Overpeinzingen

Die zal niet aan onze neus voorbijgaan

Vandaag trouwt de dochter van de broer van lief. Eergisteren heb ik via de wenskaartenservice een mooie houten kaart uitgezocht en die zou er gisteren al zijn geweest. Vandaag vragen broer en schoonzus of dat ook gebeurd is. Lang leve alles wat te bestellen valt op afstand.

Gisteren heeft Lief de walnoten geraapt. Ze staan nu te drogen in de zon en daarna schilferen we met handschoenen aan het zwarte beschermlaagje eraf. Ik herinner me nog pikzwarte handen van de oogst in Frankrijk, waar walnoten en kastanjes te over waren. We zijn eigenlijk al een beetje laat. Maar we proberen het toch. ‘Wat ga je er mee doen’, vroeg Lief, die eigenlijk altijd alles gul aan de natuur schenkt onder het motto ‘leven en laten leven’. Er vallen zeer smakelijke maaltijden mee te bereiden zoals ‘Khoresh Fesenjan’ weet ik nog uit mijn Perzische periode. Dat is een stoofschotel met kip, walnoot en granaatappel-melasse. Als ik alle ingrediënten hier kan vinden, zal ik dat eens maken, want het is een gerecht om je vingers bij op te eten.

Gisteren op weg naar de datsja viel me ineens op dat ik dwars door de Dennenhorst heen de tuin van de buurman inkeek, die op zijn veldje met de sokkippen de restanten aan hout en oude pannen heeft neergestort van het oude dak dat laatst vernieuwd is. Normaal gesproken zat er een takkenril voor. Lief vertelde dat het wel eens vaker gebeurde. Buurman of buurvrouw hadden kennelijk de takken uit de kant geduwd. Ik vroeg hem of dat was om het hek vrij te maken maar het hek bleek van ons te zijn. Nee, het was een van die, soms onnavolgbare, acties van de buren.

Achteraf gezien was het goed, want vanmorgen kon Lief het opnieuw steviger en mooier opbouwen maar ook de roos vrijmaken, die er in stond. Daar ontdekte hij de twee bloeiende rozen. Wat een doorzetters.

Ach, gisteren kwam onder de grote rozemarijnstruik op de patio de grote hagedis lopen en zijn staart was eraf. Hij oogde verder tierig genoeg maar het was een triest gezicht, dat geamputeerde achterkantje. Waarschijnlijk had een of ander roofdiertje hem te pakken gekregen. Laatst rende er een klein dier met een hele dikke harige staart van de ene naar de andere kant. Misschien een martertje of een bunzing.

Gisteren ben ik verder gegaan aan het portret. Een steunende hand aan de zijkant van het gezicht is een lastige. Op zich slaagde de opzet wel, nu nog de afwerking. Die komt vandaag. Na al die inspanning moest er maar een makkelijk gerecht op tafel komen. Macaroni met veel uien in de boter gebakken en vegetarische worstjes met Kerrie. Met Smack is dit het lievelingetje van zoonlief maar deze variatie was ook niet te versmaden.

De biografie die de club heeft uitverkoren is geschreven door Marco Daane en is getiteld: ‘Monsieur le Coloriste’ Jac van Looy, dubbeltalent. Dochterlief bestelt het voor me en stuurt het op, want men bezorgt hier niet.

Het Singer Laren komt voorbij schuiven met een aankondiging van een nieuwe tentoonstelling. ‘My World’ met werken van Yayoi Kusama, Charles Avery, Ai Weiwei, Zanele Muholi, Marlene Dumas en Anselm Kiefer: ‘My World gaat over het maken van je eigen wereld. Kunstenaars doen dat door middel van hun schilderijen, beelden en foto’s. Maar ook verzamelaars bouwen met de kunst die ze aan hun collectie toevoegen aan een zelfportret – de keuzes die ze maken weerspiegelen hun smaak, hun persoonlijkheid, hun verleden’ schrijft Hans den Hartog Jager, de kunstcriticus en curator die de tentoonstelling heeft samengesteld. Gelukkig loopt het van 18 september tot 21 januari 2025. Eind november zijn we weer in Nederland, dus die zal niet aan onze neus voorbijgaan.

Overpeinzingen

Wie weet wat dat oplevert

Zo somber als de dag gisteren begon, zo stralend pakte de middag uit. Op naar Pécs om de ezel te bestellen. De vriendelijke verkopers van de kleine maar goed gevulde zaak hadden het druk. Er waren veel (jonge)klanten maar het internet deed het niet. Dat vergde extra schrijfwerk. In Pécs is een ‘faculty of music and fine art’. Het gebouw maakt onderdeel uit van het terrein bij het Zolnay museum, ‘A Kultura Varosa’ ofwel ‘De culturele stad’ genaamd. Daar heerst een prettige sfeer met de studiegeluiden uit de hoge ramen van de muziekschool, jonge mensen met boeken onder hun arm of zittend op de bankjes, druk discussiërend met elkaar. Het gebouw waar het winkeltje met kunstenaarsbenodigdheden is gevestigd is een wonderschone vorm van oud en nieuwbouw geheel in stijl van de stad. Met onze diverse telefoons konden we het internetprobleem wel tackelen en zo gingen we na aanbetaling met een reçu op zak richting Truus. De levering zal over twee weken zijn.

Er scharrelde een sjofel mannetje bij de afvalbakken van de gemeente rond die tegen het gebouw aanstonden. Hij was duidelijk op zoek naar statiegeld-blikjes en flessen. Wij hadden de blikjes netjes gewassen en in een plastic zak gedaan en waren eigenlijk van plan om die naast het inzamelpunt te zetten, maar nu gaf Lief het tasje aan de man. Er zaten zo’n twintig blikjes in, goed voor 0,50 forint per blikje. Dat is voor hem een sprankje hoop en voor ons een druppel op de gloeiende plaat. Zijn zwijgende gezicht lichtte op toen Lief hem de tas overhandigde. Dit voelde goed.

Het telefonisch consult, gisteren, bleek helemaal niet met de oogarts te zijn maar met iemand van het onderzoeksteam naar de status van COPD-patiënten. Ze zijn een thuiszorg aan het inrichten en stellen je elke week in de app ‘Thuismeten’ een paar vragen over hoe het met je gaat. In de app zitten voorlichtingsfilmpjes over de longen, acceptatie, verlichting, handige tips over energie verdelen, etcetera. Na een paar weken, in mijn geval twee maanden, volgt een bezoek aan de longverpleegkundige. Een mooie zorgvuldige aanpak is het. Zo hebben zij en ik goed zicht op het verloop.

In Brugge is het atelier van Arte Grossé die dit jaar een Koormantel en mijter heeft ontworpen voor Paus Franciscus die op 29 september naar Mechelen zal komen om een open luchtmis te houden in het Koning Boudewijnstadion. Het is een prachtig ontwerp en oogt vrij modern met heldere kleuren. Bij het bedrijf zit ook een metaalafdeling met andere Roomse voorwerpen zoals tabernakels, doopvonten, kelken, kwispels, monstransen en al dat andere goudgeklater dat voor mij in mijn jeugd van betekenis was.

Jaren behoorde het tot het culturele erfgoed. Veel draaide toen om deze mystieke omlijsting. Missen met drie heren, processies met een gedragen monstrans, doopfeesten en het heilig vormsel, biecht, misdienaren, priesters, paters, nonnen, kloosters, kerken behoorden het leven toe. Het geloof is van het voetstuk gevallen maar de rituelen vervullen nog steeds het verlangen van dat verleden dat eigenlijk niet meer was dan de saamhorigheid van een gemeenschap waardoor er een veiligheid en geborgen sfeer gekweekt werd en dus ook klatergoud. Goede sier die dat niet bleek te zijn. Maar in alles waren wij leken, bleek later.

Lief leest onder de vijgenboom zijn boek ‘Al het blauw van de hemel’ en reist met de hoofdpersonen mee in de camper. Ik benijd hem, omdat de inhoud hem dagenlang lees-en-reisplezier zal verschaffen en ook omdat het zo spijtig is dat ik het boek al uit heb. Voorlopig zal ik het moeten doen met al het blauw van de hemel hier, omdat dat vandaag zo ruim voor handen is. En mijn eigen reis, gewapend met penselen en de verf. Wie weet wat het oplevert.

Overpeinzingen

Rap ons neus achterna

De zon probeert door het dichte wolkendek te komen, maar het lukt nog niet echt. Lief is in de weer met ruimen en snoeien tussen de buien door. Herfst komt met rasse schreden naderbij. Zelfs de berk begint al te kleuren. De herfstasters staan volop te pronken met hun uitbundige bloei.

Vandaag is er een telefonische controle door de oogarts. Het is goed dat dat zo kan. De ogen houden zich prima. Als ik moe ben vergt het schakelen tussen leesoog en het ver-af oog soms extra inspanning. Maar het went allemaal snel. Daar is het lijf toch flexibel in, eigenlijk een groot wonder. Ik mag niet klagen, begreep ik uit de verhalen om me heen. Het kan ook heel anders aflopen.

De kleine njong is ziek. Hij heeft waarschijnlijk een virusje opgelopen. Dan wordt gevraagd het natuurlijk even aan te kijken. Dat vond ik vroeger lastig ondanks dat ik zelf verpleegkundige was. Een ouderhart spreekt altijd mee en hoe je het ook went of keert de ongerustheid is diep van binnen ergens aan het sluimeren. Een keer hadden we bij mijn jongste zoon te maken met een ernstige aandoening en toen ik van school thuiskwam in de vroege middag, door bezorgdheid gedreven, lag hij inderdaad met zijn vijf jaar als een hoopje ellende op de bank. Ik pakte hem op en ben linea recta naar de huisarts gereden, die het ziekenhuis belde omdat ze wel een vermoeden had.

