Overpeinzingen

Voor al wat nog komen ging

Regen komt met pijpenstelen naar beneden. Het zet een streep door de maaibeurt die we de tuin wilden geven. Niet getreurd want er is genoeg te doen. De zolder moet verder leeg. Het is mooi om te zien hoe het langzaam maar zeker dankzij de timmeractiviteiten van zoonlief steeds meer een knusse kamer wordt. Hij heeft er lol in en dat is de garantie op doorzetten.

Op de witte kasten die er staan staan, liggen nog lijsten, ernaast staat een rol met schetsen van een van de eerste tekencursussen en een rol van later, met tekeningen a la Dumas, ergo portretten met gewassen inkt. Foto’s maken en in de vuilniszak.

Tussen de papieren en de stapels platen vind ik nog een bakje met brieven van lieve vrienden. Die ik na het lezen toch laat verdwijnen. Wat heeft een ander aan deze correspondentie. Geen eindeloze, maar te hooi en te gras een brief, van mensen waar men zich geen voorstelling van kan maken. Met mijn moeders brieven kan ik inderdaad zo’n dik boek vullen zoals van Gogh aan zijn broer en diens vrouw. Maar de rest mag weg. Hier en daar een foto en vort met de geit.

À la Dumas, schetsen en in de zusterpost.

Ik kom een mapje tegen met mijn vierde jaars verpleegstersspeld, rapporten en beoordelingen, stageplekken, oproepen voor de eindgesprekken en wie de mentoren waren. Dat bracht me in vogelvlucht terug naar 1977 in het oude AZL. Met de namen kwamen de gezichten door alsof ik in een glazen bol keek. Ineens viel alles op z’n plek. Het was een tijd, waarin ik de herinneringen in het diepst verborgen laatje in mijn hoofd had gestopt. Het was alsof de deur opensprong. Er was een lijst met kledingvoorschriften: Onder andere mochten dames alleen japonnen dragen. We kregen er acht. Er moest verplicht een witte onderjurk onder. De schoenen moesten van een gesloten model zijn, zwart, wit, donkerblauw of bruin, van een zodanig maaksel dat de patiënt géén hinder ondervond van het lopen, geluiddempend materiaal. Geen suède. Zweedse klompen waren verboden.

Ook de nagels moesten goed verzorgd en kort geknipt zijn en lang haar diende te worden opgestoken, half lang mocht niet in het gezicht hangen. Maar fantasiekousen mochten in het vierde jaar wel, netkousen weer niet. Dat was al een hele vooruitgang, want in het begin van de opleiding mochten we enkel vleeskleurige kousen aan. Als je geen onderjurk droeg werd je naar huis gestuurd met een fikse reprimande.

Het hing in die dagen van regeltjes aan elkaar en dan hanteerde men in een Academisch ziekenhuis nog een tamelijk vrijheid. In de streekziekenhuizen was het vaak nog strenger. De hiërarchie was alom aanwezig. Het had voornamelijk te maken met het inkomen dat je had. Je was particulier verzekerd of zat in het ziekenfonds. Daar had je ook drie klassen afhankelijk van de hoogte van de premie. De eerste klassers lagen op klasse-afdelingen in een kamer alleen en kregen als snack in de middag saucijzen-of nierbroodjes en ander lekkers, en werden geconsulteerd door de hoogleraar of professor himself. Toch hebben we in de nacht wel eens een rolstoelen-race gehouden door de gangen van klas Intern als het te rustig was. In de ochtend bij de overdracht kwam de hoogleraar binnen met zijn wapperende schortpanden en werden wij verpleegkundigen geacht te gaan staan.

Op een van mijn rapporten prijkt een negen voor de verpleegkundige praktijk. Kennelijk ging het me nog zo slecht niet af. De opleiding was door de interactie die er was met patiënten, met collega’s, met artsen en co-assistenten, met het bezoek, een opstap naar de samenleving in een groter verband. Er werd een flink beroep gedaan op je empathisch vermogen. Eigenlijk waren het vier jaren van vorming voor het leven, waarin er veel gebeurde en soms je hele gedachtengoed door elkaar werd gehusseld. Gelouterd kwamen we na de diploma-uitreiking naar buiten met een goed gevulde rugzak voor al wat nog komen ging.

Overpeinzingen

Ik reeg de dag voldaan aan mijn ketting

Natuurlijk was ik veel te vroeg wakker gisteren. Om negen uur zouden we met de voorbereidingen beginnen. Het werd een tikkie later, maar toen ging het ook rap. Lief vroeg om een workshop ‘Eenvoudig mastercheffen’ en hij ging met de opdrachten ‘augurk in de cervelaat rollen, zilveruitjes op blokjes kaas prikken en pannenkoeken besuikeren en snijden in vieren’ voortvarend aan de slag. Ik maakte de vegaworst in bladerdeeg, de knakworst in bladerdeeg en de grote glazen schaal vulde ik met vers fruit voor de bowl: Blauwe bes, aardbei, druif, meloen, sinaasappel, appel. Daaroverheen bruisend koud water en siroop. Een heerlijk toetje. De keuken is klein, leek zelfs nog veel kleiner en de tafel bood uitkomst, daar kwamen alle lekkere hapjes op te staan. Na het bladerdeeg waren de Pide en de afbakbroodjes aan de beurt.

So far, so good. En toen ging de bel. Wonderlijk hoe alles zich in betrekkelijke rust had voltrokken en hoe na de komst van zoonlief met het gezin de lijsten uit mijn hoofd verdwenen als sneeuw voor de zon. De klusjes werden onmiddellijk uit handen genomen en toen dochterlief er ook nog bij kwam werd ik bijkans de keuken uit gedirigeerd. Haha. Wat lijken ze toch veel op mij. Ik kon eindelijk wat aan mijn toet doen, die nog in de slaapstand stond en de broodnodige puffen nemen. Langzaam vulde de kamer zich met rijdende autootjes, schelle kinderstemmen, kleine beestjes uit de blikken trommel met bijbehorende geluiden, het bassen van de stemmen en gelach. Er werd geknuffeld en gezoend tot de hele schaar er was op een van onze lieve kleindochters na. Een uitgelezen moment voor een groepsfoto.

Maar eerst de inwendige mens. Dochterlief kwam aan met een van de kleine appeltaarten met drie kaarsjes erop en een hartelijk ‘Lang zal ze leven’ en daarna was het buffet geopend. Nou hoef je dat tegen de kleinkinderen maar een keer te zeggen. Binnen enkele minuren liepen ze als bezige bijen naar de korf vol lekkers en weer terug. Kauwende monden, stralende toetjes, stoeien en dollen met elkaar. Gewend aan de rust in huis was het een orkaan van lawaai, maar o zo herkenbaar en o zo gezellig. Mijn rijke kroost. Lief deed het fantastisch. Hij kan de drukte, waar hij in moest groeien, al helemaal naast zich neerleggen en lette er nauwelijks meer op. Zat rustig te praten met schoonzoon over belangrijkere zaken en schoondochter over de Molukken.

Ik zat op de poef en kreeg achter elkaar de twee jongsten op schoot, een voor de fles, maar het was te druk en hij kreeg zijn rust niet om te drinken, dus gingen ze naar boven. De oudsten zagen hun kans waar en speelden op de trap ongestoord hun games, een eindeloze vingervlugheid op de telefoontjes, de Benjamin dribbelde rond met zijn nieuwsgierige oogjes, bekeek alles tot in detail en schonk af en toe zijn liefste glimlach aan iedereen die er open voor stond. Smelt.

Kleindochter in haar mooie jurk met stoere kloffen er onder gleed af en toe nog even naar een beschermende arm af van paps of mams en toen ze gewend was ook van mij en lief. De dag vulde zich met warmte en met liefde, een hoop gekrakeel en gezelligheid. Slimme kleinzoon hoorde een vraag van de oudste zoon over rijkdom, wat of dat was. Veel geld of veel vrienden. Aandachtig luisterde hij, dacht even na en zei toen: ‘Geen geld, geen eten en dan ben jij er ook niet’. Ergo: ‘Als er geen eten is, ga je dood’. Geen nuances maar een beredenering in de rechte lijn en slim bedacht. Dat de sociale context toch wel belangrijk was kreeg hij als les om te overpeinzen mee. Mooie momenten. Drie van de kleintjes deden temidden van de ruis een spel, gingen er volledig in op, terwijl er aan alle kanten om hen heen gelopen, gelachen en gebabbeld werd. Mooi zo’n bubbel die niet te verstoren valt.

De groepsfoto werd gemaakt voordat de eerste luitjes alweer vertrokken. Ze kregen kraamvisite in de middag. Na een noedelsoep met ei, taugé en bawang goreng en nog een tamelijke rustige afsluiting ging iedereen op huis aan, aan de armen de tassen met bakjes van de restanten. Genoeg voor een weeshuis. Ik reeg de dag voldaan aan mijn ketting.

Overpeinzingen

Een vredige gedachte

Regen op de ruit maar de zon schijnt er doorheen, wat het minder erg maakt. Het is jammer, dat de komende week toch regenachtig beloofd te worden. Dat maakt het maaien op de tuin lastig. Met het lange natte gras staakt de maaier sneller. De lijstjes van aanpak voor vandaag zijn gemaakt. Vanaf elf uur druppelt iedereen binnen al naar gelang de slaapjes van de kleinsten uitvallen. Een scala aan bedrijvigheid zal de komende uren vullen. Nu eerst nog even de, betrekkelijke, rust. In mijn hoofd ben ik allang bezig met wat er aan voorbereidingen te wachten staat.

Vroeger op school hadden we schoolbrede feesten met kerst en aan het einde van het jaar. De feestcommissie paste mij als een handschoen, al ben ik organisatorisch niet sterk. Ken uw zwakheden. Daar waren weer andere mensen voor. Maar thema’s bedenken en uitvoeren lukte gek genoeg wel. Gelukkig hadden we een commissie met ouders van hetzelfde kaliber, die allemaal zo hun stiel hadden en zich daar dan ook op konden werpen. Juist omdat de feesten schoolbreed waren en er van alles aangekleed moest worden, de hele school in de winter en in de zomer het hele speelplein, waren al die handen broodnodig. De kracht van Jenaplan zit hem in die samenwerking met iedereen, team, kinderen én ouders. Het feest vandaag is een fractie van die grote feesten, maar de catering en de organisatie ervan is minstens zo veel werk.

