Overpeinzingen

Zo prikkelt de een de ander

Ineens moest ik denken aan de groentekar van Duikkie die vroeger iedere woensdag bij ons aan huis kwam. En dat na twee wonderlijke dromen, een over Wilders, die spullen verhuist uit het raam van onze slaapkamer in de Amandelstraat via een transportband naar een vrachtwagentje en de waarschuwing dat wij drieën er niet mee mee mochten, terwijl we wel al klaar stonden. Mijn zus had mijn zwarte leren maxi-jas aan en ik haar witte leren maxi-jas. De derde persoon is vaag. De enkel moet wel veel pijn gedaan hebben als je over Wilders droomt.

Daarna een droom over een Oosters land, bijvoorbeeld Thailand. Met een heel kleurrijk geheel van huizen en tempels, grotten en torentjes en veel mensen. Ze blijven allebei beklijven als ik na iedere droom even wakker word. Ik schreef ze niet direct op, zoals vroeger in mijn dromenschrift maar nu pas, dat wat ik me ervan herinner.

De enkel is inderdaad weer wat pijnlijker dan gisterenavond. Maar dat komt door het minder bewegen. De slaap is evenwel verkwikkend.

Stiefbeen en zoon

Duikkie dus, die per kist leverde aan mijn moeder met haar elf kinderen. Altijd monden te voeden. Hij was het prototype van Stiefbeen, google maar op Stiefbeen en zoon, een beetje verfomfaaid, niet helemaal proper en met hele smoezelige kleren aan. Hij droeg handschoenen zonder vingers, om de kisten makkelijker te kunnen vatten en sjoemelde er altijd nog wat extra’s bij, door hoog op te geven van zijn, met regelmaat, voze waar. Zijn gelaat hing groezelig in de vele rimpels.

Hij glijdt weer weg uit mijn geheugen. Wat een andere tijden waren dat toch. Om te bedenken dat mijn moeder op oudere leeftijd misschien ook iets dergelijks gedacht moet hebben over haar ‘moderne’ tijd in de jaren ‘80. Hoe was dat vroeger. Jong zijn in de jaren ‘20 en ‘30. Ze heeft schortjes aan en een mooie strik in het haar, het staartje aan de zijkant, een lief gezichtje, de twee broertjes iets meer snottebel en niet helemaal schoon. Maar die hadden alle twee een beperking. Oma kijkt zorgelijk, opa lacht.

Tijd verschuift of loopt het paralel, zoals Lieke Marsman graag zou willen geloven, die andere planeet, waar ze haar kunnen redden. Het is een fascinerend boek omdat haar gedachten herkenbaar van hot naar haar schieten, van de Griekse oudheid tot aan het hutje op de Veluwe, net als haar gevoel. Het verhaal van Ifigeneia in Aulis vertelt ze en tegelijkertijd weet ik dat daar een hiaat zit. Ik heb nooit het geduld gehad om die verhalen te lezen. Het zou een prachtige inspiratiebron kunnen zijn. Misschien toch eens proberen en dan wellicht beginnen met een boek van Imme Drost en haar klassieke verhalen.

Mijn slaap verschuift trouwens ook. Niet zelden word ik rond drie uur wakker en begin te malen, waarna ik maar een lesje Hongaars doe, er twee uur mee bezig ben en dan weer in slaap val. Vandaar die twee beklijfde dromen.

Het dagje van de zussen was goed geslaagd als ik de fotocompilatie van zuslief bekijk. Met al die mooie beelden ben je er toch steeds een beetje bij. Wel fijn dat ik ze nog even heb kunnen knuffelen.

Lief appte en we tellen de dagen. Ik heb hem beloofd dat ik een boek met Griekse Mythen van Imme Drost mee zal nemen, dan kunnen we elkaar voorlezen op de lange avonden in Nagypeterd. Bij hem is het weggezakt en ik ben er erg benieuwd naar door het boek van Lieke Marsman. Zo prikkelt de een de ander.

Overpeinzingen

Knoop in mijn zakdoek

Ondanks alles toch goed geslapen. ‘s Nachts au-stap-o ja-stap, hink-stap-hink-stap, naar het toilet. In de ochtend een grondige inspectie van de enkel die me prachtig blauw tegemoet schittert. Dat zat er wel in. De remedie blijkt vooral been hoog, ijzen en in beweging blijven. Met dit tempo is het niet te doen om achter de zussen aan te hobbelen. Ik appte ze dat ik thuis zou blijven. Het zou voelen als een blok aan het been. ‘Dan komen we aan het begin van de wandeling bij jou op de koffie met iets lekkers.’ Toch even samen.

Zo geschiedde, want als Mohammed niet naar de berg komt, dan komt de berg naar Mohammed, luidt een heel oud spreekwoord. En ineens zijn er zeeën van tijd. Een hele dag is behoorlijk veel bij deze overvolle agenda. Morgenochtend zit de tuin er ook niet in, maar in de middag wil ik toch proberen tante Pollewop van en naar turnen te brengen. Wel alles met Agaath ondanks dat het op loopafstand is.

Van de fysio van mijn lieve schoondochter kreeg ik draaioefeningen met de enkel mee, om het gewricht vooral niet stijf te laten worden. Hoe vaker draaien hoe soepeler en een brace ter ondersteuning, maar ook weer rustig aan. Verder blijf ik masseren met een emulg-gel om gewrichtspijnen te verzachten.

Lente op balkon

De deuren van het balkon staan wagenwijd open, de zon schijnt uitbundig. Vol bewondering bestudeer ik de bij die al heel lang in de lucht hangt, dan weer wegvliegt, en terugkomt. Zijn vleugels glinsteren in het zonlicht, zijn lijfje wollig van de stuifmeel, met wassende pootjes laat hij zich wiegen op de luchtstroom. Hij keert steeds terug naar het beginpunt. Prachtig.

In de middag zie ik In Het Uur van de Wolf de hommage aan de Golden Earring in Ahoy. Duizend muzikanten en zangers die de nummers spelen die de band zo beroemd hebben gemaakt. Het heerlijke van Golden Earring is dat iedereen helemaal uit zijn dak kan gaan. Het hoeft niet omfloerst en sereen, maar juist rauw en vol passie. Met onze band zongen we twee nummers. Twilight zone en Radar Love. Altijd een groot succes. Op deze klanken kan je niet stil blijven staan. Een zee van dansende en hossende mensen.

Daarna doe ik een ontdekking. Een geweldige boekenrubriek van de VPRO, die ik niet kende. Het heet ‘In een boek kan het wel’ dat nu gepresenteerd wordt door Karin Amatmoekrim en inderdaad komt de magie van leeservaringen letterlijk tot leven door beeld, geluid en liefde voor de schrijfster. Het is een heerlijk programma en dát is het cadeautje voor vandaag. Na alle pech weer een geluk bij een ongeluk. Zijn afsluiting voor deze aflevering: ‘Het leven staat aan jouw kant.’ Besproken werd het boek: Their eyes were watching God’ uit 1937 door Zora Neale Hurston, dat beschouwd wordt als een classic uit de Harlem-renaissance.

Morgen gaat de laatste was erin. Dan is het tijd voor de koffers en misschien is alles geslonken wat slinken moest. Voorlopig hou ik me koest en lummel wat op de bank of loop een rondje om de zuil in de kamer. Twee boeken naast me en wat filmpjes die de moeite waard zijn, terwijl in het hoofd de lijstjes groeien van niet te vergeten zaken. Vooral de beloofde pindakaas en hagelslag voor vriendlief niet die in Verweggistan woont. Knoop in mijn zakdoek.

Overpeinzingen

Wat een onzalige gebeurtenis

Die woestijnregen had Agaath een gelig/grijs jasje gegeven, hier en daar nog wat meeuwenflatsen, kortom niet gekleed in chique Agaathzwart, zal ik maar zeggen. Al dagen was ik aan het loeren naar de rijen voor de wasstraten, maar die slonken voor geen meter. Dan maar uitstellen, was het idee. Maar maandagochtend vroeg om tien uur dat moest toch kunnen. Niet als de benzinepomp een actie had lopen op extreme wash, iedereen stond in de rij voor zeker een kwartier, dus appte ik dochter eerst half twaalf, of nee, toch maar twaalf uur. ‘Beter’ appte ze terug. Ineens bedacht ik dat ik de vuilniszakken was vergeten, dus snel naar de super om dat aan te schaffen en voort, naar de tuin waar dochter al stond te wachten met haar middelste zoon.

Aan de wandel naar achteren en daar meteen begonnen met het maken van de staken. Met drieën beter te doen, dat was zeker waar. Op het laatst, vlak voor we moesten opbreken, vlochten we nog een hekje en in deze actie presteerde ik het om te struikelen over een staak.Dat wil zeggen mijn hak van mijn kloffie bleef haken achter een van die staken. Het rijmt wel maar qua gevoel niet. Aiii. Dochterlief kwam aangesneld op de roep van haar zoon. Stijf van de schrik. Uiteraard, daar lag ik. De beer geveld, of zoiets. Op het hoofd, knie, pols en enkel, en vooral die laatste presteerde het om uit te groeien tot een pijnlijke, stijf wordende, aangelegenheid. Alle alarmbellen gingen af. Autorijden, tochtje naar Verweggistan, uitje met de zussen, alle afspraken voor de rest van de week tot zaterdag. Maar de eerste was natuurlijk het meest heftig.

We hadden met zoonlief en schone dochter afgesproken op locatie om de verjaardag van kleine Njong in te luiden. Hij werd twee vandaag. Dat werd op de tanden bijten. Van huis uit heb ik het idee, dat je door de pijn heen moet. Zoiets als zachtende heelmeesters maken stinkende wonden. Of dat waar is waag ik te betwijfelen, maar ik wil het zo graag. Anders ben ik zaterdag misschien wel niet in staat om naar mijn Lief af te reizen.

