Overpeinzingen

Tel je zegeningen

Als je op zoek bent naar mijmer-momenten, dan is het boek van Koos Meindertz: Zebedeus en het ganzenbord van Wikke een uitstekende inspiratie. In korte hoofdstukken laat hij Zebedeus los met zijn vele gedachten en zijn mooie ontmoetingen. Ze roepen stukje bij beetje vraag voor vraag op en geven antwoorden in heldere en logische, soms raadselachtige maar te begrijpen verklaringen. De ruimte tussen de woorden in geven in verschillende lagen alle stof tot nadenken. Omdat lief er aan begon, wilde ik eindelijk toch weer gaan lezen. Zo’n duwtje in de rug is soms nodig. Nu kan ik voort. In een adem valt dit verhaal tot je te nemen, ware het niet dat het fijner is om inderdaad steeds even stil te staan bij de vele waarheden, vragen of antwoorden die het brengt. Annette Fienieg maakte er een prachtige stilistische omlijsting voor. Heerlijk.

Een appje van nichtlief. Op de bonnefooi een aanbod om donderdag tussen de middag een lunch met lief en mij te hebben in hun tuin aan de Prinsengracht. En net als bij Zebedeus valt het ons toe, want er staat niets anders op de agenda. Nu de zomer schuchter het land weer intrekt een uitstekende lokatie, zo’n prachtige ommuurde stadstuin. Een van die geheimen die Amsterdam herbergt. We hebben voor het laatst in de jaren zeventig een dag in Noordwijk doorgebracht. Dit wordt eigenlijk een hernieuwde kennismaking voor Lief, al hebben we elkaar eerder gezien bij het een of andere optreden in Utrecht, waaraan zuslief meedeed. Toen was er de weg naar het station om wat uit te wisselen, met zussen en broer erbij. Maar dit wordt dus weer als vanouds. Iets om naar uit te kijken. We zijn tweelingnichten, geboren op dezelfde dag, rond nagenoeg hetzelfde uur, dat maakt het extra bijzonder.

De verjaardag van broer en zus werd op bescheiden wijze gevierd met een hapje en een drankje. Wij als ‘de vijf kleintjes’ waren er. Met z’n vijven vormden we de hekkensluiters van het grote gezin van elf kinderen en daardoor hebben we het meest met elkaar opgetrokken. De grote broers gingen in die periode dat we nog klein waren al bijna het huis uit. Het was een genoeglijk samenzijn.

Gisterenavond kwamen de Benjamin en schoondochterlief alvast wat spullen brengen. Zaterdag komen de globetrotters weer thuis en zullen zij tweeën hier tijdelijk komen wonen tot er nieuwe en passende woonruimte gevonden is. Het zal weer even wennen zijn, nu we allemaal zo gewend zijn aan onze eigen modus en gewoonten. Een kwestie van geven en nemen, inschikken en aanpassen. De werkkamer is er om terug te trekken als het te druk wordt. Ik ben niet anders gewend dan samen met zoonlief te zijn, maar voor lief en schoondochter is het natuurlijk andere koek. Het blijft speuren naar een nieuw onderkomen.

Zuslief vertelde dat sommige mensen aan haar vroegen of ik geen rolstoel nodig had en dat ik dat niet wilde. Ik kan weliswaar niet met hun mee marsen, maar kuieren kan ik heel goed, kuieren en zitten zijn voor mij de manier om de hele wereld door te gaan. Lief kuiert graag met mij mee en als hij zin heeft om flink de pas er in te zetten gaat hij alleen op stap. Een rolstoel is alleen maar bevorderlijk voor het minder bewegen, is mijn opinie. Hou me ten goede. Als ik hem echt nodig zal hebben, ga ik hem heus gebruiken. Maar nu is het niet goed voor lijf en leden. Ik zou veel te belemmerd worden in de dagelijkse bewegingen en daardoor immobiel worden. Oefening baart kunst. Datgene wat ik nog wel kan, en dat is veel naar mijn bescheiden mening, zijn kerven op de balk, die ik zorgvuldig en met liefde koester. Tel. Je zegeningen.

Overpeinzingen

Een wens voor ieders geluk

‘Strik je je veters, struikel je nog over je gedachten‘ las ik op de social media, een Loesje-spreuk die zoals altijd te denken geeft. Het zou een mooi nieuw spreekwoord kunnen zijn. Iets in de trant van ‘Heb je al je zaakjes op orde, is er altijd wel iets dat dwars ligt’ of ‘als alles gladjes verloopt zorgt je hoofd wel weer voor vuurwerk’. Je kan het mooie Nederlands er ook aan aflezen. Strik en struikel is een combinatie om jaloers op te zijn. En dat op de hele vroege ochtend.

De pimpelmezen zijn terug. Duif en kauw waren er al, omdat ik voer had meegenomen uit het tuincentrum en het op de voederplank had gestrooid. Die grote knapen zorgen er voor dat de kleintjes zorgvuldig hun tijd kiezen. Daarom had ik wat voer in de oude vogelkooi gestrooid, daar konden ze met gemak doorheen vliegen terwijl die grote snavels er meer moeite mee zouden hebben.

In de app beelden van onze globetrotters in Berlijn, die druk de voortent aan het leegtrekken waren, omdat er een overvloed aan regen was gevallen in de tijd dat zij de stad bezochten. Het kon ook haast niet uitblijven, want de buien van gisteren hier trokken verder richting Duitsland en namen in niets af als je de radarbeelden moest geloven. Ik moest denken aan de Spaanse vakanties van lang geleden, toen we op een camping in Tarragona in een dalletje stonden met onze grote logge tent en er ook een puts hemelwater naar beneden kwam. In de vroege ochtend dreef broer op zijn luchtbed bijna naar buiten, in mijn verbeelding deed hij dat ook echt. Die plas werd steeds groter naarmate de jaren vorderden. Verhalen worden sterker als ze lang op de plank blijven liggen en steeds weer worden afgestoft. Dat is het leuke van belegen herinneringen.

Broer en zus zijn jarig, de tweeling. Ze waren eigenlijk er de oorzaak van dat ik helemaal niet had verwacht een tweeling te krijgen, want naar de volksmond werd een dergelijke heuglijke gebeurtenis een generatie overgeslagen. Niet dus. Toen ik in de 26e week hoorde dat de dokter er niet meer van kon maken dan twee viel ik bijna van mijn stoel. Ze werden een maand te vroeg geboren dus moesten we alle zeilen bij zetten om op tijd een babykamer klaar te hebben. Daarna was het een groot feest met veel bezoek, ook van volslagen onbekende familieleden. Van de geboorte van broer en zus kan ik me niet veel meer herinneren. Toch was ik al zeven jaar. Hoe werkt zo’n geheugen toch.

Gisteren bij zomergasten was er een indrukwekkend gesprek tussen Arib en Theo Maassen. We krijgen steeds meer bewondering voor deze man, die op een aimabele manier zijn gast de ruimte geeft en over een goed luisterend oor beschikt. Ischa Meijer en Annie M.G. Schmidt kwamen langs in een fragment en daarbij had ik een aanval van nostalgie naar de goede oude tijd, toen humor en kwinkslag zonder haken en ogen door konden. De luchtigheid waarmee Annie aangaf dat ‘dit’ er maar uitgeknipt moest worden. Iets waar ze later schouderophalend op terug kwam. ‘Ach, laat maar doorgaan, wat kan het me ook schelen’. Kundige mensen alle twee. Een ander fragment ging over de onderdrukking van de vrouw in de tijd van het dictatoriale regime van koning Hassan ll. Deerniswekkend hoe het recht op leven geschonden werd door diens wetten en de handhaving daarvan tot in lengten der dagen.

De boodschap die Arib uit haar harde levenslessen trok komt niet overeen met de beschuldigingen en aantijgingen in de politiek. Heel even lichtte ze een tipje van de sluier op, zodat we een glimp van deze voor haar pijnlijke ervaring konden vangen. Theo omzeilde de druk die er op lag en een eerlijke en oprechte avond werd afgesloten met een fragment uit Les Indes Galantes van Rameaux en daarmee met de juiste boodschap. Een roep om vrede en een wens voor ieders geluk.

Overpeinzingen

Als je er maar een tandje bij zet

Een regenachtige dag smeekt om een stoofpot. Vlak daarvoor gelezen dat vleesvervangers ook niet altijd gezond zijn en dat je ze ook niet nodig hebt als je maar een balans aanbrengt in bonen, noten, groenten en eventuele zuivelproducten als je vegetariër bent. Derhalve op zoek gegaan naar zo’n heerlijke aubergine/linzen-stoofschotel aangevuld met boterbonen, tomaat, olijf, verse oregano en rozemarijn. Zo’n stoofje is tenminste in ongeveer drie kwartier klaar met linzen uit blik en anders ietsje langer tot de linzen gaar zijn. Lief vond het heerlijk en bleef niet door eten, maar bewaarde de rest voor deze dag omdat dat een nog lekkerder potje beloofde te zijn met die ingetrokken kruidensaus. Zilvervliesrijst erbij en weer klaar. Smullen maar.

Zoonlief had ons van de week gewezen op die ene supermarkt die net iets goedkoper is dan alle andere. Ik kan weliswaar niet alle producten krijgen, maar daardoor sla je aan het improviseren en dat levert vaak een onverwacht lekkere maaltijd op. Door Verweggistan heb ik dat wel geleerd. Met Indiaas eten kom je er nog wel een beetje, maar een lekkere boemboe voor het een of ander in je oosterse maaltijden is goed zoeken. Natuurlijk neem je wat mee van hier, maar tja, als de sambal op is, dan ga je ‘m toch zelf maken en straks de pepers ook nog verbouwen, durf ik wedden.

