendang, sajoer boontjes en saté. Ik prijs de restaurants waar je uit drie varianten kan kiezen. Small, medium, en large. Zo zit je nooit verkeerd. Nu hebben we echt gevraagd of we het mee konden nemen. Prijzenswaardig dat het mogelijk was. In Hongarije krijg je meestal een overschot ongevraagd mee naar huis. Daar valt ook wat voor te zeggen.

Er zijn weer aardig wat veranderingen op komst. Een vakantie, een verhuizing, het zoeken naar vervangende woonruimte en het dromen over een camper en de onmogelijke aanschafprijzen daarvan. Genoeg stof tot praten. Al met al vloog de avond om en was het afscheid alweer daar. Gezelligheid kent geen tijd.

Overpeinzingen

Duimen dan maar

We moesten de weg vragen en vlak voor we de auto ergens wilden stallen zagen we kleindochter met haar oma, die ons naar de parkeerplaats wees. Daar was even later ook schoondochter met de kleine njong. Zij gingen vast vooruit. We vonden een goed plekje en wandelden rustig een straat uit naar waar het gewoel al gaande was. Er klonk muziek. Het was eigenlijk niet echt in het stadspark maar op een terrein ervoor, geen boom te bekennen en dat was jammer want de zon scheen ongenadig op onze bollletjes. Alle banken en stoeltjes voor het podium waren al bezet. Zoonlief had aangekondigd dat ze de show twee keer zouden lopen, maar dat bleek slechts een keer te zijn en omdat we al gauw de markt hadden doorkruist, betekende dat twee uur wachten. Dan maar een plek in de schaduw zoeken met…zicht op een springkussen. Haha. De tweede in drie dagen, het moet niet gekker worden.

Met de grote Pasar Malam in het achterhoofd, dat later werd omgedoopt tot Tong-Tong-fair, was de bescheiden opstelling een lichte teleurstelling. Rond de twintig kramen met allerhande spullen en een tiental eetkramen, dacht ik zo.

De filosoof en tante Pollewop hielden zich kranig met water, een flesje prik en crackers en verveelden zich geen moment. De leuning van de trap nodigde uit tot acrobatische kunstjes, naar het springkussen taalden ze niet. Voor de eetkraampjes stond men in lange rijen te wachten. Dat schoot niet op. We babbelden wat over koetjes en kalfjes, keken naar iedereen die langs kwam. Mensen vielen elkaar in de armen, een grote familie leek het. Dat is de bijzonderheid van een grote gemeenschap. Ons kent ons. Dat zie je in de kerk, bij dit soort cultuurmarkten en andere kleine evenementen.

Zoonlief kwam een uurtje later en wachtte bij het cafe waar men zich aan het omkleden was. Hij zat op de trap buiten met de kleine. Na een poosje kwamen de eerste prachtig uitgedoste vrouwen naar buiten. De vader van schoondochter liep er ook bij. Een hartelijke begroeting volgde.

Even later stond de hele kumpulan op de stoep in sarong en kebaya, authentiek klassiek, modern, feestelijk of gekleed als serveerders. Het deed me een beetje denken aan de optredens bij het volksdansen, als we in de coulissen in vol ornaat, in kostuums uit Bulgarije, Roemenië, Hongarije, Armenië of zeeland, klaar stonden om te beginnen. Hier en daar werd nog wat geschikt, een plooitje recht getrokken, de hoofdtooi recht gezet, een losse haarstreng weggeduwd, make-up gemonsterd en eventueel nog haastig wat lippen gestift voor het optreden kon beginnen.

Nu liepen ze in een rij van twee aan twee naar de zijkant voor het podium. Wij zochten een staplek achter de rijen stoelen. De speaking lady, op haar mooist, hield een uitvoerige gedetailleerde beschrijving bij elk kostuum dat langs kwam. Daarna werd er geposeerd voor de foto. De kleine njong op de arm bij mams wilde eerst niet echt, maar trok net op het nippertje bij, kleindochter leek wat verlegen en verschool zich af en toe achter haar kipas, haar waaier. Ze waren allen in het hemelsblauw gekleed. Een door haarzelf ontworpen moderne interpretatie van de klassieke sarong en kebaya. De oma had een klassieke feestdracht aan.