Rare gewaarwording om met je zelf en met de kleinzoon bezig te zijn. Zo graag op mijn eigen bankje, maar toch, dit is even belangrijk. Volhouden en dan inzakken.

Hoe pijn beïnvloedt. Om over te peinzen. Na het taart-ritueel ga ik naar huis, zoonlief belt broer dat hij me op moet vangen. Iets wat ik bezwaarlijk vind, maar hij is er als ik aankom en sjouw mijn tuinplunje mee naar boven. Als ik afwikkel blijkt het minder pijn te doen. Meer bewegen?

In mijn vertrouwde omgeving op de bank was het niet beter, wat betekent dat voor het pootje. Zuslief zegt, dat als het niet gaat, ik niet mee moet gaan, morgen. Maar het was het laatste uitje met elkaar voor ik naar Verweggistan zou gaan. Als het niet zou gaan schrijnt het, maar moet ik kiezen voor wat het is. Gaat het morgenochtend niet dan voelt het alsof dat dagje door de neus geboord wordt

Wat een onzalige gebeurtenis.

Overpeinzingen

We houden contact

De nacht met het Hongaars, de dromen die er voor zorgden dat ik over tienen wakker werd, het beeldbellen met Lief en de komst van een van de oudleerlingen van onze school Een appje. Hoera haar zus komt ook mee. Die zat bij mij in de groep. Een tweeling dus en zoals altijd onafscheidelijk.

Na de verjaardag van tante Pollewop even bijkomen en alles de revue laten passeren. Een heerlijke verjaardag met wat afbelletjes wegens ziekte, volle agenda en alles verspreid zorgde ervoor dat we met niet meer dan acht mensen om de tafel zaten. De kinderen er huppelend tussendoor.Cadeautjes zijn altijd welkom, maar wat zou ze denken van mijn getufte ‘regenboogje’ van een maand geleden. Ze scheurde zo snel als kon het papier open en bij het zien van het schilderij riep ze verheugd:”Mijn tekening!’ Ze glimlachte van oor tot oor en hield hem tegen haar wangetje. ‘Wat is ie lekker zacht.’ Een groot succes dus. Heel bijzonder dat ze én de tekening had onthouden die ze drie jaar geleden had gemaakt én mijn versie herkende.

We hadden aan die tafel heerlijke gesprekken over wat iedereen zoal bezig hield. Van een van dochters vriendinnen was haar man cameraman en hij zou een maand op pad gaan naar Myanmar voor een serie. Boeiend. Als vrouw ben je dan een soort onbestorven weduwe, maar ze had genoeg hulptroepen in de aanslag. Fijn om te horen.

Er was taart en er waren lekkere hapjes, veel vriendinnen voor tante zelf en genoeg vrienden voor broerlief, die helaas ongelukkig terecht kwam en een flinke bult op zijn achterhoofd opliep. Stoeien met elkaar geeft dit soort ongemakkelijkheden. Het hoort erbij. Mijn moeder zei altijd: ‘Ze worden vanzelf groot.’ Wat we vroeger niet allemaal voor gevaar liepen. Alles lag open en bloot. Sloten, stopcontacten, vuur, eilanden, wegen. Geen zebra’s en overal bouwplaatsen en sloopterreinen. Heerlijk om er te spelen en spannend ook. Met putten en kuilen en heuveltjes en muren waar tegenaan gebutst kon worden of, erger nog, ingevallen.

De foto’s van vroeger zijn gemaakt door de vader van de tweeling

Om half vijf was voor mij de koek op. Morgen weer een dag. Net op tijd wakker en gepikt en gesteven om per telefoon Lief te ontvangen, die gisteren vriendlief op bezoek had. Ze gingen door de regen maar boodschappen doen in plaats van klussen aan de Datsja. Vriend heeft een auto, dus er is weer behoorlijke voorraad. Het resulteerde wel in een belletje aan mij. Hij vroeg of ik alsjeblieft vijf potten pindakaas en vijf pakken pure hagelslag mee kon nemen. Haha, dat wil ik wel. Er zijn altijd dingen die je mist.

Daarna belde de tweeling aan. Twee mooie meiden van 23 jaar, die beiden de kunstacademie in Rotterdam deden en goed bezig waren met betrekking tot de samenleving. Hoe krijg je een maatschappij zover dat het een soort leefgemeenschap wordt als een goede jenaplanschool, met betrokkenheid van iedereen en grote saamhorigheid. Iedereen heeft kwaliteiten waar een ander van zou kunnen leren. Daarvan gebruik leren maken is prachtig. De rijkdom ligt binnen handbereik. Niets is beter of slechter. Geef mensen de ruimte om hun kennis en kunde te etaleren en maak een verbinding met de natuur, waar we als mens onderdeel van zijn. Eigenlijk net als een soort studentenhuis, fantaseerde ik, of een jenaplanschool inderdaad. Samen sterk staan en vertrouwen houden in elkaar. Ze hadden en paar leuke foto’s van mijn juffenrol en de ervaring dat alles wat we er ingestopt hebben, ook daadwerkelijk er toe heeft gedaan in hun leven, is voor mij van onschatbare waarde, want het geeft mede zin aan mijn bestaan. Wat fijn dat ik dat op deze manier mag aanschouwen. Dank lieverds, we houden contact.

Overpeinzingen

Juist de ongrijpbaarheid ervan

Lieke Marsman schrijft zo, dat je na elke uitspraak, gedachte of overpeinzing zelf eveneens aan het denken wordt gezet. Op die manier is het dunste boekje, dat ik in lang gelezen heb, tevens een oneindig dik boek, dat niet uitgesponnen raakt in mijn hoofd. Als gedachten dan zorgen dat ik afdwaal tijdens het lezen, blader ik terug en lees en herlees nog eens de zinnen woord voor woord. Een boek van waarde, over wandelen met de dood. ‘Alles wat ik tot nu toe heb gedaan, heb geleerd, alles wat me overkomen is ontoereikend,’schrijft ze. Het woord valt uiteen in lettergrepen on-toe-rei-kend, waardoor de impact nog groter wordt. Ik zal vanaf het begin opnieuw gaan lezen, nog zorgvuldiger en nog trager de zinnen en de woorden, de lettergrepen en letters trachten te voelen, te doorgronden en dat waar naar ze streeft. Doodgaan met hoop.

Dit was vanmorgen omdat het boek ‘De Nomade’ beneden lag en Lieke Marsman haar boek: ‘Op een andere planeet kunnen ze me redden’ onder handbereik naast me op het lege kussen.

Ondertussen gaat het familieleven onverdroten door. Gisteren was de verjaardag in petit comité van de oudste kleinzoon een heerlijk samenzijn. Twee goede vrienden, de broertjes en enkel ons hele gezin met aanhang op een zoon na. Er was soep, er waren heerlijk broodjes uit de zuurdesembakkerij die in de metaal kathedraal zit en daarna taart. Natuurlijk, een feestje zonder taarten is ondenkbaar. Appel, confetti en aardbeienbavarois werden gretig afgenomen. Mijn lieve schoonzoon sneed ze aan met zijn bekende Franse slag, het best te omschrijven als gul en groot.

Het was een aangenaam kouten en na alle heerlijkheden verdwenen de jongens naar beneden. Dochterlief en co gingen, zoonlief en co kwamen en de warmte en de sfeer aan tafel bleef. Tegen half negen was bij mij de koek op. Tijd om te verkassen. Dag lieverds. En vandaag? Weer een feestje. Tante Pollewop wordt zes. Nu kan ik eindelijk mijn getufte schilderij van haar Ipad-tekening aan haar geven. Ben zo benieuwd hoe ze het zal vinden. Het wordt vast druk, want het feest is de hele dag en er zijn veel vrienden en vriendinnen voor haar van vrienden en vriendinnen van dochterlief en schone zoon, tel daar de hele familie van beide kanten bij op en het is een vol huis.

Lief wenst me zoals elke morgen al het goede toe: ‘Jo reggelt Kedvesem’ en stuurt een foto van een ruim in bloei staande Hof met het bericht mee. Als ik goed kijk zie ik twee merels vlak bij elkaar zitten. Mooi symbool voor deze lentekriebels. Nog maar zeven dagen.

Als ik het relaas van Lieke Marsman verder lees, dan heeft ze zojuist het gevecht met haar behandelend arts, die voortdurende bezwaren opperde, beëindigd, dit tot haar grote opluchting. De woorden van Jevtoesjenko indachtig:

Het is eentonig—altijd juist te handelen./Het is saai je expres te misdragen./Maar het is geweldig niet te weten wat je nu eens zal doen.’

Want als ze de arts-patient relatie stopt schrijft ze: ‘Ik heb geen idee of het gras elders groener is, maar het is geweldig niet te weten wat je nu eens zal doen.’

Het leven duikelt alle kanten op. Ik bewonder haar moed om het lijden aan te gaan. Voortdurend zijn er flitsen van het eigen handelen in zo’n situatie, maar dat weet je pas als het er is, want het is onvoorstelbaar en daarom dapper om het te benoemen in dit boek. Juist de ongrijpbaarheid ervan.

Overpeinzingen

De eenvoud van het leven

‘Een mens die zich bekeken weet, raakt gevangen door de blik van een ander en reageert daarop.’

‘Een land van verschuivende grenzen.’

‘Iedereen houdt de grenzen van zijn eigen gezichtsveld voor de grenzen van de wereld (ws Schopenhauer).’