Straks zijn de vijgen aan de beurt. Dus sprokkel ik al verschillende bereidingswijzen binnen, buiten de onvolprezen jam en chutney’s. Als ik denk aan vorig jaar en hoe die grote vruchten met een enorme plof op het terras vallen en kneuzen, hoop ik dat we nu precies op tijd komen. Ik denk het wel. Zo ontdekte ik ook dat walnoten met vijgen en blauwe kaas of geitenkaas een goede combinatie is. Leuk. Ik kijk er naar uit om ermee te experimenteren.

Gisteren hebben we genoten van een herhaling van een aflevering van de Verwondering met de sympathieke Paul Haenen. Het meest opmerkelijke dat hij vertelde, was over de momenten in de tijden dat hij niet kon slapen en zich herinnerde wat zijn typetje dominee Gremdaat dan pleegde te zeggen in de toespraak, die hij iedere avond als een soort epiloog hield, tijdens Corona. Iets in de trant van: De essentiele problemen komen vanzelf wel terug. Laat de problemen van je afglijden. En…’Wat lig ik hier lekker en wat is mijn bed lekker warm’. Dan lukt het om in slaap te vallen.

Hij had nog een lumineus idee voor de tweede kamer om een ‘Dag van Begrip’ in te stellen. Geen enkele negatieve opmerking meer, maar bij de interruptie alleen maar met complimenten strooien. Ik zag het plotsklaps heel beeldend voor me en bedacht me dat het een goede manier zou zijn om mensen bewust te laten worden van de tactloosheid waarmee sommige dingen gezegd werden en welke mogelijkheden er zijn om het positief te verpakken. Daar zette hij ook een dag van onbegrip tegenover, een hele dag lang en zo over de top dat je er misselijk van werd en echt weer zin had in een ‘gewone’ dag. Heerlijke humor met een ware ondertoon. Het zijn de groten der aarde, die dat kunnen bewerkstelligen. Het is de filosofie van een goed kinderboek, waar ik hetzelfde in terug kan vinden. Alles op een speelse en verfijnde manier om mensen er op te wijzen dat alles vriendelijker kan. Als je er maar een tandje bij zet.

Overpeinzingen

De koek was op

We hadden zin om naar de Hortus Botanicus in Leiden te gaan, de stad waar we de voetstappen uit ons leven samen hebben liggen. Maar bij nader inzien zagen we er van af, omdat de hortus midden in de stad lag en het parkeren een dingetje was. Een dagje voor de trein besloten we, maar niet nu. Dan gaan we naar de Hortus in Utrecht, dichtbij, parkeren voor een habbekrats en alle ruimte. Zo gezegd, zo gedaan. Ik was vergeten dat Lief deze hortus rond het oude fort nog nooit gezien had. Als je het voor het eerst aanschouwt is het helemaal een paradijs, zeker als je het terrein kent als een oud en verlaten fort in een rommelige omgeving.

Bij tijd en wijle moest hij even stil staan om alle indrukken te laten bezinken. Wat een rijkdom en schoonheid aan natuur. We besloten eerst kalmaan de rotspartijen te beklimmen. Er waren legio voorbeelden van hoe we het in Hongarije kunnen aanpakken met de rotsige en droge stukken daar. Kleine miniplantjes die zich glansrijk als een mos-tapijtje over de stenen hadden gevleid, een zacht en glooiend groen. Hier en daar piepte bloeiende planten er tussendoor en glipte er een hagedisje weg. Met de machtige boompartijen en de indrukwekkende bedden met bloemen, het uitzicht op de grote waterpartijen, verderop de bamboebossen, moerasvelden, meerkoeten met hun jongen die in een rap tempo over de weg waggelden van het ene naar het andere water. In een woord, adembenemend. Even uitrusten van de klim met een glas citroen met basilicum siroop en lief met een vlierbloesem-powerdrank, beiden met citroenschijf, ijsblokjes en een rietje. Feestelijke versnapering.

Toen we richting de vlindertuin en de kassen liepen kwamen we vriendinlief van lang geleden tegen met haar drie bonuskinderen en hun vriendinnetje. Ze hadden net de vlindertuin bezocht, een vrolijke uitwisseling, een paar dikke knuffels, waar je weer heel lang op teren kan en daar gingen ze weer, door voor een ijsje. Dag Lieverd. Alles is hier mogelijk. Ondertussen kregen we een app van zoonlief die een ‘rara, waar ben ik’-foto opstuurde. ‘Leiden misschien’, opperde ik en ja hoor. Ze gingen naar de Hortus Botanicus in Leiden. Dat was toevallig. We hadden in de ochtend precies hetzelfde idee gehad. Daar waren de gigantische bladeren van de reuzewaterlelie, de Victoria Amazonica, zoals je in de oude Hortus in Utrecht kan vinden. In de tropische kassen hier waren er slechts de kleinere, maar niet minder mooi. Wel waren er allerlei verrassingen te vinden, zoals vreemde vogels, waaronder een Razend Roeltje, die zich nauwelijks verroerde en verderop liep een kleine bosmuis met aan de andere kant nog een of ander jong kuiken. Twee kleine meisjes die door de kas huppelden hadden het Roeltje ontdekt tussen de wirwar aan planten. Moeder gaf trots toe dat het haar speurneuzen waren, want ze vonden ze sneller op hun ooghoogte dan wij kijken konden.

De vlindertuin werd druk bezocht en eigenlijk is ze een beetje uit haar jasje gegroeid, maar daardoor worden de ontmoetingen ook intiemer. Een lieve jonge vrouw wees ons op de grote vlinder die roerloos aan een blad hing en zich niet verroerde. Er werd wat af geflitst en met telefoontjes gezwaaid ten einde al het moois op de foto te krijgen. Vanuit de gang had je zicht op de bordjes met rottend fruit waar de vlinders zich met hun kleine roltongen aan te goed deden. Lief ontving als extra een prachtig zwart exemplaar op zijn mouw, die een aantal tellen lang doodstil bleef zitten. De jonge vrouw liep net langs ons heen en aarzelde, maar natuurlijk kon zij er ook een foto van schieten, zo dichtbij en uitgesproken zag je ze niet vaak. Het liefst ga ik vroeg in de ochtend naar de Hortus, als het nog rustig is en je op het bankje in de vlindertuin kan zitten mijmeren temidden van al dat schoons.

We moeten nog een keer terug voor het nieuwe gedeelte achteraan, dat ook een staaltje van natuur-kunst beloofd te worden, maar dat is voor later, want de koek was op.

Overpeinzingen

Zoals de dag ook werd beleefd

Het regent pijpenstelen, dus we bedenken een dag binnen. Op bezoek bij het allerjongste kleinkind om de mooie pop te brengen, die ik in Straelen had gekocht. Natuurlijk mochten haar broers het uitpakken, de oudste bleef zich vervolgens met het papier vermaken terwijl de middelste met de pop aan de haal ging tot mams haar boven op een plank posteerde. Ziezo veilig gesteld tot de kleine meid wat groter zou zijn.

We hadden een heerlijke paar uurtjes met een goed gesprek tussen het gestoei van de jongens door. Nieuwe boekjes om te lezen en stiften voor op het raam. Oma tekent een dino bij de dino’s van de oudste. De benjamin, die geen benjamin meer is, sinds zijn kleine zus is geboren, werd tollend van de slaap voor zijn middagdutje omhoog gebracht. Goed nieuws ook. Er mag een hele verdieping op het huis gebouwd worden. Het bezwaarschrift van de buren van de hoek is ongegrond verklaard, dus nu hebben ze eindelijk straks voldoende ruimte. Ze kwamen nog net een kamertje tekort.

Na dat genoeglijke samenzijn zakken we af naar het Kunsthal KAdE in Amersfoort. Het is gemakkelijk te bereiken en ligt tegen de binnenstad aan. Het is druilerig weer en perfect om ergens binnen de boel te gaan verkennen. De tentoonstelling ‘Wonderbaarlijke wezens’ bestaat vooral uit videobeelden, diorama’s en ook een afdeling met tekeningen naar aanleiding van wat de Griekse filosoof Aristoteles vol verwondering over de natuurlijke wereld van dieren schreef, die hij observeerde, bestudeerde en rangschikte. ‘On Marvellous Things’ is een verzameling anekdotes over deze wereld. Sommige van de teksten zijn gebaseerd op waarnemingen, anderen zijn ontsproten uit mythische verhalen over het mysterieuze en magische dierenrijk.

Er is een tentoonstelling met etsen, houtsnedes en gravures uit het Rijksmuseum naar aanleiding van een dik plakplaatjesboek, de Historiae Animalium van de Zwitser Conrad Gessner (1516-1565) een van de grondleggers van de zoölogie. Twee eeuwen lang bepaalde dit het beeld dat mensen hadden van de voor hen vreemde dieren. De houtsnedes variëren van behoorlijk natuurgetrouw tot interpretaties van dieren, inclusief fantasiedieren zoals de eenhoorn.

Een video laat zien hoe kaalslag gepleegd wordt door een groep gieren op een chique gedekte tafel midden in een desolaat landschap en weer een andere toont aan hoe een octopus in een glazen object kan kruipen en er vervolgens weer soepeltjes uitglijdt na zich in honderd bochten te hebben gewrongen. Overal valt kleur, magie en verwondering te oogsten door de vervormende beelden. Niets is wat het lijkt of juist wel. Bij de diaorama’s zet af en toe een onderdeel zich piepend en krakend in beweging en geeft zo een nieuwe dimensie aan de voorstelling .