Daar werd vastgesteld dat hij de ziekte van Kawasaki had, een zeldzame aandoening waarbij de wand van de bloedvaten ontstoken is geraakt. Een week lang gingen we samen in isolatie op de afdeling interne geneeskunde en kreeg hij hoge doseringen eiwitten. Hij is er gelukkig goed doorheen gekomen. Verloor ergens onderweg nog wel zijn wimpers en wenkbrauwen, maar die zijn inmiddels weer dubbel en dwars aangegroeid. Ik bedoel maar. Intuïtief weet je het als iets meer is dan een gewone huis, tuin of keukenkwaal.

In een interview met Coen Verbraak op Human.nl krijgt hij de vraag voorgeschoteld wat het leven voor hem de moeite waard maakt, ondanks alles. In een serie die ‘Over Leven’ heet, stelt hij dezelfde vraag ook aan 8 andere mensen, die allen iets ingrijpends hebben meegemaakt. Hij had zelf in zijn jonge leven veel in het ziekenhuis gelegen en was daardoor ‘al vroeg wijs’ geworden. Hij gaf aan dat voor hem ‘zingeving volledig zit in de omgang met andere mensen(…)om vooral van elkaar te leren hoe we het leven kunnen vormgeven’. De gesprekken met die acht mensen, die allemaal een manier hebben gevonden om ondanks een diep dal het leven weer te omarmen, vond hij bijzonder fascinerend en inspirerend. Hij ontdekte dat alle acht uiteindelijk juist het leven de moeite waard vonden en daar probeerde hij op zijn beurt de zingeving uit te filteren, waarbij hij de conclusie trekt dat mensen altijd weer lichtpuntjes vinden om te overleven.

Eigenlijk heb ik het nooit met zoonlief gehad over hoe hij die heftige periode heeft verwerkt. Hij was nog maar jong. Naar aanleiding van het interview is de vraag interessant genoeg omdat er misschien toch meer is blijven doorwerken dan ik kan vermoeden. Wat in het vat zit, verzuurd niet.

Ziezo de vijgenjam is klaar. Dit keer ga ik het niet te lijf met de staafmixer, maar met de stamper, zodat het een stevige jam blijft. Vanmiddag gaan we de ezel bestellen bij het kleine zaakje in Pécs. Ze hebben foto’s van drie modellen opgestuurd en het walnoten exemplaar heeft mijn voorkeur.

De aanhouder wint. Het is de zon gelukt er doorheen te breken. Nu alleen nog het consult met de oogarts afwachten. Als het goed is, zal dat voor enen zijn en dan rap ons neus achterna.

Overpeinzingen

Een zeer geruststellende gedachte

Er kwam een filmpje langs van hele blije kinderen. Ze waren niet zomaar blij. Het Maxima kinderziekenhuis had ze een ‘infuuts’ gegeven. Dat is een fiets waar de hele mikmak van infuus tot controleapparaten aan kan worden gehangen en waarmee je dan toch door de gangen kan roetsen. Wat een prachtige uitvinding is dat. En dan als cadeautje dat blije koppie van zo’n ziek kind, een grijns van oor tot oor. Je zou willen dat meer mensen in dergelijke innovaties hun energie zouden steken in plaats van elkaar vliegen af te vangen en vreemde besluiten te nemen.

Lief is achter in het bos vijgen aan het plukken. Het zijn de laatsten van het jaar. Een potje jam zit er nog wel in. De druivenoogst is door de grote droogte echt mislukt. Nou ja, dat vinden wij dan. De insecten zijn er reuze mee in hun sas. Het vliegt, het zoemt en het smult. Een groot insectenparadijs, dat prieel van ons.

Lief is in ‘Al het blauw van de hemel’ begonnen, ik heb hem gewaarschuwd. Vanaf hier kan je niet meer alles doen wat je nog buiten wilde doen. Straks wil je alleen nog maar lettertjes vreten. Zo werkt dat bij goede boeken. En dan te bedenken dat de schrijfster Melissa da Costa het in eigen beheer heeft uitgegeven en daarna pas werd ontdekt. We gaan nog een hoop plezier aan haar beleven.

In de Groene van vorige week staat een lezersvraag, voorgelegd aan de analyticus en psycholoog en filosoof Arthur Eaton. De vriendin van de vragensteller heeft een vinted-verslaving. Onder het mom van ‘het is zo goedkoop en zo duurzaam’ koopt ze veel meer dan ze nodig heeft en hij fietst al die keren braaf door de stad om de kleding op te halen. Hoe krijgt hij haar daar weer vanaf. De analiticus brengt zijn vraag terug naar verlangen. Daar draait het om. ‘Hoe veel we ook kopen, hoe vaak we ook succes behalen, hoeveel status we ook verwerven, er blijft altijd een gevoel van gemis en dat voedt onze nieuwe verlangens’, zegt de Franse psychoanaliticus Jaques Lacan. Inderdaad, even werkt het zo maar al gauw worden we overspoeld door nieuwe verlangens, vindt Arthur. Misschien moet je op zoek naar een andere behoefte die er onder schuil kan gaan. En dan geeft hij het advies om niet afzonderlijk van elkaar, zij op de bank met haar telefoon en hij fietsend door de stad, maar samen iets te gaan ondernemen.

Ik ben het met hem eens. Samen op de fiets, maar dan de natuur in of samen iets nieuws bedenken, een lekker restaurant opzoeken of een fijne film in een filmhuis, een kanotocht over de Kromme Rijn. Verzin het maar. Hier zijn we vaak afzonderlijk van elkaar bezig, maar ook even zo vaak samen iets aan het doen. Lezen, of schrijven of een goede film kijken die vooral veel stof geeft tot overpeinzingen, een bezienswaardigheid opzoeken en om de dag zo’n beetje altijd samen de boodschappen doen.

De neiging om kleding aan te schaffen verdwijnt hier trouwens als sneeuw voor de zon, omdat het niet uitmaakt wat je aan hebt of hoe je er bij loopt. Mensen accepteren elkaar. Er is rijkdom en armoede en dat loopt allemaal door elkaar heen. In de dorpen is het ook eenvoudig en kalm. Het leven speelt zich vooral in en om het huis af. En ontspullen gaat hier helemaal makkelijk. Je hoeft het maar aan de straat te zetten of iemand neemt het weer mee. Alles valt te gebruiken, ook als het kapot is, want dan worden de onderdelen eruit gesleuteld. Dan is het alleen maar fijn om door te geven. Een zeer geruststellende gedachte.

Overpeinzingen

Tijd om ze ruim baan te gunnen

Broerlief staat op een camping in Tarragona. De allereerste keer dat wij daar waren, in 1966, was hij nog heel jong. Hij stuurde foto’s rond in de familie-app van dat stukje jeugdliefde. Destijds zocht mijn vader vooral naar de zon. Hij was de regen tijdens de vorige vakanties in Luxemburg, Duitsland en Oostenrijk zat als ‘gespogen spek’ zoals hij het placht te zeggen. In de app kwamen de herinneringen en anekdotes van ieder in verhalen boven drijven of naar aanleiding van de kleine omgekrulde fotootjes waarop alles was vastgelegd. Broerlief had een smeuïg verhaal. Hij zocht altijd naar fossielen in de rotsen in de avond. Hij kreeg ze er alleen niet uit en werd ‘s avonds weggestuurd door de politie, die dacht dat hij smokkelaars aan het binnenhalen was met zijn zaklamp.

We waren ook op de visafslag in Sitges, dat toen nog alleen maar een klein dorp was met een dorpsplein waar die vismarkt gehouden werd. Alle dorpen waren trouwens pittoresk. Zonder torenflats en zwembaden, zonder al teveel toeristen ook. Er was een tunneltje bij de camping, waar je onderdoor moest om bij het strand te komen. Naar Tarragona kon je lopen en dat deden we vaak met onze moeder om een ijsje te halen op de Ramblas, die we dan wel eerst helemaal afliepen. Ze bakten er ook Churros in een grote kuip olie en dan mochten we kiezen. Of ijs of dat. We smulden van die heerlijke gekrulde stengels.

Kamperen is een kunst en de eerste keer stonden we in een dalletje, een mooie plek vond mijn vader. Helaas ging het één nacht stortregenen en hield het nooit meer op voor ons gevoel. Huiswaar, luchtbedden en slapende kinderen dobberden door de tent of erbuiten. Alles was doorweekt. Gelukkig kwam iedereen om ons heen het leed verzachten en trakteerde mijn vader daarna alle spontane helpers op eten.

Mijn zus heeft samen met haar man en zwager haar aangetrouwde tante van 101 naar een verzorgingshuis gebracht. Het appartement waar ze tot dan toe zelfstandig woonde moest zo snel mogelijk leeg. De familie had al wat uitgezocht uit haar spulletjes en gisteren waren wij aan de beurt. Zuslief appte dan ook of ik nog wensen had. Dat niet, want het ontspullen is in volle gang. Toch belde mijn jongste zus me op en liet het servies zien waarvan ze dacht dat het goed hier in Hongarije zou passen. Laat ik nou in Holland een aantal onderdelen van precies hetzelfde servies hebben staan. Ze zou het voor mij meenemen. Toeval bestaat niet, maar toch…

Ik heb net even de Roosmarijn bij de Boeda gekortwiekt, want ze was aan een enorme groeispurt begonnen. Het werd hoog tijd. Alleen zijn knoedeltje was nog maar te zien vanaf het terras. Nu waakt hij weer vrijelijk over het natuurschoon. De herfstasters staan uitbundig te bloeien. Prachtig paars vormen ze samen met de blauwe cichorei een mooi palet.

Gisteren hebben we op Netflix een wonderschone film gezien over de Sami-gemeenschap in het hoge Noorden. Vroeger werden ze lappen genoemd, maar dat beschouwen ze zelf als een scheldwoord. Van oorsprong zijn het nomaden die met hun kudde rendieren rondtrekken. En wij zwierven met ze mee door de wonderschone besneeuwde vlakten van Zweden. Een glimp van de problemen door de opwarming van de aarde en de miskenning van deze inheemse bevolkingsgroep. Maar ook van de cultuur, de pracht en de schoonheid van de kudde, de Sami-klederdracht, de oorspronkelijke gebruiken en hun verwevenheid met het land. Een aanrader deze ‘Stöld’ van Ellen Márjá Eira.