Drie citaten uit het boek ‘Nomade’ van Anya Niewierra, een boek dat een logisch vervolg lijkt om te lezen na haar prachtige eerste spannende verhaal. Ook nu weer over een onderwerp waar je niet zo gauw aan zou denken. Belarus, in dat deel van de wereld waar de grenzen inderdaad nog al eens verschoven zijn. Lezen zonder drijfveer voelt bijna als luxe. Werelden betreden die komen binnenvallen op elk willekeurig deel van de dag, omdat er tijd is en omdat het kan. In het eerste hoofdstuk zit je al tot over je oren in het verhaal. De rest wordt dan een cadeau, dat je zo snel mogelijk uit wilt pakken.

Vanmorgen had ik nog de opvatting om naar de tuin te gaan, maar toen ik vanmorgen de ogen open deed, zag ik vooral veel grijs. De wereld was in een dikke laag mist gehuld. Dit was voldoende om mijn ideeën radicaal om te zetten. Een lummeldag tot het tijd was om naar de verjaardag van onze eerste zestienjarige kleinzoon te gaan. Geen kinderverjaardag meer voor een hele dag, maar een feest op een volwassen tijdstip vanaf vijf uur. Soep en broodjes ingecalculeerd.

Het bovenste citaat kwam van de vader van de hoofdpersoon uit het boek, die een hele goeie amateurfotograaf was, maar toch niet wilde exposeren. Op de vraag van zijn dochter waarom niet, gaf hij dat als antwoord. Als mensen gaan oordelen over je werk dan gaat al het spontane eraf, bedoelde hij te zeggen. Met schrijven vind ik het fijn als mensen laten weten dat ze er iets aan gehad hebben, een woord, een zin, een passage, een voorbeeld, noem het maar, toch is schrijven voor mij iets wat onbevangen plaats vindt en wel in eigen tijd en eigen uur. Doorgaans in de vroege ochtend, maar soms ook midden op de dag of in de avond. Met schilderen heb ik veel meer last van het oordeel van anderen. Vooral in het begin had ik de neiging om aanpassingen te doen omdat men iets niet mooi vond. Van lieverlee heb ik me aangeleerd om te denken ‘Het doet mij wat, als ik het zo op het doek zet. Het voelt goed zoals het is.’ Maar mijn twijfel heeft heel lang geduurd.

Dat laatste citaat van Schopenhauer is er eentje om langer over na te mijmeren. Natuurlijk denk en handel je vanuit je eigen zijn, je eigen waarden en normen en gelukkig maar, want anders zouden er nog veel meer van die autocraten rondlopen. Er zijn er mijns inziens al genoeg. Er ging een filmpje rond van Tom Waes die in Nederland bij een bejaard echtpaar aanbelde en die aan de man vroeg wat van waarde was in het leven. ‘Tevredenheid,’ antwoordde de man. En samen met zijn vrouw waarmee hij 62 jaar getrouwd was, kwam op de vraag wat het geheim achter dit harmonieuze samenzijn schuilde, het antwoord van zijn vrouw: ‘Liefde’.

Die twee antwoorden ontlokten mij nog een derde begrip. ‘Eenvoud’, want dat straalden beiden uit.

Een zo’n klein moment en we kunnen er weer even tegen. Het laat de mooie kanten van het leven zien. Liefde, een koolmees in een boom, een bloeiende perelaar, twaalf dikke dollie’s (duif) in de boom voor het huis(gisteren), de bloeiende scillae in de Hof, een vlucht aalscholvers in formatie, een scherfje uit het verleden. De kleine dingen, de eenvoud van het leven.

Overpeinzingen

Aan boeken geen gebrek

Na die drukke dag met twee leesclubs achter elkaar heb ik de hele wijk afgezocht voor Agaath naar een plek om de nacht door te halen. Er zijn teveel busjes op de grote parkeerplaats en achter de flat staat het al snel vol want dat zijn relatief weinig plaatsen. De wijk er tegenover meer dan vol, met chaotisch geparkeerde exemplaren, maar bij de drie scholen aan de overkant bleken er voldoende plaatsen die leeg stonden. Hoera. Weliswaar niet in het zicht maar vooral veel ruimte. Om te onthouden. Weliswaar pas over twaalven thuis. Nachtbraker pur sang,

De avond was heerlijk. Interessante onderwerpen. Op de eerste plaats het boek ‘Ik ben een eiland’, een debuut van Tamsin Calidas. Twee van ons hadden hier en daar moeite met de breedsprakigheid en de lijdzaamheid van de hoofdpersoon. De vier anderen waren er zeer door geroerd. Af en toe dacht ik, grijp in, schreeuw, maak gewag van het onrecht en meer van dat soort opstandigheid in de geest.

Een van de onderwerpen, die eruit voortkwam, was de vraag in hoeverre je je zou moeten aanpassen aan de gebruiken, de gewoonten, de ongeschreven regels en de riten van de gemeenschap waar je naar toe verhuist. Dat ging zover tot het stilzwijgen bij opgelegde wetten, bijvoorbeeld in landen als Iran en Afghanistan maar daar, omdat er sprake is van onderdrukking van de vrouw in het bijzonder, is er heel veel stil verzet, eenvoudigweg omdat je anders vast komt te zitten. De actie van de vrouwen om de hoofddoek af te doen was dan ook zo intens dapper. Dit alles was in verband met de vrouw op het eiland die vooral van de stugge kerels uit de gemeenschap, die zich allerlei vrijheden aanmatigden, behoorlijk wat hinder ondervond, vooral als ze uitgesproken mannentaken uitoefende toen haar echtgenoot haar verlaten had.

Er was aandacht voor het verhuizen naar zo’n gesloten gemeenschap en daarna ook voor het thema: ‘Wat als je alleen achterblijft als je in de middle of nowhere woont’. Dood werd een item. ‘Maak het bespreekbaar. Het is een normaal onderwerp.’ Ook als je jonger bent dan ik (ik ben de oudste). Dat vond een van ons, die zelf onder andere van stervensbegeleiding in de ruimste zin van het woord haar beroep heeft gemaakt. Zo diep kan het gaan, die gesprekken van ons en dat maakt deze groep zo bijzonder. Het nieuwe boek dat we gaan lezen is: ‘Op een andere planeet kunnen ze me redden’ van Lieke Marsman.

Na mijn zoektocht in de nacht was het gebruikelijkerwijs later deze ochtend. Als eerste waren de apotheek en de dokter aan de beurt. Ik heb een soort wratje ontdekt, waar het niet hoort te zitten en ik wil er naar laten kijken voordat ik naar Verweggistan vertrek. De agenda van de huisartsen zaten voller dan de mijne. Precies om half vier op de vrijdag voor het vertrek kan ik terecht. Nou ja, in ieder geval krijg ik dan hopelijk goede raad. Bij de apotheker was er iemand die me kon helpen door vooral praktische oplossingen aan te reiken, bijvoorbeeld voor de Ascal die niet in de oude vorm te krijgen was, maar wel wist ze een tabletje met nagenoeg dezelfde eigenschappen. Top.

Daarna was de tuin aan de beurt. Een tikje ontmoedigend, die lange takken van drie wilgen, na de vier van vorige week. Verstand op nul en gaan, staken maken, wél met gelukkig de trillers van de koolmees en de roodborst als begeleiding. Thuis wachtte de nieuwe biografie, die van Greet Hofman. Altijd leuk om het mysterieuze kantje van deze intrigerende vrouw te leren kennen en dan tegelijk een vonkje Juliana mee te pikken. Alles gevat in zo’n 600 bladzijden. Aan boeken geen gebrek.

Overpeinzingen

Het gaat als altijd vast weer lukken

Nog even de laatste puntjes op de -i- en dan kan het boek worden dichtgeslagen. Dat was de biografie van Huygens en vervolgens het allerlaatste stuk van ‘Ik ben een eiland’, Twee totaal verschillende werelden. De eeuw der verlichting, die prachtige 17e eeuw, niet in alle opzichten, maar waar het verwondering, ontdekkingen, uitvindingen betreft kon het allemaal niet op. Wat een fantastische ontwikkelingen allemaal. Zo rijk, zo belangrijk voor alle verdere ontdekkingen.

In het andere boek zit op het eiland een vrouw temidden van de woeste natuur alleen met haar honden en moet tegengas geven tegen de stugge bevolking van het eiland en haar schapenkudde onderhouden, met aanpassingen die over het algemeen niet binnen de lijntjes kleuren. Alles komt op haar bord neer en het is meer dan doorbikkeln, vooral als ze dan vast van plan is om voor een deel op te gaan in dat wat de natuur te bieden heeft: De woeste omarmende zee, de buizerds, de herten, de zeehonden en de getijden, winter en warmte trotserend, maar ook eenzaamheid en leed.

Rond drie uur stond Agaath op haar parkeerplek en de gevel van het huis van onze gastvrouw in de steigers, met een glanzend rode deur, waarvoor een briefje lag met ‘Pas geverfd’, dat op z’n plek werd gehouden door twee flinke stappers. Jas bij elkaar grissen en omzichtig naar binnen.

Iedereen was er op tijd en met thee, koekjes en chocolade eitjes konden we van start. Huygens was met mijn Alpha achtergrond geen makkelijke kost, ook qua geschiedenis hadden we maar beperkte informatie verkregen vroeger. Er bleek daadwerkelijk verschil te zijn tussen de calvinisten onder ons en de katholieken, maar natuurlijk ook met milieu en achtergronden. Bovendien had ik mijn vraagbaak ernstig gemist, want met Lief hebben we om dat soort wetenswaardigheden de mooiste en meest boeiende gesprekken.

Er viel veel te luisteren en er waren veel uitwisselingen. Zo werden er veel dingen verduidelijkt, vonden we af en toe de uitwijdingen wat veel, waren de vertalingen niet altijd even goed en sommige opmerkingen die duidelijk niet aan de orde waren, of was er zomaar ineens een passage, die eigenlijk helemaal niet in de context paste.