Alles deed me sterk denken aan het boek ‘Terra Incognita‘ van Raoul Deleo, waarin de auteur ons meeneemt naar een nieuwe wereld en waar de dieren er evenzo vervreemdend en toch bekend uitzien. Natuurlijk lag het te koop in de museumshop. Verder waren er verleidelijk mooie sterk afgeprijsde kunstboeken in de aanbieding, die ik glansrijk heb weerstaan. In het kleurrijke KAdE cafe praten we genoeglijk na over alles wat er te zien viel en valt het kleine beeld op een baksteen me op. een peinzend mannetje aan de kade is mijn eerste indruk. Dat werd versterkt door een oude man voor het raam in een van de fauteuils, met een vinger bedachtzaam langs zijn wang, klaarblijkelijk in een diepe slaap verzonken. Aandoenlijk en bijzonder, zoals de dag ook werd beleefd.

Overpeinzingen

Het mes snijdt altijd aan twee kanten

Zoonlief op bezoek met zijn kleine zoon in een draagzak, heerlijk warm en goed te doen omdat de afstand hemelsbreed niet zo ver is. Tussen de buien door trouwens, want de hemel vindt het noodzakelijk om alle emmers in een keer leeg te storten over moeder aarde. Voordeel is dat het droogteprobleem in een klap opgelost is. Nu maar hopen dat het het gezegde ‘pompen of verzuipen’ niet gaat benaderen.

Het kleine ronde bolletje van ons porkie is kaalgeschoren, naar landseer van mams haar voorouders, en op het kleine kale bolletje beginnen opnieuw kleine stoppeltjes te groeien. Nuu lijkt hij een evenbeeld van zijn vader. Wat een heerlijk mannetje. Hij groeit als kool. Ik geef hem de fles en daara is er tijd voor een verhaaltje van kikker en pad, over de vlieger die niet wilde vliegeren. Hij luistert naar de vreemde stemmetjes en blijft muisstil, natuurlijk moet het herenpaard en het damespaard en het boerenpaard er aan te pas komen en dan is het alweer tijd om te gaan slapen. We brengen ze weg en zetten de twee schatten voor het huis af. Op naar de apotheek, maar die blijkt gesloten tussen de middag. Ik stel voor om naar Utrecht te rijden en bij Swaak de missende gebrande omber van Cobra op te halen.

Als we in Utrecht de parkeergarage inrijden, blijkt dat we allebei geen portemonnee bij ons hebben. Geen nood, de telefoon is er nog. Maar er blijft iets knagen voor het betalen van de parkeerautomaat. Doorgaans pakt de Wallet deze niet en moet ik de kaart trekken.

In Swaak, het walhalla, is het gezellig druk. Rissen mensen zijn op zoek, vooral naar, zoals ik vermoed, studiemateriaal voor zoon of dochter nu de academie weer bijna begint. De stad ademt een rommelige zomerdrukte met veel toeristen en overvolle terrassen. In de parkeergarage wordt de nood bewaarheid. De pas op de telefoon pakt niet. Wat nu. Waar halen we vier euro vandaan. We besluiten te gaan wandelen en te speuren naar een geldautomaat. Nergens. Bij navraag bleek dat er enkel nog een was op het Vredenburg en een bij de Neude. Zadelstraat uit, proberen bij het scoren van een broodje geld bij te mogen pinnen, nul op rekest. Dan maar door de Hema, wie weet. Mis Poes, nu waren we op de Oude Gracht in de buurt van de Neude en het Vreeburg. Bij de grote supermarkt het zelfde euvel. De automaat pakt de Wallet niet. Lief zag in een helder ogenblik een oranje leeuwen-logo. Gelukkig. Een informatiepost. De meneer legde aan de hand van mijn telefoon licht ongeduldig uit, dat je geld uit de muur kan halen met een code. Hij liet het me zien op mijn eigen telefoon en toverde een code tevoorschijn waarmee ik geld kon halen aan de overkant bij een geldautomaten-winkel die daar was. Ik denk dat hij zich nog lang heeft afgevraagd van welke planeet wij kwamen. Maar het werkte!

Met de vijftig gepinde euro’s in de hand trokken we de stad weer door, dwars door de Hema, waar we twee dingen kochten om aan kleinere briefjes te komen en met een opgewekt gemoed konden we bij de parkeermeter eindelijk met een briefje van tien betalen, een dure geldopname dus.

Het was een van die levenslessen, die altijd wel ergens doorklinken. Nooit zonder portemonnee de deur uit. Ook was er het besef, dat het niet lang meer zou duren of je kunt nergens meer terecht voor contant geld, en dat gaat harder dan je denkt. Het mes snijdt altijd aan twee kanten.

Overpeinzingen

En plukken we ruimschoots de vruchten

Lief had het lumineuze idee opgevat om een bioscoopje te pakken in Utrecht. Code geel voorspeld, dus met de bus vanuit hier, de halte is een straat verderop, tot aan de Neude, slenteren langs het oude postkantoor en langs de Oude Gracht, genieten van de mensen in allerlei gradaties om je heen. Kleurrijk Utrecht en erg geliefd bij ons. Toen de eerste spetters vielen liepen we net in de Schoutenstraat. We waren dichtbij onze lievelingsbios De Slachtstraat, het oude het Hoogt.

Ik had in de ochtend uitgebreid het programma bestudeerd en we vielen allebei voor de film The Hundred Flowers, een Japanse film over een moeder en haar zoon. De moeder glijdt langzaam maar zeker af in haar dementie. De zoon mist een aantal herinneringen. Moeder vergeet ze. Als hij een dagboekje van haar vindt, komen ze langzaam in zijn geheugen terug en kan hij zijn moeder uiteindelijk beter begrijpen.

Zij vergeet en hij herinnert is een mooi gegeven. Alsof er iemand stiekem de gedachten doorsluist naar een volgend leven. Zoals we gewend zijn is het een hele rustige film, niet traag, maar bedachtzaam met enkele schrikbarende momenten. Het is genieten van de mooie bescheiden Japanse gebaren en de moeder met de afgepaste pasjes van een geisha. Op de gekste momenten is hij haar kwijt, zoals hij haar ooit jaren geleden als kind letterlijk kwijt was. Dat ze elkaar vinden, ook al is moeder mijlenver in haar geestelijke wereld van hem verwijderd, geeft een ontroerende ontknoping op een subtiele wijze.

In het nagesprek in een hoek aan een tafeltje voor twee met een glaasje en een portie vegan bitterballen kwam natuurlijk dementie ter sprake en het is goed om er bij stil te staan, maar niet een onderwerp om over te piekeren als je nog nergens last van hebt. Mooi om het ook te relativeren en te bedenken voor wie het de grootste schrijnende ervaring is.

Ik denk terug aan de televisieserie waarin Loes Luca een moeder speelt die dement wordt en haar dochter tot wanhoop drijft, Automatisch kom ik ook terecht bij de dames en heren, die alleen en in zichzelf gekeerd hun eigen vrije wereld creëerden met de beperkte ruimte in een bejaarden-of-verpleegtehuis. Die soms, heel soms, ineens weer de herinnering nabij waren, maar doorgaans tamelijk ‘tevreden’ hun beperkte leventje leefden. Een vrouw die neuriënd haar petit-fourtjes(keuteltjes)schikte in haar pantoffel in afwachting van de visite die zo dadelijk zou komen, staat in mijn geheugen gegrift omdat ze in de witte pon met witte haren en een zacht gezicht er zo breekbaar maar gelukkig uitzag.

Voor de omstanders is het vreselijk om langzaam maar zeer zeker in hun mist te verdwijnen en te weten dat er geen bestaansrecht meer kan zijn als zoon of dochter, maar dat je eventueel wordt gebombardeerd tot een jongere uitvoering van je vader of moeder in hun beleving. Ze worden een schim van wat ze waren met zo’n glazige uitdrukking in de ogen, onbereikbaar en ver weg.

We kijken elkaar aan en weten dat we elkaar moeten koesteren in het hier en nu, omdat er altijd een ongewis moment kan zijn dat het anders wordt. Maar als dat vooralsnog niet het geval is, hoeft het idee niet binnen te wandelen dat het zo zou kunnen worden. Zolang dat niet het geval is, plukken we ruimschoots de vruchten.

Overpeinzingen

Het mag wel wat minder allemaal

Foto’s bewerken vreet tijd. Voor je het weet is de halve dag alweer voorbij en heb je voor je gevoel nog niets gedaan. Nou ja, albums maken van de verschillende dagen van onze zussenvakantie. Onmiddellijk loop je weer op ontdektocht door het Limburgse.

Lief zegt dat het een zinvolle besteding is van de tijd, dus niets doen bestaat niet. Of je bent bezig in je hoofd of je handelt en of dat nou binnen een kleine marge is of niet, dat maakt niet uit. Schrijven vindt hij ook een bezigheid, maar omdat het lijf vrij passief is valt het voor mij onder het kopje:’Niet actief’. Net als het mijmeren zelf. Dagdromen noemde mijn moeder het en daar moesten we dan vaak mee ophouden. ‘Ga liever iets doen’ heette het dan. Er staan momenten en gezegdes in het geheugen gegrift die op de gekste tijden weer boven komen drijven. Deuren der herinnering. Zo ook deze.

Handhaving reed net door de straat. Opmerkelijk hoe alert we er direct op reageren. Waarom, voor wie, wat zou er gebeurt zijn. De familie in dat huis heeft ze vaker op bezoek. Als ze het huis verlaten valt de straat weer stil.

De straat

Code geel is vandaag voorspelt. Buurman vond het onzin, tegenwoordig is alles code alarm, nergens voor nodig. Vroeger had je ook onweer en dan was het niet meer dan dat…Brom, brom, brom. Hij had voor deze week wel eieren voor zijn geld gekozen en was uit zijn volkstuin, waar hij ook mag overnachten, teruggekomen. De arme buuf moest heel veel tassen naar boven sjouwen omdat hij minder valide is. In de laatste vuilniszak zaten bonen, boterbonen, groene en rode. Trots liet ze ze zien. Dat betekent invriezen of inmaken.