Lief wil helpen dus heb ik achter elkaar opgeschreven wat er aan handelingen zal passeren. Het moet te doen zijn. Natuurlijk is er te weinig ruimte, wat normaal is tijdens een verjaardag. De kamer krimpt ter plekke. Naar buiten zal vandaag best moeizaam zijn. Er is nog een werkkamer boven, waar het grut kan gamen en spelen.

Boven klinkt gerommel. Zoonlief is bezig met het aftimmeren van een deel van de zolder. Het is voor het eerst dat hij met passen en meten muurtjes optrekt en deuren plaatst, maar hij heeft er lol in. Die jongen heeft gouden handen. Wat zijn ogen zien, kan hij maken. Het voordeel van het focussen op een ding tegelijk, en dan niet even vlug maar heel secuur en degelijk. Dat heeft hij absoluut niet van mij. Ik ben van oorsprong iemand die flanst. Met lappen en een nietmachine kom ik een heel eind voor de aankleding van een decor en om een bepaalde sfeer neer te zetten. Dat lukt in een handomdraai. Vraag me niet iets precies te doen of de meetlat te gebruiken. Het gaat op het oog of het gaat niet.

Zo hebben we allemaal onze kwaliteiten. Vroeger hadden we in de groep aan de muur een lijst met de twaalf eigenschappen waarvan kinderen vonden dat ze er goed in waren. Op die manier konden ze zien wie ze bij het samenwerken nodig hadden om een klus te klaren. Het werkte perfect. Tegelijkertijd was het een probaat middel om de voordelen van de groep te laten zien, maar ook dat je niet voortdurend aan hoeft te staan of mee zou moeten denken in het groepsproces. Er was ruimte voor het individu.

Wat zou het fijn zijn als de wereld zo in elkaar stak. Luisteren naar elkaar, elkaar de ruimte gunnen en geven én samenwerken. Een vredige gedachte.

Overpeinzingen

Om te koesteren

De werkkamer is, op de tassen voor de kinderen na, opnieuw helemaal klaar voor gebruik. Er valt weer te zitten, te lopen en er is nog steeds bergruimte. De dagboeken staan gezusterlijk op één plank bij elkaar dit keer. Ook nu gingen persoonlijke brieven, kattebelletjes, kaarten en ansichten weg, alleen de vakantiekaarten van mijn ouders en de brieven van mijn moeder zijn er tussenuit gehengeld. Wat heeft ze enorm veel geschreven. In de acht jaar dat ik in Leiden woonde, kregen we iedere week een brief helemaal volgeschreven tot aan de zijkanten en de bovenkant toe. Geen regeltje wit meer te zien.

Vannacht kwamen de ‘te-doen-lijstjes’ weer spoken. Dat vinden ze leuk. Het begint met de visite voor morgen. Dan komen alle kinderen en kleinkinderen mijn verjaardag vieren. Die is pas 1 september, maar dan maken we ons op voor de reis. Wat zet ik ze voor. Een lekker soepje, stokbrood met wat kazen, pannenkoekjes of ga ik voor de klassieke borreltafel van vroeger, te beginnen met de huzarensalade van mijn moeder, de vega-gehaktballetjes, de kaas met een zilveruitje erop geprikt, de vega knakworst in bladerdeeg, een augurkje in een plakje salami, gevulde eieren en als drank de grote bowlschaal met vers fruit, vlierbloesem-siroop en munt en sprankelende bubbels. Alles klaar zetten op de grote tafel en zelfbediening. Wie honger heeft, hapt wat. Dat lijkt me zo relaxed.

Beginnen met thee, koffie, sapje of water voor de kinderen en taart natuurlijk. Als we bij elkaar zijn, zijn we met 22 mensen. Dan is dit een fijne manier . De kinderen kunnen spelen en eten en wij hebben voldoende tijd om wetenswaardigheden uit te wisselen. Als het mooi weer blijft, kunnen we in het park aan de overkant aan de wandel gaan.

Zo bedenk ik het menu bij elkaar, terwijl er enkele sterren aan het pinkelen zijn, er een zwoele nachtbries door het open raam waait en alles nachtelijk stil is op het geruis van de A2 na. Als er ineens een hevige regenbui losbarst moet ik de ramen op een kier zetten omdat het inregent. Even plotseling als ze gekomen is, is ze ook weer verdwenen. Lief is diep in slaap maar wordt op den duur wakker door mijn gewoel. Ik probeer me verder stil te houden. Pas tegen zessen val ik in slaap vol met dromen over school, beeldend werk dat voor geen meter klopt en waar de kinderen mee aan de haal gaan. Dat komt vermoedelijk door de heen-en-weer-schriften van mijn collega en mij, die ik gisteren heb doorgekeken. Opvallende gebeurtenissen op een werkdag, de lesstof aangehaald, de perikelen besproken. In mijn droom luistert er vooral niemand naar mij. Gelukkig strookte dat niet met de werkelijkheid. De schriftjes heb ik bewaard.

Er was ook nog een portfolio van een kind, dat halsoverkop vertrokken is van school. Door het vele werk dat we er aan hadden om het te maken en door de leuke projecten die er in stonden, kon ik het niet over mijn hart verkrijgen om het weg te doen. Er staat een foto in van mijn ‘Bike-Art’’ die we destijds gemaakt hebben. Een fiets met geweven stroken stof door de spaken heen, die in de gemeenschapsruimte als ‘Kunst’ aan de muur werd gehangen. Ook een foto van mijn weefgetouw, dat bestond uit tule dat in een leeg frame van een poppenkast was gespannen. Zowel aan de binnen-als aan de buitenkant zat een kind, ze kozen een draad en gaven de naald aan elkaar door, dwars door het tule heen. Zo borduurden ze een waar kunststuk bij elkaar. Dat was in het kader van samenwerken.

De kinderen mochten de portfolio’s vullen met foto’s, al dan niet zelf gemaakt van hun prestaties en dan aan mij vertellen wat ze er van geleerd hadden. Dat schreef ik erbij. Zo’n leuke pilot werd het, dat we het hebben doorgezet voor de volgende groepen. Dergelijke ingevingen en acties mis ik, zeker bij het zien van de beelden. Om te koesteren.

Overpeinzingen

Echte vriendschap voedt op alle fronten

De hele dag zaten we met het hoofd in mijn verleden. Tassen met spullen uit de uit elkaar gehaalde boekenkast, vooral ook veel persoonlijke dagboekjes, heen-en-weer-schriften van stagiaires die bij mij stage liepen, van de oppas van de jongste en van het dagverblijf waar hij op zat, diploma’s, kaarten en brieven van vroeger. Ongelooflijk wat een mens allemaal bewaren kan. Het levert weemoed op, maar het bijbehorende sentiment blijft uit. Er moet ruimte gemaakt worden en dit alles zal mijn kinderen niet helpen, Dagboeken en schriften mogen blijven, maar kaarten, brieven en dat soort persoonlijke dingen van mij mogen weg. Hier en daar zet ik nog iets op de foto, maar de meeste herinneringen zitten toch gewoon in mijn hoofd.

Alleen de brieven van mijn moeder aan lief en mij, maar dan verstuurd in de jaren zeventig, bewaar ik trouw. Ik dacht dat ik ze allemaal verzameld had, maar dat was niet het geval. Wat had ze het het idee omarmd als ze zou zien dat we elkaar weer gevonden hadden. Vanaf haar wolk misschien toch nog. .

Het boekje van de stagiaires is me dierbaar. Er valt uit te lezen dat ik in heel wat harten liefde voor het jenaplanonderwijs en voor het vak heb kunnen planten en dat beschouw ik als een groot goed. Immers, de mooiste erfenis is het doorleven en doorklinken in een ander. Dat geldt ook voor al mijn lieve kinderen uit de groep. Lief verloste me van de zakken vol, door alles steeds weg te sluizen naar de afvalcontainers en wat nog deugde voor de kringloop brachten we voor drieën weg. De rest bleef op de werkkamer liggen voor later.

Daarna even opfrissen en met een grote bos prachtige bloemen dwars door Utrecht heen naar het huis van onze lieve vrienden. Spontaan waren vriendinlief en ik tot een datum gekomen, zomaar ineens, temidden van de druk bezette dagen.

Daar in de luwte van de stadstuin viel de onrust en de drukte van ons af en genoten we van de heerlijke en uitgebreide tapas, die vriendinlief had klaargemaakt. Daarna van een heerlijk voorgerecht dat uit Portugese pepers uit de oven bestond, met slechts wat zout en olie erover, de padron. Nooit van gehoord en nog nooit gegeten. Niet zo heet als de gewone groene peper, een heerlijkheid. Daarna een uitgebreide vegetarische lasagne en koffie of thee met baklava toe. Uitgebreid en bijzonder lekker. Zo heerlijk, dat ik vergeet er foto’s van te maken en alleen het tafelkleed vereeuwig.

De gesprekken schoten heen en weer. School kwam langs en de kinderen. Vakantie-ervaringen, Hongarije en het huis, het werk van beiden, de luxe van drie dagen werken aan het begin van de week, liefhebberijen, het schilderen. Verwachtingen voor de toekomst, droomscenario’s. Alles met een warme ondertoon. De jaren die we samen op school hadden doorgebracht, verweven met elkaar, waarbij we lief en leed hadden gedeeld, kinderen hadden zien opgroeien, ups en downs, de huiselijke beslommeringen, de nodige lichamelijke ongemakken opgevangen en besproken, de liefde gedeeld en trouw gebleven aan elkaar, stond garant voor een band voor het leven.

De dochter die ik als baby nog in de armen had gehad kwam even langs op weg naar de volleybal, uitgegroeid tot een mooie ranke dame, een zweem vriendinlief, een vleug van paps.

De paar regendruppels probeerden we dapper te trotseren. Het was zo heerlijk daar in die mooie tuin met de passieflora breed in bloei en vruchtdragend, het uitzicht op oude bomen er omheen, de statige huizen aan de achterkant, de druivenranken tegen de muur, de spinnende poes. Met de laatste hap Lasagne zette de bui door. Naar binnen dan maar, even redderen en in de sfeervolle kamer voor de liefhebbers nog een baklava en thee of koffie. Dochterlief kwam er even bij zitten en met een hartelijk afscheid, uitgezwaaid door alle drie, reden we naar huis. Echte vriendschap voedt op alle fronten.