De schilderkriebels zijn er weer. Tijd om ze ruim baan te gunnen.

Overpeinzingen

Een mooi contrast

De tomtom wilde Truus een landweggetje opsturen, maar daar stak ik een stokje voor. Dat hadden we namelijk al eens eerder gedaan en toen waren we op een poesta terecht gekomen en eer we daar uit waren, was Truus van wit omgetoverd in fijn-zand-geel, dat ik nu nog steeds hier en daar weg moet poetsen. Dus negeerden we dapper de aanwijzingen en corrigeerde iedere keer de weg, tot we goed zaten en toch via een normale route naar de watermolen konden gaan. In mijn hoofd zat een molen zoals wij die kennen. Met wieken en een waterrad met schoepen. Dat laatste was er wel langs een groot gebouw dat een papierschepperij bleek te zijn, maar geen wiek te bekennen.

Wel een gesloten winkeltje in een rustieke boerderij die weliswaar op het terras een groepje herbergde, maar dat bleek een workshop van een sannyasin te zijn. Dat hadden we niet bepaald voor ogen. We wandelden een stukje de berg op en af en zagen in een dalletje een klei-oven en een kleine boomklever op de oude bomen. De bakkerij was er tegenover, maar die verkocht haar waar in het restaurantje verderop.

Al met al was het zaak om het nog eens op een doordeweekse dag te bezoeken want het was behoorlijk druk met fietsers en wandelaars.

Dat dat ook voordelen had bemerkten we toen we het terras opwandelden om een alcoholvrij biertje te nuttigen. Er lagen Hongaarse muziekinstrumenten. Drie stuks typisch Hongaarse luiten, Koboz genaamd, wat fluiten en een viool.

Terwijl we lekker onder de luifel aan het genieten waren van de vredige sfeer kwamen de drie mannen, die ons ook hadden begroet bij de ingang, het kleine podiumpje op. ‘Tijd voor muziek’, zei de oudste van het stel en daar begonnen ze een rits aan authentiek Hongaarse nummers te tokkelen en te zingen. De middelste bespeelde verschillende fluiten tot een klarinet aan toe, de ander virtuoos viool en de oudste een aantal verschillende luiten. De kleine kinderen die er waren keken af en toe ademloos naar de instrumenten en een meisje van hooguit vier begon rondjes te draaien. Ze kwam me wat vertellen, maar ik verstond het natuurlijk niet en net als iedereen herhaalde ze haar zinnetje tot drie keer toe steeds iets luider.

Haar moeder kwam haar weghalen en dat was jammer. Want we begrepen elkaar ook zonder woorden. De rest van het gezelschap had nauwelijks oog voor de spelende mannen en dat verbaasde mij weer. Een ouder echtpaar genoot ook, net als wij, en klapten met ons mee na ieder nummer. Het was herkenbaar en bracht veel herinneringen. Ik zag mijn volksdansvrienden uitgebreid de Csardas dansen, zoals ik ze zo vaak op de Hongaarse volksdansdagen had zien doen. Vloeiend en gestroomlijnd. Iets wat me niet helemaal op het lijf was geschreven omdat ik volgens de Hongaarse dansleraar me niet liet leiden. Ik had liever mee willen doen met de mannen.

Toen we aan het eind vroegen of ze wat wilden drinken, gingen ze er aarzelend op in en haalde de oudste een cd uit zijn auto als presentje voor ons, met nummers geïnspireerd op een Hongaarse poëet. De hele middag was een cadeau op zich. De terugweg ging via Pecs. Ik was even alle haarspeldbochten vergeten en dat was op zich niet zo erg, maar wel de jakkerende Hongaren erachter, die kennelijk de weg op hun duimpje kenden en het presteerden vlak voor de bochten dapper doorrijdende Truus voorbij te scheuren.

Een balans, dat lieflijke tafereel van de middag en de woeste Hongaren op de berg. Zo vormden ze samen een mooi contrast.

Overpeinzingen

Buon appetito

Ik heb net een vlinder gevangen, niet met mijn handen maar met mijn telefoontje. Hij zat met zijn vleugels van mij af op tafel in de zon en zo tekende het zonlicht voor mij een perfecte vlinderschaduw. Het is lekker zwoel met een windje hier op het terras.

De maaltijd gisteren was goed gelukt. Wat is dat lekker zeg, die gefrituurde spaghetti en wat wonderlijk dat je aan sommige dingen nooit denkt. Geen haar op mijn hoofd die er ooit aan gedacht heeft om pasta in de frituur te stoppen.

Net zag ik op facebook een filmpje langs komen van OndiepTV, de wijk waar ik ben geboren. Het ging over de fietsenmaker die daar zit in een piepklein knus zaakje, waar ooit mijn broer zijn werkplaats had. Dat was puur toeval want deze fietsenmaker is mijn zwager, eigenlijk een ex-zwager, maar zo heb ik hem nooit beschouwd.

Begin jaren tachtig switchte hij van automonteur naar marktkoopman in fietsonderdelen. Natuurlijk waren de eerste markten minder dan geen vetpot, want hij draaide eerder verlies. Toch kon het op de zaterdagen al aardig druk zijn. Om hem uit de brand te helpen hielp ik hem voor een luttele vergoeding op die extra dagen. Het was mooi meegenomen want zo was er weer wat extra geld. Zo kwam het dat ik me kon bekwamen in fietsslangetjes, banden en bellen, dynamo’s en kettingkasten. Het echte werk, derailleurs, remmen, etcetera nam zwager voor zijn rekening. Mijn eerste fietsslangetje verkocht ik van de weeromstuit, omdat hij even weg was, voor 1 gulden en 25 cent. Het schaamrood staat nu nog op mijn kaken. Zwager moest er hartelijk om schateren. De klant is altijd terug blijven komen.

Iedere ochtend op zo’n marktdag kwam hij me halen met de bus. Bij aankomst konden we de kraam optuigen en de waar uitstallen. Een heel karwei, want er kwamen steeds meer artikelen bij. De marktmensen waren heel joviaal onderling, maar er was ook wel broodnijd en de marktmeester was erg belangrijk in het aanwijzen van een eventuele vaste locatie.

Zo heb ik hem zo’n twee jaar geholpen en er veel van opgestoken. Daarna ging hij naar nog meer markten en was zijn kostje gekocht met vaste plekken op goedlopende en grote markten en een goede klandizie. Joviaal en betrouwbaar zijn goede eigenschappen.

Nu stopt hij met zijn kleine fietsenmakerij in het Ondiep, waar hij een begrip is geworden. Er boven was een tentoonstellingsruimte waar zijn vriendin haar houtskooltekeningen en doeken kon tonen. Het was heel vertrouwd om hem na al die jaren te horen.

Straks gaan we toch naar de molen waar zelfs een papiermakerij inzit. Of dat permanent aanwezig is, weten we nog niet, maar de tijd zal het leren.

Het recept van gisteren is als volgt, voor de liefhebber:

Gekookte koude spaghetti, twee eieren, geraspte parmezaanse kaas, verse peterselie, twee tenen knoflook, olijfolie door elkaar mengen. Met vork en lepel rolletjes maken en bakken in de ruime zonnebloemolie. Wij hebben er salade Caprese gegeten met verse basilicum uit de tuin en genoten van deze combinatie. Het worden een soort vogelnestjes, lekker lichtbruin gebakken. Er bestaat een variant met honing en tijm, dat ga ik ook eens proberen. En zelf wil ik allerlei varianten ontdekken. Bijvoorbeeld met olijven of kappertjes. Wie weet.

Buon appetito.

Overpeinzingen

Je weet nooit hoe het balletje rolt

We vonden gisteren net buiten Szigetvar een grote drogist nieuwe stijl. Uitgebreid assortiment, ruime paden, overzichtelijke schappen en een keur aan artikelen. Vitamine B12 was het doel, maar natuurlijk lagen er in het mandje uiteindelijk wat pedicure-benodigdheden, een multi vitamine-B en nieuwe borstels voor de elektrische tandenborstels.

Daarna wilden we naar de achterkant van het park naast de camping van het stadje. Eerst reden we op de bonnefooi richting Szolgaltato, een typisch Hongaars einddorp, maar raakten zover van Szigetvar af, dat het die weg niet kon wezen. Dan toch maar de Tomtom, op naar de ‘Kemping’ (in het Hongaars). Dat bleek een afslag vroeger te zijn. Dan klopte het toch, want Lief kon zich herinneren dat hij vroeger frequente keren door het park naar de camping was gelopen. Inderdaad.

De camping leek niet meer in gebruik, maar de pizzeria ervoor nog wel. Daarlangs liep een pad naar een monument en een bos. Enorme woudreuzen stonden aan weerskanten. Het was zo’n typisch verwilderd stuk van het park verderop. Ook liepen er grote buizen bovengronds doorheen voor de watervoorziening van het thermaalbad dat naast het park ligt in het centrum. In het woud was het heerlijk rustig, zelfs de vogels hoorde je nauwelijks op een krassende gaai na. Het zonlicht werd gefilterd door de bomen, een vredig en lieflijk gezicht. Er klonk een paar keer een licht geknor en we fantaseerden over een zwijn dat straks natuurlijk het pad over zou rennen. Helaas.

Wel ruiste het water door de pijpen en was er een gemaal aan het eind van het pad. Daar konden we langs lopen en kwamen weer uit op het pad dat ons naar Truus leidde. Rechts was het aangelegde en vernieuwde stuk park en links het natuurbos. Terug dan maar en de volgende keer weer eens een bezoek aan de rest van het park. Tevreden huiswaarts met de buit van de drogisterij.

In de vroege morgen had Lief al de hele krulwilg in het midden van ons eigen bos geknot. Een hels karwei, omdat ze ongemerkt sneller te groot zijn dan je zou denken en hij maakte er zijn doelbewuste handwerk van. De boomstammen zouden een goede bestemming krijgen in de omheining waar een nog mooiere plek zou ontstaan voor al het kleine grut, egels, vogels, insecten, bedenk het maar.

