Overpeinzingen

Onvergetelijke momenten

Net op tijd binnen. We hadden de boodschappen nog niet uit de kofferbak gepakt of er begonnen langzaam maar gewis dikke druppels te vallen. Maar die medaille had ook een keerzijde. Op ons tourtje door het Hongaarse land hebben we door de wisselende luchten veel schoonheid mogen meemaken. Wat een pracht aan beelden leverde dat op. De helft in mijn hoofd en de andere helft in het digi-archief van de telefoon.

We hadden de vorige dag besloten dat we naar een verzamelpunt af zouden reizen waar de drie streken: Baranya, Szomogy en Tolna, elkaar omhelzen. Agaath had er zin in en haar Tommetje ook, want die leidde ons via een prachtige omweg, tel uw zegeningen, met een grote boog om Nagypeterd heen, via Orfü naar Kaposvár, zogezegd. Goed voor meer dan twee uur rijden.

We vonden het drie-streken-punt, maar de weg leidde recht omhoog en het onthaal door de woest blaffende honden was ook net iets te onstuimig. Dat was vooral mijn aandeel. Lief kan met elke hond lezen en schrijven. Het maakte niet uit want we hadden het gedenkteken er niet voor nodig om te zien dat dit een echt stukje authentiek Hongarije was, waar het leven nog kabbelde, ingestorte huizen naast de nieuwe stonden, om de stenen weer een voor een te kunnen hergebruiken, vervallen oude boerenschuren voor gebruik van het hout voor de tegelkachels. Rugkachels noemde mijn jongste telg ze, 25 jaar geleden.

Het was vooral de combinatie. Afwisselende wegen, een aantal haarspeldbochten, altijd meerdere kuilen en bobbels die Agaath met verve nam, snelle auto’s achter me, met de zenuwen niet in bedwang, voorbijsuizend, of oude krakende exemplaren op hun dooie akkertje op een weg van 90. Geen punt, wij willen veel om ons heen kijken en kunnen genieten, dus hobbelen we achter de oudjes aan, schuiven hier en daar de berm in om plaatjes te schieten of om de snelheidsduiveltjes ruim baan te geven.

Onderweg een blauwdruk van de berg Golgotha ten tijde van de kruisiging. Dat zie je zo. Die kleuren! En even later twee in elkaar schuivende zandheuvels met lichte sleeptrekken, die me onmiddellijk aan ‘Open Ended’ van Richard Serra deden denken. Dezelfde koperen glans nu de laatste zonnestralen, voordat de lucht helemaal dichttrok, alles in gouden gloed zetten. Ik had op dat punt een foto moeten maken, maar er zat een auto achter me en ik reed door om ze even later, net iets minder spectaculair in beeld te krijgen, maar nog altijd sprookjesachtig mooi door die allesoverheersend hand van de Natuur. Nergens kan je een contrast zo in balans, zo vloeiend vinden.

Onderweg twee dames in een Hongaarse auto die ons in een Hollands met Wassenaarse slag vroegen of we ergens naar op zoek waren. ‘Nee hoor. We wilden even een foto schieten‘. ‘O, jullie zijn op zoek naar mooie plaatjes’. De spijker op z’n kop, want die vonden we in overvloed.

Lief zei wel dat we aan de buien zouden ontsnappen en dat het droog zou zijn als we onze kant opgingen, maar daar had men toch een ander idee over. Tussen de druppels door naar de supermarkt, een praatje met oude bekenden, gauw de spullen in de auto en naar huis.

De regen is uitstekend voor de gisteren gehaalde lavendel en lobelia in de potten en de al geplante hemelsleutel en vetplanten in de cactusborder. Met een belletje van zoonlief en de kleinkinderen was het al met al een dag met die gouden zonnerand. Inderdaad, met onvergetelijke momenten.

Overpeinzingen

Ons kent ons, maar dit was precies voldoende

Taal en verbeelding willen gevoed worden. Een woord, een andere omgeving, een boek, een gebaar, noem het maar. Gisteren was zo’n dag dat ik aan nieuwe voeding onderhevig was. Lief was inmiddels bij met het werken in de tuin en daardoor konden we prima een nieuwe indeling van de dag maken. Tot een uurtje of één klussen en dan er op uit. Er viel nog een klusje te klaren. Om voor het huis te kunnen maaien hadden we het plan opgevat toch maar een betere bosmaaier aan te schaffen. Eentje die lichtgewicht is en minder lawaai belooft. Daarvoor reden we over de slechte 6 naar Pécs. Een adres van vriendlief beloofde daar een bosmaaier, die we direct mee zouden kunnen nemen en aangezien de nood aan de man was qua graslengte, kwam dat goed uit.

Een hele aardige verkoper, die eindelijk volstond in staccato korte zinnetjes, waardoor ik veel kon volgen, hielp ons dusdanig, zodat we in een half uur met hele lange bosmaaier met garantie en al, passend en metend Agaath konden belasten. Dat betekende: Lief met dubbelgevouwen benen voorin, maar het gevaarte was veilig opgeborgen. Thuis uitladen, nog een sanitaire stop en weer op pad. Ditmaal naar het meer van Domolos met landhuis, dat niet meer voor publiek toegankelijk was. Het lag op de ons bekende wijnberg, waar de oude vervallen wijnhuizen nog stille getuigen waren van de glorieuze tijden van weleer. Dus maakten we een tour door de heuvels in de wijde omgeving tussen Szigetvár en Kaposvár in.

Ik wilde eens kijken naar het dorp achter het Blauwe dak, een plaats waar veel Nederlanders vroeger woonden, Boldogasszonyfá. Het dorp was goed te doen, de weg zoals gewoonlijk slecht, dus dat werd behoedzaam rijden en uiteraard belandden we op een eindweg, maar met een verrassing. Aan het eind waren meerdere lemen wanden met gaten erin. Erboven af en aan vliegende en kwetterende zwaluwen. Hoera, we hadden de broedplaats van deze mooie vogels ontdekt.

Na wat foto’s reden we door en sloegen af naar een weg bij Bòszenfa, die regelrecht naar de heuvels leidde aan de rechterkant. Ook een onbekend gebied. Glooiende wegen, wisselend van kwaliteit, uitgestrekte groene boterbloemenweiden met witte runderen, wilde paarden en pony’s. Ergens midden in het land een modern bedrijf met een enorme hoeveelheid kassen. Het bedrijf zelf was prachtig beschilderd, op bijna graffiti-achtige wijze. Tomatenkwekerij, zou je bij de afbeelding ervan denken. Ook werden de dorpen gewezen die in de buurt waren.

Vogels hoog in de lucht, een grote farm annex manege en de aloude dorpjes met authentieke Hongaarse erfjes, schots en scheef en nog geen syllabe verandert. Alsof je 50 jaar terug in de tijd geworpen werd. Hier en daar woest hondengeblaf of gakkende ganzen, waakzaam als altijd. Op route 66, jawel echt waar, de weg van Kaposvár naar Pécs, dachten we weer bij het restaurant met het blauwe dak te komen, maar daarvoor moesten we toch dezelfde weg terug.

We vielen met de deur in huis, want de deur klemde hevig. Er zat nog een moeder met zoon en wel was er een enorme tafel gedekt. Ons tafeltje was direct daarachter met uitzicht op het steeds mooier wordende complex, compleet met vijver vol leliebladeren en prieel. Het menu, Étlap, kende toch meer Hongaarse gerechten dan we dachten, we besloten voor de klassiekers te gaan. Ze hebben ook vier vegetarische gerechten op de kaart staan, maar die waren bij eerdere keren niet aangeslagen.

Waar we al een vermoeden van hadden, gebeurde. Aan de lange tafel schoven Hollanders aan, in afwachting van de andere helft, die nog moest komen. Wij waren bijna klaar met eten en dat was fijn. Dan konden we dat heerlijke sfeertje van de goedgevulde middag vasthouden. Met een groet en smakelijk eten gingen we de deur uit. Bij het instappen en wegrijden, draaide er een auto met Hollands nummerbord in. Dat resulteerde in een joviale zwaai. Ons kent ons, maar dit was precies voldoende.

Overpeinzingen

Dat belooft wat

Eens in de zoveel tijd zijn er klusjes waar je niet meer onderuit komt en waar, gek genoeg, ineens je aandacht naar toe getrokken wordt. Dagenlang heb je ze niet geregistreerd en ineens lijkt het wel alsof ze je toeroepen: ‘Zie mij.’ Nou ja, het zal ook komen omdat ik niet bij uitstek een huishoudelijk type ben, die vaste dag-en-week-indelingen maak. Op maandag dit, op dinsdag dat, op woensdag etcetera. Mijn moeder had een noodzakelijk schema omdat een huishouden van dertien anders in de soep liep. Als je een week de was niet deed, had niemand meer wat om aan te trekken, zo simpel was het. Dus hup, ging op maandag de stekker van de oude Miele erin en draaide het bakbeest zijn rondjes in het midden van de keuken. Dinsdag moest al die, te hopen droge’ was weer gestreken. Stoffen en stofzuigen gebeurde te hooi en te gras. Ik heb de genen niet van een vreemde, natuurlijk. De Franse slag lag ons beiden goed en met het ouder worden was vooral ‘zo op het oog’ belangrijk. Als het allemaal maar netjes leek, dan poetste je het wc-kraantje wel stiekem als je blik er weer eens opviel.

De doucheput hier is er eentje die onverbiddelijk is. Ze slokt namelijk haren op, aan de buitenkant is er niets te zien maar ineens sta je met de voeten ruim in het water. Dan loopt ze niet meer door. Alsof ze zegt: ik vertik het als je me niet eerst een schrobber geef’. Ze is geniepig hoor, dat putje.