Kleine njong was inmiddels aan het publiek gewend en liep daarna te scharrelen tussen de poserende mensen. Er werd spekkoek uitgedeeld aan het publiek en toen was het alweer voorbij en kon iedereen wat verkoeling zoeken. Geen overbodige luxe.

Op de terugweg aten we, op advies van zoonlief, bij de lekkerste ijssalon van Nederland een ijsje. Bij Utrecht gingen de weergoden los en die trakteerden ons op een overvloedige waterval compleet met onweer en prachtige inktblauwe lucht. De filosoof vond dat oma op haar wolkje maar eens moest ophouden met de schoonmaak. Het was welletjes zo.

‘Alles wat hier valt, valt daar misschien niet’, dacht ik, maar daar kan je bij ons onstuimig klimaat niet van opaan. Duimen dan maar.

Overpeinzingen

Een mooie dag

De vraag van de dag is: Wat is je favoriete recept. Het brengt me terug bij mijn reis van 80 dagen om de wereld, een leven in receptuur en kunst. Vegetarische gerechten uit het land dat door mijn vinger blind geprikt werd op de landkaart. Ik zocht een kunstenaar uit het gebied, een vegetarisch gerecht, zo authentiek mogelijk, en maakte dat zo goed als ik kon na. Daarnaast las ik wat wederwaardigheden van het land zelf. Het was geheel willekeurig en het was ten tijde van corona. De muren hielden mij vast maar mijn geest brak los en vloog de wereld over, kriskras. Het was een rijkdom aan ervaringen.

Mijn favoriete recept is er niet één, maar telt voornamelijk werelddelen. Het Oosten en het Midden Oosten zijn erg geliefd. Ik hou van uitgebalanceerde gekruide gerechten, die qua smaak, vooral het umami, nog altijd door mij te proeven zijn. Verder hou ik vooral van bepaalde groenten en vruchten. Aubergine en courgette hebben verreweg de voorkeur. Uien en knoflook zijn ruim vertegenwoordigd als ik aan koken toe kom.

Nu ik twee maanden alleen ben, merk ik dat ik slordig ben met het voor mezelf zorgen. Een broodje is ook goed, denk ik dan. Gelukkig zijn er tussen die dagen nog ontmoetingen met anderen en dan met regelmaat in een restaurant. Het voordeel van samenzijn is de zorgfactor die er deel vanuit maakt. Zorg je voor de ander, dan zorg je ook goed voor jezelf.

Een ander gegeven is ‘Eten wat het land je schenkt’. Streekproducten en wat er bijvoorbeeld op de markt te krijgen is. We gingen al in 1968 naar Spanje met ons hele gezin. De auto, waar mijn vader lang aan had gesleuteld, werd volgestouwd met dat wat men in ons land gewoon was te eten. Onder het motto: Wat de boer niet kent, eet hij niet. Dus aardappelen, zure bommen, hagelslag, blikken bonen en doperwten en blikken kampeerboter. Pas toen we enigszins gewend waren aan dat warme Spanje en stokbrood ontdekten en churros, een jaar later dat ze ook friet met gegrilde kip hadden, kon er het een en ander van de bagage af. Ook het kindertal dat meeging werd minder. Mijn oudste broers gingen zelf op vakantie. Olijven, paprika en olijfolie heb ik pas later leren kennen, op de trektochten met Lief.

Pa zat onder de boom en wij liepen met mijn moeder hele boulevards af of een eind langs de zee. We hadden het niet rijk, maar we waren eindeloos rijk aan ervaringen, dankzij die reislustige pa, die zo graag auto reed en mijn wandelende moeder met een open blik voor al het nieuwe dat op haar pad kwam. Het was heel wat waard.

Over een week, zo heb ik me voorgenomen, ga ik een tijdje met de streekproducten van de Baranya in de weer. Dat is gelijk een leuke uitdaging. Daarbij wil ik de authentieke recepten zoveel mogelijk om buigen tot vegetarische gerechten. Een plaatselijke kunstenaar erbij zoeken en bij elkaar opnieuw een bron van inspiratie.

