Overpeinzingen

Voorlopig viert alles wat dorst heeft, feest

Een vermakelijk artikel over de natuur, die we eigenlijk niet meer zo moeten noemen, omdat we er zelf onderdeel van zijn. Het is van de hand van Sanne Bloemink, it’s all in the name, getiteld -Mijn Tuiny Forest-‘Het is Prachtig, Schat.’ Haar verhaal is bijna een wonder te noemen. Van driehoog met een klein balkon verhuisden zij en haar gezin naar een huis met een tuin. Elke herfst tobden ze met het gele gras toen de kinderen klein waren en besloten over te gaan op kunstgras met twee richeltjes aarde. De verkoper had beweerd dat het waterdoorlatend was en vanwege het duurzaamheiskarakter, hadden ze het maar wat graag voor waar aangenomen. In de richeltjes stopte ze hier en daar wat zaadjes. Na een vakantie was het plastic gedrocht overspoeld door een courgetteplant en op één keer was er ‘Een magisch gevlochten bol met een deksel van lila draden erop’ ontstaan. Het bleek een artisjok, iets wat ze nooit geweten had. Een artisjok heeft bloemen. Het was komen aanwaaien. Daarmee had ‘de natuur’ een knop omgezet bij haar.

De magie had z’n werk gedaan en ze ging obsessief aan de slag met zaadjes, plantjes en ‘natuur’. Ze schreef erover en kwam tot de bevinding dat Nederland in feite vol stond met tuinen, zelfs de aangelegde bossen. Ze wilde niet meer lijdzaam toezien maar handelen, dat wat behapbaar was, doen en ze ging over tot de aanleg van een Tiny Forest’, dat ze omdoopte in ‘Tuiny Forest’, waarvan het concept was bedacht door een Indiase ingenieur, Shubbendu Sharma, naar de Japanse methode van Akira Miyawaki. De helft van het kunstgras werd verwijderd en ze plantte een paar boompjes. In het begin werd ze uitgelachen omdat er nog maar weinig resultaat te zien was van het wroeten en mulchen onder de boompjes, maar een paar jaar later wierp het z’n lieflijke vruchten af.

Dit is zo’n beetje een inleiding voor de rest van het verhaal, die met humor en aandacht geschreven is en die buiten de tuinperikelen ook heikeler zaken onder de loep neemt.

Het doet me een beetje denken aan de manier waarop we begonnen zijn met de aanleg van de Voedselhof, wat er voor de ene helft op neer kwam over te gaan tot nieuwe aanschaf van bomen en struiken, maar anderzijds ook ten dele ruimte te geven aan dat wat overwoekerd werd door het Duinriet, dat het hele veld had ingenomen. Lief weet wat hij doet, want hij heeft de hele Hof op deze manier stukje bij beetje aangelegd. We zien hele nieuwe ontwikkelingen, nu al, nieuwe insectensoorten, vogels, planten en bloemen, die eindelijk volledig de ruimte krijgen en tot wasdom kunnen komen.

De Tiny Forests van Sharma zijn iets anders van opzet dan Sanne Bloemink haar Tuiny Forest, maar wel op eenzelfde leest geschoeid. We zouden ons eerst moeten verdiepen in de theorie van Sharma, om te weten te komen wat er hier van toepassing kan zijn. Een andere tip van haar hand is de film ‘Fantastic Fungi’, waar ik net een trailer van heb gekeken en die me zeer de moeite waard lijkt.

Ondertussen is het hier, met vandaag 36 graden op de barometer, gaan onweren en regenen, zomaar ineens, onaangekondigd. Heerlijk. Dat was precies wat er nodig was. De bladeren werden steeds pieriger en geler. De zon piept er af en toe ook tussendoor, dus misschien als klap op de vuurpijl nog een mooie regenboog. Voorlopig viert alles wat dorst heeft, feest.

Overpeinzingen

Elke avond een zee van sterren

Twee boeken vallen met een klap op de grond. Ik hoor het en zie bij het opkijken ineens onder de grote eiken kledingkast een stofje hangen, roerloos. De trilling van de klap heeft niets in werking gezet. Buiten blaft het hondje van de buurvrouw nu al een half uur en een auto toetert ongeduldig. De buurkinderen roepen iets naar elkaar en de jongste zet het op een krijsen. Geluiden door het raam, onrustige morgen. Twee minuten later is de rust volledig weergekeerd. Alleen de blaffende honden aan het eind van de straat laten zich nog horen. Het stofje hangt er nog, roerloos. Zo gaat dat hier.

De voedselhof wordt langzaamaan steeds meer uitgebreid met stekjes en zaailingen van onze eigen bomen en we overwegen ook nog wat bijzondere te kopen. De hibiscussen slaan allemaal aan, evenals eindelijk de bessenstruiken en de appelboom kweekt een rijtje van zijn soort. Over een jaar of twee zijn het echte boompjes aan het worden met de dunne zwarte kousenbeentjes van Vasalis.

Lief heeft ook het pad van het huis af tot hier achteraan toe, dwars door het bos, door laten lopen. Hij noemt het: ‘Het filosofenpad’ naar het pad wat ik bewandelde met vriendinlief bij de school van Wijsbegeerte in Amersfoort. Het is de verbinding van voor naar achter en van het bos met de voedselhof, dus echt op filosofische gronden geschoeid.

Nu we het toch over filosofen hebben. Ik las de inleiding van ‘Socrates op Sneakers,’ het boek van Elke Wiss. Heerlijk om de oude man zo bij het heden te trekken en hem een paar felgekleurde sneakers en een batmancape aan te meten. Bovendien is het heel vlot geschreven en valt het met een probleem in huis, dat iedereen had kunnen overkomen. Het ging met name over wel of niet vragen stellen, buitengesloten worden, ingrijpen of meegaan met de massa, moeilijke vragen durven stellen, maar vooral op welke manier dan, en verbindend willen zijn in een gesprek door de diepte in te gaan. Prietpraat en veilige vragen houden misschien een gesprek gaande, maar dan zegt men in wezen minder dan niets.

Er blijkt wel degelijk een vorm van moeilijke vragen stellen te zijn, die niet zo koud op iemands dak hoeft te vallen. In het voorbeeld werd dat wel gedaan en maakte het negatieve emoties los. Dan schiet je je doel voorbij. Ik ga er is lekker over door filosoferen en misschien is het een boek om aan te schaffen.

Op Ambon waar zoonlief nu met de hele schoonfamilie vertoeft, is er sprake van het regenseizoen. Niet alleen beelden van prachtige stranden en oceanen, maar ook twee grote meiden dansend in de regen, trappend in de plassen. Lauwe regen, je kunt het maar beter omarmen.

Aan de kust in Frankrijk waar de oudste dochter met de hele familie zit, is het kwik inmiddels opgelopen tot 41 graden. De zee is heerlijk en ik zie bomen, maar ik vind het hier met 34 graden al bijna niet te doen. Het moederhart zucht. Ze zijn oud en wijs genoeg, je hebt ze zelf groot gebracht. Het is ook zo, maar toch hè.

Ziezo de ramen heb ik gepoedeld, spinnen het hazenpad laten kiezen, die mogen elders weer hun nuttige best doen met mug en vlieg. Er hangt alweer een was buiten en het werk van Lief achter is vanmorgen vroeg al bewonderd. Rond elven is het gedaan met bezigheden buiten huis, helaas. Maar overmorgen gaat het de goede kant op en zakt het kwik.

We hebben een natuurbad ontdekt op een half uurtje rijden. Met een strandje belooft men. Maandag of dinsdag gaan we het verkennen. Na Slowakije hebben we de smaak te pakken én tot onze grote vreugde verhuren ze ook sup boards, want dat was helemaal goed bevallen. Nog heel even een paar dagen in ons huis met de dikke muren en de airco in de keuken. Dat brengt weer hele andere vreugdes met zich mee. En de avonden zijn zalig buiten. Elke avond een zee van sterren.

Overpeinzingen

Die houden we erin

Het mussenmenuet is luid aanwezig. Hun pianotoetsen zijn de takken, zijn de bladeren in het struweel, het geritsel in het gras. Ze vliegen in vivace wolken op. Ze poedelen in het water uit de bakjes, die we hebben klaargezet en schuddelen hun veren in de kuiltjes van het zand. Alles onder een welluidend koor van vrolijk geschetter. Ze zijn me dierbaar.

Terwijl ik dit schrijf gebeurt er iets onvoorstelbaars. Er vliegt pardoes een roofvogel in de boom achter de Acer. Ik heb hem op de foto, te onduidelijk met mijn simpele telefoon om het dier goed te kunnen onderscheiden. Het blijft gissen. Jonge havik, jonge buizerd? Als ik extra wil inzoomen komt lief net aanlopen. De vogel schrok en vloog op. Een zeker musje was weer ontsnapt aan een wisse dood.

Dochter appt. Ze zijn onderweg naar huis en 115 km voor Praag. Vlakbij die stad gaan ze op een camping staan met hun mooie caravan. Ze gaat ook proberen mijn sandaaltjes terug te krijgen. Gek dat ik daar nou nog helemaal niet aan gedacht heb. Bij mij in mijn hoofd zat zoiets als ‘Helaas, Pindakaas’. Ik stuur de gegevens en vind zelfs een foto. Succes lieverdjes. Als het lukt worden het schoenen met een verhaal. Een anekdote om op elke verjaardag te vertellen. Ik ga alvast duimen.

Het kleine rakkertje bleek een rijstwafel te hebben genuttigd, waarbij een stukje in zijn longen was geschoten. Daarom werd hij zo benauwd. Een ouderwetse verslikpneumonie lag op de loer. Ze waren er door het accurate optreden gelukkig op tijd bij. Vandaag werd het verwijderd. In alle opzichten kan hij weer opgelucht ademhalen en wij allen idem dito.