Maar goed, de huiselijke kwaaltjes zijn weer achter de rug en gedaan. Gisteren probeerde ik die ‘Pasta all Assassina’ van onze lieve vrienden te evenaren. Helaas had ik er in mijn enthousiasme een heel blik tomatenpuree bij gedaan waar twee eetlepels voldoende waren. Het was een dubbel blikje, dus veel te veel. De assassino was heerlijk met zijn knoflook, de basilicum/tomatensaus waar ze in gebakken was maar die puree was iet of wat te overheersend en ze kon er net niet meer krokant genoeg door bakken. Het is de moeite waard om het nog eens te proberen, want dit was al heerlijk. Weliswaar met gewone jonge kaas geraspt er overheen bij gebrek aan Parmezaanse kaas. Zo gaat dat met bevliegingen. Dan roei je met de riemen die je hebt.

In de vroege ochtend kijk ik ‘Het Buitengewoon Gesprek’ met Youp terug. Otje herschreef haar versie van Flappie. En weer was ik ontroerd door de puurheid van deze groep en hun eerlijke vragen.

Daarna luisterde ik de podcast van MISCHA met Hanneke Groenteman. Op haar eigen subtiele humorvolle wijze vertelde de laatste hoe zwaar het was achter de Geraniums te zitten, omdat die toch weer ieder jaar verse aarde en een verpotten met zich meebrengt. Haar leeftijd(85)speelt ook mee in de familie-uitjes, bijvoorbeeld naar De Efteling. Daar kan ze, met pijn in het hart, niet meer mee mee en moet dan erkennen dat ze een blok aan het been zou zijn. Voor die eer bedankt ze graag. Maar dat zijn die kleine pijnlijke scheurtjes van het ouder worden. Aan de andere kant geniet ze van een paar dagen helemaal thuis te zijn, boeken te lezen, te schrijven, te luisteren naar podcasts. Hoe heerlijk ook dat niemand ergens een rem op kan zetten.

Heel herkenbaar en dan ben ik nog maar piep vergeleken met deze grande dame. Dat belooft wat.

Overpeinzingen

Meesters in het brainstormen en verzinnen

Lieve vrienden zijn aan het fietsen door de streek Puglia in la bella Italia en vandaag schreven ze over een gerecht dat bereidt was op een manier die ik nooit zelf had kunnen bedenken. Spaghetti all Assassina. Het is een knapperige, bijna verbrande, spaghetti in pittige tomatensaus. Je bereidt de spaghetti dan als risotto. Al bakkend met toevoeging van een tomaten/basilicum saus. Het klinkt zalig en dat wordt door hen onderstreept. Die komt op het lijstje. Mogelijk voor vandaag. Wordt in ieder geval vervolgd. Een gerecht met een dergelijke naam is vast moorddadig lekker.

Nog steeds zijn de beurse billetjes niet helemaal hersteld. Toch voor een eerste keer teveel kilometers gemaakt, geloof ik. Hoe doen de vriendenlief dat, die toch echt elke dag wel zo’n 40 kilometer rijden. Het is heerlijk om de tocht te kunnen volgen via Polarsteps. Dan ben je er zelf altijd een beetje bij. Wat opvalt is dat ze elke kerk binnengaan en dat zijn er nogal wat daar in die streken. Hier is ook in ieder dorp een kerk, maar daar gaan we eigenlijk nooit in. Misschien omdat ze de tand des tijds niet meer helemaal glorieus doorstaan hebben. Het zijn eerder noodzakelijkheden. Al luidt hier nog altijd de kerkklok op de hele uren met verve en soms ook op de halve. Bij mijn fietstocht van van de week kwam ik langs een begraafplaats. Die zijn doorgaans niet achter of naast de kerk, maar ergens net buiten het dorp. Veel auto’s ervoor en op het kerkhof zelf een groepje mensen, geheel in het zwart. Op de terugweg had de hele groep zich verplaatst naar een woning in dezelfde straat en stond iedereen op het erf druk te praten.

Het is moederdag en dan voelt het hier net iets te ver weg. Het grut appt natuurlijk en ik weet dat ze me missen, maar ze zijn bijna allemaal ook moeder of hebben een moeder naast zich, dus is het de beurt aan hen om in het zonnetje gezet te worden. Ik blijf wel in gedachten daar. Het wordt nog druk want in diezelfde gedachte ben ik ook vanmiddag al op de barbecue door zuslief georganiseerd voor ons vijf kleintjes, de jongsten van het stel van elf. Helaas pindakaas, maar ze denken ook aan mij. Haha.

Dan zijn er ook de herinneringen aan mijn moeder, haar dagboeken, haar verhalen en alles wat ze betekende voor ons, wel pas toen ik ouder was, want toen had ze eindelijk tijd om haar leeshonger te stillen, aan praatgroepen deel te nemen en interessante programma’s te zien. We gingen regelmatig aan de wandel en nog heb ik niet genoeg aan haar gevraagd, maar ja, zo oud als nu was ik toen natuurlijk niet en dan zijn er weer nieuwe kwesties die boven komen drijven. Zou ik in het voren kunnen schrijven, voor als mijn schatten later zo oud zijn als wij? Mooie filosofische gedachte voor een zondag en moederdag.

Vriendinlief vroeg of ik een kinderboek kende met een klein mannetje in een jaszak van een jongetje. Dat kan toch echt alleen maar Wiplala zijn, de gouden klassieker van Annie M.G. Schmidt. Een heerlijk boek en er zijn twee delen van. Ik vroeg aan haar waarvoor ze dat wilde weten, maar het blijkt dat het nodig is voor een project op school. Onmiddellijk slaan de grijze celletjes aan en er komen allerlei ideeen opborrelen. Heerlijk. Er gaat niets boven projecten verzinnen. Misschien zouden we in thema’s kunnen gaan leven. Dat zou nog eens wat opleveren aan creativiteit. We waren in ons team altijd meesters in het brainstormen en verzinnen.

Overpeinzingen

En soms al veel eerder

De ketel doet het weer gelukkig. Warm water in het huis, maar eigenlijk is het een luxe probleem van het zuiverste water. Lief neemt altijd een koude douche, maar ik moet er niet aan denken. Hoe makkelijk is het dan om een keteltje warm water in de wasbak te gooien en er wat koud aan toe te voegen, zodat je met een heerlijk zeepje en een washandje alles kan afsoppen. De washand vond ik diep weggestopt in de grote linnenkast. Nooit meer gebruikt sinds, ja, sinds wanneer eigenlijk. Ik denk dat ze in zwang was bij het poedelen van de kinderen toen ze klein waren en natuurlijk in het ziekenhuis en in de zorg bij het wassen van patiënten. Daar hadden we er zelfs twee. Een voor boven en een voor onder, handdoeken en waskommen idem dito. In de wijk waste je met wat voorhanden was, washanden, propjes handdoek, sponzen noem maar op. We deden vroeger eigenlijk alles, vroegen ons niet af of dat wenselijk was en lieten het nooit aan de mensen zelf over. Nu is het ondenkbaar. Ook hier geldt: ‘Help mij het zelf te doen.’ Zo kan het verkeren in een tijdsbestek.

De ooievaar op het dak oogstte bij het plaatsen van een foto van dat hooggeëerd bezoek veel bijval, maar meer nog het huis. Door de bank genomen hadden de meeste vrienden een ander soort huis bij de Hof bedacht. Er was de vraag wat ik in godsnaam nog in die drukke randstad te zoeken had. Tja, dat is dan toch echt het kroost en hun gezinnen. Maar er zijn meer dingen. Zussen, vrienden en vriendinnen, mijn clubjes, de tuin, musea, boeken, noem maar op. Twee totaal verschillende werelden en het is een luxe en een rijkdom om van beiden te mogen plukken.

Het is bijna volle maan en dat was vannacht een beetje te merken. Slapen is onrustig, de dromen weer duidelijk aanwezig en het hanenwaken evenzeer. De volle maan van 12 mei staat volgens diverse astrologen in het mysterieuze en intense teken van de schorpioen. Alles wat je diep weggestopt heb, alles wat verborgen is, krijgt juist een invitatie om gevoeld te worden. Dat is nog al wat, bedenk ik me. Wat verbergt een mens zoal. Kwaaltjes natuurlijk, emoties, vooral de wrevelige of een diepe neerslachtigheid, liefde misschien, haat zou ook kunnen. Alles wat niet in aanmerking komt om onmiddellijk te delen, al zou het in veel gevallen wel tot een open gesprek kunnen leiden, misschien zelfs de oplossing brengen.

Kwaaltjes(die ouderdoms…Je weet wel)benoem ik bijna nooit. Ze zijn stom, werken belemmerend en ze kunnen maar beter genegeerd worden. Wat je niet ziet, is er niet. Soms zijn ze te hardnekkig maar meestal lukt het me, als met het magische gummetje bij het bewerken van een foto, om ze tot praktisch nul te vervagen.

Ik graaf en zoek naar andere verborgenheden maar blijf hangen op dit soort dingen. Als ik qua emotie ergens mee zit, maak ik het vrij snel kenbaar, zeker als we met z’n tweeën zijn. Dat is begrijpelijk, want je bent zo op elkaar ingespeeld dat het verborgen houden van een gemoedsverandering niet onopgemerkt blijft en een gesprek erover lucht op.

De dagen voor en na de volle maan heten hier ‘de Maandagen’. Er kan een zekere lichtgeraaktheid zijn of een dipje iets waar ik, toen ik jonger was, de maandelijkse ongemakken voor gebruikte. Dat de buurman nu al een uur of twee met zijn dreinende bosmaaier aan mijn hoofd zeurt, helpt niet. Dus schrijf ik de Maandagen van me af en hoop dat jullie er overheen stappen. Over een dag of twee is het weer over en soms al veel eerder.