Vanmiddag ga ik met de dochters naar de Pasar Malam. Schone dochter, kleindochter en misschien zelf al de kleine njong lopen mee in de modeshow. Zoonlief komt ook na het voetballen. Ooit gingen lief en ik in de jaren ‘70 naar de Pasar Malam Besar aan het Malieveld in Den Haag. Tussen de kraampjes van vandaag zal ook een zweem van nostalgie zweven, de geuren van sate gambing, tjampoer, stroop soesoe, perkedel. Lekkernijen uit een grijs verleden weer tot leven gewekt en Lief in gedachten erbij.

De zon schijnt, niet heel uitbundig maar vrolijk, precies goed genoeg voor een middagje in de buitenlucht. Het belooft een mooie dag.

Overpeinzingen

Tot over een paar maanden

Het is een chaotisch begin, maar dat kwam omdat ik veel te vroeg klaarwakker was, vervolgens ben gaan lezen en toch weer na twee hoofdstukken in slaap sukkelde. Gevolg; tegen half negen pas wakker. Dan ben ik, normaal gesproken, 1/3 van de dag al kwijt. Zie dat maar eens in te halen.

Lief belde. Het gaat de goede kant op met de temperatuur, er komt een eind aan de tropennachten. Nog maar een week en dan kan ik het zelf aan den lijve ondervinden. Hij heeft allerlei verrassingen voor me in petto, want als hij door het huis loopt met de camera herinnert hij zich ineens dat hij op bepaalde plekken niet moet richten, anders zou hij het verklappen. Ik wordt met de dag nieuwsgieriger natuurlijk.

De dakdekkers bij de buurman gaan toch het hele dak doen, ze leggen een nieuw dak over de oude dakpannen heen en breken dan de boel vanbinnen af. Handig. Vanmorgen bij het maaien van het gras rond de goot met de handroller kwam er een porkie van een jaar of acht op een elektrische step een praatje met hem maken en keek zijn ogen uit bij de mechanische grasmaaier. ‘Waarom niet met een bosmaaier’, vroeg hij zich af omdat iedereen daarmee werkt. Geduldig legde Lief uit dat het minder lawaai maakt om half zeven in de vroege ochtend en het goed te doen is, dat betrekkelijk kleine stukje.

Dochterlief belde vanmorgen. Ze is deze week alleen met de kinderen, want manlief zit in Denemarken voor een week met zijn familie. Morgen gaan we er samen op uit en zondag zal het een tuindag worden. Eigenlijk wilden we vandaag afspreken maar nu de A2 weer dichtgaat, blijf ik liever, na dat vreselijke verkeersinfarct vorige week vrijdag, liever thuis, ook al hebben ze maatregelen genomen.

Gisteren hadden zoonlief en ik afgesproken in de wijk Vathorst en dat we allebei naar de plek zelf toe zouden rijden. Ik had alleen de straat opgezocht in de route en die leidde me helemaal naar Doorn. Wat suf. Hij belde waar ik bleef. Spoorslags terug en nu wel direct naar het theater, de kinderboerderij en het pannenkoekenhuis waar inderdaad van alles te doen was.

Er was een springkussen. Dat vind ik persoonlijk een beetje jammer omdat het aantrekkingskracht heeft en het spel op de andere locaties belemmert. Bovendien mochten kinderen van alle leeftijden erop. Het was niet zo groot en de kleintjes werden onder de voet gelopen door grotere stoeiende jongens.

We waaierden met het drietal uit naar de kinderboerderij. Er stonden kleine tractortjes en loopfietsen, maar ook twee grote zitmaaiers. Daar renden ze het eerst op af en dat was niet echt de bedoeling. Alles wat de kleine krullebol doet, wil de middelste ook en omgekeerd. De benjamin liet haar liefste glimlach zien en hobbelde op blote voetjes rond, vol enthousiasme over de dieren die ze her en der ontdekte. Ze wilde maar wat graag aaien. De jongens vonden het even leuk maar gingen toch liever hun eigen weg. Het was druk op de boerderij. Er liepen wat mensen met een beperking rond en die hadden een geheel eigen kijk op wat wel en wat niet mocht. Er was een klein winkeltje met mooie spullen, voor een goed doel. Ik kreeg een eierwarmer en een mooi keramieken kipje. Later haalde ik er nog een eierwarmer bij. Ze waren van vilt gemaakt voor de stichting Sjaal met een Verhaal uit Nepal.