Het boek Het kwartet van Clare Mac Cumhail en Rachael Wiseman beschrijft de aanloop naar de tweede wereldoorlog en alles wat er aan issues en items naar voren komt in het boek zijn op de tegenwoordige tijd te plakken. Het is bizar en tegelijkertijd boeiende materie om te zien hoe de vrouwen zich staande houden onder al die mannelijke studenten. Ze steunen elkaar door dik en dun en zijn zelfs bereid hun eigen baan aan de universiteit op te geven om een andere vrouw de kans te geven aan te treden. Eenvoudigweg omdat ze niet verloren moet gaan voor het instituut. Met onbaatzuchtigheid zijn maar weinig mensen behept.

Ik lees in de Groene een artikel naar aanleiding van het uitkomen van een biografie van Jan Wolkers met daarin een noot over zijn vriendschap met Gerard van het Reve. Ze brouilleerden omdat de laatste steeds rechtser werd en Jan steeds linkser. Van het Reve werd vals in zijn aantijgingen en speelde behoorlijk op de man en op het conto van diens vrouw. Iemand het licht in de ogen niet gunnen omdat je andere ideeën beoogt. Ik zal er nooit aan wennen.

Er staat ook een vermakelijk artikel in dat zomernummer over Werken en niksen, willen en moeten. Een briefwisseling tussen Marian Donner en Marja Pruis. De temperaturen op dit moment zijn zodanig dat we tot weinig verder zullen komen dan op lauweren te rusten. Nou ja, op dat ene wasje na, dat ik vanmorgen heb opgehangen op het overdekte terras. De zon schijnt zo moordend dat alle stof binnen de kortste keren tot een betere Tie Dye versie zou verworden. Ieder kreukje zou er maar in gebrandmerkt staan.

De ondertoon van het artikel: ‘Je hebt tijd en ruimte nodig om te spelen, een leegte van waaruit iets nieuws kan ontstaan’ bevalt me prima. Die houden we erin.

Overpeinzingen

Laat ons maar schuiven

Vannacht bijzonder vroeg wakker. Geen zin om doelloos wakker te liggen en allerlei hersenspinsels te laten op doemen, dus opnieuw duo Lingo op de Ipad, terwijl Lief zijn slaap der dromen slaapt. Daarna in de ochtend nog een droom waarin glashelder werd ingezoomd op de volgende camping van Dochterlief en Co in Tsjechië. Nu ben ik benieuwd naar een overzichtsfoto morgen, want dan arriveren ze daar. Zou het er echt zo uit zien. Een dal, heel groen en geborgen. Ben benieuwd. Tegen vijven door slaap overmand en nog twee uurtjes weg getukt. Heerlijk.

Het is vandaag veel benauwder, dus wordt er kalmpjes aan gedaan. Aan de terrastafel wist ik ineens wat ik op wilde zoeken. ‘Kan je ook chutney maken van vlierbessen’ die hier in groten getale aan de bomen hangen. Dat blijkt heel wel mogelijk. En dat gaat hem dan ook worden. Chutney kan je lang bewaren in luchtdicht afgesloten potten en is goed te combineren met een lekker kaasje of hartige gerechten. Ook de peren komen er voor in aanmerking. Daar wilde ik eerst een compote van brouwen, maar een chutney is zo lekker. De druif is voor de helft al geklaard van oude trossen en dor blad. Deze herfst moeten we hem maar weer eens goed terugsnoeien. Dat zal volgend jaar beslist betere vruchten afwerpen. De hibiscus staat in al haar schoonheid in vol ornaat. Wat een krachtige bloei heeft de dame. Ze ziet er fantastisch uit.

Nichtlief mailt of alles nog volgens plan kan verlopen. Natuurlijk, wij kijken er naar uit. Ze zullen er 1 september zijn op ons beider verjaardag. Of ze nog wat mee moeten nemen vanuit Nederland, maar we hebben alles al en er is tegenwoordig alles te krijgen. Verder zal ik haar informeren over de weg, de snelle door de tunnels en Slovenië of de wat bedaardere lange rechte weg over Wenen.

Op Ambon gaat het goed. Ze bezoeken de huizen van de familieleden en het oude huis van vaders opa en van moeders opa. Heel bijzonder om het hele gezin met alle kleinkinderen daar te zien. Het ziet er allemaal zo prachtig uit, ondanks dat het regenseizoen is.

De kleine rakker krijgt morgen nog een scan, maar alles pakt voorbeeldig uit. Hij is niet meer zo benauwd geweest. Gelukkig maar. Dat verloop op een afstandje moeten volgen, is altijd moeilijk.

Gisteren zaten we buiten te wachten op de Perseiden, de sterrenregen,en hadden we bedacht dat ik het eerste hoofdstuk van ‘Het kwartet’ vier vrouwen in de filosofie, zou voorlezen. Wat is dat toch altijd weer een bijzondere aangelegenheid. De stille avond, eerst de huiszwaluwen, dan de vleermuizen en langzaam wat schemer maar nog licht genoeg voor dat eerste hoofdstuk. Dat ging over de Don’s van de Oxford universiteit die een ere doctoraat wilden verlenen aan Truman, de ondertekenaar voor de twee kernbommen op Hiroshima en Nagasaki. Een handvol vrouwen was hier tegen en het hoofdstuk beschrijft hoe de gezaghebbers van de universiteit het voorstel van de vrouwen afwijst en zich eruit redt zonder gezichtsverlies, door de tegenstemmers die er wel degelijk waren, namelijk zogenaamd niet te horen. Dan mag je het verzoek dat door de Don’s was gedaan, goedkeuren. Een staaltje politiek bedrijven zoals het tegenwoordig zo vaak gebeurt. Met list en bedrog. Als je zwijnt het niet te horen, dan is het er niet.

Het was boeiend. Vanavond het tweede hoofdstuk. Twee vliegen in een klap. Het boek komt tijdig uit en we hebben gesprekstof te over voor de lange zwoele avonden. Laat ons maar schuiven.

Overpeinzingen

Tijd voor salade en patat uit eigen hand

Ik zit op een schaduwrijke plek onder de grote walnotenboom. Het gras verdort langzaam bij deze tropenhitte, maar vandaag is het slechts 30 graden en zorgt een kleine bries af en toe voor verkoeling. In de dorre zomervreugde ligt een oude walnoot van vorig jaar en net viel er een hele verse met een harde ‘plok’ op de grond. Op gevaar voor eigen leven dus, dat hier zitten.

Er is iets met de buurvrouw die met overslaande stem steeds iets roept naar een vage stem uit het huis.

Drie uur later:

Er bleek dus echt iets aan de hand te zijn. De moeder van de buurvrouw was gevallen en er was niemand thuis. Ze lag er in de brandende zon met haar hoedje ernaast. O jee. Maar de buurman zijn domein is net Fort Knox. Overal heeft hij de hekken opgehoogd met oude metalen veren spiralen en Lief houdt van een stevige natuurlijke ophoging van de walletjes, waar egels, wespen en mussen in een waar eldorado leven. Dubbele belemmering.

Er moesten twee trappen aan te pas komen van onze kant om er overheen te klimmen, want elk hek in de drie compartimenten van buurman’s tuin zaten ook helemaal potdicht en gebarricadeerd. Wat zal de beste man te verbergen hebben, vroegen wij ons in stilte af.

Lief moest de meest acrobatische toeren uithalen, een Houdini bij uitstek, om de bramenwand en de hekken van de buurman over te kunnen en eindelijk was hij bij de noodlijdende schoonmoeder. Onze beste stoel werd over het hek heen getakeld en Lief met al zijn in 75 jaar opgebouwde spierkracht, hees de dame in deplorabele staat overeind. Takelen op hoog niveau. Ze kreunde hier en daar, maar leek toch niets gebroken of gekneusd te hebben. Glaasje water uit een gekoeld drinkflesje en ze vond dat ze wel weer voort kon. Ze ging in ieder geval nooit meer op paprika en tomatenjacht als er niemand thuis was.

Lief moest dezelfde heikele weg terug. Dat ging met de nodige hindernissen, want braam en brandnetel onder zijn handen, maar toen verloor hij tot overmaat van ramp ook nog zijn telefoon. Wat ik al zei: De natuurlijke borstwering van Lief is onontneembaar. En daar lag de onmisbare verbinding met de buitenwereld tussen. Even uitzweten. 30 graden is dan ineens toch weer tropisch, maar het lukte om tussen de takkenrill het exemplaar eindelijk weer op te diepen. Daar ging een langdurige sessie van nadenken bovenop zijn laddertje aan vooraf.

We sloten de verwarrende middag af met een ijskoud drankje. Dat hadden we wel verdiend. Ends wel all wel.

Inmiddels zijn de mussen weer terug in grote getale. Daar wilde ik eigenlijk over schrijven. Ook nu maken ze weer dankbaar gebruik van de bakjes water her en der. Lief had vanmorgen gemaaid, dus eerst in bad en daarna zo’n heerlijk zandbadje en het paradijs is compleet voor de schatjes. Het worden er steeds meer. Het zijn de gezelligste makkertjes in de natuur. Ze zijn gek op spelen en wippen voortdurend tak op, tak af of vliegen, diefje met verlos, in golvende vaart achter elkaar aan. Hipperdehip en maar klessebessen. Ze zijn hoogst vermakelijk.

De rust is bijna weer gekeerd. De buurman en zijn gezin is thuis, de schoonmoeder foetert wat in het rond en wij ruimen de laatste restjes op. Vanavond een makkelijk dagje, tijd voor salade en patat uit eigen hand.

Overpeinzingen

Groot en goed gevuld

Het zal vandaag iets minder warm worden dan gisteren. De barometer blijft steken op zo’n 32 graden. Ik zit op het terras en mijn aandacht wordt getrokken door twee grote wespen, type hoornaar, maar deze zijn op zoek naar een plek om te nestelen in de tweede balk van het terras rechts. Ik probeer er een op de foto te krijgen omdat mijn identificatie app van insecten misschien uitsluitsel kan geven. Maar die heeft het over een roodbruine eekhoorn en een boerenzwaluw. Misschien is de foto niet duidelijk genoeg of heeft de app inmiddels een zonnesteek opgelopen.