Overpeinzingen

De Hof is er voor iedereen

Hoera, de eerste fietstocht in de omgeving is een feit. Het was eindelijk droog na alle sloten regen van gisteren. Het belooft de hele week droog te zijn. Tikkeltje fris nog voor de tijd van het jaar, maar een kniesoor die daar op let. Het was even onwennig, want ik heb al zolang niet meer op de fiets gezeten, maar het voelde onmiddellijk als de totale vrijheid. Weliswaar had ik na de 10 kilometer lang genoeg op het zadel gezeten, vond het vege lijf, maar tjonge, wat een heerlijke ervaring. De weids uitgestrekte velden om me heen, het gezang van de vogels, een biddende valk in het weiland. Wel is het zaak om met een oog van de omgeving te genieten en een oog op de weg te houden, want de wegen hier zijn niet te vergelijken met de fietspaden in Nederland. Een leuke ontdekking is het feit dat men elkaar groet onderweg, fietsers, een oude man op een krakend exemplaar die langzaam voort trapte, maar ook de auto’s die je tegemoet rijden. Dat voelde goed. Ik fietste naar het tweede dorp verderop en bij elkaar zaten er zo’n 9 kilometer in de benen. Truus reed op medium kracht en deed het geweldig. Alleen het zadel was wennen, langzaam opvoeren is het devies.

Toen we van de boodschappen terugkwamen aan het begin van de middag, zag ik een glimp van de overvliegende ooievaar en even later hoorde ik hem aardig dichtbij klepperen. Toch eens even kijken op het dak, want zo laag had ik ‘m nog niet over zien scheren. En warempel, daar stapte onze deftige gast op het platte stuk, poetste zijn veren eens op en keek parmantig om hem heen. Hoog en droog zal hij gedacht hebben.

Vriendlief appte dat hij in de middag de nieuwe boiler zou installeren en toen ik terug kwam van het fietstochtje was hij er even later al. De enorme doos met het nieuwe exemplaar stond al voor de deur. De oude boiler moest eerst leeg en daarna werd de nieuwe aangesloten. Morgen douchen met warm water. Heerlijk. Even gezellig bijpraten met hem. Hard aan het werk en bijna klaar met zijn grootste klus, geeft hem in ieder geval het vooruitzicht om iets kalmer aan te kunnen doen. Hij is officieel al met pensioen, maar helemaal niets om handen hebben is geen optie.

Lief is hier eigenlijk ook de hele dag aan het werk. Het land is onverzadigbaar en tovert overal weer nieuwe klussen te voorschijn. Zijn eigen wijze is belangrijk. De kalmte waarmee het werk gedaan wordt, de wijze raad van mijn vader ‘kalmte zal U redden’ indachtig, want hij schuifelt op een ‘Zen’-manier er doorheen. Alsof de natuur het voelt trekt dat steeds meer dieren aan. De fazanten en de egel, de slangen en hagedissen, de vogels van allerlei pluimage en zelfs nu de ooievaar.

Waar om ons heen iedere dag wel een bosmaaier of een zitmaaier, een grasmaaier of een zaagmachine ronkt, werkt Lief met snoeischaar, hark, hakbijl en zaag, verontschuldigt zich en belooft een hernieuwde opname in de natuur, spreekt het groen toe, en deelt liefde uit. Alles gedijt er wel bij zonder gecultiveerd en gemaakt aan te doen. De Hof is er voor iedereen.

Overpeinzingen

Er is nog hoop aan de horizon

In de vroege ochtend een koude douche. Helaas letterlijk. De boiler gaf geen krimp meer. Stekker eruit, stekker er weer in, maar nul komma nul leven achter het glaasje. Levenloos als een pier. Vriendlief geappt en wachten op antwoord. Het aloude poedelen niet verleerd, dus toch fris en fruitig, licht bibberend, aan het snelle ontbijt. Voor twaalven moesten we in de fietsenwinkel zijn, want anders was de lange middagpauze aangebroken.

Dat lukte gelukkig, al kwam de fietsenmaker uit het huis van zijn moeder gesneld, want hij bleek om half twaalf al gesloten te zijn. Voor de verkoop van een nieuwe fiets kwam hij graag weerom. Eigenlijk hadden we het besluit allang genomen dus was het een kwestie van formulieren regelen en met klinkende munt, nou ja, per kaart, de kwestie bezegelen. Garantie voor drie jaar. De witte tourfiets mocht met Lief mee. We hadden een binnendoor route uitgestippeld naar ons dorp. Ik reed naar huis, boog nog even af naar Becefa om Lief langs te zien komen, maar bedacht dat dat onzin was en reed door naar huis. Daar stonden Agaath en ik. Vaag wist ik nog dat de sleutel van het huis, die ik eigenlijk nooit hoef te gebruiken, aan mijn sleutelbos van Holland hing. Gelukkig had ik die in het voorvakje van de auto liggen.

Dochterlief belde toen ik op het terras zat te wachten en tijdens het gesprek kwam Lief al verzuchtend en monkelend thuis. Het was een barre tocht geweest en dat was fiets en zijn berijder aan te zien. Dwars door de modderpaden van het Hongaarse achterland. Glibberend en glijdend over velden en wegen, zo die er al waren. Help. Die mooie knispernieuwe fiets deed nu al niet meer onder voor een afgetrapte tweedehandse.

Natuurlijk viel het reuze mee achteraf, maar toch, bij de eerste aanblik was het even schrikken. De accu kregen we er met geen mogelijkheid uitgeschoven. Dat betekende terug naar de winkel en vragen wat de truc was, want we kwamen er niet uit. Het bleek dat je je met de duimen op de bagagedrager moest afzetten en tegelijk trekken, met spierkracht, want in het begin was alles nogal stroef. Oké. Logisch, want anders trek je ‘m omhoog. Mijn spierballen redden het nog niet, even aanscherpen dus, maar Lief trok de accu zonder moeite eruit.

Na het afkrabben herrees de fiets uit haar modderpak. Lief vroeg hoe ik haar wilde noemen. Truus, ter herinnering aan de oude Bayon en omdat ze net zo wit was. Vandaag regent het nog, maar morgen wordt het zonnig en droog. Dan kunnen we erop uit. Wel vooralsnog over de geasfalteerde paden om glibber en glij-partijen te mijden.

Er lag post in de kleine brievenbus, helemaal onderuit gezakt. Lief dacht reclame, maar ik herkende onmiddellijk de creatieve inslag van tante Pollewop. Zo heerlijk om post te ontvangen.

Na de maaltijd kwam vriendlief kijken naar de boiler. Open geschroefd en inderdaad, er zat geen piezeltje leven meer in. Vandaag gaat hij op pad voor een nieuwe.

Gisterenavond zagen we de film over Charles Aznavour, maar waar we in de wervelende wereld van de oude chansonnier wilden duiken, bleef het zweven aan het oppervlak, met hier en daar wat inkijkjes, maar we hadden niet het gevoel ook maar een klein beetje dichter bij het leven van Aznavour zelf te komen. De romantiek was een ballonnetje, zijn ambitie niet op volle sterkte uitvergroot, de belangrijke familie-en vriendenkring van de aimabele Armeniër te licht ingekleurd naar onze mening en de persoon van Aznavour zelf kwam ook niet helemaal uit de verf met Tahar Rahim. Misschien waren mijn verwachtingen te hoog gespannen, maar Lief had het op die manier ook ongeveer ervaren. Soms moet je de artiest laten in wat hij toont als een artiest en doet een biopic wellicht alleen maar afbreuk aan de beleving. Het is net als met lezen en de beelden die je er zelf bij oproept. Die zijn vaak zoveel kleurrijker en intenser dan een vertolking daarvan.

Het was al met al me het dagje wel. Truus is inmiddels weer afgebikt en staat te shinen. Er is nog hoop aan de horizon.

Overpeinzingen

Afwachten maar

Het gedicht ‘Meubelboulevard’ van Ingmar Heytze komt langs. Hij is het fineer en gelamineer zat en verlangt naar een echt stuk hout. Het wordt voorgedragen door Jos van Hest op Facebook op zijn pagina ‘Gedicht Met Stem’.

juffrouw vroeg ik heeft u nog een echt stuk
hout, uit een boom bedoel ik, een plank of zo,
iets dat niet is gelamineerd, iets dat ik kapot
kan krijgen, ik zie door spaanplaat
en fineer het bos niet meer

Hout was een van de belangrijke onderdelen van onze hoeken op school. Er was een timmerhoek op de gang, vanwege de decibellen, en mijn groep, kinderen van 4, 5, 6, konden er naar hartelust timmeren en schaven, klotteren en bouwen. De jongsten oefenden zich in het stapelen van planken en het inslaan van spijkers dat neerkwam op gewoon met de hamer op de plank en af en toe per ongeluk een spijker slaan. Al doende leert men. Instructies betrof vooral het heel houden van garnalenvingertjes en omstanders en hoe te slaan.

Tijdens het project ‘Mijn Lijf en ik’, lentekriebels avant la lettre voor vele jaren en nooit klachten, timmerden we een stamboom van puur hout. Het was er een om trots op te zijn. Schots, scheef en grillig zoals het een echte stamboom betaamt, want wanneer loopt het in een leven nou kaarsrecht. Daarin kwamen de getekende portretten van vaders, moeders, broers en zussen, opa’s en oma’s en eventuele betovergrootouders, net hoe het uitkwam. Het werd een kunstwerk an sich en kwam in een van de inhammetjes van de gemeenschapsruimte te hangen, zodat iedereen het tijdens de weeksluitingen kon bewonderen. En de kinderen waren inmiddels volleerde timmervrouwen-en-mannen. Zo werkt dat. Oefening baart kunst, dat blijkt wel weer.

