Als je op zoek bent naar mijmer-momenten, dan is het boek van Koos Meindertz: Zebedeus en het ganzenbord van Wikke een uitstekende inspiratie. In korte hoofdstukken laat hij Zebedeus los met zijn vele gedachten en zijn mooie ontmoetingen. Ze roepen stukje bij beetje vraag voor vraag op en geven antwoorden in heldere en logische, soms raadselachtige maar te begrijpen verklaringen. De ruimte tussen de woorden in geven in verschillende lagen alle stof tot nadenken. Omdat lief er aan begon, wilde ik eindelijk toch weer gaan lezen. Zo’n duwtje in de rug is soms nodig. Nu kan ik voort. In een adem valt dit verhaal tot je te nemen, ware het niet dat het fijner is om inderdaad steeds even stil te staan bij de vele waarheden, vragen of antwoorden die het brengt. Annette Fienieg maakte er een prachtige stilistische omlijsting voor. Heerlijk.

Een appje van nichtlief. Op de bonnefooi een aanbod om donderdag tussen de middag een lunch met lief en mij te hebben in hun tuin aan de Prinsengracht. En net als bij Zebedeus valt het ons toe, want er staat niets anders op de agenda. Nu de zomer schuchter het land weer intrekt een uitstekende lokatie, zo’n prachtige ommuurde stadstuin. Een van die geheimen die Amsterdam herbergt. We hebben voor het laatst in de jaren zeventig een dag in Noordwijk doorgebracht. Dit wordt eigenlijk een hernieuwde kennismaking voor Lief, al hebben we elkaar eerder gezien bij het een of andere optreden in Utrecht, waaraan zuslief meedeed. Toen was er de weg naar het station om wat uit te wisselen, met zussen en broer erbij. Maar dit wordt dus weer als vanouds. Iets om naar uit te kijken. We zijn tweelingnichten, geboren op dezelfde dag, rond nagenoeg hetzelfde uur, dat maakt het extra bijzonder.
De verjaardag van broer en zus werd op bescheiden wijze gevierd met een hapje en een drankje. Wij als ‘de vijf kleintjes’ waren er. Met z’n vijven vormden we de hekkensluiters van het grote gezin van elf kinderen en daardoor hebben we het meest met elkaar opgetrokken. De grote broers gingen in die periode dat we nog klein waren al bijna het huis uit. Het was een genoeglijk samenzijn.
Gisterenavond kwamen de Benjamin en schoondochterlief alvast wat spullen brengen. Zaterdag komen de globetrotters weer thuis en zullen zij tweeën hier tijdelijk komen wonen tot er nieuwe en passende woonruimte gevonden is. Het zal weer even wennen zijn, nu we allemaal zo gewend zijn aan onze eigen modus en gewoonten. Een kwestie van geven en nemen, inschikken en aanpassen. De werkkamer is er om terug te trekken als het te druk wordt. Ik ben niet anders gewend dan samen met zoonlief te zijn, maar voor lief en schoondochter is het natuurlijk andere koek. Het blijft speuren naar een nieuw onderkomen.
Zuslief vertelde dat sommige mensen aan haar vroegen of ik geen rolstoel nodig had en dat ik dat niet wilde. Ik kan weliswaar niet met hun mee marsen, maar kuieren kan ik heel goed, kuieren en zitten zijn voor mij de manier om de hele wereld door te gaan. Lief kuiert graag met mij mee en als hij zin heeft om flink de pas er in te zetten gaat hij alleen op stap. Een rolstoel is alleen maar bevorderlijk voor het minder bewegen, is mijn opinie. Hou me ten goede. Als ik hem echt nodig zal hebben, ga ik hem heus gebruiken. Maar nu is het niet goed voor lijf en leden. Ik zou veel te belemmerd worden in de dagelijkse bewegingen en daardoor immobiel worden. Oefening baart kunst. Datgene wat ik nog wel kan, en dat is veel naar mijn bescheiden mening, zijn kerven op de balk, die ik zorgvuldig en met liefde koester. Tel. Je zegeningen.


















Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.