Kritische lezers, beter onderlegd dan ik, in bijvoorbeeld natuur en wiskunde, Nederlands, kunstgeschiedenis en meetkunde, verduidelijkten mijn verbleekte kennis. Het was amusant en boeiend tussen de lentebloesems en de magnolia in. Het nieuwe boek dat we daarna kozen werd de biografie van Margreet Hofman, door Han van Bree. Helaas nog geen Godfried Bomans, die ik nog steeds wel hoog op het lijstje heb staan. Straks is het ‘Eiland’ aan de beurt. Ben benieuwd wat dat gaat worden.

Lief video-belde vanmorgen. Alles gaat daar ook prima, maar het moet wel allemaal tussen de buien door. Ik heb hem beloofd om de zon mee te nemen in mijn koffers. Het moet te doen zijn. De voorspellingen bij de weersverwachting zijn hoopgevend. Maar eerst volgen er nog een aantal boordevolle drukke dagen. Met verjaardagen, kapper, tuin en bezoekjes. Nu nog een opvolger voor het boek van vanavond bedenken, normaal is er een lijstje van ongeveer vijf en doen we welk boek de meeste stemmen haalt. Het gaat als altijd vast weer lukken.

Overpeinzingen

Niets is leuker toch

Nou, de zoveelste dag van veel. Ja, ja, het blijft maar doorgaan met afspraken en bezoekjes. Vandaag was de eerste reünie, in petit comité, van de volksdansvereniging uit de jaren ‘80. Wat vliegt de tijd, want het is inmiddels toch alweer zo’n 36 jaar geleden dat de club nog in leven was. Haar leden gelukkig nog steeds, dus zaten we met vier leden van het eerste uur bij elkaar en genoten vandaag een samenzijn en een lunch. Er vlogen herinneringen over tafel die niet altijd in chronologische volgorde verliepen, maar wel van lieverlee werden gerangschikt in de juiste lijn.

Een van ons zat in een rolstoel en daarmee werden we onmiddellijk met de neus op de feiten gedrukt dat het leven voor iedereen iets anders in petto heeft en dat gezondheid niet voor iedereen is weggelegd. De humor won het van de ellende. Haar manlief, ook zeer bekend bij ons, kwam haar brengen, dronk een bakkie mee en liet de rest graag aan ons over, evenals de man van onze gastvrouw. Dat was prima. Achter elkaar vlogen de opgegraven momenten over de tafel, regelmatig lagen we in een appelflauwte en was er herkenning en waren er vraagtekens, liefdevolle ‘ach ja’s’ en nog meer verdwenen opgravingen.

We waren er om elf uur en om 15 uur waren we eigenlijk nog niet uitgekletst maar toen werd een van ons gehaald. Ach ja. Dit houden we erin, beloofden we elkaar.

Nu zit ik op de bank en haal mijn verzuim van de ochtend in. De napret is minstens zo groot. Maar ook de overpeinzingen dat al die levens zo’n eigen verloop kunnen hebben en dat het spreekwoord: Ieder huisje draagt zijn kruisje’, nog altijd bewaarheid is. Ik voel me gezegend en rijk met al die schatjes om me heen en met lief en de twee (t)huizen.

Gisteren kwamen broer en schoonzus van Lief lunchen op doorreis naar hun vakantieadres. Ze wonen toch nog altijd een goed uur rijden hier vandaan, dus we lopen de deur niet plat. Altijd fijn om elkaar te treffen. Het soepje ging er bij schoonzus in als koek. Broerlief at nooit zoveel in de middag maar liet zich in dit geval de rosbief goed smaken. Zo leuk om een beetje uit te pakken met wat luxere dingen. Eens in de zoveel tijd blijft verwennerij een feestje op zich. Voor broerlief in de Hof hadden ze een metaaldetector meegebracht die nog onverlet in de schuur stond. Een luxe exemplaar waar hij vast mee verguld is. In de bodem valt hier en daar zeker wat aan waardevols te traceren, met al die Habsburgers in die goeie ouwe verleden tijd.

Huygens is bijna op zijn einde, qua verhaal en qua leven, Ik moet er straks nog zo’n 20 bladzijden aan trekken. Daarna ligt ‘Ik ben een eiland’ nog op het slot te wachten, want morgen zijn de twee boekenclubs achter elkaar. Dat is maar goed ook, want in de agenda is er nauwelijks meer een gaatje over, als ik er nog drie tuindagen in wil voegen. Dat is nodig voor de laatste te vlechten staken en de bewerking van de grond. Daarna kan dochterlief haar passie botvieren en alles doen zoals ze zelf wil. De tuin tot bloei, niets is leuker toch.

Overpeinzingen

Wat gaat er in dat kleine koppie om

De ochtend was vol met huishoudelijke karweitjes en het was spic en span toen dribbel en dochterlief binnenvielen. Karnemelk voor de een en thee voor de ander en broodjes, want dribbel had gezwommen. Eigenlijk had hij nog nooit karnemelk gehad, maar hij wilde het. Dat het zuur was, zeiden wij, dat hij het lustte, dacht hij. Uiteindelijk ging de helft van het glas met wat siroop naar binnen. Ogen die smaakvoller denken, dan het ondervonden wordt, in variatie op een thema.

Op naar Tiel en de Gorgels met deze grote fan. Heerlijk, een parkeergarage dichtbij en een mijnheer, die ons naar zijn auto wees, omdat hij zou vertrekken. Boffen, want het liep al aardig vol. Er waren meer mensen met hetzelfde idee.

Buiten liepen er ouders met huppelende, rennende, klauterende kinderen op weg naar de Agnietenhof. Een heerlijk zonnetje zorgde voor een milde zondagsstemming. We hadden drie plaatsen aan het begin van rij negen. Scannen zorgt voor een sneller verloop. Eigenlijk hadden we een hele goede plaats uitgekozen omdat de lange rijen stoelen in carré-vorm stonden. Dribbel met stoelverhoger had een prima zicht op het podium. Tijd voor een uur genieten.

Ik ga niet alles verklappen, maar wat was het leuk. Wel zag ik door het hele stuk heen Jochem Myjer, de schrijver van de Gorgels, het verhaal voorlezen aan zijn pasgewassen kindersnoetjes, met dezelfde woeste uithalen, hetzelfde op en neer springen en dezelfde stemverheffingen als de acteurs op het podium. De poppen waren een groot succes. Iedereen moet wel verliefd worden op die aaibare wollige Gorgels en zeker op Bobba, de waakgorgel van Melle, het jongetje. Om de Krulman(opa) te verstaan, moest ik goed de oren spitsen. Het hele stuk is een uitnodiging om ook eens naar Naturalis te gaan of naar Texel waar ze wonen, met de zeehonden en de fladderende meeuwen, om op zoek te gaan naar de wijze grijze Gorgel. Het lied ‘Joebelabambam’ging er gretig in, nadat ze de Brutelaars te slim af waren geweest aan het eind.

We hadden geen tijd om een Gorgel op de kop te tikken want we moesten door naar het Familiefeest van de vader van de kinderen. Sterk uitgedund, door het overlijden van schoonzus vorig jaar en nu vooral van belang voor de kinderen om elkaar te spreken en voor de kleinkinderen om met elkaar te spelen en elkaar zo beter te leren kennen. Schoonzus zorgde zoals altijd weer voor de authentieke schalen met leverworst, kaas en komkommer. Het is een groot vrijstaand huis met een flink stuk tuin, dus ruimte genoeg om te racen en te skelteren.

Ik probeerde met iedereen even een kort gesprek aan te gaan, per slot van rekening zou het nog wel weer een jaar duren, eer we elkaar zouden zien. De kinderen maakten afspraken met elkaar. Tussendoor dribbelden de kleintjes en bedelden om chips of anderszins. De kleine Njong had een bal aan zijn voet en was zielsgelukkig. Ze worden groot, bedacht ik me, die kleinzonen. De oudste was er niet, maar de middelste ging ook al naar zijn veertiende jaar toe. ‘Wat ruik je lekker’ zei neef bij de omhelzing. Al lang niet meer gehoord. Patchouli kent een haat/liefde geschiedenis. Of je vindt het heerlijk of vreselijk.

Om vijf uur richting huis, waar ik nog net puf had om een soepje te trekken voor de volgende dag. Grote winterpeen, bleekselderij, ui, peterselie. Vandaag maak ik het af voor de lunch.

Een kleine mus ziet iets bij het raam. Ze blijft er maar voor fladderen, steeds weer opnieuw en tikt tegen het raam á la het bekende liedje over de roodborst. Wat gaat er in dat kleine koppie om?

Overpeinzingen

Loon naar werken

Het deed me erg veel deugd dat er zoveel mensen vreedzaam hun protesten lieten zien en horen en op hun manier een duidelijke stem niet onder stoelen of banken schoven maar er flink gewag van gaven richting kabinet en de rest van de wereld. Toch iets om behoorlijk trots op te zijn. We zijn niet wat het kabinet uitdraagt. Dat moge duidelijk zijn.

Met mijn hoofd bij hen en ondertussen in die bewuste winkel de rieten rolgordijnen opduikelen. Zoals altijd op de bonnefooi, want waar was nou dat vermaledijde meetlint als je het nodig had. Ze waren er in zwart, in naturel en in wit. Normaal neem ik de naturellen, maar het was tijd voor wit, vond ik. Drie kleine, een iets grotere en de grootste voor het grote raam.

Daarna waren er wat slapstickachtige momenten toen ik alles naar de auto en van de auto weer alle trappen op moest krijgen. Die Vier kleinere pasten wel in de grote shopper, maar staken uit en dat gedeelte was topzwaar. Twee aan iedere kant van de hengsels lukte niet, dan alles aan een kant en als een tuutje dragen. De grote kon ik vasthouden in de andere hand. Al worstelend naar boven om daar te ontdekken dat mijn autosleutel de kuierlatten had genomen. In vliegende vaart naar beneden en ja hoor, op de grond een metertje vanaf de auto. Lentetenue zonder zakken is geen aanrader. Weer alle trappen op.