Vandaag is het dan eindelijk zo ver. We gaan de kleine fietsenmaker in het dorp verrassen met de aankoop van de witte E-bike, mijn sleutel tot het achterland, tot het laag bij de grondse, tot de kleine schoonheden van het leven en de natuur, want in een auto stop je minder snel en mis je ten enenmale de details. Lief moet met deze eerste ervaring op een E-bike, wel ermee terugfietsen. Dus hou ik mijn hart een klein beetje vast. Niet te hard en uitkijken voor de veelvuldig voorkomende kuilen op de weg. Het zijn dan wel geen beren, maar je kan er goed door onderuit gaan. Hij wuift de bezwaren weg en stippelt een veilige route. Niet over de 6, de weg van Szigetvár naar Pécs, die dwars door ons dorp loopt, want dat betekent kamikaze voor brokkenpiloten. Hij fietst terug over de wijnberg en langs het meer. Daarna kunnen we samen de wijde omgeving gaan verkennen. Of zoals een lieve blogvriendin me schreef: ‘Liefde is samen fietsen. Ik kan er van mee spreken’. En zo is het. Beweging te over, veel om te delen, ontoegankelijke plekken voor de auto ineens wel ontdekken, iets waar we immens veel zin in hebben.

Ziezo inmiddels is de Wielewaal ook gearriveerd en gisteren meenden we ook de specht te horen. Die kunnen nog wel bij het lijstje van al die verschillende vogelsoorten die we hier dagelijks horen. Een klaproos heeft zich met al haar knoppen boven de hibiscus uit verheven en nu lijkt het net of er een klaproos aan de struik groeit. De eerste korenbloem liet zich ook zien. Vandaag schijnt de zon weer na heel veel regen van gisteren, dus barst het straks los aan kleur.

De bijtjes zoemen eindelijk rond hun korf, van dochterlief en Co gekregen. Ze zijn van Nepalees vilt en hangen schattig aan een tak van hier. Dank lieverdjes voor dit leuke presentje. De week was geweldig en we teren er nog steeds op.

Vandaag gaan de pausen in conclaaf en na gisteren de film te hebben gezien, hopen we van harte dat het wat soepeler mag verlopen. Afwachten maar.

Overpeinzingen

Dat vraagt om jouw lijnenspel

‘Welke baan zou je voor een dag willen hebben’, vraagt WordPress vandaag. Gisteren kwam ik iets tegen waarvan ik dacht: ‘Als ik vrijwilligerswerk zou kunnen doen in de maanden dat ik in Nederland ben, dan zou dat het worden’. Het zit er niet in, vrees ik, omdat de continuiteit ontbreekt. Het zou immers maar om een paar maanden gaan en aangezien het een baan is met en voor kinderen uit bijvoorbeeld een asielzoekerscentrum, vluchtelingetjes, die een houvast verdienen in de onrustige periode waarin ze verkeren, zal het niet gaan. Maar tjonge, wat een prachtige mogelijkheid is het. Het gaat namelijk om ‘tekenen met kinderen. Gisteren kreeg ik op LinkedIn een uitnodiging om lid te worden van de Stichting: ‘Tekenen voor kinderen’.

Dit las ik: In Nederland wonen veel kinderen in asielzoekerscentra wachtend op de uitkomst van hun asielprocedure. Deze periode kan stressvol en onzeker zijn voor hen. Om deze kinderen een positieve en creatieve uitlaatklep te bieden, organiseert stichting Tekenen voor Kinderen tijdens de TIME4YOU bijeenkomsten van Vluchtelingenwerk Nederland een aantal tekenworkshops/Het doel van deze lessen is niet alleen om de kinderen artistieke vaardigheden bij te brengen, maar vooral om hen een moment van vreugde en ontspanning te geven. Door te tekenen kunnen de kinderen hun emoties uiten en even ontsnappen aan de dagelijkse realiteit van hun leven in een AZC.

Het is in feite wat ik mijn hele werkzame leven op school gedaan heb. Het is me op het lijf geschreven. In feite doe ik met mijn tekendagboeken niet anders dan reflecteren op alles wat er gebeurd is. Van jongs af aan heb ik tekenen als troostend en helend ervaren. Het geeft letterlijk handen en voeten aan je gedachten, het maakt ze tastbaar en beter te doorgronden. Bij elke hobbel die genomen moest worden in de groep liet ik kinderen hun belevenissen tekenen. Daar kwamen ook de emoties bij. Woede, angst of verdriet, maar ook vreugde.

Kindertekeningen en schilderwerken hebben me altijd geholpen inzicht te verkrijgen in het kind zelf. In het jongetje dat prachtige schilderijen maakte en die hij telkens weer aan het eind helemaal zwart overschilderde, bijvoorbeeld. Aan de hand van de tekening gingen we in gesprek. Dat wilde in het begin niet lukken, maar langzamerhand kwam stukje bij beetje het hele verhaal en liet hij delen van zijn schilderwerk steeds meer onbedekt tot het op het laatst niet meer nodig was. En neem bijvoorbeeld de kinderen die de schietpartij in de straat van dichtbij hadden meegemaakt en er pas over konden vertellen aan de hand van hun tekeningen en daarna in de kringgesprekken over doodgaan en wat dat met je doet.

Toen ik op de opleiding voor kleuterleidsters zat, de oude KLOS, maakte ik al een werkstuk over tekenen. En de lieve teken-non die we hadden, had al meer dan eens opgemerkt dat er een andere ik achter mijn vrolijke façade verscholen zat. Via mijn creatieve uitbarstingen had ze haarfijn de vinger kunnen leggen op een van mijn strubbelingen. Dat is wat tekenen vermag.

Kinderen tekenen altijd vanuit hun gevoel, als ze nog niet behept zijn met het oordeel van buitenaf. ‘Hoe het hoort’. Pak een vel, pak stiften en ga je gang. Zet een muziekje op en kom los van alles, voel je vrij. Er is geen goed, er is geen fout, er is alleen maar jij, en dat mooie vel, dat vraagt om jouw lijnenspel.

Overpeinzingen

Een goed gevoel liegt niet

Dodenherdenking was goed voor een paar indringende vragen bij de kleinkinderen, die samen met hun ouders daar naar keken. Zo fluisterde tante Pollewop tijdens de twee minuten stilte: ‘Mag je wel ademen’. En kwam de kleine Spring-in-het-veld met de opmerking: ‘Maar ik ken helemaal niemand van de oorlog’. Mijn dochterlief vertelde dat dat niet uitmaakte en dat je ook aan je eigen dode mensen mocht denken, waarop hij antwoordde: Ik denk wel aan opa André en Jezus, want die zijn allebei overleden. Tante Pollewop vond op haar beurt Overleven en Overleden erg ingewikkeld en vroeg haar moeder:’Bij welke ben je nou dood’.

Mooie kinderlogica en ook is daarbij goed te zien hoe abstract sommige begrippen blijven, ook al leg je ze goed uit. Dat is met regelmaat bij veel meer opmerkingen en gesprekken zo. Het brengt me altijd weer terug bij ‘De Potjes met grote Oren’, waar mijn tantes het op verjaardagen over hadden. Hoe goed ik ook keek, ik zag ze niet. Vaak spreken we in raadselen voor een kind, zeker met dit soort begrippen.

We hebben gisteren zonder de tv stil gestaan, zoals we iedere dag stilstaan bij die onnoemelijke aantallen onschuldige slachtoffers, die er over de hele wereld vallen per dag. De machteloosheid die ons overvalt en waarmee we niet goed uit de voeten kunnen. Het schuurt en het wringt en er is niets wat ons het tij kan doen laten keren. Kinderen van het Flower-power-tijdperk, kinderen van de PSP. Groot gebracht in een wereld waar gelijkheid voor iedereen begon te gelden en waarin alles mogelijk was. Waar zijn we die intense verbondenheid kwijt geraakt.

Hanneke Groenteman zei het gisteren zo mooi. Ik ben niet uit op vergelding, maar ik zou wel willen weten, waarom men besluit een volk uit te moorden. Waarom? Toen en nu. De twee minuten stilte benamen me de adem, omdat je weet, dat het een farce is om te roepen dat het nooit meer mag gebeuren, terwijl we het op rasse schreden terug zagen keren in Bosnië en nu in Soedan en Gaza. Ze lappen het aan hun gulzige en haatdragende laarzen.

Ondertussen fladderen hier de koningspages rond, komen de op springen staande klaprozen een voor een uit, valt er nog een anemoontje te ontdekken en fluiten de talrijke vogels hun verschillende hoogste lied van pais en vree. Hier wel in die groene Hof.

De fietsenmaker had de fiets klaar, maar we hadden hem niet meer zo goed bekeken en ik dacht dat het eigenlijk een blauwe was, maar hij bleek groen te zijn. De fietsenmaker zei dat ie door een vrouw gebracht was en dat gaf nog meer verwarring. Maar uiteindelijk vielen de puzzelstukjes in elkaar bij het zien van de fiets toen ie vrij stond. Wat was het een rustige en lieve man, in dat piepkleine fietsenwinkeltje, dat nauwelijks ruimte had om de nieuwe en de herstelde fietsen te bergen. Er stonden een paar E-bikes en ons oog viel op een mooie witte, een sterke tour-en-stadsfiets met losse accu, goed voor zestig á zeventig kilometer. We gaan haar morgen halen. Een mooie lage instap en zeven versnellingen met drie jaar garantie. Juist bij dat kleine dorpswinkeltje en niet in zo’n grote fietsenketen. Juist bij die man, die ons in zijn beste Engels breedlachend wegwijs maakte. Bij terugkomst keek ik wat de nieuwe binnenband en het monteren gekost had. Zegge en schrijve zes euro. Een goed gevoel liegt niet.

Overpeinzingen

Waar we zo gul uit mochten putten

Soms kan je hoofd zo vol met indrukken zitten dat het moeilijk schiften wordt om voorrang te verlenen bij het schrijven. Gedachten buitelen over elkaar. Het staartje van de film ‘Into the Wild’, waarin zich een schrijnend drama voltrekt, verweeft zich met het bezinnende interview van Hanneke Groenteman en de kleinkunstenaar en zanger Boudewijn de Groot en zijn dochter. Daardoorheen vlecht zich het grote interview met Hanneke zelf en een groep mensen met autisme in ‘Een Buitengewoon Gesprek’, dat vriendinlief gisterenavond als kijktip gaf. Indringend en werkelijk meer dan boeiend en ontroerend.