Gisteren was het plantjesdag. Water geven bij dochter thuis, die in Frankrijk vertoeft. Alles stond er nog fris en florissant bij. Gelukkig maar.Toen we er waren belde ze net. Ze hadden het heerlijk gehad en omdat de kinderen bij Oma in Frankrijk kunnen blijven kunnen zij samen nog drie dagen op stedentrip naar Florence. Dat is boffen. Ze had met onze globetrotters gesproken en het weer was bij hen net als hier. Nat, natter, natst.

Gisteren hebben we een hotel geboekt in Beieren voor de heenreis naar Verweggistan, begin september. Soms kan ik zo naar de hof en de tuin verlangen, Eerst is er nog deze maand met allemaal spannende gebeurtenissen. Over twee weken komen onze wereldreizigers terug en er is een reünie van de kleuterkweek. Iemand neemt de bladmuziek mee van Piu non si trovano van Mozart, dat ons lievelingslied was destijds en tweestemmig gezongen kan worden. Officieel driestemmig, maar tja, de baspartij ontbrak. De muziekdocent, mijnheer Spaan, kan tevreden zijn. Tekst en melodie zijn er ingebrand en zal nooit meer vergeten worden.

Verder is het natuurlijk een beetje aanlummelen met dit weer, dat niets toelaat. Fijn dat we nog zoveel zon vorige week hebben gezien. Daar kan ik lang op teren. Ik heb ook de rust nog niet om aan het lezen te slaan. Daar moet ik wel aan beginnen. Drie van de aangevraagde boeken zijn niet binnengekomen. Vermoedelijk omdat het vakantietijd is. Drie zijn er wel, dan kunnen er wel twee oude klassiekers bij. We zullen zien. eerst verder met de foto’s, de herinneringen en de bijbehorende verhalen. Mondjesmaat voeg ik ze toe in onze gesprekken. Lief heeft het heel goed gehad met broer en schoonzus in de Hoek. Hij is naar de Maasvlakte twee geweest per boot en ze hebben ook de enorme Mall of the Netherlands bezocht in Leidschendam. Dat consumptie’paradijs’ was overweldigend. Zeker als je net aan het minderen bent. Een tikkeltje soberder kan geen kwaad, filter ik uit zijn verhalen. Zo is het. Het mag wel wat minder allemaal.

Overpeinzingen

Proost

Het inpakken ging voorspoedig. Iedereen ging rustig een eigen gangetje, koffie en ontbijten, douchen en inpakken of inpakken en douchen al naar gelang wie er aan de beurt was. Een simpel ritueel en zo gefixt. Een laatste blik, leeghalen van alle kasten, wat mee moest in de krat, wat weg moest gescheiden in de bakken in de schuur, de stofzuiger er door en klaar waren we. Via de binnenwegen naar Nieuwegein, met een omweg naar Nijmegen, dat weer wel. Koffie bij de blije engel die aan de waal lag en een mooi plaatje opleverde voor zuslief en door. Onderweg genoot ik van de diepte in de lucht, strakblauw met witte wolken in formatie, die voor en over elkaar heen schoven, hemelsblauw dat steeds bleker kleurde naarmate de afstand, om te schilderen zo mooi.

Een vol huis bij onze neef en zijn jarige zoon, een overvloed aan stemmen na de betrekkelijke stilte van het boshuis, kinderstemmetjes en kraaiende oma’s. De cadeau’s, maar vooral het inpakpapier werd met verrukte oogjes ontvangen, een en al verwondering over het geknisper, het scheuren en al wat er te ontdekken viel. Het loopwagentje was een groot succes. Er zaten gelukkig plastic ringetjes om de assen, die als rem fungeerden, al naar gelang je ze strak aandraaiden. Nu kon de kleine stappen zonder vastgehouden te worden. Er was over nagedacht. Het viel in de smaak en hij maakte dankbaar gebruik van deze nieuwe weg naar de zelfstandigheid.

Om half zes hadden we in een restaurant gereserveerd en daar zouden we nog als afsluiting een laatste gemeenschappelijke maaltijd gebruiken. Binnen dit keer, want buiten waaide het flink als aanloop naar het slechtere weer van deze week. Zomer in Holland. En toch was de algemene conclusie dat we niet mochten klagen. Slechts een dag waren onze escapades in het water gevallen, maar door de bank genomen was het allemaal maar wat gezellig geweest. Doorgaans begon de zon ‘s middags te schijnen en werd het steeds tegen een uur of vier pufheet. Perfect weer voor een terras. Tel uw zegeningen. Gelukkig waren we allemaal met dezelfde pappot groot gebracht. We telden de hoogtepunten.

Aan een tafel naast ons schoven drie jong volwassenen aan met een vader en moeder. De ouders herkende ik onmiddellijk en nu kon ik vanuit mijn verzwegen positie de kinderen observeren. Ooit lieve bleke toetjes met sluik haar. De jongen met het donkere haar was klaarblijkelijk de vriend van het meisje. Waar blijft de tijd, vroeg ik me af toen ik in haar dat kleine verlegen meisje van vroeger herkende. De hartelijke moeder zag me als eerste en zwaaide glimlachtend. De kinderen waren opgetogen om me te zien. Vader knikte met eveneens een brede lach. Fijne mensen en de lieve schatten zo prachtig uitgegroeid. Wat hou ik er van om dat te terug te zien en om heel even te kunnen mijmeren over ‘daar’ en ‘toen’ en ‘dat moment’. Iets als een eerste optreden, een eerste werkstuk tijdens de weeksluitingen. Ik struikelde over de namen, maar die noemde ik dan ook maar niet. ‘Lieve familie, wat fijn om jullie weer te zien’ en dat was meer dan voldoende. Voort ging het gesprek aan eigen tafel met af en toe een steelse blik.

We reden naar ons huis, twee zussen hielpen met de bagage en lief bleek ook thuis, die kwam halverwege de galerij aangesneld. ‘Dag lieve zussen van me’, een laatste omhelzing en het was ineens voorbij. Neerzijgen op de bank en alle wederzijdse verhalen in stukken en brokken met een glaasje erbij en zomergasten op de achtergrond. Proost

Overpeinzingen

Langzaam maar zeker

Laat wakker, half negen is voor mij bijna middag. Normaal zat ik hier om een uur of half zes beneden, om in alle stilte het huis horen te ontwaken. Nu is tot mijn grote verbazing mijn jongste zusje al wakker en kijkt naar programma’s als de Verwondering op haar laptopje. Dus ik schrijf nu dwars door een interview heen van Paul Haenen en Annemiek Schrijver. Een boeiend verhaal over zijn coming out, dat in de jaren zestig nog steeds gezien werd als iets wat wel weer overging als je het maar negeerde. Hij werd er als 18-jarige depressief van. Een boeiend verhaal, maar wel moeilijker concentreren op ons eigen nietige verhaal. Het is al lastig om tussen de regels door te lezen, maar tussen de regels van een verhaal door schrijven is nog veel moeilijker.

Vandaag is de laatste dag. We hebben besloten om niet meer terug te komen als we met z’n vieren op verjaardagsvisite bij het kleinkind van een van ons in Nieuwegein gaan, omdat het onzin is om voor één nacht terug te rijden, omdat we de volgende dag alweer om tien uur er uit zullen moeten.

De dag van gisteren was letterlijk en figuurlijk in het water gevallen. Eerst een bezoekje aan het Duitse stadje Straelen, een klein stadje met een groot plein, waar realistische beelden staan of zitten in gesprek met elkaar. De winkeltjes waren aardig maar niet bijzonder. De verkoopsters zijn altijd een tikje argwanend als we met z’n vieren binnenkomen zeilen en ons verspreiden over rekken kleding en planken met schoenen. Alles moet bevoeld en bekeken worden en meestal gaat er een van ons wel weg met een aankoop, maar toch. Verhoogde waakzaamheid geboden.

Na een heerlijke lunch, flammkuchen voor drie van ons, voor mij een heerlijke goulashsoep in een beetje verschraald restaurant, vergane glorie ten voeten uit, reden we naar een volgend dorp onder een inktzwarte wolkenpartij, die zich omkeerde en uitstortte boven onze hoofden in een vervaarlijk gerommel en door bliksemschichten achtervolgt. Met een been buiten de auto om te gaan shoppen, bedachten we dat dat onzin zou zijn. De weersverwachting was tot negen uur dit soort heftige buiten, dan maar door naar de volgende stad. Sevenum, de zon tegemoet. Voor de tweede en laatste keer het pondje over bij Broekhuizen. Daar lagen de twee Maasrestaurants verleidelijk in de zon. Dan toch maar bezweken en een heerlijke borrel met een kaasplankje en kennelijk precies tussen twee buien in want daar kwam de volgende kist met zure appelen dreigend naderbij.

De plannen werden snel bijgesteld, friet en lekkers bij de snackbar in ons dorp en thuis een film ophalen om lui en hangend op de bank bij te komen. Die ochtend waren mijn enkels tot potsierlijke dikte over mijn schoenen gezakt en ik had er de hele dag een intens moe gevoel in gehad, dus ik vond het heerlijk. Voetjes op een kussen en even niets meer, geen eten, geen drinken maar een film, die redelijk spannend maar ook heel vreemd en op het eind heel wreed was. Wonderlijk psychologisch geweld. Iets voor een keertje en nooit meer.

Zo komt er een einde aan onze zussenweek van dit jaar samen. Van alles wat, fijne gesprekken, hilarische voorvallen, knusse sfeer, kunst en cultuur, winkels bezoeken, prachtige natuur ontdekt. Het is zeer waardevol en de moeite waard. Zo verschillend als we zijn we zouden het allemaal voor geen goud willen missen. Hier en daar een beetje water bij de wijn, oren te luisteren leggen en geloven in de warme sfeer die daardoor ontstaat. Zoiets lukt alleen als je je open kan stellen en iedereen de ruimte kan geven. Dat gaat niet van de ene op de andere dag, maar daar groei je in, langzaam maar zeker..