Eerst het balkon aanpakken en daarna de boodschappen, werd het devies. Planten van de zijkanten af. Oude rolgordijnen tussen de spijlen uit peuteren, doormidden knippen in een zak doen, balkon vegen, stoel erbij pakken en het nieuwe hagelwitte gordijntje erdoor vlechten. Vastzetten met de witte vuilniszakbinders, handig hoor. Planten terug en door naar de andere kant. Ook daar precies hetzelfde. Daarbij ontdekte ik ook het huis van die arme opgegeten muis. Ze had een bloempot gekraakt en er een holletje in geknaagd. Balkon vegen en daar het gordijn erdoor vlechten. Alles weer op z’n plek en in een andere vuilniszak opgeveegde zaadresten en oude aarde. Ziezo, dat was een. Nu de tweede klus, die was wat tijdrovender.

Het was spitsroeden lopen op mijn tenen, dus ik moest er een bankje bijhalen, maar kon net niet genoeg kracht zetten om de oude exemplaren er af te halen en voor de nieuwe de haken op de goede plek er in te draaien. Stoel van binnen erbij. Alles steeds met een ruime marge aan uithijgen. Het op de stoel klimmen was op zichzelf al een dingetje. Maar met moed, beleid en trouw en een hoop ‘God-zal-me-een-schaap-geven-‘s’, het bekende prutteltje van mijn vader bij tegenspoed, lukte het me uiteindelijk wonderwel. Het had zegge en schrijve drie uur gekost, maar dan heb je ook wat.

Dochterlief en schone zoon stuurden foto’s door van hun werk in onze tuinen. Ze hadden de drie wilgen gesnoeid. Super. Wat was ik daar blij mee. Nu kunnen we volgende week aan de tuin zelf beginnen en die klaar maken voor de bloei. Zin in, net als nu het balkon, dat opgeruimd en fris oogt. En ik fluister mijn vermoeide spieren als opkikkertje toe: Loon naar werken.

Overpeinzingen

Hemels, echt waar

Ik was al heel lang niet meer in dat ene Zweedse warenhuis geweest en gisteren wist ik weer waarom. De eindeloze afstanden die je er dient te lopen en de overvloed aan producten maken dat het voor iemand met wat zuurstof te kort hier en daar bijna niet te doen is. Niet in de laatste plaats omdat er ook nog van allerhande luchtjes rond hangen die belemmerend werken. Gelukkig zijn er wel steeds objecten waar op uit te rusten valt, bankjes of verpakkingsdozen, krukken, bedden enzovoort. Het was sneu dat het enige waar ik voor ging al vijftien jaar niet meer in de handel was. Rieten rolgordijnen. Waarom eigenlijk niet, vroeg ik me ondertussen af en keerde onverrichter zake terug naar huis, omdat het werk op de tuin al een nodige tol geeist had.

Alle takken zitten in zakken, op een bodempje in de kruiwagen na. Heerlijk om dan verder te kunnen, al moeten er nog wel drie wilgen geknot en zijn we eigenlijk al te laat. Voor de rieten rolgordijnen ga ik vandaag mijn geluk beproeven bij een woonwinkel in het aangrenzende stadje. Wie weet hoe een koe een haas vangt.

Vanmorgen vroeg was er en mals regenbuitje. Dat wist ik omdat om vier uur mijn biologische wekker afging en ik klaar wakker was. Dan maar mijn Hongaarse lessen erin en daarna nog een tukkie, en zo geschiedde. Het werkt altijd.

De biografie van Huygens vordert gestaag. Baruch Spinoza kwam in beeld met zijn filosofie en zijn geslepen lenzen. Wat opvalt uit die tijd is het feit dat men overijverig bezig is elkaar troeven af te vangen omtrent de diverse uitvindingen die gedaan werden. Wat zou er gebeurd zijn als deze grote geesten waren gaan samenwerken met elkaar. De ontdekking van de microscoop door van Leeuwenhoek opende een totaal nieuwe wereld, waarin waterdruppels een veel grotere werkelijkheid ontsloten dan ooit bedacht. In die zin lijken al die experimenten en onderzoekingen op het Jenaplan onderwijs. Door te blijven vlassen en verbanden te leggen kom je tot geheel nieuwe ervaringen. Wat op die manier verkregen wordt, blijft bij de kinderen veel langer hangen. Het was net als toen ik rondliep op de zolder van Huygens vorige week. Als je de door hem ontworpen slinger daadwerkelijk hebt gezien, beklijft het.

Voor maandag heb ik al een lunch bedacht die ik vandaag kan voorbereiden. Morgen en maandag is er zeker geen tijd meer en vanmiddag ga ik het balkon aanpakken, als ik tenminste slaag voor mijn rieten rolgordijnen, want de kleintjes ga ik tussen de spijlen van het balkon vlechten en de rest komt aan de buitenkant voor het raam te hangen. Heerlijk koel en sfeervol als de zon er de hele middag pal op schijnt, zoals dat hier aan de hand is.

Lief belde gisteren en is erg in zijn nopjes over de vorderingen die hij in de Hof maakt. Hij is nu de citadel aan het vrijmaken van grassen en onkruid en hij heeft een ‘natuurlijke’ vogel-observatiehut bedacht. Ik ben zeer nieuwsgierig. We tellen de uren en de dagen. Het enige wat ik vurig hoop, is de aanwezigheid van de vele nachtegalen in de lente. Vorig jaar zaten ze voornamelijk bij de buren verderop. Het is hemels om te kunnen werken in de Datsja met het welluidende gezang door het open raam. Het jaar ervoor zaten ze in de boom vlak voor het atelier. Hemels, echt waar.

Overpeinzingen

Ik rust op mijn lauweren

In de nieuwe Zin staan 9 ideeën voor de Kunst van Tijd maken. Direct de eerste kwam al goed binnen. Dat had ik dus moeten doen bij alle werkdruk in het onderwijs. Misschien was het dan allemaal een tikje makkelijker gegaan. Het is eigenlijk heel simpel. Ze geven als advies: Begin elke dag met drie vragen. Wat moet ik doen? Wat wil ik doen? Wat kan ik laten? Vooral in een werksfeer zal het goed van pas komen, maar voor het vervullen van oma-taken of tuin-taken is het ook een goeie remedie.

In de tijd dat ik een tikkeltje te veel hooi op mijn vork had genomen en derhalve een aantal weken thuis zat, had ik vooral veel steun aan het boek The artist’s way van Julia Cameron. Er stonden op z’n Amerikaans een aantal afspraken met jezelf in, waar ik geheel en al op een vrijelijke manier en passend bij mijn omstandigheden toen, vorm aan had gegeven. Een ervan heb ik ervaren als zeer helend. Dat was het gebruik van de camera, die heette toen mijn kunstenaarsoog en legde alles vast wat me opviel maar waar je normaliter aan voorbij zou lopen. Een stukje schors, een wolk, de zon in het water, het verdorde blad van het Groot Hoefblad. Ook strelend voor mijn hart was het kunstenaarsafspraakje met mezelf een keer per week. Daar koos ik een wonderschoon natuurgebied, een bioscoopbezoek, een museum, of een stedentrip voor uit, dat ik afbakende door bijvoorbeeld één bepaald mooi doek te gaan bewonderen of één bepaalde winkel. Daarbij ging het mij vooral om de schoonheid en de emotie dat iets of iemand oproept en mijn reactie daarop.

Zo leerde ik, naast wekelijks een gesprek met een psychotherapeut, om weer bij mezelf te komen. Door te veel druk op de ketel loop je het gevaar om jezelf volledig te verliezen. Bij mij was dat door allerlei omstandigheden gebeurt. Het leed was al geschied. De adviezen van deze rubriek zijn bedoeld om juist te voorkomen dat je er door heen zakt. Aan die eerste drie vragen had ik daadwerkelijk wat gehad.

Vandaag is er een groot wildfeest met de tweeling en de kleinzoons, een echte mannenaangelegenheid dus. Beiden hebben een abonnement op de Amersfoortse dierentuin en ik mag tegen een gereduceerde prijs aanschuiven, iets wat me niets kost, want zoonlief die het kaartje regelde, wil van een tikkie niets weten. Het enige wat moet, is een dwingend klokje. De oudste gaat van tien tot twaalf uur, wij ook, maar de jongste met de drie rakkertjes en ik blijven dan langer. Opnieuw een vroeg-op-dag, wat met dit prachtige weer geen straf is.

Het is een echte familieweek aan het worden, want afgelopen dinsdag was de oudste dochter komen helpen op de tuin en hebben we in een kleine twee uur alle takken tot staken gewerkt. Vrijdag valt er dus vooral schoven te maken en oud hout in zakken te doen om ze in de compostbak van de werf weer uit te kunnen schudden.

De kofferset is binnen. De arme man had ze alle trappen op gesjouwd en ik had geen baar geld om hem daarvoor een fooitje te geven. Dat bracht het schaamrood op de kaken. Ik ga toch maar weer als gewoonte een paar briefjes in de knip houden.

Terwijl ik dit typ bedenk ik me tegelijkertijd dat ik rustig op kan starten, kopje koffie, mijmeren, wat lezen, wat schrijven, wat lummelen en dat al die anderen nu allang druk zijn met ontbijt maken, kinderen uit hun bed plukken, wasjes draaien, tienuurtjes klaar maken, het grut aansporen om sneller te zijn en al die tijd is het hier een zee van weldadige kalmte. Relativeren van je eigen ‘drukte’ is ook een belangrijk hulpmiddel. De hele wereld is druk en ik rust op mijn lauweren.