Vanmorgen kwam er een droevig bericht binnen waar dinsdag al een voorbode voor was. Een lieve dagelijkse blogger, net met pensioen, die ik al heel lang volgde zonder hem daar kenbaar van te maken overigens, schreef boven een stukje over prinsjesdag ‘Dit is mijn laatste stukje.’ En inderdaad. Vanmorgen stond zijn overlijdensbericht op facebook. Jarenlang loop je met iemand mee, las over zijn wel en wee en dan valt alles stil en merk je dat je iedere dag uitkeek naar zijn blog. Een fijne schrijver met een brede interesse. ‘Opgenomen door de sterren in hun nachtelijke pracht’ (Remco Campert), stond boven het bericht.

Er is nog Spaghetti over van gisteren. Gewoon de gekookte zonder saus of wat ook. Ineens wist ik vanmiddag wat ik met dat beetje moest doen. Ik ga straks proberen het te frituren. Het bestaat al, ook in Italie en ik heb het ze bij Masterchef Australië zien doen. Pasta Fritta alla Siracusana is een zoete variant met honing en tijm, maar ik wil de hartige met kaas en eieren en een salade Caprese ernaast. Het blijft een experiment natuurlijk. Als het lukt, volgt een recept.

Vandaag wilden we eigenlijk naar het molenmuseum van Orfu, maar er was een misverstand dat eerst uit de weggeruimd moest worden en daarna de was, het te verschonen bed, de rag, de webben in de keuken en het schrijven. Hoogstwaarschijnlijk zal het morgen gaan gebeuren. Je weet nooit hoe het balletje rolt.

Overpeinzingen

Een brug te ver

Naar aanleiding van de film ‘Banshees of Inisherin’ verbreekt de hoofdpersoon plotseling zijn vriendschap met een oude vriend. De journalist Raounak Khaddari wijdde er een boek aan met de titel ‘Even goede vrienden’. Het begint met het volgende bericht: ‘De druk van deze vriendschap wil ik niet. Heel veel liefs’. Deze vrienden had Khaddari leren kennen bij een stage en toen de werkplek geeindigd was, benauwde het ontstane tweewekelijkse koffieuurtje met de twee. Ze dringt aan op meer weloverwogen vriendschappen waar we energie van krijgen, waarvan we wel houden in onze drukke levens. Een dag heeft maar 24 uur. Het onderhoud van dit soort vriendschappen gaan gepaard met planning en op zo’n tijdstip moet het wel gezellig zijn.

Ik denk terug aan de min of meer verplichte feestdagen van vroeger, waarbij het ook altijd gezellig moest zijn en het zelden was. Iedereen was nerveus. Het huis moest aan kant, de boel gestofzuigd en gestoft, en je moest je zondagse kleren aan, wat op zichzelf al een ramp was. Iedereen was thuis, een kleine ruimte gevuld met veel mensen. Te krap, te smal, te veel verplichtingen, te weinig ruimte om vreedzaam te genieten. Vaak kwam de oudste zus van mijn vader na de Hoogmis nog even langs. Dat alleen al was genoeg om iedereen op de tenen te laten lopen. Geplande dagen, verplichte dagen.

Hoe een agenda ook zou kunnen helpen om alles onder controle te krijgen, geeft het ook een onnatuurlijk aandoende situatie. Liever heb ik het bestaan vol verrassingen, onverwachte bezoeken, je gemoed volgen en aankloppen als je in de buurt bent, kunnen veranderen als dat beter voelt. Maar ja, ik ben altijd al van de geleide chaos geweest.

De Duitse socioloog Hartmut Rosa schrijft in zijn ‘Leven in een Tijd van Versnelling’ dat we in onze controledrang ons afsluiten voor deze ‘resonantie’. Het geraakt worden door wat er om je heen gebeurt, de emotie dat door iets of iemand wordt opgeroepen. Hij schrijft: ‘Resonantie-ervaringen veranderen ons en daarin ligt de ervaring van vitaliteit’. Iets geforceerd opzoeken eindigt vaker in het tegenovergestelde net als de vredige kerst thuis.

Het is geen agendapunt. Je moet niets onderhouden. Goede vriendschap onderhoudt zichzelf. Waarom gaat dat bij de ene groep vanzelf en komt bij een andere niet op gang. De leesclub die we opgestart zijn met ouders en vrienden van school is opgebloeid tot een mooie warme vriendschap onderling, waarin ruimte wordt gegeven aan ieder individu. We hebben het over het boek en naar aanleiding van het boek langer over wat het ons doet, hoe bewogen we het gelezen hebben, maar ook wat we ervan vinden als je naar je persoonlijk leven kijkt. Door ruimte te geven aan dit soort persoonlijke invullingen stijgt het boven het gemiddelde uit. Een vriendschap van, door en voor het leven.

De schrijfster van het stuk, Lieke Knijnenburg, zegt het mooi. Als je geen ruimte geeft aan de ander dan gebeurt het volgende: ‘dan maakt de resonantie plaats voor een echo-relatie, waarbij je alleen jezelf nog terughoort’.

Het is een boeiend artikel. Het zet aan tot overdenken van je eigen vriendschappen. Tot twee keer toe is het mij overkomen dat ik in de knel kwam met mezelf ten tijde van zo’n vriendschap. Inderdaad, dat het je meer energie gaat kosten en sterker nog, dat je jezelf verliest door de ruimte die de ander eist. Als dat dan ook nog gepaard gaat met verwijten, slaat de twijfel toe. Binnen een vriendschap mogen we groeien en vertrouwen hebben in de gevoelens voor elkaar. Als dat wegebt en op een gegeven moment zelfs ontbreekt, als er niet meer over te praten valt zonder in te heftige emoties te eindigen, dan is de optelsom snel gemaakt. Zoals je de vriendschap haarscherp voelt, zo voel je het gemis eraan.

Je wilt gevoed worden in een relatie, uitgedaagd, inspiratie opdoen, nieuwsgierig blijven en niet verzanden in de gewoonte. Daaraan werken is mooi, maar trekken aan een dood paard is net een brug te ver.

Overpeinzingen

Iedere dag

De zon scheen vanmorgen uitbundig. Het was nog wat frisjes, maar dat beloofde snel op te lopen tot een graad of 22. Goed te doen dus. Snel alle ochtendrituelen afgehandeld en en route. Richting Pécs, naar de beoogde Art-shop. We konden Truus stallen op de grote parkeerplaats in het centrum. Een mannetje stond auto’s op te wachten om ze een vrije plek aan te wijzen. Dat deed hij voor een paar forinten. Het was niet zijn baan, maar een bedelact. Dat mag niet, maar als ze er werk voor verzetten wordt het oogluikend toegestaan. Lief was royaal in zijn fooi.

De winkel bleek in een soort winkelcentrum, dat op delen van oude grondvesten van de stad was gebouwd. Helemaal bovenin vonden we de winkel in een hoek, zeg maar winkeltje. Eigenlijk een veredelde kantoorboekhandel met wat schildersbenodigdheden. Een aardig meisje dat Engels sprak, vader en moeder achter de toonbank. Penselen voor olieverfschilderijen is zo een, twee, drie niet gezegd in het Magyar, maar met handen en voeten kwamen we er wel uit. Eerst liet ze me alleen de setjes zien, maar toen we onze gegevens door gaven aan de toonbank om de te bestellen ezel, viel mijn oog op de wand achter haar. Penselen in alle soorten en maten. Jottem. Daar was ik goed mee geholpen. Voor een bedrag waar je in Nederland net één kattentong zou kunnen kopen gingen we met zes stuks tevreden op huis aan.

Op de weg er naar toe hadden we bij een grote woonwinkel al een nieuwe houten broodtrommel op de kop getikt omdat de vorige bezweken was door de tand des tijds. Daarna was het tijd voor de boodschappen bij een super in de buurt met als toegift een leuke onbekende weg naar de zes. Thuis thee en tevredenheid. Gisteren ben ik toch nog maar even in de weer geweest met de oude penselen. Het vordert aardig, al is ie wat breedgeschouderd. Hier en daar valt er zeker nog wat te duwen en te trekken.

Gisteren via het journaal de poppenkast van Prinsjesdag bekeken. Tot mijn grote genoegen gezien, dat prinses Amalia is uitgegroeid tot een prachtige schoonheid, waar niets, maar dan ook helemaal niets op aan te merken valt. Als je op al die praal van de lui in de zaal het gehakketak van de miljoenennota van vandaag plakt, blijft er niets meer over van de schone uitdossingen van de diverse parlementsleden. Wat word ik daar toch verdrietig van. Het ergst vind ik het dat ze alles wat met de mooie kanten van ons bestaan te maken heeft, zo te gronde richten.

Lief had gisterenmiddag een egeltje op zijn tocht gezien op de grond bij de Dennenhorst vlak achter de natuurlijke haag van takken en dat is een prachtige plek om zich in te verschuilen. Daar kan geen egelhuisje tegenop. Ik was naar achteren gelopen door het al herfstige bos, waar de rozebottels van de wilde roos en de kardinaalsmuts uitbundig vlammen tussen het dorre bruin en de kale takken. Het wilde bloemenzaad is uitgestrooid rond de twee vrouwenbeelden en in de bloementuin. Een belofte voor de volgende lente.

Broerlief is door de Pyreneeën aan het trekken en via Polarsteps krijgen we prachtige natuurbeelden te zien, pittoreske Franse stadjes, een azuurblauwe zee, mooie luchten. Hij is er als gewoonlijk in zijn eentje op uit met de fiets. In zijn element, letterlijk en figuurlijk.

De kinderen willen nu toch wel weten of we last hebben gehad van de storm Boris. Gelukkig niet, terwijl in de omringende landen deze snoodaard huishield is het ons bespaard gebleven op een klein gebiedje bij Budapest na en een week flinke regen hier omdat de ligging gunstig is. Tel uw zegeningen. En dat doen we. Iedere dag.