De kleine meid was toe aan haar middagdutje terwijl de jongens zich konden uitleven in de hangmatten van een aangelegd tropisch strandje. Ik wandelde heerlijk tussen de kinderboerderij en het theater heen en weer naast een leeg, met hoge bomen begroeide, natuurlijke speeltuin. Ook fijn voor het hoofd, die serene stilte.

Het pannekoekenrestaurant was een succes. We waren alleen, want het was pas vier uur. De kinderpannenkoeken waren net zo groot als die van ons, alleen hadden zij naturel met suiker en stroop. De kleine smikkelde net zo makkelijk zo’n reus naar binnen. Wat een heerlijk kind. Het speelhoekje was beneden bij de wc’s. Niet echt handig omdat je op die manier geen oogje in het zeil kan houden. Stemmetjes schalden herhaaldelijk door de grote lege ruimte. ‘Pappaaaaaa’.

Na genoeg gelaafd te zijn, wandelden we langs de koeien, de schapen, het paard en de ezel terug naar de auto’s. Daarbij hadden we een primeur. De schapen mochten vlak langs ons op eigen houtje naar de stal even verderop rennen. Iedereen stond braaf aan de kant toen het hek openging en daar kletterden de hoeven naarstig op de tegels. ‘Toe maar dames’.

Dat was een mooie bonus. Nog een extra dikke knuffel voor zoonlief en kusjes/kruisjes of een boks voor de kleine schatten. Dag lieverds. Tot over een paar maanden.

Overpeinzingen

Nog even doorbikkelen dus

Ziezo het hekje van wilgentenen onttrekt de dorre takken aan het oog. Buurman had ze er tegen opgehoopt. Met de takken van de gesnoeide wilg maak ik het hekje fluks hoger. Opgeruimd staat netjes. Daarnaast hebben brandnetel, klimroosje, Acer, grote maagdenpalm en lange grassen zich met elkaar verstrengeld. Ik pel ze een voor een uit en geef ieder de glorie. De kornoelje wordt om de laatste van de drie wilgen heen gebogen. Lucht en ruimte voor alles wat bloeit en nog verder wil groeien. Er zijn diverse mensen op de tuin, maar de stilte is me aangenamer, dus laat ik alles voor wat het is en wandel de tuin weer af. Alsof ik er nooit geweest ben.

Op mijn pad haast zich een moedereend bij het naderen, twee pulletjes schieten door de heg van een tuin achter haar aan. Moedereend blijft dralen en zendt waarschuwende geluiden naar nog meer geritsel in de tuin. Een achtergebleven zieltje die in nood niet de juiste doorgang weet te vinden. Na enig geworstel lukt het toch en vlieg/rent ze naar moeder, die ondanks het gevaar op haar post is gebleven, tussen de twee in de sloot en het opgesloten beestje. Trouw moederhart.

Het boekje van de autistische Naoki Higashida is er. Hij geeft daarin antwoord op 58 openhartige vragen. Daarna vertelt hij een verhaal waarvan hij hoopt dat men daardoor beter zal begrijpen hoe pijnlijk het is als je jezelf niet goed kunt uiten tegenover de mensen van wie gehouden wordt. Het is een bijzonder verhaal, sfeervol beschreven, en ik zal het een paar keer moeten overlezen om de juiste strekking ervan te doorgronden.