Ik zoek naar middelen die wespen zouden kunnen verjagen. Waar kunnen ze niet tegen. De geuren van munt, rozemarijn, kruidnagel, azijn, citroen en wierook. Tegen de laatste kan ik helaas zelf niet meer, maar rozemarijn staat hier te over. Als er nog een tweede stelletje de derde balk van links belaagt, komen we in actie. We plukken dikke takken van het kruid en steken ze tussen de balken. Het lijkt resultaat te boeken. Beide stelletjes komen nog niet terug. Niet te vroeg juichen, maar wel alvast een beetje.

Een droevige ontdekking. Als we ons opmaken om boodschappen te halen in Szigetvar, zoek ik mijn sandalen. Nergens te vinden. Arme schatjes, die zo heerlijk liepen. Ze staan vermoedelijk onder het bed op de hotelkamer. Sorry dames, ik kom jullie niet ophalen. Wel een uitgelezen moment om tot aanschaf van een stel nieuwe over te gaan. Lang geleden had ik ze voor een euro of twee bij een kringloop op de kop getikt en ik kon er de wereld mee aan. ‘Zo gewonnen, zo geronnen,’ hoor ik mijn moeder fluisteren. Ze heeft gelijk. Maar toch!

We rijden met de stoffige Agaath naar het stadje. Het lijkt een eeuwigheid geleden dat we hier samen boodschappen hebben gedaan. Er moet voorraad ingeslagen worden, dus grazen we de schappen grondig af. Goed voor twee volle boodschappentassen, maar dan hoeven we er de eerste vier dagen niet meer op uit.

Gisterenavond zaten we lang buiten, zonder muggen wonderlijk genoeg, want in het voorjaar zwermen ze veelvuldig rond. Dat is het voordeel van de te grote hitte, de avonden zijn aangenaam. Het is dan stil in de Hof. Het enige wat je hoort is het schetteren van de boomkikkers. Vleermuizen vliegen naarstig over en weer. Vanmorgen heeft Lief bakjes water voor de vogels neergezet. Ze vliegen nu af en aan. Dankbaar en lavend, voornamelijk mussen en een enkele zwartkop, de rest laat zich niet horen.

Ik lees op internet een artikel van Juliette Berkhout in het magazine: Saar. Er staat in grote letters boven: ‘Ik ben 55 en trek me van niets of niemand meer iets aan.’ Dat is mooi. Bij mij duurde het ietsje langer. Ze geeft acht items weer waardoor ze tot die keuze kwam. *Reizen met een klein rugzakje, ook al ga je vijf dagen naar Parijs. Daar moet ik nog eens over peinzen. *Koken zonder recept. Door alle ervaring en misstappen is ze er rijker uitgekomen en kan op hoog niveau improviseren. * Ze wil niet in een woonblad wonen. Haha, daar moest ik om gniffelen. Dat is me nog nooit gelukt. Bijvoorbeeld design meubelen of je boeken op kleur in de kast en niet teveel. Heel eng vind ik dat. En als er iets moois kapot gaat, dan is dat geen ramp. Het zijn maar spullen. Maar nog altijd denk ik aan mijn lievelingsbord met spijt terug dat in twee helften in de vuilnisbak terecht kwam. *Ik hoef geen balletdanseres, topsporter of wonderkindpianiste te worden,’ Nee inderdaad. Die tijd en die behoefte, zo die er ooit geweest is, ligt ver achter ons. *Ik ga op de bonnefooi op reis.’ Tja, ik reis de laatste jaren veel, maar toch altijd het liefst van A naar B. Ik regel een slaapplaats en laat me daardoor leiden. Dan zie je ook nog genoeg. Wel reizen we hier in het land zelf vaak onze neuzen achterna. * Ik herken een foute man van een kilometer afstand. Daar ben ik helemaal niet mee bezig. *Ik heb geen miskopen meer in mijn klerenkast. Het is allemaal veel bewuster aangeschaft. Het liefst tweedehands en voor de broeken heb ik zo mijn adresjes. *Ik durf te vertrouwen op mijn ervaring. Dat is ook iets waar je je lange tijd op kan bogen. Er is altijd wel iets wat vergelijkbaar is. Die rugzak is gelukkig groot en goed gevuld.

Overpeinzingen

Maar absoluut de liefste

Ik lees een overpeinzing van de columniste Sophie Dijkgraaff over zo jezelf te kunnen zijn, dat je je ten enenmale niets aantrekt van de opinie over jouw persoontje. Terwijl ze zelf opgroeide met het idee dat kleding altijd schoon en heel moest zijn en haar moeder net als die van mij haar bezwoer met: ‘Stel dat je een ongeluk krijgt en je hebt geen schoon ondergoed aan, wat zal de dokter dan wel niet denken’, een soort doemdenkbeeld voor later, ook voor mij. Altijd hoor ik het stemmetje in mijn achterhoofd als ik dralend voor de spiegel mijn uiterlijk sta te monsteren.

Ze fietste door de stromende regen naar het winkelcentrum en daar stond een mevrouw bij de kassa met een douchemuts op haar hoofd en een chocolade-doordrenkt jongetje om haar been heen geslagen. Ze trok zich niets aan van de bevreemdende blikken die haar muts opwierp, of was het haar ultra-korte broekje.

Ik denk na over mezelf. Wat bevrijdend kan het zijn als je geen last hebt van schaamte wat je uiterlijk betreft. Dan gaan alle deuren voor je open. Franck en vrij. Leven zonder rem erop.

Wat de afgelopen twee weken zo heerlijk maakte, was het feit dat ik een aantal van die remmingen over boord kon gooien. Zwemmen en met plezier naar mijn plaats terugwandelen in badpak behoorde lang niet tot de mogelijkheden. Ja met de zussen, maar dan nog. Nu aan het grote meer bij de steengroeve was het gevoel van bekeken worden weg. Ik denk dat ik het voortdurend herhaalde tegenover mijn lieve schatten, misschien ook omdat ik er zo ongelooflijk blij om was. Ja, hierin voel ik me thuis, zo kan ik de wereld aan. ‘Lief, we gaan naar het thermaalbad als we weer thuis zijn’. Was het eerste voorstel wat daar op volgde. Nooit gegaan, altijd die rem van lang geleden erop, maar nu: Het is er niet meer. Weg, verdwenen, opgelost. Ik merkte het met wandelen samen met Lief in Debrecen, ik merkte het met een restaurantje pakken, bij het hotel, bij de attracties die we bezochten. Alles werd gedaan ‘sans gêne’. Bijzonder vind ik het. Een geschenk, dergelijk zelfvertrouwen, want dat is het echt. Om te koesteren.

Het is heel heet vandaag. 37 graden zonder wolkje aan de lucht. Misschien is de zwoele avond goed voor een fietstochtje en daarna een bramenpluk, want die zijn rijp. Verbazingwekkend is de revival van de vijgenboom, waar er eerst nog maar een paar aan de takken hingen is er nu een explosie geweest. Ze zijn nog te klein, ik kan nog niet oogsten. Dat zal opnieuw september worden, net als twee jaar geleden.

Goed nieuws van het thuisfront. De klein pork mocht naar huis, zijn medicijnen slaan aan. Hij moet tweemaal op controle komen deze week. Zodra hij begint te piepen moeten ze naar het WKZ. Geruststellende gedachte.

In de nieuwe Groene, o wat een genot om weer de papieren versie te kunnen doorspitten, staat een heerlijk recept voor oud brood. Het Italiaanse Panzanella, Hiske Versprille vergelijkt dit gerecht met een zwierige oude dans. Bevredigend en ritmisch elegant, een Quick Quick Slow. Met mijn grote fantasie wordt dat natuurlijk bewaarheid. De tomaten met de gepekelde uien, de knoflook met een sliert olijfolie, het brood met de basilicum. Een, twee, drie…Een, twee, drie. De dans der heerlijkheden.

Dit vraagt om te ervaren. Maar helaas, er zijn alleen wat oude krentenbollen van twee weken geleden. Ze hebben in de koelkast gelegen en zijn nog te eten, volgens Lief. Geen goede graadmeter want volgens hem is alles altijd nog te eten. In die zin is hij niet de beste graadmeter. Maar absoluut de liefste.

Overpeinzingen

Tijd voor nieuw elan

Vanmorgen na het ontbijt, eigenlijk voor mij een beproeving omdat er niets vers blijkt te liggen maar alles uit de koeling komt, op de scrambled eggs na, die altijd met de koekenpan op de schalen wordt gedropt, komt er nog een geruststellend nabericht na het alarmerende bericht gisteren dat een van de drie rakkertjes met spoed was opgenomen in het ziekenhuis met een veel te lage saturatie en gierende ademhaling. Een mens haalt zich van alles in het hoofd.

Gelukkig heb ik ooit in de ervaringendoos een zoon gehad die halsoverkop evenzo naar de eerste hulp moest worden getransporteerd omdat hij de ziekte van Kawasaki bleek te hebben, en derhalve zaten we een week op de isoleer. Dit vond ik een vergelijkenis waard. zonder pardon naar de eerste hulp. Nachtje overblijven en aan het zuurstof. We zijn te ver weg en wie niet van de familie, want iedereen is op vakantie. Gelukkig kon schoondochter bij hem blijven, zaten Nene en Dede binnen de kortste keren op de bank thuis en kon zoonlief ook nog een glimp van zijn zieke telg ervaren. Een nachtje afzien en daarna ging het allengs beter. Je haalt je als voormalig verpleegkundige toch de nodige doemscenario’s op de hals. Het werd een onrustige nacht.