Overpeinzingen

Om stilletjes na te genieten

De zussen houden van uitslapen en door alle bezigheden overdag is dat ook geen overbodige luxe, maar mijn biologische klok tikt eigenwijs haar eigen deun, dus zit ik in de vroege ochtend rond zessen in de woonkamer aan de keukentafel. Zicht op de pinda’s en het bijna lege potje vogel-pindakaas, waar het nu angstvallig stil blijft op de roodborst na die de boel even komt inspecteren. De vinken zitten onder de rododendrons en lopen daar ijverig heen en weer. Duif roekoert zijn ochtend wakker. Er is koffie.

Ik bekijk de vele foto’s die ik gisteren geschoten heb, omdat we naar Arcen gingen en, na een handvol winkeltjes en een uitgebreide lunch met een ijsje toe, hadden we ons richting de kasteeltuinen begeven. Pas toen we daar aankwamen, begrepen we dat er wel een hele dag aan besteed had kunnen worden. Wat een wonder van schoonheid. Er was van alles wat. Een flink rosarium, een beeldentuin, een Oosterse watertuin, een meer waar een soundscape van Egbert Derix als grondtoon diende, het ‘Lommerrijk’ dat was een stuk bos met heerlijke oude boompartijen en ruine-muurtjes, patio tuinen, mediterrane tuinen, italiaanse tuinen, het is teveel om op te noemen en was zeker ook teveel om alles uitgebreid te bekijken. Omdat de zussen er de kuierlatten in wilden zetten, had ik allang besloten mijn eigen weg te bewandelen. Dus zat ik een half uur op een bank helemaal alleen naar de prachtige muziek van de soundscape te luisteren, terwijl vanuit de vijver een door vernuft opgetrokken nevel zich verspreidde of afnam, al naar gelang de sounscape vorderde. Lieflijk en de woorden en zinnen die er tussendoor geroepen werden, doelden op het kleine geluk dat overal te vinden was, zolang je er maar even stil bij staat.

Het was helemaal een feest om alleen met mijn gedachten door die prachtige tuinen te lopen. In de paalhuizen van het Oosterse waterrijk werd sfeervolle Chinese muziek gespeeld en als je in het huis stond en door de eenvoudige houten luiken keek zag je rondom de harmonie, opgewekt door de prachtig aangelegde beken en waterpartijen. Iets verderop was een enorme volière en toch vond ik het het enige minpuntje in deze uitgebalanceerde omgeving. Iedereen moest vrij mogen zijn, ook vogels, van welke pluimage dan ook.

Steeds kwam ik de zussen weer tegen. Deze omgeving was niet geschikt om er door heen te ‘marsen’. Er was eenvoudigweg veel te veel te aanschouwen. Overal stonden beelden tussen met een speciale betekenis of passend in de opgeroepen sfeer. Voor het eerst van mijn leven aanschouwde ik een schitterende sequoia, waarbij ik het niet kon laten even contact te maken met de eeuwenoude bast van deze mammoetboom, die alleen al door het bestaan garant stond voor de kracht van moeder aarde en haar natuur.

Tegen een uur of vijf had ik al mijn kruid verschoten. Het bankje voor het kasteel leek me de aangewezen plek om nog een schetsje te maken tot de zussen klaar zouden zijn met het bezoek aan het kasteel zelf. Changement de decor op het laatste nippertje. Eerst even wat drinken, dan het kasteel in, maar dat was zelfs teveel voor de anderen, dus ging de jongste alleen, die daarna bijna onmiddellijk door een roerige stem er op opmerkzaam werd gemaakt dat het kasteel om zes uur ging sluiten en ieder zich naar de uitgang moest begeven en dat in drie talen.

Met de boodschappen en een eenvoudige tosti besloten we de dag. Zelf was ik een kimono rijker en droeg ik de impressies van deze prachtige ervaring met me mee, versterkt door de foto’s en de filmpjes in mijn telefoon. Om stilletjes na te genieten.

Overpeinzingen

Het kan verkeren

Omdat we het principe hanteren ‘één voor allen, allen voor één’, tijdens onze vakantie van vier zussen, besloten we mee te gaan naar de voorliefde van een van de zussen voor een dagje vermaak: Het casino. Ooit in de grijze oudheid waren we al eens met haar mee geweest, maar ja, al die kasten en die spelletjes konden ons maar weinig bekoren. Nu werd het allemaal wat grootser aangepakt. Een enorm casino, iemand waarbij je je in moest schrijven om met een pasje verder te mogen, een overvloed aan kasten en een handjevol mensen die om twaalf uur in de middag al stoïcijns achter kasten zaten te drukken. De techniek doet het meeste werk. De artistieke inbreng bestond uit het indrukken van de knop om het gevaarte op gang te helpen en vervolgens besloot het geluk dan of je wel of niet vrije kansen kreeg, die de machine vervolgens zelf verzilverde in een vette winst of een jammerlijk verlies. Niet dramatisch als je, net als wij, besloten om maar een gering bedrag in te zetten.

Zoals het betaamt, had onze ervaren zus het meest geluk en heeft de helft van het avonddiner aan blinkende daalders aan het geval kunnen ontfutselen. Na een lichte lunch verlieten we het pand en nog knipperden de ogen tegen het daglicht na al die kleurige lampen, toeters en bellen. Dag dag.

Op naar Venlo voor het afgesproken museumbezoek aan het Bommel en van Dam museum, zuslief ging braaf mee. Het zat niet mee. Een tentoonstelling van Armando, de gevoelsmeester die de oorlog in alle schilderijen met zich mee droeg en sensitief zijn verf had uitgesmeerd op het doek, soms met het penseel, soms met het palet, soms met beide handen. Geen vrolijk werk en niet naar ieders smaak. Daarnaast was er nog een tentoonstelling van het beeldende werk van Fons Schobbers.

Het volgende item op het lijstje was het winkelgebied van Venlo, maar daarbij werkte het weer tegen, want dat besloot in een miezerregentje uiteen te vallen. Daardoor oogde de stad troosteloos en somber. Dat de helft van de winkels uit de geijkte winkelketens bestond was ook een domper. Kleine leuke gerenommeerde modemerken waren er nauwelijks te vinden. Bij een outlet waren de verkoopsters zo enthousiast over de aanwezigheid van eventueel toekomstige kopers, dat ze uitgebreid hun doopceel lichten over de outlet, die na tien jaar zou sluiten, zodat het doek voor hen, op de rand van het pensioen ook zou vallen en wat moet je dan met de laatste tien jaar. Zus zalfde de wonde met twee verse aankopen en zo konden we hen naar alle tevredenheid achter ons laten.

Op naar een hotel aan de Maas waar we onvoorbereid, want niet gereserveerd, toch een tafeltje voor vier wisten te bemachtigen. De sfeer was er een van klassieke chic, een gerant die de wijn met een hand op de rug uitserveerde en alle borden op een hand wist te krijgen, de vingers wijd gespreid. Het eten was heerlijk, maar de wachttijden lang, zo lang dat we na de maaltijd volkomen uitgeput waren door het vele uitwisselen aan gespreksstof en het lange tafelen. Geen toetje, besloten we, nu het tegen tienen liep. Het werd wel een ijsje. thuis. Met dank aan het casino, vanwege de gereduceerde prijs als je alles bij elkaar had opgeteld. Het kan verkeren.

Overpeinzingen

Omdat wij mensen, mensen zijn

Het regent pijpenstelen, maar hier onder de bomen valt de stroom uiteen in dikke regendroppels die vooral luid en duidelijk neerploffen op het ribbeldak van de veranda. Ze geven een etude weer van grote omvang. Dikke roffels, dunne roffels, hier en daar ‘lento’ en dan weer ‘up tempo’ in een volkomen eigen creatie. De bomen treuren mee met de tragedie en laten al hun bladeren hangen, maar vogels en eekhoorns trekken zich niets aan van deze treurnis en vliegen af en aan van de nieuwe toevoer die zuslief gisteren heeft neergehangen.

Aan de voorkant speuren drie dikke dolly’s naar lekkers, het zijn houtduiven en ze houden het vooral laag-bij-de-grond. Eekhoorn aan de voorkant belaagt de opgehangen pindapot. Twee handjes om de rand om klemvast te kunnen snoepen. Het gaat hem goed af, zijn koppie verdwijnt helemaal in de pot. Wat een prachtige diertjes zijn het toch. Kleine bosmuizen heb ik nog niet gezien. Een tweede eekhoorn komt erbij en nu spelen ze tikkertje rond de stam. De sterkste wint.

Gisteren was er eerst een plan om naar de kasteeltuinen van Arcen te gaan. Er bleek sfeermarkt te zijn, dat betekende oneindig veel auto’s, nog veel meer mensen, alle toegangswegen van het dorp dicht, en heel veel kraampjes en kramen met van allerhande. Dat lieten we links liggen. Dan maar naar het volgende lunchpunt. Een groot hotel restaurant dat bij een groot vakantiepark hoorde. Buiten op het terras onder een dreigende hemel werden we door de zwierige`Italiaanse ober naar binnen gedirigeerd. ‘Signoria’s’, met een brede glimlach en een weids gebaar. Een onverwoestbaar optimisme, dat was duidelijk en voor elk probleem een oplossing.

Voordat we daar aankwamen waren we in Horst in een tweedehands winkeltje beland dat door een wat starre vrouw, die achter elkaar televisie bleef kijken. Ze had rimpels van een zwaar en berookt leven op haar gelaat. Het rook er muf, vonden de anderen. ‘Schoon was anders’,dacht ik, omdat in mijn beleving alles altijd hetzelfde rook, namelijk ‘niet’.Gel voor de handen was er gelukkig bij de hand. Toch vond ik een mooi blauw kort jasje met paarlemoeren knoop.