Vandaag ga ik met zoonlief en de kinderen naar een familiefestival. Er zijn allerlei workshops, optredens, bezigheden te doen. Ze vertrekken zaterdag voor een vakantie op Ameland. Dan zal ik ze niet meer zien voor vertrek. Eventueel sluit de oudste zoon met zijn kleine in de middag aan. Het is voor beide een ‘Papa’-dag, zoals het heet. Dat is een begrip van nu. In mijn jeugd had je doorgaans alleen mama-dagen, die zo niet genoemd werden en in onze gezinsperiode waren er vader-en-moederdagen, die ook niet zo genoemd werden. Het was net hoe het uitkwam, afhankelijk van wie werken moest en wie niet en dat wisselde bij ons nogal. Wel kenden we de ochtenden die om de beurt werden ingevuld, waardoor er altijd iemand even aan slaap toe kon komen met al dat kroost. Hoe tijden en begrippen veranderen.

In Verweggistan bewaakt Lief de Hof want beide hekken staan open omdat dakdekkers er door moeten om het dak van de buren te repareren. Ze hebben een bouwwerk van latten getimmerd en vandaag gaan er nieuwe pannen op. Het oude dak boog vervaarlijk door. Zijn schema wordt daarmee drastisch omgegooid. Geen vroege ochtendbus voor de boodschappen. Maar er is nu wel de belofte dat het klaar is voor ik weerom kom.

Gisteren keek ik, door een tip, een stuk van The Father en herinnerde me, dat ik die al een keer samen met Lief gezien heb. Opnieuw verbaast me de houding van de man tegenover zijn dochter. De wisselwerking tussen die twee roept een verstarde houding op bij beiden. De dochter handelt bezorgd, de oude man reageert op haar als een bok op de haverkist. Narrig en fel. Daarin verbergt hij ook de onmacht, het niet begrijpen van de werkelijkheid en hoe die in elkaar steekt. Er vallen delen van het heden uit elkaar. Als er een jonge verpleegkundige komt, wordt hij een schalkse bon-vivant.

Wonderlijk genoeg ben ik het verloop vergeten. De film staat daarom bovenaan het lijstje samen met het Boek van Murat Isik, dat uit moet voor woensdag. Ik ben op blz 261 van de 667. Nog even doorbikkelen dus.

Overpeinzingen

Morgen weer een dag

Gisteren heb ik wat tekeningen van de maand augustus tot nu toe uit mijn tekendagboek gefotografeerd. Soms moet ik met het tekenen een paar dagen inhalen aan de hand van foto’s, eenvoudigweg omdat er geen gelegenheid of puf was om ook maar iets te tekenen, maar doorgaans is het een ritueel geworden dat zich in de vroege ochtend voltrekt net als de blog over de dag ervoor.

Nog een aantal dagen voor vertrek. De afspraken voor de laatste twee weken zijn gemaakt. Er staat nog een bezoek aan zoonlief op de rol, een hapje eten met de vijf kleintjes(mijn zussen en een broer) en een bezoek aan de broer van Lief en zijn vrouw, een bijeenkomst van onze boekenclub. Tussendoor hapsnap bliksembezoeken aan de kinderen, kleding kopen voor lief, doeken uitzoeken die ik over kan schilderen en de keukenkastjes plunderen. In het achterhoofd is mijn praktische ik bezig om kleding en boeken te verzamelen die mee zullen gaan.

Vandaag is de tuin aan de beurt voor de puntjes op de -i-. Er moet een gevlochten hekje hoger worden gemaakt. Of het ervan komt weet ik niet. Dochterlief gaat met de kinderen naar Sonnenborch. Ik overwoog nog even aan te wippen, zo’n heerlijke plek, maar ik vrees dat het hem niet gaat worden. Straks belt lief en hangen we een uurtje aan de telefoon, dan is de ochtend grotendeels al voorbij.

Zoonlief heeft mijn oude bestanden afgestoft en met mijn Ipad gedeeld. Zo fijn om al die oude verhalen, foto’s en schrijfsels terug te zien. Brieven aan vriendinnen, gedichten, gedachten uit de tijd dat ik met het boek The Artist way van Julia Cameron in de weer was en iedere ochtend voor de vuist weg drie bladzijden vol schreef.

De papieren van school heb ik eindelijk allemaal gedeletet. Dat schept ruimte. Straks ga ik alles uitgebreid bekijken en daarna kan een en ander nog verder worden opgeschoond. Voor alsnog is het goed zo. Morgen weer een dag.