Maar we moesten voort. Het hotel wilde afscheid nemen van ons en wij van het hotel, al zullen we het tot in de hemelbogen aanbevelen op het ontbijt na. Haha

Toen en toen

We reden richting Kecskemet waar de nostalgie lag in de verschillende verledens. Ik met zoonlief en met de oude, in het huis met de gevelkachel en de geraapte dennenappels in het vuur, die knapperend hun gemoedelijkheid verspreidden en Lief met de geliefde destijds. Ze kwamen samen op een terras, dat we beiden niet kenden en dat iets buiten het centrum lag. Maar, waar kwamen al die flats vandaan en waar was die gemoedelijke hoofdweg, de supermarkt en het huis naast het dennenbos, nu het was uitgebreid met een vliegveld, een Mac Donalds en een heel industrieterrein. Dat was er allemaal niet. Alleen de Puszta, de zandgronden, een verlaten school en een everzwijn.

Door de tocht gisteren over de puszta kreeg ik nog meer het belang van de oorspronkelijke vlakte in het oog. Hoe goed het was om het niet vol te plempen met bouwgrond, ook al zijn velden vol zonnenbloemen nog zo mooi, maar samen met de mais en de Luzern vele malen schadelijker voor de natuurlijke habitat. Wij hebben in Nederland voorbeelden van hoe het niet werkt, laat andere landen daarvan leren. Nu is er hier nog van alles te genieten aan insecten en schoonheid, maar als je niet uitkijkt, verdwijnt het ook hier als sneeuw voor de zon.

Na een heerlijke Thai-soep vervolgden we onze weg door het vlakke laagland, eindeloze puszta’s afgewisseld met bossen. Pas vlakbij onze streek, de Baranya, werd het weer interessant met de glooiende heuvels, het laaggebergte aan de horizon en de afwisselende landschappen. Inmiddels hadden we wel een goed beeld gekregen van het geheel van de natuur van Hongarije.

Hoe heerlijk om eindelijk de oprit in te kunnen draaien van je eigen stek. Koffers uitladen, directe bevindingen doen. O jee, de lathyrus hebben op een onopvallend hoekje gestaan en drogen uit, snel water gieten en liefdevol toespreken. De sieruien doen wat ze beloofd hebben, twee potten vol bloeiers, de basilicum staat in de zon en legt langzaam het loodje. We zijn er op tijd bij. Dappere overlevers zijn de lobelia’s die dankzij de goede zorgen van vriendlief nog steeds bloemen geven.

Nu even bijkomen en dan weer vlammen. De televisie denkt er anders over want die heeft het zojuist begeven. Geen ramp. Het was al een oudje. Tijd voor nieuw elan.

Overpeinzingen

We gaan het missen

Mijn herinneringen aan de markt in Hongarije gaan terug tot 2000, toen ik met zoonlief en de Oude in Kecskemét er een bezocht. Ik keek mijn ogen uit. Enorme bakken met kleurrijk tafelzuur, de specialiteit van het land, stonden op de houten kramen. Oude vrouwen in klederdracht of eenvoudigweg met sjaal en bloemetjesrokken stonden erachter. Enorme potten tot de rand toe gevuld met dezelfde kleurrijke lagen trokken vooral de aandacht. Hele paprika’s, gepelde uien, hele augurken of kleine komkommers, pepers, in grove stukken gesneden witte kool, wortel in een mengsel van zout, water en azijn. Verleidelijke kleurkanonnade en meer dan verleidelijk lekker. Daarnaast waren er groentenkramen, met minstens zo’n kleurig aanbod en bakkers, kruiden en deegwaar. Alles naast elkaar in een mooie mengelmoes aan ingrediënten van de Hongaarse keuken.

De kramen zijn aangepast. De kruiden en de linzen, de pasta en wat er nog meer is, staan in potten, ook kleurrijk maar minder verleidelijk. De groenten liggen hoog opgetast gebroederlijk en gezusterlijk naast elkaar Kon ik in Pécs nog wel echte marktvrouwen vinden in de originele sjaals met lange rokken handelend in verlepte bosjes wild kruid of dille, hier waren ze ver te zoeken. Veel meer mannen bevolkten de kramen. De kleurrijkheid zat hem in de grootte van de hal waar de waar werd aangeboden. Nog even verleidelijk, maar vlees, vis, brood, kaas en melkproducten bevonden zich in meer hygienische kleine ‘winkeltjes aan de zijkanten van de hal. Boven waren ook nog groenten te vinden en een enkele bloemenkraam. Hoofdzakelijk oude vrouwen al dan niet met hun witte of grijze haren boven hun oude gezichten trokken een boodschappenkarretje achter zich aan en hoe later op de ochtend, hoe moeizamer het trekken ging.

We konden niets meenemen, anders had ik wat vers ingemaakte groenten meegenomen. Maar er viel een trammetje te halen naar de Universiteit van de stad. Een imposant gebouw met een enorme waterpartij ervoor waar grote beelden zich laven aan de koelte van het water. Het gebouw zelf is ontworpen door Flóris Korb en bekend om het werk van Miksa Roth, dat terug te vinden is in het indrukwekkende glas in lood en in de koepel van het gebouw. We mochten naar binnen en konden doorlopen naar de grote bibliotheek, waar we ook vrij rond konden kijken. De sfeer was aangenaam. Hier en daar waren studenten bezig op een laptop of aan het praten met elkaar. In de bieb vonden we de afdeling Nederlandse en Vlaamse literatuur.

We wandelden door het aangename bijbehorende park en een stukje door het grote bijbehorende Nagyerdei forest, waar de voorbereidingen werden getroffen voor een groot festival dat 15 augustus begint. Het bos grenst aan de oude dierentuin. Met de tram reden we de weg terug, maar het Aquaticum dat we daarna wilden bezoeken, kwamen we niet meer tegen. De tram had toch een rondje gemaakt. Er zat niets anders op om opnieuw de tram naar Egyetem te pakken en dan op de heenweg bij het gewenste uit te stappen. Het Aquaticum zelf bleek het grote thermaalbad te zijn. Dat lieten we links liggen. Tegen die tijd was het al over enen en we hadden trek. Niet veel, maar toch. We besloten een kleine salade te nemen, maar de ober vond dat wel heel ‘kicsi’ was, zoals hij met een hand gebaarde en hij wees ons de bijzondere grotere salades. Voor Lief een salade Nicoise en voor mij een Zakuzska salade. Om je vingers bij op te eten. De vrolijke noot kwam van de gedecideerde ober, die alles met een knipoog presenteerde.

Daarna wandelden we door het park, genoten van de kalme sfeer in de lommerrijke omgeving met ook overal bankjes. Wat een zegen. Tegen vieren kwamen we weer in het hotel aan. Voldaan en moe met de gedachte dat we Debrecen echt hadden leren kennen deze week. Een aanrader is het zeker en niet op de laatste plaats door alle belangrijke bezienswaardigheden op loopafstand van ons voortreffelijke hotel. We gaan het missen.

Overpeinzingen

Tijd om die te gaan verteren

De dag opende met een stralende zon. Lief was al een tijdje op zijn geliefde stek op het balkon, ik wilde eerst, zoals gewoonlijk, de lesjes Hongaars afdraaien, maar daarna in een stroomversnelling de ochtendklussen. Douchen, aankleden, ontbijt en op pad richting de puszta, die ons een klinkende rit met de huifkar had beloofd. Vroeg genoeg voor een toeristen menu in Hortobágy zelf, maar wij hadden al gegeten en gedronken. We reden direct door naar Mata Major, de paarden van de puszta. Ruim op tijd om bij de kleine pottenbakker, doorleefd rimpelgezicht, een mooie grote kruidenpot van eerlijk Hongaars aardewerk te kopen en een aangeboden maaltijd dankbaar maar beslist af te slaan. Hij wilde wel op de foto, Lief en de pottenbakker, mooi plaatje.

Door naar het restaurant/annex kaartverkoop om de tickets voor de huifkarrentocht op te halen. 4 huifkarren waren ingezet om de pusztatocht tot een succes te maken. Voldoende publiek voor de kunstenaars van het ruige leven en hun paarden..

De vlakte was weids en uitgebreid, volop gedorste halmen in mooie schoven opgestapeld. Een kudde waterbuffels in een kraal, een kudde prachtige langhoornschapen en een grote groep semi-wilde paarden. Twee oudere mannen vertoonden eerst hun kunstjes met hun paard en hun in de lucht knallende zwepen, veel geschreeuw en weinig gevaar voor het paard, en daarna bij een volgende halte kwam een jonge durfal in zijn oogverblindende blauwe kostuum vijf paarden mennen, terwijl hij op twee van hen stond.

Dat vergde iets meer souplesse dan de kunstjes van de oudere mannen. Indrukwekkend als hij al dravend zich staande wist te houden onder het slaken van aanmoedigingen of beteugelingen. We zaten helaas in een koetsje met een grote familie Nederlanders die het met een potje bier erbij helemaal fantastisch hadden gevonden en wij dankten God en iedereen op de blote knieën dat dat ten enenmale niet mogelijk was geweest.

De weidsheid van de puszta, de twee cirkelende enorme roofvogels erboven, de kalme ongenaakbaarheid van de vier koetsiers, de uitleg van de gids die erbij was, en helaas niet helemaal te verstaan, maakte het tot een boeiend geheel. De mannen vertoonden hun kunstjes uit de tijd dat de puszta’s er nog wild en ongerept bij lagen, er werd onderling behoorlijk gestreden. De paarden konden met ruiter en al in een keer zich neervleien in het hoge steppegras om niet gezien te worden. Een pluspunt voor nu is dat de zweepslagen gereduceerd zijn tot het knallen in de lucht. Het paard zal er geen een meer voelen. Ook hier zijn de tijden veranderd.

Een ervaring op zich, deze tocht. Terug op hotel aan om nog een wandelingetje te ondernemen naar een fijn restaurant met, waar mogelijk, een Hongaarse étlap(menukaart). Na een fikse maar kalme wandeling vonden we er eentje vlakbij het hotel. Twee prachtige muurschilderingen rijker, die we ook al op de dag ervoor hadden gezien. We gaan de stad een beetje kennen en weten precies waar we in de buurt zijn. Het is de moeite waard om hier een week doorheen te slenteren. Heerlijk.

De maaltijd was een kalme afsluiting van een roerige dag met allerhande indrukken. Tijd om die te gaan verteren.