Overpeinzingen

Als het zand in de zandloper

In de Groene van vorige week bezoekt Berend Sommer de kunstenaar Mark Brusse in zijn atelier in Parijs op een zondagmiddag. De laatste toevoeging maakt het beeld compleet. Je ziet hem lopen in de zondagse rust en aanbellen. Ze praten over het leven van de kunstenaar en zijn werk. Zodra de interviewer thuis is belt Brusse hem op om te verklaren waar zijn werk overging, want hij had het niet goed gezegd. ‘Het verstrijken van de tijd en de verwondering’, daar gaat het over’.

Ooit hebben we aan het begrip Tijd een schoolbreed project gehangen. Het was fantastisch om daar mee bezig te zijn, want alle taal ademt tijd. Voor de kinderen en voor ons was het één grote ontdekkingstocht, waarin we Tijd trachten te doorgronden, er handen en voeten aan te geven zodat ook onze jongste kinderen een tijdsbesef zouden meekrijgen. Er kwam letterlijk een kartonnen grootvaders klok bij kijken waar eerst het sprookje van de zeven geitjes aan vooraf ging. De klok was van een enorme lange smalle doos gemaakt waar ze ook echt in weg konden kruipen. ‘ Met de vraag waarom heet het grootvaders klok’ kwamen we bij bet-bet-bet-bet-bet-en-betterdebet-grootvaders uit, want je vader heeft een vader en die heeft weer een vader en die…Het was hilarisch, want op iedere ‘bet’ gaven we een klap in de handen.

Als je in taal gaat zoeken naar woorden die tijd-gerelateerd zijn dan zijn er in elke zin wel een paar. Het werd een sport om te bedenken of een woord met Tijd te maken had en dat we, terwijl we daar mee bezig waren, de tijd alweer verder was dan toen we er aan begonnen. Tijd verstrijkt altijd. Zodra ik deze zin heb geschreven is het al weer later in de tijd. ‘Tijd schrijdt’, zegt Lief. Het verwonderen erover lukt op zo’n ervaringsgerichte manier altijd.

We volgden het boekje ‘De tijd keert om’ en speelden iedere week een toneel over tante Fien die boeken schrijft en haar neefje Lars. Tante heeft een kist staan op zolder waarin een zakhorloge zit die de tijd terugdraait. Lars vind op weg naar dat grote geheim overal briefjes met ‘Lees dit niet’ en ‘Laat liggen’ waar het dan al te laat voor is. Uiteindelijk vond hij het zakhorloge, waarmee (ver)wonderlijke zaken een podium krijgen. Het was een wonderschoon project boordevol spannende momenten die vooral de nieuwsgierigheid opwekten en alle kinderen waren in de ban van de Tijd. Bovendien schreven en spraken we achterwaartse taal net als in het boekje en ontstond er een cryptisch geheimschrift. ‘Mo treek dijt ed’

Op dit ogenblik hier aan de keukentafel ‘beiden we Tijd’.dat mooie ouderwetse woord, afgeleid van de zin ‘Beidt Uw Tijd’,die op de klokkentoren van de Beurs van Berlage in Amsterdam staat. Aan de andere kant staat ‘Duur Uw Uur’. Het zijn citaten uit een van de gedichten van Albert Verwey die hij ongeveer een eeuw geleden speciaal voor de beurs van Berlage schreef. ‘Wacht uw tijd af en hou vol’, zou je kunnen zeggen, geeft ‘DBNL’ aan.

Dat doen we hier ook omdat we aan het wachten zijn tot onze tijd is aangebroken om er eindelijk op uit te trekken. Morgen gaan we in ieder geval naar Pecs voor penselen en de ezel. Toch ben ik al aan een opzetje begonnen met de oude sleetse exemplaren en het was zó fijn om te doen. Te lang geleden eigenlijk.

Zoonlief stuurt mooie beelden over de app. Hij reist van de hoofdstad Bangkok per trein langs heel veel groen naar het Zuiden. De reis daar naar toe duurde maar liefst negen uur. Dan valt er ook niet veel anders te doen dan je tijd te beiden en zal de omgeving met bananenbomen, kokospalmen en rijstvelden verwonderen. De moederlijke krimp om het hart is tot nul gereduceerd nu hij zichtbaar aan het genieten is. Geef zorgen de tijd en ze lopen weg als het zand in de zandloper.

Overpeinzingen

Hoofd, hart en handen in een natuurlijk evenwicht

Naar aanleiding van een wens voor iedereen op deze dag van een goede vriendin en ook omdat ze er een wijsheid van de filosoof Søren Kierkegaard onder had geplakt, kwam ik ertoe om het programma dat ze tipte, terug te gaan zien. De Verwondering, een van mijn lievelingsprogramma’s, met Annemiek Schrijver die dit keer in gesprek was met Stine Jensen, een bijzonder hoogleraar en publieksfilosoof. Direct bij binnenkomst valt deze Stine met een belangrijk item in huis. In onze huidige maatschappij moet alles gestroomlijnd en perfect verlopen, maar toen ze tien jaar geleden zelf onderuit ging, ontdekte ze zichzelf en haar lichaam. Ze werd een groot aanhanger van het idee dat fouten maken mag. Sterker nog, misschien wel moet. Nu is haar motto:

’Doe eens gek’. ‘We mogen vrolijk falen, blij blunderen, struikelvaardigheid opdoen’.

Ze had jarenlang in een soort ratrace gezeten en doordat haar lijf had aangegeven dat het genoeg was, is ze daar uitgestapt. Ze kreeg meer oog voor haar omgeving, wilde anderen iets leren zonder steeds zelf in de schijnwerpers te staan. Omdat ze bijzonder hoogleraar bij Human is geworden, kon ze de veeleisende wetenschappelijke kant van dat beroep links laten liggen. Ze maakt programma’s, maakt podcasts, schrijft veel.

Ooit vroeg ze aan haar vader toen ze veertien was of hij een levenswijsheid had. Hij kwam met een gezegde van Soren Kierkegaard: ‘Durven is even je evenwicht verliezen, niet durven is jezelf verliezen’. In het Deens zegt men ‘wagen’ en dat drukt nog meer uit dat het aan de ene kant iets heel bijzonders kan worden, maar tegelijkertijd ook eng en spannend kan zijn. Kierkegaard zelf was een eeuwige twijfelaar. Vroeger zei men bij ons thuis: ‘Wie niet waagt, die niet wint’.

Stines vader was ook een twijfelaar. Hij vertelde haar dat er twee wegen waren, die hij vroeger wilde bewandelen. Enerzijds een avontuurlijke door naar Rusland te gaan om Russisch te leren en anderzijds door een studie te doen waarmee hij ingenieur zou worden. Hij koos voor de veilige weg, de laatste, maar gaf zijn dochter mee toch vooral voor het hart en de passie te gaan. Dat heeft ze ook gedaan. Literatuur, filosofie, maar toch een hoofdelijk leven zoals ze het zelf noemt. Annemarie maakt er ‘Een brein op pootjes’ van. Iets wat ik dan, met een brede glimlach, onmiddellijk voor me zie. Ze zat helemaal tot over haar oren in die wetenschappelijke wereld totdat ze door haar rug ging en niets meer kon en op dat punt aangekomen, wist ze dat ze moest veranderen.

Toen ze een yogaleraar leerde kennen die vertelde dat zijn opleiding een grote kentering in zijn leven had gebracht omdat hij exact hetzelfde had meegemaakt als Stine, ging bij haar een licht branden en is ze als ‘waag’stuk, ook al was ze niet het prototype yoga, die Kundalini-yoga opleiding gaan doen. Het was een andere taal, een andere levensvervulling en ze ervoer het inderdaad als levensveranderend.

Ze leert haar gevoelens te omarmen en dicht bij zichzelf te blijven en beide kanten, het vrouwelijke, dat ze altijd een beetje weggestopt had en het mannelijke in balans te brengen. Yin en Yang, hoor ik ergens in mijn herinnering, waar Lief en ik in de jaren zeventig veel mee bezig waren.

Het gesprek gaat daarna door over conflicten en vrijheid, maar ik wil deze gedachten de ruimte geven. Heel herkenbaar voor mij, zelf ook ondervonden en op een andere manier die balans bereikt, maar meer door te gaan graven in jezelf, door het schrijven, het lezen, te luisteren. Het is goed om alle kanten te benaderen, je ‘zelf’ toe te laten tot een verrijkend innerlijk. Het is denk ik ook in mijn beroep als leerkracht de basis die je nodig hebt om bijvoorbeeld te voelen en te weten hoe je je kinderen benaderen kan, hoe je ze de ruimte kan geven tot zelfontplooiing en zelfontwikkeling. Niet voor niets kon dat wat mij betrof alleen maar in de vorm van het Jenaplan, omdat dat die ruimte vrijmaakte. Hoofd, hart en handen in een natuurlijk evenwicht.

Overpeinzingen

De cirkel is rond

Gisteren dus de eerste bioscoopavond in eigen huis. De film La Chimera hadden we allebei gekozen omdat er in de Groene een essay stond van Basje Boer over de strekking van de film met boeiende associaties over het thema. De hoofdpersoon Arthur heeft een gave om oude Etruskengraven te ontdekken en hij daalt met een stel tombaroli, grafrovers, bij ieder graf af om nog wat achtergebleven schatten te vinden die ze kunnen verkopen. Een speurtocht, letterlijk, tussen het leven en de dood. Zijn geliefde is verdwenen volgens haar moeder, die op haar wacht in een groot oud huis, maar haar zussen verklaren haar dood. Tot zover de film.

Basje Boer kijkt uit het raam en ziet dat er grote bedrijvigheid is bij haar overbuurvrouw die ze kent van het groeten en praatjes op straat over de katten. Er lopen diverse vrouwen in en uit. Ze vraagt zich af of de buurvrouw is overleden.

Ze verhaalt van de periode dat ze zelf was gediagnosticeerd met kanker en een boek aan het lezen is en zich dan realiseert dat er sommige dingen zijn die groter zijn dan de dood, haar dood. Het boek bijvoorbeeld. Als ze door kanker wordt opgevreten en sterft zal het boek er nog altijd zijn met de ironie en de melancholie tussen de regels.