Overpeinzingen

Boekenbrij

Tijdens de verjaardag van kleinzoon spraken we over de vakantie met elkaar volgend jaar, vermoedelijk met de herfstvakantie. Uitverkoren plek is het eiland Terschelling, waarbij we zullen moeten zoeken naar een groot huis want met elkaar zijn we al met 22 mensen, groot en klein.

De laatste keer was in Frankrijk in oktober 2022. Het huis was fantastisch met voor ieder een eigen kamer met badkamer en toilet en soms door twee gezinnen gedeeld. We sparen er voor. Iedere maand gaat er een tientje per persoon naar de pot. Het is een week om naar uit te kijken.

Het boek ‘Wolkenatlas’ van David Mitchell gaat mee in de koffer naar Verweggistan. Dankzij zijn boek kom ik erachter dat hij een boek vertaald heeft van de autistische jongen Naoki Higashida. De jongen geeft zelf een verklaring hoe hij tot het schrijven van dit boek gekomen is. ‘

Als klein kind had hij geen idee dat hij anders was dan de anderen totdat die hem er op attent maakten en er onmiddellijk bij zeiden dat het een probleem was. Dat moest hij beamen want tot een gesprek komen lukte niet. Hij kon wel hardop een boek lezen of zingen, maar als hij met iemand wilde praten verdwenen alle woorden uit zijn hoofd’.

Op dat zinnetje bleef mijn aandacht hangen. Wat een mooie beeldspraak om te vertellen dat in gesprek gaan onmogelijk was. Zonder woorden is er niets. Waar komt dat verlammende verdwijnen vandaan, dat hem zo zenuwachtig kan maken dat hij weg wil rennen en dat soms ook doet.

‘Hij stelde zich voor dat autisme een normale karaktereigenschap was en dat iedereen autistisch was. Hoe makkelijk zou het dan worden. Dankzij zijn moeder en een mevrouw op school heeft hij leren communiceren door het geschreven woord. Daarom schreef hij dit boek om andere kinderen en hun ouders te helpen door uit te leggen wat er in het hoofd van een autist omgaat. Hij beseft dat hun wereld er heel geheimzinnig uit moet zien en vraagt om te luisteren naar zijn verhaal. Daarbij wenst hij de lezer veel plezier op een rondreis door hun wereld’.

Dit boek kan een verhalenverslinder niet laten liggen. Zeker nu Naoki ons zelf uitnodigt om hem beter te leren kennen.

Het boek en het toneelstuk van ‘Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht’ van Mark Haddon had al veel verduidelijkt over hoe een omgeving er uit kan zien voor mensen met een autistisch spectrum en hoe de indrukken op je af kunnen komen. Vooral sterk was het toneelstuk dat ik daarvan gezien heb. De dreiging op het station waar de hoofdpersoon terecht kwam, werd uitgebeeld met grote lockers die hem omsingelden en insloten, waarbij het hotsende en butsende ijzer een oorverdovend lawaai veroorzaakte.

Ik dacht altijd dat Mark Haddon zelf ook een autist was, maar dat blijkt niet zo te zijn. Welke auteur dan wel. Iets met treinen. Op google is het snel gevonden. Het boek van John Elder Robison. Zijn boek kreeg de titel ‘Ik hield altijd al meer van treinen: Mijn leven met Asperger’s. Ik heb het jaren geleden gelezen en was er eveneens zeer door geraakt.

In ieder geval is er opnieuw genoeg geestelijke inspiratie als de koffer zich met boeken vult. Voldoende leesruimte in de stilte die zal volgen op de afgelopen heerlijke hectische periode. Murat Isik zijn ‘In de mist van Golden Gate Park’ zal dan al uit zijn, want volgende week woensdag is er nog een bijeenkomst met onze boekenbabbel. De dikke pil vordert gestaag. De Wolkenatlas van David Mitchell is minstens zo dik. Een nieuwe stapel om een weg door te banen. Zoals de lettervreter dat deed op school, een rups als handpop die dwars door alle bladzijden heen kon knagen in Luiletterland. Waar zouden we zijn zonder die heerlijke boekenbrij.