Na de uitgebreide lunch was er nog een hele grote kringloop in Venray die tot zes uur open was, dan maakten we daar onze eigen speeltuin maar van. Hier en daar wat passen, terughangen en alle malle kleine grappige of bijzondere dingen bekijken, een Betty Boop, een mooi houten kistje, speelgoed. Met een paar fijne zwarte schoenen er weer uit á raison de 2,50.

In de avond namen de zussen de rest bami van gister, maar ik kon er niets meer bij hebben. Het rommelde binnen vooral, waarschijnlijk door de bisque bij de lunch, maar daar had zuslief, die dezelfde schotel had als ik, geen last van. Ik wilde sowieso niet naar bed met een vol gevoel. Het was al tegen achten. Dat is niet fijn, ik wordt er liggend zo benauwd door. Het was de goede keuze.

Na drie of vier nieuwe afleveringen van die B&B-serie was voor mij de koek op. Wat een wonderlijk vermaak is het toch, die mensen in hun rol van ‘zien en gezien worden’, die zich blootstellen aan een algemeen leven op dat moment en zich bekeken weten door talloze anderen. Vermoedelijk ben je je daar niet zo bewust van, maar hoe ervaar je jezelf later als je de afleveringen terug zal kijken en alles wat gebeurt is nog eens de revue kan laten passeren. We bedachten dat het grappige tv zou zijn als je alle reacties van de mensen thuis zou filmen en bij elkaar zou zetten. Regelmatig liggen we in een deuk. Gewoon, omdat wij mensen, mensen zijn.

Overpeinzingen

De dag kan niet meer stuk

Het meest vervreemdende in het museum in Horst, het Mind Mysterie, is de reis door de ruimte. Om je heen gloeiende sterren en planeten in het aardedonker en een brug van staal waarover je moet lopen. Je weet dat de brug gewoon een recht stuk is, maar zodra alles daarbuiten aan het draaien slaat, raak je volledig de controle kwijt en heb je het idee dat je zelf rond draait. Optische illusies daar bestaan alle mind-raadsels uit. Een op-z’n-kops-huis, waar alle wanden en muren scheef zijn en je van de ene naar de andere kamer schuifelt. Potteriaans hangt alles wat op de grond moet staan tegen het plafond en feitelijk krijg je inzicht hoe dergelijke filmsets er uitzien, nou ja, een beetje dan.

Leuk zijn de doe-dingen. Een enorme kaleidoscoop waarin je je hoofd kan stoppen om uiteen te spatten in wel honderd selfies, puzzels die niet onauwelijks op te lossen zijn, tweedimensionale portretten die van beeld verschieten als je er een foto van neemt, een spiegeldoolhof, grote vervormende spiegels buiten, waarbij lange lijven vreemde dwergen worden enzovoort. Zet een leger kinderen in zo’n decor, die alles met veel enthousiasme uit willen proberen en je hebt de gillende, lachende, kretenslakende entourage, vol verwondering over alles wat niet is, dat het moet zijn in overtreding met de wetten van de rechtmatigheid of niet.

Geen koffie op dat vermoeiende terras, maar een borrel met hapjes langs onze goede oude Maas, heerlijk rustig aan de oevers recht tegenover Arcen met het heen-en-weer-veer van Annie M.G.Schmidt en Drs. P. Broer is deze dag ook aangeschoven en het is ongelooflijk gezellig. Niet alleen is er een aanvulling op de omgeving, want hij heeft het Pieterpad een aantal keer gelopen en weet aardig wat te vertellen over dit stuk Limburg. In Swolgen bijvoorbeeld blijkt Bertus Aafjes begraven, jawel, de dichter. Op mijn moeders bedankkaartje bij het overlijden stond zijn gedichtje: ‘God zit niet op een troon van Chroom en nikkel/soms zit hij in een perenboom en merelt/soms staat hij op zijn hoofd in een klein kind’. We besluiten om ‘s avonds bij onze wandeling na het eten om hem op te zoeken.

Eerst maar een boeiend gesprek over autisme en wat dit met zich mee brengt. Er zijn wel wat neven in de familie die laat erachter zijn gekomen dat een deel van dat spectrum tot hun aard behoort. Dat brengt verrassende gevolgen met zich mee. Ze gaan op onderzoek uit, hebben er duidelijke meningen over en willen niet langer hun bepaalde hebbelijkheden verstoppen achter een maatschappelijk gewenste maskerade. Precies, laat iedereeen zich zelf mogen zijn, geef die ruimte, neem die ruimte. Om van te houden, dit soort overpeinzingen. Het zet aan tot verder denken.

Zuslief fabriceert een heerlijke bami met een mini-ijs als toetje voor de liefhebber en daarna is er een wandeling naar het dorp. De juiste plek voor een kerkhof is natuurlijk achter de kerk. Een vriendelijke meneer begrijpt onmiddellijk dat we voor het graf van Bertus Aafjes komen. ‘Zodra er gezelschappen het kerkhof op struinen, weten we dat zeker’, legt hij uit. Zuslief leest zijn gedicht dat in de steen is gebeiteld en we lopen in eerbied de namen na. Interessant als er ook een ‘van der Linden’ ligt. Op de terugweg naar ons boshuis nemen we de gok en slaan een bospad in. Met gouden stelregels als rechts, rechts, rechts en het angstvallig bewaken van de richting , nou vooruit ook een ieniemienie klein beetje behulp van Google komen we vlak achter ons boshuis uit.

Om de geest tot het laatst te scherpen na nog twee of drie afleveringen van B&B de liefde, haalt een van ons quizvragen en een buzzer te voorschijn. De vrolijke noot, want niet al te veel later hangen we huilend van het lachen in onze stoelen. De dag kan niet meer stuk.

Overpeinzingen

Een vogelparadijs

Een eerste nacht in een nieuw huis is er een van gewenning. Het bed is anders, het kussen niet zo warm en donzig als thuis en de geluiden die er klinken zijn nog niet te plaatsen, Wat is die lichtflits om de paar minuten, maakt er iemand een foto buiten. In de schemerochtend blijkt het een brandmelder in een hoekje te zijn. De schaduwen op de muren zijn ook onbekende schimmen en als ik op mijn rug lig en uit het kleine raam boven mijn hoofd kijk, zie ik de stammen van de bomen om het huis heen als kaarsrechte wachters staan. Het is een boshuisje.

Het huis ademt nu nog stilte. Buiten doet een kleine koolmees zich tegoed aan de pindaatjes die er in de bomen hangen. Gisteren vloog het grut af en aan. Koolmezen, vinken, merels, roodborst, dikke dolly-duif en zelfs twee eekhoorns, die zich haastig en vol overgave, nieuwsgierig, en behoedzaam af en toe, op al dat lekkers stortten. Een overvloed aan lekkers hier in deze tuin. De gepekde pinda’s vinden het meest aftrek.

De reis ging voorspoedig. Het was maandag dus druk op de weg. Het weer was wisselend. Af en toe een zomerbui, prachtige wolken boven een oer-Hollands landschap trokken voorbij. De eerste stop was voor een uitgebreide lunch op een terras dat grensde aan een ven en een bediende die grapjes maakte toen hij de tafel schoon kwam poetsen. Brabantse gezelligheid.

Ondertussen babbelde de Tomtom ons binnendoor door het noorden van het Limburgs landschap, mij nauwelijks bekend, naar het dorp Swolgen vlak aan de Duits-Nederlandse grens. Zus reed en wij hoefden alleen maar mee te zoeven.

Het lieflijk ogende huis lag middenin het bos wat de fauna populatie ook verklapte en verder rook het volgens een van de zussen naar hond, volgens een ander naar de scoutinghuisjes die we allen kenden, maar ik rook onmiddellijk de scherpe geurstokjes, die op je longen slaan en het gloor in de wc. Dat ebde geleidelijk aan weg, toen onze eigen geuren de overhand namen en de geurstokjes werden verbannen.

Het had geregend en verder op de dag was er nog met tussenpozen een bui. Het weer laat zich geenszins aanzien als fietsweer deze week, dus zocht zus een dagprogramma voor vandaag. Een Mind-mysterie in Horst. Kaartjes besteld en de dag is gekaderd. We zullen eens zien hoe de geest voor de gek wordt gehouden. Omdat er als diner patat met kip en appelmoes werd voorgesteld en de plaatselijke snackbar dicht was, zochten we in de supermarkt-altijd leuk zo’n vreemde keten-de losse onderdelen bij elkaar. Verder een ruime basis aan boodschappen en lekkere dingen voor het ontbijt van de volgende dag.

In de vroege avond eerst een kleine vragenquiz van de jongste.een wandeling tussen twee buien door met een halve regenboog als extraatje, en een aantal afleveringen van B&B de liefde, omdat ik en zus de serie op tv nog niet kenden. Als er ergens te verwonderen valt, dan daar, over hoe de mensen met elkaar omsprongen en de zo vreemde taal die sommige spraken. Er waren er ook nogal wat die struikelden over hun chakra’s als verlangens niet helemaal liepen zoals gewenst. Niets zo moeilijk als je binnen de kaders van zo’n programma in een competitieve sfeer belandt, ook al beweren sommige bij hoog of bij laag daar geen last van te hebben. Maar wat is het dan heerlijk om hun lichaamstaal zo goed te kunnen observeren, want die sprak boekdelen.

Inmiddels is eekhoorn aangekomen en jaagt elke vogel in zijn omgeving uit het territorium. Het is tijd voor een stevig ontbijt heeft de kleine rakker besloten. Hij klimt in het kleine boompje en springt dan sierlijk naar de houder met de diverse lekkernijen. Vetbollen en een pinda-netje. Als merel in de buurt komt, rent hij er achteraan en merel zit zo snel mogelijk verderop. Koolmezen blijven in de buurt op de takken. Lijster kiest eieren voor haar geld en probeert iets uit de pindakaaspot verderop te bemachtigen. Zodra eekhoorn zijn hielen heeft gelicht is het opnieuw een vogelparadijs.