Ze dwaalt in haar gedachten af naar de prehistorische kunst zoals de handafdrukken in de Cueva de las Manos in het Argentijnse Patagonië, de dikke rode bizons in Almira, de paarden in de Grotte Chauvet. Ze vraagt zich af hoe mensen tot die tweedimensionale kunst komen. Er is een theorie die zegt dat de jager de prooi afbeeldde om zo een succesvolle jacht af te dwingen en een andere die zegt dat men de schilderingen achteraf maakte om hun dankbaarheid te tonen voor het offer dat het dier had gebracht. Ze bekijkt de schilderingen en filtert er vooral de liefde uit waarmee ze gemaakt zijn. Meer dan prooidieren waren ze geliefd en werden ze gerespecteerd. Andere associaties; de dag waarop in de Oude Kerk in Amsterdam het leven en de dood van Saskia Uylenburgh ieder jaar gevierd wordt, een documentaire in de Melkweg ‘Mutiny in Heaven’ genaamd en en passant neemt ze de Mummieportretten mee in het Allard Pierson Museum.

Maar wat me het meest raakt in het hele artikel over leven en de dood zijn de spulletjes van de buurvrouw die verloren op de stoep staan en wachten op de kraak of een nieuw bestaan. Wat in haar leven waarde had en van grote betekenis, betekent nu niets meer dan het prul op zich. Een keukenstoel, een oude computer, een kastje. Een pijnlijk contrast met de schatten in de Etruskische tomben, die bij verkoop van onschatbare waarde blijken te zijn.

Ze stelt vast dat het eigenlijk helemaal niet om die spullen gaat maar om haar relatie met de buurvrouw, er zijn en gezien worden. Waarde toe te kennen aan de dood en daarmee waarde toe te kennen aan het leven. Deze overpeinzingen zijn een waardevolle aanvulling op de film waar we gisteren van genoten hebben. Het geeft er nog meer diepgang aan.

Wat ons opviel en zij niet noemt was dat de geliefde van Arthur in zijn dromen in een gehaakte jurk rondzweeft en een draad van die jurk los raakt en in de aarde vergroeid lijkt te zijn. Dat roept de associatie op met de Draad van Ariadne, die Theseus een rode kluwen wol en een zwaard meegaf om de Minotaurus in het doolhof te verslaan en de weg terug te kunnen vinden.

Arthur vindt de draad van zijn geliefde ook terug op een wonderlijke wijze en wordt eindelijk met haar verenigd. Het is een wonderschoon slot van een bijzondere film. De cirkel is rond.

Overpeinzingen

Onbaatzuchtigheid ten top

Dochterlief belde. Onze tuinen worden door haar gemaaid. Vanuit haar kas is de oogst wonderschoon. Mooie bakken met tomaten en twee courgetten van de volle grond. Ze vroeg of we een mooie plek voor de bramen konden maken, want ze was er zo dol op. Nu staan ze verspreid door beide tuinen. Achter het atelier een husje, tussen onze tuinen in een husje en tussen de tuin van haar en haar buurman nog een. Soms is niet goed te zien waar en dan maait de maaier ze kort. Goed plan.

We moeten sowieso een plan de campagne maken voor meer bloei in beide tuinen. We raken aan de praat over de reis van zoonlief en ook hier volgt een geruststelling. Zij zijn er zelf ook geweest. Voor hem is het een mooie manier om jezelf te ontdekken in een onbekende wereld. Hij komt als een ander mens terug met een rugzak vol aan nieuwe ervaringen. Dat is het fijne van reizen en het zelf ervaren. Vanuit het vliegtuig maakte hij een film van onweer in de nachtelijke uren. Prachtig.

De oogst van dochterlief

Hier heeft Lief in de regen nog de grassen uit de bloementuin geschoffeld. Dan kunnen we er het wilde bloemenzaad zaaien en volgende lente opnieuw genieten van een tuin vol bloemen. Eerst moet het wel wat droger worden. Storm Boris is Centraal Europa onveilig aan het maken met een overvloed aan regen. In de landen om ons heen vinden aardverschuivingen, overstromingen en zelfs sneeuwval plaats. Rivieren treden buiten hun oevers.

Hier komen we er goed vanaf, hij schampt langs onze grenzen, maar brengt wel een koufront. Ineens is de temperatuur van 30 naar 11 graden gekelderd. Dus ging vanmorgen de warmteketel aan en zijn nu de kamers heerlijk warm. ‘Kou is armoe’ zei een goede vriend van Lief altijd. En zo is het. Sfeerverhogend is kou zeker niet.

Ik heb op de tv een filmverhuurder geïnstalleerd. Op deze manier kunnen we ter plekke bioscoopbezoeken organiseren met de te huren Arthouse-films. Met een lekkere snack erbij en een glaasje van het een of ander vieren we op die manier ‘Uit in eigen huis’. Zeker op regenachtige dagen een aanrader.

Gisteren heb ik een stukje van het programma ‘Waar doen ze het van’ bekeken. Er is een mooie sociale doorsnede gemaakt. Er zijn gezinnen uit alle lagen van de bevolking. Een gezin leeft onder bewind, wat een hele lastige is omdat alles wat je uitgeeft, gecontroleerd wordt en met het maandelijkse geld in je hand is het geen vetpot. Er zijn ook mensen met een wisselende inkomen, een alleenstaande met een inkomen van 3000 per maand en een gezin die een aantel horecabedrijven runt met 20.000 per maand.

Vooral de mensen onder bewind herken ik uit de tijd dat mijn kinderen nog klein waren en we een tijd van een uitkering moesten zien rond te komen. Hoe lastig het was, ondanks dat ik gewend was om elk dubbeltje om te draaien en de gave bezat om met nauwelijks iets een hele maaltijd in elkaar draaien. Dat is het voordeel van opgroeien in een groot gezin zoals ons ouderlijk huis. Aan het eind van iedere maand moest mijn moeder op de pof boodschappen doen bij de kruidenier en ik was zelf niet anders gewend dan altijd maar rood te staan.Van mijn bovenste beste schoonzoon leerde ik hoe je daar vanaf kon komen. Als je er dan eindelijk uit bent, leer je vanzelf geld te sparen en makkelijker te leven. Maar toen was ik al ruim de zestig gepasseerd. Inderdaad. Nooit te oud om te leren en te ontdekken dat voldoende geld vooral rust brengt.

Ooit viel er een enveloppe met meer dan de uitkering door de brievenbus zonder afzender. Laatst hoorde ik wie deze weldoeners waren. Ze hebben nooit geweten hoe die gulle gift voor een enorme opluchting heeft gezorgd. Hoe lief ik het heb gevonden en iets om dankbaar voor te zijn. Onbaatzuchtigheid ten top.

Overpeinzingen

Kijk met liefde terug

We zitten binnen en houden kantoor aan de keukentafel. Buiten is de herfst plotseling binnen geslopen en plengt vele tranen om het verlies van de hele hete zomerdagen. Van het ene uiterste in het andere. ‘Het is hollen of stilstaan’, zou mijn moeder zeggen.

Gisteren keken we de historische documentaire van Inna Sahakyan ‘Aurora’s Sunrise’ over de Armeense genocide aan het begin van de vorige eeuw. Men volgt het verhaal van Aurora Mardiganian, een van de overlevenden. Zo oud als ze is, zo levendig weet ze er over te vertellen. Het is een animatie film waarin Aurora als jong meisje te zien is en hoe het gezin vanuit een harmonieus leven plots in de hel belandde door de inval van de Turken. De beelden zijn heftig en de oude filmfragmenten en archiefbeelden tussendoor gruwelijk. De film geeft een duidelijk beeld van dit stuk geschiedenis en roept bewondering op voor de vrouw die alle ellende aan den lijve heeft ondervonden en toch wist te ontkomen naar Amerika.

Met onze volksdansclub in de jaren negentig hadden we ook een Armeense choreografie. Een hele ingetogen dansvorm van verstilde muziek, weemoedige klanken en sierlijke bewegingen. We droegen lange gewaden en hadden fluwelen slofjes aan onze voeten, een soort ballerina’s. In de film was te zien dat alle vrouwen op dergelijke schoentjes liepen. Een Aha-Erlebnis dus, want ik had allang niet meer aan deze dansen gedacht.

We wilden gisterenmiddag gaan wandelen maar besloten op het laatste nippertje toch maar thuis te blijven in verband met de voorspelde regen. Een uitstekend moment om de Khoresh Bademjan te bereiden. Alle ingrediënten waren in huis. Volgens lief rook het heerlijk. De Perzische rijst met tahdig, waar ik bij gebrek aan beter een wrap voor gebruikte, was weliswaar goed gelukt maar de wrap was toch iets te bruin geworden en slap gebleven. Ik had beter de aardappels kunnen gebruiken. In ieder geval kunnen we de komende dagen vooruit, want het lukt me nog steeds niet om kleine hoeveelheden te koken. Ik denk in grote gezinnen.

Kleinzoon, die ooit ‘stiekem’ werd genoemd door zijn juf, is naar een andere school gegaan en is helemaal opgebloeid. Er is een leerkracht die zich verdiept in de kinderen zelf. Die eerst eens kijkt naar wat er achter bepaald gedrag zit zonder een oordeel te vellen. Ik ben heel blij dat ze tot die actie zijn overgegaan. Een jongetje dat veel meer in evenwicht is, is het resultaat.

Bij het speuren naar foto’s van dat Armeense kostuum kom ik veel foto’s van verkleedpartijen op school tegen. Het is een genot om te zien. Bovendien buitelen de verhalen die er achter schuilen over elkaar heen en stemmen vrolijk. Bij iedere verkleedpartij hoort het verhaal van het project van dat ogenblik. Ik heb heel wat rollen gespeeld. Hoogtepunten waren onder andere de tijden van het straattheater. Vriendinlief en ik vormden een gouden duo. We improviseerden er naar hartelust op los. Een foto trekt extra mijn aandacht. We zouden een bepaalde leermethode luister bij zetten op de een of andere informatiedag en ik moest verkleed als…Hond. Haha. De hele dag liep ik met mijn hondenkop praatjes te maken met allerlei leerkrachten. Het werd een succes, de methode minder geloof ik, en daarna was ik mijn stem kwijt. Het was erg leuk om te doen, maar dergelijke schmink-partijen waren uitzonderingen. Doorgaans was het wat make-up, een pruikje, passende lappen om het lijf en klaar waren we. Van juffrouwen van de retirade tot supporters van FC Utrecht. Ik heb er van genoten en kijk met liefde terug.