Overpeinzingen

En dat is heel wat waard

Het feest in de speeltuin van het park begon omstreeks een uur. Iedereen was er op de oudste zoon na die met zijn gezin later zouden komen. Wat een heerlijk samenzijn. De kinderen konden uitgelaten alle speeltoestellen uitproberen zonder zich een buil te vallen. Nou ja, dat kon wel, want er was een groot klimkasteel met een enorme glijbaan, maar gebeurde nauwelijks. Er was zand, water, zon, wolk en wind, voor het feestvarken een kaarsje om uit te blazen om zijn dertien zomers te vieren en voor ieder wat eten en drinken. Wat wil een mens nog meer.

We schrijven Kanaleneiland. En natuurlijk is het park kleurrijk en vol met mensen en kinderen van allerlei die moeiteloos en grenzenloos met elkaar spelen. De sfeer is aangenaam en iedereen luiert en geniet, dat is duidelijk te zien. Dat alleen al is een feest en het logenstraft de opruiende uitspraken van sommige politici. Nederland is kleurrijk met de nadruk op rijk. Wat valt er veel schoonheid te halen uit jong en oud.

Ik had een klapkruk meegenomen maar voelde me daar hoog boven het stel op de grond toch wat eenzaam. Daarbij kwam dat op die afstand de stemmen makkelijk verwaaiden en ik ving voornamelijk flarden op. Maar ook in ons selecte gezelschap viel op dat alles met elkaar en iedereen speelde.

Halverwege de taartsessie werd het kleine tantetje wakker. Ze riep vanuit haar wandelwagen zowaar heel duidelijk om mama. Even later liepen we samen te wandelen richting dierenweide. Zoonlief kwam ons tegemoet en droeg de kleine verder, want het was best nog een stukje lopen. Bij de zwijgende schapen legde ze heel voorzichtig het vlakke handje op de wollige schapenvacht. De zwijnen stoorden zich niet aan ons, toen we de hokken inliepen en bleven lekker buiten in het zonnetje staan. De cavia’s lieten zich gelukkig van hun beste kant zien. Al pratend en kuierend weer terug. Altijd fijn.

De rest van de uitgelaten groep was druk met twee vliegtuigjes in de weer die loopings konden maken en soms hele glijvluchten. Steeds kwamen er andere kinderen mee, sprongen naar de luchtbellen die Franse schoonzoon en dribbel, met een apparaatje, aan de lopende band de lucht in lieten dansen. Uitgelaten probeerden ze de bellen te pakken. Meer is er niet nodig om een feest compleet te laten zijn.

Aan het eind van de middag was het stel compleet. De kleine djongos moest even wennen en kleindochter keek de kat uit de boom, maar al gauw was ze met de anderen uitgewaaierd naar het grote klimtoestel en wandelde ik met de kleine richting zijn moeder, terwijl hij alles wilde uitproberen. Het muziekorgel, grote klankbuizen waar je tegen kon slaan en die met geen mogelijkheid kapot te krijgen waren, de wipwap, samen met mij, want gelukkig een tweespan. We schommelden terwijl ik hem in de rug behoedde voor een duik, daarna naar de waterbaan. Daar kwam zoonlief me redden en ging met hem naar de pomp bovenin terwijl tante Pollewop de straal opving helemaal beneden aan het parcours. Dolle pret.

Om vijf uur ging de weide dicht en keerde iedereen huiswaarts. Rust voor de dieren. Bij dochterlief thuis zouden we patat en snacks eten en daarna was het feest over. Toen iedereen zat te smullen, een paar op de bank, de rest aan de tafel, kwam er loomheid boven drijven en sloeg genadeloos toe. Naar huis was de beste oplossing. Al met al een geslaagde dag, niet in de laatste plaats door de bevestiging dat we in staat zijn met elkaar samen te zijn zonder één onvertogen woord en dat is heel wat waard.