Overpeinzingen

We schateren het uit

Een werkkamer vol met de meest uiteenlopende dingen. Mijn erfenis voor het nageslacht zal toch eerst aan een grondige inspectie onderhevig moeten zijn. Zoals het er nu bij ligt, is er voor een buitenstaander geen doorkomen aan. Dus haal ik diep adem, maak eerst mijn bureaustoel leeg en ga er midden in zitten om de eerste de beste tas uit te pluizen. Er wordt gewikt en gewogen. Heeft het meerwaarde voor iemand, in de huidige staat of anderszins, vergt het een aanpassing, een oppoetsen of kan het weg, omdat het haar glans en betekenis verloren heeft. Een vergaan kapitaal van oude platen en stripboeken, mijn allereerste LP van Adamo in het Italiaans met een hap eruit, alsof de platenspeler honger had. Ik kan me niet meer herinneren wat er precies mee gebeurd is, wel dat het me door de ziel sneed en toch verbleekte ook dat pijntje weer.

Zo spit ik tas na tas door, terwijl Lief in de ruimstand onmiddellijk alles afvoerde onder de kopjes: Kringloop, oud papier, afvalcontainer. Wat mocht blijven werd in tassen voor de kinderen gedaan of bewaard op de tafel en in de boekenkast. Om half een was de vloer voor het grootste gedeelte leeg. We konden het naar beneden brengen, voorts naar trouwe Truus slepen om spoorslags naar de kringloop te rijden waarvan we wisten dat alles in dank werd aanvaard en verwerkt. Het kostte de nodige zweetdruppeltjes maar dan had je ook wat.

Nadat alles was afgevoerd reden we richting dochterlief. Bij het aanbellen klonk er een luid gejuich. Dat is nog eens een ontvangst. Dikke knuffels om mee te beginnen en bij de thee kwamen de verhalen. We hadden bellenblazen voor ze meegenomen, omdat er niets boven deze prachtige doorschijnende kleurrijk glanzende schoonheid gaat in een beetje zonneschijn. We gingen raden waar ze naar toe vlogen, gedragen door de wind. Een paar gingen echt naar de hemel, in een zweverige gang, steeds hoger en hoger.

De filosoof had vanmiddag zijn eerste voetbaltraining. Daar had hij zijn Ajax-tenue voor nodig. Hij hees zich al vroeg in de kleren en was er helemaal klaar voor, popelend en wel. Hij mocht meefietsen met een buurjongetje en zijn vader.

Dochterlief vertelde hoe snel ze weer in de wisselwerking zaten van de sociale omgeving. Bijvoorbeeld als de kinderen iets aan wilden trekken waar ze zin in hadden, dan kon dat op reis in die veilige bubbel van het gezin zonder oordeel of waardeoordeel. Hier speelde veel meer de mening van anderen een grote rol. Wat vinden ze ervan op school, hoe zullen mijn vrienden dat vinden, wat denkt men nu dan wel niet van mij. Gek of ongepast, de geijkte rolverdelingen, aannames zijn allemaal veel duidelijker aanwezig. Zelfs dochterlief had er met kleding uitkiezen ook meer last van. We zijn het ons wel bewust en weten dat het onzin is, maar toch laten we de oren hangen naar de algehele doorgaande gewoontes van het leven hier. Wij weten er alles van. Want als we in Hongarije zijn, heb ik er ook veel minder last van. Daar kan ik me vrijelijk bewegen. Maar het voordeel dat het opgeleverd heeft, is dat ik hier ook losser ben geworden daarin. Ik hoef niet de mevrouw uit te hangen als ik geen mevrouw ben. ‘Je bent wel een dame’, zegt lief en we schateren het uit.

Overpeinzingen

De kraal tot glans wrijven

De lucht is alweer geklaard. Lief heeft een nieuw toestel en al zijn gegevens zijn meegekomen met zijn nieuwe simkaart. De oude wordt gewist zodra iemand de telefoon opent. Volgende week komt er een extra dik hoesje om dit flinterdunne telefoontje en vanaf gisteren heb ik alleen nog maar een man die zijn mobiel tracht te doorgronden. Blij dat alles ten goede is gekeerd. Deze dame is wel twee keer zo slank en fijn als de vorige.

De tijd sijpelde gisteren weg als los zand door al deze perikelen. Voor lief met het hoofd vol van de narigheid was het wissen van de gegevens van de oude het eerste wat lucht bracht. Een nieuwe telefoon aanschaffen het tweede en er daadwerkelijk weer doorheen kunnen scrollen bracht de juiste balans opnieuw. Ziezo. Akkevietje een geklaard, door naar het volgende: De telefoon eigen maken en doorgronden.

Vanaf hier ga ik over op de dingen die ons nog te wachten stonden. De werkkamer wil ik toonbaar hebben voordat we vertrekken. Dat betekent voor vandaag aardig wat ritjes richting kringloop. Stripboeken, oude elpees, verschoten jassen, overtollige kleding, prullaria van jaren. De dagboeken er zorgvuldig tussenuit filteren, dat die niet per ongeluk meegaan op de grote hoop. De schriften van de kinderen zijn al grotendeels uitgesorteerd op teksten met tekeningen, de rest mag echt weg. Van drie van de vijf kwam ik nog een schoolmap met alle verslagen tegen en hun eigen geschreven belevingen van bijbehorende jaren. Die mogen naar de eigenaren zelf.

Zo ploeg ik me door alles heen. Tanden op elkaar en voort. Vanmiddag staat er een afspraak met mijn lieve globetrotter-dochter. Daar neemt het gewone leven weer een aanvang. De kinderen gaan allebei naar school, ouders aan het werk alsof er nooit een rondreis van maanden is geweest. Het natuurlijke verloop der dingen, de alledaagse beslommeringen went sneller dan gedacht.

Vandaag, als er nog een gaatje is, zal ik ook het vignet voor Oostenrijk voor de heenreis van volgende week bestellen. Voor Hongarije hebben we een doorlopend vignet voor een jaar. Wel zo handig.

De laatste dagen voor vertrek vullen zich met ontmoetingen en bezigheden. Een etentje hier, een feestje daar, het bij elkaar komen van onze grote familie. Zondag zullen ze er allemaal zijn op een kleindochter na, die dan naar haar vader gaat. Ach ja. De twee zussen in IJsland sturen foto’s van een fris maar mooi eiland, met natuurschoon zoals je dat hier niet ziet. Een ruig landschap, maar oneindig spannend zo hier en daar en in nevelen gehuld. Broer is in Nederland op pad en de andere zus vertrekt aanstaande zaterdag voor een cruise door Scandinavië. Een nieuwe ervaring voor onze verstokte Griekenland-gangers. Daar zijn inmiddels weer grote branden uitgebroken. Een lieve blogger die haar zoon in Canada aan het bezoeken is, vertelt ook over de rook die boven het land hangt door bosbranden die overal woeden. Ondanks alles trekken ze er wel op uit. Ze hebben onder andere al een ontmoeting met een zwarte beer achter de kiezen, wat bibberaties opleverde maar ook een bijzondere ervaring, in ieder geval uitzonderlijk genoeg om nog verjaarspartijtjes lang als anekdote op te dissen.

Verjaarspartijtjes. Straks, over anderhalve week, ben ik alweer een jaar ouder. Samen met het opruimen van het huis roept dat enigszins nostalgische ogenblikken op als ik er bij stil sta. Het leven als een kralenketting. Elk jaar een kraal erbij, nieuwe beloften, nieuwe ervaringen, nieuwe herinneringen. Een prachtige parelketting dus. Straks mag ik de kraal tot glans wrijven.

Overpeinzingen

Een speld in een hooiberg

Kinderstemmetjes klateren omhoog langs de gevels en bereiken ons door de open ramen. Ze zijn op weg naar een van de drie scholen verderop in de wijk. Het is zo’n kalm begin van een echte mooie augustusdag. Zon, blauwe lucht, het vroege verkeer dat met tussenpozen stil valt en dan die groepjes die richting school trekken. Ouders met kinderen, oma met kinderen, rugzakken op, zomers gekleed. In het eerste huis aan de overkant brandt gek genoeg de kachel. Dat is te zien aan de rookpluim die omhoog kringelt. Toch altijd wonderlijk, bij zo’n heerlijke zwoele ochtendtemperatuur.

Het avontuur gisteren begon veel gehaaster. Snel een kop koffie, het hele riedeltje aan ochtendritueel achter elkaar in versnelde en aangepaste vorm. Om kwart voor tien zaten we in de auto op weg naar Katwijk, waar de beloofde maaimachine stond. Om elf uur precies belden we aan bij een groot appartement in de badplaats. Uit de deur stapte een man met een oplader en accu in de hand die de maaier voor zich uit duwde. Wat toen losbrak was een spraakwaterval aan informatie over de flat, de VVE, de elektrische auto’s onder zijn woning, de illegale laadpaal, de milieuschade die ze opleverden, de brandveiligheid van de hybrides, het gemopper op zijn mede-bewoners. Hij haalde er duizelingwekkende cijfers en bedragen bij en kwam steeds dichterbij staan. Af en toe tikte hij onze schouders aan om iets te benadrukken met een ‘Wat denk je wat…’.

Stel je voor dat we voor zijn deur een elekrische auto hadden geparkeerd. Hij zwoer bij benzine-auto’s en ging vervolgens door naar de lithium delving, schakelde moeiteloos over naar de elektriciteitscentrales, zonnepanelen en de talrijke windmolens die het uitzicht en de horizon bedierven op zee. Wij hipten van het ene op het andere been probeerden af en toe er tussen te komen, beaamden iets en laveerden hier en daar mee om maar een ingang te vinden om zijn verhaal te stoppen, de grasmaaier te betalen en op weg te kunnen gaan. Het enige voordeel was dat we in de parkeergarage stonden waar het heerlijk koel was. En passant vertelde hij dat er veel verzet was tegen zijn denkwijze, maar meer nog tegen het feit dat hij alles overhoop haalde om de groei van laadpalen tegen te gaan. En terwijl hij met brandweervoorschriften, bezwaren en onkunde van de verzekeringen goochelde snapten wij wel waarom hij niet geliefd was in de flat, naar eigen zeggen. Eindelijk los van de man, die en passant ongevraagd hielp de maaier de auto in te werken, vervolgden we onze weg. Door de verhalen murw geslagen besloten we niet naar zee te gaan maar naar de tuin om de maaiers om te wisselen.