Het roept vragen op over de manier waarop mensen zich manifesteren op een manier waarin het verleden, al dan niet weggestopt, zo’n stempel drukken kan. Hoe ga je met die eerder opgedane ervaringen om, hoe kan je bepaalde verworven gedachten ombuigen tot een positieve voortgang in je eigen bestaan.

Mijn jeugd kenmerkte zich door het feit dat ik de stevigste was in het rijtje van elf. Daar werden ook dolletjes om gemaakt, die ik als niet helemaal grappig heb ervaren. De enige kras op mijn ziel die ik daaraan over hield, was het feit, dat ik het eigen lichaam altijd een soort vadsigheid heb toegekend die, als ik de foto’s van vroeger bekijk, eigenlijk reuze meeviel. Maar in mijn hoofd bliezen en blazen mijn bubbelbenen zich nog altijd op tot maatje onmogelijk. Wat doen die malle hersencellen met mijn, zo op het oog, onschuldige trauma’s. Het enige wat ik wil benadrukken is dat het geen aanstellerij was. Het beeld was daadwerkelijk zo. Ik kon het er niet los van zien. ‘De schaamte voorbij’ om met Anja Meulenbelt te spreken, is mij nooit gelukt.

Uit zowel Hannekes verhaal van ondergedoken zitten in de oorlog bij een lieve familie, tante en oom genaamd en de tante waar Boudewijn bij was gestationeerd, nadat zijn moeder in een Jappenkamp was overleden en zijn vader met de kinderen naar Nederland kwam, laten vooral zien hoe belangrijk die vorming in die prille jaren is en hoe moeizaam het blijkt te zijn om dan aan een nieuwe situatie te wennen. Hanneke bij haar ouders en Boudewijn bij zijn stille vader en zijn nieuwe vrouw.

De mensen uit de groep vragen Hanneke het hemd van het lijf en de antwoorden zijn even oprecht en helder. Soms heeft iemand een ontroerend verdriet meegemaakt en deelt dat compleet met de bijbehorende emoties, maar er zijn ook vragen over al die kwesties waar je niet zo makkelijk met anderen over praat. Ze golven moeiteloos boven water en leveren met regelmaat bevrijdende lachsalvo’s op. Bij alles blijft Hanneke de arm om je heen, begripvol, inlevend. Liefdevol en met humor onderkent ze de twijfels, de gevoelens, de beren op de weg en geeft lucht aan die van haar zelf. Mooi om mee te maken. Zo kan het ook. Ze schroomt niet om haar beleving van de tweede wereldoorlog in het teken te zetten van de allesomvattende vraag;’Waarom’. Hoe kom je als mens er toe dat te willen, zo’n heel volk uitroeien. Toen en nu. Wat beweegt iemand daartoe.

Boudewijn ligt, door de aanwezigheid van zijn dochter, als vader ook onder ‘vuur’. Hij was de grote afwezige, die in zijn prachtige liedjes eigenlijk precies zijn gevoelens weergeeft, balsem voor de ziel voor de luisteraar. Alles wat hij niet zeggen kan, zingt hij, naar mijn mening. De betrokken vader komt pas later naar boven en die vader weet dochter na therapie weer ten volle te omarmen. Drie mooie inspiratiebronnen zomaar op een zondagmorgen. En voor straks mee afleveringen. Ze staan op het lijstje.

Dochterlief en consorten zijn gisterenavond om half twaalf thuis aangekomen en rusten nu uit van een twee dagen wervelende reis. Volgende week beginnen de scholen weer. Nog even genieten van de vrijheid van de afgelopen week, waar we zo gul uit mochten putten.

Overpeinzingen

Vanavond verder

Het huis valt stil, voetstappen op de granieten vloeren verstommen, stemmetjes klateren niet meer tegen de muren, het bassen van de oudste is verstomd. We hebben ze samen uitgezwaaid. Aandoenlijk was het moment dat onze Spring-in-het-veld nog een keer door het huis wilde wandelen, om alles goed in zich op te kunnen nemen, en de dikke knuffels en bevestigingen dat het zo’n heerlijke week was geweest. Dat vonden wij nou ook.

Schoonzoon had in alle vroegte al een rondje bakker en fietsenmaker gemaakt. Bij de eerste het heerlijke verse brood en de twee cakejes opgedaan en bij de tweede nul op rekest gehaald, want de fietsenmaker had een heel weekend aan zijn vrije 1-mei-dag geplakt. Het maakt niets uit, maandag komt er weer een dag. De handdoeken draaien al in de wasmachine, de bedden zijn afgehaald, de matrassen weer naar boven gebracht. Alleen de uitgeklapte bedbank in de bibliotheek verraadt een week familievreugde.

Na de brunch werden de koffers en tassen ingepakt en maakte dochterlief brood klaar voor onderweg. Om één uur begon het al te kriebelen en na alles goed nagelopen te hebben kon het stel op pad. Pa had in Zagreb een hotel geboekt met, als verrassing voor de jongens, een zwembad. Dat was bij deze 28 graden geen overbodige luxe. Ze moesten om half vijf in de vroege ochtend al op het vliegveld staan. Het hotel lag op een steenworp afstand en nu had schoonzoon nog volop tijd om de auto gewassen in te leveren. Dat moest kennelijk.

Vanmorgen was er een appje om half zes, dat ze ingecheckt hadden en in het vliegtuig zaten en om haf negen waren ze onderweg naar de Franse oma en opa. Vanavond rijdt schoonzoon het stel weer naar huis. De scholen beginnen pas dinsdag, dus nog een dag respijt om bij te komen en de was te doen.

We trekken de plannen voor de rest van de dag. Wat wassen draaien is ingecalculeerd, boodschappen nog niet nodig, we lummelen wat tussendoor en besluiten pas de volgende dag boodschappen te doen. Dat zou vandaag in alle vroegte gebeuren, maar omdat het behoorlijk warm zou worden is het tropenrooster aangepast en heeft Lief vanmorgen al heel veel gedaan. De supermarkt is goed voor de middag.

Gisterenavond zaten we eerst een tijdje op het terras, waar weer veel vogelenzang te beluisteren viel. Het is een presentabel lijstje al met al. Groenling, nachtegaal, zanglijster, glanskop, zwartkop, putter, spreeuw, huismus, huiszwaluw, merel, houtduif, Turkse tortel, boerenzwaluw en vlak boven ons scheren bij tijd en wijle de ooievaars, die hun nest hebben in de straat aan de overkant en die lustig hun verhalen de wijk in klepperen.

Daarna besloten we toch alvast een deel van ‘Into the Wild’ te zien, naar een boek van John Krakauer, de journalist en bergbeklimmer. Lief had de film nog niet gezien. Met alle afscheid en bijbehorende emoties was inderdaad na een uur de koek wel op met aandachtig kijken. Een groot filmdoek maakt dit tot een wonder van een beleving door de prachtige natuurbeelden, maar dat valt weg op tv. Toen we het beeld stop zetten, was het oordeel van Lief: ‘Alles een tikkeltje overtrokken. Al die verschillende kleedpartijen van de hoofdpersoon, de toevallige ontmoetingen en daarbij ook weer de afwijzing, de wijze raad die de jonge hoofdpersoon het hippie-echtpaar wist te geven.’ Grappig. Ik was bij het zien van de film in de bioscoop totaal overweldigd en had op al die dingen niet gelet. Het is boeiend om met elkaar te kijken hoe zo’n beeld op je netvlies wel eens totaal kan verschillen met die van de ander. Dat is het leuke van samen films kijken. Vanavond verder.

Overpeinzingen

Als roosjes naar bed

Abaliget en de grotten en het vleermuizenmuseum stonden op de planning. Daar waren Lief en ik al eens eerder geweest met het vorige bezoek. De grotten wilde ik niet meer in, omdat de zware zwavellucht en het gebukt naar binnen lopen niet bevorderlijk waren geweest voor het lucht happen. Wij kuierden maar een rondje om het meer. Zoonlief belde en de kleine Njong vertelde in een opperbest humeur over zwemmen en autootjes, altijd goed natuurlijk. Het weer werkte op alle fronten mee en ik liet zoonlief het meertje met de reuze vissen, karpers en donkere exemplaren met het model snoek, zien. ‘Helemaal niet Hongaars,’ vond hij.

Het mooie van dit recreatiegebied, compleet met camping, is dat het zo helemaal niets vermoedend achter het dorp verrijst. Een klein weggetje inslaan en dan: ‘Tadaaaam.’ Iedereen valt van zijn sokken. De jongens vonden de grotten geweldig en omdat ze bijna de allerlaatste van de groep waren, hebben ze ook als enige een rondfladderende vleermuis gespot.

Het plezier in het vleermuizenmuseum werd aardig vergald door een mevrouw, die klaarblijkelijk met de bokkenpruik was opgestaan. Ze vond de kinderen maar niets en keek ze zo ongeveer de tent uit. Heel onaardig en boos sprak ze ze toe. ‘Door een vleermuis gebeten’, dachten wij. Hoe kan je anders in een museum voor kinderen zo kindonvriendelijk zijn. Het was de enige wanklank in deze hele week.

Thuis hadden we al gekeken naar een restaurant waar rustieke Hongaarse maaltijden op het menu stonden. Het was in de heuvels niet ver van het dorp af. Er was nog een manege bij en een hotel. Nationale gerechten als pörkölt en lecsó stonden erbij en natuurlijk heel veel vlees, waaronder de Hongaarse bloedworst, Magyar Bolt Haga, een thuisgerookte pittige worst. De jongens kregen een enorme grillschotel voor hun neus, waarvan het bord in de vorm van het paard was. Zij tweeën en onze Franse schoonzoon smulden met een brede glimlach deze huisvlijt naar binnen. Voor ons, zeer matige vleeseters, was het even slikken. Maar echt vegetarisch was er in dit restaurant niet te vinden. Lief en ik namen een gevuld kippenborstje in de wetenschap dat ze het vlees van hun eigen dieren gebruikten voor de maaltijden. Oprechter bio was niet mogelijk. Ze hadden het er goed gehad. Een doekje voor het bloeden.