Overpeinzingen

Een geluk bij een ongeluk

Dochterlief appte of ik richting tuin, mijn ziel en zaligheid, zou gaan en of ik dan ook de accu’s van de maaimachine mee wilde nemen. Tuurlijk. Ineens ging de tijd sneller dan anders en om 11 uur zat ik gepikt en gesteven in de auto, met volle accu’s voor de maaimachine. Oudste dochter had ook zin om te komen. Twee vliegen in een klap. De recycle-tas voor tante Pollewop lag onder de achterklep met het theepotje voor de modderkeuken.

Schone zoon was al druk aan het klotteren en zagen en zorgde voor licht vermaak door steeds een poot even bij te moeten schaven. De filosoof deed bij vlagen enthousiast mee. De tas werd enthousiast begroet en uitgepakt en het theepotje werd extra toegejuicht. Er stonden al een paar pannetjes en schaaltjes te wachten op een eerste modderdip.

Na een heerlijke lunch met vega knakworstjes, warm gemaakt op het komfoortje, konden we aan de slag. Ik maaide een deel van het gras in mijn tuin en daarna nam schone zoon het over. Er viel een hoop aan te pakken en te ruimen en een bolderkar stond afgeladen vol klaar om naar de stort gebracht te worden.

De Oude vertelde dat een bekende uit ons verleden was overleden, 57 jaar pas, een hersenbloeding werd haar fataal. Hij moest naar de crematie en ik dacht aan ‘De Homburggroep’, vrienden en vriendinnen die met hun gezinnen met elkaar in een groot huis op de berg vakantie vierden daar in België. Van de vrolijke foto die ik had, waren er al zeker zes mensen overleden, allen te jong eigenlijk. Dochter refereerde aan de fijne tijd daar. Vakanties gevuld met natuur, sterke verhalen, kampvuur, gitaar en zang, heerlijk eten en lange wandelingen. Gevuld verleden.

Na een uurtje gemijmer tussen de bedrijven door kwam de hele familie van dochterlief op de fiets aanzetten. Ineens was de lucht vol van lachende bassende kinderstemmen en naast dat alles probeerden we toch de tuinen aan kant te maken, geen sinecure. Pa deed met alle kinderen een spelletje en dat leidde wat af. Dochterlief reed de oude spullen naar de auto en schone zoon bracht ze naar de stort in een vloeiende samenwerking. Wij vrouwen hielpen de pispotjes(excusez le mot)of wel de Haagwinde uit de perenboom te trekken, die er ineens weer als een echte boom uit begon te zien en de oudste en ik krabden mijn terrasje schoon, waarbij de kinderen door list aangezet, kwamen helpen. Hun pa had gezegd dat ze sneller naar huis konden als al het werk gedaan was. Chantage dat wel zoden aan de dijk zette.

Dochterlief had een ijzeren regel. Als je eenmaal ergens aan begon, maakte je het af. Iedere keer als ik vond dat ze het kon laten, ging ze verbeten door. Achteraf was ik zó blij met het resultaat. Een straatje om te zoenen. Broerlief, die het had aangelegd, kan trots op ons zijn. Lief was het in ieder geval zeker, want ik stuurde hem, toen al het grut weg was, een filmpje van de kalme en aan kant gekregen tuin.

Inmiddels had men het plan opgevat te gaan zwemmen. Niet tegen dovemansoren trouwens. Dat idee werd met gejuich ontvangen, in stilte ook door mij, want de rust zou zalvend zijn voor mijn oren. Ze stapten op de fiets en ik zwaaide uit. Het was een water niet ver van het tuinencomplex af. Dribbel had in de vakantie opnieuw met oorontstekingen te kampen gehad en hoorde zijn eigen stemgeluid niet meer, dus toen ze wegreden hoorde ik hem nog lang bassen.

In de rust van de natuur was het heerlijk bijkomen. De foto’s werden doorgeappt van joelende kinderen die van het kleine houten bruggetje in het water sprongen met drie tegelijk. Dat er geen zwembroeken waren, was geen punt. Onderbroeken mochten ook, besloten ze ter plekke. Ik stond na een uurtje op het punt om naar huis te gaan toen dochterlief appte dat ze haar tas en jasje had laten hangen in hun huisje. Geen punt. Ik was er nog. Een geluk bij een ongeluk.