Overpeinzingen

Mondjesmaat het wereldnieuws

We lopen door Debrecen buiten het stadscentrum, zeg maar, het Kalvin Tér plein. In de breedbemeten straten is weinig verkeer, de zon schijnt uitbundig en er is een lekker briesje. Dankzij de lommerrijke bomen is het aangenaam koel. Ik schuif aan op een bankje bij mijnheer Franz Liszt, die daar al een poosje zit te verbronzen. Hij kijkt me doordringend aan. Daarachter is een kleine leesbibliotheek opgesteld met een handig bankje ernaast. Je zoekt een boek, zijgt neer en kijkt of het wel echt van je gading is. Cultuursnuivers hoor, die Hongaren.

Vanmorgen na het douchen voelde ik me niet helemaal 100 %. Toch reden we richting Hortobagy Nemzeti park om te kijken of er een tocht met koets of huifkar over de poesta te maken viel. De uitgebreide stallen met talrijke paarden, een tentoonstellingsruimte en het restaurant waar we de tickets konden halen voor een van de drie ritten op een dag bleek een brug te ver. Alles zat vol maar morgen om één uur hebben we een plaatsje bemachtigd.

Mijn weeïge gevoel zorgde ervoor dat we toch direct ommekeer maakten om uit te rusten in het hotel. We kwamen in een heerlijk opgemaakt en schoon appartement en er viel voor mij niets anders te doen dan bij te slapen. Lief vond het geen probleem. Hij zat heerlijk in het zonnetje op het balkon te genieten van de stadse geluiden beneden en zijn voedselbos-informatie. Tegen een uur of drie nam hij een lekkere douche en was ik zover opgekalefaterd dat we dat wandelingetje konden maken.

Debrecen heeft een grote hoeveelheid aangename gebouwen, met heel veel binnentuinen waar het plezierig binnengluren is. De enorme deuren ervoor staan doorgaans wagenwijd open en niet zelden ligt er een restaurant verscholen met uitgebreid terras. Maar vandaag geen copieuze maaltijden of daaromtrent. Een bezoek aan de supermarkt is voldoende. Lief kiest voor brood en vis, mijn maag heeft rust nodig.

We rusten even uit op een van de vele bankjes en deze twee staan bij het monument van Magda Szabo een Hongaarse schrijfster en dichtster. Ze is geboren in Debrecen in 1917 en overleden in Boedapest in 2007. Een van de weinige monumenten voor vrouwen in deze stad vol hele grote mannen, heldhaftige strijders, krijgers, (Af)goden en musici. En overal staan bankjes bij. Om te gedenken en vooral, wat mij betreft, voor als de adem je ontnomen wordt. Deze stad is gemaakt voor mensen zoals ik. Na 4 km wandelden we op het hotel aan. Je hebt hier zo een afstandje gelopen.

De zon schijnt in de kamer. De deur van het balkon staat open en er stroomt licht en frisse lucht naar binnen. Met het weinige verkeer voor de deur een oase op zich. Uit Slowakije komt het bericht van een gemaakte Hike door het Tatra-gebergte die bijzonder goed bevallen is en vanuit Ambon worden oude historische herinneringen opgepoetst en nieuw leven ingeblazen. Daar liggen de wortels van kleindochterlief en de kleine Njong. Morgen gaat de reis nog een stukje verder.

Een droevig bericht van een vriendin van Lief sijpelt door en laat de realiteit weer binnen. Alles wat we aan nieuws gemist hebben, laten we verder nog even verre van ons. Nog drie dagen en dan vangt het gewone leven weer aan, maar eerst slechts mondjesmaat het wereldnieuws.

Overpeinzingen

We boffen maar

Twee mooie dromen, een over vijf en zeven van iets, vraag me niet wat, mijn oude wiskunde leraar wilde ik het niet vragen, maar wel aan mijn oude schoolhoofd/annex geschiedenisleraar en een droom over mijn, dit jaar overleden, schoonzusje. Wat had ze grappig punkie haar, donkergroen en fluorgroen, mijn broer was erbij en die ging uit zwemmen, zodat ik uit de golf die onze spullen had overspoeld, de zijne kon vissen, een petje en een portemonnee. Weg golf en geen idee waar broer gebleven was.

Daarna een kalm ontbijt en op pad om de tramrit te gaan maken. Mooie stad, dat Debrecen. De hoeveelheid groen valt op, parken, bossen of grote tuinen om gebouwen heen, een aangename drukte, er kwam na twee haltes een zitplaats vrij. We reden mee tot het eindpunt bij de universiteit en daarna terug tot het andere eindpunt bij het treinstation. Daar zochten we de route voor het modern art museum, dat bleek vlakbij het hotel te zijn. Dus nog een stuk mee met de tram tot halverwege en in een kalme pas naar het museum. Op dinsdag en donderdag, legde een van de mannen daar omstandig uit, zou het pas om 13.00 uur open zijn en hij gaf daarbij direct een handleiding hoe bij een soort VVV te komen, maar we hadden het Oudheidkundig museum vlakbij al op het oog. Een prachtig gebouw aan een statig park, met beelden te over.

Geen verkeerde keuze bleek al gauw. Van het stenen tijdperk, via Egypte en Japan naar het heden. Duidelijke instructies via audio en beschrijvingen erbij in het Hongaars of Engels en, hoe kan het anders, ook hier suppoosten die alles nauwlettend in de gaten hielden. Geen vuil vingerwerk op de schone vitrines. Haha.

Vooral Japan sprong eruit, vond ik, zoveel mooie en herkenbare voorbeelden met de overbekende traditionele Japanse Geisha-Maiko-kunst op de muren geprojecteerd en prachtige kimono’s in de vitrines.

Er viel ook een aantal doeken van Hongaarse schilders te bewonderen van 1600 tot halverwege de vorige eeuw, helaas allemaal mannen, en daarna ook nog de traditionele klederdrachten van de dames, voor mij, als danser van een Hongaarse choreografie, bijzonder interessant.

De laatste zaal met opgezette dieren en de natuur van Hongarije kon er niet meer in, het hoofd zat vol met alle indrukken. Er viel genoeg te verwerken. We verlieten het gebouw en kwamen even bij in het museumpark, in de lommerrijke schaduw van een eeuwenoude boom. Alle twee hadden we hetzelfde idee. Een restaurantje gaan zoeken, daar een fijne maaltijd uit te kiezen en aan het eind van de middag op het hotel aan, om bij te komen van de vermoeienissen. Dat hadden we gisteren eveneens gedaan en was ons uitstekend bevallen. Morgen stond een koetstocht over de Poesta op het program en dat was iets om uitgerust aan te beginnen, want het zou enerverend genoeg zijn.

Loom en rozig kwamen we rond een uur of half vijf op de kamer aan. Één activiteit per dag was meer dan voldoende. Zo werd de energie in goede banen geleid. Terugkijken op de mooie beelden, waarmee we al het schoons hadden vastgelegd en nogmaals genieten in de avondzon die in de kamer scheen. Lief op balkon en ik zittend op bed om verslag te doen. We boffen maar.

Overpeinzingen

Zo snel kan het gaan dus

Onze oriënterende wandeling door het centrum van Debrecen zit erop. Met de vermoeide onderdanen languit zit/lig ik nu te schrijven.

We zorgden voor negenen in de eetzaal te zijn, waar het ontbijt tot tien uur geserveerd zou worden. Een verkapt buffet, omdat je een gang moest maken langs de ontbijtmogelijkheden. Ze waren niet, als de rest van het hotel, onovertroffen. Integendeel, een huis-tuin-en-keuken buffet. Een hardgekookt ei, die zijn hoedanigheid groenachtige eer aandeed, en twee koude spiegeleitjes. De meneer die er rond liep, was ook al niet de vrolijkste. Hij mompelde wat en begon in de andere vleugels vast de tafellakens te verschonen. Wij zaten stilletjes in het grootste gedeelte van de zaal op het koninklijke pluche, blauw met goud, terwijl de Hongaarse Hitparade via de luidsprekers binnen bleef stromen. Morgen wat eerder aanschuiven, was het goede voornemen.

Daarna begonnen we met de mogelijkheden uit te spitten. Er was genoeg te doen. Het is maandag en ook hier waren de musea dicht. Die konden we voor morgen bewaren. Alles leek aardig in de buurt te liggen. Ook wilden we ‘sightseeing Debrecen’ op eigen houtje ondernemen, door in de twee tramlijnen te stappen, de een naar Egyetem en de ander naar Nagyallomas, goed meelezen op de trambordjes et voila, een gratis rondritje langs de bezienswaardigheden van de stad, zodat je de volgende keer weet, waar je uit moet stappen. De proefondervindelijke wijze dus!

Maar eerst Kalvin Tér en haar prachtige gebouwen bezichtigen. Van binnen of van buiten, dat lag aan de uitdagendheid ervan. Onderweg vielen er prachtige oude deuren in een dunne brons-of koperachtige laag, te bewonderen. Stuk voor stuk juweeltjes. Een beetje jugendstil, een beetje barok, voor elk wat wils. De grandeur van de gebouwen bleek bij nader beschouwen wat sleets aan te doen, door verlaten bouwsels, afgekalkte cherubijnen, een stuk balkon, dat ontbrak en de bijbehorende ingegooide ramen.

Wat zou het jammer zijn als die klassieke Hongaarse stijl hier en daar vervangen zou worden, door de stijl van een reeds aanwezige aangebouwde vleugel. Strak, beton, zonder opsmuk, zonder tierelantijnen, een grijs Sovjet-imago. Poets die Cherubijnen op, zet een laag koperpoets op die deuren, krab de druiventrossen schoon, stel de guirlandes in ere! Doe iets om letterlijk en figuurlijk het verleden opnieuw glans te geven. Redden wat er te redden valt. Nu kan het nog.