De baas kwam met zijn Hongaarse gasten een uitgebreid praatje maken. Ik had de indruk dat zij een kamer hadden in het hotel. Het uitzicht was lieflijk. Glooiende heuvels en dalen met lieflijke sappige boterbloemen-weitjes. Schoonzoonlief is een meester in het verbinden. Binnen no time had hij met zijn telefoontje een volzin Hongaars te berde gebracht voor de oude gerant om hem te laten weten hoeveel we genoten hadden van zijn authentieke producten. Het leverde hem een glimlach van oor tot oor op.

Daarna reden we nog even door naar het meer van Orfü, dat op een steenworp afstand lag van het dorp. Het is er altijd druk in de omliggende restaurants, maar ik wist een plek waar we met wat foto’s de pracht en de kracht van het enorme meer konden vastleggen. Het was te laat om nog ergens te gaan zitten. Bovendien waren we al met al zo’n beetje aan het eind van ons Latijn en zeker onze spring-in-het-veld.

Nog even wat haarspeldbochten en een ondergaande zon, de kleine onder de douche, de jongens een spelletje kaart en daarna als roosjes naar bed.

Overpeinzingen

Waardevolle herinneringen

Gisteren was Pécs aan de beurt. De cultuurstad op een half uurtje rijden van hier. Het tijdstip was wat ongelukkig, want de jongens hadden thuis niet geluncht en rammelden van de honger. De auto’s waren tot vier uur gestald op het grote parkeerterrein. We vonden een restaurant op de hoek van de straat waar het grote operagebouw te bewonderen viel. Die hadden we al gezien. Schone zoon wilde eigenlijk naar een authentiek Hongaars restaurantje, maar dat konden we zo gauw niet vinden. Dan maar terug. Een tafel voor zes en uitzicht op het beroemde Szecheny tér, met haar koperen standbeeld van Janos Hunyadi en de Drie-Eenheidszuil.

De ober was meer dan vriendelijk en de kaart bleek van alle markten thuis, behalve van de Hongaarse specialiteiten. Het gaf niets, want de knorrende maag gaf de toon aan. Spare-ribs, vegetarische hamburger, Thaise salade, een vegetarische salade met biet en pijnboompitten en Kebab met frietjes. Morgen gaan we bij Orfü opzoek naar een echt Hongaars restaurant beloofden we elkaar. Er bleef niet veel tijd over om iets te bezoeken en we kozen het meest voor de hand liggende. De moskee van Pasha Qasim, het indrukwekkende gebouw aan het hoofd van het plein.

Onze mannen vroegen zich wel af waarom het plein zo’n mediterrane sfeer ademde. De gebouwen, de terrasjes, maar vooral het gemak en de rust waarmee de mensen langs alle bezienswaardigheden kuierden. Het viel wel op dat aanmerkelijk veel mensen op z’n paasbest gekleed waren en in groepjes bij elkaar liepen, terwijl een van de jongeren, met bossen bloemen liepen. Ik wilde het vragen een een vrouw, maar ze verhaaste haar tred en wuifde me weg. Oké, de boodschap was duidelijk. Geen tijd. We gooiden het maar op een diploma-uitreiking. Morgen is het de dag van de arbeid en dat wordt hier wel gevierd.

De moskee is indrukwekkend als je de geschiedenis van eeuwen meetelt en de animatie aan het begin liet duidelijk zien hoe het huidige bouwwerk was ontstaan. Talloze vernietigingen, met elke verovering van het land, waren er mee gepaard gegaan. Nu is het een Rooms Katholieke kerk waar nog wel elementen van de moskee in bewaard zijn gebleven, zoals de prachtige lampen en een nis waar de tekst; ’Nu is Mohammed de boodschapper van God’, in het Arabisch op staat. Boven op de moskee prijkt een halve maan en een kruis, een mooi symbool van hoe er eigenlijk een samensmelting van de verschillende geloven zou moeten zijn. De Moskee kerk is open voor iedereen. De gewelven beneden dienen nu nog als graven.

We komen langs het Janosz Pannoniusmuzeum aan de noordkant van het plein. De deur staat uitnodigend open, dus ik schiet snel een foto van het indrukwekkende interieur, maar dochterlief leest dat je moet betalen om foto’s te nemen. Tijd is er niet meer. We moeten terug naar de auto. Maar ik weet wel wat ik bij ons volgende bezoek wil zien.

Door de uitgebreide lunch hebben we geen honger meer en voor de avond wordt nog een keer het marshmallow-feest voorbereid. Stoelen worden naar achteren versleept, houtblokken en kinderen en de lange lucifers. Succes verzekerd. Ze hebben grote lol, terwijl Lief luiert op een van de houten stoelen onder de hazelaar en dochterlief en ik de tekendagboeken bij werken. Fijn om alle hoogtepunten de revue te laten passeren. Straks zijn er nieuwe waardevolle herinneringen bij.

Overpeinzingen

Een heerlijke vakantiedag

Op naar Siklos. We hadden rond enen afgesproken en ondanks de vele vijven en zessen lukte het wonderwel om de hele kumpulan in de auto’s te krijgen. Agaath had kennelijk door dat we toeristen bij ons hadden, want ze leidde ons over alle b-wegen via slingerpaden en haarspeldbochten in een stief uurtje naar de stad, waar het kasteel oogverblindend wit achter de 15e eeuwse muren schitterde op de heuvel en hoog boven de stad uittorende. Op wiki vond ik de volgende informatie:

Het kasteel werd gebouwd door baron János György Benyó in de 13e eeuw in de stad Siklós in het zuidelijke deel van Hongarije in de buurt van Pécs. Het werd voor het eerst genoemd in een handvest uit 1294. Het oudste gebouw bevindt zich in het zuidelijke deel van de woonvleugel

Toen we bij de parkeerplaats aankwamen was het heerlijk rustig. Heel wat anders dan toen Lief en ik twee jaar geleden hier een bezoek hadden gebracht. We konden destijds over de hoofden heen lopen.

Entree voor vijf volwassenen en twee oudjes leverde een somma op van om en nabij de 17 euro. Altijd betaalbaar, die kostbare pareltjes van het land. Eerst waren er de martelkamers en de kerkers onder het gebouw. Gruwelijke gravures verduidelijkten de folteringen, niet prettig om aan een nadere studie te onderwerpen. We liepen de grote binnenplaats over met de twee oude bomen, een Acer en een Acacia, en gingen de ingang in, waar in grote zalen oude meubels en wandkleden waren opgesteld.

Met de lift kon ik naar boven, een uitkomst, want de trappen waren hoog en we kwamen uit op de plek waar de bruidfoto’s hingen van de diverse paren die in het kasteel getrouwd waren. In een vitrine kastje wat parafernalia. Aan de andere kant stonden we ineens op het balkon van de kapel. Vanuit mijn Rooms Katholieke achtergrond drong het Credo zich aan me op en ik zong, al galmend door de heerlijke akoestiek, het hele lied. ‘Credo in unum Deum/Patrem omnipotentem/
Credo in unum Deum/Factorem cæli et terræ/Visibilium omnium et invisibilium.’ Lief bromde er een soort van baspartij doorheen. De jongens stonden naast ons en wierpen verbaasde blikken. Wat voor taal was dit in Godsnaam en hoe kwam oma aan dat lied. Alles wat je als kind hebt geleerd, zit in het beestje gebakken.

De afdeling folkloristische kostuums gaven een inkijkje van de romantische tradities van het land. Maliënkolder met kuras en ridder (te paard) met helm mochten aangepast worden. Kleinzoon was in zijn nopjes. ‘En garde’. Er bleek ook nog een tentoonstelling redelijk moderne kunst en fotografie te zijn in drie kamers voor de wijnwinkel met hier en daar een schilderij dat de moeite waard was. Achter de winkel liep de trans en daar was het terras. Een ogenblik was ik bang geweest dat ik me in het kasteel en de mogelijkheden had vergist, maar het klopte gelukkig toch. Tijd voor een versnapering, de koelte van ijs en voor de jongens een drankje erbij met een imposant uitzicht over de wijde omgeving en het Mecsek gebergte tot zover je kijken kon.

Beneden was er een speelkasteel ingericht, letterlijk en figuurlijk, heel leuk, waar de kinderen zich konden verkleden als prinsen, prinsessen en ridders, compleet met rijdende paarden en wapengekletter. Toen we naar de imposante uitgang liepen, de poort uit, was er nog een wassen beelden museum beneden, dat ik links liet liggen, want er was een pittige trap naar beneden, maar waar dochterlief van alles foto’s had genomen, zodat ik toch kon meegenieten. Daarna maakten zij nog een rondje om het kasteel en puften wij uit op een van de marmeren bankjes ervoor en genoten van de stilte en de vogels die floten. We lieten de boodschappen voor wat het was om thuis alles van waarde nogmaals de revue te laten passeren. De conclusie was: Een heerlijke vakantiedag.

Overpeinzingen

Maar nu eerst in de benen

Een van de fietsbanden bleek toch zo poreus als een rieten mandje. Schone zoon vond het geen enkel punt om die naar de fietsenmaker in Szigetvar te brengen, een aardige man, was zijn oordeel ondanks het feit dat ze elkaar op generlei wijze verstonden maar met mimiek en gebaar toch voor elkaar speelden om helder te krijgen wat er moest gebeuren. Laat dat maar aan schoonzoon over.

We hadden besloten vandaag een dag in de Hof door te brengen. Er moest nog wat gewerkt worden en de jongens hadden het basketbalveld in het dorp ontdekt. Bovendien kon de oudste de fiets van Lief meenemen, waarop hij een fietstocht hield van 20 kilometer. Niet verkeerd. Via Kispeterd, Rozsafa, Kadtafa en Banfa, dat een einddorp bleek, die uitmondt in de middle of nowhere, en weer terug. Goed gedaan, lieverd.