Overpeinzingen

Tot die tijd gaan we los

Zeven uur daadwerkelijk opstaan, douchen en al die andere ochtendrituelen uitvoeren voelt inderdaad veel vroeger dan om vijf uur in alle rust kantoor houden op bed. Tjonge, jonge. Net weer thuis van een enerverend maar hééél gezellig ochtendje.

Scherp op de klok bij zoonlief voorgereden. Hij moest het ingewikkelde autostoeltje erin zetten, want daar zijn tegenwoordig veel toeters en bellen voor nodig. De kleine Njong

Hij had er zin in, maar ik vermoed vooral in het ritje met oma’s nieuwe auto. Onderweg ontpopte hij zich als een ware observant. Niets ontsnapte aan zijn aandacht, auto, bal(bij de lege voetbalvelden), schip(in het kanaal)hijskraan. Bij het afslaan knikte hij steeds, en zei telkens: ‘hier, niet daar’ en wees dan naar de eventuele tegenovergestelde afslag.

Dankzij de werkzaamheden in het centrum werden we om de stad heen geleid. Eigenlijk veel beter en sneller. Rondweg op en huppetee, bijna vlak voor de deur. Ik hoefde geen parkeergeld te betalen en was hogelijk verbaasd. Utrecht is een parkeergeldvreter. Later bedacht ik me dat de straat misschien alleen voor vergunninghouders was. Dan maar hopen op een gelukkig gesternte.

Het gebouw stond aan de voorkant in de steigers, maar het is een heerlijke plek, theater Zimihc in Zuilen. Pal op de zon, mooi terras, Binnen een fijn theater, moderne opzet, en ruime speelgelegenheid voor de kinderen. Op elke tafel kleurplaten en de doorgaans bijbehorende potloden zonder punt of de te harde vetkrijtjes voor 2+. De ouders waren vooral druk aan het kleuren en de kinderen huppelden vrolijk rond. Dat kan in zo’n gemoedelijke tent. De man achter het buffet, lang en breed gepensioneerd, deed onverstoorbaar waar hij voor aangenomen was en bemoeide zich absoluut niet met het grut. Wel stonden er uitnodigend kleine Utrechtse spritsen op de tafeltjes.

Verbazingwekkend. Ik heb een kleinkind dat op zijn stoel blijft zitten en braaf mee kleurt. Geweldig. Toen het tijd werd om naar binnen te gaan wandelden we in de bonte stoet mee en vonden nog net een plekje aan de zijkant. Op een poefje voor me wilde hij niet zitten, maar wel op schoot. Het was dan ook al tamelijk donker in de zaal met het verlichte podium ervoor. Altijd even wennen voor de kleintjes. Veel toneelgroepen beginnen met groot licht tegenwoordig, dan is het minder eng.

35 minuten lang zat de kleine pork met open mond en geboeid te kijken, af en toe moest hij zich vergewissen of de schoot nog daadwerkelijk die van oma was en dan volgde hij opnieuw geboeid de man op het podium. Veel licht en geluidseffecten, of door de helper zelf gemaakt of door de techniek en er piepte, flikkerde en draaide veel.

Toen het afgelopen was en het (jammer, jammer) vooral niet de bedoeling was dat de kinderen in het decor zouden lopen, kregen ze nog een plaat vaneen raketje van de acteur en begon hij aan de grote klim over de moderne trap. De verrassing was groot, want boven aan de trap stond zijn Mama Anni, wat het Molukse woord is voor peettante, mijn tweede dochter, die in de buurt woont en een bakkie kwam doen. Gezellig.

Na een half uurtje moesten we op huis aan, want Omi, zijn andere oma, zou thuis op ons wachten om zijn zus op te halen en stiekem had ik al bedacht dat het handig was hen dan te rijden, omdat Njong ongetwijfeld in slaap zou vallen. Met dikke zoenen en helphanden voor het stoeltje en om te hijsen namen we afscheid van elkaar. Dag lieverd tot spoedig.

Inderdaad, onderweg met het soezen van Agaath viel hij bijna in slaap, maar gelukkig nog net niet. Zuslief ophalen met Omi en een en al vreugde om elkaar weer te zien na een hele ochtend. En thuis direct een appje van andere zoonlief. Morgen met de drie naar de dierentuin en Njong en zijn vader gaan ook mee. Druk, druk, druk maar zo heerlijk. Over drie weken gaat de retraite in om bij te tanken en tot die tijd gaan we los.

Overpeinzingen

Er in geloven dat het vruchten afwerpt

Vanmorgen was het vroeg dag. Nergens om, of misschien wel omdat er voldoende slaap in was gegaan. Half vijf is een mooie tijd om de dag te beginnen. Gisteren waren er beloofde pakjes en Lief zou bellen. De handgrasmaaier heeft het begeven. De lieve schat kent zijn eigen spierkracht niet. Hij doet wel altijd of dat enorm aan het afnemen is, maar dat valt reuze mee met al het gesnoei, gemaai, gehak en geschoffel. Daarbij vergeleken is mijn meditatief geknip der takken een peuleschilletje. De grote stofzuiger heeft het ook begeven, maar de kleine Stoffie, de accuzuiger, houdt met gemak de zolder in bedwang, vertelt Lief. Ze wilde zelfs al aan de enorme achterzolder beginnen. Daar heeft hij een stokje voorgestoken, want het martertje heeft er nog altijd een schuilplaats. Het diertje had zelfs een vogeltje te grazen genomen. Het woeste buitenleven. Het is één van die dingen en hoort erbij. Ook de mieren waren weer in opmars. Maar met het poetsen van de vensterbank met schoonmaakazijn heeft hij ze rechtsomkeer doen maken, daar houden ze niet van. Degene die binnen waren met een stoffertje omzichtig opgeveegd en in de tuin gezet. Tegenwoordig kunnen we geen vlieg meer doodmaken.

Mijn nieuwe rugtas is binnen en eigenlijk zit deze veel beter op mijn rug dan de vorige. Die hangt meer en trekt derhalve harder aan de schouders. Eindelijk heb ik ook een vervanging gevonden voor mijn oude harembroek van viscose. Een vergelijkbaar exemplaar, broodnodig voor het gemak. Ik ben nou eenmaal geen strakke broekenfan. Nooit geweest overigens.

In de vroege ochtenduren valt er veel schoons te genieten. Zonsopgang in de flat aan de rand van de snelweg en nu met het fenomeen maan langszij. Heel bijzonder. Ze verdween pas heel laat, zo tegen zevenen. In de lucht speelt zich ook van alles af. De reiger met haar karakteristieke vorm, de poten en de staart als in een perfecte pirouette, gracieus snelheid makend, Dolly duif met de borst voor uit, de kauwtjes in vliegende vaart in een wedstrijdje, en de pimpelmees op en neer en op en neer. Tegen de langzaam verkleurende lucht naar zalmroze een prachtig schouwspel.

Voor de reis heb ik toch maar eens een kofferset aangeschaft. Een koffer voor alle kleding en een voor het hotel, met boeken , tekenspullen, toiletartikelen en wat kleding. Geen gesjouw meer, maar compact op reis. Ik wil nog wel de baklijsten voor de schilderijen aanschaffen, anders blijft het gerommel in de marge. Vernissen en inlijsten is een dingetje bij mij.

Morgen ga ik met de klein Njong naar een theatervoorstelling voor 2+. Het duurt maar 35 minuten, maar ik moet vroeg op pad. Om tien uur begint de voorstelling al. Gisteren zag ik ook dat de Gorgels in de Kom zouden komen, maar alleen de zaterdag om 19.00 uur was nog vrij. Dochterlief, Dribbel en ik gaan nu zondag in Tiel. Ben zo benieuwd.

Gisterenmiddag ben ik toch nog even naar de tuin gegaan, heb er de zon gevangen in het water en later op mijn toet en de buizerd bewonderd die laag, op huizenhoogte, overvloog en haar prachtige krachtige binnenkant liet bewonderen met haar waarschuwende schelle kreet. Takken lagen er nog genoeg. Nu zijn er weer een aantal kale staken toegevoegd aan het hek. Niet moeders mooiste, maar mooi genoeg. Op de terugweg had ik een geanimeerd gesprek met twee dames, die fanatiek en goed in hun tuin bezig waren. Het duurde niet lang of het gesprek ging de diepte in met als slotconclusie dat de mensheid vooral empathie nodig heeft en liefde in respect en met ruimte voor elkaar. Daar zijn we op de tuin met al die nationaliteiten al goed mee bezig, vonden we. En zo is het. Klein beginnen en er in geloven dat het vruchten afwerpt.

Overpeinzingen

Tijd voor verandering

En zo geschiedde. Ik had er zoveel zin in dat ik zelfs mijn vaatje vergat af te wassen. Schoenen aan, blos op en gaan, de zonnige kou in. Het was een uitermate geschikte dag om een buitenplaats te gaan bezoeken en zo dichtbij. Dat had grotendeels de doorslag gegeven. 39 minuten vanaf mijn voordeur naar het Huygensmuseum in Voorburg.

Radio aan en onderweg zwanen, eenden, ganzen, kieviten in het veld en hier en daar een verdwaalde ooievaar. Er was kalm verkeer en de reis ging voorspoedig. In Voorburg was het even zoeken omdat de afslag niet duidelijk was en meer borden niet, want ineens zat ik op een busbaan, oops, gauw maken dat ik daar wegkwam. Drie keer rondjes gereden en alsnog een plek gevonden. Hofwijck bleek eigenlijk naast het station te liggen. De aangrenzende snelweg had weliswaar een grote hap uit de tuin van de buitenplaats genomen maar als je stug vooruit bleef kijken had het nog immer een vleug grandeur van de oude tijd.