Overpeinzingen

Even bijkomen

En zo zaten we dan ineens met een aantal exen bij elkaar op een feestje van jarige kleinzoon. Ooit was ik de ex van lief, de ex van de ex van lief was er en ook de ex van lief en lief als ex van zijn ex en voormalig ex van mij. In het begin nog wat onwennig maar allemaal inmiddels wijzer en ouder en dus was er een normaal gesprek mogelijk, zelfs hier en daar een ophalen aan herinneringen, zoals dat vroeger ging bij een begrafenissen of een verjaarsfeest in de kring.

Gelukkig was er de afleiding van spelende kinderen, die met de loopings en de trampoline zich kostelijk vermaakten. Het lieve kleine donkere koppie werd vier. Omdat een grote groep vriendinnen van moeder ook waren gekomen om het feest mee te vieren, kreeg alles een aura van Braziliaanse schwung en zoetgevooisde klanken. De tafel met ballonnen en de taart en de chocolaatjes, uitdeeltassen voor de meegekomen kinderen stond klaar om straks in een uitgebreide sessie het lang-zal-hij-leven in twee talen te zingen voordat er kaarsjes mochten worden uitgeblazen. Daarna kwamen er foto’s met alle gasten een voor een of per stel.

Tussendoor vertelde de moeder dat ze alles zelf had gemaakt en wat een respect heb ik daarvoor. Met aandacht en heel veel liefde had ze dit feest voor haar zoon voorbereid. Je proefde het trotse moederhart in haar creaties en het zag er prachtig en feestelijk uit. Op tafel lagen de cadeaus. Zijn wereld van dit nieuwe kleintje in mijn leven bestond voornamelijk uit autootjes, maar gelukkig er lagen ook twee boekjes tussen. Goed om te horen dat er elke avond een verhaaltje werd voorgelezen. Wat in het vat zit, verzuurt niet. Over een volgend cadeau hoefde ik niet meer na te denken. Nu waren het die autootjes geworden en een trackingbaan. Hij had er inmiddels zoveel dat hij de hele huiskamer en de tuin er mee vol zou kunnen leggen. Ondanks de hoeveelheid mist hij er onmiddellijk een als die ergens anders is beland, vertelde vader trots.

Het deed me een beetje denken aan de Iraanse feesten van voorheen. De vrouwen hadden hun mooiste jurken aan en waren op en top en zwaar opgemaakt. De kinderen zagen er stuk voor stuk uit om door een ringetje te halen. ‘s Lands wijs, ‘s lands eer. Dat gold zeker ook voor de overvloed aan drank en hapjes. Het mocht de gasten aan niets ontbreken.

Terwijl lief zijn ex aanhoorde die alle kwalen besprak van de ouderdom en alle wederzijdse kennissen met hun gebreken had ik een animerend gesprek met lief zijn dochter, die samen met haar lieve werktuigbouwkundige naar Bali zou vertrekken. 19 uur vliegen was wel een dingetje, maar na al dat leed had je ook wat. Het bleek dat ze een prachtige zangstem had. Ze had tijden op het Kathedrale koor gezeten, vertelde haar vader, de ex van de ex, en daarna tien jaar in een band gezongen. Dochterlief kwam er zelf ook bij. Pa liet een demo horen en inderdaad. Ze zong de sterren van de hemel. Dat band-leven schept alleen al een band natuurlijk.

Aan het eind kwam er een tante binnen met haar echtgenoot die een huis hadden in Hongarije, twee uur rijden bij ons vandaan. Ze waren er door omstandigheden al vier jaar niet meer geweest. Het scheen een prachtig huis te zijn midden op de poesta. Door mijn enthousiasme over de reis en het land zag ik in haar ogen weer wat hoop gloren. Een van haar drempels om te gaan was het ouder worden waar het de lange rit betrof. Mijn stelregel; ‘Zolang het kan, is alles mogelijk’ werd schuchter omarmd. Dat het in haar hoofd perspectieven opende kon ik wel zien.

We namen hartelijk afscheid en vertrokken voor de laatste dag met de zwarte bolide naar huis waar het aangenaam rustig was na al die indrukken en nieuwe mensen erbij. Even bijkomen.

Overpeinzingen

De grote algemene deler

‘Je bent een aarzelaar en geen zekerweter‘ zegt de brugwachter van de brug van heen en nooit meer terug’ tegen Zebedeus, de hoofdpersoon uit Zebedeus en het ganzenbord van Wisse. Ik zou de vraag voorgelegd hebben aan de kinderen in mijn groep en vragen of ze er eens goed over na zouden willen denken. Ik vraag het Lief en die vindt zich een bedachtzaam mens en daarmee geen van beiden, want niets in het leven is ‘zeker’ te noemen. Het is geen twijfel, maar een overwegen en dat is net even iets anders.

De grappige woordaanduiding, Aarzelaar of Zekerweter, proef je nagenoeg op je tong en ergens in het hoofd gaat een deur open met ‘Taalspelingen’, waar ze zich te ruste mogen leggen. Daar bevindt zich ook het woord ‘Stekeletee’, dat ‘als een venijnig ondertoontje’ betekent en de uitdrukking ‘God-zal-me-een-schaap-geven’ dat mijn vader altijd gebruikte als er iets onverwachts gebeurde en hij even flink wilde vloeken. Spelen met taal is eigenlijk het leukste wat er is, vooral door nieuwe samenstellingen zodat er een heel nieuw begrip ontstaat.

Zebedeus gaat dus op reis en weet niet waar heen, want hij speelt het ganzenbord van Wisse. Het fijne van dat spel is dat je niet kunt winnen maar óók niet kan verliezen. Het herinnert me aan mijn afkeer van het competitieve, het winnen of verliezen in sport en spel en het belang dat daaraan toegekend werd vroeger. Daar hoort ook de beloning bij en het straffen. De oude Grieken wisten het allang. Hun spelen draaiden om het meedoen en plezier erin hebben. Dat duurde niet heel lang en toen verviel het uiteindelijk toch in de duim omhoog of de duim omlaag, maar het allereerste principe was mooi.

Het duurde even eer ik er de juiste balans in had gevonden. Belonen en straffen als woorden werden sowieso overboord gekieperd. Als een kind iets had gedaan, dat minder leuk was, dan konden we er over praten en daarna ook met de hele groep een kring houden over lastige problemen die je af en toe op je pad vindt. Als een kind te onrustig was, mocht hij even ‘bobberen’(ook een van die befaamde woordspelingen bij ons thuis) wat betekende ‘even tot jezelf komen en rust en ruimte vinden). Had iemand ergens hard aan gewerkt dan werd er een plekje op de kasten of de seizoenstafel gezocht, waar het bewonderd kon worden en leverde het in de kringgesprekken een hoop nieuwe ideeën op. Al het goede wat dat opleverde, dat zou ik nog weleens terug willen halen.

In Zin-magazine van afgelopen maand staan verhalen van mensen over ‘De reis van hun leven’ en wat het heeft losgemaakt. Weemoed, verlangen, nostalgie, schoonheid, eenvoud, het ontdekken van jezelf, het leren loslaten, het proberen vast te houden van dierbare overledenen, loutering. Het zet aan tot denken over de eigen reizen die zijn gemaakt. Mijn mooiste reis, mooier nog dan helemaal aan het begin is de reis die ik momenteel maak met lief. We wandelen, net als Zebedeus, het pad en voor ons was het al in het begin duidelijk. We gaan over de brug van nooit meer terug op een pad dat leidt naar Wisse en voor de rest is alles nog ongewis, maar de liefde voor elkaar en het samen delen met elkaar is de grote algemene deler.

Overpeinzingen

Iets om aan vast te houden

Vandaag zouden we onze lieve schone dochter naar een kliniek in Amersfoort brengen. Bij de aanrijding met haar scooter een paar maanden geleden heeft ze knie-en-schouderletsel opgelopen. Voor de knie is er de fysiotherapeut en voor de schouder een orthopeed. De echo had een behoorlijk letsel aangetoond. Vandaag zou ze de uitslag van de MRI krijgen.

Om acht uur uit de veren. Dat was sinds lang niet meer nodig geweest. Nog steeds heeft de morgenstond goud in de mond. Hier dan, een schitterende zonsopgang, precies lang genoeg om met verve op te staan.

Te vroeg reden we Utrecht binnen, dat met haar wegwerkzaamheden aan de westkant inmiddels is gaan lijken op een grote bouwput. Alle straten naar het huis van de globetrotters zijn aan de kant van de Carthesiusweg afgesloten. Met een flinke omweg langs het kanaal stonden we eindelijk voor het huis.

De grote bak zoefde daarna met het grootste gemak naar de kliniek, waar we eveneens te vroeg arriveerden. Na het lange wachten stond ze binnen tien minuten buiten. Zichtbaar aangeslagen. Op de MRI was niets te zien geweest. Dat betekende voort met de pijn en als remedie fysiotherapie. Een domper, omdat ze arm en schouder nauwelijks kon bewegen en gehoopt had dat met een bepaalde ingreep de pijn zou kunnen verdwijnen of op z’n minst verminderen zou. Ze haalde een gegeven aan dat ik herkende. Daar hoort het volgende verhaal bij.

Zo ongeveer 20 jaar geleden werd ik onwel. Ik lag op bed, had dus alle tijd om te lokaliseren welke symptomen er waren, terwijl ik ondertussen er heilig van overtuigd was dat het tijd was geworden om te hemelen. Tijdens een bezoek aan de huisarts, een vervanger, constateerde deze hyperventilatie. Als een keurmerk kwam het in mijn dossier terecht. En steeds, bij alle benauwde momenten, werd het keurmerk stiekem als oorzaak aangemerkt. Dat het achteraf de COPD bleek te zijn, was het paard achter de wagen spannen. Er kon niets meer aan de vele voorgaande zoekende jaren veranderd worden.