Gisteren had schoonzoon de bakker in Szigetvar ontdekt en nu wordt er elke morgen ontbeten met hagelwit vers brood, dat op een manier gebakken wordt dat op de baquettes lijkt, niet te versmaden voor een Fransman natuurlijk. Meergranen crackers dienden als aanvulling.

Van gisteren was er nog sla, komkommer, tomaat en koude aardappel over. Daar wilde ik voor de lunch een aardappelsalade van maken met al het overtollige zoals augurkjes, komkommer, ei erin verwerkt met een saus van mayo met ketchup. Bij het voeden van zoveel monden die dubbele hoeveelheden eten, is het flink, maar met liefde, aanvliegen. Dochterlief had het nog nooit zelf gemaakt, terwijl het vroeger echt een van de specialiteiten van mijn moeder was en ik het vast heb doorgezet.

Dochterlief en ik bogen zich over het ontgrassen van de tuin, tussen alle bloeiende Maartse violen en loken en de nog niet ontloken pioenrozen, klaprozen, kamille, korenbloem en fijnstralen was gras en grote wikke een heikele sta-in-de-weg, maar dankbaar om te verwijderen. De dolle kervel mocht voor het grootste gedeelte blijven staan. We kunnen niet wachten tot alles openbarst.

Na gedane arbeid is het zoet rusten met een glas thee. De kleine spring-in-het-veld bast er met zijn buisjes-oren aardig op los. Hij houdt ons aardig bezig, maar sinds de ochtend heeft hij de vogel-app ontdekt en komt hij regelmatig om tijd vragen op zijn telefoon, om te onderzoeken welke vogels er achter in het bos kwinkeleren. Dochterlief gaat de eerste keer mee. Een indrukwekkende lijst aan zangvogels op zijn lijstje is het resultaat. Van nachtegaal tot fazant, van zwartkop tot boerenzwaluw. Al spellend leest hij ze voor. Goed zo jongen.

De middag kabbelde voorbij, terwijl dochterlief en ik fijne en lange gesprekken voeren. Ik laat haar het boek zien dat ik vol moet schrijven en waarvan de vragen duidelijk van deze tijd zijn. ‘Beschrijf je eigen kamer van vroeger’. Haha, we hadden geen eigen kamer, we hadden een eigen bed en dat was het wel zo’n beetje. Zo zijn er meer van die hedendaagse uitspattingen waarvan vroeger geen sprake van was. Het schrijven met de hand gaat twee keer zo langzaam, omdat het ook nog leesbaar moet zijn. Op een toetsenbord typ ik drie keer zo snel voor de vuist weg.

Na de tuin was het opnieuw tijd om de maaltijd voor te bereiden. Het voordeel van mijn manier van koken zijn de weeshuis-hoeveelheden. Dat kwam nu goed van pas, maar mijn 500 gram spaghetti met mijn vermaarde stoofsaus ging erin als koek en alles was aan het eind schoon op. Als aanvulling werden er nog een paar sneden brood aangerukt. Iets om aan te wennen al dat eten. Als toetje waren er geroosterde marshmallows. Alleen het fikkie was al een feest op zich. Daarvoor moesten ze eerst de takken eeken met de oude aardappelmesjes. Ze slepen ze mooi blank met een puntje. Toen ik vroeg wat het leukst was, werd dat vooral genoemd.

Daarna ging alles douchen en konden wij onder uitzakken. Straks gaan we naar het slot in Siklós, het is heerlijk weer en het wordt vast genieten daar bovenop de trans met uitzicht over de hele streek. Maar nu eerst in de benen.

Overpeinzingen

Morgen weer een dag

Rond enen konden we richting Szigetvar. De tomtom leidde me over een hele andere weg naar de Burcht. Aan de ene kant lag het grote imposante thermaalbad met haar twee torens, een indrukwekkend complex. Er lag een voetbalveld tussen en bruggetjes leidden naar het park achter de burcht waar we eerst, om de honger van de jongens te stillen, een lunch genoten, kleedje, bankje, broodjes en water. Er was een trimbaan rondom een vijver en de kleine spring-in-het-veld had nog wat overtollige energie, die hij graag in twee rondjes wilde omzetten. De laatste met tijd. Het was goed voor 2 minuten en 20 seconden ontladen. Daarna gingen we op zoek naar de ingang van het bolwerk, dat natuurlijk precies aan de andere kant was. We mochten ondanks een volwassene meer op een familiekaart en konden naar het museum en het interactieve gedeelte. In het museum werd in woord en beeld uitgelegd hoe de slag bij Moacs verlopen is in de tweede helft van de 16e eeuw, een strijd tussen de Ottomanen en de Magyaren. Er waren gruwelijke beelden van poppen met doorgestoken borstkas en vertrokken gezichten, nogal plastisch en verwrongen uitgebeeld, en waarheidsgetrouwe filmpjes.

Een vrije stugge ‘beheerder nam kennelijk alles met argusogen op want toen de helft van ons gezelschap naar boven liep, bleek dat allesbehalve de bedoeling te zijn en kwam hij haastig aan om de ‘kerker’deur te sluiten, maar de oudste was nog boven. ‘Achter de tralies ermee’ heeft de man gedacht. Gelukkig moest hij er zelf ook weer uit en dat bleek uiteindelijk de verlossing. Na de hachelijke onderneming vonden we de weg naar het interactieve gedeelte. Er zat een eenzame soldaat voor de ingang met een oude motorfiets uit de tweede wereldoorlog en het bleek dat er boven een expositie was van moderne en oude wapens, waar we zomaar een kijkje mochten nemen, al was het voor de inside crowd, voor zover we het begrepen. De spring-in-het-veld vond het lastig om niet met zijn handen te mogen kijken, maar onder de barse blikken van de historisch verkleedde mannen leek het dochterlief niet raadzaam om hem door de hele zaal te laten darren, dus nam ze hem mee naar het eerste echte interactieve gedeelte waar hij alvast met de VR-brillen en het bouwmateriaal in de hoek kon spelen.

Ik had eigenlijk hetzelfde idee. Weg van die oorlogs-tamtam. Zo helemaal niet mijn ding en zeker nu niet. Maar schone zoon was in zijn element toen hij een Japans zwaard van honderden jaren oud in de, weliswaar wit gehandschoende, handen mocht houden met een hele uitleg erbij, hoe dat exemplaar hier ter plekke was aangeland. Het tweede gedeelte was echt heel vermakelijk. Een coöperatief balspelletje waarbij een balletje verschoven moest worden over een ronde tafel om uiteindelijk in een gat te belanden. Het kwam vooral neer op een samenspel tussen de vier deelnemers die aan de touwtjes trokken. Grote lol. Ook de houten stellingen waartussen je kon liggen om te luisteren naar een uitleg over de historie in beelden boven het hoofd, waren hilarisch. Helaas was de zandtafel met kinetisch zand gesloten.

Buiten was nog een kleine speelplek ingericht met skilatten waar je met drie personen op moest staan en dan tegelijk moest stappen. Kaasje voor de twee oudsten en dochterlief die op een commando van de middelste volleerd rondstapten. Zij liepen naar de uitgang over de trans en ik onder de eeuwenoude bomen. Het zonlicht filterde prachtig er doorheen. Altijd weer imposant die woudreuzen. Natuurlijk moest er nog een ijsje achteraan, net buiten het complex, met zicht op de voetbal, een seniorenteam schatten we in.

Met een barbecue op hout tot besluit werd de eerste topdag uitgeluid. Moe maar voldaan. De oudste ging met paps nog even een stukje op de fietsen fietsen naar het volgende dorp, als onderdeel van zijn revalidatie. De slaap rukte langzaam op, zeker na het avondwijntje. Zo is het goed. Morgen weer een dag.

Overpeinzingen

We zijn er klaar voor

Kleine voetstapjes op de granieten vloer, pek pek pek, een nieuwsgierig koppie om de deur, twee vragende ogen:’Oma’. Ik was al wakker en bezig met het Hongaars op Duo. Een warm lijfje naast me nestelde zich in de kussens met zijn mobiel en deed Engels op de duo. Samen een uurtje leren. Ja gezellig. Even later kwam broer er ook nog bij en deed mee met een uurtje Spaans. Het nieuwe leren.

Ze waren er gisteren rond drieën en hadden een spannende tocht door Kroatie achter de rug, want ze hadden langs binnendoor-wegen moeten rijden. Uitstappen, rondkijken, alles uitvoerig bekijken, de slaapkamers, de woonkamer en de werkkamer, het sanitair, de kamer boven en de enorme zolder, die er uitziet zoals zolders er behoren uit te zien met geheimzinnige hoekjes en onooglijke plekken, met spullen van lang geleden, de dorsmachine en het biedermeier kaptafeltje. Ze waren hogelijk verbaasd over alle ruimte, de schoonheid, de grootte van het huis en de weidsheid van de Hof.

De stemmen klaterden en basten tegen de hoge muren op met verbaasde kreten. Altijd weer leuk. Het brengt me onmiddellijk terug naar het moment dat ik de eerste keer het huis zag en hoe ik vol ongeloof de historische pracht van het huis voelde, de voorname sfeer van de glazen deuren en het glas-in-lood en de hoge eikenhouten deuren, de rozetten tegen de hoge gepleisterde plafonds, de oude houtoven in de keuken en de voorname kasten en het dressoir in de slaapkamer. Eigenlijk was ik plaatsvervangend trots op alles bij de uitbundige bewondering. De Hof zelf en de uitgestrektheid ervan oogstte ook de nodige verbazing, evenals de Datsja. Het maakte de lange reis meer dan goed.