Bij aankomst nodigde het grote beeld van vader Constantijn en zoon Christiaan de bezoeker uit. Onder de poort was de entree naar een piepklein maar vol winkeltje en de kassa. Museum-jaarkaart opvissen uit de diepe beurs, maar nee, nergens te vinden. Hė, hoe dan. De vrouw wachtte af. Dan maar een donatie doen en gewoon de entree betalen. Over de brede laan met aan weerskanten een tapijt van narcissen en krokussen wandelde ik naar het huis dat ik herkende van de vele foto’s. Het oogde veel bescheidener, maar dat had te maken met dat verdwenen stuk tuin. Voor, rechts en achter viel er nog voldoende te kuieren. De cherubijnen aan het begin van de entree waren echt, maar de beelden van de gevel waren geschilderd. Evengoed zag het er nog indrukwekkend uit.

Zodra je binnen was kon je al niet om de grote slinger van Christiaan heen, die er in vol ornaat hing. Een gedekte tafel met veel fruit van het landgoed zelf was er, in plastic weliswaar, wat een klein jongetje vooral betreurde. Hij mocht een echte walnoot hebben van de vrouw die aanwezig was, maar hij wilde een glanzend rood kersje. Spekkie voor zijn bekkie. Dat kon niet en toen zijn broer moeiteloos het fruit wat er lag opnoemde, kweepeer, granaatappel, niet het meest voor de hand liggende, liet hij zich verleiden door het spinet,maar beheerste zich en botste prompt met zijn koppetje tegen een van de deurtjes van de secretaire.

Ik mocht doorlopen naar boven en keek nog wel even in de tussenkamers. Het huis was eigenlijk heel compact en zeker niet groot. Hier lagen de gedichten van Constantijn en hingen alle portretten uit de biografie aan de muur. Het was een wonderlijke gewaarwording om te lopen waar belangrijke geschiedenis was geschreven en het eigenlijk nog precies dezelfde sfeer ademde. De trap leek me vernieuwd, een wenteltrap van het zuiverste water, die onmogelijk hoog leek maar reuze bleek mee te vallen.

Die malle beelden die in een hoofd blijven hangen na het lezen van een boek. De zolder had ik me twee keer zo groot gedacht met een stethoscoop die bijvoorbeeld zo groot zou zijn als in de Utrechtse sterrenwacht, maar het bleek een veel eenvoudiger en vrij klein exemplaar te zijn. Waar ik heel bij mee was was de praktische uitvoering van de isochronie, een soort reusachtige knikkerbaan met twee balletjes, die ongeacht waar je ze inzette, beiden tegelijk door de deurtjes beneden rolden. Heerlijk die praktische eenvoud om de voorstelling in je hoofd volmaakt te krijgen. Ook de Laterna Magica voor huiselijk gebruik bleek net zo realistisch als wat in mijn hoofd zat omtrent dat onderwerp.

De vitrine kast met de holle en bolle lenzen, de verbeelding van de ring van Saturnus en nog veel meer was interessant. De lage balken, waar je moest bukken om eronder door te kunnen, aandoenlijk, en de sleetse vloeren evenzeer.

Een praatje met de enthousiaste mevrouw beneden, een boek over de bewoners van het pand en een boekje over de vrouwen(vriendinnen) die Constantijn hadden omringd, intrigerende en geschoolde vrouwen. Dat laatste bevestigde eens te meer dat onze geschiedenis in de boeken alleen door mannen is geschreven. Tijd voor verandering.

Overpeinzingen

Ik hou er van

Met drie jaar algebra en meetkunde zijn een aantal uitvindingen van Huygens nauwelijks te begrijpen. Ik zou willen dat er een knopje achter mijn oren zat waardoor er licht geschenen wordt op allerlei wiskundige en fysische vraagstukken, zodat het inhoudelijk inzichtelijk zou zijn. Helaas begreep ik de eerste syllabe al niet van mijnheer Link, mijn algebradocent en mijnheer Zeilstra, mijn meetkunde docent, toen ze de eerste keer hun mond open deden in klas 1B van de MULO in 1963. Daarna deed voornamelijk het dedain en het sarcasme van mijnheer Link de rest. Met ezelsoren tot in de wolken werd ik iedere keer voor het bord geroepen en bracht er nooit wat van terecht, wat me honend werd ingewreven door de beste man. Er ontwikkelde zich als vanzelf een hartgrondige afkeer en dat was een studie waard op zich, maar dan meer van psychologische aard.

Het worstelende derde jaar was goed voor eenaantal zware onvoldoendes en ik werd als vanzelf een alpha in plaats van een Beta. Nu ik de principes bestudeer die Huygens hanteerde in zijn tijd, had ik het nog beter willen kunnen begrijpen al lukt het wel, door er praktische beelden bij te bedenken en zijn er tekeningen na te pluizen om er een voorstelling van te maken. Gisteren liep ik dertig bladzijden achter. Nu zijn die ingehaald en kan ik voort. Wie weet wat het oplevert. In ieder geval ben ik een beetje wijzer geworden wat betreft isochronie, uurwerkmechanieken in het algemeen, centrifugale kracht, berekeningen van het toeval in wiskundige berekeningen en de Laterna magica. Tegelijk zou ik het nog beter willen doorgronden. Er zit niets anders op om naar het Huygens-museum te gaan in Voorburg, waar Huygens zijn eerste bevindingen deed op zolder en die bewaard zijn gebleven. In ieder geval is de verwondering over deze zaken gewekt.

Een appje van zoonlief die met de kleine Njong langs wilde komen. Altijd gezellig. Wel mijn leeswerk naar een later tijdstip verkassen. Geen enkel probleem. Verder ligt de dag nog maagdelijk voor me. Knuffels voor beiden, warme knuffies terug. De mand met autootjes in de aanslag, spelletje kleur sorteren met de vele kleurtjes auto in de mand, maar snelheid wint het. Welke kunnen rijden en welke niet. Foto’s kijken op oma’s fotogalerij is ook leuk en filmpjes zijn ronduit spannend. De boekjes waren goed voor even aandacht vast houden. Erich Carle hield minder lang de aandacht dan Dikkie Dik. Met boven een kusje geven aan oom, een praatje met de menspop Greetje en een rondje rond de zuil na het doosje rozijnen, werd het tijd voor de kleine man om te gaan slapen in zijn eigen bedje. Jas aan, muts op en de winterkou in, ‘Dag oma, daaaaag.’ met knuffeltjes, zwaaien en voetstappen op de galerij.

Extra stil is het huis als alle geluid ineens wegvalt. Tijd voor het wetenschappelijk gezelschap en iets later voor de boodschappen.

Ineens is er een lumineus idee. Het Huygensmuseum is hier zegge en schrijve 39 minuten vandaan. Het is zondag, niet al te druk op de weg en de zon schijnt uitbundig. Een uitgelezen moment eigenlijk en voor ik het weet is de beslissing genomen. Op naar de zolder van Christiaan Huygens. Heerlijk, die spontane oprispingen. Ik hou er van.

Overpeinzingen

Meerwaarde geven aan het leven zelf

Dribbel had zo zijn eigen ideeën over Jezus, sinds hij op een Christelijke school zit hoort hij nog wel eens het een en ander. Hij maakte gisteren de opmerking dat Jezus eigenlijk wel een beetje de blauwe pet op had. Zijn moeder vroeg waarom. ‘Omdat hij de hele tijd zegt wat iedereen moet doen,’ beklaagde zoonlief zich. ‘Hij zegt de hele tijd, maak de wereld mooier, doe lief’. Vanmorgen belde dochterlief en hij zat ernaast. Dus vroeg ik hem of dat dan niet goed was, als de wereld mooier en liever zou zijn. Maar daar had hij ook wel een antwoord op. ‘Iedereen mag dat toch zelf weten.’ Een ding is zeker. In dat lieve hoofdje draaien de radartjes op volle toeren en hij is om de dooie dood niet bang om een eigen mening te ventileren.

Tuinaarzelingen zijn er voldoende geweest, deze week. Het komt door de kou en de buitjes tussendoor. Geen zin om nat te werken. Het maakt mijn spieren stijf, de motoriek van de vingers wrokkig en mijn lijf vindt het onaangenaam. Je kan je er op kleden, hoor ik fluisteren in mijn brein. Ja hoor, dat weet ik wel, maar met die ouwe dunne huid houdt een mens geen warmte meer vast. Het verdwijnt als de zon door de sneeuw(in een variatie op een thema). Lief ploetert in Verweggistan met eenzelfde probleem, zij het dat de hemel daar een ware zondvloed uitstort over het koude land. Geen eer aan te halen en geen land mee te bezeilen. Het is er trouwens nationale feestdag omdat er een revolutie herdacht wordt van lang geleden. Gelukkig had hij gisteren boodschappen gedaan want niets is open. De schoolkinderen uit Pécs kwamen met hun koffertjes massaal met de bus naar huis om daar de feestelijkheden mee te maken.

Column van Stef, oude foto opgestuurd van ons met drie van de vier kinderen en een goede vriend, rijstvelletjes met verse groenten, zo goed als volle maan door het slaapkamerraam.