We komen langs mijn favoriete verzorgingsproducten winkel. Ook hier? Dat wist ik niet. Snel naar binnen want mijn vloeibare make-up is aan haar laatste opleving bezig. Even verderop zien we steeds meer binnenhofjes met leuke piepkleine winkeltjes en restaurants. Een van die laatste ziet er heel verleidelijk uit. Grote oleanders, grote parasols die beschermen tegen plotseling opkomende buien en aangenaam rustig. Daar gaan we lunchen. Een Italiaans restaurant met een voortreffelijke Halasleves op de kaart. Soep met verse kreeft en verse mossel in schaal, doekjes voor de vingers, geroosterde brood erbij en een fles water en een Hongaarse droge witte Tokaj wijn. Lief trakteert. Hoe kom ik aan die mazzel. Een mooi begin van onze ontdekkingsreis in dit deel van het land.

Onderweg wordt iemand, die op een bankje ligt te slapen, zonder pardon door twee ordehandhavers met barse stem van zijn plekje verjaagd. Een vrouwtje zit bij de fontein haar lege flesjes te vullen met bronwater en is met een lapje haar bril aan het poetsen. Daarna gaat ze uitrusten op een bankje, haar hele leven in haar boodschappenkarretje. De dienders zien haar over het hoofd. Iets verderop staat een oude man, wat wankel op de benen, bedachtzaam een richting op te turen om vervolgens onvast naar de straat achter ons te lopen. Het is net half een ‘s middags. Ook hier duiken diverse mensen de vuilnisbakken in op zoek naar blikjes. Klein leed in een notendop.

Appje van zoonlief. We hadden een wespennest op het balkon in een hoekje onder de planten. Dat is me twee weken geleden niet opgevallen. Twee weken geleden. Niet te geloven. Toen was ik nog daar. Intussen heb ik een wereld aan belevenissen opgedaan. Zo snel kan het gaan dus.

Overpeinzingen

We zullen zien waar het schip strandt

Vannacht was er een complete wolkbreuk waar we de avond ervoor al een klein staaltje hadden gezien. Tante Pollewop en ik waren het liefst binnen terwijl de rest de bliksemflitsen en de daverende donderklappen met grote interesse tegemoet keken. Ieder zijn meug.

Er zou een klein marktje zijn in de boomgaard en die was, bleek later toen het droog was, naar het overdekte terras te zijn verhuisd. Ook de maaltijd, die doorgaans op woensdag en op zaterdag kon worden afgenomen, werd daar uitgedeeld. Tikkie chaotisch allemaal maar het had ook wel weer wat.

Ondanks de regen sliepen we redelijk goed in die kleine kajuit. Wat een verschil met dit ogenblik. We waren om een uur naar Debrecen vertrokken, na een beladen afscheid, altijd iets wat moeilijk is, voor dochter en mij zeker, en kwamen daar rond vijf uur in de namiddag aan bij het hotel. Dat bleek een luxe te zijn, die we in lang niet zo hadden mogen smaken. Aan de rand van het autoluwe centrum van de stad, royale kamer en een even zo royaal bed. Alles was ruim en later bij het zoeken naar een supermarkt voor de hoognodige slaapmutsjes bleek de stad zelf ook alles behalve benepen opgezet.

Weidse pleinen met fonteinen en enorme bouwwerken die getuigden van een lange historie, een tram die er met drie lijnen doorheen denderde bij tijd en wijle. Terrasjes onder schaduwrijke bomen. Het ademde in een woord ‘Grandeur’ en wij zaten er midden in. Tegenover het hotel is een groot park. Morgen gaan we de boel uitgebreid verkennen. De polaroids van ons zessen, en die van tante Pollewop en ik en de filosoof en ik liggen hier vlak bij me, als aanwezige herinneringen van het voorbije vermaak en het aangenaam verpozen. Warme gevoelens maken ze los. Die zijn niet meer weg te nemen.

De eigenaren van de camping, Bernadette en Arnold, waren in hun nopjes van mijn geschetste versie van het varken Trudy, onvolprezen boegbeeld van het geheel. We namen hartelijk afscheid. Daarna kwam de man van de gehuurde caravan en inspecteerde de boel. Prima in orde en hij zou ze later meenemen, als hij klaar was met een volgende camper.

We reden voor het laatst de hobbeldebobbelweg af en daarna door een groot deel van het heerlijke bergachtige Slowaakse landschap. Onderweg een automaat als benzinepomp, maar in vlot Engels de gebruiksaanwijzing gekregen, dus een eitje. Met volle tank waren we in no time de grens over en kon de weg vervolgd worden. Een grote snelweg, recht naar Debrecen centrum toe. Hoe mooi kan je het hebben.

Nou ja, wat ik zei: Ongekende luxe en ook weer heerlijk na de klein caravan, of misschien wel extra daardoor zo ervaren. Na een opfrisdouche op pad om een winkel te zoeken en het halve centrum doorgestapt. Heerlijke temperatuur, mensen in zondagsmodus, fietsende en steppende mensen over de autovrije straten, terrasjes vol genieters, pleinen met toeristen, hier en daar fotosessies houdend voor een imponerend gebouw, die er in grote getale aanwezig waren. Daarna een terrasje vlak bij het hotel om met Nachos en een lafenisje de aankomst en dit nieuwe avontuur te vieren.

We zullen zien waar het schip strandt.

Overpeinzingen

De koningen te rijk

Vannacht heeft het met bakken geregend, afgaande op het gehoor, want we sliepen door de nacht heen als roosjes. Dat had een reden. Overdag waren we nogal bezig geweest met het verleggen van grenzen. Op de eerste plaats was de waanzinnig mooie plek een uitdaging. Het was opnieuw een oude steengroeve en hier was aan de voet een meer ontstaan dat op sommige plaatsen wel vier meter diep was. Het was particulier gebied en de eigenaars hadden het opengesteld voor iedereen die r maar van gebruik wilde maken. Je kon er zwemmen, suppen, beachvolleyballen, zonnebaden op de houten ligstoelen en er was zelfs een vakantiehuis te huur. Een klein restaurant ontbrak er ook niet aan. Koek en zopie of een heerlijke lunch, alles was mogelijk. Het was zo’n dertig minuten rijden van de camping vandaan.

In de voorbereidingen had ik mijn zwembroek en twee tankini’s meegenomen en tante Pollewop mocht zeggen welke ik aan moest trekken. Het was het exemplaar dat ik voor een habbekrats in de kringloop op de kop getikt had. Dat was dus al de eerste overwinning. Ik in badpak, zonder me in allerlei lappen te hullen. Lief trok ook zijn zwembroek aan, die ik in de haast toch maar had meegegrist, ook al wilde hij aanvankelijk niet. Maar de mooie omgeving, de stilte, de temperatuur van het water en de weinige zwemmers zorgden ervoor dat er allerlei nieuwe avonturen bedelden om aandacht. Op de eerste plaats zwemmen met dochterlief. Klein minpuntje, steengroeve betekent rotsen en stenen en daar waar het water toegankelijk was lagen verse kiezels op de grond. In het water zwommen vissen, grote en kleine, en hier en daar bij de kant wat waterslangen. Zonder plastic waterschoenen toch een tikkie afzien.

Tante Pollewop en de filosoof lagen met hun vader als eerste in het water. Lief acclimatiseerde in zijn kalme tempo op de kant. Toen dochterlief en ik eenmaal in het water gingen, bracht de grote band uitkomst. ‘Als ik daar in ga zitten, kan ik langzaam wennen,’ had ik bedacht. Me niet realiserend dat ik er dan wel in een keer door zou zijn. We moesten daar vreselijk om lachen en daarmee was al het ijs gebroken en de bravoure los. Op vier meter diepte liet ik me in het water zakken, maar daar kon ik natuurlijk niet staan en het werd zaak om snel aan de kant te komen. Maar snel en de longetjes gaan niet samen. Oops, weer te hard van stapel gelopen. Met de band redde ik het, maar moest, eenmaal op de kant geklauterd met hulp van dochterlief en Lief, eerst wel even flink lucht bijtanken.

Anders aanpakken was het devies. Schetsje van de kinderen aan de overkant, twee parende libellen vangen met mijn telefoontje, eerst maar eens de sup board proberen, zittend wel te verstaan. Lief maakte zich klaar om te gaan zwemmen. Het was zo fijn om hem zijn aarzelingen te zien overwinnen. Hij is altijd bevreesd voor de kwetsbare onderdanen. Hij zwom weg, meteen verkennend of het meer rondom te doen was. Voor mij was in eerste instantie zittend op de sup een uitkomst.

Dochterlief bleef bij me in de buurt, maar het was ook gewoon de lol om deze nieuwe ervaringen samen te delen. De twee waterratjes waren niet uit het water te slaan en tante Pollewop stond met haar drie diploma’s als een volleerde supper op de sup te peddelen en oogstte bewondering van de goegemeente om ons heen. Uit de bar klonk een vrolijk muziekje. Hoog boven ons cirkelden twee roofvogels en een koolmees at brutaal van een appeltje boven ons hoofd. Lief peddelde voor de eerste keer op de sup het meer rond en het leverde een magisch plaatje op, door dochterlief geschoten.

Ik nam me voor om in laag water te blijven bij de tweede poging en daar nog enkele slagen te doen. Beter en te onthouden voor een volgende keer. Wel even mijn skills vertonen aan de kinderen, natuurlijk, vanuit dat zwembestaan uit het verre verleden. Haha, iets minder soepel, maar toch.

Met een heerlijke gedeelde brie-salade en wat frietjes en voor de kinderen pannenkoek en later een ijsje, was het feest compleet. Op de terugweg in optocht achter een lange rij landbouwvoertuigen werd er naar ons gezwaaid vanaf de kant. We wuifden vriendelijk terug en voelden ons de koningen te rijk.

Overpeinzingen

Het allerlekkerste dat er is

Al vroeg in de ochtend klinkt een indringend melodietje dat voor de slapende camping niet te missen is. Een Slowaakse versie op het lied: ‘Hé, hé wordt wakker hier komt de bakker.‘ Een groepje fanatieke kampeerders staan al paraat op de plek waar hij stil zal houden. De eersten zullen toch ook echt de eersten zijn.