Alle energie was eruit en er was een onbedwingbare zin in dropjes. Dus stopten we bij een tankstation in Harmelen, waar we een sanitaire stop hielden en met twee saucijzenbroodjes en twee zakken drop naar het tuinencomplex reden. Maaier uit de auto, het euvel, door de man aangebracht, kon lief verhelpen en al rollend naar onze eigen tuin. Omdat ik er kennelijk nog al woest en dus grappig uitzag, wilde lief een foto van me maken. Telefoon niet in de zak te vinden. Waar o waar, niet in de rugzak, in geen van de broekzakken, misschien in de auto dan. Hij liep de kilometer terug terwijl ik de maaier liet snorren, die het uitstekend deed op het toch al te natte lange gras.

Geen telefoon in de auto, conclusie, hij lag nog op de wc-rol-houder in de benzinepomp. Maaier opgeborgen, de oude meegenomen en spoorslags naar de benzinepomp gereden. Helaas pindakaas. De telefoon was verdwenen. Het was een grote domper op de vreugde omtrent de gevonden maaier. Zoonlief gebeld wat te doen en na de stort om de oude maaier te dumpen, naar huis.

In zo’n telefoontje zit alles. ‘Google account opzoeken en wachtwoord veranderen’, adviseerde zoonlief. Maar daarna begon het zoeken naar de diverse wachtwoorden. Voorwaar, een speld in een hooiberg.

Overpeinzingen

De bakermat voor later

Het was even zoeken naar het huis waar de reünie gehouden zou worden. Kruip -door,sluip-door de wijk, straatje in, straatje uit tot ik in een wijk kwam met een doodlopende straat en helemaal aan het eind stond een huis met een grote tuin. Daar wachtte de gastvrouw ons op. Onderweg reden twee dames me voorbij, die ik allebei herkende. Het koste me trouwens helemaal geen moeite om de meiden van weleer te ontdekken tussen rimpels en aangelengde lijven door. Er was van alles wat. Schommelende moekes, tanige sporters, ons paardenmeisje, altijd nog even kwiek. Er waren er veel die het langer dan veertig jaar hadden volgehouden in het onderwijs en er waren erbij, die nog steeds een paar dagen werkten. Ze vertelden hoe heerlijk dat was, omdat ze op handen gedragen werden en zich alleen maar met de groep hoefden bezig te houden, geen vergaderingen, geen observaties of het invullen van papieren. Koffie werd voor hen gehaald, ouders blij, want de kinderen hoefden niet naar huis, kinderen blij, want zo’n oude juf van de kleuterkweek weet van wanten en team en directeur dolgelukkig, want de kinderen waren onder de pannen.

Zo was het. Er was koffie en thee, water met citroen, bonbonnetjes die langzaam weg dreigden te smelten en cake voor een weeshuis. Eerst moest iedereen begroet en ‘geraden’ worden, wat soms hilarische taferelen opleverde. Daarna was er de ruimte voor een lang rondje met levensverhalen. ‘Elk huisje heeft zijn kruisje’ luidt het spreekwoord en inderdaad, vijftig jaar geschiedenis is er lang genoeg voor. Het leed was mooi verpakt in droge opsommingen, of werd versneld verteld, soms meer als constatering van een feit. Er werd ademloos geluisterd, soms wiegden de hoofden heen en weer in een verwondering, of door de ernst van de zaak. Leed kon altijd erger, leerden we in die korte tijd. Er waren mannen overleden, aan het dementeren geslagen, er waren huwelijken gestrand en nieuwe trouwpartijen, er waren verhuizingen van de ene kant van het land naar de andere. Maar de meesten woonden nog altijd dichtbij de stek waar ze ooit begonnen waren. Er werden kinderen geboren, soms met de grootste moeite. Heel veel van onze groep schilderden, tekenden, bleken kunstenaars te zijn geworden of hielden zich op binnen de kunstkringen van de stad. Iemand had een galerie.

Zo verweefden de beelden met de verteller samen en die omlijsting zorgde voor nog meer herkenning. De meegebrachte hapjes werden klaargezet, pasta’s, kazen, soep, salades, Turks brood, tapas. De wijn en het water kwam op tafel. Daarna brandden de verhalen over vroeger los, hadden we unaniem toch spijt van de manier hoe zuster Magdalien door ons werd aangepakt met spotprentjes en tegenspraak. Zuster Adolpha, de tekennon, werd door sommige, met een door haar, erkend talent op handen gedragen en anderen die minder goed bevonden werd, als minder aardig gevonden. Iemand zei ‘ik wilde nooit naast jouw bordtekeningen tekenen, dan was het verschil veel te groot’. O ja, het bordtekenen. Ach wat deed ik daar graag aan mee. Iemand vertelde over haar frisse tegenzin over de vouwlessen. ook dat had ik verdrongen, maar nu wist ik eindelijk waarom ik nooit wilde vouwen in mijn eigen groep. Daar kwam dus de aversie vandaan. Die vouwmappen was ik allang vergeten.

De tijd vloog voorbij en voor we het wisten gingen de eersten alweer naar huis. We beloofden er de volgende keer geen twintig jaar meer tussen te laten zitten. Met alle vrouwkracht werden de resten ingepakt en meegenomen, de vaat naar binnen gedragen en de gastvrouw bezwoer ons om alles verder te laten staan. Dat varkentje zouden zij en haar man wel wassen. In de app de dankbetuigingen, voor iedereen was het genieten geweest. Belangrijk voor het ophelderen van bepaalde zaken uit het verleden die weggezakt waren en leerzaam door de verschillende visies op het leven. Onze rebelse groep krachtige vrouwen van toen en nu, die er stuk voor stuk mochten zijn. De bakermat voor later.

Overpeinzingen

Wat zijn ze me dierbaar

Zoonlief vordert gestaag op de zolder. Hij heeft achter de ketel een open hoek afgetimmerd en ineens is het veel meer kamer geworden. Nog een stuk op maat zagen en die klus is geklaard. Zo trots op zijn precieze manier van werken, die ik vooral van vroeger van zijn vader herken. Wij doen de boodschappen, die voornamelijk uit presentjes bestaan. Twee flessen met lekkers voor de gastheer en de gastvrouw van die avond, een stadsbier met de dom op de fles voor hem en een fles sauvignon met de tour d’eiffle voor haar, een grote bos bloemen voor degene die haar huis beschikbaar stelt voor de reunie van vandaag. Maar eerst spoorslags richting Tiel, waar het kleine bloemenparadijs van vriendinlief en vriendlief ligt.

In weze is het niet verder dan een half uurtje hier vandaan. We worden met open armen ontvangen en een rondje door de bloementuin is de eerste gang, weelderig en in volle bloei staat alles, tussendoor haar keramieken en sculpturen van cortenstaal. Veel vrouwfiguren en abstract werk. Daarna het atelier, het vers gemaakte werk in olieverf om te bewonderen, de dochters en de nieuwe abstracten. Kleurrijk en expressief zoals ze zelf is.

In ons hoofd de herinneringen aan vroeger. Toen ze de school binnen kwam wandelen en de regie over de groep naast me kreeg. Hoe we altijd, woordeloos bijna, op dezelfde golflengte zaten met ons improvisatievermogen en de grote verbeeldingskracht. De aankleding van de groep en daarna bij elk nieuw project was een groot feest. Nooit werd er iets nagemeten bij het maken van een decor en alles gebeurde op het oog. Het klopte altijd. Nieuwe werelden scheppen voor de kinderen was een vanzelfsprekendheid geworden, al hadden we wel in de gaten dat het een gave was, die we alle twee bezaten. Het huiskameridee van de Jenaplan kreeg, samen met onze andere vriendin, een warme en eigen uitstraling. Een kring met zachte banken en fauteuils waar je in weg kon zakken om al liggend en hangend te luisteren naar de verhalen en gesprekken. Een veilige en geborgen plek in de voetsporen van het Reggio-onderwijs. Experimenten op grote schaal, nieuwe manieren om kinderen wegwijs te maken en te volgen in hun eigen ontwikkeling, ervaringsgericht, als een handschoen die ons naadloos paste. Onze knutsel-en bouwhoek, het speelhuis en de werkplekken waren zo rijk als maar kon ingericht, met materiaal dat zonder restricties gebruikt kon worden en de grote kunstwerken schuwden we niet. Een feest waren die dagen, waarin we nog niet werden gehinderd door methodes en regels, maar vrijelijk ons gang konden gaan.

In dezelfde lijn lag het straattheater, wat we samen deden en waarmee we optraden in het stadje, dat eigenlijk was voortgekomen uit de toneeltjes tijdens de inleiding van de projecten en die glorieuze typetjes opleverden. Bep en To, twee gezusters, die al monkelend elkaar de ruimte probeerden af te troeven en elkaar stuwden tot grote hoogte of de twee supporters van FC. Utrecht. Ook parodieën op Hummie van de Tonnekreek, die door ons werd omgedoopt tot Tonnie van de Hummelkreek en een van haar diva’s werden tot leven gewekt. Regelmatig lagen we in een appelflauwte bij het verzinnen van deze groots uitgevoerde rollen. Bij een etentje vorige keer hadden we die herinneringen allemaal opgehaald. Gisteravond ging het met name over het leven zelf. Hoe was die liefde tussen mij en lief tot stand gekomen, vroeger en nu weer. Een sprookje, waar eigenlijk een boek van zou moeten komen. We zaten aan de tafel buiten onder de parasol bij een laat avondzonnetje met uitzicht over het groene weiland en het aangrenzende maisveld. Manlief stond in de keuken en bereidde een heerlijke maissoep met een tajineschotel van bieten uit de eigen tuin en we raakten niet uitgepraat. De kinderen, de liefde, het leven, beloften, toekomst en verleden, alles in een warm vertelraam, passend bij de idyllische sfeer. Een mooie deelzame avond, sfeervol, vanuit het hart.