Schoondochter had lang geleden ook eens een ‘keurmerk’ opgeprikt gekregen met een zelfde negatieve lading als het ogenschijnlijke gehieper van mij. In veel gevallen is die toebedeelde rol te groot en dekt de vlag de lading niet. Typisch een gevalletje van vooronderstelling. Wat je wilt zien. is er ook. Met het wrange schuren om het niet verder zoeken, geldt naast het verdriet ervan, ook de onmacht, de boosheid en de twijfel. Fijn dat er een heel begripvolle fysiotherapeute is.

Zo, het was me het ochtendje wel. Emoties maken moe en vragen om bezinning en afleiding. We moesten een cadeautje kopen voor de kleinzoon van lief, die vier wordt. Natuurlijk heeft hij alles al, maar hij is in de fase van de Hot Wheels. In de winkel met een schreeuwerige hoeveelheid speelgoed vinden we een trackingbox en een serietje van vijf van die kleine snelle rakkers. Vermoedelijk heeft hij zo een pakhuis vol met autootjes. Morgen dus weer bijtijds op. Ze wonen net over de grens in België, een dikke 96 km weg. Goed te doen met deze zoevende vierwieler.

Over wielen gesproken. Het jongetje met het rode petje en lange vlaggetje aan zijn bagagedrager, dat de wijde wereld introk bij Amelisweerd een paar dagen geleden, heb ik eerst met de rechterhand en daarna met de linkerhand getekend. Boeiend om te zien hoe het jongetje van links zoveel vrijer de wereld in fietst met veel beweging en swung. Links schrijven was wat minder simpel. Heerlijk zulke kleine oefeningetjes tussendoor.

Ziezo de zon schijnt weer, na een stevige bui, en de wereld ziet er opgewekt en vriendelijker uit en na de koude ochtend, letterlijk en figuurlijk, komt alles op temperatuur. Zoals onze lieve optimistische moeder altijd zei: ‘Na regen komt zonneschijn’. Iets om aan vast te houden.

.

Overpeinzingen

Voor herhaling vatbaar

Het zag er allemaal wat dreigend uit, maar toch besloten we om voort te maken en wat vroeger naar de tuin te gaan, om alle rommel van de dag ervoor op te ruimen en alles in goede banen te leiden. Dat hield in dat alle takken kort werden gemaakt, dat de wilgentakken van vorige week verder gevlochten werden in het hekwerk van de composthoop en dat het gras op de kortste stand gemaaid werd.

Lief bracht alle volle vuilniszakken in de kruiwagen naar de auto. Al het snoeihout konden we dumpen in de compostbak van de gemeentewerf. Negen stuks om precies te zijn. De hele dikke takken van de kronkelwilg stapelde ik tegen het vlechtwerk achter het atelier aan. Zo werd het een opgeruimd en overzichtelijk geheel. Hier en daar nog wat ontgrassen en dan kon ons paradijs weer een weekje er tegenaan tot de volgende sessie. Moe maar voldaan puften we uit. Missie geslaagd.

Op de grote pollen moerasandoorn kwamen heel veel hommels af, die luid zoemend rondvlogen en zich bij elke bloem laafden aan de nectar. Bijen lieten zich al dagen niet zien. Het schuurtje waar de korven staan was ook helemaal aan het oog onttrokken door braam en het groot hoefblad. Daar kon een imker nauwelijks bij.

De dag werd gekenmerkt door een zware stroperige atmosfeer en het viel niet mee om door te blijven werken. Achteraf waren we blij met de volharding, want het resultaat mocht er zijn.

Op de terugweg naar het hek genoten we van de zwanenbloem in al haar schoonheid. Als je goed keek dan zag je dat haar stampers op kleine zwaantjes leken. De sloot lag er verstild bij onder een indrukwekkende wolkenpartij, weerspiegeld in het water. De dames schaap hadden bezoek van twee eksters die parmantig van rug naar rug vlogen, op zoek naar lekkers, tussen de rulle vacht. Ook een manier om je kostje bij elkaar te scharrelen. Vanuit die hoge positie konden ze met gemak een wakend oog op hun omgeving houden. Het deerde de dames niet.

Met de auto volgeladen reden we naar de werf. Daar was meer dan genoeg plek om de zakken te lossen. Ziezo, opgeruimd staat netjes. Een bliksembezoek aan de Kringloop, waar een vrouw met vier kinderen bij de pashokken stond. Het grut teemde om het hardst om de beurt bij hun moeder om tule rokjes en ander begerig spul te mogen krijgen. Die schipperde en laveerde om ten slotte met de armen vol bij de kassa te belanden. Ik moest denken aan mijn eigen tijd bij deze kringloop. Zonder had ik het met de kinderschaar nooit gered met de uitkering die ik destijds kreeg.

Hoera, er lag een kinderboek in de bus. Daar had ik heel de week al naar uitgekeken. Ted van Lieshout met ‘Rozen voor de zwijnen’, een boek dat aan de hand van een schilderij van de oude Van Bruegel minstens 100 spreekwoorden behandelt. Een uitgelezen manier om aan te tonen dat leren niet droog en saai hoeft te zijn. Een goede aanvulling op het thema van de nieuwe editie van ons blad. De prachtige uitvoering was de bonus.

Bij de buren bleek ook het boek ‘Geld, geloof en goede vrienden’ van Laura van Hasselt afgegeven te zijn. Binnen twee dagen in mijn bezit, waar ik bij een ander al een hele maand aan het wachten was. Het is een biografie over Piet van Eeghen, die een groot aandeel had in de metamorfose van Amsterdam in de negentiende eeuw met lovende kritieken van Trouw, de Volkskrant en Biografieportaal.

Uit Hongarije had ik een pak zwarte rijst meegenomen. Vandaag was een uitgelezen dag om er een mooi gerecht van te maken. Met aubergine-steak uit de oven, Harissa en de zwarte rijst met munt en koriander, stond er binnen drie kwartier een heerlijk gerecht op tafel. De granaatappelpitten ontbraken want die had ik niet in huis. En de honing waarmee de aubergine werd geglaceerd had ik, bij gebrek aan beter, vervangen door maple-siroop. Al met al een bijzonder smaakvol geheel en voor herhaling vatbaar.

Overpeinzingen

Liefde, geduld en vertrouwen

Wat moest gebeuren was vooral het snoeiwerk dus daar begonnen we alletwee maar mee. Helaas heeft dat als consequentie een berg takken die je vervolgens weer moet afvoeren of anderszins. Vooral van de kronkelwilg kwam veel af. Die hadden we niet goed in de gaten gehouden en was te ver doorgeschoten. Daar tussendoor schoonde ik de helft van het eerste bed op en pakte lief het achterste stuk aan.

Zo sloegen we de tijd stuk met snoeien, spitten, wieden en ik probeerde tussendoor nog een deel van de wilgentakken te vlechten voor een sier-hekwerk. Het was eigenlijk teveel werk voor de tijd die ons gegeven was en we besloten met vijf zakken groenafval voor de composthoop en de lange takken van de vlier en de wilg de boel de boel te laten. Eerst een paar lekkere hapjes en een glaasje om even bij te komen en daarna op huis aan. Te moe voor van alles.

Vandaag gaan we terug voor het opruimen en het maaien, daarna is al het werk voor na de korte vakantie die er aankomt. Mijn moeder zei in dergelijke gevallen: ‘Het werk wacht wel’. En daar is geen speld tussen te krijgen.

Over de veerkracht van de natuur gesproken: De orchidee bloeit weer. Vorig jaar kreeg ik op mijn verjaardag van mijn zus een orchidee, een bloem waar ik aanvankelijk niet zo veel mee had. Maar deze was zo prachtig van kleur dat we bij het vernieuwen van het interieur haar tinten als leidraad hadden genomen. Vooral het oudroze voerde de boventoon. Pas na ruim driekwart jaar begon ze haar blad te verliezen en belandde ze met haar kale stengeltjes op de werkkamer. Wel waren er wonderlijke balletjes gegroeid. Tot mijn verbazing zag ik dat twee van hen stilletjes en bescheiden waren opengegaan en dat er nogmaals twee prachtige bloemen aan waren gekomen. Natuurlijk moest ik zus even appen wat er voor wonder was geschied. Zij zond een foto over van de hare, die als je maar een rustperiode geeft aan deze planten, steeds weer in bloei komen. Broerlief antwoordde toen ook onmiddellijk over zijn orchidee en dat het plantje vaak lang geen water kreeg. Rust roest niet, in dit geval.

In het boekje over de Victoriaanse taal van bloemen leerde ik dat deze orchideeën in dat specifieke bloemrijke tijdperk , met haar weelderige tuinen vol bloei, vooral gedragen werden in derevers van de man, of werden verwerkt in de kapsels van de vrouwen. Men bestudeerde de symboliek die er in verscholen lag. De schoonheid van de orchidee en haar zoete geuren, ‘s morgens naar gras, ‘s middags naar honing en ‘s avonds naar de sleutelbloem, werden hooglijk op prijs gesteld. Marcel Proust staat op een portret afgebeeld met een witte orchidee in zijn knoopsgat en hij gebruikte in zijn proza ‘De kant van Swann’ de orchidee als symbool voor de liefde.

Het klavertje van beneden, dat qua tint zo harmonisch kleurde bij deze orchidee, had ineens deze maand ook weer de geest gekregen en haar dankbaarheid was een volledige nieuwe groei. Alsof ze het heeft aangevoeld. Door geen gehoor te geven aan de drang om onmiddellijk iets weg te gooien als het kaal en zieltogend oogt, levert het een dergelijke beloning op. Beide planten weer in volle glorie hersteld dankzij liefde, geduld en vertrouwen.