Er vlakbij staan een paar kinderen te dralen bij de plek, waar straks het dagelijkse rondje rijden met de paarden een aanvang zal nemen. Van jong tot ouder staan de kinderen met een nummertje in de hand te wachten tot ze aan de beurt zijn. Tante Pollewop is ook van de partij. Er zijn twee paarden, een met zadel en een met slechts een dikke dekenmat, als je van nummer wilt ruilen omdat je persé op een speciaal paard naar keuze wil, mag dat. Schoonzoonlief gaat naar de bakker en ik strijk neer op een bankje voor de kraal. Lief is wandelen in het bos, ten einde de voeten droog te kunnen houden.Hij is al heel lang weg, in mijn beleving. Zou je kunnen verdwalen in die immense bospartijen. Maar dan is er een app: ‘Ik hoor de bakker al’, en ik kan opgelucht adem halen, hij is in de buurt.

We ontbijten als iedereen er weer is boven op de berg bij de caravan van onze lieve schatten en gaan over tot de orde van de dag, die inwisselbaar is per minuut, dat dan weer wel. Heerlijk vrij buitenleven. Er wordt gedoucht, gezwommen, er wordt koffie gedronken en daarna nog een lunch voor wie wil. Dat is te veel voor mij. Twee keer eten volstaat. Ik neem genoegen met lucht.

We reizen af naar de stad Krupina, een stad met ongeveer 7000 inwoners. Wat opvalt is de drukke weg die dwars door de winkelstraat loopt en waar vooral ook veel zware vrachtwagens denderen, die overigens bij elke oversteek in de remmen gaan om ons voorrang te verlenen. en de hoge flats net even buiten het centrum. Kuprina betekent griesmeel. Ik probeer de reden te vinden, maar vang nul op request.

Eerst bezoeken we een postkantoor in erbarmelijke staat met als enige functionerende een viertal kloketten. De prijs van de postzegels voor de te versturen kaarten is mee omhoog gegaan met de tijd. We wandelen een rustiger straatje in met een terrasje en lopen door tot aan een rivier, waar het water laag staat en de begroeiing grotendeels het opperval vult. Riet en kattestaarten. Tante Pollewop wijst op een stenen hart temidden van de stroming. Na de rivier voor de flats is een speeltuintje, een uitgelezen kans om even stoom af te blazen.

Daarna gaan we op zoek naar ijs en spotten onderweg een kringloopwinkeltje. Dat bewaren we voor na de koude lekkernij. De temperatuur met de camping scheelt minstens zo’n 6 graden omdat het hier windstil is en de warmte tussen de huizen blijft hangen. Ik werk mijn t-shirt met lange mouwen onder mijn top uit. Ziezo, nu is het aanmerkelijk beter ademhalen. Grappig ijs, dochterlief en ik kiezen granaatappel, met een goedkoop uitziend horentje maar kraak-en-smaakvoller. Dan het beloofde kringloopje terwijl schone zoon de parkeermeters bij gaat vullen.

Vier volle rekken, een klein beetje sieraden, beheerd door een vriendelijke man en genoeg te snuffelen dus. Dochter scoort al gauw met haar geoefend oog een mooie geborduurde bloes, tante Pollewop vindt vriendschapskettinkjes voor haar en haar vriendinnen en schone zoon heeft een t-shirt aangepast die de filosoof mega mooi vindt, maar dat nog te groot voor hem is. De man vraagt waar we vandaan komen, zijn zoon blijkt in Assen een classic motorzaak te hebben. Als dank voor de afname én het praatje krijgt tante Pollewop een skibroekje cadeau. Niet nodig maar je moet een gegeven paard niet in de bek kijken, dus nemen we het dankbaar aan. ‘Daga’ leren we. (Djaga fonetisch).

Na de woeste tocht terug, haarspeldbochten zonder beschermende hekjes erlangs, valt de avond, na een heerlijke maaltijd courgette-en-tomatensoep met stokbrood. Op dat moment: Het allerlekkerste dat er is.

Overpeinzingen

Een gebed zonder end

Gisteren hadden we een dagje camping ingepland. Voor de broodnodige rust en om dat het ook heel verruimend kan werken om pas op de plaats te maken en stil te staan bij datgene waardoor we omgeven zijn. Een andere vorm van genieten van de omgeving. Dochterlief had het lumineuze idee opgevat om iets voor de gastheer en gastvrouw van de camping te maken ter afscheid en te geven als we zondag weg zouden gaan. Er was maar een lumineuze ingeving. Natuurlijk moest er een tekening komen van het boegbeeld van ons onderkomen, namelijk, de uit de kluiten gewassen Trudy, het varken.

De famille zou een wandeling gaan maken. Lief wilde aanvankelijk mee, maar tijdens zijn eigen ochtendwandeling, altijd goed voor een uurtje of meer, waren zijn schoenen drijfnat geworden door de ochtenddauw en aangezien dat het enige paar was, wat hij bij zich had, op zijn pantoffels na, koos hij eieren voor zijn geld. Op zijn sloffen ging hij 6 kilometer niet redden, dus ging het feestje niet door. Rond twee uur gingen ze op pad. Het was ineens een stuk stiller op de camping, al was dat slechts het idee. Een vader was met twee zoontjes aan het voetballen en de oudste en hij waren voortdurend in discussie, waarbij de vader fanatiek iedere keer zijn zoon aanwijzingen gaf of terecht wees. Om de haverklap was de jongen in zijn wiek geschoten, omdat paps iets anders beweerde. Het voetbalveld ligt pal voor onze tent, met gelukkig ruim terrein er tussen, dus ik kon alles goed observeren.

Als lunch had de filosoof samen met dochterlief heerlijke springrols gemaakt. Snijden van de groente met de mandoline, rijstevelletjes erbij en een heerlijk sausje en klaar was kees. Om je vingers bij af te likken. Een van mijn lievelingsen. Er waren aanvullend nog empanadas bij die we in de ochtend hadden aangeschaft in de boomgaard. Pure huisvlijt, deze lunch.

Beide buurtjes naast onze caravan gingen weg en er kwam diezelfde middag een nieuw gezin. Terwijl zich dat allemaal voltrok konden wij heerlijk lezen . Ik las in ‘De Boekhandel in de Bergen’ van Donati. Lief in ‘Oever’ en in de Hongaarse versie van Pooh Bear. Rustiek campingleven.

In de avond kwamen twee vrouwen die voor de zich opgegeven gasten hadden gekookt, er was keuze tussen een vegetarisch maal en een vleesgerecht. In dit geval gefrituurde bloemkool met gebakken aardappelen, zoetzuur en saus of gebakken kip met rijst en zoetzuur. Er stond maar een tafel klaar en stiekem hadden lief en ik het idee, van gedekte tafels met campinggasten bij elkaar, maar niets bleek minder waar. Op de aangeklede tafel werd alles uitgestald en in een soort lopend buffet-optocht werden de maaltijden per klant verstrekt met de bijpassende betalingen in baar geld. Minder romantisch dus, maar even, of misschien zelfs, nog lekkerder.

Ondertussen trok het koud op, toen de zon verdween uit de boomgaard en de Noorderwind aantrok. Geen slecht plan om weer bijtijds onder het dekbed te kruipen, temeer omdat de buren ijverig los gingen op hun houtvuurtje, dat hier bij elke tent is toegestaan, een reden waarom de kampeerplek zo ruim is bemeten. Heerlijk natuurlijk en binnen had ik er geen last van.

Er schoot me een mooie actie van tante Pollewop te binnen die bij een mierenoversteek wilde wachten tot ze daar mee klaar waren. Wat een schattige gedachte. Handig om te weten dat mieren hun weg zowel heen als terug vervolgen in hoog tempo, ‘The Never Ending Story of the Ants.’ Is een gegeven. Zou je wachten tot ze klaar waren, dan werd het voor de wachtenden een gebed zonder end.

Overpeinzingen

Gouden glorie

Na een heerlijke nacht in het kajuitbed worden we wakker in een witte wereld. Huh, hoe dan. Simpel, bleek achteraf, de luifel was naar beneden gekomen en had zich als een beschermend vel om de caravan gedrapeerd. De lucht in de opstaanders was er uitgelopen of zo. We wachten even op schoonzoon en dochter, misschien weten zij, als ervaren trekkers met een caravan, van wanten.

Gisteren was zo’n dag om bij te schrijven in de annalen. Na een rustig ochtendje op de camping, poedelen, administratie afhandelen, de heerlijke rust tot ons nemen die er op deze ‘Lazy’ camping heerst, vatte schoonzoon het idee op om naar de steengroeve te gaan om haaientanden te zoeken.

Met twee auto’s op pad langs de heerlijke Slowaakse wegen tussen dicht begroeide bossen door en ineens, hoe komen we aan die mazzel, stak een hert over vlak voor de auto van onze lieve schatten. Wij en nog een auto erachter konden ruim op tijd stoppen en toen voltrok zich in een mum van tijd het volgende, te snel om eigenlijk op de foto te zetten; Een hele roedel van zo’n 15 herten renden erachter aan tot en met de kleinste van het stel, die iets later kwam. Hoe kan klein geluk het hart vervullen.

We moesten een dorpje in en een smal weggetje op dat ons naar de steengroeve zou leiden en ineens stonden we voor een immense, inmiddels weer begroeide, afgegraven groeve. De grote verrassing was de hoeveelheid nestenholen van een kolonie bijeneters, die zich daar zeer thuis voelden. De prachtige vogels kwetterden dat het een lieve lust was. Een lichte teleurstelling was de hoeveelheid kinderen, die aanvankelijk nog allemaal driftig aan het graven waren maar er langzamerhand een spelelement doorheen hadden gevlochten.