Dierbaar is het woord wat past. Wat zijn ze me dierbaar.

Overpeinzingen

In geuren en kleuren

Een volle agenda voor dit weekend in het overvolle huis, waar het laveren tussen de dozen is, omdat er laminaat gelegd gaat worden op de zolder en alles op de eerste verdieping komt te staan. De kast is leeg en uit elkaar gehaald. Wat een ruimte.

Ooit is hij door de vader van de kinderen in elkaar gezet van oud steigerhout. Een ruwe kast met een schoonheid aan taal in zich. Ik moet denken aan het spreekwoord:’Een ruwe bolster, een blanke pit.’ Zo’n kast dus. Ze mag een volgend leven slijten in de schuur van dochterlief. Haar robuuste voorkomen is anders dan de gladde gelikte Billies van een bepaald warenhuis, die de wand beneden vullen. Gladdekkers zijn het, die kasten, maar doeltreffend en aangeschaft omdat de prijs de doorslag gaf in een periode dat dubbeltjes nog omgedraaid werden tot het kwartjes waren.

De schoonheid van taal maakte veel goed en door de gladde uitstraling en de veelheid, die het aan boeken kon bergen werd het een van de lievelingen van het huis. Net zo gekoesterd als de rotan leunstoel van oma Driehuis. Die is in elk huis waar ik gewoond heb, deel van het geheel geweest. Later kreeg ik haar evenknie erbij, erfenis van een, helaas te vroeg gestorven, neef. Ze staat nu nog in het atelier op de tuin. Ooit zullen ze weer beide naast elkaar pronken, in ere hersteld. Tijdloze meubelstukken.

In de keuken staat een Engels buffet met een oude verweerde spiegel er boven. Eigenlijk een onhandige kast, waarbij je diep moet bukken om te speuren naar je ingrediënten. Tegenwoordig haal ik er een keukenstoel bij en ga ervoor zitten, sinds het gemak om door de knieën te gaan is afgebrokkeld vanwege de tand des tijds. Ze mag blijven omdat het nog een stukje nostalgie is en doet denken aan oude huizen met lambrisering, hoge plafonds, krakende vloerdelen. Een vleugje vroeger naast al de praktische doorsnee meubels. Een kast om te worden bezongen, zoals Annie M.G.Schmidt dat zo mooi kon.

Vandaag viert kleinzoon zijn verjaardag, dan racen we door om bloemen voor de gastvrouw van de reünie morgen te halen en om een goede fles wijn aan te schaffen voor de lieve mensen, waar we vanavond zijn uitgenodigd om te komen eten. Gisteren wilde ik bij de kinderen langs, maar de globetrotters waren naar familie in Friesland en zoonlief moest voor een kleine ingreep naar het ziekenhuis. Als het goed is zien we ze straks weer allemaal op het feestje van de twaalfjarige.

Door de plotseling vrij gekomen tijd besloten we ons te oriënteren op de nieuwe maaimachine. Drie bouwmarkten in met deze drukkende hitte viel tegen. De teleurstelling dat de prijzen huizenhoog gestegen bleken, hielp niet mee aan het goede humeur. Schrikbarende prijzen voor de accu alleen al. Even een dipje, maar daarom niet getreurd. Op marktplaats vonden we vanmorgen een goed ogend tweedehandsje. Nu afwachten of we in de prijzen vallen. Het scheelt ons minstens 300 euro. Tel uit je winst.

Gisteren zijn twee zussen vertrokken voor een trip naar IJsland. Sinds de opvolger van het boek Het Zoutpad van Raynor Winn, dat zich afspeelt in dat land met een barre trektocht er dwars doorheen, heeft het nog meer mijn belangstelling. Zelf zou ik de ruige klautertochten niet meer op kunnen brengen, maar door er over te lezen voel je de wind en de regen op je gezicht en neem je stug de meest onherbergzame hellingen. Lezen is voor mij een uitkomst, daar waar ik helaas veren moest laten vallen. Straks zijn er de verhalen in geuren en kleuren.

Overpeinzingen

Ondertussen gaat het werk gewoon door

Wat een mens allemaal niet in ere houdt. Voor de continuïteit in het opruimen maak ik zes tassen, één voor ieder kind en één voor de werkkamer. De laatste onder het kopje: ‘Nog nader uit te zoeken.’ Gevolg van al dat ruimen is dat ik al vroeg in de ochtend bezig ben met dagindeling, aanpak en verloop. In mijn hoofd dan hoor. Ik verzet geen stap. Lief slaapt de slaap der onschuldigen en ik zie nog net twee kleine vleermuizen vliegen. Vroege schemermorgen.

Het werk vordert gestaag, de kast is bijna leeg. Op de platen-en stripboek-verzameling na. Die mogen ook naar de kringloop, maar vooral bij de eerste wil ik de kinderen met een platenspeler er nog even doorheen laten lopen. Mijn eigen platencollectie zit er niet tussen. Die bewaar ik voor een eigen platenspeler. Buiten de ruimte die het in het hoofd schept, is het vooral aanpoten. Straks kunnen zoonlief en vriendin aan de slag om hun eigen optrekje te maken. Het mes snijdt van twee kanten. Er zijn weer stappen gezet in het proces van gemak voor het nageslacht en de zolder zal straks een keurige kamer zijn. Had al jaren geleden gekund, maar is er nooit van gekomen.

Vroeger had ik woeste plannen voor de kinderkamers met hele verbouwingen van kasteel tot boot, maar we kwamen nooit verder dan het aftimmeren van de schotten, waar de dametjes met behulp van de verkleedkist onmiddellijk hun eigen lappenparadijs van hadden gemaakt van mooie oude sari’s, die daarin te vinden waren. Hele verhalen speelden zich af, daar op zolder. Dat was vooral in het oude huis, hier werd alles weggestopt voor het oog, opgeruimd staat netjes. Maar zoden aan de dijk zette het niet, want wat er dan allemaal te voorschijn komt…Je wilt het niet weten.

Het ruimen van mijn ouderlijk huis is kennelijk aan mij voorbij gegaan. Daar weet ik niets meer van. Onze vader en moeder moesten naar het bejaardentehuis, omdat mijn vader hulpbehoevend was. Mijn moeder was de jongste van de bewoners. Alleen de boeken die ik erfde staan mij bij. Hele dozen met een voorwoord van mijn moeder erin, waarom het boek zo interessant was en dat we het nooit weg moesten doen. Ook nu kom ik er weer een paar tegen. Het noodlot, in de vorm van waterschade, maakte destijds een keuze van wel of niet bewaren voor het grootste gedeelte overbodig.

Het is zaak een dergelijke erfenis zo klein mogelijk te houden. Waarvan akte. Van een lieve blogvriendin kreeg ik de titel door van het boek: ‘Opruimen voor je doodgaat’, De auteur noemt het ‘een ritueel om te reflecteren op je leven’. De schrijfster is een Zweedse en in Zweden kennen ze het gegeven als ‘Döstädning’. Bij het aanklikken kom ik op een inkijkexemplaar en dat is al verhelderend op zich. Mooi om over het taboe heen te stappen dat het begrip ‘Dood’ nog altijd met zich mee brengt.

Het brengt nieuwe mijmeringen. Volgende week word ik zo oud als mijn moeder geworden is, want twee maanden later is ze plotseling en totaal onverwacht gestorven. Het stemt tot nuchterheid. Je kunt er dus niet vroeg genoeg mee beginnen. Volgens mij kunnen de kinderen van nu veel makkelijker ergens afstand van doen dan wij. Per slot van rekening zijn wij een product van de bewaargeneratie onder het motto: ‘Je weet nooit wat er komen gaat’. Ook de bijbehorende zuinigheid werd met de paplepel ingegoten. Ze hadden net een oorlog achter de kiezen. Dan komen waarden in een ander voetlicht te staan.

Wat zo’n actie al niet te weeg brengt aan gedachtengoed. Het hoofd zit nu vol verleden met de bedoeling er leegte in te laten vallen. Daar is tijd voor nodig. Ondertussen gaat het werk gewoon door.

Overpeinzingen

Om ooit nog eens afgestoft te worden

Stef Bos bedenkt, als hij de jaarringen ziet van een houten schijf van een oude boomstam, dat hij vanaf jongs af aan van binnen naar buiten heeft geleefd en komt tot de conclusie dat het de hoogste tijd wordt om van buiten naar binnen te gaan leven. Het is een opmerking die een onderdeel vormt van het slotaccoord van zijn column in het nieuwe Zin-magazine. Dan schrijft hij dit: ‘Mijn leven eens te leven in een dwarsdoorsnede. Een te volle rugzak met beelden en levenservaring uit te pakken en achter te laten, wat ik niet meer nodig heb.’

Het zet aan tot denken. Er zijn al wat dingen uit die rugzak van mij verdwenen. Iedere keer als je in een nieuwe fase van het leven komt, schaaft de nieuwe wereld de beelden bij, laat liggen wat niet meer nodig is, brengt nieuwe ervaringen binnen. Zaak is om van de overvolle rugzak een tas te maken die het hoognodige herbergt. Van die mooie gedachten die je nodig hebt op gegeven momenten met in het achterhoofd de wetenschap, dat een mens minder nodig heeft dan hij doorgaans denkt. Wat daarbij helpt is het ontspullen. Een huis dat door de jaren heen is volgestiefeld met hebbedingetjes, belangrijke zaken van de kinderen, kleinoden die verzameld zijn te ontdoen van allerlei overbodige ballast.

Nu zoonlief de zolder confisqueert en ik hem toch een tijdelijk warm welkom wil heten, is het moment gekomen om die oude zolder, de boekenkasten, de meubels, de snuisterijen, uit te zoeken en op te ruimen. Het is op een ander vlak maar qua intentie hetzelfde als Stef is overkomen daar bij die oude boom. Mijn huis moet voor eenderde deel leeg en daarmee mijn hoofd ook. De buitenste schil wordt afgepeld en wat overblijft is hopelijk een binnenkant die te overzien en te doorgronden is. Van buiten naar binnen.