Tegen vijven was er voor het gemak pizza voor vandaag en daarna sloeg de vermoeidheid toe. Met zeven mensen werd er met gemak zes van die pizza’s soldaat gemaakt, ziezo. Melk erbij en een snelle salade en klaar. Toen alles daarna gedoucht had, waaierde iedereen nog even uit naar plekjes in huis waar ze ongestoord konden internetten en dochterlief las onze spring-in-het-veld voor uit ‘Het laatste avontuur’ van de Gorgels, spannend zat om daarmee naar dromenland te vertrekken.

De volgende ochtend had duidelijk goud in de mond door de korte avond ervoor, al had iedereen heerlijk geslapen. Dus ontbijt rond achten en dan een hele morgen in een heerlijk zonnetje als bonus op de wat koude dag gisteren. Lief ging zijn gangetje en liep rond met de snoeischaar, de schone zoon en zoonlief gingen een nieuwe pomp halen om de banden van de oude fiets op te pompen, hier en daar weer olie te smeren en ook een tweede oude fiets op te knappen. Voor het gemak hadden ze ook maar een nieuwe waterkoker gehaald, want de oude bleek kaduk te zijn, had schoen zoon ontdekt. Vele ogen weten meer dan twee paar. De kleine pork hielp met het schoonmaken van het frame, emmertje sop erbij en stapje voor stapje tot en met de profielen van de banden toe. Heerlijk, al die helpende handen.

De fietsen weer als nieuw. De jongens met ballen naar het basketbalveld en dochterlief maakt de lunch. We zijn klaar voor een bezoek aan de burcht hier in Szigetvar. Dan kan Lief in alle rust maaien en wij dompelen ons onder in de geschiedenis van het stadje tot groot genoegen van schoonzoon, die graag het naadje van de kous wilde weten van de strijd tussen de Ottomanen en de Magyaren. We zijn er klaar voor.

Overpeinzingen

Een familie-uitje bij uitstek

Soms zou ik willen, dat ik niet 22 jaar lang in de kringloop had gewerkt. Iedere vrijmarkt zou een feestje hebben betekend en niet zoals nu, een gelegenheid die hoe langer hoe mee tegen is gaan staan. De kringloop betekende de enige manier om met het geld van de bijstand in de jaren ‘80 het hoofd boven water te kunnen houden, omdat ik voor een groot deel het huis er mee aan kon kleden en mijn kinderen. Alles wat ze in hun jonge leven droegen waren ‘afdankertjes’ die voor ons een ware schat konden zijn. Ik zat natuurlijk wel op de eerste rij omdat ik degene was die de kleding sorteerde, nakeek en besliste over wat in de winkel kwam te hangen. De tol was hoog. Door het uitsorteren van de vele vuilniszakken in een niet geventileerde ruimte, met wolken stof rondom mijn oren, zijn de longen er niet beter op geworden, integendeel.

Vandaag is het Koningsdag. De vreugde vroeger, toen het nog koninginnendag was. Met de kleintjes en manlief naar de markt, mee schuifelen langs de vele kraampjes op zoek, altijd op zoek, naar gewilde koopjes, meevallertjes en uitblinkers. Vooral als de markt al ten einde liep en mensen hun koopwaar voor een habbekrats van de hand deden of als er bergen spullen lagen opgestapeld, waar nog altijd veel bruikbaars uit te halen viel.

Manlief was een nachtvlinder. Hij reed rond om te kijken wat er zoal bij het grof vuil stond en nam het, als het bruikbaar of mooi was mee naar huis. In die zin was het ook een sport om echt mooie juweeltjes te vinden. Ooit zette de buurman aan de overkant zijn halve bibliotheek aan de straat. We hebben gewacht tot het donker was en de lichten om ons heen gedoofd en sleepten de buit naar binnen. Literatuur was de grote vangst, inmiddels weggegeven of naar de kringloop gebracht, maar een enkel exemplaar is nog in mijn bezit. Poëzie van Longfellow bijvoorbeeld of de gedichten van Baudelaire. Ik koester ze.

Als wij het niet konden gebruiken dan waren er altijd wel vrienden of kennissen die we er blij mee konden maken. Door het vrijwillig werken bij de kringloop is mijn blik nog altijd die van een professioneel. Het moet aan alle eisen voldoen. Onbevangen rond lopen is er niet meer bij. Het maakt nu niet meer uit, maar ik heb verlangd naar het zorgeloos rondslenteren en genieten van alles wat aangeboden werd.

We hebben niets meer nodig. Nou ja, we overwegen om hier een nieuw keukenblok in te laten maken door vriendlief die van alle markten thuis is. Dat is meer vanwege hygiene, comfort en duurzaamheid. Geen gas meer, maar een kookplaat bijvoorbeeld en een nieuwe gootsteen, geen overbodige luxe. Een aanrecht van ander materiaal dan het oude hout, dat er nu ligt.

Koningsdag 2025 gaat aan ons voorbij, zoals de dagelijkse drukte in de stad aan ons voorbij gaat. Geen behoefte meer aan mensenmassa’s langs kraampjes, geen behoefte meer aan nog meer spullen, alleen als er een noodzaak voor bestaat, zoals logees en dan nog zo sober mogelijk. Het stemt tevree.

En toch, even nog, even weer met al de kinderen slenteren tussen de drommen door, een cafeetje pakken, de uitdaging aan gaan van de een of andere wedstrijd op een hometrainer, of zo maar, het uitwisselen van de meeste wonderlijke voorwerpen, heerlijk. Koningsdag, een familie-uitje bij uitstek.

Overpeinzingen

Stap voor stap

Ziezo, weer een wonderlijk verlopende dag. Als juffrouw Mier, tuttuttuttut(ken uw klassiekers)rijden en rennen we van hot naar haar om op het laatste nippertje toch nog een matras en een dekbed en kussen en bijbehorend dekbedovertrek en alle slaapbenodigdheden aan te schaffen. De Scandinavische winkelketen, een broertje van die ene Zweedse zus, viert zijn verjaardag en deelt pittige kortingen uit. Om met Lubach(gisteren op televisie) te spreken, daar zijn wij Hollanders niet vies van. Het scheelde echt veel. We wisten het niet, dus kwam de prijs als een geschenk uit de Hemel vallen. Nu kunnen onze drie rakkers alle drie breeduit op hun eigen matrassen liggen. Goed geregeld, vonden we zelf.

De boodschappen gingen ook met een volle kar mee naar de kassa. Zeven mensen of twee maakt een groot verschil. Pizza voor morgenavond als ze moe van het reizen met eventuele jetlags aankomen en veel melk, broodjes om af te bakken, jus d’orange en gekookte eitjes voor het ontbijt. Maar eerst, na de vroege start, een power nap, half zes opstaan was voor mij net iets te vroeg.

Nu is alles gereed. De logeerkamer is klaar, ze kunnen er zo in. En ik stik van nieuwsgierigheid hoe ze alles zullen vinden. Het huis, de Hof, het land. We gaan het zien en beleven.

In een artikel van Caroline Buijs in een van de oude Flows van dochterlief, frist ze haar kennis op over het boek ‘The Artist Way’ van Julia Cameron. Ik heb eerder over Julia geschreven omdat haar boek me in een erg moeilijke periode, waarin ik volledig was ingestort, me heeft geholpen eruit te klauteren samen met mijn psycholoog. De laatste wilde dat ik me zou storten op mindfulness, maar dat was in die periode een ver-van-mijn-bed-show, omdat we op het werk werden belaagd met mensen die allemaal in het nu wilde verblijven en ons op zalvende toon daarvoor probeerden te enthousiasmeren. Daar werd ik op dat moment ongelooflijk opstandig van. Ik noemde het mind-foolishness. Verheven werd het niet, integendeel, verre van. Ik zat achteraf gezien toen al niet goed in mijn vel.

Gelukkig, en dat is het kenmerk van een goede psycholoog, kon ze zich daar in vinden en vroeg steeds aan de hand van mijn bevindingen wat de woorden van Julia Cameron me hadden gegeven. Dat betekende onder andere door in de ochtend voor de vuist weg drie A4-tjes weg te tikken in ieder geval een leeg hoofd en ruimte voor andere gedachten. Een andere belangrijke vraag was dat je eerst je creativiteit moest vinden, als je dat wilde redden. Ze bracht me terug naar het vergeten kind in mij met haar vragen. Waar werd je blij van, wat deed je graag, Ze lepelde dat onbevangen dametje omhoog, dat zich nog verwonderde over alles en iedereen om haar heen, mijn poppetjes, die te pas en te onpas op doken, mijn gedichtjes in het schrift met de dubbele lijntjes, mijn verhaaltjes over kabouters en elfen.

Een andere belangrijke basis was dat je elke week een afspraak maakte met jezelf om je creatieve bewustzijn, dat op dat moment tot nul gedaald was, te voeden. Alléén naar een museum, een bioscoop, een wandeling in de natuur, fotograferen, mensen observeren. Alléén werkt intensiever en dieper dan met anderen. Je gaat met jezelf in gesprek. Je vult je tijd met iets wat op spijbelen lijkt. Je hebt geen haast en voedt je zintuigen schrijft Caroline Buijs en ze heeft gelijk. Dat is precies wat het is. Ze haalt Maaike Meijer aan die voor het dagblad Trouw schreef over aanpassen: ‘Misschien heb je juist pas ruimte voor anderen als je eerst de ruimte neemt om jezelf te zijn.’ Daarvoor moet het labeltje ‘Perfectionisme’ overboord, vindt Julia Cameron. Dat blokkeert alleen maar, het verstrikt je in gemiesmuizer en dan is loslaten een kunst op zich.

Tegen de tijd dat ik dit allemaal goed tot me door had laten dringen en die lange weg was gegaan, kon ik tegen de psycholoog zeggen, dat ik weer klaar was voor de grote stap. Mindfulness heb ik hier in de Hof pas geleerd en ook de diepere betekenis erachter. Eerst ervaren en dan omarmen, zonder zalvende woorden, zonder uitgestippeld pad, maar zoals het leven komt. Stap voor stap.