Wij hadden ons geposteerd aan de rand van de kuil, waar iedereen aan het graven was en ik probeerde de groeve met de holen vast te leggen in een kleine schets. Toen de kinderen om ons heen kwamen dartelen, meer om aandacht vroegen en tikkertje begonnen te spelen, verkasten we naar over het heuveltje verderop, waar dochterlief en co al snel de wijk naar toe hadden genomen. Wat een heerlijkheid en wat een serene rust vergeleken bij de grote kuil. Midden tussen het duingras en de kruisdistels, met de holen van de bijeneters hoog boven ons, het uitzwermen van de beestjes, met een verrekijker goed te observeren, en de kinderen die bij tijd en wijle hun vondsten lieten zien, was de volmaakte rust weergekeerd.

Een Slowaakse man met zijn drie kinderen gaf onze schatzoekers, zelfs Lief had zich aangetrokken gevoeld tot deze verslavende bezigheid, een zeef waarmee grond goed te zeven viel, en je het fijnere zand beter kon doorzoeken. Zo’n lief gebaar, ook kwamen ze nog even hun buit laten zien. Dat is het heerlijke van deze vakantie. Grenzen en verschillen vallen weg, mensen in de natuur, ik hou ervan.

Tante Pollewop kwam steeds even een tijdje verpozen met het maken van een eigen schets, geheel en al gebaseerd op haar eigen fantasie en iedere keer was er iets nieuws te bewonderen. Een grote dikke gouden tor, met zijn groene ruggetje en gouden voorkant, die zich doodstil hield op dochters hand en daarna met moeite los liet om zich vervolgens aan een strohalm vast te klampen, een heideblauwtje op de distels, de lome middagstilte met daar doorheen bij tijd en wijle het gekwetter van de bijeneters.

Met een tevreden schat van een aantal ieniemienie haaientanden trokken we verder, richting de stad om de boodschappen in te slaan voor een overheerlijke courgette soep aan de drietand, waar een grote pan gehangen werd boven een houtvuurtje. De filosoof en de schone zoon bemoeiden zich daarmee, dochterlief en tante Pollewop ontfermden zich over de tomatensoep en Lief en ik deden het betere snij-en -afwaswerk. Teambuilding met een sterretje.

Toen er ook nog marshmallows gebrand konden worden om marshmallowtaartjes van te maken kon deze feestelijke dag helemaal niet meer stuk. Gouden glorie.

Overpeinzingen

Geen straf

Gisterenmorgen na een nachtrust, waarbij de spieren nog even moesten acclimatiseren aan een lijf dat volledig was stil gevallen en het autoritme niet langer de ondertoon vormde, werd ik veel te vroeg wakker. Niet zo bijzonder. De avond ervoor lag ik al vroeg in de veren, eenvoudigweg niet meer bij machte om het hoofd rechtop te houden. Vanaf zeven uur waren alle ochtendrituelen gedaan en begon ik met in te pakken. De grote koffer. De ene helft voor Lief en de andere helft voor mij. Kasten leeg geplukt, gewikt en gewogen welke kleding er mee moest, gezien de twee verschillende omstandigheden, de eerste week een boerderijcamping in Slowakije en de tweede week een hotel in Debrecen, een van de grote steden in Hongarije. Dus wat voor het gemak en wat voor culturele uitjes.

Om half tien begon het lijf te protesteren. Pas op de plaats rust, betekende dat. Liggen, ogen sluiten en helemaal niets, niet denken, niet bewegen, niets doen. Met een uurtje ging het beter. Alles ingepakt, ook beddengoed en handdoeken en Agaath en haar Tommetje liefdevol ingelicht. Farm en Kemping Lazy, Slowakije. Er was opnieuw regen voorspeld rond Budapest, maar dat bleek niet het geval te zijn. We tuften vrolijk over de wegen onder een blauwe lucht met witte watten wolken. De grensovergangen golden nog als overgangsgebied. Hongaarse, Slowaakse en Duitse woorden op de borden.

Het landschap ging langzaam over in glooiende dichte bossen. Minder strak, minder ‘onderhouden, met veel meer kreupelhout en ook hier rijen stammen naast de weg, die bijna achteloos leken neergegooid. Hetzelfde gold voor de weggetjes door zo’n bos heen, die we geacht werden te volgen om op locatie te kunnen komen. Nauwelijks verkeer. Gelukkig maar. Passeren was een moeilijkheidsgraad van passen en meten. De berm kon je namelijk niet in, omdat met geen mogelijkheid te zeggen was of die onder het weelderige struweel recht naar beneden ging of eerst nog wat grond.

Stoppen voor een spoor, waar een man nog handmatig de wissel moest omzetten. Lang niet gezien. Het duurde en duurde voordat er een tweede trein kwam na de eerste boemel. Al die tijd gebeurde er niets.

Ergens in een van de bossen wilde een ree oversteken vlak voor een auto voor ons, maar schrok, en bleef van de weeromstuit uithijgen aan de rand. Foto, voordat ze weer verdwenen was. Toen we langzaam optrokken, hinkstapsprong ze met haar hindebeentjes het bos in. Mooi moment.

De camping lag in een dal. Heerlijk ruim opgezet, iedere tent of caravan een vuurplaats, geen haringen van de buuf in je voortentje. Hartelijke omhelzingen met dochterlief, schone zoon en de filosoof en tante Pollewop, die ons onmiddellijk meesleepten om de dierenhave te laten zien. Ze werden net gevoederd. Het enorme varken Trudy en haar kompaan, het hangbuikzwijntje Ukkie. Knorrend deed Trudy zich voornamelijk te goed aan het veevoer.

Het verhaal rondom het varken was als volgt: Er was in de boomgaard een goed pruimenjaar geweest en de varkens,Trudy en haar zus, hadden ze veel te eten gekregen. Maar zuslief stierf en Trudy werd doodziek. Eenmaal opgekalefaterd hoefde ze niet meer, net als haar voorgangers, na zes maanden naar de slacht, maar mocht ze blijven. Pruimen waren in feite haar redding geweest. Er waren geitjes en kippen en iedereen en alles dartelde om de dieren, lagen in diverse hangmatten, sprongen op de trampoline rond. Er was een winkeltje met het hoognodige waar je kon pakken en schrijven. Het ouderwetse vertrouwen.

Dochterlief had een heerlijk feestmaal bereid bij hun caravan en werd vooral het feestelijke ruimschoots omlijst met de laatste avondzonnestralen, een warm gesprek en een biertje of een wijntje.

De caravan stond op een mooie plek en was van alle gemakken voorzien. Even wennen aan de afmetingen, maar wel met een toilet, voor ons een zege.
We sliepen achterin, het leek bijna een kajuit of een kleine bedstee, maar knus om dicht tegen elkaar aan te kruipen en dat was na maanden gemis geen straf.

Overpeinzingen

Tijd om in de benen te gaan

Gisteren begon de dag om half vijf. Hongaars als egalisator. Eerst dat en dan staat het hoofd weer aan. Ken je gewoontes. Ik hoorde geluiden uit de ontbijtkamer beneden, een zware mannenstem, ruim voor de ontbijttafel gereed zou zijn. Het was een gast, die ieder jaar ruim 500 kilometer met zijn traktor uit Duitsland komt rijden om boven, in Vichtenstein, bij het een of andere evenement te zjjn, Hij spreekt onverstaanbaar Duits. ‘Swabisch’ zo verklaart hijzelf. Gaandeweg rijgen de woorden zich toch aan elkaar en verstaat er een leesbaar verhaal. Ik beloof de lieve zorgzame gastvrouw, na het ontbijt, een mooie review te geven. Ze kijkt verheugd op. ‘Echt waar’, vraagt ze, ‘Meestal geven mensen alleen commentaar als iets niet goed is.’ Dat verbaast op mijn beurt mij weer hooglijk.

Ik zit inmiddels aan de keukentafel, uitzicht op de ontplofte druiven, die zich explosief laten zien. Ook de vijgenboom voor het terras heeft meer vruchten dan er in de potten jam zullen gaan.

We drinken op de thuiskomst en ik giebel om het effect. Eindelijk thuis, ondanks de wolkbreuken vanaf Wenen tot aan Budapest, het was heftig. Geen weg te zien. Focus en doorgaan is het devies en zo geschiedde. Het laatste stuk duurde te lang.

Het leven vereenvoudigd zich tot de dagelijkse beslommeringen en het samenzijn staat even centraal. Alles is zo herkenbaar. Lief heeft allerlei kleine attenties, voornamelijk op het land. Hier iets in bloei en daar ruimte gemaakt, hier iets weggehaald en daar iets toegevoegd. Op het schone en opgemaakte bed staat een klein porseleinen vaasje met rozemarijntakjes als welkom. Kleine uitingen van liefde, in dank afgenomen.

Inmiddels is het de volgende ochtend. De koffers staan nog onuitgepakt om het bed. Straks een nieuwe koffer samenstellen voor de komende twee weken. Rond elven willen we weg. Na de ochtendspits en voor de avondspits. Het is ruim vier uur rijden vanaf hier en we zullen weer een regenfront passeren bij Boedapest. Ik ben benieuwd. Kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet.

De caravan is gearriveerd op de camping en dochterlief en schone zoon zijn op zoek gegaan naar een mooi plekje. Ben benieuwd hoe of het bevalt om met onze oude lijven in zo’n kleine ruimte te zijn. Vandaag was er regen op komst, maar de rest van de week ziet het er goed uit. In ieder geval kan ik daar de lange ritten laten bezinken, van mijn lieve schatten, Lief incluis, genieten en van de omgeving en van de aanwezige dieren op de camping.

Het wakker worden bij de vertrouwde geluiden door het open raam, de kraaiende hanen, de koerende duiven, het rommelen van de buurvrouw, een piepend hek, het blaffende kleine hondje. Duiven spreken alle talen bedacht ik gisteren toen ik er een hoorde koeren door het raam van de gasthof. Ze zijn overal.

Er sijpelen mooie berichten door van zoonlief uit Indonesie, wat een schoonheid straalt er van de genomen foto’s en filmpjes af. Vandaag zal de hele familie met elkaar verenigd zijn en kunnen ze aan het avontuur op Ambon beginnen.

En nu opschieten, het is de hoogste tijd om in de benen te gaan.