De verzameling stripboeken sorteer ik en leg ze op stapeltjes. Ooit daarmee begonnen in de jaren dat Lief en ik gingen samen wonen in Leiden. Minstens een keer in de week sjouwden we het kleine stripboekenwinkeltje aan de Breestraat binnen, waar twee grote ronde angora-poezenlijven als matrones op de uitgestalde stapels strips lagen en kochten de nieuwste Rode ridder, of de nieuwste Suske en Wiske. Ik maak foto’s, zet ze op de familie-app. Niemand wil ze nog. Verbleekte nostalgie.

Er zijn dvd’s met de schijven er nog in, films die je zo van het internet af kan halen. Niet verwonderlijk, ook die mogen weg. En er zijn boeken. De bundels met kindergedichten, zo gekoesterd, zo belangrijk bij de groei, de schoonheid van het woord, die blijven nog even of gaan naar dochterlief met een groep onder haar hoede. Dan die oude Miezelientje, ondertussen al stokke-oud, loopt met haar kleine poezenpootjes al die jaren vrolijk door het kleurrijke bos op de kaft. Oude schoenen van de jongens, laminaat dat uit de kamers beneden is gekomen en improvisatorisch op zolder is gelegd, wordt vervangen door een nieuwe.

Tassen met spulletjes moeten worden doorgespit, gewogen om een keuze te kunnen maken, wegdoen of blijven. Heeft het meerwaarde, vals sentiment of nostalgie? Kan ik het doorgeven? De dagboeken gaan naar de werkkamer. Af en toe lees ik een stapeltje brieven door. Zo reis ik door het leven heen. Inderdaad, aardse zaken allemaal, wat overblijft zijn de gedachten, dierbare herinneringen en ook die mogen naar de zolder van de ziel. Goed verpakt om ooit, bij een schrijven of een mijmering, nog eens afgestoft te worden.

Overpeinzingen

Genoeg stof tot praten

Geen auto te bekennen op de parkeerplaats van het tuinencomplex. Er heerst doodse stilte. Wat je hoort is het ruisen en ritselen van bomen en struiken in de wind. Zij trekt rimpelingen in het water. Zon wisselt af met versnelde wolken. Er staan welgeteld twee fietsen. Een van de buurman en een bij het Griekse huis in het midden. Grieks omdat ze in mediterraan blauw met wit is geschilderd. Ik denk aan het huis van een moeder van de kinderen op school die haar kamers had ingedeeld met een thema. Op zolder was de Griekse kamer, compleet met amfora’s en andere snuisterijen.

Hier krijgt de zolder langzamerhand ook een compleet ander uiterlijk. Na iedere klus komt er weer een andere bij. Nu zal er ook nieuw laminaat gelegd gaan worden. Zoonlief regelt alles zelf. Beneden tegenover de schuur staan de spullen te wachten op de kraakwagen van de gemeente. In de halletjes staan dozen opgestapeld. Het maakt me altijd wat onrustig. Nu alles buiten staat, is de werkkamer gelukkig weer leeg.

Terug naar de tuin. Ze lag er troosteloos en gehavend bij. Door het natte en vochtige weer van de afgelopen tijd was het gras uitgegroeid tot lange natte slierten en ze had zich er in elk bloembed even zo vrolijk weer tussen gewrongen. Van de aanpak van drie weken geleden en de opgeruimde tuin was niets meer terug te zien. Diep ademhalen, moed verzamelen en aan de gang. Bij de pakken neer gaan zitten had geen zin, al zonk de moed me soms in de schoenen.

Lief begon aan zijn klus. Twee oude rotan stoelen die vergaan waren, kort knippen en in vuilniszakken doen. Die mochten weg. Terwijl ik voortploeterde met de oude haperende grasmaaier, ging hij daarna in de weer met de snoeischaar aan de achterkant, waar de begroeiing de doorgang belemmerde op het pad langs de tuinen. De accu’s van de maaier hadden het ook zwaar en lieten het afweten na tweederde van de tuin. Ook te begrijpen. Het laatste restje met de hand knippen dan maar. Nu het kort was kon het drogen. Dat scheelde een slok op een borrel bij de volgende maaibeurt.

Om vijf uur waren we er wel klaar mee. Lief had gisteren zes grote vijgen van zijn schoonzus gehad. Daar ga ik jam van maken met verse gember en een snuf kaneel. Het is een voorproefje voor de grote oogst dadelijk in Verweggistan, waar de grote vijgenboom tegenover het terras weer afgeladen vol zal zitten. Ook de hazelaar werpt haar vruchten af. Ik vond een fijn recept voor hazelnoten-pesto, maar dan moeten ze eerst een goede zes weken gedroogd worden. Dat zal een heerlijke kaasplank worden met een vers stokje, kaas, vijgenjam en pesto.

Bij thuiskomst lag het laatste kinderboek in de bus. De titel is ‘Wat je moet doen als je over een nijlpaard struikelt’ van Edward van de Vendel en Martijn van der Linden. Een boek vol gedichten, die goed te gebruiken zijn voor de taallessen in de blokperiode. Het ziet er prachtig uit. De gedichten zijn geen alledaagse exemplaren. Ze zijn geschreven in een Wat-als constructie en geven adviezen. Een meesterlijk gedicht is ‘Wat je moet doen als je opa steeds meer vergeet.’ Het begint ontroerend. ‘Opa heeft een gummend hondje in zijn hoofd./Zo stel je je dat voor/dat is hoe je het gelooft./Dat hondje veegt met zijn pootjes,/ en zijn vacht en zijn staart/door alle gedachten/die opa bewaart…’ Met de komst van het laatst boek kan ik eindelijk beginnen. Raar ritueel eigenlijk. Ik wil ze na elkaar lezen en dan de recensies achter elkaar schrijven. Vers van de pers.

Zondag is er een reünie van de kleuterkweek. Iemand heeft haar huis beschikbaar gesteld. Lekker dichtbij in Houten en er komen zo’n vijftien mensen uit onze oude groep. Iedereen maakt wat lekkers klaar. De meesten van ons hebben elkaar ruim vijftig jaar niet meer gezien. Ik ben benieuwd. Als we al die jaren willen overbruggen, is er genoeg stof tot praten.

Overpeinzingen

Aan de slag

Schoondochter had me uitgenodigd voor een tochtje door dat grote Zweedse warenhuis met aansluitend een drankje ergens op een mooie plek in Utrecht samen met de jongste kleinzoon. Dat hoefde ze geen tweede keer te vragen. Lief ging derhalve naar zijn broer in de Hoek, om die te helpen zijn dozen vol verleden door te spitten, waar hij sinds zijn permanente verhuizing mee bezig was. Het samenvoegen van twee huishoudens brengt een broodnodige opruiming teweeg als er één huis verkocht wordt. Met bus en trein ging hij spoorslags zijns weegs.

Ik haalde mijn lieve schatten tegen tweeën op. Het was natuurlijk mij niet om de boodschappen te doen, maar wel om al die gestolen ogenblikken, waarop ik knuffels en flesjes kon uitdelen aan de kleine pork. Hele gesprekken kan je met hem hebben, omdat hij zeer geïnteresseerd is in de klanken en je probeert na te doen met zijn mondje. ‘Uhhhh, prrrrr, ruhruh’. Het gemak waarmee mijn lieve aangetrouwde dochter met hem rondsjouwt en gewoon haar eigen leven weet te delen met de kinderen is zo natuurlijk en vanzelfsprekend. Ik kan er grote bewondering voor hebben. Hoe spastisch ik reageerde, vroeger, op de reacties van de buitenwereld. Daar heeft ze absoluut geen last van. Zij maakt haar eigen keuzes.

Er moesten een paar houten kistjes gehaald worden en een nachtlampje, dus liepen we de enorme afstand pratend over serieuzere zaken langzaam door. Het was maandag en daarom goed te doen. Vragen en raad over opvoeding, ideeën, gedachten passeerden. De kleine sliep in zijn comfortabele draagzak en droomde op de harteklop van zijn moeder. Om hem in slaap te wiegen mocht hij nog wat drinken uit de borst, die keurig verstopt bleef in de teddyberen zak. Er was toch veel veranderd vergeleken met vroeger. In een van de nieuwe tenten aan de Kanaalweg was er ruimte voor een versnapering, een verschoning van de kleine en kon ik met hem kletsen en een flesje geven, kietelen en liedjes zingen. In de lichte ruimte waren bijna geen andere bezoekers en later kwamen er nog meer moeders met hun baby’s . Een uitgelezen plek dus voor jonge ouders en voor dorstige fietsers op weg naar ergens.

Tijd vliegt als gezelligheid de overhand heeft en pas rond zessen stonden we weer voor haar huis. Zoonlief was al thuis en hielp met uitladen. Ze zouden pasta eten, maar ik had de jongste zoon beloofd te koken. Die was in de middag in ons huis bezig geweest met de aanpassingen op zolder, alles om er een knus optrekje van te maken. Alleen maar goed, want dat zette mij aan om versneld op te ruimen, iets wat ik steeds voor me uitgeschoven had, omdat we er niet meer hoefden te zijn. Nu zou de ruimte weer volop gebruikt worden.

In het halletje boven staan de verhuisdozen opgestapeld en wij laveren er tussendoor. Het is maar tijdelijk, want morgen komt het grof vuil langs om alle overtollige zaken op te halen. Ik probeer er wel een beetje de hand in te houden, want de opruimwoede van zoonlief mondt vaker uit in een ‘weg-is-weg’ en ‘opgeruimd staat netjes’.

De oude boekenkast moet leeg. Er kan veel naar de kringloop, maar er staan ook nog dagboeken, schriften met gedichten en verhalen en ‘antieke’kinderboeken in, die ik ooit met verve heb voorgelezen aan mijn eigen kleintjes.. Dergelijke zaken sorteer ik liever zelf. De kast is misschien voor een van de andere kinderen, want die is ooit, in 1980, door hun vader eigenhandig van steigerhout en vloerdelen gemaakt en heb ik jaren van het ene naar het andere huis gesleept. Goed om er doorheen te spitten.

Vandaag wacht eerst de tuin. Het belooft goed weer te worden en ons eigen stukkie grond is hard aan een stevige aanpak toe. Er gaan weer twee accu’s mee. Tegelijk kijken we deze week uit naar een nieuwe maaier, die minder snel zal afslaan. Dochterlief wilde samen met ons doen, maar dat hoeft niet. Wij schaffen hem aan en zij hebben eveneens het vruchtgebruik. Na die Europa-reis kunnen ze hun centen wel ergens anders aan besteden, besluiten Lief en ik. Hup in de benen en aan de slag.