Vandaag dus een leesdag invoegen. Dat kan, alles ligt nog open dit weekend. De nieuwe Zin is gekomen en dat betekent een overpeinzing van Stef Bos, die altijd prikkelt tot nieuwe gedachten. Dit keer beschrijft hij hoe een stadsgenoot van zijn oude geboorteplaats overleden is en dat hun verwantschap was dat beiden zich als een vreemde eend in de bijt voelden, toen en toen en daar en daar. Er was een reünie van hun oude school en er was aan Stef gevraagd om iets te zingen. Maar met tweeduizend oud-leerlingen in de hal was er geen beginnen aan om er bovenuit te komen. Waarop deze vriend opmerkte: ‘Stef, maak dat je wegkomt. Dit zijn niet de omstandigheden voor datgene wat je schrijft en zingt.’ Waarop Stef nu bij het overlijden van zijn plaatsgenoot zich voornam, met dit fragment voor ogen, om die stem van de vriend mee op reis door de tijd te nemen, voor als hij ergens zou zijn, waar hij eigenlijk niet zou moeten zijn. Een mooi staaltje van ombuigen is dit. De waarde van deze sporadische ontmoetingen uitvergroten tot een bezinning door daarmee de vriend een waarde voor de eeuwigheid toe te kennen. Dat is nog eens zinvol sterven. En tegelijk het idee voor onszelf, dat we soms onmerkbaar, soms bewust, waarde toevoegen aan anderen en zo meerwaarde geven aan het leven zelf.

Overpeinzingen

In de vergetelheid

Omdat ik officieel altijd de verjaardagen van twee van de drie rakkertjes van zoonlief en schone dochter mis, was er gisteren een voorbank van tante Agaath volgeladen met presentjes. Een kleine mini-gorgel, Hobba, aan een sleutelhanger, het laatste deel van de Gorgels, namelijk ‘De Gorgels en de Laatste Kans’, dat zich afspeelt in het Hoge Noorden. Er zat ook een kleurboek bij. Dat was allemaal voor de lieve Krummel, de oudste van het stel. Voor zijn middelste broertje een zwart stokpaard met mooie blauwe ogen, dat kon hinniken en voor de benjamin, tante Betje, die ik zo noem omdat ze zo ondernemend is en de kaas niet van haar brood laat eten, een lieve kangeroe-knuffel met baby in de buidel. Krummel vond in eerste instantie het zachte stokpaard veel interessanter, maar toen ik hem een stukje voorlas over de zeearend, de Brutelaars en de dappere Bobba en Melle ging de betovering in werking en wilde hij later nog meer horen.

Toen ik aankwam stonden zoonlief en de jongste twee net op het punt om Krummel van school te halen met het idee om nog even op het schoolplein te spelen met zijn vrienden. Het was koud maar omdat de zon volop scheen en al veel warmte gaf, was het er heerlijk. De BSO bleef eveneens, dus konden ze alledrie hun energie kwijt met stoeien en zandbakduiken, rennen en balanceren. Tante Betje had de glijbaan in het vizier. Er waren bankjes voor oma’s die moesten uithijgen. Zoonlief hield alles in de gaten.

Het werd een heerlijk middagje met al dat dartelende grut om me heen. Zoonlief haalde herinneringen op aan de vele knuffels die hij tot laat, als grote man nog, bij mij haalde. Dat was waar. Ooit was ik op mijn hoede, toen men heel strikt de regel op school wilde invoeren dat op schoot zitten niet meer mocht, maar als ik op die manier een kind geen warmte en liefde meer kon geven, zou een groep leiden ondoenlijk zijn, was mijn opinie. Een kind troosten in vertrouwen is het hoogste goed en ik was plaatsvervangend kwaad op al diegenen die dat idee bezoedeld hadden, zodat het ons schier onmogelijk werd gemaakt. Ik ben altijd blijven troosten. De baken op de weg naar volwassenheid.

Schone dochter kwam thuis van haar werk en smeerde als een wervelwind haar liefde over de drie rakkertjes uit, kletste in rap tempo bij en ging zich toen omkleden om met vriendin naar een hip eettentje te gaan. Na het eten, dat er in ging als koek, liet ik de boel de boel, beloofde een snelle terugkeer en reed langzaam het keukenraam voorbij waar drie kleine kopjes en zoonlief stonden te zwaaien. Dag lieve schatten, het was hartverwarmend.

Vanmorgen in de biografie van Christiaan Huygens, heel boeiend vind ik persoonlijk, was er een opmerkelijke passage van een vriendin van de oude Constantijn Huygens, Margareth Cavendish, hertogin van New-Castle, die een opmerkelijk science fiction-achtig boek schreef in 1666: The Blazing World. Daarbij wordt de hoofdpersoon getransporteerd naar een nieuwe wereld met sprekende dieren, waar zij keizerin van wordt. Met haar kennis van zaken als dichter, schrijver en natuurfilosofe en het feit dat ze zich op een uitzonderlijke manier kleedt en lak lijkt te hebben aan de bestaande orde, zet ze een krachtig statement neer. Er is veel over terug te vinden op internet. Boeiende materie in deze Eeuw van Licht.

Schone dochter heeft het eerder gegeven prentenboek van de Gorgels weer gevonden en voorgelezen en nu is hij in de ban. Zo gaat dat met goeie jeugdboeken. Ik kijk er nu al naar uit om straks ‘Krekel’ van Annet Schaap te lezen, maar ik bewaar het voor Verweggistan, net als nog een stapel van vijf andere boeken. Mijn laatste aanwinst is het boek van Dieuwertje Blok. Ik kon het niet laten. ‘Dragelijke Lichtheid’, iets waarvan ze zelf doordrongen was als je haar sprankelende persoonlijkheid in acht neemt. Het zijn de tienerdagboeken van haar moeder, die ze heeft gebundeld. Het is misschien wel een antwoord op de vraag van de dochters en mij wat je met tienerdagboeken en hun kalverliefdes op iedere bladzijde moet doen en of het nog iets toevoegt of beter maar verdwijnen kan in de vergetelheid.

Overpeinzingen

Waar een beetje zonlicht al niet toe kan leiden

Na uitgebreid wikken en wegen kon de knoop worden doorgehakt. Geen tuin vandaag, gezien het wat wisselende weerbeeld, maar eindelijk de film over het leven van Bob Dylan, ‘A Complete Unknown’ gaan zien. Op het moment dat de beslissing was gevallen begon de zon uitbundig te schijnen. Niets veranderlijker dan het weer.

Alles was goed uitgeplozen en het besluit om naar Pathe, Leidsche Rijn te gaan, leek logischer dan een van de oude filmhuizen in de stad op te zoeken. Op de website stond dat hij om kwart over twee zou draaien. Check check en dubbelcheck.

Het Berlijnplein ontlokte een glimlach. Ach ja die heerlijke dagen in Berlijn met lief aan mijn zij. Het leek alweer zo ver weg. Deze omgeving leek in niets op de prachtige naamgenoot. Als paddestoelen uit de grond waren er torenhoge gebouwen rondom verrezen en daardoor oogde het niet meer zo majestueus als in het prille begin, toen nog temidden van de lege vlakten met alleen het enorme bioscoopgebouw. Er waaide een schrale wind.

Bij de ene kassa die open was, was er ontkenning. Sorry, de film draaide niet. ‘Wel dan staat het verkeerd op de website’. ‘Heeft U misschien bij Pathe Rembrandt gekeken.’ ‘Nee, wis en drie niet.’ Nou dan kon ik daar nog naar toe, want die zou later draaien. Ik bedankte voor die mogelijkheid en ging spoorslags op weg naar huis. Wat jammer. Inmiddels zo op verheugd. Achteraf toch maar goed, want ik was vergeten mijn parkeer-app aan te zetten. Een geluk bij een ongeluk.

Dan maar verder lezen in het boek van Tamsin Calidas: ‘Ik ben een Eiland’, dat zich ook heel filmisch aan mijn oog voltrok. Halverwege vorige week werd een en ander te somber en verdween het boek naar de tweede plaats. Bovendien werd het de hoogste tijd om aan de biografie van Christiaan Huygens te beginnen. Het boek las opnieuw vlot weg, al was het nog steeds even zwaar en er sijpelde in mijn achterhoofd de vraag binnen, waarom iemand een dergelijk zwaar leven verkiest, want dat is het. Stroperige omstandigheden, onvriendelijke of soms ronduit venijnige eilandbewoners, grove omgangsvormen. Het zet aan het denken. Hoe komen we erbij om keuzes te maken die niet de meest rooskleurige in het leven zijn. Wat is de meerwaarde ervan. Haal je er verrijking uit, buiten de verdieping in de natuur of ben je alleen maar aan het bewijzen. Vraagtekens cirkelen boven het boek en ik zoek tussen de zinnen door naar de antwoorden.

Zoonlief appt om een afspraak te maken voor vandaag. Graag. Ik heb de kinderen door alle virussen al te lang niet gezien. Zo meteen is oma uit beeld. We gaan de oudste ophalen van school. Fijn omdat het zijn nieuwe school is, waar hij gewaardeerd wordt en lief gevonden. De broodnodige erkenning dus, waar het bij de andere school aan ontbrak. Zo belangrijk in dat jonge leven.

Straks videobelt Lief. Hij heeft er twee dagen ‘pas op de plaats’ opzitten vanwege de aanhoudende regen, maar nu schijnt de zon en is het aangenaam zacht, rond de 18 graden.

Ik ontdekte gisteren dat een van de buitenplaatsen van Vader Constantijn Huygens, dat Hofwijck heet en dat in 1642 gebouwd werd, nu een Huygens Museum is. Het is dus nog steeds in tact. Het ligt in Voorburg en ziet er nog precies zo uit. Een vaste collectie is ‘De Eeuw van Constantijn’, maar mijn grootste belangstelling gaat uit naar eveneens een vaste collectie op zolder en die heet:’Christiaan onder de sterren’. Het lijkt me een verrijking om al die voorwerpen waarmee Christiaan heeft gestoeid, nu in het echt te mogen aanschouwen. Er hoort ook nog een Notarishuis bij op een lokatie in de stad. Eens kijken of er voor de bijeenkomst een bezoek te plannen valt. Dat zou toch mooi aansluiten.

Gisteren bij mijn tocht ontdekte ik dat de boom naast de flat ineens helemaal in bloei stond. Dat blijven toch wonderen der natuur. Waar een beetje zonlicht al niet toe kan leiden.