Overpeinzingen

En de vrede voelen

Jongste zoonlief belde vanmorgen dat hij morgen een reisje gaat maken naar een ver land. Moederhart moet even slikken en ziet natuurlijk duizend valkuilen in een notendop terwijl ik mezelf streng toespreek. De jongen is een man, oud en wijs genoeg om op zichzelf te passen. Laat het los en wens hem een heel fijn verblijf toe. Hij neemt zijn camera mee, is verzekerd en vindt daar vast de internetwereld waarin hij zich als een vis in het water voelt. Wijs hoofd, warm hart voor ons achterblijvers. Om me op te fleuren wipt de kleine zwarte roodstaart over de patio en pikt hier en daar iets weg. Troostrijke natuur. Lief gaat nog een boompje zagen.

Ik ben dankzij mijn boek in het Turkije van de vorige eeuw met haar eenvoudige leefwijze en soms barbaarse geneeskunst. Het zorgt voor een gevoel van spijt, omdat de zaken die zo een onverkwikkelijke wending nemen, nu anders zouden gaan. De onbereikbaarheid van de dorpen in die tijd zorgde voor vroegtijdige sterfte en veel verdriet. Het is geen wonder dat die mensen het lot maar in Allah’s handen legden. Veel meer dan afwachten hoe het ziek-zijn zou uitpakken, viel er niet te doen.

Het boekje van Tonke Dragt en Annemarie van Haeringen heet ‘Wat niemand weet’ en het verhaalt over de ark waar alle dieren in tweetallen worden ingeladen en twee eigenzinnige eenhoorns die dat weigeren. Uiteindelijk gaan ze voor de ark uitzwemmen, maar worden toch ten leste verzwolgen. Ze besluiten naar de diepste diepten te zwemmen, daar waar het water zouter en kouder is en te veranderen in waterdieren. Ze werden Zee-eenhoorns in de ijszeeën van het noorden. De Vikingen gaven het dier een andere naam: De Narwal. En wie weet, misschien veranderen ze ooit wel weer in land-eenhoorns. Het is een mooi voorbeeld hoe je je door de fantasie kan laten leiden.

In Pécs hebben we trouwens een hele grote snoepwinkel in kunstenaarsbenodigdheden ontdekt. Die gaan we een dezer dagen opzoeken. Daar zijn vast betere ezels te koop dan het wat wankele opklapbare ezeltje dat in de Datsja staat. Nieuwe penselen, staan ook op de lijst, want die liggen nog in Nederland. Keurig netjes opgerold in hun rieten matje, klaar om te reizen. In de hectiek van het inpakken vergeten. Zo gaat dat. Wellicht hebben ze ook de water-vermengbare olieverf, die eerst niet te krijgen was.

Gisteren was het een rustdag met veel lezen en peinzen op de veranda van de Datsja. De lichtval in ons bos zorgt voor een aangename vredige sfeer. Vogels laten zich niet zien, maar vlinders dartelen hier en daar door de bomen heen. Het kleine standbeeld vangt af en toe een glimp zonlicht.

Daar, op de veranda met het turen in mezelf, zwerft de tekst van Stef Bos regelmatig door mijn gedachten. Dat komt door Tijd die zich hier uitspint tot een overdaad. Het feit dat je minutenlang kijkt zonder te zien en droomt met open ogen over heel het leven. Stef zingt zo prachtig. ‘Mijn geluk heeft geen agenda/liever alles op zijn tijd/het ijzer smeden als het heet is/ daarin ben ik nooit geslaagd/ik liet altijd het toeval toe/het toeval zag mij graag/Alles op zijn tijd/Ik wil alles op zijn tijd’.Genieten van zo’n prachtige eerste zin: ‘Mijn geluk heeft geen agenda’. én ‘Het toeval zag mij graag’. Daar kan ik lang op teren.

Het leven nemen zoals het komt. De drukte en de kalmte in balans. Het denken richten op elkaar, op de omgeving en de natuur om ons heen. En de vrede voelen.

Overpeinzingen

Een kalme gang terug

Het is heerlijk buiten. Een zwoel windje en volop zon. Op het terras is het goed te doen. Als ik het paadje langs de vijg afloop, hoor ik een specht. De app zegt dat het de grote bonte is. Ik herken moeiteloos zijn korte schelle roep, het geklotter tegen de stam van de boom. Als mijn ogen speurend langs de stam van de acer omhoog gaan, zie ik hoger een grote roofvogel cirkelen. De vleugels lijken me groter dan die van de buizerd. De slimme specht had het op de Datsja voorzien en was al begonnen met het begin van een holletje. Lief heeft er, letterlijk, een stokje voorgestoken. De zwaluwen vliegen hoog dus met het weer zit het wel snor.

Gisteren reden we rond een uur richting Pécs. Het is een bruisende stad en doet heel mediterraan aan met haar grote pleinen en majestueuze oude kleurrijke gebouwen. Winkeltjes in de kleine straten van de stad kennen geen schreeuwende etalages, maar zijn doorgaans te herkennen aan de uitgestalde waar buiten. Studenten en leerlingen lopen overal in groepen en groepjes met grote rugzakken op, druk delibererend met grote gebaren of gehaast met de telefoon aan hun oor. We zijgen neer op een muurtje aan de zijkant van het grote Széchenyiplein om de sfeer in te ademen en uit te rusten van de wandeling door de kleine straatjes langs het postkantoor. Alle straten lopen in stijgende lijn. De stad ligt in de beschutting van het Mecsekgebergte.

Vlakbij ons zien we de elektrische steps voor algemeen gebruik. Voor mij zou het de oplossing kunnen betekenen bij het klimmen en dalen. We hebben al eens er aan gedacht om elektrische vouwfietsen te kopen die makkelijk mee te nemen zijn. Op onze Truus mogen we geen fietsendragers plaatsen en dan zou dat een uitkomst zijn. De mensen die we op de steps zien, hanteren ze met souplesse en laveren onwaarschijnlijk zoevend en snel door de mensenmenigte heen. Dat vergt de nodige oefening.

Uitgerust wandelen we verder en bezoeken de Sint Sebastian kerk, met ervoor de fontein met de glanzende groen/gouden Zsolnay vissenkoppen die water spuiten. Het is een mooie kerk, een oase van rust in de bruisende stad. In het midden van de linkerbeuk zit een vrouw achter een tafeltje in gebed. Ze heeft de handen devoot tegen elkaar gelegd en prevelt boven haar vingertoppen en met gesloten ogen achter elkaar door ongetwijfeld een gebed. We duiken op de achterste bank om de mooie fresco’s in ons op te kunnen nemen. Af en toe komen er mensen binnen gelopen, dopen hun hand in het wijwaterbakje aan de muur en slaan een kruis om daarna plaats te nemen bij het beeld van Maria of in een van de banken. Als we alles hebben bewonderd staan we op om een kaars aan te steken maar het blijken alleen elektronische kaarsjes te zijn. We gaan er weer uit en zwaaien nog naar de naamgenoot van Lief, die daar star staat te staan met zijn kind op zijn arm.

Op de terugweg naar de auto zien we een schattig houten boekenstalletje. We glijden met onze vingers langs de ruggen van de boeken en pikken er bij de buitenlandse rij een boekje uit van Tonke Dragt en Annemarie van Haeringen, het heet ‘Wat niemand weet’ en verhaalt over de ark van Noah. Toepasselijk in deze tijden. Ik koop het voor 80 eurocent als eerbetoon aan de dit jaar overleden Tonke, en we vragen de vriendelijke, nog jonge, verkoopster of ze ook geïnteresseerd is in het krijgen van Nederlandstalige boeken. Ze knikt bevestigend. Hoera. Zo hebben we een adres voor onze overtollige boeken. Dat is een extra stimulans om de kasten op te schonen.

We lopen door de grote Arkad naar Truus, een overdekt winkelcentrum, en met de enorme drukte daar en de eenheidsworst aan winkels, tot aan een C&A en een Douglas toe, nemen we ons voor om die in het vervolg links te laten liggen. We rijden langs de Tesco voor een paar nachtlampjes en naar de Aldi voor de echte volkoren crackers, om dan weer voldaan op huis aan te gaan. Er zijn veel landbouwwerktuigen op de weg. Het zorgt voor een kalme gang terug.

Overpeinzingen

Wat in het vat zit, verzuurt niet

Eerst een tropenzomer en nu een hele dag regen, bij tijd en wijle in flinke hoeveelheden. De malve ging er van hangen. De Herfstasters veerden op. Onder het watergeweld heeft de notenboom nog een tak in herfsttooi gekleurd. En omdat de enorme acer er tegenover door de droogte verdord is, is het net of de herfst al vervroegd aan het intreden is.

Lief had wat oude cd’s en videobanden van boven gehaald. Omdat ik door het lome sfeertje van binnen blijven en lezen in slaap dreigde te vallen ben ik ze uit gaan zoeken. De oude radio/cdspeler gaf aan welke cd’s nog in tact waren. Een bijzondere keuze, deze verzameling. Heel veel Mexicaans, wat Afrikaans, Zuid-Amerikaans, slavisch en klassiek. Een cd van Tina Turner en een jazzie exemplaar. ‘Laat mij uw muziek zien en ik zal zeggen wie u bent’ dacht ik. Maar ik weet dat de verzameling is aangelegd door vier verschillende mensen. De helft kon direct de prullenbak in door beschadigingen. Overslaande cd’s zijn niet om aan te horen. Ziezo dat ruimt op.