Overpeinzingen

Om over te mijmeren

Het beloofde een mooie dag te worden. Zou het zo warm en zonnig zijn als de dag daarvoor. Toen smoorde ik ‘s middags weg onder mijn zorgvuldig uitgekozen outfit in de vroege ochtend. ‘Laagjes, laagjes,’ fluisterde mijn moeder. Dat dan maar.

Onder een bewolkte hemel, de mooiste luchten zijn hier te aanschouwen, zelfs in grijstonen, reden we naar Otterloo. Daar was het Kröller-Muller museum, een uitgelezen combinatie om te kunnen wandelen, fietsen en kunst en schoonheid te aanschouwen. Er waren meer mensen op het idee gekomen, getuige de overvolle parkeerplaats, waar net een stel bezig was hun boeltje in te pakken. Daar schoof Truusje de vrije parkeerplaats binnen. Gelukt. Een flinke rij bij de kassa, omdat we nog kaartjes voor het Nationale Park de Veluwe moesten kopen en de mededeling dat alle witte fietsen vergeven waren. Dat werd dan het eerste gedeelte wandelen richting museum. Het was al met al toch een stief kwartier lopen. Ik kweek deze week wandelkuiten. Smalle bospaadjes met tientallen sparrenappels in de zanderige grond kronkelden naar de begeerde plek.

Daar waren banken aan het begin waarop even uit te blazen viel, recht tegenover Meneer Jaqcues van Oswald Wenckenbach. De broer van dit heertje, ‘de Spoetnikkijker’ staat, bijna identiek, met hondje op het Servaasbolwerk in Utrecht. Leuk om hem hier ook te zien.

De rij voor de ingang was kort, maar door al het brede glaswerk zag ik al dat het spitsroeden lopen zou worden met al die mensen. Maar ja, zondag, vakantie, veel natuur, een beeldentuin en redelijk weer, dat moet wel aantrekkelijk zijn voor velen. Toch lukte het om af en toe in een van de tentoonstellingsruimtes op een bank te wachten en dan de kans schoon te zien om een doek goed op je in te laten werken. Verster, Gauguin, Redon, Israëls tot mijn grote vreugde, Toorop, Monet, Renoir, Van Gogh natuurlijk, en tussen de sculpturen Zadkine, Giacometti, Picasso. Er viel meer dan genoeg te genieten. Als je het bezoek ook als een kunstwerk op zich beschouwde viel er vanaf zo’n bank veel te observeren. Dagjesmensen, educatieve ouders en of opa’s en oma’s met hun (klein)kinderen, toeristen in alle toonaarden. De bewonderaars, de snelle doorlopers, de dwalers, en volgens Zebedeus, ‘De aarzelaars en de Zekerweters, ze waren er allemaal. Daar tussen door hadden de cipiers hun argusogen opgezet om alles nauwlettend in de gaten te houden.

Op een goed moment, we hadden al ruim twee uur gekeken, zat ons hoofd vol. We besloten om in de beeldentuin een bank uit te zoeken, verder weg van het gedruis. In stilte, oh wat kan stilte zalig zijn, genoten we van de ruisende bomen, de vogels, het wuivende gras, de wandelaars die als miniaturen aan de overkant wandelden, de blauwe lucht en de zon die doorkwam. Maar vooral die rust.

Het was écht genoeg geweest, besloten we. Zelfs de beeldentuin ging er niet meer in. We zouden naar fietsen speuren om makkelijker terug te komen en dat was spannend, want witte fietsen kennen geen andere aandrijving dan de benenwagen. Voor mij nog een dingetje. Het verliep gesmeerd. De wegen waren vlak, de fiets gleed soepeltjes door en alleen bij een hochie -op moest ik een tandje bijzetten. Natuur had haar eigen kunst te pronken gelegd in de gedaante van houten sculpturen, omgevallen bomen, doorgegroeid tot wonderlijke vormen, takken die ter ondersteuning dienden, staketsels die omhoog rezen richting het hemelgewelf, hier en daar afgewisseld met het zich ver strekkende stuifzand en soms zelfs al bloeiende heide. Wat een mooie afsluiting van de dag. Een briesje joeg de rest van de muizenissen een deur verder. We besloten de dag bij het wapen van Odijk, waar nog net een tafeltje voor twee te vinden was. Gelaafd en gelouterd, met veel om over te mijmeren.

Overpeinzingen

Gemak dient de mens

In de vroege ochtend maakten we ons op voor wat een drukke en emotionele dag zou worden De, lang naar uitgekeken, thuiskomst van onze vier globetrotters. Er was een heel plan gemaakt. Zoonlief haalde taart, de slingers, boodschappen om de eerste dag te overleven en bestelde een vegetarische rijsttafel voor twee personen bij de hun welbekende Indische toko, ik zorgde voor een mooie bos bloemen en de taart. Alles uit naam van beider families. Franse dochterlief en schone zoon hielpen de jongste en zijn lief om al hun spullen naar ons huis te verkassen en ze poetsten gezamenlijk het huis aan kant.

Ondertussen werd alles versierd, bloemen en cadeautjes op tafel en kaarten klaar gezet. We verstopten ons in de keuken, telefoontjes op film en foto in de aanslag en giebelend om de geluiden die we hoorden. De kinderen waren onder de indruk, jongste kleindochter sliep heerlijk door alles heen en de allerjongste kleinzoon keek met grote ogen vanaf mijn schoot naar het tafereel dat zich ontvouwde.

Toen kleindochter als eerste binnenstapte en vlak daarna haar vader klonk er een luid ‘Welkom thuis’. Omhelzen, vasthouden, nog een keer omhelzen, knuffies voor de kinderen, warm en dankbaar dat we waren dat ze weer heelhuids thuis waren gekomen na al die maanden. En natuurlijk was iedereen oneindig trots op hen. Taart en baby-geknuffel, tranen en een vol gemoed, maar ook opgewekt gebabbel, uitwisselen van de laatste loodjes en na allemaal weer geland te zijn, tijd om ieder zijns weegs te gaan.

We hadden ons ‘s morgens gehaast om klaar te zijn voor de komst van zoonlief en zijn lief. Hij zou alle spullen brengen. Tijdens het wachten op hem had ik de roos en de kleine maar fijne bloemen van het Chinese lantaarntje vereeuwigd. Ze bloeit voor het eerst in al die jaren. Toen het een en ander te lang ging duren belden we dochterlief, die in het huis van de globetrotters aan het poetsen was. Ze hadden al een paar keer gereden en het in de schuur gezet. Niets van gemerkt en goed hoor, dan konden wij eindelijk bloemen halen en een kaart en nog een klein welkomstcadeau uitzoeken.

Dat werd een boek vol weetjes en bijzonderheden om op safari door de eigen stad te trekken: Prentenboek Utrecht met teksten van Brigitte Nieubuur en illustraties van Ellen de Bruijn. De bloemenwinkel was gesloten, de volgende, een wijk verderop, ook, maar eindelijk, driemaal is nog altijd scheepsrecht, konden we een mooi groot plukboeket als welkomstgeschenk meenemen. In de straat waar ze straks de caravan en de auto moesten stallen had zoonlief een plek gevrijwaard, middels twee terrasstoelen met een lint ertussen. Slim. Het vouwgordijn werd dicht gedaan om de verrassing nog groter te maken. Ze wisten niet dat we als familie er allemaal zouden zijn. Toen de vlaggetjes arriveerden en de taart en de boodschappen konden we verder met de aankleding. Het zag er feestelijk uit. Kaarten met lieve woorden, vlaggetjes beschreven met welkomstteksten.

Na een stief uurtje hadden ze het rijk alleen en rond zessen konden ze smullen van de bestelde rijsttafel, iets wat ze het meest gemist hadden, dus een uitstekende keuze. Bovendien hadden ze vast geen zin meer om te koken. Gemak dient de mens

Overpeinzingen

In ons waterland

Het heeft veel voordelen als je over een imaginaire geest beschikt. Immers daar rollen vaak de mooiste verhalen uit. Maar het kan ook tegen je werken. Vannacht hadden we zo’n staaltje anti te pakken. Tijdens het lopen naar de badkamer keek ik naar buiten en zag dat er wat gerommel was bij de auto. Ik keek nog beter en zag duidelijk een figuur die voorovergebogen aan de achterkant stond, zich af en toe oprichtte en dan weer verder ging met naar alle schijn, duistere praktijken. Van hier af kijk ik op de auto neer die op het parkeerterrein achter de tweede rij maisonnettes staat. Op gerede afstand dus. Hardop zei ik dat er iemand achter de auto bezig was. Lief gaf aan dat hij sliep. De lieverd kwam toch even kijken. Daar is niemand schat, je verbeeldt het je. Uiteindelijk moest ik het beamen. We lagen weer bijna te slapen toen we opgeschrikt werden door een explosie gevolgd door een grote rookwolk erachter aan, pal achter de bomenrij. Wat een wonderlijke nacht. Om dicht tegen de brede schouders van lief te kruipen.

Hij kent het wel van mij. In het verleden heeft hij en later de zonen meer dan eens door het huis moeten speuren op zoek naar vermeende inbrekers, gewapend met stoffer of iets anders wat voor handen kwam. Waar die angst toch vandaan kwam, weet ik niet. Ik heb het vaak verweten aan het boek ‘Pietje Bell en de bende van de zwarte hand‘. Je moet toch ergens een onschuldige verklaring vandaan halen. Dat boek had wel enorme indruk op me gemaakt.

Lief had destijds zwarte band judo en dat stelde me wel gerust. Als het moest zou hij me tot op het scherpst van de snede verdedigen. Nu ook nog, al zegt hij zelf dat dat vermoedelijk niet meer mogelijk is. Veilig en geborgen zijn twee begrippen die me nu doorgaans rustig laten slapen, behalve af en toe zo’n ene keer dan van teveel verbeelding of als schaduwen er een potje van maken.

De laatste rondgang door de tuin van dochterlief zorgde voor een dubbel energieverbruik. Niet alleen was de lucht vochtig en zwaar, maar de grasmaaier had er maar weinig zin in vandaag en ook al harkte Lief al het gemulchde gras eruit zodat het makkelijker zou gaan, sloeg ze om de haverklap af. Het wordt tijd voor een nieuwe, was onze conclusie. In ieder geval is de entree nu bramenvrij en het meeste gras gemaaid.

Vandaag komen ze thuis en met angst en beven zie ik dat mijn moeder haar schoonmaakemmers daarboven in de wolken allemaal tegelijk heeft omgekieperd, want het komt met bakken uit de lucht zetten. Stiekem duim ik dat ze de voortent al ingepakt hadden, zodat die droog kan worden opgeborgen.

Tot mijn schrik lees ik dat Ester Naomi Perquin haar laatste column in de Groene heeft geschreven. Wat jammer. Ze gaat zich richten op het schrijven van langere stukken over macht en machtsmisbruik. Iemand om te blijven volgen.

Ik denk terug aan de terugreis eergisteren van Amsterdam naar Utrecht centraal. Toen we afdaalden met de roltrap naar de stopplaats voor de bus schoot een klein oud mannetje ons aan in een geel werkpak. Hij vroeg ons hoe laat het was, terwijl boven hem een bord met de digitale tijd en het vertrek stond aangegeven. Daar wezen we hem op. ‘Dat kan ik niet lezen mevrouw, dat begrijp ik niet, sorry, ja ik kan het niet”. Ik vertelde hem toen dat 18.56 stond voor ‘vier voor zeven’, Hij bedankte ons blij en toen hij in zijn bus zat, zwaaide hij nog een keer. Iemand die de tijd niet kan lezen, dat kan dus. Zoals je kinderen ook moet bijbrengen wat klokkentijd en digitale tijd is. Het tijdloze mannetje verdween in de bus naar Vianen. De stand van de zon zou hij vast wel begrijpen, bedacht ik me, maar ja, waar is die als je haar zo hard nodig hebt hier in ons waterland.

Overpeinzingen

De nabije toekomst

‘Amsterdam die grote stad is gebouwd op palen’. Zo luidde het versje dat ons vroeger met de paplepel werd ingegoten. Omdat we per ongeluk aan de achterkant van het station naar buiten gingen, zag ik eindelijk het ‘IJ’ in volle glorie. Ik had ze alleen maar van de overkant zo gezien. Prettige gewaarwording. Overal toeristen, waar je maar kijken kon. Onder de oude spoorbrug door richting het centrum. Nichtlief en haar man woonden al jaren aan de Prinsengracht. Een mooie wandeling vanaf het station. We dwaalden door het centrum, Warmoesstraat, Zeedijk, wat een bekende namen. O ja, de Wallen haha. Geen Peeskamertje meer te bekennen. Alles was verpakt in heel veel eettentjes, koffieshops en tattoowinkeltjes. Klein maar fijn, heeft men gedacht. Sommige waren uitgebouwd naar achteren toe in lange pijpeladen. Met de filmische blik van Cock met Cee, OO, Cee, Ka liepen we er doorheen, dieper de stad in. Langs de grachten, het Rokin en daar voor de zekerheid toch maar even gekeken hoe we moesten lopen. Onderweg zochten we naar een bloemenwinkel, maar die waren niet te vinden. De ooit zo volprezen bloemenmarkt bleek uit kitsch en kunstbloemen te bestaan. Toeristen kopen geen bloemen. Een gevleugeld gezegde.

Het viel reuze mee, we waren aardig in de richting gelopen en hadden net op tijd de route geraadpleegd. De Herengracht af, de Vijzelstraat door. Daar was gelukkig de ons welbekende grootgrutter en in plaats van bloemen besloten we dan maar twee lekkere wijnen mee te nemen. Het hoekje om en daar was de Prinsengracht.

Tijdens de wandeling viel op dat er nog genoeg minder drukke straten en pleinen te vinden waren, als je maar achter het centrum door liep en dat er veel rommel en troep op straat lag, waarschijnlijk door het openscheuren of/en het open pikken van de vuilniszakken.

Nichtlief deed de deur open en ging ons voor de lange gang door van het statige herenhuis. Beneden in hun mooie stadstuin die groter was dan je zou verwachten, stond de tafel uitnodigend gedekt. Manlief kwam intussen naar beneden. Het huis was opgedeeld in drie bel-etages, waarvan zij de bovenste verdieping tot hun beschikking hadden en het souterrain. Van daaruit werd de lunch geserveerd. Een heerlijke gazpacho, aardappelsalade, zalm met bonenschotel en vers zuurdesembrood van de Vlaamse broodbakker op de hoek met voor de feestelijkheid een Bonne Blanc erbij. De flessen wijn werden in liefde ontvangen.

Deze intieme ontmoeting was uitstekend geschikt om de jaren die tussen onze laatste gezamenlijke ontmoeting lagen weg te poetsen. In een notendop en soms wat langer gleden levens in geuren en kleuren met de nodige anekdotes voorbij. Vragen over Hongarije en de politiek, hoe Lief daar terecht was gekomen, over de kinderen, over het leven nu en over hun leven in die mooie oude stad. Het bleek dat ze vaak op fietsvakanties waren geweest door heel de wereld. Een prestatie van formaat en natuurlijk was er de belofte naar Hongarije toe te komen om daar ook al fietsend het land te verkennen.

Het was een waardevolle ontmoeting in deze oase van groen en bloemen met af en toe de verdwaalde klanken van een trompet dat tegen de huizen opklom. Aan alle gezelligheid kwam een eind en we kregen de tip om door de Reguliersgracht terug te lopen omdat dat een levendige en gezellige weg was naar het station. Dat bleek bewaarheid. We liepen langs enorme terrassen, aanschouwden Rembrandt op het Rembrandtplein en kwamen moe maar voldaan aan bij het station.

Binnen een uur zaten we thuis op de bank met een goed gevoel, een mooie herinnering om op terug te kijken en een fijne belofte voor de nabije toekomst.

Overpeinzingen

Prachtige horizon

Augustusnachten, ik hou ervan. De ramen zijn beslagen en de kamer kermt om frisse lucht. Of is het mijn eigen benauwdheid. Ik zet ze op een kier. Drie uur en de gedachten stormen af en aan in flarden binnen. Ik hou mijn ogen dicht, want dan rust je ook uit, wist onze moeder al te vertellen. Ze had er zelf bij tijd en wijle last van. Af en toe glijdt er een koude luchtstroom langs mijn wang. Lief droomt de slaap der onschuldigen. Het huis ademt stilte.

Gisteren kwam zoonlief met een interessante vraag. Of hij me iedere dag een vraag mag stellen, waar ik dan zelf het antwoord voor opschrijf. Tenminste, dat laatste hadden we samen bedacht. Ik ben beter met geschreven taal en weet het dan meer vorm en inhoud te geven. Goed plan, vonden we beiden. Anders blijven onwetendheden later als een wolk om je heen hangen, kan ik uit ervaring spreken. En dan had ik nog wel een moeder die er in haar laatste jaren een dagboek op nahield. Een enkele keer liet ze daar ook haar ziel uit, maar vaker ging het over de problemen die opdoemden door mijn vader zijn ziekte en schreef ze ook heel bewust voor ons, de kinderen.

Ik schrijf ook heel bewust voor de kinderen, maar ‘mijn hart ligt op de tong’, zoals het spreekwoord placht te zeggen. In al die tijd heb ik vaak gedacht dat dit bloggen in mijn lange periode van alleen-zijn vooral als uitlaatklep diende. De verhalen die je zou delen met een partner. Dat ik het derhalve ook wereldkundig kon maken. Bovendien is delen helen. Ook dat heb ik aan den lijve mogen ondervinden. Woorden, en vooral als de juiste jou vinden, bieden troost en halen de druk van de ketel.

Gisteren liepen we, na het planten water geven bij dochterlief, het Centraal museum binnen. Er was een tentoonstelling die ‘Bezoek aan de Horizon’ heette. Diverse kunstenaars hadden hun gedachten laten gaan over hun eigen horizon en hun eigen reis door het leven. De diversiteit was groot. Naast kunstenaars die geïnspireerd raakten door de Italiaanse landschapsschilders waren er moderne versies daarop, maar ook een enorm wandkleed, sculpturen, waarvan een levensgrote prikkeldraadversperring waar je doorheen mocht lopen, een tegeltableau waar overduidelijk de opkomende zon centraal stond en een zelfgebouwde houten auto op gas, aangedreven door een houtgasgenerator, waarmee de kunstenaar vijftien landen had doorkruist.

Naar aanleiding daarvan verdiepten we ons thuis wat verder in de kunstenaar, die ook met een zelfgemaakt vliegtuigje naar Kenia was gevlogen en die in een film van meesters van Holland vertelde over zijn ontmoetingen die op zo’n reis het meest waardevol bleken te zijn. In zijn achterhoofd zat altijd de wijze opmerking van iemand: ‘De lucht is overal hetzelfde’. En zijn grootste vijand was de angst in zijn eigen hoofd. Alleen al bewust daarvan te zijn, helpt om het tegen te gaan. Dat laatste onderschrijf ik. Vaak is de angst groter dan de gebeurtenis. Muizenissen, zoals die waar je wakker van kan liggen, drijven vaak op het ‘Wat…Als’. Zodra je dat in de gaten hebt, zijn ze al getackeld. Vroeger zei men: ‘Geen zorgen voor de dag van morgen’.

Na alle opgedane indrukken tekenden we ons eigen landschap op een klein vierkant paneeltje met pastelkrijt of intuïtief via kleurgebruik en wandelden we na een glaasje op de valreep richting ons witte Truusje die buiten de Singel geparkeerd stond. Door de Agnietenstraat, langs de vrijwoningen van de Kameren van Maria van Pallaes, de Tolsteegsingelbrug over naar het Hieronymus waar de herinneringen uit het verleden op kwamen dagen, omdat we eens per jaar daar de Salesianen van Don Bosco bezochten. Nu waren er schitterende appartementen gekomen in het statige gebouw.

Lief trakteerde op een kookloze avond met een eenvoudige maaltijd bij de Chinees. Onverwachts de dag met onze eigen prachtige horizon.