De cursus Hongaars op CD leek compleet. Dat is voor later, als ik klaar ben met Duolingo. Ben je daar ooit klaar mee? Het kost aardig wat moeite omdat het Hongaars bestaat uit woorden die nieuwe woorden vormen als ze aan elkaar geplakt worden, waardoor ze soms ellenlang en onuitspreekbaar lijken. Plaatsbepalingen gaan in de orde van belangrijkheid, er zijn meerdere woorden voor hetzelfde begrip afhankelijk van de formele of informele vorm. Dat maakt het lastig. Ook draaien ze de persoonsvorm om en komt het werkwoord soms helemaal aan het einde van de zin. Ik ga stug door, maar pffff, die hersencelletjes zijn er maar druk mee.

‘Verloren grond’ van Murat Isik is ontroerend. Het is ook zijn taal, de eenvoud van de dingen op dat platteland en de poezie die overal in doorklinkt. De vader van de hoofdpersoon is een verhalenverteller en vertelt verhalen waarin de geschiedenis van het land, de zeden en gewoonten uit de verschillende tijden, doorklinken zoals ook in de roman zelf.

Gisterenavond zochten we een film. Het werd Znachor, een Poolse film. We werden meegevoerd naar het Polen in de 19e eeuw. Kleine dorpen, paard en wagens, rijkdom naast diepe armoede. Een chirurg wordt overvallen, lijdt daarna aan geheugenverlies en trekt rond in de omgeving. Er werd vermeld dat het een fantastische aangrijpende en originele film zou zijn. De beelden zijn prachtig, maar wij vonden het verhaal behoorlijk sentimenteel. De opnamen in het oude ziekenhuis deden ons allebei denken aan het oude AZL in de beginjaren ‘70. Ze riep al met al even een verlangen op naar de rust die die tijd uitstraalde daar op dat platte land met de eenvoudige kroeg. Geen telefoontjes, geen gemotoriseerd verkeer op een enkele auto na, geen televisie of andere media. Een chirurg die een geslaagde trepanatie ter plekke kon uitvoeren en een een einde waarbij alles op de pootjes terecht kwam.

In de middag besloten we ons voornemen uit te voeren om naar Pecs te gaan. Tijd om dit verhaal af te maken was er niet. Dat doe ik nu, in de ochtend. Over ons bezoek aan die heerlijke stad schrijf ik vandaag. Wat in het vat zit, verzuurt niet

Overpeinzingen

Nooit te oud om te leren

Eindelijk verlossende regen. Hoe blij kan je zijn met een flinke onweersbui. Alles veert op. Gisteren hadden we al geconstateerd dat de paarse dovenetel een plant is die heel goed tegen droogte kan. Tussen de wilde cichorei legt ze matjes neer van groen en trekt zich niets aan van het dorre gras. Belonen die wilskracht.

De vijgen zijn gewassen, gekookt met suiker, citroen en kaneel en met de staafmixer tot een rijke jam gemixt. De papierpulp begint al fijn te worden. Vannacht heeft ze weer in de week gestaan en ik ben benieuwd of het de juiste consistentie heeft.

Met de regen vliegen de vogels weer af en aan. Rond de twee berken is een vlucht spreeuwen neergestreken. Ze zijn druk aan het pikken, vliegen op, strijken neer, een vreugdedans van plezier. Eindelijk genoeg te eten aan insecten en ander grut. In korte tijd registreert de app achter elkaar spreeuw, huismus, pimpelmees, roodborst en vink, twee grote bonte spechten achter de berken. Fijn al die bedrijvigheid op het erf. Het is een prachtig schouwspel. Bomen worden druk bezocht. Ik probeer ze te vangen met mijn kleinbeeldcamera vanaf het terras.

Ineens realiseer ik me, dat ik met mijn leesoog(+2)door de camera kijk en weet niet of het van invloed is op mijn zicht. Ze vergroot weliswaar, ik zie het redelijk wel, maar zie ik net zo goed als een gewoon oog? Checken kan ik het niet want op deze Ipad kunnen geen foto’s worden ingeladen en mijn laptop ligt in Nieuwegein. Het is wel een leuk experiment. We zullen zien hoe de foto’s uitpakken.

Gisteren heb ik de wilde marjolein onder handen genomen. Ze was flink doorgeschoten net als de rest van het kruidentuintje en er groeide een opdringerige akkerwinde doorheen. Zoals de vogels hun veren schudden, zo schudt het groen de bladeren. Wat een weldaad, wat een luxe. De regen deert geen van beide. Onverstoorbaar hippen de spreeuwen voort.

‘Verloren grond’ van Murat Isik ligt in de aanslag. Dat wordt het tweede boek. Lief is ‘De smeekbede’ aan het lezen van Lianne Damen. Het thema is de slavernij in Suriname. Wat het extra inspirerend maakt is dat het zich ook voor een deel in Utrecht en Vianen afspeelt, waar ook onze voetsporen liggen. Toen ik voor de Historische kring verhaaltjes schreef, onder andere over het rampjaar 1672, kwam Vianen aan bod. We zijn er met z’n tweeën naar toe gefietst en hebben op de plek van waaruit Vreeswijk beschoten werd, gestaan. Op zo’n moment maakt de geschiedenis een inhaalslag in de geest. Dan zie je de beelden voor je van de verwoesting. Het boek van Lief is straks aan de beurt na ‘Verloren Grond’, heerlijk om de rust en alle tijd te hebben voor dit soort lange reizen.

Lief vraagt of ik Zuurzak ken. Ik denk onmiddellijk aan een soort hangop of Jan in de Zak. Twee totaal verschillende gerechten. Hangop is uitgelekte karnemelk of yoghurt en Jan in de Zak is ingewikkelder. Met bloem, gist, rozijnen en eventueel spekblokjes en gember. Het deeg gaat in een doek of zak en wordt langzaam in bouillon anderhalf uur gegaard en dan te drogen gelegd in een warme ruimte. Nee, Zuurzak blijkt een tropische vrucht te zijn. Guayabana is de andere benaming ervoor. Het is een wonderlijke vrucht om te zien. Van de bladeren kan je thee trekken en de vrucht wordt gebruikt in smoothies en zuurzak-ijs. Nooit eerder gehoord, achteraf wel eens gezien, maar ook niet geproefd. We zijn nooit te oud om te leren.

Overpeinzingen

Eerst zien en dan geloven

‘Beschrijf je ideale week’ vraagt WordPress. Deze week dan toch, waarin ik het boek ‘Al het Blauw van de Hemel’ van Melissa Da Costa heb uitgelezen, een dikke pil van 639 bladzijden. Het is een prachtige week geworden en niet in de laatste plaats door het meereizen met de hoofdpersonen die in hun camper door de Pyreneeën trekken onder zeer bijzondere omstandigheden. Het boek is ademloos uitgelezen en laat vooralsnog een gevoel van spijt achter. Wat jammer dat het al uit is. Wat een mooie nieuwe beelden zijn bijgeschreven in mijn hoofd. Wat zou ik graag nu en hier op een ongerepte plek zitten hoog in de bergen om de macht en de voedende kracht van de natuur te voelen.

De Hoff, ons paradijs, minstens zo’n mooie plek, heeft dat ook in zich. Maar het trekken is iets wat kriebels teweeg brengt. Na het lezen van ‘Het Zoutpad’ had ik zo’n zelfde ervaring. Bij dit boek echter biggelden de tranen me over de wangen bij de laatste bladzijden. Dat overkomt me niet vaak. Zo van mijn sokken te zijn en zo mijn best te moeten doen om weer terug te komen in het hier en nu.

Gisteren zijn we na het eten een stukje over het land gewandeld. Onder onze voeten knisperden de droge bladeren, waar de grond mee bezaaid is na twee maanden droogte. Lief laat vol trots zien dat het buitenlampje bij de Datsja weer kan branden. We gaan mijn klein atelier binnen en ik zie al mijn lievelingen weer. Het stemt me blij en brengt nieuwe energie. De twee witte studiedoeken die we die middag bij de super hebben meegenomen, zet ik tegen de muur. Ze moeten nog even wachten tot de hitte voorbij is. Tot die tijd teken ik mijn tekendagboek vol. Nog maar een paar bladzijden en dan kan ik aan de nieuwe beginnen.

Bij diezelfde super hebben we de Basmati rijst gehaald en de aardappels die onderin de rijst komen. Er zijn vijgen voor in de khoresh, maar ik ben de passata vergeten. Een dag uitstellen dus.

Een lieve blogvriendin schreef in haar blog over het begin van dit nieuwe schooljaar, het verschil in de gedragingen van jongens en van meisjes, in de voeding daarvan door hun omgeving, media, en gewoonten en de hormonen die ook een rol spelen. Veelal is één woord genoeg om het kind in een rol te dwingen. Zoals bij kleinzoon het woord stiekem werd gebruikt door de juf op school.

Mijn eerste weken bestonden voornamelijk uit observatie van de nieuwe groep. Hoe reageren de kinderen, hoe liggen de verhoudingen en waarom, wat steekt erachter. Ze zijn overduidelijk in een gewenperiode. Gaandeweg durven ze meer van zichzelf te laten zien. Reflectiekringen zijn belangrijk en duiden veel, evenals drama, filosofie en spel. De kunst is om steeds meer een eenheid te scheppen. De ervaring speelt mee. Gaandeweg mijn schoolloopbaan werd dat boeiender en makkelijker.

Teugels laten vieren, ruimte geven aan hun persoonlijkheid, de kracht benoemen en niet, zoals zo vaak gebeurt, vermeend ongewenst gedrag.
De stagiaires vonden het het lastigst maar boeiend om te zien hoe gedrag te keren valt. Een bang, agressief kind dat zich stoer opstelt uitpellen tot de kern. Een timide kind uit haar wattendoosje halen en zien opbloeien tot een kind dat zichzelf durft te laten zien en zijn. Iemand voor straf buiten de groep zetten, bestond niet. In die zin was het voor mij een vervullend bestaan vol nieuwe inzichten en ervaringen door de interacties met de kinderen en mijn lieve collega’s.

Ik ben naar binnen gegaan en werk nu onder de koele klima. Straks is het de beurt aan de papierpulp en de vijgen. Lief is het bos begaanbaar aan het maken voordat de beloofde regenbuien van morgen losbarsten. Eerst zien en dan geloven.